Het schaduwkabinet: week 20 – 2017

De formatie mag dan mislukken in Nederland, hier gaan we altijd door, desnoods als eenmansfractie. Zie als bewijs gewoon weer mijn lijstje uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Chris Bathgate, Biosphere, The Bug vs Earth, Sophie Cooper & Julian Bradley, The Cubical, Demen, Do Make Say Think, Endless Boogie, Forest Swords, Jesu/ Sun Kil Moon, JOIA, Klimperei, The Mountain Goats, Plan Kruutntoone, Hugo Race / Michelangelo Russo, Görkem Saoulis, She-Devils, Sleepmakeswaves, The Somnambulist, Tricot, Jane Weaver en The World Of Dust.

 


 

Jan Willem

Chris Bathgate – Dizzy Seas (cd, Quite Scientific / Konkurrent)
Chris Bathgate is een begenadigde Amerikaanse singer-songwriter, die op zijn twee prachtige albums Throatsleep (2006) en A Cork Tale Wake (2007) voor een schitterende mix aan folk, Americana en indierock. Zijn warm herfstige stem vervult daarbij wel een hoofdrol. Aanraders als je die nog niet kent! Daarna volgt er nog een mini cd en de lp Salt Year (2011). Aangezien ik niet van het vinyl ben is het dus maar liefst 10 jaar wachten eer ik het nieuwe, vierde album Dizzy Seas te horen krijg. En die klinkt meteen weer vertrouwd. Hij schept net als op zijn andere werken een melancholische, maar intieme sfeer. Zijn singer-songwritermuziek bevat wat meer elektronische franje en langgerekte stukken, die behoorlijk bijdragen aan de toch al bijzondere sfeer die hij schept. Hoewel hij het meeste zelf brengt, krijgt hij her en der nog wel steun op zang, vedel, drums, distortion pedaal en fluit. Dat levert bij elkaar weer zulke kippenvel opwekkende parels op. Voor mij komt hij door de muziek, de sfeer en het gevoel ergens uit tussen Fink, Adrian Crowley, Red House Painters, Horse Feathers, Radiohead, Peter Broderick en Smog. Bathgate is een geweldenaar als het om wonderschone gevoelsmuziek aankomt.

Chris Bathgate – Come to the Sea from DeSant Productions on Vimeo.

 

Biosphere – The Petrified Forest (mcd, Biophon Records)
De Noorse artiest Geir Jenssen is natuurlijk vermaard om zijn techno en isolationistische ambientwerken met Biosphere. Tevens heeft hij acte de présence gegeven in Bel Canto, The Fires Of Ork en Time Probe en met Biosphere ook samengewerkt met Deathprod en The Higher Intelligence Agency. Toch vindt hij ondanks zijn omvangrijke oeuvre altijd nog nieuwe invalshoeken. Zo bestaat zijn vorig jaar verschenen twaalfde album Departed Glories vrijwel volledig uit stemflarden. Voor The Petrified Forest, een mini album van een half uur, heeft Jenssen zich laten beïnvloeden door de gelijknamige film uit 1936 van Archie Mayo. Het staat ook best raar op een muziekalbum van Biosphere of welk modern album dan ook: “featuring Joan Lorring, Bette Davis, Leslie Howard”. Die eerste moet hij overigens uit een andere film gesampled hebben. Jenssen brengt een nostalgisch warm elektronisch geluid dat ergens tussen organische tecnho en ambient uitkomt. Daardoor hoor je dan zo nu en dan op heel fraaie wijze de stemmen van de eerder genoemde. Het resultaat is weer verbluffend goed.

 

The Bug vs Earth – Concrete Desert (cd, Ninja Tune)
The Bug vs Earth met hun gezamenlijke album Concrete Desert is op papier al een affiche van jewelste natuurlijk. Aan de ene kant van de ring The Bug van Kevin Martin. Deze geweldige artiest/producer is verantwoordelijk voor zowel de harde avant-garde van God als de isolationistische ambient van Ice. Maar eveneens roert hij zich in grime, dub, hip hop, breakbeats en meer in onder andere projecten als Techno Animal, Experimental Audio Research, King Midas Sound en The Curse Of The Golden Vampire. Nee en dan Earth aan de andere zijde van de ring, hier vertegenwoordigd door gitarist Dylan Carlson. Een groep die de pioniers van het drone/doom genre zijn en onder meer Sunn O))) hebben geïnspireerd. Samen brengen ze een robuust, metaalachtig geluid naar buiten dat ergens tussen drones, dark ambient, industrial, metal, doom en experimentele muziek uitkomt. In feite brengen ze een gitzwarte dwarsdoorsnede van hetgeen ze ieder afzonderlijk eerder hebben gemaakt. Maar dat pakt wel zo ijzersterk uit, dat je tot het einde toe op de punt van je stoel zit. Je ziet ook echt kaalgeslagen, industriële terreinen voor je, maar ook wonderschone beelden van ijzige landschappen. Een oprechte black beauty!

 

Sophie Cooper & Julian Bradley – The Blow Volume 3 (cassette/digitaal, Front & Follow)
Het geweldige, innovatieve Britse label Front & Follow label blijft op een leuke manier bezig met muziek. Niet alleen brengt het releases van bijzondere artiesten uit, maar het maakt dikwijls het verschil met originele series. Hiervan zijn “Long Division With Remainders” en “Collision/Detection”, waarbij artiesten uit een pot geluiden van elkaar mogen grijpen om er zelf iets mee te doen, daar sterke voorbeelden van. Vorig jaar start het label de zogeheten “The Blow” serie, waarop ze digitaal en op cassette splitreleases uitbrengen van onbekende artiesten die het omarmt. Deel 1 in de serie komt van IXTab en Hoofus. En het tweede deel, eveneens van vorig jaar, is een split tussen Time Attendant en Howlround. Nu is The Blow Volume 3 een feit, hetgeen een split is van Sophie Cooper en Julian Bradley. Gelukkig is die voor recensenten op een cd uitgegeven. De experimentele artieste Sophie Cooper heeft naast solowerk ook muziek uitgebracht met Ignatz, Delphine Dora, United Bible Studies en Ben Nash. Al wat langer onderweg is experimentele avant-garde artiest Julian Bradley, die naast solomateriaal (The Piss Superstition) ook van zich laat horen in Vibracathedral Orchestra, Birds Of Prey en The Negative Kite. Voor hun gezamenlijke album hier werken ze nauw samen en niet apart van elkaar. Sterker nog, door deze samenwerking gaan ze hierna ook verder als The Slowest Lift. Hier brengen ze in elk geval een fascinerende mix van drones, gitaarambient, gruizige noise, allerhande experimenten, spookachtige elementen en etherische vocalen. Op een psychedelische wijze houdt dit het midden tussen Grouper, Charalambides, His Name Is Alive, Roy Montgomery en Catherine Christer Hennix. Dat klinkt niet alleen te mooi om waar te zijn, dat is het ook gewoon. Het toont eens te meer de kracht van deze serie aan, met een verbluffend album tot resultaat bovendien.

 

The Cubical – Blood Moon (cd, Half Penny Records / Five Roses Press)
Liverpool is natuurlijk een rijke muziekstad. The Beatles, Echo & The Bunnymen, OMD, Frankie Goes To Hollywood, China Crisis, A Flock Of Seagulls en noem ze maar ook, het is maar een greep. Ook The Cubical komt er vandaan, al associeer je hun sound wellicht niet snel met deze stad. Onder leiding van zanger/gitarist Dan Wilson en gitarist/orgelspeler/achtergrondzanger Alex Gavaghan maken ze lekker smerige mix van garage en blues. Daarbij klinkt de zang van Wilson soms bleusy en een beetje geknepen in de meer rustige stukken, maar als ze losgaan verandert dat in een scheepsschroef waar de zeepokken zich volop genesteld hebben; een soort kruising van Tom Waits, Captain Beefheart, Mark Lanegan en Howlin’Wolf. Op hun vierde album Blood Moon is dat niet anders. De band bestaat naast dit duo uit John Paul Green (gitaar), Mark Percy (drums, percussie, achtergrondzang) en Craig Bell (bas) plus een handvol gasten op bas, zang, trompet, saxofoon en cello. In 40 minuten leveren ze 9 nieuwe tracks, die door het ongepolijste en dynamische behoorlijk aanstekelijk zijn. En in de meer rustige stukken weten ze je ook in te pakken met onversneden emoties. Naast de genoemde artiesten moet je ook denken aan The Gun Club en Dead Moon, maar eigenlijk past niets helemaal. Nee dit is bepaald niet de gemiddelde garage/bluesband. Hun beste tot nu toe durf ik te beweren.

 

Demen – Nektyr (cd, Kranky / Konkurrent)
Door de jaren is het innovatieve Kranky label mijn oerfavoriet 4AD inmiddels ver gepasseerd. Dat komt mede doordat ze steevast op zoek blijven naar muziek die past binnen de melancholische en dikwijls isolationistische kaders. Nieuw op het label is de Zweedse Irma Orm met haar project Demen, waarmee ze nu haar debuut Nektyr het licht laat zien. Hoewel licht, het geheel omvat 7 uiterst duistere, etherische en bovenal dromerige songs met een totale lengte van bijna 35 minuten. Het past zeker in de prestigieuze Kranky-stal, maar verschilt ook wel van de rest door de lichte gothic-en wave-elementen die de muziek rijk is. En de spookachtige vocalen, die je ook elders zou verwachten. Dat alles brengt Orm in combinatie met diepgravende ambient, fraaie drones, shoegaze en glitchachtige experimenten. Het is van een breekbare mysterieuze schoonheid die je zelden zo treft en het beste van Omala, Soap&Skin, Cocteau Twins, This Mortal Coil, The Sight Below en Birds Of Passage naar boven haalt. Wat een ontzaglijk betoverend droomdebuut!

 

Do Make Say Think – Stubborn Persistent Illusions (cd, Constellation / Konkurrent)
Do Make Say Think is een instrumentale groep die het bijzondere Canadese label Constellation al jaren extra cachet geeft. De groep uit Toronto wordt geformeerd in 1995 maar debuteert in 1997, hier in 1998, met hun sterke gelijknamige album. Al snel wordt duidelijk, ook op de 5 werken erna, dat ze op eigenzinnige wijze invulling geven aan het platgetreden post-rock idioom. Dit doen ze door er op immer doorwaadbare wijze jazz, hardcore, psychedelica en improvisaties aan toe te voegen. In 12 jaar tijd brengen ze 6 albums en ze lijken met name op de laatste Other Truths (2009) flink op stoom te raken. Het geluid is namelijk harder, meer uptempo en gearrangeerd plus dat er her en der zang of beter gezegd stemgeluiden te horen zijn van The Akron/Family en Lullabye Arkestra. Een subliem album. En toen was het stil. Nu zitten de diverse leden ook wel in groepen als Broken Social Scene, Valley Of The Giants, Völur, Lullabye Arkestra en K.C. Accidental, maar ook daar is niks nieuws van verschenen. Acht jaar later zijn Ohad Benchetrit (gitaar, bas, sax, fluit), David Mitchell (drums), James Payment (drums), Justin Small (gitaar) en Charles Spearin (bas, trompet) eindelijk terug met Stubborn Persistent Illusions. Ze worden hierbij nog geholpen door de gasten violiste Julie Penner (Broken Social Scene), trompettist Mike Barth, bariton saxofonist Leon Kingstone (Broken Social Scene) en trompettist Adam Marvy. Ze trekken de energieke lijn hun laatste album hier door, zij het op frisse en bredere wijze. Dat levert in 9 tracks van bij elkaar ruim een uur afwisselend zeer aanstekelijke, spannende, psychedelische en tot de verbeelding sprekende stukken op. Ze vertonen bepaald geen roest of metaalmoeheid, maar juist een opgepoetste versie van zichzelf, waarbij ze nu ook dikwijls de krautrock kant opkoersen. Het toont maar eens te meer hun toegevoegde waarde en geweldige klasse aan. Een grootse comeback!

 

Endless Boogie – Vibe Killer (cd, No Quarter / Konkurrent)
Het gebeurt toch niet vaak dat ik John Lee Hooker tweemaal in één week noem, maar zowel Hugo Race (zie verder) als de groep Endless Boogie delen een link met deze bluesheld. Endless Boogie is een Amerikaanse band die zich vernoemd heeft naar een album uit 1971 van hem en al sinds 1997 actief is. Ze maken veelal een rauwe mix van bluesrock, stoner en psychedelische rock. En dat is eigenlijk niet anders op hun nieuwste wapenfeit Vibe Killer. Het zijn Paul Major op gitaar en zang, die wel in de buurt van Mark Lanegan, Tod Ashley (Firewater, Cop Shoot Cop) en Scott McCloud (Girls Against Boys, New Wet Kojak) komt. Ook muzikaal gezien komt hij op een bluesachtige wijze in de buurt van deze groepen, zij het met een volslagen eigen touch. Hij krijgt hier rugdekking van gitarist Jesper Eklow, bassist Mark Razo, drummer Harry Druzd en gitarist Matt Sweeney (Bonnie ‘Prince’ Billy, Iggy Pop, Chavez, Skunk). In zevens tracks van bij elkaar bijna 52 minuten laten ze een lekker ruig en nachtelijk bluesgeluid horen, dat liefhebbers van de genoemde artiesten wel zal aanspreken. Ze brengen gewoon weer een heerlijk smerig album. Gewoon je stoeipakje aantrekken en genieten!

 

Forest Swords – Compassion (cd, Ninja Tune)
Forest Swords is het project van de Britse producer Matthew Barnes. Op Dagger Paths (2010) en het feitelijke debuut Engravings (2013) laat hij een spookachtige dan wel mysterieuze mix horen van smaakvolle dub, psychedelische muziek, r&b, soul, dubstep, post-rock, krautrock en experimentele muziek. Het pakt op originele geweldig uit en een nieuwe artiest om in de smiezen te houden is geboren. Maar liefst 4 jaar moeten we op het vervolg Compassion wachten. En gelukkig blijkt dat meer dan de moeite waard. Nog altijd knoopt hij op eigengereide wijze stijlen als dubstep, r&b, hip hop en psychedelica aan elkaar. Hij voegt er nu ook neoklassieke, pop-, jazz-, ambient- en Oosterse elementen aan toe en lardeert het geheel dikwijls met soulvolle en etherische stemmen dan wel zang. Als geen ander weet hij een bijzondere, mysterieuze sfeer te scheppen die je volledig in de houdgreep neemt en je van je sokken blaast. Het is haast of je een parallel universum binnenstapt, waar de muziek klinkt als een hybride van Richard Skelton, Philip Jeck, Massive Attack, Burial, Arca, The Cinematic Orchestra en These New Puritans. Barnes lijkt gewoon nog beter te zijn geworden. Wat een glansrijk, geniaal album!

 

Jesu / Sun Kil Moon – 30 Seconds To The Decline Of Planet Earth (cd, Caldo Verde)
Mark Kozelek heeft met zijn Sun Kil Moon 11 weken geleden nog een dubbel cd uitgebracht, dus logischerwijs komt hij gewoon met nog een cd. Ditmaal met Jesu, waarmee hij vorig jaar ook al een album heeft gemaakt. Dat is een aangename verrassing gebleken van twee artiesten die sinds eind jaren 80/begin jaren 90 al volg. In die tijd zou ik nooit hebben gezegd dat deze twee ooit samen muziek zouden maken. Jesu van Justin K. Broadrick opereert dan nog in de harde hoek met Napalm Death, Head Of David en zijn eigen Godflesh. Hierna zijn het ook projecten als Techno Animal, Final, God, Ice en The Curse Of The Golden Vampire. Allen hebben ze geen raakvlakken met de meer verstilde postrock van Kozelek’s Red House Painters. Maar met Jesu laat Broadrick een geluid horen dat wel past bij de heerlijke sombermanmuziek van Kozelek. Samen blijft het geluid toch dichter bij Sun Kil Moon, al zorgt Jesu gewoon voor een ander, bijzonder geluid op de achtergrond. Datzelfde geldt eigenlijk ook weer voor 30 Seconds To The Decline Of Planet Earth. Allerlei zaken die niet deugen passeren de revue. Zo wordt Michael Jackson afgebrand in “He’s Bad” en krijgt ook Trump het er van langs. Maar oh oh oh, wat barst het ook weer uit z’n voegen door zijn heerlijke cynisme en humor. Plus liefde voor krokodillen. Ehm, never mind. Kozelek’s typerende zang speelt weer de hoofdrol en Jesu zorgt samen met een paar anderen voor het prettige decors, dat nu iets meer elektronisch uitpakt. De negen nummers zijn behoorlijk langgerekt, maar ontvouwen zich als een goed verhaal of een vermakelijke film. De cd finisht dan ook pas na 77 minuten, waarbij je jezelf geen moment verveelt! Zelfs niet in de stukken die gewoon 13 en zelfs 17 minuten duren. Alsof je een kraan openzet waaruit alleen maar heerlijk water vloeit. Het is haast meer een event dan een cd. Ondanks het korte tijdbestek is dit gewoon weer zijn en hun volgende geweldige album.

 

JOIA – Living It Now (cd, JOIA / It’s All Happening)
Muziek moet je raken en dat valt of staat soms alleen al door een stem. Dat is bepaald geen exacte wetenschap dus. Als je op de infosheet leest dat JOIA flamboyante powerpop maakt en klinkt alsof Ilse De Lange, Fiona Apple en Adele elkaar ontmoeten en hun krachten bundelen, dan heb je mijn aandacht niet echt. En ik moest nog eten! Dapper als ik ben zet ik het album Living It Now gewoon op; living on the edge zal je bedoelen! Gelukkig blijkt vooral het Fiona Apple deel te kloppen en voeg daar gerust Tori Amos aan toe. En powerpop? Ja soms wel, maar voor een groot deel van de 10 songs staat er vaak ook intense, lieflijke songs, die oprecht zijn en spekgladde valkuilen vermijden. Fraaie indiepop, uitgedost met sterke orkestraties en blaaspartijen, plus zangeres Joia Rath met een pakkende en gewoonweg heel mooie stem. Ze werkte daarvoor samen met Bas van Holt (The Dawn Brothers, Mark Lotterman), Wannes Salome (Klangstof, Autumn Child) en Sam Jones. Overigens staat ze vorig jaar in de finale van de Grote Prijs Van Nederland en studeert ze cum laude af aan Codarts. Maar goed, dat hoeft nog niks te zeggen over de muziek die je dan gaat maken. Toch kun je stellen dat ze er hier weliswaar op toegankelijke maar tevens ook zeer creatieve wijze mee zijn omgegaan. Het is smaakvol en de emoties niet geveinsd. Ja en dan heb je mijn aandacht wel te pakken! Veelbelovend debuut.

 

Klimperei – Ostinatii 2 (cd, In Poly Sons)
De Franse muzikant Christophe Petchanatz is al meer dan 30 jaar actief in de muziek, waarbij Klimperei zijn hoofdproject is. Hij maakt met behulp van speelgoed avant-gardistische kamermuziek, waarmee hij in dezelfde vijver roert als Pierre Bastien en Pascal Comelade, zij het misschien met wat meer humor. Veder vind je hem ook terug in Al & Del, Deleted, DeNTs, Die Wunde, Guaranteed Gang, Los Paranos, Klimparag en Totentanz en heeft hij samengewerkt met Pierre Bastien, Frank Pahl, Palo Alto, Don Simón y Telefunken, Grimo, Eric Chabert en eerder dit jaar nog met Tabugu. In 2013 verschijnt de digitale release Ostinatii 1, waarop 11 uiterst repetitieve stukken staan. Of deze tonaal zijn of niet, hard of zacht, dat boeit niet. Gewoon herhalen, herhalen en nog eens herhalen. Dat levert uiteindelijk wel een soort hypnotiserend geheel op. Nu is er op cd Ostinatii 2, de tweede uit deze serie. Ook hier staan 11 tracks op met een repeterend karakter. Binnen de tracks schuift hij heel subtiel met tonen en ritmes, waardoor het geheel je op bevreemdende wijze weet te biologeren. Het is een andere kant van Klimperei, zij het met dezelfde instrumenten, maar wel een zeer interessante.

 

The Mountain Goats – Goths (cd, Merge / Konkurrent)
Sinds 1991 is The Mountain Goats een vreemde eend in de bijt binnen de alternatieve, folk-, indierock en pop. Onder leiding van John Darnielle in een steeds wisselende formatie weet je nooit wat je verwachten kunt. Ik vind hun middenperiode op het 4AD label erg sterk, waar ze met eigenzinnige folkrock naar buiten treden. Maar ook daar omheen zitten een stel sterke albums, afgewisseld met gewoon wat mindere. Al scoren ze altijd wel een voldoende. En er zit altijd een dikke knipoog achter alles; je moet het niet bloedserieus nemen. Aan het begin van dit decennium brengen ze hoofdzakelijk hun muziek uit op Merge, zo ook de nieuwe Goths. Dit is zogenaamd hun gothic album, maar daar heb je de eerste knipoog alweer te pakken. Darnielle (zang, piano, Fender Rhodes) omringt zich hier met blazer/toetsenist Matt Douglas, drummer/percussionist Jon Wurster, bassist/zanger Peter Hughes en gasten op zang en koorzang. De 12 songs die ze hier brengen hebben dus weinig van doen met gothic, hoewel sommige teksten er wel bij passen, maar zitten weer op unieke wijze ergens tussen folk, indierock, nachtelijke jazz, soul en droefgeestige singer-songwritermuziek in. Het grijpt wat meer terug op hun sterke middenperiode, al gaan The Mountain Goats altijd voorwaarts. Herhaling is bepaald niet hun middelnaam. Je kunt stellen dat ze na 26 jaar gewoon nog altijd in staat zijn zeer interessante muziek te maken wars van hypes. Tijdloze, verrassende pracht!

 

Plan Kruutntoone – Wat Doen De Handen (12”, Esc.rec.)
Het Groningse trio Plan Kruutntoone is in 1991 opgericht en ontlenen hun naam aan een bizar verhaal van Belcampo. In 1998 brengen ze hun meer dan overtuigende debuut Humpacoma. Ze behoren in één klap tot één van de meest bijzondere bands van Nederland. In eerste instantie brengen ze nog een avant-rock gelardeerd met experimenten, Oost-Europese muziek, jazz en poëzie en teksten in het Servo-Kroatisch, Nederlands en Engels. Drie jaar later komen ze met Gelijktijdigwiel waarop bandleider/poëet Hans Visser (gitaar, banjo, stem) verklaart dat ze daar op zoek gaan naar een nieuwe vorm van volksmuziek in het ten nadele veranderende Europa. Enige toekomstvisie kun je hem ook niet ontzeggen! Daarbij bepalen avant-garde, rock, jazz, Balkan-muziek en experimenten het verbluffende volksgeluid uit hun denkbeeldige land. Daarbij hebben ze ook oog voor de vormgeving van de hoes. Steeds meer wordt Plan Kruutntoone een kruisbestuiving van beeldende kunst, poëzie en muziek. Dan is het 5 jaar wachten op Een Mooi Pak/ From All My Secret Pockets, waar nog meer die combinatie van kunstvormen bij elkaar komt. Ook al gaan ze verder op de eerder ingeslagen weg, het is altijd weer anders, nieuw en verrassend. Zo spelen ze met 10 man en spelen de teksten een nog prominentere rol. Als ook dan de respons uitblijft gaat Hans compositie studeren aan het Gronings Conservatorium. Er ontstaat tussendoor weer genoeg stof tot nadenken, materiaal om op te schrijven en er chocola van te maken. In 2013 verschijnt dan het overrompelende meesterwerk Als Alles Er Af Is, dat ook hoog in mijn jaarlijst eindigt. Hans Visser (gitaar, (zelfbouw)banjo, stem) werkt dan weer samen met bassist van het eerste uur Bas Alblas en de nieuwe drummer Chris Muller. Zoals de titel al doet vermoeden is de muziek hier teruggebracht tot de essentie, waar minder meer is. Ze scheppen ruimte voor de luisteraar, die zo ook een eigen invulling kan geven aan de muzikale kapstok. Alleen de prachtige, poëtische teksten eisen de aandacht op en geven deels richting aan het geheel. Een adembenemend, diepgravend werk vol woede, verdriet, bevreemding, schoonheid en tevens ontroering.
Niet verwonderlijk dus dat mijn hart een sprongetje maakt bij het verschijnen van het vijfde album Wat Doen De Handen, als 12” en digitale release uitgebracht op het innovatieve Esc.rec. label uit Deventer. Het zelfde drietal als hierboven geeft hierop acte de présence. Ze presenteren 8 stukken die gecomponeerd zijn voor het stuurloze trio zelf en een heus strijkkwartet. De muziek kent kop noch staart, is soms zelfs fragmentarisch en toch kan je als in een lijnpuzzel het geheel zien. Op andere momenten krijg je zinnenstrelende strijkers of juist een harde avant-rock uitbarsting. Het is telkens verrassend, spannend en intrigerend. Daarbij krijg je de bevreemdende teksten van Hans, aangevuld met die van Samuel Beckett, die fascineren door schoonheid en het soms Kafkaiaanse effect ervan. Niets is gewoon, maar ook niets is ongewoon. Het is als een grillige, oprechte soundtrack van het leven zelf, waar niets, iets, mooi, lelijk, confronterend, afstandelijk, teder en hard elkaar op natuurlijke wijze afwisselen en aanvullen. Het album vol totaalkunst kruipt langzaam onder je huid en laat niet meer los. Het bewijst eens te meer wat een volslagen unicum Plan Kruutntoone is.

 

Hugo Race & Michelangelo Russo – John Lee Hooker’s World Today (cd, Gusstaff Records)
De Australische en veelzijdige muzikant Hugo Race geniet ondanks zijn vele solowerken vermoedelijk toch de grootste bekendheid door zijn voormalige lidmaatschap in Nick Cave’s The Bad Seeds. Maar eigenlijk doe je hem daarmee tekort, want hij heeft solo maar ook met Hugo Race & The True Spirit, Hugo Race & Fatalists alsmede met The Wreckery en Dirtmusic (met Chris Eckman (The Walkabouts) en Chris Brokaw (Codeine, Come, The New Year)) een imponerende discografie opgebouwd. Hiermee zit hij altijd ergens in de hoek van de rockballads en nachtelijke blues. Nu brengt hij met Michelangelo Russo, ook geen vreemde in de blueswereld, de cd John Lee Hooker’s World Today. Hierop brengen ze 8 nummers van deze legendarische delta bluesmuzikant Hooker (1917-2001) op hun eigen wijze ten gehore. Ze brengen in ruim 47 minuten een nachtelijke mix van blues, jazz, rock, Afrikaanse elementen en fluweelzachte beats. Het is met respect gebracht, maar ook met een andere benadering zoals de titel in feite al aangeeft. Grofweg klinkt dat als Mark Lanegan en Leonard Cohen meets Talk Talk en Tamikrest. Maar het is meer dan dat. Er ontstaat een nieuwe werkelijkheid gebaseerd op oude ingrediënten; delta blues door de ogen van nieuwlichters. Dat levert een geweldig, meeslepend werk op.
Toeval bestaat niet maar de Amerikaanse groep Endless Boogie is vernoemd naar het gelijknamige album van John Lee Hooker uit 1971. Ze brengen nu hun nieuwe album Vibe Killer uit, waarop ze bepaald niet onder stoelen of banken steken waar ze de mosterd vandaan halen. Nu ja, of welke andere uitdrukking dan ook. De groep bestaat hier uit Paul Major, Harry Druzd, Marc Raso, Matt Sweeney en Jesper Eklow. In 7 tracks van bij elkaar bijna 52 minuten brengen ze heerlijk smerige bluesrock waar de grootmeester best mee uit de voeten zou kunnen.

 

Görkem Saoulis – Görkem (cd, Eastern Gate / Xango Music Distribution)
Eerder dit jaar verschijnt de cd van het Zivania Ensemble onder leiding van Yannis Saoulis. Daar draagt zijn Görkem Ökten Saoulis al bij op zang. Ook is ze te horen in het Saoulis Ensemble. Met Görkem treedt ze solo naar buiten. Ze brengt in het Turks en Azeri 12 songs die zowel van haar en Yannis zijn als voortkomen uit de traditionele muziek van zowel Griekenland als Turkije. Dat levert bijzondere combinaties op, want zo kan een Turkse tekst met Turkse melodielijnen zo maar samengaan met rebetika. De muzikale begeleiding van de 11 gasten, waaronder Yannis Sauoulis, bestaat ook uit een mix van instrumenten uit het Egeïsche gebied (en verder); van saz en bouzouki tot cimbalen en elektronica. Het is vermoedelijk ook de schoonheid en verbroedering van die streek die ze willen ze uitdragen in plaats van een geïsoleerd gebied. Dat dit ook nog eens wonderschone muziek oplevert is alleen maar extra bonus. Görkem beschikt over een prachtig stemgeluid waaruit een universeel te begrijpen emotie naar boven komt. Dat wordt op fraaie wijze ingebed in de eveneens sterke begeleiding. Het is 55 minuten lang intens genieten van deze wereldplaat!

 

She-Devils – She-Devils (cd, Secretly Canadian / Konkurrent)
Uit Montréal komt het kersverse duo She-Devils, die hun gelijknamige debuut op het immer interessante Secretly Canadian uitbrengen. Deze bestaat uit zangeres Audrey Ann Boucher en muzikant Kyle Jukka. Samen brengen ze 10 beklijvende liedjes die je niet eenvoudig binnen één categorie kunt onderbrengen. Het zit ergens onder de vlag van de indierock, maar ze brengen ook folk, psychedelische muziek, surf, punk, Latin en krautrock. Hun invloeden lopen dan ook uiteen van Iggy Pop en Madonna tot T-Rex en Can. Dat weten ze op eigenzinnige en bovenal verfrissende wijze aaneen te smeden tot hun pakkende sound. Boucher lijkt zich volledig vrij te voelen en boort zowel haar weg door de drukke, maar uitstekende omlijsting die Jukka haar voorschotelt als de tijd. De muziek past namelijk op bevreemdende wijze ergens tussen de jaren 50 en het hier en nu. En met de prettige energie waarmee ze dit brengen levert dit gewoon een heerlijk droomdebuut op. Tevens een belofte voor de toekomst.

 

Sleepmakeswaves – Made Of Breath Only (cd, Pelagic)
In 2006 wordt Sleepmakeswaves opgericht in Sydney, wat het Australische antwoord op de Amerikaanse en Europese postrock blijkt. Ze hebben wel die typische hard-zacht postrock in huis, maar hun instrumentale muziek brengt wel meer dan dat alleen, want ze houden er ook van te experimenteren en zijstraten als shoegaze, metal en drones in te slaan. Tegenwoordig bestaat de band uit de gitarist Otto Wicks-Green, bassist/programmeur en keyboardspeler Alex Wilson, drummer Tim Adderley en de nieuwe gitarist Daniel Oreskovic, die de vertrokken Jonathan Khor vervangt. Drie jaar na hun laatste wapenfeit komen ze nu met Made Of Breath Only, wat moet doelen op de lange adem die ze hebben, want gezongen wordt er nog altijd niet. Dat op de spoken word bijdrage van Matt Finney (Heinali) na dan. Maar één stem maakt nog geen zangplaat. Het is wel ademloos genieten van hun gitaargeweld, waarmee ze nu soms ook de noise, mathcore, wave en dergelijke aanboren. Het voelt regelmatig alsof je op een te snel draaiende loopband staat, maar daar weten ze je wel helemaal mee in te pakken. Voor liefhebbers van 65daysofstatic, Mogwai, Mono, Explosions In The Sky, Caspian, Maybeshewill en This Will Destroy You. Het is allemaal uiterst gevarieerd, dynamisch en meeslepend wat ze hier laten horen. Gewoon weer een ijzersterk nieuw album.

 

The Somnambulist – Quantum Porn (cd, Slowing Records / Five Roses Press)
De Italiaanse groep The Somnambulist, rond opper-slaapwandelaar Marco Bianciardi (zang, gitaar, samples), debuteert in 2010 met het fijne Moda Borderline. Ze brengen een eigengereide mix van avant-rock en indie. Overigens is Marco dan al naar Berlijn verhuisd waardoor de band meteen een internationaal gezicht krijgt met Fransman Rafael Bord (viool, theremin) en landgenoot Marcello S. Busato (drums, percussie). Op hun tweede album Sophia Verloren is dat nog meer helemaal het geval, want naast Rafael en Marcello vind je er dan ook de Nieuw-Zeelandse pianist Chris Abrahams (The Necks, Benders, The Laughing Clowns, The Sparklers), de in Berlijn wonende Belgische vibrafoniste Els Vandeweyer (IMI Kollektief Quintet), de Italiaanse saxofonist Jacopo Andreini (L’Enfance Rouge, Jealousy Party, Tsigoti), de Berlijnse muziekzaagspeler Carsten Wegener en zangeres Albertine Sarges (Flyclub, Daisy Twins). Het leidt tot een enorme stap voorwaarts en levert een unieke kruisbestuiving op van van stoner, avant-rock, avant-garde, kamermuziek, psychedelische rock, experimentele muziek, tribal, wave, punk, dark cabaret en indie rock. Daarbij klinkt de pakkende maar rauwe herfstige zang als een combinatie van Mark Lanegan, Tom Waits, David Bowie en Richard Butler (The Psychedelic Furs). Na 5 jaar zijn ze eindelijk terug met Quantum Porn, uitgebracht op het eigen Slowing Records, waar Marco zich in goed gezelschap bevindt van (contra)bassist Thomas Kolarczyk en drummer Valentin Schuster. Ze leveren een psychedelisch rockalbum af waardoor ze jazz, avant-garde, hardcore, blues en allerhande experimenten laten horen. Daarbij moet je denken aan een beklijvende hybride van Cop Shoot Cop, Ulan Bator, Motherhead Bug, Primus, Firewater, Frank Zappa, The Tea Party, Sleepytime Gorilla Museum plus de artiesten waar de zang al op lijkt. Dat is inderdaad net zo goed als het klinkt. Een schitterend album waar dynamiek, kracht en schoonheid een eenheid vormen.

 

Tricot – 3 (cd, Big Scary Monsters / Bertus)
Japanners en rocken dat is een combinatie die prima samengaat. In 2010 te Kyoto wordt het nieuwe rockcombo Tricot opgericht, die sindsdien twee mini en twee volledige albums het licht hebben laten zien. Ze positioneren zich ergens tussen post-, math- en indierock. De groep bestaat tegenwoordig uit de 3 dames Ikkyu Nakajima (zang, gitaar), Motoko “Motifour” Kida (gitaar, achtergrondzang) en Hiromi “Hirohiro” Sagane (bas, achtergrondzang). Ze komen nu met hun derde cd, die ze voor het gemak gewoon maar 3 hebben genoemd. Hierop vind je 13 songs die weer hun kenmerkende mix aan rockstijlen bevatten. Ze laten heerlijk energieke muziek horen, die zowel complex als uiterst pakkend is. Qua zang hebben ze wel het enthousiaste van Shonen Knife, terwijl de muziek eerder richting Don Caballero, Chokebore en Battles koerst. Daarmee leveren deze powerladies gewoon hun derde sterke werk af.

 

Jane Weaver – Modern Kosmology (cd, Fire / Konkurrent)
De Britse muzikante/zangeres Jane Weaver draait al even mee in de muziekindustrie. Zo is ze in de jaren 90 actief in de indierockband Kill Laura en start ze zowel aan het begin van deze eeuw de folktronica band Misty Dixon en haar solocarrière. Daarnaast maakt ze samen met Andy Votel, Sean Canty (Demdike Stare, Slant Azymuth) en nog een paar deel uit van het experimentele gezelschap NeoTantrik. Solo heeft ze al een album of 7 uitgebracht, waarop ze op afwisselende wijze uit de hoek komt, van folkrock, Americana en indiepop tot artrock, ambient, experimentele en psychedelische muziek. Haar nieuwste album Modern Kosmology verraadt al een beetje welke koers ze hier kiest. De 10 nummers die ze hier presenteert nemen je mee op een psychedelische spacerock trip. Lekker veel analoge synthesizers en haar prachtig etherische stemgeluid maken daarbij de dienst uit. Het is een soort zonnige melancholie die uit har muziek straalt. In eerste instantie moet je denken aan Stereolab, maar er zitten ook wel elementen van Insides en Cocteau Twins in haar aanstekelijke sound besloten. Weaver levert daarmee een verslavend en grandioos album af.

 

The World Of Dust – Golden Moon (cd, Tiny Room)
Muzikant (zang, gitaar, bas), tekenaar, producer, labeleigenaar (Tiny Room) en vader Stefan Breuer houdt er al een jaar of vier het project The World Of Dust op na. Daarnaast kan je hem al zijn tegengekomen bij I Am Oak, Lost Bear, The Subhuman, Bart van der Lee, The Secret Love Parade, Pino Plaza, Sven Agaath en meer. Hoe dan ook debuteert hij in 2013 met Bhava, die ik geloof ik ooit heb aangeduid als “transcenderende singer-songwritermuziek in space”. Dat komt omdat hij in wezen emotioneel geladen singer-songwriter muziek en rock maakt, maar daar allerhande bevreemdende, veelal elektronische geluiden aan toevoegt. Ook postrock, avant-pop, jazz en neoklassiek passeren de revue in de veelal korte songs. Het maakt het mede door de fraaie hoes tot een imponerend totaalwerk. Daarna volgt de digitale release X (2014), maar die ken ik echt niet. Dus! Een jaar later is het weer raak met Womb Realm, waarop ook de korte songs weer regeert maar de pret niet drukt. Sterker nog, het levert weer een diepgravend en emotioneel geladen prachtwerk op dat het debuut een dikke high five mag geven. Zijn nieuwste wapenfeit Golden Moon ziet nu het daglicht. Het telt maar liefst 20 tracks van bij elkaar ruim 41 minuten. Inderdaad ook hier is korte song tot kunst verheven. Groot verschil met zijn vorige werken is dat de meeste muziek is geschreven tijdens het opnemen. Dit maakt dat het allemaal wat grilliger is, maar eveneens spontaner. Daarbij grijpt hij breder om zich heen, van intieme, herfstige tot psychedelische, lo-fi, experimentele en alternatieve rock songs. Hij blijft nog minder binnen de lijntjes en dat maakt het ook zeer intrigerend. Zo hoor je dochterlief Marie ook plots dwars door een opname heen, wat weer een zeer persoonlijk tintje toevoegt. Maar kijk dus niet vreemd op als de associaties uiteenlopen van Sylvain Chauveau, At The Close Of Every Day, Songs:Ohia, Idaho tot Dinosaur Jr., Smog en pak hem beet Neu!. Eigengereide, biologerende pracht waar je stil van wordt. De cd is verkrijgbaar met een 44 pagina’s tellend boekwerk. Groots!