Diggin’ Demos 6: Timbûktoe

De meeste demotapes die ik bezit zijn gemaakt door beginnende muzikanten. Met de droom om ‘het’ te gaan maken. En als dat niet lukt, is het vaak afgelopen met de ‘muzikale carrière’. Het cassettebandje van Timbûktoe vertelt echter een ander verhaal.

Dat verhaal komt trouwens niet vanzelf. Maanden heb ik erover gedaan. De mensen die ik spreek? De informatie moet van ver komen. What’s in a name… Timbûktoe. De tape is een mysterie. De muziek 25 jaar oud. Het kost me serieus veel moeite om er een samenhangend stuk van te maken. Nu nog lopen de meningen uiteen over wanneer en hoe lang de band bestaan heeft 🙂

Zanger en saxofonist Nicko Christiansen is het eerste bandlid dat ik weet te achterhalen. Ik spreek hem in december 2016. In zijn huis en atelier in Den Haag. Doet die naam je een belletje rinkelen? Dat zou kunnen! Hij heeft wereldwijd namelijk honderdduizenden platen verkocht. Met Livin’ Blues.

Oprichter Rob Daenen bel ik een paar weken geleden. In april van dit jaar. Ook zijn werk heeft een enorm bereik. Dagelijks zien duizenden mensen ‘zijn’ standbeeld van Haagse Harry aan de Grote Markt. De muziek van Rob zal je minder bekend in de oren klinken. Maar dat komt omdat ie uit de experimentele hoek komt.

De muzikanten vormen vanaf eind jaren ’80 een band. Ze spelen een vreemde fusion van funk, jazz en blues, die ze junglefunk en voodoorock noemen. Voor hen was Timbûktoe geen begin. En geen eindstation. Verre van. En de tape? Die hebben ze beiden nooit eerder gezien.

Luister naar de muziek en lees meer over Nicko, Rob en Timbûktoe. Kennen jullie de band? Wat vinden jullie van de muziek? Wat is hun plek in de Nederlandse muziekgeschiedenis? Laat het me weten!


Dit is mijn tape met muziek van Timbûktoe. Onderaan dit artikel is ook een luisterlink geplaatst.

 

Op onderzoek

Een wit cassettebandje zonder hoes. Alleen met een bandnaam en een telefoonnummer uit Gouda. Oktober 2016 helpt Google niet erg mee. Bedoelde u Timboektoe? Ook de Popunie van Zuid-Holland kan me niet vooruithelpen: onder die naam is niets in hun archief te vinden. Pas als Subjectivist Jan Willem me wijst op een YouTube filmpje en ik de bandnaam Timbuktu (sic) tegenkom in de Nederlandse Muziekencyclopedie begint m’n onderzoek te rollen. Nicko Christiansen en Rob Daenen moet ik hebben!

Even terugspoelen

Nicko Christiansen was zanger van Livin’ Blues. Samen met Cuby + Blizzards absolute wereldtop. Maar daar ga ik niets over vertellen. Daar is Livin’ Blues. Bluesrock met internationale allure (oktober 2016) voor geschreven. Een hardwerkende band, die tussen 1967 en 1974 haar artistieke hoogtepunt kent, maar uiteindelijk wel twintig jaar in verschillende samenstellingen bestaan heeft. Tussen 1976 en 1979 is Nicko zanger van Himalaya, een bandnaam die Nicko’s verlangen naar vrijheid en spirituele verdieping verraad.

 

Rob Daenen (1956) stamt uit een oude Haagse muziekfamilie. Halverwege de jaren ’80 sluit hij zich aan bij Ensemble LOOS, dat zich rond die tijd een ‘postpunkdepro’-formatie noemt. Muziek die je moet leren luisteren. Volgens de muziekencyclopedie “een internationaal vooraanstaande groep op het gebied van avant-garde muziek, die in 1985 de Oyevaer Prijs van de Stad Den Haag verdiend.” Ook combineert Rob poëzie en Afrikaans ritme, o.a. met Simon Vinkenoog en Wim ‘Afrikit‘ Jansen.

 

De band

Rob zoekt eind jaren ’80 een zanger à la Captain Beefheart en Dr. John voor zijn muzikale plannen. En Nicko, die hij al jaren kent uit koffieshop De Maskot, waar ze lange gesprekken hebben over muziek, was ook op zoek naar een nieuwe muzikale uitlaatklep. Het klikte, maar het duurt lang voordat ze een band bijeen hebben. Tot die tijd wordt er veel samen geïmproviseerd in het kleine flatje van saxofonist Pim, die zich vrij snel aansluit bij de twee.

Nicko komt met de naam Timboektoe aanzetten. Meer nog dan Himalaya een metafoor voor vrijheid: een fantasiewereld uit sprookjesboeken. Maar zoals de muziek een fusion moest zijn, moest ook de bandnaam van Rob een mix van het Engelse Timbuktu en Nederlandse Timboektoe worden.

Naast Rob (toetsen) en Nicko (zang, altsax, percussie) bestaat Timbûktoe uit Pim van der Hust (tenor sax), terwijl Rick “Ricky la conga” Spangenberg, John Geutkens (percussie), M’Bassou Niang (sabar), drummers Erik Pronk, Bert Fonderie, Taco Gorter, Jack van der Luyt & Rob Sprinkhuizen, bassisten Marcel van Ettinger, Jan den Boer, Arie van Duyvenvoorde & Thys Vlaszaty en gitarist Dick Zuilhof de band gedurende een klein decennium completeren tot een veelal zeskoppige band.

Nicko schrijft nog geen twee pagina’s over Timbûktoe in zijn boek Mijn vakantie op aarde (2016): “Het was een erg aparte band. Stotende saxpartijen samen met Pim. Mijn teksten over droomwerelden en gekte, over voodoo en magie. Er gebeurde weer zoveel in die tijd dat ik er van in de war raak als ik eraan terugdenk. Ik was gestopt met alcohol drinken, tenminste dat dacht ik. Want als je dan in plaats van whiskey of wodka naar bier overstapt lijkt dat maar zo.”

De droom

Nicko: “Bij ons ging de muziek altijd voor. Het moest lekker klinken. Het moest klikken. En als je dat hebt bereikt, wil je daar mee doorgaan. Ook al heb je geen idee wat eruit komt. Natuurlijk hoop je ergens wel dat het wat wordt. Maar dan vooral als het succes start in de zaal. Als mensen zeggen Zo! Dat is goed. Dat heb ik niet vaak zo gehoord! ”

“Maar ja, als je de grotere media, zoals de radio niet mee hebt…” Foeterend: “Belachelijk dat mensen zich zo laten leiden. Ik ben altijd zélf op zoek gegaan naar goede muziek. Radio? Niet veel naar geluisterd. Wat een ramp!”

“Op een gegeven moment hadden we wel een boekingskantoor” vertelt Nicko. Dat was Sonic Wave Productions. “En in Niels Kaan hadden we een fan en manager, maar dat heeft ons – ondanks dat hij z’n best daarvoor deed – slechts een paar optredens op vreemde, hippieachtige feesten opgeleverd. Van hem is ook dat telefoonnummer op dat cassettebandje van jou! Weet je: je hebt geld nodig om jezelf te promoten. Later kom je d’r achter dat het bij mensen met rijke ouders of met een manager, die er een hoop geld in stopt, wel lukt.”

Rob is weleens naar Hilversum geweest voor een rondje langs de radio en platenlabels. “Iedereen had goede aandacht, had ook alles afgeluisterd, maar ze vonden het niet commercieel genoeg. Ik heb ook vervolgens niet de gave van een zakenman, die zich vastbijt. En dat was het probleem met iedereen. Ook die Niels had dat niet. Maar we maakten ook best wel eigenaardige muziek. Het was ook niet makkelijk om optredens te krijgen.”

“Dat cassettebandje? Niet mijn merk. En zo stuur je toch geen bandje op! Het is ook heel vreemd als promotietape, omdat het opent met een traag nummer. Geen flitsende binnenkomer!”

De muziek op de tape herkent Rob wel. “Dat zijn opnames in de VARA studio.” Van februari 1994 (red). “Daar zijn we voor naar Hilversum geweest. We hadden gereageerd op een oproep op de radio om mee te doen aan een soort wedstrijd. Een andere avond zijn we weer naar Hilversum gegaan voor een interview met Henk Westbroek. Dat zou heel goed VARA’s Popkrant geweest kunnen zijn. Het publiek mocht stemmen wie er doorging. We waren toen al een beetje ouder dan rest en het was niet eens in ons opgekomen om zelf te gaan stemmen. We lagen er dus snel uit.”

Bezetting Timbûktoe op de tape. Vlnr: Jan de Boer, Rick Spangenberg, Erik Pronk, Pim Verhulst, Nicko Christiansen en Rob Daenen.

Rob heeft thuis nog wel meer opnames liggen. Op cassette en DAT tapes; Timbûktoe heeft geen muziek op cd of lp uitgebracht.

Het hoogtepunt

Voor veel bandjes is alleen al de deelname aan de Grote Prijs van Nederland een hoogtepunt. Voor Timbûktoe echter niet. Nicko: “Als je daaraan meedoet, wordt je behandeld als amateur. We moesten met z’n zevenen in een klein kleedhokje. Een kwartier van tevoren en een kwartier d’r na. En dan vlug wegwezen! Daar werden wij knap chagrijnig van. En met één consumptiebonnetje in de gang moeten staan met je al spullen. Ik had natuurlijk al tours meegemaakt in luxehotels. En Ricky ook met een bekende salsaband. Dan neem je dat niet meer! Maar het echte probleem – want we passen ons heus wel aan, we zijn ook allemaal maar gewone jongens, die heus niet om speciale whisky’s vragen – was de soundcheck. Die was waardeloos. En met zo’n band als de onze moet je goed soundchecken. De meeste jongens die ze achter een mixer zetten zijn makkelijk betaalbaar; jongens uit een bandje. Ga jij het maar proberen! De goede technici? Die zitten thuis. Die hebben één keer per jaar North Sea Jazz. En voor de rest van de tijd willen ze die niet betalen. Nou ja. Dat dus. Het klonk daar – in het Paard van Troje – dus verre van optimaal. En de sfeer was niet onze sfeer.”

“Je doet mee aan een soort wedstrijd. Had ik nog nooit gedaan. De jury zei: “Het is fragmentarisch!” Maar wat is dat eigenlijk? Ze konden d’r niks mee. Tja, dat is dan een opvatting. Maar als je zag wie d’r wel won… Dat vonden wij echt zo’n bandje van niks.”

Volgens Rob treedt Timbûktoe in haar bestaan zo’n 30 tot 40 keer op. Nicko: “Gezellig met z’n allen in een autootje of bus. Overal trommels”. “De beste optredens waren hier, in cultclub ‘t Syndicaat ook al konden daar maar honderd mensen in. Vooral als die trommelende Senegalezen meededen. Die ritmes, daar kreeg ik gewoon rillingen van. Daar gingen m’n nekharen van overeind staan!”

 

Rob formuleert iets zuiniger: “Eigenlijk waren de meeste optredens wel aardig! Maar waar ik hele goede herinneringen aan heb is ons optreden tijdens de Boulevard of Broken Dreams op Het Plein. In een grote tent als slot act. Daar was een behoorlijke menigte. En ons optreden in de Melkweg, in een sideshow van de Uitmarkt. Dat was leuk!”

Waar de band in haar nadagen nog veel lol aan heeft beleefd is het maken van een videoclip. Zeker in die tijd behoorlijk bijzonder. Rob: “Dat was niet op initiatief van de band, hoor! Tekenaar Dennis Bodewitz stelde het maken van het deels geanimeerde filmpje voor. Hij hoopte dat wij daarmee de boer op zouden gaan. Maar ja: zoals gezegd was dat niet ons sterkste punt en hij deed er zelf trouwens ook niets mee.”

Nicko in Mijn vakantie op aarde: “We filmden iedere dag met allerlei te gekke ideeën, zoals een brandje aan de rand van het bos, dat dreigde uit te lopen op een echte bosbrand. We konden het net op tijd uitkrijgen. De volgende dag namen we een koe mee naar binnen, de huiskamer van de boerderij in. Ik playbackte met mijn hoed op en sjamanenstaf, naast een enorme koe die zijn hoofd niet stilhield en mij af en toe een flinke duw gaf. Waarna zij ook nog eens de hele kamer onder scheet, zodat het dun tegen de muren opspatte. De Franse boerenjongens lachten zich een deuk, maar die hadden niet veel nodig na al die wijn en whisky. Die jongens kunnen zuipen, zuipen. Met een krant werd de koeienstront van de vloer en muren geveegd.”

Het filmpje heet The Well. Nicko: “Een lekker ritme, gangbaar melodietje. Echt in onze stijl. We dachten: dat kan wel opvallen. Het idee was, dat als dit aanslaat, dan maken we een lp. Maar de VPRO vond het filmpje te fragmentarisch. Zij ook al!” Rob herkent deze carrièreplanning niet: “Dit was nog niet de tijd van de strategieën hoor! Iedereen was vooral bezig met muziek. En je moest het helemaal niet hebben over concepten enzo; daarmee joeg je juist iedereen de gordijnen in. Het moest vrij zijn!”

 

Uiteindelijk is het filmpje nooit in Nederland te zien geweest. Nicko enthousiast: “Maar wel over de halve wereld! In Mexico is het verschillende keren op tv geweest, maar ook in Korea, India, China en Venezuela. Rob ontnuchterend: “Ja, dat filmpje is nog wel verkocht in één of ander mediapakket.”

En toen

De herinneringen over hoe lang Timbûktoe een band was en wanneer het was afgelopen lopen behoorlijk uiteen. Op m’n vraag over welke jaren we het eigenlijk hebben, antwoord Nicko weifelend: “In de tachtiger jaren. Mijn dochter is in 1984 geboren. Ik denk dat het 1980 was. Of zo iets, ja. En Timbûktoe viel na drie, vier, vijf jaar uit elkaar.”

In eerste instantie schat Rob het begin van Timbûktoe in op 1992. “Maar dat is een pure schatting hoor!”. Later: “Ik ben eens met een bepaalde vriendin naar een optreden van Timbûktoe geweest. En dat is in 1988 uitgegaan, dus misschien is het allemaal wel veel vroeger geweest, dan ik in mijn herinnering heb.” Met de bewijsstukken van een aantal tapes in zijn hand: “Ik denk van 1989 tot 1995.”

Ik vraag het voor de zekerheid ook aan drummer Taco Gorter. Taco: “Ik heb ongeveer tussen 1990 en1998 met hun gespeeld.” Heeft Timbûktoe dan acht jaar bestaan? “Ja geloof het wel. Wel langer dan acht jaar!”

Rob lacht en is heel stellig: “In 1995 was het over!” “Timbûktoe stond op een gegeven moment helemaal stil. Nicko’s nieuwe Livin’ Blues (Xperience) was het enige dat nog een beetje normaal betaalde. Dus daar ging dan alles voor aan de kant. En daar kun je geen band op bouwen. Daarnaast had ik bij Heidecker meer de gelegenheid om te groeien, ontwikkelen en schrijven”.

 

Nicko vertelt daarover: “Willem Bieler (Q65), was op een gegeven moment helemaal fan van ons geworden en wou ons ook gaan boeken, maar dat kwam niet van de grond. Hij vond dat we niet genoeg together waren. Je gaat als muzikant ook niet zitten wachten op een optreden dat volgende maand komt, maar je gaat gewoon weer met andere dingen bezig, toch?”. Ook herinnert hij zich dat “Rob soms hele kant-en-klare ideeën had. Zo moet het gezongen worden! Daar is het ook een beetje op stukgelopen. Dan had hij op een gegeven moment iets van De bas moet dit doen. Dat zat niet lekker bij de bassisten en drummers. Ik heb altijd gedacht Ze moeten doen waar ze het beste in zijn, weet je wel?”

Maar de meest logische verklaring over het einde van Timbûktoe komt ook uit de mond van Nicko: “Heeft een band geen succes? Dan gaan ze allemaal dingen verzinnen waarom het geen succes heeft. Het moet commerciëler, meer dansbaar, die moet eruit, daar moet een betere voor. En dan gaat het rommelen… Zo gaan bands uit elkaar.”

Fast forward

Na Timbûktoe speelt Nicko o.a. in Hypnoclan, Dr. Bongobrain, maar vooral in meerdere incarnaties van Livin’ Blues. Vorig jaar was het even rustig, maar met Livin Blues Xperience toert Nicko al weer bijna vijftien jaar. Op grote podia in het buitenland, zoals in Polen, Spanje, Noorwegen en Moskou, waar ze als sterren onthaald worden, maar net zo makkelijk als hoofdact op het Jakarta Blues Festival. Nicko heeft ook nog tijd om te schilderen, maakt elke woensdag Livin’ Blues Radio op Wereldstad Rotterdam en heeft vorig jaar dus zijn boek Mijn leven op aarde uitgegeven. Een heerlijk hilarisch boek, die naast allerlei muziekverhalen ook de persoonlijke ontwikkeling van Nicko als rockende zuipschuit naar spiritueel stadsindiaan beschrijft.

Ook Rob is niet éénkennig. In dezelfde periode als Timbûktoe speelt hij met Heidecker en zeventien jaar met Braaxtaal: het trio met stemkunstenaar Jaap Blonk, waarmee hij zelfs in de Verenigde Staten optreedt. De carillons van Heerhugowaard spelen dagelijks zijn tunes en hij musiceert in KA en NeefRon, dat ook Timbûktoe nummers speelt, zoals Heated: het derde nummer op de witte tape.

 

 

En tegenwoordig? Naast dat hij beeldend kunstenaar is, speelt hij ook weer met de mannen van LOOS. Rob: “Het is zo grappig dat jij me nu over Timbûktoe bevraagt. We waren onlangs wat stuurloos aan het jammen, toen ik muziek van Timbûktoe inbracht. Daar stonden ze wel open voor, dus daar zijn we nu weer mee bezig. Ach ja: je hebt ook wel het beste gemaakt tussen je 20ste en 30ste, dus ik speel de stukken gewoon weer. Ik vind het eigenlijk ontzettend leuk om weer terug in die tijd te zijn!”


Meer weten over de vele kanten van de persoon Nicko Christiansen? Johan Meijer heeft een mooie documentaire gemaakt, die fast forward door zijn leven op aarde gaat.

De tape van Timbûktoe is te beluisteren op het YouTube kanaal van Diggin’ Demos. De verzamelde feiten en foto’s? Die zijn te vinden op Discogs.

Marco van Dalfsen wou archeoloog worden, maar dat liep allemaal wat anders. Lees hier meer over de drijfveren van de schrijver van het verhaal over Timbûktoe of volg Diggin’ Demos op Facebook. Livin Blues Xperience is ook te vinden op Facebook: check de events!