Het schaduwkabinet: week 09 – 2017

De meeste wapens hebben vinden we toch echt niet van deze tijd. Wij wapenen ons enkel met woorden in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Baby Galaxy, Richard Barbieri, Beránci A Vlci, Blanck Mass, Emel, Ibibio Sound Machine, Jablkoň, Kalio Gayo, Kleefstra | Bakker | Kleefstra, Lusine, Mokroïé, Okada, Pîrî Reis, Nadia Reid, Eva Salina, Signals & Alibis, Sun Kil Moon, The Mysterons en serpentwithfeet.


Jan Willem

Baby Galaxy – Mighty Night (cd, Subroutine / Sonic Rendezvous)
Hoe ik mijn gitaarband het liefst heb? Medium of liever nog rare. En verras me maar met wat je erbij hebt, maar hou het eenvoudig! Zo krijg ik ze met name in de jaren 90, bekend en onbekend, veelvuldig smakelijk voorgeschoteld. Vanuit Maastricht, waar ze met het Preuvenement wel weten wat lekker is, komt nu de groep Baby Galaxy. Deze bestaat uit gitarist/zanger Nick Jongen (Sleep Kit), bassist Robbert Verwijlen (Bounty Island) en drummer Kees Berkers en samen presenteren ze nu hun debuut Mighty Night. Daarop laten ze heerlijke gitaarnoise horen die precies genoeg rauw is om niet te verzanden in een doorsnee smaak. Ze serveren ernaast nog wat indierock en lichte experimenten. Kortom, alle ingrediënten om een fijne gitaarplaat mee te maken. Dat doen ze dan ook met dissonante noise à la Sonic Youth die ook lekker energiek uit de bocht kan vliegen als Drive Like Jehu of Further. Denk voor de bijgerechten nog aan heerlijke dishes van Sebadoh, Sugar, The Wedding Present en Dinosaur Jr.. Dat alles wordt op vertrouwde maar tevens frisse wijze opgediend. Eet smakelijk!

 

Richard Barbieri – Planets+Persona (cd, Kscope / Bertus)
Waar te beginnen als je de fameuze toetsenist Richard Barbieri niet kent? Deze bijna 60 jarige Brit start zijn loopbaan bij het legendarische Japan in 1976 met David Sylvian (echte naam David Alan Batt) en participeert ook in de korte opleving erna Rain Tree Crow. Na hun uiteengaan houdt hij er projecten op na als The Dolphin Brothers en Indigo Falls (met zijn vrouw Suzanne) plus samenwerkingsverbanden met Mick Karn, Robert Fripp, Tim Bowness, Steve Hogarth (Marillion, H Band), David Sylvian en diens broer Steve Jansen (Stephen Batt). Hij krijgt pas echt weer een grote rol als hij deel uitmaakt van Porcupine Tree. De muziek die hij en de zijnen hebben voortgebracht hebben een enorme stempel gedrukt op vele generaties erna en dan moet je echt denken aan het kaliber van The Human League, Duran Duran, Gary Numan en Talk Talk. Progressief minimalisme met een maximale output. Door de jaren heen brengt hij ook twee solowerken uit, waarop hij altijd mag rekenen op de inbreng van bevriende muzikanten. Planets+Persona is officieel pas zijn derde solowerk, negen jaar na zijn vorige. Niet dat hij stil heeft gezeten, maar wel als solomuzikant. Met dit nieuwe werk pakt hij ambitieus uit en zou hij zo in de prestigieuze en bovenal toonaangevende “Made To Measure”-serie van het Crammed label passen. Hij laat hier namelijk een onnavolgbare mix horen van jazz, avant-garde, new age, ambient, wereld- en experimentele muziek horen, waar je niet eenvoudig je vinger op kunt leggen. De basis wordt gelegd door zijn atmosferische elektronica, maar die wordt op ludieke wijze ingevuld door gasten op de kora, akoestische gitaar, trompet, bas, drums, percussie-instrumenten, vibrafoon en zang. Voor dat laatste schakelt hij naast zijn vrouw ook Steve Hogarth, Tim Bowness, Yukiko Taniguchi en Grice Peters in. Het is een ontmoeting van Oost en West en Noord en Zuid geworden, die zijn weerga niet kent. Dan kunnen er zeven planeten zijn die op de aarde lijken en waar mogelijk leven kan zijn, maar Barbieri laat nu al zien dat er meer tussen hemel en aarde is. Een groots en meeslepend album!

 

Beránci A Vlci – Beránci A Vlci (cd, Indies Scope / Xango Music Distribution)
Lammeren en wolven, Beránci A Vlci, het is misschien niet de beste combinatie. Toch zullen ze het ermee moeten doen in delen van Tsjechië en Slowakije. Beide landen, vroeger nog verenigd, delen ook het gebied Moravië alwaar de folklore uit de grond lijkt te borrelen. Nu zijn 4 verschillende groepen gebundeld tot Beránci A Vlci, die elkaar bepaald niet zullen bijten zoals wolven en lammeren. Het gaat om het Jitka Šuranská Trio (violiste/zangeres Jitka Šuranská, mandolinespeler/zanger Martin Krajíček en contrabassiste Marian Friedl), het 10-koppige vrouwenkoor Ženský sbor z Kudlovic (met ook Šuranská in de gelederen), de muzikanten van RukyNaDudy met de traditionele en vergeten instrumenten (koncovka, fujarka, vedel, herdersfluit, gajdy, kleine cimbaal, salašovka) en de jazzgroep Sdružení nezávislých jazzmenů (wederom met Friedl). Allen maken ze doorgaans muziek die put uit de Moravische traditie, alleen vliegen ze het los van elkaar heel anders aan. Ze verkennen hier nu als eenheid elkaars overlappende gebieden en de grenzen ervan. Dat levert een zeer kleurrijk geheel op waarin de verschillende facetten van de Moravische muziek fraai naar voren komen. De ene keer uiterst harmonieus met prachtige koorzang of indringende mannelijke zang en op andere momenten wat meer experimenteel. Hierbij wisselen ze vrolijkheid en droefgeestigheid, uptempo en rustieke stukken, de diverse stijlen (folk, jazz, drones, klassiek) en het brede instrumentarium goed af. Het levert een bijzonder fraaie wereldplaat op.

 

Blanck Mass – World Eater (cd, Sacred Bones)
Benjamin John Power vindt je terug in het experimentele noise/drone duo Fuck Buttons, maar sinds 2011 treedt hij ook naar buiten als Blanck Mass. In 2011 verschijnt zijn gelijknamige debuut, gevolgd door Dumb Flesh in 2015. Hij gaat hierop een tikje rustiger te werk dan bij zijn andere band maar weet de luisteraar nog altijd onder te dompelen in technogeluiden al dan niet aangedikt met ambient, neoklassiek, abstracte en allerhande experimenten. Hoewel dit alles redelijk licht op de maag is, zit dat wel anders met de boodschap erachter. Het album is namelijk een aanklacht tegen de gebreken van de menselijke vorm in de huidige evolutionaire staat. Op zijn derde album World Eater is dat thema er bepaald niet lichter op geworden: “Volgens hem is de mens zich bewust van het beest in zich, maar was hij meestal in staat z’n primitieve drang onder controle te houden, want de mens begrijpt immers heel goed het verband tussen lichaam en geest. Maar helaas blijkt steeds vaker dat de mensheid zichzelf niet meer kan beheersen en zichzelf uiteindelijk consumeert met grote gevolgen.” De cd opent ook behoorlijk venijnig met overdonderend geluid. Pas in het derde nummer “Please”, een soort smeekbede, gaat hij wat meer rustige en Aphex Twin-achtige wijze aan de slag. Daarna dendert hij weer verder als een wals met zijn aanstekelijke mix van techno, IDM en flarden neoklassiek. In zijn meer dan overtuigende maalstroom hoor je ook wel elementen terug van Emeralds, Oneohtrix Point Never, Tim Hecker, Ben Frost en Lapalux. Een diepgravende wereldplaat om op te vreten.

 

Emel – Ensen (cd, Partisan)
In 2012 debuteert de vrijgevochten Tunesische zangeres Emel Mathlouthi met haar overrompelende debuut Kelmti Horra, hetgeen “mijn wereld is vrij” betekent. Haar huwelijk tussen wereldse Tunesische muziek en elektronische beats is niet alleen baanbrekend maar ook wonderschoon en pakkend. Je moet het wel onder de noemer protestmuziek plaatsen en de gelijknamige track is ook het lofzang van de revolutie in haar land geworden. Ze verkast snel erna naar Parijs. Het blijft dan lange tijd stil rond haar. Maar nu is ze kortweg als Emel helemaal terug met haar tweede cd Ensen. Ze werkt hierop intensief samen met muzikanten Valgeir Sigurðsson (Bedroom Community label) en Johannes Berglund (Cobolt) plus nog wat gasten op programmering, percussie, samples en strijkarrangementen. En eigenlijk gaat ze op nog betere wijze door met wat ze op haar debuut al liet horen. Haar fantastische zang gedijt goed op de Westerse beats en ze brengt Arabische muziek op een zeer vernieuwende, mooie en beklijvende wijze aan de man. Voor eenieder die Natacha Atlas te poppy vindt en Ghalia Benali en Light In Babylon te traditioneel of Muslimgauze te experimenteel en Sussan Deyhim te Perzisch, biedt zij een sound die daar een schitterende dwarsdoorsnede van is. Het is weer eens een toonaangevnd album dat het verschil weet te maken, los van het feit dat het allemaal van een onaardse pracht is.

 

Ibibio Sound Machine – Uyai (cd, Merge / Konkurrent)
Bij het Merge label krijg je toch meestal de betere gitaarbands voorgeschoteld, maar bij een naam als Ibibio Sound Machine op dit label fronsen de wenkbrauwen even. Want is dit niet gewoon die heerlijke Londense Afrobeat groep die in 2014 debuteert met hun gelijknamige album? Jazeker, maar ook daar zijn ze vermoedelijk, net als ikzelf, helemaal verslingerd geraakt aan die verslavende sound van deze band rond de prachtige zangeres Eno Williams met Nigeriaanse roots. Ook op hun nieuwste worp Uyai, hetgeen “schoonheid” betekent in haar moerstaal, weten ze weer zo’n heerlijk geluid aan de dag te leggen. Williams keert als kind weer terug naar Nigeria om later weer in de Britse muziekscene op te duiken. Het geeft haar voldoende bagage om een eclectische mix te kunnen maken van hetgeen haar wortels ingeven en wat het land waar ze groot geworden is mogelijk maakt. Daarmee weet ze een unieke positie in te nemen met muziekwereld die zowel Westers als traditioneel is. De muziek is lekker uptempo, de zang soulvol en opzwepend en de algehele sfeer heeft wel wat weg van een Caribisch carnaval. Dat is ook het enige carnaval dat ik wel leuk vind, mede door mijn jaren als kind in Aruba, zij het dat ze ware thema’s, zoals de gijzeling van 276 meisjes door Boko Haram, bepaald niet uit de weg gaat. Het is muziek met een lading. Met Prince-achtige funk en andere enerverende beats, van IDM tot Afrobeats, weet ze je met de haar band plus gasten (gitaar, percussie, drums, bas, trombone, synthesizer, trompet, saxofoon, duimpiano, keyboards, fluit, achtergrondzang) helemaal in te palmen. En of je nu gaat voor de vrijheid voor vrouwen, de macht die aan de kaak gesteld wordt, de misstanden in de wereld of gewoonweg de muziek, je krijgt het hier gewoon allemaal op een schitterende wijze voorgeschoteld., waarbij ze soms ook een tropische variant op New Order lijken te zijn. Het is een werelds album geworden, waar schoonheid en boodschap een eenheid vormen. Een heerlijk tijdloos unicum!

 

Jablkoň – Vykolejená (cd, Galén)
Ik volg al meer dan 25 jaar zo goed en zo kwaad als het gaat de Tsjechische muziek op de voet. Eén van de eerste bands die de liefde voor de muziek van daar aanwakkert is de groep Jablkoň, die al in 1977 opgericht wordt. Hun debuut Devátá Vlna verschijnt in 1988. Ze vallen meteen op door hun geweldige en buitengemeen originele mix van avant-garde, rock en folk, waarbij de rauwe zang van bandleider Michal Němec er een Tom Waits-achtig tintje aan geeft. Dit recept houden ze ook erna vast, al wordt hun sound wel wat milder. Zelf omschrijven ze hun muziek als “Händel die een holbewoner tegenkomt”. Zanger/gitarist Michal Němec is nog het enige lid dat er sinds de oprichting bij is. Door de jaren heen verschijnen er onduidelijke variaties op de naam, zoals Půljablkoň, Symfonický Jablkoň, Velká polní Jablkoň, Malá lesní Jablkoň en Jablkoň & Svěcený, waarmee ze naar eigen zeggen andere subgenres aanboren, de één meer folky en de ander meer klassiek. Maar het loopt dwars door hun reguliere output heen. Nu brengt hij met Jablkoň de cd Vykolejená, hetgeen “ontsporing” betekent. De huidige formatie bestaat naast hemzelf uit zangeres Marie Puttnerová, Martin Carvan (gitaar, bas, zang), Johnny Ludl (gitaar, bas, fagot, fluit, zang), en Petr Chlouba (drums, percussie, vibrafoon, melodica, keyboards, zang). Ze brengen 13 nieuwe tracks, waarvan er twee door ex-lid van het eerste uur Ingo Bellmann zijn geschreven. Er is van ontsporing niet echt sprake, want het is een fluweelzachte mix van folk, singer-songwritermuziek, blues en rock geworden waarbij ook avant-gardistische en experimentele elementen soms even de kop opsteken. Puttnerová’s heldere zang vormt een mooie tegenhanger naast die herfstige van Němec. Misschien dat je de ontsporing moet zoeken in het feit dat ze diverse genres door elkaar heen laten lopen, maar in feite is het een wonderschoon stemmig en coherent geheel dat ze hier laten horen. Na zo’n 40 jaar weten ze nog altijd een diepe indruk te maken.

 

Kalio Gayo – Orok (mcd, Kalio Gayo / Xango Music Distribution)
Hoewel de naam het wellicht niet doet vermoeden is Kalio Gayo een groep uit Utrecht. Maar niet in hokjes gestopt worden en grenzeloos muziek kunnen maken is nou net wat deze groep al jaren wil en doet. Ze geven op hun albums feestjes met een traan, waarbij iedereen welkom is en waar men de universele taal van de emoties spreekt. De huidige bezetting bestaat uit Renske Das (zang, accordeon, melodica), Anja Pleit (gitaar, banjo, zang), Sijmen Hendriks (contrabas) en Joost Bos (drums, sampler). Ze presenteren nu hun mini cd Orok, waarop ze eigenlijk de lijn van hun eerste 3 albums doortrekken. “Orok” Baskisch voor “iedereen” en iedereen kan overal zijn. Of zoals ze zelf zingen: “here is no such thing as the wrong country, the wrong color or the wrong name, we share the same future, bright or grim, east and west, the same.” Een bekende boodschap misschien, maar wel één die heden ten dage niet vaak genoeg uitgedragen mag worden. Het levert een schitterende kruisbestuiving op van folk, roma, wereldmuziek en noem maar op, waarop je met iedereen danst, lacht en huilt. Een net zo verbindend als wonderschoon kleinood.

 

Kleefstra | Bakker | Kleefstra – Dize (cd, Midira)
De gebroeders Jan Kleefstra (stem) en Romke Kleefstra (gitaar, effecten) kom je onder meer tegen in de groepen CMKK, The Alvaret Ensemble en Piiptsjilling, die elkaar qua stijl niet bijten. Met name de mysterieuze, soms haast spookachtige Friese poëzie van Jan vormt de rode draad. Dat geldt ook voor de met het aan Piiptsjilling verwante combo Kleefstra | Bakker | Kleefstra, waar de broers in goed gezelschap verkeren van Anne Chris Bakker, die zelf ook al menig fraais heeft voortgebracht. De verschillen zitten hem naast andere teksten, want de voordracht is meestal hetzelfde, in hoe ze die teksten inlijsten. Op hun nieuwe, achtste album Dize brengen ze 5 langgerekte stukken die na ruim 56 minuten pas finishen. Jan brengt zoals altijd weer zijn fraai gedragen gedichten en Bakker en Romke voorzien deze van duistere gitaarambient, drones en uiterst subtiele details. Op sommige momenten kan het geluid ook vervaarlijk aanzwellen. Zeker onder de koptelefoon weet hun geluid je helemaal op te slokken en lopen, met name als die stem weer uit de duisternis opduikt, de koude rillingen over je rug. “Dize” is dan ook Fries voor “mist” en dat dekt de lading aardig. Het is broeierig, filmisch en van een adembenemend pracht wat de heren hier laten horen.

 

Lusine – Sensorimotor (cd, Ghostly International / Konkurrent)
L’usine, Lucine Icl, Lucine ISL, Lusine Icl, Lusine Icl. en Lusine, het zijn allemaal variaties op het langlopende elektronische project van de Amerikaanse muzikant Jeff McIIwain. Sinds 1999 brengt de geboren Texaan, tegenwoordig in Seattle woonachtig, vele ijzersterke releases uit op labels als Isophlux, U-Cover, Hymen en met name Ghostly International. Hij laveert met zijn elektronische bootje door wateren vol IDM, glitch, electro-pop, techno, downtempo, abstracte muziek en leftfield elektronica. Plus alles wat er aan de kiel blijft kleven natuurlijk. Welke koers hij vaart is telkens verrassend en daarmee ook de output, al blijft de boot altijd dezelfde. Op zijn nieuwste worp Sensorimotor gooit hij het over een meer uptempo boeg, waar electro-pop, IDM, glitch en experimenten verwateren. Zijn muziek wordt her en der voorzien van zang door zijn vrouw Sarah McIlwain, Vilja Larjosto (Echosystem) en Kranky-artiest Benoît Pioulard. Die zang, al dan niet vervormt of met loops gebracht, zorgt voor een heel andere, meer emotionele luisterervaring. De sound van Lusine blijft fier als een mast overeind, maar er blaast wel een andere wind in de zeilen. Geen idee overigens hoe ik bij deze metafoor ben gekomen, maar met Lusine aan het roer kan je de boot niet ingaan. Maar laat ik geen bakzeil halen en stellen dat elke liefhebber van de betere elektronica bij dit album overstag gaat. Fok.

 

Mokroïé – Global-System-Error (digitaal, Mokroïé / Five Roses Press)
Mokroïé is het uit Parijs afkomstige multidisciplinair electro/trip hop project van Francesco Virgilio in samenwerking met zanger Carol Aplogan. Ze combineren meestal hun muziek met poëzie, video’s, foto’s en uiteenlopende live performances. De groep heeft al een aantal digitale singles uit sinds 2014 en hun nieuwste heet Global-System-Error. Het thema gaat over het verkennen van de atavistische neiging van de wereld om zichzelf te vernietigen. Daarvoor hebben ze de twee nummers “Because” en “So They Walked” gemaakt, waarvan beide ook een akoestische versie is gemaakt. Te gast zijn vocalist Allonymous (Alan Conway) en drummers Dave Collingwood (Gravenhurst, Yann Tiersen) en Cyril Atef, die enkel in de respectievelijke de akoestische versies van “Because (acoustic)” en “So They Walked (acoustic)” te horen zijn. Pulitzer Prize winnaar Sergey Ponomarev draagt nog beelden bij. Op bezwerende wijze lassen ze hier trip hop, electro, IDM, filmische elementen en spoken word aan elkaar. In de akoestische versies koersen ze zelfs richting nachtelijke jazz van Cinematic Orchestra, die daardoor heel anders klinken. Maar in de originelen houden ze het bevreemdende midden tussen These New Puritans, Io’n, Breton, Disjecta en Massive Attack. Wat een biologerende, eigenzinnige prachtmuziek! Dit zijn nog maar 4 nummers, kan je nagaan wat er allemaal te vertellen valt als er ooit een heel album uitrolt. Dit is in elk geval een zeer overtuigend visitekaartje.

 

Okada – Floating Away From The World (cd, n5MD
Het recept van de Amerikaanse muzikant Gregory Pappas, die voorheen van zich liet horen als ZXYZXY, is sinds hij in 2014 als Okada opduikt onveranderd en ijzersterk. Hij brengt veelal 4 maximaal 5 lange emotioneel geladen, dromerige tracks vol dark ambient, drones, neoklassiek en elektro-akoestische muziek. Deze gaan meestal samen met etherische zang, waarbij het onduidelijk is of hij deze met samples inzet of zelf brengt, al klinkt het wel alsof een vrouw deze brengt. Toch weet hij keer op keer net iets anders uit de hoek te komen, mede door net een andere emotionele snaar te raken, waardoor de releases bepaald geen herhalingsoefening worden. Dat blijkt ook eens te meer uit zijn vijfde album Floating Away From The World. Hij brengt hier wederom 4 langgerekte tracks van bij elkaar bijna 65 minuten. Alleen gaat hij hier op kalere, langzamere en meer droefgeestige wijze aan de slag. De desolate muziek zit nog altijd in de neoklassieke, ambient en drones vaarwateren, maar hij plaatst deze in een uiterst mysterieuze en schemerige setting. Samples, veldopnames en andere sounds omlijsten zijn broeierige, filmische creaties. Hij weet een aangrijpend geluid te fabriceren, die fans van Ocoeur, William Basinski, Gas, Bvdub en Hammock ook wel aanz al spreken. Het is weer een heel ander maar toch totaal herkenbaar album geworden van deze meester der emoties.

 

Pîrî Reis – Contemporal Modal Music (cd, Toumilou / Xango Music Distribution)
Componist/violist Michiel van der Meulen krijgt de Griekse muziek en alle stijlkenmerken al met de paplepel ingegoten. Hij is in het gezelschap Ano Kato te horen op viool. Als componist heeft hij een voorkeur voor de modale muziek, hetgeen een erfenis uit het Ottomaanse rijk is. Bij de Amerikaanse etnomusicoloog Ross Daly gaat hij op Kreta in de leer om het systeem van de melodische modi (maqam) uit de traditionele Arabische muziek onder de knie te krijgen. Deze modale muziek wordt ook in het Ottomaanse rijk veelvuldig gebruikt. Daarnaast is hij geologisch onderzoeker. Twee werelden vallen nu samen bij het project Pîrî Reis. De naam ontleent hij aan de fameuze Ottomaanse zeevaarder, navigator en cartograaf, voluit Hadji Muhiddin Piri Ibn Hadji Mehmed heet, die vermoedelijk van 1465 tot 1553 heeft geleefd. Maar zoals gezegd wordt ook dan modale muziek gemaakt. Van der Meulen schrijft 6 composities, waarbij bjna alle titels verwijzen naar die maqams, behalve hetgeen tussen de guillemets staat en de enige Griekse titel. Hij reist voor 6 dagen naar Kreta om het werk uit te laten voeren door Harris Lambrakis (ney (soort fluit)), Giorgos Papaioannou (viool), Manolis Kanakakis (kanun (soort citer)), Yorgos Mavromanolakis (oud (soort luit)) en Marijia Katsouna (percussie). Een instrumentarium dat nauw aansluit bij de Ottomaanse klassieke muziek. Het resultaat van die alles is terug te vinden op Contemporal Modal Music. De muziek is volledig instrumentaal, maar ademt geschiedenis en verhalen van weleer uit. Daarom weet deze folkmuziek, die zowel traditioneel als hedendaags klinkt, ook zonder woorden te biologeren. Je hoort hier een kruisbestuiving van Turkse, Griekse, Irakese en andere Oosterse muziek. Op majestueuze wijze vormt dat een wonderschoon geheel. Een modern sprookje gebaseerd op de tradities van vele generaties.

 

Nadia Reid – Preservation (cd, Basin Rock / Konkurrent)
Schoonheid is een nogal subjectief begrip, laat ik dat voorop stellen. Mij maakt het echt niet uit hoe iemand eruit ziet. Theo Maassen heeft wel eens gezegd dat het enkel lelijke mensen zijn die zeggen dat het gaat om het innerlijk. De grap voorbij weten ik en hij ook dat dit bullshit is. Waarom ik dit dan toch aansnijd bij een nieuwe release van de Nieuw-Zeelandse Nadia Reid is vooral omdat ze zichzelf zo onvoordelig opstelt op haar hoezen. Nerdy bril, een ietwat pafferig uiterlijk en kleren die ver uit de tijd lijken; ze lijkt het er haast om te doen. Maar ondertussen beschikt ze wel over een gouden strot, die iedereen jaloers maakt. Ze zou zo passen bij This Mortal Coil. Die vlieger gaat niet alleen op voor haar eersteling Listen To Formation, Look For The Signs (2014), maar zeker ook voor haar nieuwe cd Preservation. Ze brengt weer op eigengereide wijze haar bezielende muziek ten gehore, die ergens tussen altcountry, singer-songwritermuziek, indierock en folk inzit. Bij dat alles speelt haar voortreffelijke stem weer de hoofdrol. Ze klinkt zelfverzekerder dan op haar debuut en weet daarom nog meer te overtuigen. Het ene nummer is haast nog mooier dan de andere. Je drijft continu op een wolk vol breekbare pracht. Liefhebbers van Heid Berry, Tarnation en Sharon Van Etten zullen hier ook wel mee uit de voeten kunnen. Wat een bij de lurven grijpende schoonheid dit!

 

Eva Salina – Lema Lema (cd, Vogiton / Xango Music Distribution)
Als je het hebt over een heel grote held van de Balkan van weleer hebt is dat toch wel de Servische zanger Šaban Bajramović (1936-2008). Na enige vertraging (lees gevangenisstraf voor desertie) start hij zijn muzikale carrière in 1964. Typerend is dat hij niet pure roma muziek maakt, maar er graag jazz en andere stijlen aan toevoegt. Zijn stijl wordt ook wel “Balkan gypsy jazz” genoemd. Hij wordt pas laat in zijn loopbaan door de Mostar Sevdah Reunion aan het grotere publiek voorgesteld en ze maken zelfs samen nog een album. Hij wordt geëerd van de Balkan tot diep in Brooklyn. Ook zangeres Eva Salina, die opgroeit in de Balkan komt met hem in aanraking. De Balkan klinkt nogal breed, maar ze is al vanaf haar twaalfde muziek aan het studeren in verschillende landen in de regio. Op een gegeven moment besluit ze om haar tanden eens te zetten in de Balkan diaspora van New York. Daar wordt met open armen ontvangen in diverse Roma gemeenschappen. Na haar debuut Solo (2013) komt ze nu met de cd Lema Lema, waar op de voorkant “Eva Salina sings Šaban Bajramović” prijkt. Dit is inderdaad haar eerbetoon aan de koning van de Balkan geworden. Hierop wordt ze door maar liefst muzikanten, van bassist Danny Blume (Liminal) en blazer Frank London (The Klezmatics, Hasidic New Wave) tot leden uit onder meer Kultur Shock en Slavic Soul Party. Ze krijgt daarbij ruggensteun op legio blaasinstrumenten, Moog, accordeon, drumprogrammering, samples en diverse (traditionele) percussie-instrumenten. Ze heeft duidelijk niet voor een traditionele benadering gekozen, maar voor een eigenzinnige en frisse, zoals passend is voor Bajramović. Daardoor loopt de muziek ook uiteen van roma muziek en Balkan beats tot klezmer, wereldmuziek en in de slottrack zelfs metal. Toch vormen de 10 songs een coherent geheel mede door die prachtige en karakteristieke zang van Salina. De ene keer pakt de muziek uiterst ingetogen en melancholisch uit en op andere momenten is het weer op passende wijze uitgelaten. Een verrassend goed en gloedvol eerbetoon!

 

Signals & Alibis – Looks Like Rain (mcd, Dreamy Life Records)
Het in 2010 opgerichte Amerikaanse kwartet Signals & Alibis is vermoedelijk vernoemd naar de gelijknamige Curve song. Na een digitale epee in 2011 gaan gitarist/drummer Brian Carter en zangeres/toetseniste Rebecca Jozwiak als duo verder. In 2013 leveren ze hun debuut Laid Bare af, waarop ze een eigenzinnige mix van droompop, post-punk en shoegaze laten horen. Hun geluid is kaal en laid back, maar het is van een bijzondere schoonheid. Muziek die je terugvoert naar vervlogen tijden, maar met de blik op de toekomst gericht. Op hun vorig jaar al verschenen mini Looks Like Rain is dat wederom het geval. Maar de output is wat feller. Niet alleen komen de diverse elementen harder naar buiten, ook de zang is expressiever en meer extrovert hoewel ze ook heel mooi en zoetgevooisd uit de hoek kan komen. Hierdoor komt ze ergens tussen Beth Gibbons en Zola Jesus. Muzikaal gezien gaan ze ook van die heerlijk met wave gelardeerde dromerigheid naar de wat meer harde shoegaze en post-punk, zij het dat ze alles wel van een fluwelen randje voorzien. Je hoort onder meer Cranes, Curve, The Cure, Black Tape For A Blue Girl, Cocteau Twins, Idaho en The xx langskomen, zij het dat ze echt wel een eigen sound in huis hebben. Een prachtig juweeltje dat hopelijk spoedig een langer vervolg krijgt.

 

Sun Kil Moon – Common As Light And Love Are Red Valleys Of Blood (2cd, Caldo Verde / Konkurrent)
Red House Painters zal hij er nooit mee van de troon stoten, maar Mark Kozelek zorgt solo en net zijn nieuwe incarnatie Sun Kil Moon (al dan niet samen met Jesu, The Album Leaf of Deserthore) voor goede vervanging. En omdat hij toch al zoveel uitbrengt komt hij nu gewoon met de dubbel cd Common As Light And Love Are Red Valleys Of Blood die 16 nummers telt en gewoon 2 uur duurt. Hij werkt net als op zijn vorige album samen met drummer Steve Shelley (ex-Sonic Youth, Two Dollar Guitar, Disappears). Zijn muziek klinkt vertrouwd, mooi en rustiek, maar qua zang schopt hij werkelijk alles aan zijn laars hetgeen wel bij hem past. Hij onderbreekt zijn zang soms plots en gaat een verhaal vertellen, praat met een fan waarbij het gesprek onderbroken wordt door een sms van Sufjan Stevens of gaat gewoon over in half rap. Eigenlijk brengt hij 16 mini hoorspelen variërend van 5,5 tot 12,5 minuut. Het zit echt op het randje van onverschilligheid en vulsel, maar Kozelek weet het toch telkens tot kunst te verheffen. De onderwerpen lopen uiteen van hetgeen hij op de televisie heeft gezien, wapenbezit en aanslagen tot de dood van David Bowie en Mohammed Ali. Het staat bol vol serieuze zaken maar die weet hij ook dikwijls met veel humor weer te relativeren. Het is al met al een zeer boeiend en sterk album geworden, ook al snap je soms wellicht niet precies waarom.

Luister Online:
Common As Light And Love Are Red Valleys Of Blood

 


 

Martijn

The Mysterons Meandering
Mysterons bestaat uit leden van Jungle By Night en Pauw en zangeres Josephine van Schaik. Hun muziek frisse, licht psychedelische pop met invloeden uit minimal, Bollywood, library, tropicalia en outernational. Groovy liedjes met veel vrolijke orgeltjes, waar Josephine vaak verleidelijk overheen kirt, ik word er wel blij van.

serpentwithfeet Blisters
Josiah Wise heeft een pentagram en de woorden suicide en heaven op zijn hoofd getatoeerd. Dan verwacht je wel iets intens en Four Ethers is dan ook een indrukwekkende EP met een bijzondere vorm van R&B, gemaakt in samenwerking met Haxan Cloak. Heel orkestraal, met vocalen die ergens tussen R. Kelly en Anohni in hangen. De visuals blijven daar niet bij achter.

Serpent with Feet – Four Ethers from CRUDO on Vimeo.