Het schaduwkabinet: week 26 – 2017

Kwart van de ICT-bedrijven heeft last van een personeelstekort. Wat dat betreft lijken het wel Subjectivisten. Maar enfin, geniet van onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Adam Carpet, Au.Ra, Mari Boine, Anne Briggs, Dale Cooper Quartet & The Dictaphones, La Dinamitaaa, James Elkington, The Great Malarkey, Haarvöl, Mãløx, New Routines Every Day, Orphax, Piiptsjilling, Raymond Scott, Cory Seznec, Elza Soares, The Soundbyte, John Stammers, Kane Strang, Various Artists: Monika Werkstatt, مرتضی حنانه, Vince Staples, SZA, Fleet Foxes, Ellen Arkbro en Sarah Davachi. En gingen naar: Zea.

 

Jan Willem

Adam Carpet – Hardcore Problem Solver (mcd, Prismopaco Records / Five Roses Press)
In 2011 wordt de Italiaanse band Adam Carpet opgericht, waarmee ze vorig jaar de geweldige cd Parabolas het licht laten zien. Daarvoor zit nog het gelijknamige debuut uit 2013, maar die hebben mijn oren nooit bereikt. Hoe dan ook laten ze een aanstekelijk uptempo geluid horen dat het bestaat uit een mix van elektropop met krautrock, wave, funk, postrock en een gezonde dosis humor en psychedelica. De groep bestaat heden ten dage uit Diego Galeri, Alessandro Deidda, Giovanni Calella, Silvia Ottanà en Killa. Omdat ze in een lekkere flow zitten komen ze nu alweer met de mini Hardcore Problem Solver dat vier nummers telt en bijna 20 minuten lang is. En daarbij brengen ze weer net zo’n smakelijke mix als op hun vorige album, zij het wat speelser. Het is heerlijk ontwapende muziek, die laten bewegen op een nachtelijke dansvloer waar ook OMD, New Order, Stearica, Trans AM, Kraftwerk, 65daysofstatic en D.A.F. worden gedraaid.

 

Au.Ra – Cultivations (cd, Felte / Konkurrent)
In 2015 debuteert het dan nieuwe duo Au.Ra met hun voortreffelijke debuut Jane’s Lament, dat uitgebracht wordt op het immer fijne en duistere label Felte. Deze wordt gevormd door Tom Crandles (ex-Ghostwood) en Tim Jenkins (ex-Parades). Ze brengen een mix van shoegaze, avant-pop, rock en psychedelische muziek, die enerzijds duidelijk put uit de sounds van de jaren 80 en 90 maar anderzijds voldoende nieuwigheden en hedendaagse elementen brengt. Die draad pakken ze ook weer op bij het maken van hun tweede cd Cultivations. Lekkere synthpop met een flinke lading nostalgie, maar wederom genoeg creativiteit en modernismen om een origineel geluid te produceren. Denk daarbij aan een wonderlijke patchwork van The Jesus And Mary Chain, Cocteau Twins, Arthur Russell, Pale Saints, Spiritualized, Slowdive en Wild Palms. Dat zijn niet alleen mooi referenties maar ze leveren hiermee een geweldig album af, dat voer is voor de melancholici onder ons. Zelfs nog iets beter is dan het toch al goede debuut.

 

Mari Boine – See The Woman (cd, Lean/ Edel)
De joik is een traditionele vaak woordeloze zang van de Sami, die wij wel een betitelen met de beledigende term Lappen, net als Eskimo beledigend is voor de Inuït. Twee bekende muzikanten daar vandaan zijn Wimme Saari en Mari Boine (soms aangevuld met Persen). Boine heeft de Sami muziek behoorlijk vernieuwd door er folk, jazz en rock aan toe te voegen. Tevens wordt haar werk een paar maal door hedendaagse artiesten gemixt. Ze staat open voor verandering. Niet voor niets dat ik deze krasse tante al zo’n 27 jaar volg en interessant blijf vinden. Ze beschikt over een prachtige stem, waarmee ze haar joiku en songs in het Samisch ten gehore brengt, meestal met verhalen vanuit een vrouwelijk en dikwijls historisch perspectief. Dat is maar voor een select groepje verstaanbaar, al spreken de emoties meestal boekdelen. Toch is ze benieuwd als ze eens een voor velen te verstaan Engelstalig album maakt. Dat heeft geresulteerd in het album See The Woman. Het is even wennen na al die jaren, maar al snel weet ze je mee te voeren met haar betoverende zang en mooie verhalen. De aandacht gaat automatisch meer uit naar de teksten, maar de muziek is er niet minder mooi om. De zang wordt door gastmuzikanten fraai omlijst met piano, keyboards, drums, percussie, gitaar, kantele, bas, cello en zang. Het is een mix van laidback elektronica/dance, jazz, folk en neoklassiek geworden, die zoals wel vaker lekker nachtelijk, melancholisch en ietwat desolaat is. Luister alleen al naar “Some Say I Got Devil”, “Happily Ever After” en “Twin Soul” en je bent verkocht. Ze weet weer op onaardse wijze je helemaal in te pakken met haar unieke pracht.

https://open.spotify.com/embed/album/05WkoMYaWuI8vxIVu31D10

 

Anne Briggs – The Time Has Come (cd, Earth / Konkurrent)
Hoewel de Britse folkartieste Anne Briggs onder meer Bert Jansch, Jimmy Page, Altan, The Watersons, June Tabor, Sandy Denny, Richard Thompson, Maddy Prior en A. L. Lloyd, tot bewonderaars mag rekenen, is ze nooit echt bekend geworden. Ze heeft tussen 1963 en 1973 ook slechts vier albums gemaakt, waarvan de laatste pas in 1997 het licht ziet. Toch heeft een veel betekent voor het genre, alleen blijft commercieel succes uit en verdwijnt ze uiteindelijk van het toneel. Bert Jansch noemt haar zelfs “één van de meest ondergewaardeerde zangeressen”. En dat is ook een terechte opmerking, hetgeen ook blijkt uit haar album The Time Has Come uit 1971. Daarop laat ze naast haar schitterende zang ook gitaar en bouzouki klinken, wat ze hiervoor niet heeft gedaan. Daar ligt de focus meer op haar stem. Maar deze combinatie pakt geweldig uit en zorgt dat deze plaat één van haar meest invloedrijke wordt. Het Earth label heeft deze klassieker nu opnieuw het licht laten zien. En terecht!

 

Dale Cooper Quartet & The Dictaphones – Astrild Astrild (cd, Denovali)
Het mysterieuze Franse combo Dale Cooper Quartet & The Dictaphones komt niet vaak met een nieuwe release, maar als ze het doen is het raak. Dit is overigens het trio Christophe Mével (Tank), Gaël Loison (T.F.) en Yannick Martin (Osaka), altijd aangevuld met gasten (The Dictaphones). En met Krystian Sarrau erbij is het wel een heus viertal geworden. Ze maken dark jazz, dat ze aanvullen met drones, ambient, noises en dub, dat ze onderdompelen in een David Lynch-achtige sfeer. Nu zijn ze terug met Astrild Astrild, waar The Dictaphones gevormd worden door Gaëlle Kerrien (Yann Tiersen), Zalie Bellacicco (Noroeste) en Ronan Mac Erlaine. Nu hebben ze wel eens gastzang toegelaten in hun duistere muziek, maar dat krijgt hier een prominentere rol. Uiterst gedragen croonzang, die me wel aan Brendan Perry doet denken, galmt door hun gitzwarte muziek. Her en der wordt dat aangevuld en afgewisseld met de zang van Zalie. Dit is niet alleen wonderschoon, het geeft ook een extra desolate en mysterieuze sfeer mee aan de muziek. Qua muziek, die naast bovengenoemde genres hier ook nog neoklassieke elementen erbij krijgt, moet je dan weer denken aan een mix van Bohren Un Der Club Of Gore, The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble, Jacaszek, Svarte Greiner en Povarovo. Zeven bij de strot grijpende tracks, die je pas na 72 minuten weer loslaten. Het is een werkelijk zinnenstrelend en overdonderend album geworden. Zonder twijfel hun aller-allerbeste tot nu toe.

 

La Dinamitaaa – Ay Ay Ay (cd, Vlad / Xango Music Distribution)
Hoewel je niet snel aan Frankrijk denkt als je hun naam ziet en muziek hoort, komt de groep La Dinamitaaa daar wel vandaan. De Parijse groep wordt aangevoerd door Captain Cumbia (zang, accordeon, gitaar, toetsen, güiro) en de Colombiaanse zangeres Eleonore en verder nog El Samuel (klarinet, altsaxofoon, koor) en Monsieur Jonjon (bas, koor) voorheen van het Jim Murple Memorial. Samen maken ze muziek die als startpunt cumbia heeft, maar dat larderen ze met klezmer, hip hop, reggae, danselementen en meer. De cd opent op Tom Waits achtige wijze, maar al snel hoor je de accordeon en het klezmergeluid uit de klarinet. Dan wordt er gerapt en het feest is goed begonnen, die de dampende Parijse avondsfeer uitademt. Later hoor je ook de fraaie zang van Eleonore, die er weer een flinke Latin tint aangeeft. En op andere momenten waan je jezelf op de Balkan om vervolgens weer in een Braziliaans carnaval te geraken. Het gaat van Manu Chao naar Lila Downs, maar daarmee tonen ze juist een eigen smoel. Bruisend maar ook met een licht melancholisch vernis. Heerlijke zomerplaat.

 

James Elkington – Wintres Woma (cd, Paradise Of Bachelors / Konkurrent)
Ik ken James Elkington vooral van Sophia, The May Queens, Elevate, Daughn Gibson, The Zincs en Brokeback, maar de beste man heeft ook nog gespeeld met The Horses Ha, Jeff Tweedy, Richard Thompson, Steve Gunn, Michael Chapman en Joan Shelley. In 2015 maakt hij samen Nathan Salsburg (Halifax Pier, At Right Angles) het album Ambsace. Hierop vind je fraaie mixen van folk, jazz en avant-rock. Aan de ene kant laat hij van datzelfde fluweelzachte tokkelspel horen als Nick Drake, maar dikwijls pakt hij het meer experimenteel aan en laat hij spel horen dat veeleer associaties oproept met Jack Rose en Richard Youngs. Muzikaal gezien is het soms behoorlijk folkachtig, maar hij slaat steeds interessante zijpaden in waardoor zijn muziek ook andere stijlen aandoet. Zijn indringende teksten brengt hij met zijn prettig herfstige zang. Hij krijgt verder nog steun van Tomeka Reid (cello, zang), Nick Macri (bas), Tim Daisy (percussie) en Macie Stewarts (viool, altviool, zang). Samen zetten ze droefgeestige maar zeker niet terneergeslagen muziek neer, die je vooral intens laat genieten. Liefhebbers van de eerder genoemde artiesten maar ook Bert Jansch, Adrian Crowley, Talk Talk en David Sylvian doen er goed deze eens te beluisteren. Het is allemaal van een diepgravende schoonheid.

Luister Online:
Wintres Woma

 

The Great Malarkey – Doghouse (cd, Batov Records / Xango Music Distribution)
Als je het hebt over een wilde potpourri aan stijlen en onversneden energie, dan is het Britse The Great Malarkey daar een uitstekend voorbeeld van. Na het in eigen beheer uitgegeven, breed om zich heen grijpende debuut Badly Stuffed Animals (2012) en diverse sensationele liveshows, komen ze nu met de opvolger Doghouse. Hierop laten ze 10 nieuwe songs horen waar punk, ska, jazz, dark cabaret, avant-rock, Rroma en Balkan muziek weer aaneen gesmeed zijn tot één aanstekelijke en bovenal meeslepende sound. Het achtkoppige collectief vliegt gewapend met zang, gitaren, bas, banjo, drums, percussie, trombones, Franse hoorn, viool, trompetten en vleugelhoorn weer alle kanten op. Op prettig rauwe wijze brengen ze de traan en de lach met serieus te nemen gekte. Het heeft dezelfde energie van hun live optredens en weet dan ook thuis voor een feestje te zorgen. Denk aan een grillige combinatie van Tom Waits, Fanfare Ciocarlia, The Dresden Dolls, Mano Negra, Beirut, Fishtank Ensemble en The Crooked Fiddle Band en je krijgt ongeveer een idee wat deze jonge wildebrassen in huis hebben. Veel beter is natuurlijk om dit heerlijk zomerse album zelf te ervaren.

 

Haarvöl – Bombinate (cd, Moving Furniture Records)
Fernando José Pereira en João Faria vormen het muzikale hart van de Portugese band Haarvöl, waarmee ze telkens op andere manieren het geluid verkennen. Zo verschilt hun sterke debuut Hebetude (2014) best wel van het geweldige Indite, dat in 2015 op het prestigieuze Moving Furniture Records is verschenen. Beide bevatten weliswaar een mix van drones, veldopnames, dark ambient en noise, maar bij de eerste brengen ze het meer als experimentele noise en op de tweede is het haast op een neoklassieke wijze vormgegeven. Hierbij spelen beelden ook altijd een rol. Voor het vervolg zijn ze met een serie conceptuele, op een of andere manier onderling verbonden projecten gestart, waarbij ze zich een aantal begrenzende regels hebben opgelegd. Dat heeft niet 1 maar 3 albums opgeleverd, een trilogie, waarvan het eerste deel Bombinate nu wederom op Moving Furniture Records is uitgebracht. In zes langgerekte tracks brengen ze een uiterst subtiele mix van veldopnames (natuurgeluiden, verkeer, stemmen), glitches, drones en ambient. Met name met de koptelefoon op is goed te horen hoe fijn en complex de composities zijn en ook hoe ruimtelijk. Het geluid lijkt wel 3 dimensionaal, waarbij schijnbaar contrasterende stukken elkaar kruisen en toch samen één fraai geheel vormen. Het is bijzonder knap, maar ook spannend zon niet angstaanjagend, meeslepend en tot de verbeelding sprekend. Hierbij moet je denken aan een kruisbestuiving van Kreng, Svarte Greiner, Philippe Petit, Kaboom Karavan, Jasper TX, Jacob Kirkegaard en Machinefabriek, al past niets helemaal bij deze overdonderende muziek. Dit maakt meteen ook heel nieuwsgierig naar de overige twee delen.

 

Mãløx – Gaza Trip (cd, Greedy For The Best Music / Xango Music Distribution)
Er bestaat natuurlijk een beeld van Israel dat de Israëli en de Palestijnen bepaald niet door één deur kunnen. Dat is ten dele ook waar, maar er is een grote groep uit beide volken die dat prima kunnen. Dat bewijst ook het duo Mãløx, bestaande uit Eyal Talmudi (tenorsaxofoon, klarinet, doedelzak, zang) en Roy Chen (drums). In hun cd Gaza Trip staat in kapitalen “!! FREE THE OCCUPIED TERRITORIES !! PEACE.” Een harde schreeuw om vrede en vrijheid. Muzikaal gezien nemen ze ook de vrijheid om van alles en nog wat te combineren, want ze brengen een bijzondere mix van klezmer, punk, avant-garde, Afrikaanse elementen, surf en hip hop. Dat doen ze op energieke en humorvolle wijze. Zo opent de cd met een instrumentale, knettergekke cover van “Walk Like An Egyptian”. Later mag overigens ook Shaggy’s “Boombastic” door de klezmer-mangel, wat wederom een geweldige cover oplevert. Maar ook in hun eigen tracks weten ze fraai te variëren, mede door de inbreng van gasten op rap en zang. Het is van de buitencategorie, maar dikwijls ook dansbaar. Een ogenschijnlijk contrast zoals de situatie in hun land. Maar zoals vaker is muziek een verbindende factor en laat je als je onderlinge tegenstellingen negeert grenzeloos genieten. Madness en Už Jsme Doma meets Mahmoud Ahmed, Hasidic New Wave en Altin Yildiz Orkestar. Een geweldig album met een mooi boodschap bovendien.

 

New Routines Every Day – You Never Know What Is Enough/ Unless You Know What Is More Than Enough (2xlp, Pulver Und Asche / Five Roses Press)
Mocht je geen woorden vinden voor het album You Never Know What Is Enough/ Unless You Know What Is More Than Enough van New Routines Every Day, dan moet je gewoon een paar keer de titel noemen, die overigens komt van William Blake. Het is het debuut van het duo Marcel Chagrin en Rudy Decelière. Chagrin (gitaar, voetdrums, versterker), die afwisselend in Lausanne, de Aran eilanden en Alaska woont, is een soort eenmansorkest en houdt er de experimentele jazzprojecten Heu{s-k}ach en Insub Meta Orchestra op na. Daarnaast heeft hij met legio artiesten samengewerkt, zoals Brian Eno, Noel Akchoté, George Baselitz, William Parker en Erik Minkkinen. Rudy Decelière (veldopnames, harmonium) is een geluidskunstenaar die met soundscapes en veldopnames werkt. Samen nu dus een dubbel lp met een lange titel, dus veel omdraaien, tenzij je gewoon net als ik 75 minuten ongestoord naar een promo cd kunt luisteren. En dat niet om flauw te doen, er valt ook echt wat voor te zeggen. Beide heren brengen namelijk een minimale, experimentele mix van drones, veldopnames, avant-folk, geïmproviseerde muziek, jazz en noise, waarmee ze een soort denkbeeldige soundtrack willen maken, waarbij iedere luisteraar daarbij eigen beelden zal vormen. Dan is een continue luistersessie wel heel prettig. Het is hoe dan ook heel bijzonder wat ze hier laten horen. Ze gaan van verstilde naar rijk gedetailleerde stukken, van muziek naar improvisaties of enkel veldopnames, van instrumentaal naar met samples gevulde etnische zangstukken. Soms bestaat de basis uit een gruizige gitaardrones waarover ze steeds weer verrassende lagen met de diverse ingrediënten leggen. Het levert vele associaties op, van desolate zwartgeblakerde vlakten en verlaten industrieterreinen tot idyllische maar steenkoude eilanden in de zee. Hiermee weten ze je echt in de houdgreep te nemen. Ergens tussen Haarvöl, Set Fire To Flames, Talk Talk en White Suns in. Volgens mij heb ik genoeg gezegd.

 

Orphax – 2.20 (cd, Moving Furniture Records)
Ik heb eerder dit jaar al geschreven over de geweldige samenwerking van Orphax en het inmiddels legendarische Machinefabriek, maar Orphax zelf heeft ook al de nieuwe cd 2.20 het licht doen zien. Dit prachtig innovatieve drones/ambient project van collega Subjectivist Sietse van Erve, tevens labeleigenaar van het prestigieuze Moving Furniture, heeft zelf ook al voor meerdere fraaie releases gezorgd. De reden dat deze recensie wat langer op zich heeft laten wachten is dat ik echt de rust moet hebben om composities van 20 minuten te beluisteren. Het is minder radio-fähig en vereist gewoonweg wat meer zitvlees. Dat is puur een (luxe)probleem van mijn kant, want de artiest in kwestie staat natuurlijk in z’n recht om langgerekte stukken te fabriceren. Daarbij schrijf ik enkel over hetgeen ik mooi dan wel interessant vind. Dat is zeker het geval bij deze release. Orphax presenteert hier twee stukken van exact 20 minuten, simpelweg “20.1” en “20.2” geheten. Nu zeggen cijfers mij sowieso niet zoveel en is simpel ook bepaald niet van toepassing in deze, dus is het hoog tijd om dieper op deze materie in te gaan. In de twee stukken creëert hij een soort warmbloedige permafrost, hetgeen nogal contrasterend is. Maar op de één of andere wijze zijn het intieme, dicht bij zichzelf staande composities geworden, die wel enige afstand scheppen. Dit schijnbare contrast zorgt voor een biologerend en mysterieus geheel, dat je meteen in de houdgreep weet te nemen. Op uiterst subtiele wijze dringt deze muziek door tot elke vezel in je lichaam. Daarbij moet je denken aan een eclectische mix van David Kristian, Thomas Köner, Eliane Radigue, Machinefabriek en Erstlaub. Het is absoluut muziek van de buitencategorie, die niet uit is op effectbejag, maar voor mij is dit de wonderschone en broodnodige afwisseling op de gangbare muziek. Ontzettend intens en intrigerend!

 

Piiptsjilling – Fiif (cd, Peter Foolen Editions)
Een toch wel heel bijzonder en bovenal biologerend collectief uit eigen land is Piiptsjilling. Deze bestaat uit dichter Jan Kleefstra (The Alvaret Ensemble, CMMK, Kleefstra | Bakker | Kleefstra), zangeres Mariska Baars (Soccer Committee), gitarist Romke Kleefstra (The Alvaret Ensemble, CMMK, Kleefstra | Bakker | Kleefstra) en “last but not least” elektronicaspecialist Rutger Zuydervelt aka Machinefabriek (CMMK, Cloud Ensemble, Shivers, DNMF), waarbij ze ook nog wat effecten in de strijd werpen. Een supergroep met een mysterieuze en poëtische output. Ze combineren namelijk spookachtige Frieze poëzie met haast skeletachtige muziek, die ergens tussen drones, ambient, spoken word en allerhande experimenten uitkomt. Daarmee nemen ze je keer op keer stevig in de houdgreep. Die dichterlijke pracht heeft hen wellicht ook bij Peter Foolen Editions gebracht met hun vijfde album Fiif (Fries voor 5), die doorgaans meer in de boeken zit. Maar Piiptsjilling is dan ook echt meer dan muziek alleen. Overigens ook meer dan poëzie alleen; het is een gedroomde en grenzeloze combinatie van disciplines. Noem het kunst. Ze brengen hier zeven nieuwe tracks, die weer rudimentair maar veelzeggend geheel, dat geheimzinnig, melancholisch en duister is. Toch weten ze je moeiteloos mee te slepen met hun intrigerende stukken, waarbij je telkens op de punt van je stoel zit. De gedragen fluisterende poëtische woorden van Jan worden mooi afgewisseld en aangevuld door de etherische zang van Mariska, die klinkt als een sirene in de mist. Romke en Rutger zorgen daarbij voor het schitterende, surreële decor, die de woorden en zang heel fraai weet in te bedden. Het roept associaties op met nachtelijke, buitenaardse en ijzige landschappen, die zowel van een diepgravende schoonheid als fascinerend zijn. Dit levert samen met de prachtige artwork een overrompelend totaalkunstwerk op, dat je gewoonweg niet onberoerd laat.

 

Raymond Scott – Three Willow Park (2cd, Basta / Bertus)
Het is gek hoe het soms loopt in de muziek. Ik ken de naam Raymond Scott al wel wanneer ik in 1990 begin met het actief schrijven en verzamelen van muziek, maar ben dan nog helemaal niet zo erg bezig met elektronische muziek. Als ik begin 2000 vader word krijg ik, zoals vele muzikale vaders, zijn drie delen Soothing Sounds For Baby, die al uit 1962 stammen. Geen idee dat de beste man, die eigenlijk Harry Warnow heet, al in 1994 is overleden. Ook geen idee destijds dat deze van huis pianist, componist en bandleider al in 1908 is geboren en een behoorlijke pionier is op elektronicagebied waar ook nieuwlichters als Brian Eno, Kraftwerk en Philip Glass hun inspiratie opdoen. Mijn focus op pionierend elektronicagebied ligt dan veeleer op die van de Nederlandse Philips studio’s. Maar als je dan steeds vaker zijn naam hoort maakt dat nieuwsgierig. Inmiddels snap ik niet dat ik deze legendarische componist niet veel eerder in mijn armen en hart gesloten heb. Hij heeft zowel voor de elektronische muziek als musique concrète zoveel blauwdrukken geschapen, dat je er als rechtgeaarde liefhebber van het elektronische genre niet omheen kan. In week 19 heb ik al over de nieuwe compilatie The Portofino Variations geschreven, die op het innovatieve Basta label is uitgebracht. Hierop hoor diverse hedendaagse artiesten die slechts 1 stuk van hem op uiteenlopende wijze interpreteren. Slechts 1 stuk dat al zoveel teweegbrengt. Nu komt hetzelfde label met de dubbel cd Three Willow Park, met de ondertitel “Electronic Music From Inner Space 1961 – 1971”. Ofwel eindigend in het jaar dat ik zelf Soothing Sounds For Baby verdien. Deze compilatie omvat maar liefst 62 niet eerder uitgebrachte stukken, die het midden houden tussen uitprobeersels, demo’s en composities die gewoonweg niet passen bij zijn reguliere werk. Kliekjes doet het werk geen eer aan, want het is echt van een andere orde. De stukken lopen uiteen van slechts ruim 10 seconden tot ruim 10 minuten. Veel ervan zijn gecreëerd op de zogeheten Scott’s Electronium, een uitvinding van hem die gebruik maakt van geprogrammeerde intelligentie, terwijl de ontwikkeling van de computer nog in de kinderschoenen staat. Dat vult hij her en der aan met een cirkelmachine, clavivox, baslijn generator, een drummachine (Bandito the Bongo Artist) en allerhande effecten. Als je dit hoort val je werkelijk van je stoel, want niets doet vermoeden dat dit in die tijd gemaakt is. Vroeger had je een cartoon over een muis op een andere planeet vol lollies en dergelijke, die ook een onaardse sfeer uitademende. Datzelfde heb je nu als luisteraar, waar je jezelf in een elektronische snoepwinkel op een andere planeet waant. Het is bevreemdend, hypnotiserend, totaal niet gedateerd en gewoonweg zo biologerend dat je er als recensent pas na de beluistering over gaat schrijven. Het voelt alsof je als archeoloog een missende, maar essentiële pagina in de elektronische muziekgeschiedenis hebt gevonden.

 

Cory Seznec – Backroad Carnival (cd, Captain Pouch Records / Xango Music Distribution)
De Frans/Amerikaanse muzikant Cory Seznec toont met zijn debuut Beauty In The Dirt (2014) te beschikken over een lekker vuige bluessound. Dat voorziet hij van franje door er ook Afrobeats en folkelementen aan toe te voegen. Met dat recept gaat hij ook verder op Backroad Carnival. Seznec (zang, gitaar, banjo, bas, piano, noise) mag hierbij rekenen op een klein leger aan gastmuzikanten op zang, contrabassen, bas, harmonica, pedal steel, drums, synthesizer, gitaar, kalebas, handgeklap, keyboards en piano. Onder hen ook zijn broer Yann. Hij presenteert 10 ongepolijste songs die weer het fraaie midden houden tussen blues, altcountry, folk en Afrobeats. De blues vormt weliswaar de rode draad, maar hij lijkt schijnbaar eenvoudig om die draad heen te laveren met allerlei stijlen. Daarmee weet hij op pakkende wijze de luisteraar mee te voeren en te trakteren op een nachtelijke, wereldse en steeds weer verrassende sound. Om enig idee te krijgen moet je denken aan een cocktail van Charlie Parr, Sam Lee & Friends, Our Feathered Embers, Ry Cooder, Tom Waits, Robert Johnson en Ali Farka Toure. Hij weet zich te onderscheiden door originele vondsten, die ook nog eens heel mooi uitpakken.

 

Elza Soares – The Woman At The End Of The World/ End Of The World Remixes (cd, Mais Um Discos / Xango Music Distribution)
Elza da Conceição Soares (23 juni 1937), kortweg Elza Soares, wordt gekscherend ook wel de Braziliaanse Tina Turner genoemd. Nu is ze op een haar na 80 en nog altijd actief. Vanaf 1960 bouwt haar indrukwekkende discografie op, waar de bossanova, tamgo, samba en andere Braziliaanse muziek op haar eigen wijze wordt gebracht. Maar ze gaat ook met haar tijd mee, hetgeen ze zeker laat horen op het werkelijk fantastische album A Mulher Do Fim Do Mundo uit 2015. Hierop wordt haar nog altijd krasse zang met enige regelmaat voorzien van behoorlijk uptempo en moderne muziek, die van elektronisch naar meer klassieke stijlen gaat. Om de rest van de wereld van dit topalbum te laten genieten wordt deze in 2016 opnieuw uitgebracht met de vertaalde titel The Woman At The End Of The World. Daar komt nu nog een schepje bovenop, want naast de 11 originele songs worden ook nog 9 remixen toegevoegd, de zogeheten End Of The World Remixes. Van de mixers komen enkel Laraaji en Gilles Petterson me bekend voor, maar dat drukt de pret bepaald niet. Haar muziek blijkt heel goed te gedijen in een meer elektronische setting. Het levert een zeer leuke toevoeging op een toch al uitstekend album op.

 

The Soundbyte – Solitary IV (cd, Temple Of Torturous / Sonic Rendezvous)
Van 1992 tot 2005 is componist/gitarist Trond Engum terug te vinden in de Noorse metalband The 3rd And The Mortal. Daarna maakt hij solo een doorstart als The Soundbyte, waarmee hij inmiddels 3 albums vol kruisbestuivingen van experimentele metal, dark folk en goth rock de wereld in heeft geslingerd. Een prima recept, dat hij steeds weer een beetje aanscherpt. Zo ook op zijn vierde cd Solitary IV. Hij brengt hier steeds wisselende combinaties van doom/goth/experimentele metal, dark ambient, dark folk en avant-garde. Hij krijgt op drums hulp van Rune Hoemsnes (The 3rd And The Mortal) en de etherische zang van Tone Åse (vrouw van Ståle Storløkken, Trondheim Voice) en Kirsti Huke (Trondheim Voices, Trondheim Jazz Orchestra, Scent Of Soil). Ik vind de vaker terugkerende experimentele ambientstukken met die prachtig serene zang soms nog wel meer overtuigen dan de harde, die er ook mogen wezen hoor. Maar die verstilde nummers maken behoorlijk wat emoties los. En op het moment dat je dan weer behoeft hebt aan wat harders word je op je wenken bediend; dat ook al dan niet met die fraaie zang. Een link met The Gathering is dan ook snel gelegd, zij het dat The Soundbyte net in een aanpalend vijvertje vist. Het is in elk geval een intrigerend prachtalbum geworden.

 

John Stammers – Waiting Around (cd, Wonderfulsound / Konkurrent)
In 2011 brengt de Britse zanger/gitarist John Stammers zijn gelijknamige debuut uit. Die kom ik op het spoor doordat de immer geweldige Nancy Elizabeth Cunliffe die er harp en zang aan bijdraagt. Maar het draait allemaal om het sterke jazzy folkspel van Stammers en zijn fraaie zang. Het is allemaal fluweelzacht, maar nergens glad. Hij brengt bloedmooie songs, die diep onder de huid kruipen. En daarna is het wachten. En wachten. Maar nu is Waiting Around er eindelijk. Net als op z’n eersteling wordt hij door diverse gasten geholpen, waaronder weer Nancy Elizabeth Cunliffe en Paddy Steer (Homelife, 808 State, Yargo, Toolshed). Ze voegen onder meer trompet, harp, zang, pedal steel, percussie, piano en bas. Na al die tijd moeten we het doen met 8 nieuwe songs, die na 32 minuten alweer afgelopen zijn. Daar staat wel tegenover dat de schoonheid per seconde hier enorm is. Het is allemaal weer zijdezacht en van een confronterende oprechtheid. Neofolk met her en der altcountry gemengd, dat ze op sterke wijze brengen. De samenzang van Nancy en hij is al helemaal zo prachtig. Denk bij dit alles aan een hybride van Sodastream, Nick Drake, Bert Jansch, Davy Graham, Tim Hardin en John Martyn. Het lange wachten is voorbij en het enorme genieten kan beginnen.

 

Kane Strang – Two Hearts And No Brain (cd, Dead Oceans / Konkurrent)
Het moet een fijn gevoel zijn als je al jouw favoriete bands tot één sound zou kunnen verenigen. Nu zou dat in mijn geval iets heel merkwaardigs opleveren. De Nieuw-Zeelandse artiest Kane Strang lijkt wel iets dergelijks te doen, bewust of onbewust dan. Dit is al het geval op zijn debuut Blue Cheese (2016) maar nu ook op Two Hearts And No Brain. Hij brengt namelijk frisse, puntige rockmuziek waarbij je telkens aan de betere alternatieve rock- en indiegroepen van weleer en nu moet denken, zonder dat je er helemaal de vinger op kunt leggen. De zang is wat dat betreft nog het eenvoudigst, want die doet sterk denken aan die van Rob Crow (Thingy, Pinback, Heavy Vegetable), hoewel je soms ineens ook weer Ian Masters (Pale Saints) of Beach Boys-achtige harmonieuze zang krijgt te horen. De muziek is een caleidoscopische mix van Pavement, Interpol, Thingy, Stooges, Ultimate Painting, Bailter Space en Pixies, maar waarschijnlijk horen anderen weer heel andere bands terug. Strang weet hier niet alleen een compleet eigen sound van smeden, het is ook nog eens steengoed en meeslepend.

 

Various Artists: Monika Werkstatt (cd, Monika Enterprise / Konkurrent)
Gudrun Gut is ooit begonnen in het legendarische Malaria!, maar laat erna ook solo van zich horen. Daarnaast richt ze het prestigieuze Monika Enterprise label op, waarbij ze zich voornamelijk inzet voor de experimentele muziek van vrouwen, van Chicks On Speed, AGF, Komëit en Barbara Morgenstern tot Contriva, Masha Qrella en haar eigen muziek. En dat is een goed en te prijzen initiatief, want ten onrechte krijgt de muziek van de innovatieve, elektronische dames dikwijls minder aandacht. Er zijn zat uitzonderingen uiteraard, maar deze vrouwen staan hun mannetje. Het is een schitterend label dat nu maar liefst 20 jaar bestaat. En in plaats van een simpel labeloverzicht daagt ze diverse artiestes uit om de grenzen van hun creativiteit op te zoeken en deze in te leveren voor de compilatie Monika Werkstatt. Hierop krijg je 17 tracks van uiteenlopende artiesten als Gudrun Gut, Sonae, Barbara Morgenstern, Natalie Beridze, Islaja en Danielle De Picciotto. Het levert ondanks de diversiteit van de artiesten een behoorlijk consistent geheel op vol spannende experimentele muziek. Alles toont de kracht van het label en de vrouwen aan, waardoor je een uniek album krijgt voorgeschoteld. En omdat je mij niet op mijn woord hoeft te geloven als man, is onderstaande link het overtuigende bewijs. Werk aan de winkel voor iedere elektronicaminnende liefhebber!

Zea, live @Gigant (Apeldoorn), 25 juni 2017
Op zondagmiddag willen in de metropool van het Verre Oosten in het cafégedeelte van de Gigant nog wel eens bandjes optreden, meestal akoestisch zodat het bier niet uit je glas klotst. Arnold de Boer, tevens zanger/gitarist bij The Ex, treedt er als Zea op. Onlangs heeft hij zijn prachtige album Moarn Gean Ik Dea gepresenteerd, die geheel in het Fries is. De stemmige liedjes, want hij speelt in het begin enkel van deze cd, komen live net zo hard binnen. Hij begeleidt zichzelf op een akoestische gitaar en maakt af en toe gebruik van de sampler. Tussendoor vertelt hij ook anekdotes waar bepaalde songs vandaan komen. Het levert terecht op veel bijval. Na deze indringende en mooie Friese set brengt hij ook nog enkele van zijn Engelstalige songs waar de sampler lustig tekeer gaat. Het bier klotst dan wel uit de glazen, maar niemand die dat erg vindt. Een zeer fijne middag in het dorp waar te weinig goede muziek wordt gebracht. Onderstaande fragment is van elders, maar het geeft een goed beeld.

 


 

Martijn

مرتضی حنانه چشم دل
In deze tijden van crate diggers die naarstig op zoek zijn naar de hipste „outernational” curiosa om op prijzig vinyl uit te brengen moet je een beetje oppassen. Soms is het eigenlijk niet zo bijzonder of revolutionair als ze beweren. De elektronica waar het begeleidend schrijven over rept bijvoorbeeld heb ik niet kunnen ontdekken (echo?). Morteza Hannaneh gebruikt traditionale Iraanse dastgah, wat subtiele orkestarrangementen en gesproken tekst, beetje wat je op de populaire poëzie-radioshow Golhaye Rangorang hoorde in de jaren zeventig. Op zich niet erg, want het is wel een heel mooi stuk, maar niet revolutionair. Wel pre-revolutionair.

Vince Staples Big Fish Theory
Vince’s vorige album Summertime ’06 was heel erg goed dus de verwachtigen zijn dan hooggespannen. Hij lost ze in op de opvolger. Staples presteert om in de stortvloed aan hip hopreleases met een heel eigen sound te komen. Met invloeden uit diverse genres, van pop tot trap tot dance, maar altijd hip hop.

SZA Ctrl
Na een aantal mooie, veelbelovende mixtapes debuteert SZA met dit album. Mijn eerste indruk was dat het wat minder psychedelisch, meer old school R’n’B. Het wat meer lo-fi-karakter van de oudere opnames gaf wat extra sfeer, deed het wat experimenteler toeschijnen. Toch toont het zich met wat draaibeurten toch zeer de moeite waard.

 


 

Sietse

Fleet Foxes – Crack-Up (Nonesuch)
Het schijnt nogal vreemd te worden gevonden dat ik een zeer grote liefhebber van Fleet Foxes ben (misschien iets te maken met mijn interesse in veelal obscure onbeluisterbare muziek ofzo), maar toch ging begin dit jaar mijn hartje sneller tikken toen ik te horen kreeg dat er een nieuw album zou komen dit jaar.
En na deze afgelopen weekend te hebben gekocht kan ik niet anders zeggen dan terecht…
Wederom flikken de heren het om mijn helemaal te grijpen met de mooie liedjes waar binnen de composities heel veel ruimte is voor vreemde wendingen en experiment. Waar op Helplessness Blues al duidelijk een rijker geluid te horen was zetten de heren dit op op Crack-up ook voort. Rijke orkestraties voor een groot ensemble aan muzikanten vullen de folkliedjes aan zodoende een nog warmer geluid te laten horen. Het is vol, heel erg vol, maar in dit geval is dat eens een keer niet erg.
Wederom een hele fijne plaat en een zeer terecht stap naar Nonesuch.

Ellen Arkbro – For Organ and Brass (Subtext)
Wat een vreemde eend op Subtext is deze plaat en CD (met extra track) van Ellen Arkbro eigenlijk. Geen bombatische industriele (ambient) techno en aanverwanten maar moderne compositie voor kerkorgal en koper blaasinstrumenten. Een zeer geslaagde toevoeging op het label die verre weg het meest interessante is van wat ze tot nu toe hebben uitbracht (ja zelfs meer dan Emptyset). Op album staan respectievelijke 2 of 3 nummers, alleen met het zelfde idee: microtonale veranderingen in de gespeelde patronen. Echter anders dan bij bijv Phill Niblock blijft hier het geluid nog wel heel duidelijk herkenbaar van de instrumenten. Het is achteraf dan ook niet bewerkt.
De stukken werken heel inspirerend en luisteren fijn weg. Echt een plaat voor de jaarlijstjes, want gegarandeerde aanrader voor iedere drone en minimalism liefhebber.

Sarah Davachi – All My Circles Run (Students Of Decay)
Begin deze maand stond de nog jonge Sarah Davachi in de Ruimte in Amsterdam waar ze een van de mooiste live sets van het jaar liet horen. Dit was maar voor een zeer klein publiek van zo’n 10 mensen. Dat dit lage aantal echt zwaar onterecht is, is ook weer duidelijk bij het beluisteren van All My Circles Run, een album waarop Davachi voor het eerste van de computer weg stapt en in plaats daarvan muziek heeft gemaakt voor akoestische instrumenten. Het eind resultaat liegt er niet om, want de 5 stukken zijn een voor een indrukwekkend. Er is duidelijk te horen dat Davachi inspiratie weghaald bij Eliane Radigue, maar weet dit wel een geheel eigen draai te geven. Dit doet ze door voor 5 verschillende instrumenten (incl. Stem) composities te schrijven. In deze is er zowel ruimte voor microtonale veranderingen als voor melodieuze afwisseling (zoals in For Piano).
Een zeer sterk album zowel op vinyl als CD uitgegeven, en ook een voor de eindlijstjes. Veel beter dan dit ga je drones niet krijgen.