Het schaduwkabinet: week 17 – 2017

De wondere wereld is na Apollo Henkie nu ook voor Chriet voorbij. Alleen de planetoïde 12133 Titulaer staat nu tussen de sterren. Misschien geen sterren maar wel grootse namen vind je in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Christoph Berg, The Big Moon, Budoár Staré Dámy, The Dirty Denims, William Ryan Fritch / Seabuckthorn, GAS, The Gathering, The Hare And The Moon/ Futur Passé, Sophie Hutchings, Machinefabriek, Mitsels, Oceaneer, Odd Beholder, Tara Jane ONeil, Overcoats, The Poison Arrows, Sana Obruent, Soon She Said, Zrní, Necronomidol, Ill Camille en Arto Lindsay.

 

Jan Willem

Christoph Berg – Conversations (cd, Sonic Pieces)
Het in 2008 opgerichte, sublieme label Sonic Pieces koppelt ambient en neoklassieke muziek aan esthetische vormgeving. Dat altijd onder leiding van labelbazin Monique Recknagel. Dit heeft al menig prachtalbum opgeleverd. Nu valt de beurt aan de Berlijnse muzikant Christoph Berg, die ook middels zijn elektro-akoestische project Field Rotation van zich laat horen. Op zijn uit 2012 stammende solodebuut Paraphrases brengt hij moderne kamermuziek geschreven voor hoofdzakelijk viool, piano en contrabas, waarbij Berg ook nog allerlei elektronische geluiden, gitaar en veldopnames op subtiele wijze toevoegt. Daarna is hij met Aaron Martin te horen op hun splitalbum Day Has Ended en de Home Normal splitrelease 050316 (2016) met Stefano Guzzetti, Danny Norbury en Ian Hawgood. Nu presenteert hij zijn tweede solo cd Conversations, die acht tracks rijk is. Hij heeft hierop muziek gecomponeerd voor viool, orgel, piano en contrabas, die hij allen zelf speelt. Het zijn stuk voor stuk fascinerende, melancholische composities, die heel diep onder de huid weten te kruipen. Muziek zonder woorden, maar zoveel zeggend. Liefhebbers van onder meer Olan Mill, Greg Haines, Ólafur Arnalds, David Darling, Moon Ate The Dark, Hilmar Örn Hilmarssot en Max Richter doen er goed aan dit album eens te beluisteren. Wat een bij de strot grijpend meesterwerk!

 

The Big Moon – Love In The 4th Dimension/ Demos And B-sides (2cd, Fiction)
Juliette Jackson (zang, gitaar, composities) wil in 2015 een band beginnen en vindt via Facebook uiteindelijk Soph Nathan (gitaar, zang), Celia Archer (bas, zang) en Fern Ford (drums). Ze kunnen het prima met elkaar vinden en vormen het in Londense kwartet The Big Moon. In eerste instantie leveren ze een handvol singles, maar nu laten ze hun volwaardige eersteling Love In The 4th Dimension het licht zien. Hierop staan 15 tracks van samen ruim 54 minuten, waarvan een deel van hun eerdere singles afkomstig is; 4 ervan zijn hier als bonustracks toegevoegd. Je kunt ze in de indie- en alternatieve rock hoek plaatsen, maar ze onderscheiden zich wel met een lekkere melancholische sound en een ongepolijste, ontwapende en vooral eigenzinnige aanpak. Grofweg klinken ze afwisselend als Siouxsie Sioux die zingt bij de Pixies, PJ Harvey die The Cure aanvoert of een jamsessie van The Breeders, Honeyblood, That Dog en Dinosaur Jr. Zoiets dan, want ze hebben echt een eigen sound in huis. Ondanks de 4 dames zou ik dit geen typische girl rockband noemen. Daar doe je ze echt tekort mee. Het is een gewoon een zeer veelbelovende nieuwe act, die hier op uitmuntende wijze debuteren. De slimme besteller heeft bij Rough Trade de dubbel cd versie besteld, waarbij je de extra schijf Demos And B-Sides krijgt, waarop nog eens 7 nummers van bij elkaar bijna 24 minuten staan. En het is precies zoals de titel aangeeft een verzameling van een paar demo’s, maar ook de b-kantjes van de diverse singles, die bepaald niet onder doen voor de muziek op het debuut. En dan heb je in één klap alles mooi bij elkaar.

 

Budoár Staré Dámy – Sůl (cd, Indies Scope)
Het “oude dames boudoir”, want dat is de betekenis van het Tsjechische Budoár Staré Dámy, keert na een absentie van 5 jaar terug met hun vijfde album Sůl, hetgeen weer zout betekent. Deze pauze komt doordat bandleden kinderen hebben gekregen en er huizen gebouwd moesten worden. De groep bestaat in eerste instantie uit 5 leden, waarvan 3 vrouwen. Daarmee fabriceren ze met een fijne punkattitude een uiterst pakkende mix van alternatieve en folkrock. Het vijftal is nu gereduceerd tot een kwartet, nog altijd onder leiding van zangeres/gitariste Marta Kovářová (voorheen Svobodová). Zij is nu de enige vrouw in het gezelschap, maar staat haar mannetje naast Lada Šiška (drums, zang), Tomáš Ergens (bas, zang) en Marek Laudát (lead gitaar, zang). Ze brengen hier weer die genoemde mix, maar wat minder melancholisch een meer speels dan voorheen. Ook textueel pakken ze het anders aan en naast de woorden van Kovářová zijn het ook diverse poëten die hiervoor zorgen. Ik versta de teksten niet, maar aan alles merk je dat er meer diepgang inzit, al valt er niks af te dingen op hun voorgaande albums. Ze houden hier het fraaie, ongepolijste midden tussen Květy, Zuby Nehty, Jablkoň, Thalia Zedek en PJ Harvey. En daarmee is ook hun vijfde album weer een ijzersterke geworden.

Luister Online:
Sůl (album)

 

The Dirty Denims – Back With A Bang! (mcd, Handclap Records / It’s All Happening)
Dat goede, pakkende muziek helemaal geen hogere wetenschap behoeft bewijst het Nederlandse combo The Dirty Denims wel met hun debuut High Five (2014) en de handvol mini’s. De groep uit Eindhoven laat een ontwapende mix van garagerock en hardrock horen, hetgeen ze zelf omschrijven als “happy hardrock”. Ook daarmee valt te leven. Hun credo is gewoon vlammen en energieke muziek maken zonder gedoe. De groep bestaat uit de rockchicks Mirjam Sieben (zang, gitaar, orgel) en Ashley Seleski (bas, zang) plus de -naar het schijnt- zweterige kerels Jeroen Teunis (gitaar, zang) en Thomas Spauwen (drums, zang). Hoe het ook zij, ze winnen het niet op originaliteit maar wel op inzet en overtuigingskracht. Hier kan menig hedendaagse band nog een puntje aan zuigen. De 6 nummers van ruim 22 minuten barsten namelijk haast uit hun voegen van de energie. Ze zijn een soort eigenwijze liefdesbaby van de Ramones, The B-52’s, AC/DC, Miss Montreal en Inspiral Carpets geworden. En dat is verdomd lekker. Heerlijk compromisloze, vuige rock!

 

William Ryan Fritch – Birkitshi: Eagle Hunters In A New World (cd, Lost Tribe Sound)
Seabuckthorn – Turns (cd, Lost Tribe Sound)
Het waanzinnig goede label Lost Tribe Sound is na de uitgebreide William Ryan Fritch serie “The Leave Me Sessions” aan een nieuwe serie begonnen onder de naam “Prelude To The Decline”. Het is niet zo dat de releases gerelateerd zijn, maar wel dat ze in een fraai, eender vormgegeven editie verschijnen. Daarbij heb je de keus uit 7 cd’s (van diverse artiesten), 5 lp’s, 5 lp’s plus 3 cd’s en 1 cassette en de “master bundle” bestaande uit 5 lp’s, 7 cd’s en 1 cassette. Hierop kan je jezelf abonneren, zodat je ook niets misloopt en dikwijls nog extra digitale uitgaven erbij krijgt. Daarbij scheelt het aan deze kant van de oceaan nog eens bakken met geld omdat de albums in één keer in het najaar verzonden worden. De muziek is afkomstig van artiesten als William Ryan Fritch, Seabuckthorn, The Green Kingdom, Alder & Ash, From The Mouth Of The Sun, KJ en meer. Een geweldig initiatief waarover je hier meer kunt vinden.

De productieve en bovenal zeer getalenteerde autodidactische Amerikaanse componist en multi-instrumentalist William Ryan Fritch, van -gaat u er maar even voor zitten- Vieo Abiungo, Tokyo Bloodworms, Death Blues, Hired Hand en Sole & The Skyrider Band. Onder zijn eigen naam maakt hij een heel herkenbare, uiterst originele mix van neoklassiek, folk, filmmuziek, wereldmuziek, (post)rock en etherische, experimentele pop. Hij mag het bal openen met zijn nieuwe album Birkitshi: Eagle Hunters In A New World. Het is de soundtrack voor een GoPro film over een groep nomadische Kazachen in het westen van Mongolië, die jagen met gouden adelaars. Dit geven ze generatie op generatie door, maar de groep wordt steeds kleiner en de wereld om hen heen moderner. Ze strijden voor hun tradities. Fritch creëert 18 stukken op zijn bekende caleidoscopische wijze, ditmaal minder songgericht. Hoewel hij altijd wel wereldmuziek als één van de vele onderdelen gebruikt in zijn muziek, laat hij nu duidelijk de meer Aziatische geluiden naar voren komen, waarbij de strijkers mij Chinees aandoen en de keelzang (samples) aan Tuva en Mongolië doen denken. Het past wonderwel goed in zijn rijk gedetailleerde muziekcocktail, die hier soms dichtbij zijn Vieo Abiungo project komt. Net als op zijn vorige (digitale) release Clean War (2016), die ik niet door de muziek maar inhoud heb vergeleken met Koyaanisqatsi van Philip Glass, is dit weer één die een maatschappelijk thema aansnijdt; zijn Powaqqatsi? Ik wil nogmaals onderstrepen dat de muziek echt anders is, zij het hier wel met een paar parallellen door de keelzang en de repeterende stukken. Fritch weet een op zichzelf staand geheel te scheppen, dat dwingend, biologerend, melancholisch en boven alles wonderschoon is. Wat een unieke meester is Fritch toch!

De tweede in deze serie liegt er ook bepaald niet om, want dat is de nieuwe cd Turns van Seabuckthorn. Dit is het project van de Britse gitarist of beter gezegd gitaarvirtuoos Andy Cartwright. Hoewel hij vooral cd-r’s en digitale releases heeft uitgebracht, is zijn talent voor hem uitgesneld en heeft hij tevens al met Loscil samengewerkt. Carwright speelt veelal op de 6- en 12-snarige gitaar om daarmee zijn fantastische verhalen te vertellen, want daartoe is hij in staat. Zonder zang, maar zo veelzeggend. Op dit nieuwe album brengt hij naast gitaren ook drums en resonator. In 3 van de 10 tracks wordt hij geholpen door niemand minder dan William Ryan Fritch, hier op contrabas. Het merendeel draait echter weer om het waanzinnige gitaarspel dat soms doet denken aan Jack Rose en op de meer serene momenten ook aan Nick Drake. Cartwright laat hier echter ook drones, neoklassiek, psychedelische elementen en doorwaadbare experimenten horen, waardoor ook Richard Skelton, Boduf Songs en William Ryan Frtitch/ Vieo Abiungo in het vizier komen. Maar in feite heeft vergelijken bij deze eigenzinnige muziek ook helemaal geen zin. Intrigerende en bij de strot grijpende pracht. Als dit soort werken het niveau van de serie aangeven, dan zie ik nu al reikhalzend uit naar de rest. Wordt vervolgd!

 

GAS – Narkopop (cd, Kompakt)
Wolfgang Voigt is één van de oprichters van het fijne elektronicalabel Kompakt. Maar in de eerste plaats is hij natuurlijk een uitstekende elektronische muzikant. Hij heeft muziek onder zijn eigen naam gemaakt maar ook in tal van projecten. Het meest bekend daarvan is vermoedelijk GAS, waarmee hij de 4 albums Gas (1996), Zauberberg (1997), Königsforst (1998) en Pop (2000) heeft gemaakt. Deze vier zijn in 2008 in de fraaie boxset Nah Und Fern gebundeld en vorig jaar nogmaals een uitgebreide versie daarvan. Op dit alles laat hij een fraai duister, mysterieus geluid horen dat tussen ambient en neoklassiek zit. Het is een tijdloos geluid dat herkenbaar is en nooit door anderen, slechte imitaties daargelaten, nagedaan is. Zeventien jaar na de laatste komt hij nu met Narkopop. Natuurlijk klinkt ook hier GAS als GAS, zij het dat hij iets meer de neoklassieke kant opzoekt. De echte verschillen zitten altijd in de kleine details, die je het best onder de koptelefoon hoort. Er zit namelijk een subtiele maar behoorlijke gelaagdheid in, zoals het bos op de voorkant van de hoes. Onder de neoklassieke, langzaam veranderende basistoon hoor je subiele beats, glitches en microscopische geluiden, die dit weer voor een verbluffende luisterervaring zorgen. In een enkel stuk, zoals “Narkopop 8” en slotstuk “Narkopop 10”, zwelt het geluid wel flink aan tot respectievelijk haast industriële en techno proporties. De meester is terug en hoe! Voor de liefhebbers van Stars Of The Lid, William Basinski en vooral GAS.

 

The Gathering – Blueprints (2cd, Psychonaut)
Wij houden hier om de zoveel tijd kliekjesdag, waarbij ieder gezinslid zelf iets uit de vriezer mag uitkiezen om te eten. De meest wonderlijke gerechten worden dan naast elkaar gegeten. Weggooien is immers zonde. Dat geldt dikwijls ook voor muziek, waarbij sommige nu eenmaal niet op een album past of eerst in een andere versie is opgenomen. Gewoon even ontdooien en dan weer opdienen. Zo kan je ook kijken naar de dubbel cd Blueprints van The Gathering. Deze in 1989 te Oss door Bart Smits en de broers Hans en René Rutten opgerichte groep kent in feite drie gezichten. In eerste instantie starten ze als doom/death metal band. Op het debuut Always… (1992) doet waar toetsenist Frank Boeijen al mee. Met de komst van de voortreffelijke zangeres Anneke van Giersbergen, met haat heerlijk etherische vocalen, gaan ze van doom metal meer richting alternatieve rock, gothic rock en progrock, waarbij ze ook dikwijls in de 4AD hoek uitkomen. Ook het gebruik van elektronica neemt toe en dringt op het voor mij mooiste album Souvenirs (2003) is het rockgeluid zelfs vrijwel volledig naar de achtergrond gedrukt. In 2007 start van Giersbergen haar solocarrière en vinden ze in 2008 een uitstekende vervanger in Silje Wergeland uit de Noorse doom metalband Octavia Sperati. De rock keert weer terug in hun sound. Na diverse albums storten de leden zich op eigen projecten, waardoor een heus nieuw studioalbum voorlopig niet aan de orde lijkt. Wat dat betreft staan ze sinds Disclosure (2012) droog. Nu, 25 jaar na het debuut, komen ze met deze dubbelaar. Maar ook dit is geen echt nieuw album, maar een verzameling van kliekjes uit de periode 2001-2005. Juist met Anneke van Giersbergen nog in de gelederen. En dat smaakt toch wonderwel. Het bestaat hier uit demoversies, weggelaten of andere niet gepubliceerde tracks, ruwe mixen en muziek uit een live jam. De deelnemende artiesten zijn hier naast Anneke van Giersbergen dan René Rutten (gitaar), Hans Rutten (drums), Frank Boeijen (keyboards, programmering) en dikwijls Hugo Prinsen Geerling (bas). De cd is gestoken in een fraaie hoes ontworpen door “onze” Martijn Busink, die wel vaker zijn hand- en spandiensten verleent aan deze geweldige groep. Zoals kliekjes betaamt past niet alles per se bij elkaar, maar er zitten heel veel pareltjes tussen die je als fan maar ook als nieuwe instapper graag hoort. Sommige demoversies, zoals die van “Alone”, zijn echt anders en de moeite waard. Maar ook daar waar de band meer de elektronische koers vaart levert fraaie muziek op. Misschien dus niet heel veel nieuws onder de zon, maar wel een heerlijke aanvulling. En daarbij is het toch ook fijn om Anneke van Giersbergen weer te horen op haar oude honk.

 

The Hare And The Moon/ Futur Passé – The Hare And The Moon/ Futur Passé (cd, Reverb Worship)
Van origine is het heerlijk psychedelische en experimentele neofolkproject The Hare And The Moon een duo uit Engeland en Schotland, die hun ware identiteit niet prijs geven. Ze wonen in het bos en hun belangrijkste bezigheden bestaan uit breien, poppen maken, geestenbezwering, afwijkend gedrag en soms ook muziek maken. Ze laten zich graag inspireren door kindertelevisieprogramma’s uit de jaren 70/80, schrijvers als MR James en Arthur Machen en Victoriaanse en Edwardiaanse spookverhalen, Black Sabbath, Pentangle en een film als The Wicker Man. Ten minste dat beweren ze zelf en tevens dat mystiek en romantiek wat aan de muzikale beleving toevoegt. Daar hebben ze denk ik ook volkomen gelijk in. Hun folk, bestaande uit een bijzondere mix van darkfolk, neofolk en Middeleeuws getinte muziek, is overigens wel met enige regelmaat spookachtig en angstaanjagend. En buitengemeen fraai! Het levert al diverse sterke albums op. Inmiddels is het vooral een project van Grey Malkin (elektrische gitaar, keyboards, orgel, piano, xylofoon, ebow, bellen, percussie, drums). Nu werkt deze samen met Futur Passé (zang, mandolinecello, gitaar, dulcimer, psalters, percussie). Die laatste, vermoedelijk een alias van Catherine Burban, komt uit de Franse progressieve folkgroep Sourdeline, die in de jaren 70 twee albums hebben uitgebracht en plots in 2014 wederkeren met een release op Reverb Worship. Op hun gelijknamige cd bundelen ze hun folkkrachten, enerzijds de Franse folk en zang en anderzijds de Britse acid folk. Het zijn 11 hoofdzakelijk bewerkingen van traditionele songs. Daar gieten ze nog een spookachtig, gotisch en Barok sausje overheen. In een enkele track krijgen ze nog hulp van Sourline-leden Jean-Pierre Dallongeville (gitaar) en Jacky Izambert (percussie) plus violist Thomas Roberts, die eerder al acte de présence geeft bij The Hare And The Moon. Hoe dan ook levert het hier betoverend mooie muziek op, die in geen tijd te plaatsen valt. Denk daarbij aan een eigengereide kruisbestuiving van Espers, Dead Can Dance, Sequentia, Popul Vuh, This Quiet Dust, Nouvelles Polyphonies Corses, Richard Skelton en natuurlijk hun beide projecten. Een heel bijzonder en biologerend werk.

 

Sophie Hutchings – Yonder (cd, 1631 Recordings)
De Australische pianste/componiste Sophie Hutchings is doorgaans niet heel scheutig met haar releases. Na Becalmed (2010) en Nightsky (2012) is het vier jaar wachten eer Wide Asleep het licht ziet, waar wel meteen nog de mini Drift op volgt. En nu keert ze alweer terug met haar vierde cd Yonder. Hoewel haar output meestal neoklassiek verschillen de albums wel van elkaar. Niet alleen door de diverse andere composities, maar tevens door de instrumenten die ingezet worden. De rode draad wordt gevormd door de wonderschone weemoedigheid. Op haar nieuwe werk brengt Hutchings naast piano ook keyboards en zang. Dat laatste haal je er bijna niet uit, omdat ze deze ook als een woordeloos instrument inzet. Daarnaast zijn het (vaste) violist Jay Kong en cellist Peter Hollo (Fourplay, Tangents, Raven, Peccadillo), die haar hier af en toe terzijde staan. Hutchings brengt melancholie in de vorm van een nachtelijke, bezinnende soundtrack, die liefhebbers van Library Tapes, Christoph Berg, Dustin O’Halloran en Max Richter wel zal bevallen. Het is een zinnenstrelende prachtalbum geworden.

 

Machinefabriek – Assemblage (cd, Zoharum)
Sinds het begin van dit millennium is Nederland een legendarische muzikant rijker. Ik heb het dan natuurlijk over de vanuit Rotterdam opererende Rutger Zuydervelt met zijn Machinefabriek. Nu is deze klasbak ook terug te vinden onder zijn eigen naam en in projecten als Cloud Ensemble, CMKK, DNMF, Piiptsjilling en Shivers en werkt hij met artiesten als Steinbrüchel, Jaap Blonk, Aaron Martin, Peter Broderick, Frans de Waard, Mats Gustafsson, Steve Roden, Gareth Davis, Stephen Vitiello, Michel Banabila, Dirk Serries, Anne Bakker, Leo Fabriek, Tim Catlin, Celer, Soccer Committee, Dag Rosenqvist en Dead Neanderthals. Met de groten der aarde kortom en is zijn discografie in tegenstelling tot de Chinese muur wel zichtbaar vanaf de maan. Dat komt naast zijn regulier output onder meer door zijn vele mini’s, die hij dikwijls, fraai vormgegeven in eigen beheer uitgeeft. Maar daarnaast zijn er nog zoveel andere projecten waar deze bezige bij een bijdrage levert. Met enige regelmaat worden zijn mini’s al eens gebundeld om ook liefhebbers van de lange zit meer te bedienen en hoofdprijsvragers de kop in te drukken. Nu is er Assemblage waarop 15 tracks staan van bij elkaar een krappe 70 minuten. Hierop bundelt het kwaliteitslabel Zoharum muziek uit de periode 2010-2016 die afkomstig is van een mini als Nerf tot diverse compilatiebijdragen, soundtracks en samenwerkingsverbanden. Het geeft een mooi dwarsdoorsnede uit zijn werk weer, die toonaangevend is voor vele tijdgenoten.

 

Mitsels – Kranky Thoughts (digitaal, Mitsels)
Mitsels is het geesteskind van de uit Antwerpen afkomstige multi-instrumentalist en liedjesmid Tim Vanhaecke. Je kunt allerlei classificaties als lo-fi, slowcore, indie, folkrock, psych-folk en dergelijke aan zijn muziek hangen, maar in feite brengt hij vooral emoties over. Hij weet zonder muziek te morsen op intieme en melancholische wijze precies een fijne sfeer te creëren, diepe snaren te raken en gewoonweg te overtuigen met eigengereide vondsten. Daarvan zijn de albums I Try To Play Silent But The Mice Keep Rambling (2005) en Tiny, Puny, Little (2014) ook de overtuigende bewijzen. Mitsels presenteert nu het derde album Kranky Thoughts. Van de humeurigheid is niets te merken, maar het is net als het Amerikaanse label dan ook niet geschreven als “cranky”. Wel levert hij hier prikkelende, introverte muziek die tot stand is gekomen met elektrische en akoestische gitaar, sansula (duimpiano met membraan), (berg) dulcimer, etnische fluiten, Ipad instrumenten, percussie, metalofoon, loopstation en allerhande elektronica. Ondanks deze batterij aan instrumenten legt hij weliswaar een rijk gedetailleerde sound aan de dag, maar wel één die ingetogen blijft. Ook de zang staat in de fluistermodus, behalve in “Liberation Drive” want daar verheft hij zijn stem, zij het ook daar versluierd. Een soort micro-ecologisch biologerend en fluweelzacht geluid, dat weer diep onder de huid weet te kruipen. Naast 10 prachtig eigen songs staat er ook een geslaagde cover van “Indian Summer” (The Beat Happening), waar tevens Kato Vanhaecke op zang te horen is. Denk aan een ietwat mysterieuze hybride van Boduf Songs, Sophia, Galaxie 500, Calla, Benoît Pioulard, Lichens en Labradford. Het is zijn meest intense en mooiste werk tot nu toe, zonder de rest ook maar enigszins te degraderen.

 

Oceaneer – Ghost Ship Cargo (cd, Blackjack Illuminist)
Dat je met alleen zuivere noten mooie muziek kunt maken is, zoals de meeste mensen wel weten, totale onzin. Sonic Youth, Glen Branca en meer moesten het zelfs hebben van die tegen het vals aanleunende klanken. De muzikante Oneechan Nanashi gebruikt niet alleen een ontstemde piano, maar zelfs één met mankementen om de basis voor haar muziek te leggen. Als Oceaneer heeft ze er haar debuut Ghost Ship Cargo mee gemaakt, waarbij de piano ook wel afkomstig lijkt van een spookschip. Ze lardeert haar mysterieus waterige pianospel met veldopnames, postrockgitaren en soms ook viool. Het is muziek die tot de verbeelding spreekt en aanvoelt als een soundtrack voor een nostalgische, licht angstaanjagende film. Een fragiele mix van lo-fi neoklassiek, postrock, drones, licht experimentele muziek en ambient, maar dan wel zo dat het intiem, dromerig, sfeervol en bovenal melancholisch is. Grofweg klinkt het als Nils Frahm die samenwerkt met een ingetogen versie van Mogwai en Library Tapes, zij het dat ze hier wel echt een eigen koers vaart. Muziek om bij weg te dromen, na te denken en gewoonweg intens van te genieten. Een bij de strot grijpend sterk debuut.

 

Odd Beholder – Atlas (12”/digitaal, Sinnbus / Rough Trade)
Old Beholder is een Zwitserse duo dat bestaat uit zangeres Daniela Weinmann en toetsenist James Varghese. Vorig jaar debuteren ze met de mini Lightning, waarop ze een heel fijne mix van droompop, shoegaze, wave en electro laten horen. Ze mogen hierbij nog rekenen op steun van artiesten op drums, gitaar en synthesizer. Maar het geluid centreert zich vooral om de bitterzoete zang van Weinmann en de stemmige omlijsting van Varghese. Ze geven een visitekaartje van jewelste af. Voor eenieder die nog niet overtuigd is of hen gewoonweg gemist heeft is er het nieuwe mini album Atlas, ditmaal enkel als 12” of digitale release verkrijgbaar. Hierop presenteren ze 5 nieuwe songs, die weer het fraaie midden houden tussen de genoemde stijlen. De muziek is van een heerlijke dromerigheid en melancholie, die zowel een zekere warmte als onderkoeldheid uitstraalt. Dit duale aspect maakt de muziek ook zo boeiend. Ook qua teksten brengen ze zware onderwerpen ter sprake, die ze toch op lichtvoetige wijze aan de man weten te brengen. Ik denk dat liefhebbers van Trespassers William, Sóley, The xx, Bel Canto en Fever Ray hier hun hart aan kunnen ophalen. Een schitterend vervolg op hun sterke debuut.

 

Tara Jane ONeil – Tara Jane ONeil (cd, Gnomonsong / Konkurrent)
Hoewel je officieel O’Neil moet schrijven hanteert de Amerikaanse multi-instrumentaliste Tara Jane ONeil steevast de versie zonder apostrof of gewoon TJO. Enfin, het is in elk geval een prachtartiest die ik al sinds 1994 volg. Dat weet ik omdat dan het legendarische album Rusty van de supergroep Rodan verschijnt, waar ze ook deel van uitmaakt. De band zorgt voor de geboorte van die typische Louisville sound. TJO is erna ook te horen in Retsin, The Sonora Pine, The King Cobra, The Ida Retsin Family, Drinking Woman en vooral ook veel onder haar eigen naam. Om nog maar te zwijgen over haar vele gastoptredens her en der. TJO schaaft altijd aan haar geluid, waardoor haar muziek van folk rock tot postrock gaat. De melancholische sound vormt daarbij de rode draad. Op haar vorige album Where Shine New Lights zet ze de zang centraal. Ze laat een verstild, traag en sober geluid horen, zij het met een psychedelisch tintje. Op haar achtste, gelijknamige cd trekt ze die lijn door. Het is allemaal nog een stapje dromeriger en meer zoetgevooisd, maar gelukkig druipt de melancholie er nog vanaf. Afgaande op deze fraaie, intieme sound zou je nooit bevroeden dat er maar liefst 14 gasten meespelen, waaronder Dan Littleton (Ida), Chris Cohen, Mark Greenberg (The Coctails), Devin Hoff (7 Year Rabbit Cycle, Xiu Xiu), Gerald Dowd (Boxhead Ensemble, Pinetop Seven), James Elkington (Sophia, Brokeback, Elevate, The May Queens) en Walt McClements (Dark Dark Dark). Dat op drums, gitaar, piano, pedal steel, contrabas, trompet, keyboard en zang, waarbij het akoestische deel overheerst. Alles is zacht gedrapeerd rond TJO’s bitterzoete zang. En dat komt behoorlijk binnen. Ik dat liefhebbers van Mazzy Star, Low, Chantal Acda, Ida, Nina Nastasia, Suzanne Vega enHis Name Is Alive er goed aan doen deze diepgravende, breekbare en bezinnende beauty vol excellente droompop eens te beluisteren.

 

Overcoats – Young (cd, Arts & Crafts)
Het New Yorkse Overcoats wordt gevormd door de dames Hana Elion en Justine “JJ” Mitchell. Op hun debuut Young wordt het al gauw duidelijk dat ze over een eigen smoel beschikken en een bijzondere sound in huis hebben. De muziek draait hoofdzakelijk om hun harmonieuze, bitterzoete en dikwijls soulvolle zang en samenzang. De grootste kracht van die zang is niets eens de prima zang zelf, maar de melancholische gestemde emoties die ze op zeer overtuigende wijze over weten te brengen. De muzikale omlijsting, die ze samen met een aantal gasten brengen, is vrij sober; wat spaarzame elektronica, een enkel gitaartje, een drum, een verdwaalde saxofoon, een paar beats en nog wat sfeerscheppende geluiden. Geen geluid teveel en alles goed gedoseerd. Ze houden daarbij het midden tussen soul, folk, r&b, indie en folktronica. Door de zang moet ik dikwijls denken aan Ibeyi, Emiliana Torrini en Fever Ray, terwijl ze muzikaal gezien ook wel associaties oproepen met James Blake, The Dirty Projectors en CocoRosie. Ingetogen muziek voor droefgeestige dansvloeren. Dan kan je gerust stellen dat dit koppel op grootse, zij het bescheiden wijze debuteert. Een belofte voor de toekomst!

https://open.spotify.com/embed/album/17AOCTGDrJ9H6bF38KDsfk

 

The Poison Arrows – No Known Note (lp, File 13 / Five Roses Press)
Het uit Chicago afkomstige trio The Poison Arrows is bepaald niet scheutig met hun releases, maar als ze iets uitbrengen is het ook keer op keer een voltreffer. Deze bestaat uit zanger/gitarist/toetsenist Justin Sinkovich (ex-Atombombpocketknife, Thumbnail, Acquaintances, New Action Four), bassist Patrick Morris (ex-Don Caballero, Acquaintances, Six Horse) en drummer Adam Reach. Ze laten de albums First Class, And Forever (2009) en New Found Resolutions (2010) plus drie epees het licht zien, die ergens tussen postrock, noise en krautrock landen. Daarna nemen ze een pauze om te herladen. Nu komen ze vol energie weer terug met No Known Note, die in Steve Albini’s Electrical Audio studio is opgenomen. Het geluid is strakker en droger dan ervoor en de kraut zijn ze hier wel kwijtgeraakt, wat bepaald geen aderlating blijkt. Ze brengen 8 songs van bij elkaar 40 minuten, die op pakkende wijze tussen noise, postrock en mathrock uitkomen. Ze mogen daarbij rekenen op gitarist Brian Case (Disappears, The Ponys), gitarist Tony Lazzara (Bloodiest, Road Vultures), zanger Scott McCloud (Girls Against Boys) en toetsenist Brooke Shoemaker. De muziek is dynamisch, energiek en weet op pakkende wijze de eerder ingeslagen weg te vervolgen. Niet geheel onverwacht zijn New Wet Kojak, Girls Against Boys, Shellac, Sonic Youth, Don Caballero, June Of 44 en The Fall hier de te noemen referenties. Dit trio weet wel te excelleren in deze platgetreden gitaarhoek. Dit soort muziek wordt eigenlijk te weinig gemaakt en dan ook zelden zo goed als hier.

 

Sana Obruent – Dyatlov (cd, Blackjack Iluminist)
Amper 20 weken na het geweldige debuut Prince Of The Air brengt Sana Obruent alweer het nieuwe album Dyatlov. Nu stamt het debuut oorspronkelijk uit 2012, dus zo gek is deze snelle opvolger ook weer niet. De projectnaam betekent zoiets als “geluid verdrinken”. Het is het geesteskind van de in Californië woonachtige artiest Paul Lopez, die doorgaans muziek maakt in de hoek van de drones, isolationistische ambient, softnoise, glitch en shoegaze. Op het fijne Duitse Blackjack Illuminist records verschijnt na zijn debuut ook deze cd. Ditmaal een conceptalbum over de mysterieuze dood van 9 ervaren skiwandelaars, die in 1959 onvoldoende gekleed hun tenten zijn ontvlucht maar in de zware sneeuwval geen genade kennen. In de bijna 15 minuten durende opener ervaar je haast tastbaar deze sneeuwval door de isolationistische glitches en drones. Het is van een dreigende en realistische werkelijkheid die hij hier schetst. Daarna gaat Lopez door met ijzige ambient waarbij je op de achtergrond ijle vocalen lijkt te horen. Het mysterieuze geheel lijkt in de greep van een permafrostachtige onderlaag, die je vanaf de allereerste seconde op spannende wijze weet te bevriezen. Zoveel schoonheid gegoten in ijskoude momenten van eenzaamheid, contemplatie en dromen is gewoonweg haast teveel om te bevatten. Fans van onder meer The Sight Below, Stars Of The Lid, William Basinski, Thomas Köner, The Caretaker, Ice en Marsen Jules zullen dit wel weten te omarmen. Wat een biologerende schoonheid!

 

Soon She Said – The First Casualty Of Love Is Innocence (cd, Monopsone)
Het Franse label Monopsone geldt al jaren als een fijne thuishaven voor de betere muziek in de wave, rock, experimentele en shoegaze hoek. Ze zijn in 2015 het geweldige serie Microcircuit gestart, waarin niet alleen geweldige, veelal onbekende artiesten een cd uitbrengen, maar waarbij je bij een bestelling er altijd een tweede exemplaar bij krijgt. Dit om de bekendheid van de artiesten te vergroten en gewoonweg om de liefde voor de muziek te delen. De eerste vier zijn A Movement Of Return, Nezumi (& Fox), Air Wave en Sandy, stuk voor stuk geweldige albums! De vijfde in de serie is de Franse groep Soon She Said met het album The First Casualty Of Love Is Innocence. Deze band is in 2014 opgericht te Rennes en bestaat uit Julien Perrin (gitaar, zang), Laura Bruneau (bas, achtergrondzang), Marc Corlett (gitaar) en Martial Durand (drums). Het geluid dat ze hier produceren houdt het fantastische midden tussen shoegaze en droompop, waarover een licht 4AD-achtig wavesausje is gegoten. Ze hebben net zo’n kippenvel opwekkend narcotiserend geluid in huis als Slowdive, dat je gewoon tot in elke vezel van je lijf voelt en op je slapen voelt drukken. Daarnaast hoor je ook associaties met Pale Saints, Cocteau Twins, Power Of Dreams en Ride terug, maar wel op een hedendaagse en frisse manier. Het is zo mooi dat het soms haast zeer doet. Wat een ongelooflijk prachtig droomdebuut!

 

Zrní – Jiskřící (cd, Zrní)
Het rijke muzikale landschap in Tsjechië blijft er één vol verrassingen. Sinds 2009 zijn ze ook de innemende band Zrní rijker, hetgeen graan betekent in het Tsjechisch en dus gemaakt om succes mee te oogsten. Ze starten in eerste instantie als een groep die indierock en stemmige folkrock combineren. Gaanderweg vervullen de elektronica een grotere rol. Nu hebben wij de 3 J’s, maar zij kunnen daar eenvoudig overheen met Jan Unger (zang, fluit), Jan Juklík (gitaar, zang), Jan Fišer (viool, zang), Jan Caithaml (bas, zang) en Ondřej Slavík (drums, accordeon, beatbox, samples). Los van hun akoestische album van ruim een jaar geleden komen ze nu met hun vijfde studioalbum Jiskřící aanzetten, wat mousserend betekent. En eigenlijk past dat wel bij hun 10 bruisende nieuwe tracks. Nog altijd vormen de melancholische indie en folkrock de hoofdmoot, maar de elektronica hebben ze definitief geincorporeerd in hun originele sound. Ook gaan ze wat luider en meer uptempo te werk hier, zonder van het droefgeestige pad te gaan. De Tsjechische wortels zijn evident, maar ze hebben hun blik duidelijk meer op de rest van de wereld gericht. Om een idee te krijgen moet je denken aan een eigenzinnige mix van Lost In The Trees, The Notwist, Other Lives, Okrej, Květy, Radůza en Thom Yorke, maar dan toch weer anders. Ze gaan gewoon hun eigen weg en weten daarmee een diepe indruk te maken. Hieronder twee live versies en één albumtrack om je aan te verlekkeren.

 


 

Martijn

Necronomidol Deathless
Babymetal is voor kids, hier is Necronomidol! Een idol-bandje die zich laat inspireren door black metal, cold wave/8bit en natuurlijk ook jpop. Hun eerste album was nogal ongepolijst, zowel in de instrumentals als in de onvaste zang. Op Deathless zijn veel ruwe randjes er wel vanaf, wat makkelijker wegluistert maar wat wel een beetje ten koste van de eckte eckte black metal vibe gaat. Maar lollig blijft het.

Ill Camille Heirloom
Lekkere hip hop met die zonder direct retro te klinken wel lekker is voor de oudere hedz, daar zorgen producties van Georgia Anne Muldrow en cameo’s van Camp Lo wel voor.

Arto Lindsay Cuidado Madame
Lang niks van gehoord, maar hier is de no wave held weer met zijn unieke blend van prevelende bossa/MPB (Música Popular Brasileira) en een scheutje New York skronk. Dat laatste wordt wel steeds ietsje meer lijkt het, al zou ik die laatste albums weer eens moeten horen om daar harde beweringen over te doen. Maar het is zeker weer heel fraai.