Het schaduwkabinet: week 25 – 2017

Naast zonnebrand viel helaas ook een aantal hartverscheurende branden te betreuren. Hopelijk brand je wel van nieuwsgierigheid naar de inhoud van onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: ALA.NI, Sam Amidon, Eraldo Bernocchi & Netherworld, Bison, DJ Lenar, Fovea Hex/ Abul Mogard, Goldie, Arve Henriksen, Igorrr, Kiev Office, Maggie Brown, Alison Moyet, Refusenik, Tindersticks, White Suns, Mallu Magalhães, Gucci Mane en Young Thug.

 


 

Jan Willem

ALA.NI – You & I (2cd, No Format / Sony)
ALA.NI is in Londen geboren, maar woonachtig in Parijs. Ik geloof dat we het moeten stellen met haar pseudoniem, maar dat vormt geen enkele belemmering kan ik verklappen. Vorig jaar is haar cd You & I verschenen, wat een bundeling van haar epees is. Haar naam is toen aan me voorbij gegaan. Nu is de cd al geruime tijd verkrijgbaar, maar wordt deze andermaal in de mark gezet. Dat valt helemaal te begrijpen als je haar muziek hoort, waarbij haar naam een andere stijl doet vermoeden. De eerste schijf telt 12 songs met een totale lengte van krap een half uur. Ze beschikt over een doorleefde, uiterst soulvolle stem, die herinneringen oproept aan Nina Simone, Nancy Sinatra, Billie Holiday en Judy Garland, zij het op een eigentijdse en eigen wijze met een licht mysterieuze gloed. Dat maakt haar niet alleen uniek, het is gewoonweg belachelijk mooi. Daarnaast lijst ze dat op nachtelijke, jazzy wijze in met steel pan, percussie en Höhner guitaret, samen met gasten op gitaar, bas, harp, piano, vleugelhoorn en percussie. Die arrangementen hebben ook dat soulvolle van de jaren 60, maar je hoort er ook wel die bevreemdendheid van Ibeyi en het desolate van Mirel Wagner in terug. Het is één van de wonderlijkste en mooiste albums die ik in tijden gehoord heb. De tweede schijf bevat nog eens 7 nummers van ruim 22 minuten, waarvan twee extra studiotracks, een cover en vier remixen. Aan die mixen worden ook raps en elektronica toegevoegd, die prima passen bij haar sound, Een schitterend addendum voor deze tijdloze beauty.

 

Sam Amidon – The Following Mountain (cd, Nonesuch)
Vorige week heb ik Sam Amidon nog genoemd als één van de deelnemers van het Folk Songs album van Kronos Quartet. Amidon krijgt ook steevast het stempel “folk” mee, maar hij brengt doorgaans toch net even meer dan dat. Dat laat hij ook in de groepen Stars Like Fleas en Doveman wel horen. Daarbij kan de doses folk op zijn soloalbums ook nog wel eens verschillen. Op zijn nieuwste The Following Mountain is goed te horen hoe eigengereid en veelzijdig Amidon is. Zo opent hij nog met een lo-fi folksong, maar laat in de track erna met zijn viool een bijna drone-achtig geluid horen, waarbij ik aan Richard Youngs moet denken. Verderop laat hij weer meer avant-pop horen, waarbij hij naast zijn sterke zang ook gitaar en viool brengt. Dat wordt dikwijls aangevuld met elektronica, orgels, fluiten, saxofoon, synthesizers en dergelijke. Hij wordt daarbij geholpen door onder meer de uitstekende muzikanten Shahzad Ismaily (percussie, beats, gitaar, bas, Moog, Hammond), Leo Abrahams (drums, synthesizer bas, synthesizer, programmering, accordeon, Moog, samples) en special guest Milford Graves (drums). Hij heeft qua aanpak en stem wel wat weg van Arthur Russell en tevens Peter Broderick, al duikt Bill Callahan ook op ter referentie. Als hij er wat meer Afrikaanse ritmes doorheen gooit komt ook Sam Lee in beeld. Ook de traditionele song “Blackbird” voorziet hij van een totaal eigen arrangement, waardoor je het haast niet herkent. De cd besluit met een ruim 11 minuten durend geïmproviseerd experiment. Het moge duidelijk zijn dat de muziek van Amidon iets bijzonders in huis heeft en dat je er met folk alleen de lading totaal niet dekt. Veel belangrijker natuurlijk is dat dit weer een fantastisch, biologerend werk heeft opgeleverd.

 

Eraldo Bernocchi & Netherworld – Himuro (cd, Glacial Movements)
De Italiaanse muzikant Alessandro Tedeschi maakt niet alleen muziek als Netherwold en Liquid Ghosts, maar runt ook het geweldige Glacial Movements label. Hierop verschijnen vooral releases vol ijzige en isolationistische ambient. En omdat het niet ijzig genoeg kan verschijnt er op het label ook de zogeheten “Iceberg Series”, waarbij het natuurlijk de vraag is hoeveel we daar daadwerkelijk van te zien krijgen. Het doel van deze serie is om middels techno en dub de massa te beschrijven die grotendeels onder water ligt. De eerste in de serie komt van Netherworld met Zastrugi 92015), gevolgd door Council Estate Electronics met Arktika (2016). Nu volgt nummer 3 in de serie met het album Himuro van Eraldo Bernocchi en Netherworld. Bernocchi is een begenadigd geluidskunstenaar, die al met Mick Harris, Toshinori Kondo, Harold Budd, Robin Guthrie en anderen heeft samengewerkt en diverse elektronische genres op eigenzinnige wijze aanvliegt. Samen met Netherworld creëert hij een isolationistische hybride van ambient, drones, softe techno en experimentele elektronica. In zes langgerekte composities laten ze een warme en tegelijkertijd onderkoeld muziek ten gehore brengen. Deze is diepgravend en tot de verbeelding sprekend. Je ziet jezelf als het ware in ijzig water onderduiken om de mysterie van de ijsberg te doorgronden. Het is niet alleen hypnotiserend en mysterieus maar ook gewoonweg bloedstollend mooi. Alsof Gas, Biosphere, Thomas Köner, Pjusk, David Kristian, loscil en Deathprod een duister verbond hebben gesloten. IJzingwekkende pracht!

 

Bison – You Are Not The Ocean You Are The Patient (cd, Pelagic / Cargo)
Bison, ook wel eens als Bison B.C. (van British Columbia) geschreven vanwege de vele bizons, is een Canadese band die in 2003 is opgericht. Ze laten gewoonlijk een snoeihard geluid horen dat ergens tussen sludge, metal, noise en post-metal inzit. Inmiddels heeft dit viertal 3 albums gemaakt, waarvan de laatste Lovelessness alweer uit 2012 is. Gelukkig heeft het geweldige Pelagic ze nu weten te strikken en is You Are Not The Ocean You Are The Patient een net zo hard als heugelijk feit. In 7 tracks van een goede 38 minuten weten ze je de oren even flink te wassen. Ze denderen voort als een kudde op hol geslagen bizons en dat doen ze goed. De muziek met zang en buldervocalen maakt een diepe indruk, waarbij de referenties uiteenlopen van Isis en Neurosis tot Unsane, Thursday, Ministry en The Exploited. Ja er zit een behoorlijke punkattitude achter hun sound, waarmee ze weten te overtuigen. Alleen op het eind zorgen ze, zij het van korte duur, even voor een rustpunt, gelardeerd met viool en fluit. Een keiharde, overdonderende comeback.

 

DJ Lenar – Drite Shtilkayt (cd, Bôłt / MonotypeRec)
DJ Lenar is het alias van de Poolse draaitafelspecialist Marcin Lenarczyk, die doorgaans behoorlijk experimenteel uit de hoek komt. Hij bevat een zekere gave om de luisteraar in z’n greep te nemen, wat naast reguliere albums ook een aantal soundtracks oplevert. Nu is hij terug met het bijzondere conceptalbum Drite Shtilkayt, hetgeen Jiddish is voor “derde stilte”. Het is dan ook opgedragen ter nagedachtenis aan de Joodse gemeenschap en hun cultuur in Polen, waar ook tijdens de Tweede Wereldoorlog er velen van zijn omgebracht. DJ Lenar gebruikt hiervoor opnames van cantors van weleer, te weten Gershon Sirota, Zavel Kwartin, Josef Rosenblatt, Mordechai Hersman, Berele Chagy en Mosze Koussevitzky. Hun zang mixt hij met een hoop gekraak van oude lp’s, al dan niet met muziek daarop, tot een stemmig en bovenal droefgeestig geheel. Dat wordt versterkt door de prachtige cellopartijen van Edyta Czerniewicz (Ola Bilińska) en Mikołaj Pałosz, die gearrangeerd zijn door Marek Czerniewicz (NeoQuartet). Ook dat mixt DJ Lenar er op ludieke wijze doorheen. Hoewel het sec bekeken behoorlijk experimenteel in elkaar steekt, weet hij er een schitterende soundtrack van een tragedie van te schetsen. Veertien adembenemende stukken, waar je niet 3 maar wel 14 keer stil van wordt.

Luister Online:
Drite Shtilkayt (albumsnippers)

 

Fovea Hex – The Salt Garden II (10”+mcd+(bonus remix cd van Abul Mogard), Janet/ Die Stadt/ Headphone Dust)
Een jaar geleden begint de eigenzinnige groep Fovea Hex na vier jaren van stilte aan een drieluik. Het betreft een serie van mini releases, waarvan The Salt Garden I het eerste deel vormt. Bij dit project draait het doorgaans om de hemelse, serene zang van de Ierse Clodagh Simonds, die ook nooit te beroerd is om harmonium, pianobas, kalimba, mbira, geluidsbewerkingen en keyboards ter hand te nemen. De harde kern wordt verder gevormd door multi-instrumentalist Michael Begg (Human Greed), zangeres en zaagspeelster Laura Sheeran, elektronicaman Colin Potter (Nurse With Wound), celliste Kate Ellis (Crash Ensemble) en violist Cora Venus Lunny. Samen creëren ze een haast ondefinieerbare sound, die wellicht qua sfeer nog het dichtst bij vroegere mysterieuze 4AD geluid komt. Dat is ook weer het geval op The Salt Garden II, een 10” met daarin de cd versie, waarop wederom 4 nummers van bij elkaar ruim 20 minuten staan. En net als op de voorganger krijgen ze hier steun van Barok altviolist Justin Grounds en elektronicaspecialist en fan van het eerste uur Brian Eno. De muziek is een hybride van (dark) ambient, experimentele muziek, neoklassiek en etherische folk en toch voelt geen enkel label helemaal comfortabel. Je moet het ergens zoeken tussen Susanna, This Mortal Coil, Dead Can Dance, Anna Von Hausswolff, Pantaleimon, SPK en A Winged Victory For The Sullen. Het is van een onaardse schoonheid!
Voor degene die het album bij het label zelf bestellen is er nog een extra remix cd We Dream The Dark Away van de hand van de Servische muzikant Abul Mogard. Hij brengt één lange mix van 21, die het midden houdt tussen ambient en neoklassiek. Hierbij gebruikt hij de muziek van de bovengenoemde epee als mixmateriaal. Het levert een adembenemend addendum op.

 

Goldie – The Journey Man (3cd, Metalheadz/ Cooking Vinyl / V2)
Goeie genade, Goldie, dat is lang geleden! Ten minste, ik heb Timeless (1995) en ben in 1998 gefinisht met Saturnzreturn. Hij is dan ook één van de drum’n’bass grootheden, waar ook een Roni Size op aanhaakt. Tussendoor is er ook niet veel gebeurd op muzikaal gebied; wel op acteergebied en kinderen grootbrengen. Nu is hij terug met The Journey Man. Het klinkt vooral als Goldie van destijds, wat wellicht teleurstellend is voor eenieder die wat anders verwacht had, maar goed nieuws voor degenen die het toch jaren hebben moeten stellen zonder die bijzondere sound van hem, die ook niet meer gemaakt wordt. Hij brengt dus vooral drum’n’bass maar laat ook ambient, funk en soulmuziek horen. Dat laatste meestal met uitstekende gastzangeressen en -zangers. De eerste twee schijven van bij elkaar twee uur lang en 16 nummers breed bevatten ook weer genoeg uitstekende tracks, maar iets indikken was wellicht wel verstandig geweest. Toch vind ik het een groot goed dat hij weer terug is en toont hij aan een meester te zijn in dit genre. De gelimiteerde editie bevat nog een extra schijf met de zogeheten “The Instra Suites”, waarop je 12 nummers van nog eens bijna 80 minuten krijgt. De meeste zijn instrumentale, alternatieve versies van de songs op de andere twee cd’s, al bevat de opener “Natalie’s Truth” nog wel zang. Hier hoor je Goldie van een meer trip hop, jazzy en sfeervollere kant, die zeker wat toevoegt aan de rest. Al met al is dit een fijne, hoopgevende comeback, waarbij het nieuwe vuurwerk wellicht op een volgend album te horen is.

 

Arve Henriksen – Towards Language (cd, Rune Grammofon / Konkurrent)
De Noorse, invloedrijke trompettist Arve Henriksen heeft sinds 1991 een imposante discografie opgebouwd. Niet alleen solo, maar ook in de nujazz band Veslefrekk, de experimentele jazzgroep Food, de imponerende experimentele freejazz/drones formatie Supersilent en projecten als Quaternion, Batagraf, Binary Orchid, Poolplayers, Magnetic North Orchestra, Arild Andersen Group en Christian Wallumrød Ensemble. Daarnaast werkt hij ook samen met David Sylvian, Motorpsycho, Jan Bang, Giovanni Di Domenico, Tatsuhisa Yamamoto, Teun Verbruggen, Erik Honoré, Elling Vanberg en onlangs nog Trio Mediæval. Kortom een muzikant waar je niet omheen kunt. Doorgaans levert hij heerlijk melancholische muziek, die het nachtelijke midden houdt tussen jazz, neoklassiek, minimal music en ambient. Hij komt nu met zijn nieuwe, negende album Towards Language. Zijn muziek is altijd al een soort spreken zonder woorden, maar hier laat hij naast zijn trompet en elektronica ook af en toe zijn stem horen. In één track hoor je ook de zang van Anne Marie Friman (Trio Mediæval, Gavin Bryars). Voor de rest wordt zijn nachtelijk trompetspel geruggensteund door Jan Bang (livesampling, programmering, samples), Eivind Aarset (gitaar, elektronica) en Erik Honoré (synthesizers). Het levert een wonderschoon, nachtelijk en desolaat geheel op dat liefhebbers van Food, Bugge Wesseltoft, Nils Petter Molvær en Bohren & Der Club Of Gore wel zal aanspreken. Biologerende, majestueuze pracht.

 

Igorrr – Savage Sinusoid (cd, Metal Blade)
Ik heb me nogal extreem uitgelaten over de vierde cd Hallelujah (2012) van het Franse project Igorrr, die door het late verschijnen op nummer 1 in mijn eindejaarslijst van 2013 komt. Dit project van Gautier Serre, die ook van zich laat horen in Whoukr, Öxxö Xööx en Corpo-Mente, lijkt hierop namelijk de totale vrijheid van het muziek maken te hebben gevonden. Je hoort aan alles dat de beste man een klassieke achtergrond heeft, mede door de vele Barokke elementen, maar dat weerhoudt hem niet om er ook black metal, Balkan muziek en breakcore aan toe te voegen. Alle grenzen zijn weg en toch weet hij alles te beteugelen tot één strakke sound. Daar kom je gewoonweg niet meer overheen. Maar niets is gewoon in de wereld van Igorrr, zo blijkt wel weer uit de nieuwe cd Savage Sinusoid. Hierop brengt Serre eenzelfde breed om zich heen grijpende mix aan stijlen, maar hij weet dit toch in overtreffende trap te doen en net iets strakker. Echt? Ja echt! Het monster is geëvolueerd en nog beter geworden. Tot zijn gasten mag hij weer rekenen op Laure Le Prunenec (Corpo-Mente, Öxxö Xööx, Rïcïnn, Ele Ypsis), die van sopraan tot schreeuwlelijk op indrukwekkende wijze van zich laat horen, plus imponerende brulboei Laurent Lunoir (Öxxö Xööx). Maar daarnaast maakt Serre ook gebruik van gasten op klassieke instrumenten als klavecimbel, drums, bas, (Balkan) zang, accordeon, gitaar, sitar, saxofoon, piano, strijkers, percussie, Balkanzang en kippen. Een ei hoort erbij. Naast de genoemde groepen zijn de gasteb afkomstig van groepen als Vladimir Bozar ‘n’ Ze Sheraf Orkestär, Pryapisme, Babayaga, New Assholes, Deeds Of Flesh, Mayhem, Estradasphere, Light In Babylon en Cattle Decapitation (zanger Travis Ryan); 20 muzikanten en een kip. Daarmee creëert Serre bij de strot grijpende hybrides van klassieke muziek, totaal over de kop gaande metal, breakcore, Balkan en Oosterse muziek. En eigenlijk alles daar tussenin. Dit is zo goed, zo overdonderend, zo uniek, zo emotioneel en adrenaline opwekkend tegelijk. Hiervan bestaat geen tweede van op aarde. Wat een overdonderend meesterwerk!

 

Kiev Office – Modernistyczny Horror (cd, Nasiono)
Het Poolse Kiev Office is al in 2007 opgericht. Ze hebben tot op heden 4 fijne albums uitgebracht, waarop ze doorgaans een fijne, eigengereide mix van alternatieve rock en post-punk laten horen. De groep bestaat uit Michał Miegoń (zang, gitaar) tevens uit The Shipyard, Joanna Kucharska (zang, bas) en Krzysztof Wroński (drums). Een eenvoudige line-up maar met een maximaal resultaat. Vanaf 2009 brengen ze ongeveer om de twee jaar een nieuw album uit. Dat levert nu hun vijfde album Modernistyczny Horror, ofwel modernistische horror, op. Ze hebben zich laten inspireren door hun thuisstad Gdynia, dat bekend staat als “de parel van het modernisme”. Maar buiten de geijkte toeristische paden bevinden zich bosjes, bunkers, geheime gangen en zeldzaam bezochte enclaves. In feite nemen ze je mee door een alternatieve route door hun stad, die feitelijk het kloppende hart van de stad vormt. Muzikaal gezien gaan ze gewoon verder met het maken van hun eigenzinnige muziek, die bestaat uit een pakkende mix van mathrock, indie, post-punk en alternatieve rock. Hoewel ze mede door de Poolse zang en aanpak een eigen smoel hebben, moet je het ergens zoeken tussen Už Jsme Doma, Blonde Redhead, Made In Poland, Don Caballero en Something Like Elvis. Op ongrijpbare wijze weten ze je ruim 38 minuten in de houdgreep te nemen. Dat is misschien het enige griezelige aan dit fantastische album.

 

Maggie Brown – Another Place (cd, Maggie Brown)
De Amsterdamse groep Maggie Brown wordt in de herfst van 2011 opgericht. Ondanks deze vrouwelijke naam bestaat de groep uit 5 heren. Ten tijde van hun wonderschone gelijknamige debuut uit 2014 zijn dat Marcel Hulst (zang/gitaar), Friso Schmid (keyboards), Pascal van Baren (drums), Randy Derkhof (gitaar, ukelele) en Freek Broekhuijsen (bas). Het in eigen beheer uitgegeven werk, dat overigens best een goed label verdient, bevat een adembenemend tijdloos amalgaam van Americana, post-rock, altcountry, folk, indie en singer-songwritermuziek. Dat dompelen ze onder in een prettig melancholische sfeer. Hierbij is de zang van Marcel Hulst, die me wel wat aan een mix van Ian Masters van de Pale Saints en Joey Burns van Calexico doet denken, een sterke oorvanger. Hij weet je moeiteloos mee te nemen op hun dromerige trip, waarbij de groep zorgt voor een ijzersterke vaak zijdezachte, maar diepgravende omlijsting. De belofte ver voorbij en eerlijk gezegd ook de landsgrenzen. Maar ja wie ben ik? Nu, drie jaar later ziet hun tweede album Another Place het licht, dat wederom in eigen beheer is uitgebracht. Ik zal na al die jaren de muziekwereld wellicht nooit meer gaan begrijpen. Want ook hier laten ze een geluid horen met internationale allure. Inmiddels zijn Derkhof (hier nog wel te gast) en Broekhuijsen vervangen door Steven van der Steen (gitaar) en Thomas Dow (bas). Aan hun geweldige receptuur hebben ze weinig veranderd, maar daar is en was ook geen enkele reden toe. De sterke bitterzoete zang, de innemende melodielijnen en overheerlijke droefgeestigheid maken weer het verschil in hun 10 nieuwe tijdloze songs. Ze laveren van indierock naar Americana en singer-songwritermuziek, waarbij je moet denken aan een prachtige kruisbestuiving van The Serenes, Calexico, At The Close Of Every Day, Mist, Don McLean, Iron & Wine en The Beach Boys. Toch heeft de band een volslagen eigen smoel, waardoor je wellicht ook op andere gedachten wordt gebracht. Alles zit op een continu hoog niveau en weet dikwijls voor bergen kippenvel te zorgen. Muziek als deze wordt niet meer zo vaak gemaakt en zeker niet zo goed. Het is gewoonweg intens genieten van deze ontwapende pracht. Net als op hun debuut hebben ze ook oog voor de verpakking, want de fraaie cover art is ditmaal van kunstenaar Aldo van den Broek, die een voor elk knaagdier jaloersmakend kunstobject heeft gecreëerd. Alles klopt hier gewoon. Muziek die zich om je heen vouwt als een vertrouwde maar nieuwe deken. Ik mag enkel hopen dat ze nu de aandacht krijgen die ze verdienen. Hulde!

 

Alison Moyet – Other (cd, Cooking Vinyl)
Ik vermoed dat ik bij haar vorige cd The Minutes (2013) dit ook gezegd heb, maar anders bij deze, dat ik de stem van Alison Moyet altijd bijzonder mooi heb gevonden maar de muzikale omlijsting niet altijd. Daarom had ik tot voor 2013 enkel een compilatie van haar en eentje van haar groep Yazoo in huis. Maar dat ik ruim 30 jaar na haar debuut nog altijd eens iets nieuws van haar in huis zou halen, vind zelfs ik wel opmerkelijk. De vorige is een uitstekende popplaat vol melancholie en bij vlagen behoorlijk hard en elektronisch. Nu is de zojuist 56 jaar geworden Britse weer terug met Other en ook deze mag er wezen. Ja, rijping op het vat doet soms wonderen, al is ze behoorlijk afgevallen. Ze brengt hier samen met een stel sessiemuzikanten zomerzwoele synthpop, vol nachtelijkheid en nostalgie. En een enkele maal komt ze weer lekker fel uit de hoek of brengt ze spoken word. Het zorgt wellicht niet voor grote verrassingen, maar het is stiekem gewoon weer een heel goed en genietbaar album geworden met enkele heel fraaie uitschieters.

 

Refusenik – Musikaliszer Pinkos (cd, Bôłt / MonotypeRec)
De in Litouwen geboren componist/geluidskunstenaar Arturas Bumšteinas maakt al jaren muziek in de instrumentale, elektro-akoestische en drones hoek en creëert ook menig geluidsinstallatie. Dat doet hij onder zijn eigen naam, maar ook onder het alias Refusenik (een naam waarmee ze in Asterix & Obelix ook wel raad mee zouden weten). Daarmee maakt hij in 2014 de cassette Musikaliszer Pinkos, waarop hij gebruik maakt van meer dan 200 Hebreeuwse religieuze zangstukken die door cantor Abraham Bernstein in 1927 in een boek zijn vastgelegd in het toenmalig Poolse Vilnius (nu Litouwen). Wat dat betreft vindt Bumšteinas wel enige aansluiting met DJ Lenar van hierboven. Echter de muziek is volslagen anders. Je hoort weliswaar historische zangopnames, die hij veelal op vrijmarkten heeft gevonden, maar Bumšteinas voorziet deze van zijn totaal eigenzinnige elektronische omlijsting, die hij hoofdzakelijk met de vintage Polivoks synthesizer schept. Daarbij maakt hij gebruik van fragmenten van de melodieën die opgetekend zijn in het boek van Berenstein. Ook al raakt de muziek elkaar niet, moet ik qua aanpak toch denken aan klasbak Akira Rabelais die met Autechre stoeit. Maar Refusenik laat hier ook iets volslagen unieks en bevreemdends horen, dat wortels in het verre verleden kent maar uiterst futuristisch klinkt. Fascinerende en overrompelende muziek van een wel heel bijzondere buitencategorie. Het prestigieuze Poolse Bôłt label heeft nu de cd versie uitgebracht, die de cassette overstijgt. Een geweldig meesterwerk!

 

Tindersticks – Minute Bodies: The Intimate World Of F. Percy Smith (cd+dvd, City Slang/ Lucky Dog / Konkurrent)
De kenner weet inmiddels dat er twee gezichten van de Tindersticks zijn, te weten die van de heerlijk pop noire crooners en ten tweede die van de woordeloze soundtrack makers veelal van de films van Claire Denis. Dat laatste komt nota ben doordat zanger Stuart A. Staples een fervent liefhebber is van films, maar ook zelf graag mag filmen. Staples heeft nu een film gemonteerd naar aanleiding van beelden van natuurliefhebber en documentaire pionier Frank Percy Smith (1880-1945), die met zelf in elkaar geflanste camera’s de groei van allerlei flora en fauna heeft vastgelegd. Hij was meer een entertainer en enthousiasteling dan een expert, die door zijn voortrekkerswerk met micro-cinema bekendheid heeft verworven. Daar is ook de soundtrack, die net als de film Minute Bodies: The Intimate World Of F. Percy Smith heet, voor gemaakt. Het is gezien het thema niet verwonderlijk dat dit het meest minimale en tevens subtiel rijk gedetailleerde werk van hen tot nu toe is geworden. Een nachtelijke atmosfeer vol minimale jazzy muziek waar microgeluidjes komen en gaan en heel af en toe een hoge vrouwenstem klinkt. Naast Staples (gitaar, omnichord, zang, loops) zijn het Tinderstick-leden David Boulter (orgel, piano, vibrafoon, percussie), Earl Harvin (drums, vibrafoon, synthesizer) en Dan McKinna (contrabas, piano) en Neil Fraser (gitaar, klokkenspel) die het werk inkleuren samen met de gasten David Coulter (basharmonica, zingende zaag, neusfluit) van 48 Cameras (en ooit The Pogues), Thomas Belhom (percussie, drums) van Amor Belhom Duo en ABBC (met Calexico), Julian Siegel (saxofoon) en Christine Ott (ondes martenot, piano, Rhodes, klokkenspel, zang). Een waar sterrenteam, die samen toch een fluweelzacht geluid minimaal laten horen waarvan een hypnotiserende werking uitgaat. Het is ook allemaal behoorlijk mysterieus, wat ook prima past bij de wondere microwereld. Fascinerende muziek, die ook zonder beeld overeind blijft. Mocht je wel beeld nodig hebben, dan zit de film er gewoon bij. Deze is fraai gemonteerd en bevat prachtige zwart-wit beelden. De muziek past er perfect bij en de Tindersticks bewijzen weer over meerdere grootse talenten te beschikken.

 

White Suns – Psychic Drift (cd, The Flenser / Konkurrent)
Veel van de muziek op het Flenser label kenmerkt zich door extreme elementen. Datzelfde geldt voor het uit New York afkomstige White Suns. Sinds 2011 brengen ze hun releases naar buiten, die veelal bestaan uit heftige noise en drones. Vanaf hun tweede album Sinews produceren ze meer geluid dan echt muziek met kop of staart, waarbij ze de teksten er doorheen schreeuwen. Toch mist dat z’n uitwerking bepaald niet. Dadaïstisch hard en concreet. Op Totem (2014) komen ze daarmee op hun top. Daar gaan ze ook mee verder op Psychic Drift, dat misschien wel hun meest extreme album tot nu toe is. Luide drones, die soms meer weg hebben van toeterend verkeer of een slijptol tegen hard staal, plus de teksten die ze er doorheen roepen. In vier lange, venijnige stukken weten ze je daarmee compleet in te pakken. Het heeft iets fascinerends, net als Gore destijds dat deed om de kaalheid en lelijkheid van het bestaan te duiden. Ook iets dergelijks en urgents voel je met deze muziek. Zeer indrukwekkende geluidsmassa!

 


 

Martijn

Mallu Magalhães Vem
Weer voor populaire Braziliaanse muziek (MPB) en today’s album of choice is een zeer gevarieerd album met uiteraard poppy bossa, lush gearrangeerd met slicke strijkers in Casa Pronta, wall of sound-referenties in Navegador, regelmatig terugkerende blazers zoals in de video hieronder maar soms ook een (licht) „randje” in de vorm van surfy Zorn/Ribot-gitaren zoals Culpa do amor. Een zonnig album!

Gucci Mane Drop Top Wop
Gucci Mane dropt mixtapes like Cosby dropping babies en ik volg ze niet allemaal maar deze is helemaal geproduceerd door Metro Boomin en dat trok mijn aandacht. Net als Savage Mode van 21 Savage dacht ik eerst nog „meh” maar die simpele Metro-producties zijn toch weer zeer doeltreffend. Je zet het toch elke keer weer op en zo gaan die onderkoelde en moody tracks onder je huid zitten.

Young Thug Beautiful Thugger Girls
Na een shitload aan mixtapes is dit geloof ik Thugger’s eerste echte album E.B.B.T.G (Eazy Breezy Beautiful Thugger Girls), al vervallen die eerste twee woorden dan ook weer. Een „serieuzere“ aanpak wellicht met meer pop-, r’n’b- en zelfs country-invloeden. Tekstueel moet je het niet te serieus nemen (als je ze al verstaat), het blijft een soort placeholder-tekst die een vehikel zijn voor allerlei vocale experimenten. Het hangt tussen rappen, freeform zingen en iets wat een moderne vorm van „scat“ is. Lang niet elke track is een banger maar het blijft een fascinerend fenomeen.