Het schaduwkabinet: week 18 – 2017

Toch jammer dat de grootste komiek ontbreekt bij Correspondent’s Dinner. Wel leuk nieuws vind je in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Afghan Whigs, Carlo Barbagallo, Barnacles, Paul Beauchamp, The Bullfight, Mac DeMarco, Feist, Hoops, The John-Pauls, Joni Void, Mark Lanegan Band, Moon Duo, Jessica Moss, Penguin Cafe, Joan Shelley, Valgeir Sigurðsson, Sóley, Colin Stetson, Doug Tuttle, Stefan Wesołowski, Zu, Sevdaliza, Bobby Previte en New Zion w. Cyro.

 

Jan Willem

Afghan Whigs – In Spades (cd, Sub Pop / Konkurrent)
The Afghan Whigs is al in 1986 opgericht door zanger/gitarist Greg Dulli, bassist John Curley, gitarist Rick McCollum en drummer Steve Earle. Ze fabriceren zes sterke albums op vol eigenzinnige alternatieve rock, waarbij ze hun initiële garagerock geluid steeds meer voorzien wordt van soul. Een vreemde maar fijne eend in de bijt ten tijde van de grunge. Hierbij wisselen ze in de loop der jaren nog wel eens van drummer. In 2001 gaat de groep uit elkaar en door de projecten The Twilight Singers en The Gutter Twins (met Mark Lanegan) lijkt een reünie ook ver weg. Tot ze er in 2014 plots weer zijn met Do The Beast, met de eerste twee genoemde hierboven in de gelederen. Het blijkt een ijzersterke comeback, waarbij hun recept van rock en soul nog huizenhoog overeind staat. Dat dit geen eenmalige opleving is bewijzen ze met hun achtste cd In Spades. Hierop gaat het meer over de mysterieuze kant van het leven, hetgeen ook een duidelijk duisterder geluid oplevert. Nu zijn ze op de hoofdpunten, namelijk die soulvolle schuurpapierzang van Dulli en hun eigengereide stijl van alternatieve rock, nog altijd te herkennen. Maar het is wel duidelijk een nieuw hoofdstuk, die zowel bestaande als nieuwe fans zal plezieren. Naast het gebruikelijke instrumentarium voegen ze er ook fraaie strijk-, blaas en piano-partijen aan toe. Het is aangrijpend, psychedelisch, adrenaline opwekken en gewoonweg weer ijzersterk wat ze hier laten horen. Dat behoeft geen enkele referentie. In deze vorm kan de band nog jaren mee en zal het menig huidige band nog een poepje laten ruiken.

 

Carlo Barbagallo – 9 (cd, Stereodischi/ Noja Recordings/ Wild Love Records / Five Roses)
De Siciliaanse artiest Carlo Barbagallo (zang, gitaar) heeft al een hele batterij aan digitale releases uitgebracht. Hierop komt hij ergens uit tussen avant-garde, alternatieve pop, folk, experimentele muziek en folk. Zo maakt hij ook een eigenzinnig album met lo-fi covers van Erik Satie composities. Als hij zingt dan is dat in prima Engels, wat vermoedelijk weer te maken heeft met zijn verleden in de Amerikaanse band Suzanne’Silver en het Canadese LBB. Maar ook Les Dix-Huit Secondes, Albanopower, La Moncada, CoMET en ECB mogen rekenen op zijn bijdragen. Nu komt hij met het album 9. Hierbij kiest hij voornamelijk voor het getal omdat de bijzondere vorm, geen loop zoals de 0, niet zo ongelimiteerd als ∞, maar met een escape mogelijkheid. Kortom, het fascineert hem. Wel presenteert hij 9, dikwijls lange songs. Hoewel Barbagallo zelf zang en legio instrumenten brengt, wordt hij hierop ook nog eens geholpen door vele gastmuzikanten uit allerlei landen op drums, bas, contrabas, piano, orgel, viool, saxofoon, eletronica, klarinet, Rhodes, zang, koorzang en fuzz gitaar. De cd opent nog wel op poppy wijze, maar al snel worden de stukken complexer en komen ook avant-garde, jazz, kamermuziek, progrock, funk en allerhande experimenten om de hoek kijken. Die voorziet hij van zijn herfstige zang. De composities steken op bijzondere wijze in elkaar en laten zich door de brede aanpak niet eenvoudig duiden. De buitenranden worden gevormd door Mark Lanegan, Genesis, Porcupine Tree en Motherhead Bug, maar dan ook nog alles wat daartussen ligt. Hij weet me te biologeren, zonder dat ik helemaal kan zeggen waarom. Ook dat is een kracht van muziek.

 

Barnacles – One Single Sound (cd, Boring Machines)
De Italiaanse elektronische muzikant Matteo Uggeri kom ik al jaren in vele projecten tegen. Hij start in 1996 als Der Einzige, waarmee hij industrial combineert met filmische muziek. Maar zijn interesse is breed, zodat hij zich ook gaat verdiepen in veldopnames, ambient en experimentele muziek, wat hij weer met Hue laat horen. Maar zijn muzikale honger blijft wat het industriële electro-ambient project Normality / Edge oplevert. Tevens is hij te horen in groepen als Meerkat, Norm en het ondefinieerbare rockproject Sparkle In Grey. Drones, rock en de genoemde stijlen, Uggeri omarmt veel. Het levert ook kwalitatief hoogwaardige muziek op. Los hiervan is hij ook in ontelbare projecten te gast of werkt hij samen met artiesten/bands als Bob Corn, My Dear Killer, Controlled Bleeding, Deison, Marizo Abate, Tex La Homa, De Fabriek, Ether, If Bwana, Telepherique en veel meer. Een veelzijdig artiest! Omdat hij ietwat genoeg heeft van het werken met microgeluiden, veldopnames, drones en clicks & cuts, gaat hij nu met zijn nieuwe project Barnacles aan de slag met microgeluiden, veldopnames, drones en clicks & cuts. Maar op One Single Sound krijg je daar wel tribale en lome technobeats bij en lardeert hij de muziek ook dikwijls met industrial, noises en filmische elementen. De vier langgerekte zijn rustig en uitgebalanceerd opgebouwd en nemen de luisteraar langzaam maar zeker in de houdgreep. Het vormt één coherent geheel, dat zowel uiterst spannend als wonderschoon is.

 

Paul Beauchamp – Grey Mornings (cd, Boring Machines)
De uit de Verenigde Staten afkomstige muzikant Paul Beauchamp, die tegenwoordig in Berlijn woont maar ook dikwijls vanuit Italië opereert, is inmiddels een gevestigde naam als het gaat om maken van experimentele en improvisatorische muziek met veldopnames, drones, gevonden geluiden, tapeloops en elektro-akoestische elementen. Hij is onder meer met Larsen/(r) lid Fabrizio Modonese Palumbo te horen in Blind Cave Salamander en Almagest! plus voorheen ook in Sikhara. Verder werkt hij samen met Jochen Arbeit, Steve Stapleton, Colin Potter, Julia Kent en Jóhann Jóhannsson. In 2015 komt hij met zijn feitelijke solodebuut Pondfire, waarop hij een prachtig isolationistische mix van ambient, drones, folk en allerhande elektronica laat horen. Op het innovatieve Boring Machines label brengt hij nu zijn album Grey Mornings uit. Hierop brengt hij met dulcimer, zaag, bas, veldopnames en synthesizer een bezwerende mix van drones, elektro-akoestische muziek, isolationistische ambient, folk en experimentele elementen. Ondanks het duistere en onderkoelde aspect van de muziek gaat dit niet bepaald in de koude kleren zitten. Hij weet op intrigerende wijze uiterst diepgravende pracht te brengen, die, als je eenmaal gegrepen bent, je niet meer loslaat. Het geheel doet bijna aan als een neoklassiek werk, zij het dat de geluiden daar sec niet bij passen. Beauchamp toont zich hier als een ware geluidsmagiër en weet je met zijn 9 tracks moeiteloos 52 minuten aan je boxen te kluisteren. Heerlijke muziek van de broodnodige buitencategorie!

 

The Bullfight – Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter I (2cd, Brandy Alexander Recordings / Sonic Rendezvous)
Hoewel de albums stuk voor stuk met superlatieven ontvangen worden, opereert het Nederlandse met folk geënte pop-noir combo The Bullfight nog altijd vanuit de underground. Dat siert hen wel, maar ze zouden een veel groter publiek aan kunnen spreken. Dat geldt eigenlijk al vanaf hun in eigen beheer uitgegeven demo cd Lips & Ashes (2004). De stemmige, soms duistere arrangementen met strijkinstrumenten en de zwaar aangezette, opvallende zang van Nick Verhoeven vormen een bijzondere mix. Ze lijken een soort liefdesbaby van Nick Cave & The Bad Seeds, Tom Waits, Morrissey, Tindersticks, The Decemberists en Xiu Xiu. Excuses voor degenen die wat visueel ingesteld zijn. Ik houd niet zo van de term on-Nederlands goed, door hetgeen het op negatieve wijze ook impliceert, maar laat ik het zo stellen dat ze echt niet zouden misstaan op het genoemde lijstje artiesten. Dat geldt niet alleen voor het stijf uitverkochte officiële debuut One Was A Snake (2006), ook de albums Stranger Than The Night (2010) en La Chasse (2015) tonen aan over wat voor een unieke klasse en tijdloze schoonheid deze band beschikt. En daarbij lijken ze keer op keer nóg beter te worden. Het is muziek met inhoud, maar ook met een knipoog; de cynische of relativerende grap ligt altijd om de hoek. Zelf ben ik een late instapper, want de groep weet het toch te presteren redelijk onbekend te blijven; zelfs voor mij ja! Inmiddels ben ik -uiteraard- helemaal bij en fan!
Hopelijk brengt hun nieuwe cd Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter I hen eindelijk hetgeen hen toekomt. De teksten hierop zijn van de hand van Nick Verhoeven (zang, achtergrondzang) en de muziek is geschreven door Thomas van der Vliet (gitaar, piano, orgels, samples, bas, omnichord), tevens labeleigenaar van Brandy Alexander Recordings. De rest van de line-up bestaat uit Mark Ritsema (gitaar, achtergrondzang), Esther Vroegindeweij (viool) en Andre van den Hoek (drums, percussie). Daarmee is het aantal strijkers weer gereduceerd tot één, maar dat blijkt geen aderlating. Ze mogen nog rekenen op gastbijdragen op altviool, bas en zang. Hun sound bevat weer die heerlijk weemoedige, nachtelijk atmosfeer waar de herfstige zang van Verhoeven prima gedijt. Zonder een drukker geluid naar buiten te brengen, zijn de 9 nummers hier rijker gedetailleerd dan ooit en steken geweldig in elkaar. Tevens lijkt of ze een vintage vernis hebben aangebracht op hun muziek, waardoor het naast het tijdloze dat ze altijd al in zich hebben ook iets vertrouwds krijgt. Hierdoor weten ze je sneller dan ooit te omarmen en kruipt de intense schoonheid diep onder de huid, wat eveneens zorgt voor veel kippenvelmomenten. Naast het eerdere waslijstje moet ik ook wel eens denken aan Arab Strap, The Triffids en Misophone. Ze brengen dan ook echt zo’n gevarieerd geluid, de ene keer met meer nadruk op de gitaar en op andere momenten meer op de toetsen. Toch blijft het altijd consistent en helemaal herkenbaar als dat typische pop-noir geluid van The Bullfight, waarbij echt elk nummer van hoog niveau is. Dat is niet alleen knap, het levert een ontzaglijk meeslepend meesterwerk op.
Op hun nieuwe cd staat ook het prachtige “No Thorns, No Roses (reprise)”, hetgeen een vervolg is op de gelijknamige track van het debuut One Was A Snake (2006). Voor eenieder die dat album (oude hoes staat hier afgebeeld) nooit heeft kunnen bemachtigen is er goed nieuws, want die stoppen ze er gewoon als bonus bij in het fraai vormgegeven digipack. Ook dat album telt 9 songs en finisht na 41 minuten. Hier bestaat de groep naast Nick Verhoeven (zang, achtergrondzang) en Thomas van der Vliet (gitaar, piano, orgels, achtergrondzang) uit Jim Verhoeven (gitaar, achtergrondzang), Yoram Vieveen (bas, achtergrondzang) en Martijn Heesakkers (drums). De gasten, waaronder ook Esther Vroegindeweij, brengen hier violen, altviool en cello. Hoewel je The Bullfight hier helemaal herkent laten ze een wat rauwer en meer experimenteel geluid dan nu horen. Maar het is minstens zo mooi. En vooral een heel groot goed dat deze nu gewoon weer onder ons is. De fans vertel ik niets nieuws, maar voor de rest is dit echt een tip.

 

Mac DeMarco – This Old Dog (cd, Captured Tracks / Konkurrent)
De Canadese Mac DeMarco is een soort antiheld wat kennelijk als een magneet werkt. Zijn populariteit is namelijk enorm. Als je hem ziet, dikwijls met houthakkershemd of hoodie en een pet, heb je het vermoeden dat hij zijn bijl net verruild heeft voor een gitaar of dat hij een enorme grunge-fan is. Maar hij heeft ook iets ontspannen en sympathieks over zich waardoor hij voor velen benaderbaar blijft. Dat straalt door naar zijn muziek, die een zekere rammeligheid en nonchalance bevatten. Toch steekt het allemaal stiekem steengoed in elkaar. De als Vernor Winfield McBriare Smith IV geboren muzikant maakt voor hij solo gaat trouwens eerst nog deel uit van Makeout Videotape, maar hij gooit solo, waar hij de achternaam van zijn moeder gebruikt, veel hogere ogen. Nu is deze singer-songwriter en multi-instrumentalist terug met This Old Dog, waarop je weer 13 van zijn typerende songs vindt. Hij vlecht door zijn muziek ook lo-fi, blues, indie, post-punk en licht experimentele muziek, wat bijdraagt aan zijn originele sound. Muziek voor een zwoele zomeravond over alledaagse onderwerpen, die menigmaal ook vol droge en platte humor zitten. DeMarco weet je meteen om zijn vinger te winden en laat je wegdromen op zijn heerlijk lome geluid. Muziek die liefhebbers van Arthur Russell, Alex Calder, Adam Green, Elvis Costello, Dif Juz en Lambchop wel zal aanspreken. Alsof het niets is schudt hij gewoon weer een geweldig album uit zijn geruite mouw. Soms kan schoonheid zo eenvoudig zijn.

 

Feist – Pleasure (cd, Polydor/ Universal France)
De Canadese zangeres Leslie Feist (tevens gitaar, keyboards, percussie) heeft inmiddels als Feist haar naam wel gevestigd met haar 4 prachtige soloalbums, waarbij ik het in eigen beheer uitgegeven debuut uit 1999 meereken. Ze komt op eigenzinnige wijze ergens tussen folk rock, lounge, pop, indie en meer alternatieve rock uit, waarbij haar prachtige zang centraal staat. Ook is ze te horen in de groep Broken Social Scene. Na een afwezigheid van 6 jaar is ze terug met Pleasure. Haar aanpak is hier wel wat gewijzigd, want ze laat een rauwer en dikwijls ook een meer experimenteel geluid haar, al doorkruist ze de popmuziek ook nog altijd. De arrangementen komen niet alleen van Feist maar ook Renaud Letang en Mocky (tevens drums, bas, keyboards) dragen hun steentje bij. Te gast zijn verder Lucky Paul Taylor (percussie, programmering, drums), Chilly Gonzales (piano), Colin Stetson (hoorns), Jarvis Cocker (spoken word) van Pulp en Choir! Choir! Choir! (koorzang). Soms koerst ze behoorlijk richting PJ Harvey, Suzanne Vega en Shannon Wright, maar alles draagt duidelijk haar stempel en kleurt ze het hier ook nog eens bijzonder in. Wat te denken van een sample van Mastodon aan het eind van “A Man Is Not His Song”? De her en der plots opduikende koorzang? De onverwachte, soms dissonante geluiden tussendoor? De verdwaalde toetspartijen? Er gebeurt veel en Feist weet je dan ook op biologerende wijze in te pakken en vooral te verrassen. Dat is nou wat je intrigerende schoonheid noemt.

 

 

Hoops – Routines (cd, Fat Possum / Bertus)
De Amerikaanse band Hoops brengt vanaf 2015 eerst een handvol tapes en epees uit, alvorens met het volwaardige debuut Routines te komen. De groep wordt echter al in 2011 geformeerd door zanger/gitarist Drew Auscherman als een solo ambient/noise project. Hij is eveneens te vinden in Manneqin, Winslow en Permit. Vanaf 2014 voegen gitarist Keagan Beresford, bassist Kevin Krauter en drummer James Harris zich bij hem en de heuse band is een feit. Ze maken in hoofdzaak indiepop maar dikken dat aan met shoegaze, wave, collegerock en droompop. Daarmee gaan ze vrolijk verder op dit debuut. Hoewel vrolijk, ondanks dat de instrumenten voor een zekere luchtigheid zorgen is de algehele sfeer bitterzoet tot melancholisch. Aan de ene kant roepen ze associaties op met Ariel Pink, The Real Estate, Chris Cohen en DIIV, maar anderzijds lijken ook artiesten uit het verleden als Prefab Sprout, Arthur Russell en The Durutti Column lijken ook door te echoën in hun majestueuze, warme geluid. Het maakt het dat je ze snel omarmt, los van het feit dat de muziek hier ook van hoogniveau is. Heerlijk droomdebuut!

 

The John-Pauls – Forget To Remember To Forget (cd, Aagoo / Five Roses)
In 2015 brengt het Texaanse trio The John-Pauls hun gelijknamige single uit met daarop 4 songs. Je vindt weinig tot niets van hen online terug, behalve dat de groep bestaat uit zanger/gitarist Phillip Niemeyer (Teen Titans, The Kiss Offs, Black Lipstick), gitarist/percussionist Mark Fagan (Bayou Pigs, Noodle, The Paranoids) en zangeres/pianist/drumster Milika Zaorski. Ze laten een prettige mix horen van no-wave, post-punk, noise en rock, die ik bestempel als een belofte voor de toekomst. Welnu, die toekomst heeft inmiddels een Facebookpagina opgeleverd en het volwaardige debuut Forget To Remember To Forget. Wederom uitgebracht op het prestigieuze, innovatieve label Aagoo. Hierop brengen ze 10 nummers, waarvan 2 afkomstig van de eerder genoemde single. Hierop laat ook het nieuwe vierde lid Elizabeh “John-Paul” zich regelmatig horen op drums. Al snel wordt duidelijk dat de associatie met Sonic Youth en The Velvet Underground nog vaker dan voorheen naar de oppervlakte komt. Ondanks de vele verwijzingen naar The Beatles hoor je daar dan weer niets van terug. Maar er zijn meer veranderingen, want naast de genoemde genres incorporeren ze ook meer krautrock-elementen in hun sound, waardoor ook Neu! ter referentie opduikt. Toch gaan ze volledig hun eigen gang en weten ze op hun originele wijze ook invloeden als The Gun Club, Violent Femmes, Ramones, The Fall, Pavement en de Pixies naar voren te schuiven. En dat klinkt zowel vertrouwd als verfrissend en ontzettend lekker. De belofte is ingelost en The John-Pauls is gewoon een nieuwe, geweldige band om goed in de smiezen te houden.

 

Joni Void – Selfless (cd, Constellation / Konkurrent)
Joni Void is het alias van Jean Cousin uit Frankrijk, die in 2012 naar Canada verhuist, waar hij een filmstudie volgt. Hij is ervoor ook actief als Johnny_Ripper, waarmee hij diverse releases het licht laat zien die ergens tussen ambient, neoklassiek, minimal music en experimentele muziek finishen. Met zijn nieuwe nom de plume brengt hij nu op het kwaliteitslabel Constellation zijn cd Selfless uit. Hierbij heeft hij zelf niet echt de drang zelf instrumenten te bespelen, maar houdt hij het liever bij het monteren van gevonden geluiden, veldopnames, samples en het andere betere plunderphonic werk. Hij ziet zichzelf meer als een “external observer” en schept zo zijn creaties. Erik Satie’s “Gnossiene no, 4” speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol. Maar hij leent wel meer geluiden, waarmee hij originele creaties maakt. Zo gaat het geluid van een ambulance over in fraaie ritmische muziek of vormen pistoolschoten de basis voor een compositie. Daarnaast komen ook rap, klassieke zang, fluisterzang en spoken word (hier door Natalie Reid) voorbij, al dan niet door gasten. Van goed doorwaadbare muziek naar abstracte en soms haast compleet kakofonische stukken. Cousin weet je stevig in een intrigerende houdgreep te nemen. Het wordt een soort elektro-akoestisch werk waarbij je moet denken aan en Four Tet. Een onnavolgbaar sterk album.

 

Mark Lanegan Band – Gargoyle (cd, Heavenly Recordings / PIAS)
Door zijn vele gastoptredens bij Soulsavers, Christine Owman en Andrea Schroeder, joint ventures met Isobel Campbell en Duke Garwood en projectbijdragen in The Gutter Twins (met Greg Dulli), The JLP Project Sessions en Queens Of The Stoneage vergeet je haast dat de ex-Screaming Trees kopman Mark Lanegan ook nog solowerken maakt. Dat doet hij dikwijls als de Mark Lanegan Band, zoals ook op zijn nieuwste album Gargoyle. In zijn “band” zitten onder meer gitarist Alain Johannes (The Desert Sessions), toetsenist Aldo Struyf (Creature With The Atom Brain), drummer Jack Irons (Eleven, Red Hot Chili Peppers, Pearl Jam), zanger/gitarist Greg Dulli (Afghan Whigs), de Nederlandse bassist Martijn LeNoble (Jane’s Addiction, The Cult) en zanger Josh Homme (Queens Of The Stoneage, Screaming Trees, Eagles Of Death Metal, Kyuss, The Desert Sessions). Maar op papier verandert dat eigenlijk niets aan hetgeen Lanegan gewoon altijd al goed doet. Dat wil zeggen met zijn doorrookte en whisky geïmpregneerde zware zang stemmige, nachtelijke muziek brengen die ergens tussen rock en blues uitkomt. Hij lardeert dat hier met fraaie elektronica en wave elementen. Toch zal hij de trouwe fan vooral trakteren op zijn befaamde sound, die hij hier weer op consistente wijze ten gehore brengt. Lanegan is hier weer op zijn best.

 

Moon Duo – Occult Architecture Vol. 2 (cd, Sacred Bones / Konkurrent)
Moon Duo is in 2009 opgericht door Erik “Ripley” Johnson (Wooden Shjips) en zijn vriendin Sanae Yamada en leveren sindsdien met enige regelmaat sterke albums af. Deze bevatten meestal een uiterst psychedelisch geluid horen, waarbij referenties als Suicide, Neu!, Spacemen 3, Wire, Roy Montgomery, Magnog, The Velvet Underground en The Jesus And Mary Chain opduiken. Eerder dit jaar komen ze met het album Occult Architecture Vol. 1, waarop ze de balans en verbinding tussen alles proberen te vinden, donker en licht en yin en yang. De focus ligt hierbij op het occulte, ofwel alles wat verborgen is buiten de grenzen van onze gedachten. Deel één zou je kunnen zien als het yin-deel (vrouwelijk, duisternis, nacht, aarde) van deze zoektocht. Het levert hoe dan ook een geweldige, psychedelische trip op die je meeneemt naar alle donkere en tevens fraaie uithoeken van ons universum. Nu is het volgende deel Occult Architecture Vol. 2 een feit. De hoes lijkt op de voorganger maar is lichter. Dit vomrt dan ook het yang-deel (mannelijk, zon, licht, de geest van de hemel) van de twee. De muziek klinkt hier ook wel wat lichter, maar is bepaald niet minder psychedelisch. En gelukkig maar, want daarin blinken ze nu eenmaal uit. In 5 tracks van bij elkaar ruim 38 minuten laten ze een eigenzinnige kruisbestuiving horen van Popol Vuh, Föllakzoid, Can, Spiritualized, The Jesus And Mary Chain, Neu! en Stereolab. De cirkel is rond en ze hebben in korte tijd twee prachtig complementaire albums afgeleverd.

 

Jessica Moss – Pools Of Light (cd, Constellation / Konkurrent)
De Canadese muzikanten die rond vliegdekmoederschip Godspeed You! Black Emperor cirkelen hebben allemaal iets bijzonders in huis, wat ze in veel projecten er omheen laten horen. De violiste, zangeres en geluidskunstenares Jessica Moss behoort als lid van Thee Silver Mt. Zion tot de vloot ernaast. Tevens is ze te horen in Sackville en Black Ox Orkestar en heeft ze gewerkt met Frankie Sparo, The Arcade Fire, Carla Bozulich, Vic Chesnutt en Zu. In 2015 slaat ze voorzichtig solo haar vleugels met de cassette Under Plastic Island, waarop ze twee prachtige tracks vol drones en neoklassiek het licht laat zien. Met de nieuwe cd Pools Of Light, uitgebracht op het fijne label Constellation, brengt ze haar feitelijke debuut. Deze bestaat uit 8 tracks, waarvan de eerste 4 de titel “Entire Populations” (Part I t/m IV) dragen en de twee erna “Glaciers I” (Part I & II) en de laatste twee “Glaciers II”(Part I & II). Op ijzige en hypnotiserende wijze brengt ze hier een combinatie van drones, neoklassiek, ambient, folk en experimentele zang. Geen stukken met kop of staart, maar zeer overtuigende emotioneel geladen, repeterende composities, die voor bezinning zorgen en geheel los staan van hetgeen ze hiervoor gedaan heeft. Ze koerst meer richting Julia Kent, Hildur Guðnadóttir, Those Who Walk Away, Saltland, Laurie Anderson, Sibeluis en Sarah Davachi. Wat een intense, immense en intrigerende pracht!

 

Penguin Cafe – The Imperfect Sea (cd, Erased Tapes / Konkurrent)
In 1972 wordt het geweldige avant-pop annex kamermuziek en minimal music ensemble Penguin Café Orchestra opgericht door de dan in Japan woonachtige Britse gitarist Simon Jeffes. Het levert menig geweldig album op. De band stopt als Jeffes in 1997 geveild wordt door kanker. Maar de groep laat een toonaangevende erfenis achter. Dat vindt zoonlief Arthur Jeffes (piano, percussie, keyboards, bas, tapes, Rhodes, viool, celesta, melodica, gitaar, harmonium) ook en in 2009 besluit hij om de nalatenschap van zijn vader vorm te geven in een soort vervolg op diens band. Dat wordt Penguin Cafe, die geen leden delen met hun voorgangers maar wel live veel van hun muziek te berde brengen. Dat is te horen op hun live album Music From The Penguin Cafe, die zowel nummers van de band van weleer bevat als nieuwe tracks. Twee jaar later verschijnt dan het debuut A Matter Of Life…, in 2013 gevolgd door The Red Book, waarop Jeffes een batterij aan muzikanten om zich heen verzamelt. Ze brengen meer neoklassieke muziek, maar kennen nog wel die minimale elementen van hun “voorvaderen”. Die blauwdruk en DNA uit het verleden is ook weer te horen op The Imperfect Sea, uitgebracht op het kwaliteitslabel Erased Tapes, zij het dat ze ook hier meer de neoklassieke koers varen. Jeffes junior omringt zich met 10 hedendaagse uit diverse groepen afkomstige muzikanten en het Praagse Filharmonisch orkest. Ze brengen naast de batterij aan instrumenten van Jeffes contrabas, bas, gitaar, ukelele, kalimba, cuatro, percussie, shruti, viool, altviool en cello. Ze larderen de neoklassieke muziek met drones, folk- en jazzelementen en minimal music en weten op biologerende, melancholische en tot de verbeelding sprekende wijze je helemaal in te pakken. Opvallend zijn de covers van Kraftwerk, Simian Mobile Disco en Penguin Café Orchestra, die ze hier in een hedendaags jasje gieten. Naast het geroemde Penguin Café Orchestra zijn Hauschka, Ellis Island Sound en Philip Glas de andere associaties die hier wellicht passen. Een majestueus prachtalbum. En Simon zag dat het goed was!

 

Joan Shelley – Joan Shelley (cd, No Quarter / Konkurrent)
Vrouwen met een gitaar, er zijn er zoveel hoor ik wel eens. En toch zijn er velen die echt het verschil weten te maken. Dat is ook het geval bij de Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley (tevens dobro, ukelele), die sinds 2010 haar albums het licht laat zien. Hoewel er op haar eigen bandcamp staat dat haar nieuwe gelijknamige album haar vierde is, tel ik er inmiddels zes. Maar dat doet er eigenlijk ook niet toe. Ze brengt hier weer 11 nieuwe songs, die ze met haar prachtige zang met een lichte vibrato vol zingt. De muziek put uit de jaren 60 en 70, maar past ook helemaal in het hier en nu. Tijdloos heet dat ook wel. Singer-songwritermuziek met folk, Americana en altcountry invloeden. Het is muziek waar je stil van wordt en gewoonweg de ogen wilt sluiten. Intens genieten van muziek die uiterst persoonlijk is en heel subtiel ook wereldse elementen bevat. Hierbij krijgt ze nog rugdekking van gasten op dobro, gitaren, piano, orgel, bas, drums en percussie. Denk daarbij aan een fijne mix van Fran Rodgers, The Unthanks, Sandy Denny, Dusty Springfield, Natalie Merchant, Sam Lee en Tarnation. Joan Shelley is het levende bewijs van dar een vrouw met gitaar tot hele bijzondere droefgeestige muziek kan leiden.

 

Valgeir Sigurðsson – Dissonance (cd, Bedroom Community)
De IJslander Valgeir Sigurðsson is een bijzondere entiteit in de muziek. Niet alleen runt hij het innovatieve, veelal neoklassieke label Bedroom Community, hij is tevens actief als producer en gastmuzikant bij onder meer Björk, Ben Frost, Múm, Bonnie ‘Prince’ Billy en Nico Muhly. Hij heeft sinds 2007 pas drie soloalbums uitgebracht, hetgeen zijn vele activiteiten wel te verklaren valt. Hierop laat hij altijd een ijzingwekkende en bovenal wonderschone mix van neoklassiek en elektronica horen. Dat doet hij vijf jaar na zijn laatste album gewoon weer op Dissonance. Sigurðsson heeft de composities gemaakt en brengt de elektronica, maar laat de rest over aan maar liefst 16 muzikanten op fluit, hobo, (bas) klarinet, fagot, trompet, Franse hoorn, trombone, tuba, violen, altviool, cello, contrabas, harp, percussie en piano. Dat levert echt bij de strot grijpende, avant-gardistische stukken op, die zowel van een melancholische pracht zijn als van een biologerende intentie. Alleen de gelijknamige opener van bijna 23 minuten bevat al zoveel afwisselende beauty, die de aanschaf van deze release meer dan rechtvaardigt. En dan volgen er nog 7 composities van bij elkaar bijna 29 minuten. Het album is opgedeeld in “Dissonance”, 4 delen “No Nights Dark Enough” en 3 delen “1875”. Alles gaat over intense emoties als pijn, dood en verdriet, die hier dikwijls haast voelbaar zijn. Dissonantie omgevormd tot een middel om pure schoonheid te bereiken. Dat alles is daarbij een soort kruisbestuiving van Ben Frost, Hildur Guðnadóttir, Max Richter, Daníel Bjarnason en Jóhann Jóhannsson, met een weergaloos meesterwerk als resultaat.

 

Sóley – Endless Summer (cd, Morr Music / Konkurrent)
De IJslandse artiest Sóley Stéfansdottir, kortweg Sóley, is alvorens ze haar solocarrière in 2011 start te horen bij Seabear en Sin Fang. Dat legt haar bepaald geen windeieren, want met haar bitterzoete zang en fraaie muziek weet ze te overtuigen met haar eigengereide mix van singer-songwritermuziek, indiefolk, rare meisjesmuziek en etherische pop. Ze laat dit al horen op We Sink (2011), de mini Krómantik (2014) en haar tweede album Ask The Deep (2015). Na twee jaar ligt haar derde wapenfeit Endless Summer op de planken. Sóley (zang, piano, omnichord, percussie, orgel, marimba, vibrafoon, accordeon) wordt hierbij geholpen door gasten, waaronder haar goede vriend Albert Finnbogason (Swords Of Chaos, Grísalappalísa, The Heavy Experience), op cello, klarinet, drums, fluit, synthesizer, banjo, gitaar, trombone en viool. Zocht ze op haar vorige album meer de duistere kant van het bestaan op, nu geeft ze de zonnige kant de ruimte. Dit betekent niet meteen een blij album, wees gerust, maar wel dat de veel tonen wat frivoler en luchtiger gebracht worden. Als de eerste bloemknopjes die de lente tegemoet lachen. Met lekker veel piano en orgels. De muzikale omlijsting is dus vooral opgefrist, als een pas geschilderd huis, zij het dat het kleurenpalet hier wat uitgebreider is. Maar haar etherische, bitterzoete zang en de melancholische stemming zorgen hier weer voor de vertrouwde magie, diepgang en schoonheid. Ter referentie moet je denken aan Agnes Obel, Joanna Newsome, Anna Von Hausswolff, Emiliana Torrini en Dillon. Een topalbum van een topartiest!

 

Colin Stetson – All This I Do For Glory (cd. 52HZ / Bertus)
De Amerikaanse, tegenwoordig vanuit Canada opererende saxofoonvirtuoos Colin Stetson is inmiddels uitgegroeid tot een ware nieuwe held voor mij. Niet alleen solo brengt hij met enige regelmaat sublieme albums, onder meer met zijn “New History Warfare”-serie, hij heeft ook succesvol samengewerkt met Arcade Fire, Bell Orchestre, Tom Waits, TV On The Radio, Feist, Bon Iver, My Brightest Diamond, Laurie Anderson, David Byrne, Jolie Holland, Sinéad O’Connor, LCD Soundsystem, The National, Godspeed You! Black Emperor, Larval, 2 Foot Yard, Beulah, Burning Spear, Angelique Kidjo, Kevin Devine, Beanie Burnett, Mats Gustafsson, Anthony Braxton en Sarah Neufeld. Vorig jaar verbaast hij vriend en vijand met zijn interpretatie van de derde symfonie van de Poolse componist Henryk Górecki (1933 – 2010), die hoog eindigt in mijn jaarlijst. Je kunt hem gewoon niet in één hokje plaatsen. Nu komt hij met zijn volgende soloplaat All This I Do For Glory, waar hij weer volledig alleen zijn muziek met alt-, tenor- en bassaxofoons en contrabasklarinet maakt. De muziek heeft hij live zonder overdubs en loops opgenomen. Toch lijkt het haast over er meerdere muzikanten tegelijk spelen en er zelfs sprake is van zang, al sluit ik niet uit dat hij zijn stem hier wel degelijk inzet. Hoe het ook zij, dit is weer meer een mix van minimal music, avant-garde, neoklassiek, drones en tribal muziek geworden, die werkelijk verbluffend goed en diepgravend is geworden. Het is haast onwaarschijnlijk wat hij met een dergelijk beperkt instrumentarium teweeg weet te brengen. Alsof Philip Glass en Steve Reich plots beschikken over een paar enorme spierballen. Op meesterlijke wijze maakt hij hier weer het verschil. Een ware klasbak waar geen maat op staat.

 

Doug Tuttle – Peace Potato (cd, Trouble In Mind / Konkurrent)
Voordat de Amerikaanse singer-songwriter Doug Tuttle solo gaat is hij te horen in de psychedelische rockgroep Mmoss en de psychedelische stoner en noiseband Wildildlife. Maar de psychedelica lopen wel als een rode draad door dat alles heen. Alleen pakt hij het op zijn twee eerdere solowerken wel meer folk- en songgericht aan en grijpt hij graag terug naar de jaren 60 en 70. En dat doet hij met verve. De man beschikt over een fijn, tijdloos stemgeluid en weet dat op passende wijze muzikaal in te lijsten. Moet je dan aan zo’n fijn recept toornen als je met je derde album Peace Potato aan komt zetten. Nee natuurlijk niet! Hij presenteert 15 nieuwe, veelal korte songs, die tezamen net onder de 33 minuten eindigen. Daarbij vertrekt hij vanuit Fairport Convention, Beach Boys en Crosby, Stills, Nash & Neil Young, om vervolgens ook tussenlandingen te maken bij R.E.M., Woods, Morgan Delt en Kurt Vile. Misschien een hoop herkenbare elementen, maar zijn aanpak is uiterst fris en origineel. De liedjes vormen een vertrouwd, tijdloos onderkomen, waar je als vanzelf naartoe wordt gesleept. Daarmee levert hij gewoon zijn derde sterke album op rij af.

 

Stefan Wesołowski – Rite Of The End (cd, Ici D’Ailleurs)
Bij het voortreffelijke Franse label Ici D’Alleurs zijn ze in 2014 de prestigieuze, innovatieve “Mind Travels”-serie gestart voor de meer tot de verbeelding sprekende muziek. Geins’t Naït + L. Petitgand (2x), Stefan Wesołowski, Manyfingers, Aidan Baker en Mathias Delplanque hebben daar al hun geweldige releases het licht doen zien. Bij de in 1985 geboren Poolse violist, componist en arrangeur Stefan Wesołowski betreft het in 2015 overigens een heruitgave van zijn eerder in 2008 verschenen album Kompleta. Ondanks zijn studies aan de muziekacademie in Gdańsk en de Académie Musicale de Villecroze in Frankrijk geeft hij de voorkeur aan moderne composities met zowel klassieke als elektronische instrumenten. Tevens geeft hij dikwijls acte de présence op de albums van zijn landgenoot (Michał) Jacaszek. In 2014 komt deze jonge componist met zijn tweede cd Liebestod op Important, vol uiterst melancholische, neoklassieke stukken die tot de verbeelding weten te spreken. In de genoemde serie van Ici D’Ailleurs presenteert hij nu zijn derde album Rite Of The End. Hierop staan zes composities met een totale lengte van ruim 37 minuten. Wesołowski brengt viool, altviool, piano en synthesizers en wordt geruggensteund door trombonist Bogdan Kwiatek, celliste Anna Śmiszek-Wesołowska (Jacaszek, Stefan Wesołowski, Voo Voo) en Franse hoornist Michał Szczerba, beide tevens te horen in Orkiestra Filharmoników Gdańskich, Behemoth en Coma. Daarbij zit Jacaszek achter de opnameknoppen samen met Stefan en Piotr Kaliński (Hatti Vatti). Hetgeen hij hier maakt is werkelijk adembenemend. De muziek is wat robuuster en duisterder dan zijn werken hiervoor, maar landen nog altijd ergens tussen neoklassiek en ambient, zij het dat hij op een warme wijze wel wat richting de industrial is opgeschoven. De stukken weten je echt aan de grond te nagelen en de schoonheid doet haast zeer. Denk daarbij aan het fraaie midden tussen Jacaszek, Matthew Collings, Ben Frost, Zbigniew Preisner, Arvo Pärt, Hildur Guðnadóttir en Jóhann Jóhannsson. Wat een overdonderend meesterwerk!

 

Zu – Jhator (cd, House Of Mythology)
Bij de Italiaanse band Zu heb je dikwijls het gevoel met het verkeerde oor uit bed te zijn gestapt. Hoewel de groep sinds 1999 zonder uitzondering een intrigerend en avontuurlijk geluid in huis heeft, dat zich ergens tussen (free)jazz, noise, metal, trash, avant- en mathrock nestelt, weten ze je toch elke keer compleet te verrassen. Daarbij werken ze samen met de meest uiteenlopende artiesten, waaronder Mike Patton, The Melvins, Dälek, Peter Brötzmann, Hamid Drake, Ken Vandermark, Alvin Curran, Nobukazu Takemura, Damo Suzuki, Eugene Chadbourne, Mats Gustafsson, The Ex, Han Bennink,Paal Nilssen-Love, Fred Lonberg- Holm, Joe Lally (Fugazi), Altered States, Amy Denio, Steve MacKay (The Stooges), Rob Wright en Eugene S. Robinson (Oxbow). Met die laatst genoemde hebben ze in 2014 het album The Left Hand Path gemaakt, die verrassend in rustige avant-garde vaarwateren terecht komt. Vervolgens spelen ze op robuuste wijze je oren er weer vanaf op Cortar Todo (2015). Ik bestel hun cd’s nu vaak blind om me volledig te laten verrassen door dit trio, dat tegenwoordig bestaat uit Luca T Mai (elektronica, zang), Massimo Farjon Pupillo (bas, gitaar, piano, synthesizer) en Tomas Järmyr (drums, cimbalen) uit Motorpsycho en Yodok. Zo belandt hun zeventiende (!) cd Jhator hier ook op de mat. De betekenis van het woord is een luchtbegrafenis, ook wel hemelbegrafenis, waarbij de overledene aan dieren, met name vogels als gieren, wordt gegeven. Ze presenteren hier slechts 2 langgerekte tracks van 21,5 en 20.5 minuten, waarbij ze geholpen worden door maar liefst 8 gasten vanuit de hele wereld op synthesizer, draailier, tuba, flugabone (soort trombone), gitaar, cello, koto, elektronica, zang en viool. Onder hen ook Jessica Moss van hierboven ergens. De grootste verrassing is toch wel dat ze hier een haast rituele mix van drones, postrock, progrock, ambient, softnoise, experimentele muziek en neoklassiek ten gehore brengen. De oerkracht in de muziek is gigantisch, maar het is als een mokerslag in slow motion. Maar dit komt wel binnen en grijpt je echt behoorlijk bij de keel. Zelden heb ik kracht en pracht in zo’n imponerende en overdonderende verstrengeling samen gehoord.


 

Martijn

Sevdaliza ISON
Eindelijk, na drie ep’s sinds de reboot na een vakkundig gewist Nederlanstalige begin, is er eindelijk een volledig album. Het stelt niet teleur, de melancholische mix van elektronische pop, trip/hip hop en R’n’B is levert wat de ep’s beloofden met gelukkig niet teveel nummers die we al kenden. Haar hese, emotionele stem is echt het allermooist met de trieste strijkers in Grace, maar ook het meer elektronische, inclusief autotuner, Hero is prachtig. Een indrukwekkend debuut.

Bobby Previte Mass
Er is een Poolse band genaamd Batushka die in de scene hoge ogen gooit met hun extreme metal meets kerkgezang. Ik vond het wat amuzikaal uitgewerkt, maar hier is jazzdrummer Bobby Previte die min of meer hetzelfde idee onder handen neemt, maar dan als „modernistische herverzinning van Guillaume Dufay’s Missa Sancti Jacobi“. Met mensen als Stephen O’Malley en Jamie Saft en misschien wat minder boosaardig, maar wel muzikaler (en soms toch ook wel of er twee platen tegelijk opstaan). Het is wel gestoken in een afbibberlijk lelijke hoes.

New Zion w. Cyro Sunshine Seas
Zelfde label, iets minder lelijke hoes, maar ook een aparte mix van wederom Jamie Saft. New Zion (Trio) doet jazz en (dub) reggae, maar nu met Cyro Baptista erbij en die doet Braziliaanse percussie. Het valt allemaal iets makkelijker in elkaar dan Previte’s idee, dus dit is een heerlijk ontspannend muziekje. De titel van het album beschrijft de sfeer in ieder geval uitstekend.