Het schaduwkabinet: week 08 – 2017

Lieve Nijntje is wees geworden en heeft even geen behoefte aan muziek. Dus huppelt alleen nieuwsgierig Aagje door onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Jennie Abrahamson, Avec Le Soleil Sortant De Sa Bouche, Blackfield, Dear Reader, Earthen Sea, Elegi, Ensemble 0, Entrance, The Feelies, FOUDRE!, Grails, Mist, Owun, Pissed Jeans, Zbigniew Preisner, PVT, Karriem Riggins, Amália Rodrigues, DOOL en Krause.

 


 

Jan Willem

Jennie Abrahamson – Reverseries (cd, How Sweet The Sound Of Music / Bertus)
Nadat de Zweedse band Heed uit elkaar gaat begint zangeres/bassiste Jennie Abrahamson een paar jaar erna aan haar solocarrière. Na de albums Lights (2007) en While The Sun’s Still Up And The Sky Is Bright (2009) dringt ze met The Sound Of Your Beating Heart (2011) ook door aan deze zijde van de Noord- en Oostzee. Haar vierde Gemini Gemini (2014) valt ze zelfs in de prijzen. Haar sterkste troef is haar stem die prettig hoog en licht hysterisch is, waardoor haar muziek wat zwaarte krijgt. Deze wordt veelal voorzien van een aangenaam popjasje, dat net niet teveel glimt. Op haar nieuwe cd Reverseries is dat niet anders. Naast haar eigen inbreng zijn het Johannes Berglund (bas, gitaar, magie), Mikael Häggström (drums, percussie), Samuel Starck (piano, orgel, synthesizer) en Linnea Olsson (cello) die de muziek verzorgen. Ze laveren hier van indierock naar synthpop, maar haar stem komt overal goed uit de verf. Dat is mede te danken aan de glasheldere productie van Berglund (Owen Pallett, The Knife, Shout Out Louds, Rebekka Karijord). Qua aanknopingspunten moet je denken aan een toegankelijke mix van St. Vincent, Frida Hyvönen, Robyn, The Knife en Rebekka Karijord. En volgens mij heb je dan een uitstekende popplaat gemaakt. Met een bijzondere Bruce Springsteen cover van “Lift Me Up” als afsluiten.

 

Avec Le Soleil Sortant De Sa Bouche – Pas Pire Pop, I Love You So Much (cd, Constellation / Konkurrent)
De Canadese muzikant Jean-Sébastien Truchy (bas, synthesizer, zang, elektronica) zoekt in 2011 na zijn avonturen met Fly Pan Am, Set Fire To Flames, Red Mass, Molasses, Souffle, Das Amore en Wisigoth naar een nieuwe uitlaatklep voor zijn muzikale ideeën. En vooral ook muzikanten, die hij vindt in Sébastien Fournier (gitaar, zang) uit Panopticon Eyelids, Éric Gingras (gitaar, zang) uit Fly Pan Am plus Pas Chic Chic en Nasir Hasan (drums, zang). Ze vormen de groep met de fijn bekkende naam Avec Le Soleil Sortant De Sa Bouche, waarmee ze debuteren met Zubberdust! (2014). Hierop brengen ze de muziek in 4 “hoofdstukken” onder uitgesmeerd over 10 tracks. De cd is een onnavolgbaar spektakel waar ze ongeveer het hele scala aan rock afromen om er een uniek en pakkend en dikwijls behoorlijk psychedelisch geheel van te smeden. Dat ze daar eenvoudig overheen kunnen bewijzen ze wel met hun tweede worp Pas Pire Pop, I Love You So Much, met wederom 10 nummers en ditmaal verdeeld over de 3 delen “Trans-pop Express” (I+II), “Alizé et Margaret D. Midi mains le quart. Sur la plage, un palmier ensanglanté” (I+II+III) en “Tourner incessament dans l’eclatement euphorique de soi / Road Painting Ahead” (I+II+III+IV+V). Vele monden vol, maar dat past wel bij hun brede sound. Ze verwarmen de frituur en gooien daar onder meer noise, avant-rock, krautrock, desertrock, punk, afrobeat, postrock, psychedelische rock en elektronische experimenten in om vervolgens een chaotisch maar coherente maaltijd te serveren. Er zelf naar luisteren is echt het beste advies in deze, want ik kan zeggen dat het een kapsalon van Can, Neu, Sam Lee & Friends, Wildbirds & Peacedrums, Colin Stetson, Mahmoud Ahmed, Xiu Xiu, Silver Mt. Zion, Tamikrest, Talking Heads, Do Make Say Think, Circle, Sonic Youth en The Ex is geworden, maar of je daar nu een worst van kunt draaien is de vraag. Het is zoveel omvattend dat het met geen pen of nu ja toetsenbord te beschrijven valt. Het enige dat je kunt zeggen is dat Truchy en de zijnen een volslagen eigengereid en overrompelend geheel afleveren. Dwars door alles heen en steengoed.

 

Blackfield – V (cd, Kscope / Bertus)
De Britse muzikant en producer Steven Wilson is zo veelzijdig dat mensen met verschillende smaken wellicht toch iets van hem delen in de platenkast. Hij is ongetwijfeld het meest bekend als leider van de progressieve rockband Porcupine Tree. Maar daarnaast maakt hij ook soloplaten, drones en ambient als Bass Communion, ambient in Continuum (met Dirk Serries), electropop/trip hop/dub met No-Man en art-rock met Storm Corrosion. Ook houdt hij er samen met de Israëlische singer-songwriter Aviv Geffen het project Blackfield op na. Geffen die wellicht hier minder bekendheid geniet, maar wereldwijd toch zo’n 2,5 miljoen platen heeft verkocht. Met Blackfield hebben ze inmiddels 4 albums gemaakt, waarbij ze groots uitpakken met poprock en alternatieve rock. Op de laatste cd IV (2013) vervult Wilson min of meer een gastrol. Hij stopt zelfs helemaal met Blackfield, maar is nu weer helemaal aangehaakt als actief en schrijvend medelid. In Tel Aviv en Londen hebben ze gewerkt aan hun vijfde worp V. De heren nemen zang, gitaren en keyboards voor hun rekening en laten zich vergezellen door drummer Tomer Z (Zidkyahu), toetsenist Eran Mitelman en strijkarrangementen van de London Session Orchestra. Ze hebben eveneens de legendarische producer Alan Parsons voor een paar nummers weten te strikken. Muzikaal pakken ze uit met catchy melodieën, prachtig stemmige orkestraties, beklijvende zang en hun typische rocksound, die hier zowel pop-, progressieve als alternatieve rock omhelst. Hoewel ze soms ook ineens passend maar verrassend anders uit de hoek komen; zo koersen ze in “Lonely Soul” richting trip hop. Grof gezegd zitten ze tussen Pink Floyd, Anathema, Pineapple Thief, Big Big Train en Porcupine Tree in. Maar dat dekt de lading niet helemaal, want het sfeervolle geheel dat ze hier neerzetten is zowel fluweelzacht en wonderschoon als biologerend en verfijnd gevarieerd. Het is zonder twijfel hun allerbeste werk tot nu toe geworden.

 

Dear Reader – Day Fever (cd, City Slang / Konkurrent)
De Zuid-Afrikaanse alt-popgroep Dear Reader is in 2006 opgericht. Hun geluid draait grotendeels om zangeres Cherilyn MacNeil (tevens piano, gitaar) met haar heerlijk bitterzoete geluid. Ze weten zware onderwerpen aan te snijden, maar brengen die frivool en met een fraaie omlijsting van Darryl Torr (bas, keyboards, loops, zang) en Michael Wright (drums, zang). Het levert de drie prachtalbums Replace Why With Funny (2008), Idealistic Animals (2011) en Rivonia (2013) op. Die laatste mag je gerust zien als hun doorbraakplaat noemen, want later dat jaar krijgt deze ook nog een orkestrale liveversie middels We Followed Every Sound, waarop hun eerste twee cd’s met elk twee nummers vertegenwoordigd zijn. Dan blijft het lange tijd stil, wat vermoedelijk te maken heeft met de verhuizing van Johannesburg naar Berlijn. Dear Reader is verworden tot het soloproject van Cherilyn MacNeil. Ze reist in 2016 naar San Francisco om met producer John Vanderslice haar nieuwe album op te nemen. Samen met muzikanten uit de regio heeft ze het vierde studioalbum Day Fever opgenomen. Het resultaat mag er wezen. Haar toch al fraaie zang wordt hier op stemmige maar ook speelse en rijk gedetailleerde wijze omhuld met strijkers, allerhande springerige elektronica, koorzang, blazers, lome baspartijen en wulpse ritmes en beats. Tevens is het haar meest intieme, rauwe en oprechte album tot nu toe geworden, waarop alles nog beter uit de verf komt en op z’n plaats valt. Singer-songwritermuziek met een elektronisch, poppy en klassiek randje. Op smaakvolle wijze vormen Lisa Germano, Laura Marling, Wildbirds & Peacedrums, Other Lives, Hundreds, Suzanne Vega en Emiliana Torrini vormen de niet misse referenties hier. MacNeil blijft schitteren met haar eigenzinnige muziek.

 

Earthen Sea – An Act Of Love (cd, Kranky / Konkurrent)
Jason Long komt oorspronkelijk uit de hardcore, tribal-punk en emo scene met groepen als Black Eyes, Mi Ami en Amalgamation, waar hij al bassend van zich laat horen. Sinds 2005 produceert hij ook solo als Earthen Sea muziek, die in de abstracte elektronische hoek zit. Zijn nieuwste werk An Act Of Love brengt hij uit op het prestigieuze kwaliteitslabel Kranky, die hij naar eigen zeggen na een emotioneel moeilijk en stressvol jaar heeft gemaakt. Bij het maken van de muziek heeft hij het nachtelijke leven in de grote stad en het rondzwerven erdoor in zijn achterhoofd, met het contrast tussen de lege straten en het leven er omheen dat nog gaande is. Maar ook verval, verdriet en andere stemmige zaken spelen een rol. Hij brengt dan ook een combinatie van schimmige beats en zware atmosferen, die per track in verschillende doseringen ingezet worden. Muzikaal gezien komt hij ergens uit tussen dark ambient, dub, glitch en techno, waarbij je moet denken aan een bij de strot grijpende mix van Gas, loscil, Tim Hecker, The Field, Roly Porter, Labradford en Demdike Stare. Indringend, alles opslokkend en overdonderend. An Act Of Love is een evenzo beklemmende als wonderschone film noir van een nachtelijke metropool geworden.

 

Elegi – Bånsull (cd, Dronarivm)
Tommy Jansen is een Noorse, melancholisch gestemde muzikant en wrakduiker, die met zijn project Elegi in respectievelijk 2007 en 2009 de albums Sistereis en Varde het licht laat zien op het dan opkomende prestigieuze label Miasmah. Hoewel licht, de muziek die hij laat horen is behoorlijk duister gelijk de meest duistere, desolate en mysterieuze plekken van de diepzee die hij verkent. Jansen wil een doom-trilogie maken, waarbij hij is uitgegaan van het verhaal over de eerste poolexpeditie waarbij de deelnemers met gevaar voor eigen leven één van de meest vijandige gebieden verkennen. IJzigheid en angst spelen hier zeker een rol. Met duistere drones, doom, dark ambient en neoklassiek schetst hij op adembenemende wijze deze zware expeditie al dan niet gelardeerd met flarden van samples. Filmische muziek die je meeneemt op een fantastische, ongemakkelijke tocht vol onbeschrijflijke schoonheid. Dan wordt het lange tijd stil.
Hij is nu terug met zijn derde album Bånsull dat “slaapliedje” betekent. Jansen legt uit dat er al jaren volksverhalen uit de hele wereld bestaan waarvoor kinderen bang zijn. Toen hij een aantal jaar geleden zelf vader is geworden vindt hij het niet meer dan natuurlijk om zelf verhalen voor het slapen te schrijven voor zijn kind. Vreemd genoeg krijgt die daar enkel nachtmerries van, waardoor ze jarenlang slecht slaapt. Om deze periode te documenteren maakt hij allemaal muziekopnames in zijn kelder. Toen Dronarivm op de deur klopte is het tijd om die muziek, waarvan het meeste uit 2010 komt, eens af te stoffen en uit te brengen. Nu hoop ik voor zijn dochter dat de muziek niet exemplarisch is voor de verhalen, al is het voor de luisteraar en fan de gedroomde opvolger geworden. De neoklassieke factor is er nog wel maar hij brengt hier meer drones en dark ambient, waaraan hij spookachtige flarden van stemmen en andere ijzige geluiden toevoegt. Je ziet ijzige vlaktes, diepe oceanen en onmetelijke desolate ruimtes voor je, die zowel iets beangstigends hebben als wonderschoon en intrigerend zijn. Denk aan een biologerende mix van SPK, Aaron Martin, Svarte Greiner, The Caretaker, Jasper TX, Kreng en Jacaszek. Het is adembenemend en bepaald niet slaapverwekkend wat Jansen hier laat horen. Nu maar hopen dat hij niet weer 8 jaar wacht. Wat een klasbak!

 

Ensemble 0 – Turşu Turşu (mcd-r, I Will Play This Song Once Again)
Het Belgische label I Will Play This Song Once Again heeft als concept dat je op een bepaald tijdstip een release kunt aanschaffen op cd-r of 7” en soms andere media. Edities van 10 tot 15 stuks. Deze worden allen gepersonaliseerd door met je naam te beginnen, zodat je altijd een uniek exemplaar in handen krijgt. Ook Ensemble 0 brengt er nu de mini Turşu Turşu uit, hetgeen Turks is voor “Augurk Augurk”. Dit ensemble bestaat normaal gesproken uit Sylvain Chauveau, Joël Merah en Stéphane Garin, gesitueerd in België, Frankrijk en Spanje, maar bestaat voor deze gelegenheid uit Sylvain Chauveau (klokkenspel, hapi drum, gitaar) Jean-François Brohée (ebows) van Tangtype en Algiz en mede labeleigenaar Florent Garnier (klokkenspel, harmonium). Zij brengen 4 prachtig skeletachtige nummers, die vol breekbare geluiden zitten. Ze vormen een uiterst verfijnd patchwork bestaande uit jazz, minimal music, drones en avant-garde. Een intiem, fragiel en schitterend kleinood.

 

Entrance – Book Of Changes (cd, Thrill Jockey / Konkurrent)
Ergens na de eeuwwisseling start zanger en multi-instrumentalist Guy Blakeslee zijn psychedelische folk/bluerock project Entrance. Hij beschikt over een prettige vibrato in zijn stem, die tussen Brett Anderson en Marc Bolan inzit, en weet ook wel raad met de gitaar, bas, celesta, piano, xylofoon, houtblokken, klavecimbel, autoharp, drums, percussie, klokkenspel, synthesizer en bellen. Toch verzamelt hij altijd wel een soort band om zich heen. Na 4 albums verandert hij de naam dan ook in de Entrance Band. Weer 2 albums verder is het weer gewoon Entrance, waarmee hij nu de cd Book Of Changes het licht laat zien. Hij omringt zich met z’n vertrouwelingen bassiste/violiste Paz Lenchantin (Zwan, A Perfect Circle, Pixies, Silver Jews), drummer Derek W. James (GIRLS, David Vandervelde, Bonnie ‘Prince’ Billy, Alasdair Roberts), multi-instrumentalist David Vandervelde, zangeres Jessica Tonder en nog een handvol gasten op diverse strijkinstrumenten, zang en percussie. Ondanks deze volle bezetting komt hij met één van meest breekbare albums tot nu toe. Hij brengt een poëtische songcyclus over de seizoenen van het hart door een emotionele trip te maken die gaat van verlangen en leegte tot vrede en verlossing. Daarbij weet hij persoonlijke, politieke en filosofische zaken tot één geheel te smeden. Het levert uiterst herfstige songs op, waarbij dikwijls de lente al te zien is. Echt winters wordt het nooit en zomers al helemaal niet, ondanks titels als “Winter Lady” en “Summer’s Child”; ach hier hebben we ook zachte winters en soms koele zomers. In feite brengen Blakeslee en de zijnen een traditioneel Amerikaans singer-songwriteralbum in een gloedvol modern jasje.

 

The Feelies – In Between (cd, Bar None / Konkurrent)
The Feelies zijn in 1976 opgericht en komen uit de post-punk en collegerock hoek, al zullen ze de boeken ingaan als indierock-pioniers. Zanger en oprichter Glenn Mercer zegt beïnvloed te zijn door The Velvet Underground en Lou Reed, hetgeen wel te horen is, ook al brengen hij en de zijnen wel degelijk andere muziek. Muziek zonder toeters en bellen, maar waarbij alles gewoonweg klopt. Hun debuut Crazy Rythms uit 1980 gaat de boeken in als hun klassieker. Ze zullen hier vele bands mee beïnvloeden, van R.E.M. tot Pavement. Dan maken ze hun tweede album The Good earth pas na 6 jaar, die prima is maar niet de waardering krijgt als hun eersteling. Er volgen nog twee goed ontvangen platen Only Life (1988) en Time For A Witness (1991). In 1992 gaat de groep uit elkaar. Maar in 2008 worden ze door Sonic Youth, als fans van het eerste uur, gevraagd om weer bij elkaar te komen. En zo geschiede, met hun vijfde cd Here Before (2011) als resultaat in dezelfde bezetting ten tijde van hun debuut. Hierop grijpen ze ook op moderne wijze terug op het debuut, dat eens te meer aantoont hoe tijdloos en eigenzinnig hun sound is. Nu zijn Glenn Mercer (zang, gitaar, keyboards, productie), Bill Million (gitaar, zang, percussie, productie), Stan Demeski (drums, percussie), Dave Weckerman (percussie) en Brenda Sauter (bas, viool, zang) terug met hun zesde werk In Between. Je kunt niet zeggen dat ze je verwennen met 6 albums in 40 jaar, maar wat een traktatie is het iedere keer dat ze van zich laten horen. Dat is ook hier weer het geval. Ze laten hun vertrouwde sound weer horen, waarbij ze altijd net weer anders klinken dan ervoor. In 11 tracks brengen nu een wat stemmiger geluid ten gehore, dat meteen voelt als thuiskomen, waarbij de zang van Mercer weer een sterke troef is. Indierock in de beste betekenis van het woord. Fraaie muziek zoals alleen The Feelies die maken kunnen. Als The Feelies nu ook Sonic Youth nog aansporen weer bij elkaar te komen is de cirkel helemaal rond, maar het feit dat zij er nog altijd zijn is al een groot goed.

 

FOUDRE! – EARTH [OST] (lp. Gizeh)
Frédéric D. Oberland heb ik eerder al eens als een drukbezette muzikant bestempeld. De Franse muzikant maakt niet alleen solowerken maar is ook te horen in Farewell Poetry, The Rustle Of The Stars, Le Réveil Des Tropiques, Mondkopf en Oiseaux-Tempête (waarvan een nieuw album in april verschijnt). Dat nog even los van de vele gastoptredens. Met FOUDRE! houdt hij er ook nog een drone kwartet op na. Naast Oberland (mellotron, zakpiano, (dark energy) doepfer, bouzouki) zijn dat elektronicaman Romain Bardot (Saåad, I Pilot Dæmon), analoge toetsenist Paul Régimbeau (Mondkopf, Extreme Precautions, Autrenoir) en laptop/gitaarspeler Grégory Buffier (Saåad, Autrenoir). Ze presenteren nu hun derde album EARTH [OST] dat de soundtrack van de gelijknamige film van Ho Tzu Nyen. Het is niet de officiële want die is als door Black To Comm gemaakt. De versie van FOUDRE! hebben ze in 2015 live uitgevoerd in de Saint-Merri kerk te Parijs. Dat het live is hoor je pas aan het eind als het applaus terecht klinkt. Ze worden daarbij zoals vaker geholpen door de Ondes Martenot virtuoze Christine Ott. De film schildert een landschap na een catastrofe, waarbij menselijke lichamen worden vermengd met spoelen van draad, fragmenten van pallets en kartonnen dozen, evenals dode vissen en chaotisch knipperende gloeilampen. Het werk draagt een duidelijke verwijzing naar de Europese schilderkunst, in het bijzonder de Franse romantiek. Er zijn duidelijke verwijzingen naar werken van Theodorus II Gericault, Eugene Delacroix en Caravaggio. Live weet het vijftal met hun drones en ambient niet alleen een adembenemende filmische sfeer te creëren maar ook precies die naargeestigheid, de ongrijpbare grootsheid van zo’n catastrofe en de daarbij behorende bevreemdendheid te vangen in hun langzaam voortschrijdende elektronische geluid. Dat laatste komt mede door dat fantastische ruimtegeluid uit de theremin, maar natuurlijk ook door de steeds wisselende inbreng van de rest. Daarbij spelen ze goed met geluid, volume en stilte en brengen ze de subtiele details steeds op het juiste moment. Denk aan een nachtelijke grog van Brian Eno, Ekca Lina, Saåad, Thomas Köner, Svarte Greiner, James Welburn en John Carpenter. Het is huiveringwekkend, gitzwart, krachtig en van een bijzondere pracht.

 

Grails – Chalice Hymnal (cd, Temporary Residence Limited / Konkurrent)
Bij de Amerikaanse band Grails is het sinds hun oprichting nooit de vraag of ze zich ontwikkelen dan wel anders presenteren, maar meer hoe. En dat toch zonder hun kerngeluid te verliezen. Het maakt ze daarom tot één van de spannendste groepen van afgelopen jaren, die steeds wel weer één of andere metamorfose meemaken. Soms zelfs letterlijk, als ze tijdens een Europese tournee een violist kwijtraken om nooit meer terug te zien. Muzikaal gezien starten ze op hun debuut The Burden Of Hope (2003) met dromerige postrock. Op de tweede cd Red Light (2004) klinken ze al veel harder. Vanaf Burning Off Impurities (2007) laveren ze niet meer van het één naar het andere genre, maar brengen een coherente combistijl ten gehore. Dat ze daarbinnen ook weer danig kunnen variëren laten ze op Take Refuge In Clean Living en Doomsdayer’s Holiday (beide uit 2008) wel horen. In 2011 gaat toch het roer weer een klein beetje om op Deep Politics en laten ze een mysterieuzer geluid horen. Tussen alle bedrijven door experimenteren ze ook nog eens op los in hun zogeheten Black Tar Sessions, in totaal 6 die ook per 3 op cd dan wel lp gebundeld worden. In 2012 volgt nog een splitalbum met het Finse Pharaoh Overlord.
Maar nu is hun zevende album Chalice Hymnal dan eindelijk een feit. De groep kent nogal wat ledenwisselingen maar de harde kern bestaat al jaren uit Alex John Hall (Lilacs & Champagne), Emil Amos (Holy Sons, OM, Lilacs & Champagne, Dolorean), William Zakary Riles (ex-Norfolk & Western, Watter) en William Slater, waarbij de laatstgenoemde er nu niet meer bij is. Allen dus met andere projecten er naast of op zak. Amos (drums, gitaar, bas, mpc, keyboards, lapsteel), Hall (gitaar, mellotron, samples) en Riles (synthesizers, drums, gitaar, oud) worden hier bijgestaan door toetsenist Ash Black Buffalo (Lilacs & Champagne), strijker/arrangeur Timba Harris (Secret Chiefs 3, Estradasphere) en nog 4 andere muzikanten op tenorsaxofoon, contrabas, saxofoon en harmonica. Een supergroep die met dit instrumentarium al een beetje. Enerzijds brengen ze een rustiek, bijna symfonisch opgebouwd geluid en anderzijds maken ze met grote halen een combinatie van prog-, post- en krautrock. Zo opent de cd met het prachtige gelijknamige nummer, waar ze een soort klassiek geluid koppelen aan jazzy postrock en drijft op de gesamplede geweeklaag van etherische vrouwenzang. Daarna vervolgen ze met schitterende psychedelisch prog die wel doet denken aan Pink Floyd, maar dan veel breder om zich heen grijpt. Zo brengen ze naast de genoemde soorten rock ook jazz, stemflarden, ambientstukken, ruimtelijke toetspartijen, psychedelische elementen en allerhande experimenten, waardoor je ook King Crimson, Neu!, Lilacs & Champagne, Holy Sons, David Bowie, Popul Vuh en zoals in “New Prague” zelfs Black Sabbath voorbij hoort komen. Maar niets past eigenlijk, dus zelfs als je een aantal van die bands niet als muziek in de oren vind klinken, kan het best zijn dat Grails prima bevalt. Dat komt mede door de vele duale aspecten. Zo is wisselend dromerig en biologerend, rustgevend en spannend, spacy en aards, psychedelisch en ontnuchterend en ga zo maar door. Het is continu verrassend en ze brengen hier een werkelijk magistraal album met een tijdloze sound.

 

Mist – Underwater (cd, Skipping Records/ Rick Treffers / Sonic Rendezvous)
In 2015 is Mist er plots weer met het nieuwe album The Loop Of Love. Hierop keert de band rond zanger/gitarist Rick Treffers, die ons koude kikkerland heeft verruild voor zijn geliefde Spanje, op ijzersterke wijze terug. Ze brengen namelijk een heerlijke blend van droompop, singer-songwritermuziek en indierock, waarbij de prachtig sepiakleurige zang van Treffers het oorstrelend middelpunt vormt. In datzelfde jaar verschijnt ook nog de fraaie compilatie Selection, die zowel voor de fans als de instappende muziekliefhebber geschikt is. Maar dat gezegd hebbende gaat het doek toch vallen voor Mist. Rick Treffers zal ongetwijfeld onder zijn eigen naam nog van zich laten horen. Het hoofdstuk Mist wordt afgesloten met wederom een compilatie, te weten Underwater. Toch is dit niet zo maar een verzameling nummers geworden, maar eentje die vrijwel vol exclusieve tracks staat. Zo vind je er 4 bloedmooie outtakes van The Loop Of Love, 5 live tracks, een Spaanse en bewerkte versie van twee oude nummers, een Chileense bonustrack van het album We Could Have Been Stars (2002), een b-kant, 3 songs die eerder op een internet only album staan, een remix van “Weightless” (door Machinefabriek, eerder uitgebracht op Bijeen) en nog 2 nummers die eerder op oude compilatieplaten zijn verschenen. Kortom, 19 tracks lang en bijna 75 minuten breed vol muziek die een mooie kroon vormt op een mooi oeuvre. Ze zullen gemist worden!

Het album komt uit op 2 maart!

 

Owun – 2.5 (cd, [reafførrests] / Atypeek Music / Five Roses Press)
In 1992 start de Franse groep Owun nog als kwintet, dat een kruisbestuiving van noise, hardcore en new wave brengt. Het eerste album Petits Contes Pour Enfants verschijnt in 1996 en krijgt twee jaar later een vervolg met Sillon. Daarna verdwijnen ze een beetje in het alternatieve circuit om als trio in 2001 terug te keren met Ostensible?, waar ze meer de ambient, drones en electro laten horen. Dit sluit hun eerste periode al band af. Het wordt daarna dan ook lange tijd stil, om plots in 2011 als kwartet dit keer met hun vierde werk Le Fantôme De Gustav op de proppen te komen. De koers is weer iets gewijzigd, want nu brengen ze een mix van shoegaze, noise, ambient, post-punk en experimentele muziek, alhoewel de hardcore er altijd wel als een rode draad doorheen loopt. Periode twee van de band is ingeluid. Toch valt het vierde bandlid af en gaan de drie overgebleven leden werken aan een doorstart. Het zijn Alexandre Turpin (zang, gitaar, keybards), Ludovic Turpin (bas) en Cédric Corréard (drums) die nu met hun vijfde cd 2.5 komen, vermoedelijk duidend op de nieuwe start, die tevens aangeeft dat ze niet helemaal stijlbreuk plegen met hun vorige album. In hun negen nummers van bij elkaar een klein uur lang bestaat de muziek uit een geweldige hybride van noise, post-punk, shoegaze, coldwave, psychedelica en allerhande experimenten. De groep lijkt creatiever dan ooit en komt met een pakkende sound, die dikwijls niet eens zo toegankelijk is. Maar stel je de noise van Deity Guns, The Ex en Sonic Youth voor in combinatie met de experimenteerdrift van Hint, Ulan Bator en Bästard, waarover je wat shoegaze van A Place To Strangers, coldwave van The xx en post-punk van Joy Division giet. Blus dat af met wat van Neu! en je hebt ongeveer het recept van Owun te pakken. Dat scheppen ze wel in nieuwe borden op. Dat smaakt niet alleen verrukkelijk, het is ook nog eens voedzaam en zorgt voor allerlei sensaties, uiteenlopend van adrenaline opwekkende, aan de grond nagelende en intrigerende. De hoofdmoot bestaat echter wel uit noise, maar daar omheen is er variatie genoeg. Het is hoe dan ook intens genieten. Hun allerbest tot nu toe.

 

Pissed Jeans – Why Love Now (cd, Sub Pop / Konkurrent)
De boze spijkerbroekdragers van Pissed Jeans bestaan al 14 jaar en doen waar ze keihard het beste in zijn: een aanstekelijke en gevarieerde mix van hardcore, noise en punk voorschotelen, die rauw en broodnodig is naar de vele softe muziek. Inmiddels hebben ze al de 4 albums Shallow (2005), Hope For Men (2007), King Of Jeans (2009) en Honey (2013) uitgebracht. Na hun debuut wijzigt de line-up iets en bestaat sindsdien uit Matt Korvette (zang), Randy Huth (bas), Bradley Fry (gitaar) en Sean McGuinness (drums). Inderdaad alweer zo’n 4 jaar geleden, dus hoogtijd voor het nieuwe album Why Love Now. Gelukkig hebben ze weinig aan hun venijnige receptuur gesleuteld, zij het dat ze misschien gewoon iets feller en overtuigender uit de hoek komen. Gewoon opzwepend woedende dan wel stekelige gitaarsongs met die fijne buldervocalen van Korvette. In 12 songs lang en 37 minuten breed worden alle ongemakken van het hedendaagse leven even door de mangel gehaald. Op krachtige wijze belanden ze ergens tussen Ze komen met hun krachtige sound verder ergens uit tussen Birthday Party, Black Flag, Butthole Surfers, Brutal Juice, Jezus Lizard, Unsane en Pere Ubu. Pissed Jeans blijft het spijkerharde en steengoede alternatief. Hoewel als je de hoes bekijkt valt dit reuze mee 

 

Zbigniew Preisner – 2016 Dokąd? (2cd, Preisner Productions / Universal Music Polska)
De 61-jarige Zbigniew Preisner heeft kunstgeschiedenis en filosofie gestudeerd. In zijn jeugdjaren heeft hij wel gitaar- en pianoles, maar componist worden staat niet op zijn verlanglijstje. In 1987 begint hij voorzichtig eens met componeren voor een cabaretgezelschap. Daarna volgt werk voor de televisie en filmindustrie. Hij komt dan ook in contact met (wijlen) Krzysztof Kieślowski en de rest is geschiedenis. Filmscores, solowerken, vele samenwerkingsverbanden en bijna 40 albums spreken voor zich. Eind vorig jaar voeren ze het dansstuk 2016 Dokąd? op, hetgeen “2016 werwaarts?” betekent, met nieuw werk van Preisner. Diverse befaamde Poolse zangers, zangeressen en een koor zijn hier naast diverse muzikanten te horen. Het is wel een Poolse aangelegenheid, want tussendoor krijg je ook spoken word/gedichten in het Pools. Maar de muziek is gewoonweg weer hemels, zoals je kunt verwachten van Preisner. Het is een combi van neoklassiek, folk en spoken word. De eerste schijf brengt voor zo’n 75 minuten aan oorstrelende muziek, waarbij helaas het applaus na verloop van tijd veelvuldig te horen is. Details. Op de tweede schijf volgt nog een toegift van 3 stukken van bij elkaar 21 minuten. In de eerste compositie “Dokąd?” van ruim 13 minuten neemt niemand minder dan Lisa Gerrard de zang voor haar rekening. De twee hebben op de cd Diaries Of Hope (2013) al eerder samengewerkt. Het vormt een heerlijk toetje op een toch al indrukwekkend werk.

 

PVT – New Spirits (cd, Felte / Konkurrent)
Het geweldige Felte label omarmt als geen ander het verleden om er vervolgens hedendaagse acts mee te presenteren. Dat zijn dikwijls groepen die een new wave dan wel post-punk geluid in huis hebben, maar ook diverse meer experimentele en elektronische band. Het Australische trio PVT is een voorbeeld van de laatste categorie. Ze opereren eerst onder de naam Pivot, waarmee ze van 2005 tot 2008 twee albums afleveren. De laatste daarvan belandt zelfs op Warp. Daarna switchen ze van naar en brengen ze als PVT hun debuut Church With No Magic (2010) daar ook nog uit. Ze brengen een sterke, eclectische mix van elektronica, math rock en post-punk plus zang. Iets dat je niet zo snel bij Warp verwacht. Wellicht is dat ook de reden geweest om over te stappen naar Felte met hun tweede worp Homosapien. Hierop plaatsen ze hun post-punk in meer tussen post-rock en abstracte elektronica in. Nu zijn Richard Pike (zang, gitaar, bas, keyboard), zijn broer Laurence Pike (drums, keyboard, percussie, productie) en Dave Miller (laptop, productie) terug met New Spirit. Zoals altijd wijzigen ze hier hun geluid weer iets. De new wave, post-rock en zang zijn nog altijd wel aanwezig, maar ze plaatsen de elektronica wat meer op de voorgrond, die ook qua ritme waar meer repetitief zijn. Hierdoor klinkt het iets meer onderkoeld, abstract en kaal, maar komt de muziek ook extra binnen en wint het behoorlijk aan mysterieusheid. Op smaakvolle wijze brengen ze hier allemaal subtiele details in aan. Daarbij schuiven ze op sommige momenten weer meer de techno of juist minimal kant op en spelen ze met volume, tempo en ritme. Het geheel houdt het fascinerende midden tussen Tarwater, He Said, James Blake, Trentemøller, Fever Ray en Telefon Tel Aviv, waarbij Arthur Russell, David Sylvian en Scott Walker her en der voor wat bevreemdende sferen zorgen. De nieuwe geest is uit de fles en hij bevalt mij prima. Een magistraal album waar je steeds dingen blijft ontdekken.

 

Karriem Riggins – Headnod Suite (cd, Stones Throw / Bertus)
Van origine is Karriem Riggins een jazzdrummer, maar het productiebloed doet zijn hart sneller kloppen. Niet alleen werkt hij samen met Daft Punk, Paul McCartney, Kanye West, Erykah Badu, The Roots, Common, Slum Village, Diana Krall en ga zo maar door, ook start hij zijn solocarrière vanaf 2012. Op zijn debuut Alone Together uit dat jaar, met maar liefst 34 korte tracks, koppelt hij op ludieke wijze hip hop aan jazz, opgeleukt met allerlei samples. In principe is de muziek instrumentaal, maar met de samples brengt hij wel stem- en zangflarden. Je kunt zijn drumverleden er goed in terughoren. Hoewel de beste man de klok rond werkt, heeft hij toch de ruimte gevonden om zijn album Headnod Suite te voltooien. Deze opent op DJ Shadow-achtige wijze, maar al snel hoor je de typische Riggins sound alweer opduiken. De met jazz geënte hip hop vol samples weet je alweer snel in te pakken. Er gebeurt veel, maar omdat de nummers, 29 ditmaal, kort zijn weet hij je aandacht er steeds bij te houden. Hij werkt met bijzondere ritmes, plaatst er steeds de juiste drumbeat bij en lardeert dat met elektronische sounds. Her en der duiken dan weer stem-, rap- en zangsamples op en in “Suite Poetry” is dichteres Jessica Care Moore te horen. Naast DJ Shadow is het een heerlijke cocktail van J. Dilla, Madlib, Adrian Younge en Anderson Paak, al is vergelijken eigenlijk zinloos. Het is hoe dan ook een geweldige luistertrip geworden, een jazzy hip hop dopera die z’n weerga niet kent.

 

Amália Rodrigues – A Diva Do Fado (cd, Tradisom / Xango Music Distribution)
Fado en Portugal, je kan het niet meer los zien van elkaar. De snik uit die muziek gaat vaak lange tijd terug en wordt van generatie op generatie weer doorgegeven. Een goede fadozangeres heeft ook meer in huis dan een mooie stem. Het komt ook aan op beleving, techniek, sensitiviteit en net de juiste toonzetting. Iemand die dat allemaal in huis had was zangeres Amália da Piedade Rebordão Rodrigues (1920-1999), kortweg Amália Rodrigues. Terecht wordt zij de “koningin van de fado” genoemd. Nog steeds noemen ook de hedendaagse fadozangeressen haar als het grote voorbeeld. Maar ook al is haar erfenis groot, er is nog altijd muziek van haar singles verdwenen of in de vergetelheid geraakt. José Moças van het Tradisom label brengt nu 6 cd’s uit onder de noemer “de archieven van de fado” (arquivos do fado), waarvan A Diva Do Fado van Rodrigues het spits afbijt. Het gaat om de periode van 1945-1952, haar beginjaren. De zoektocht naar oud materiaal levert 20 songs op, die goed laten horen hoe Rodrigues weet te betoverende, zelfs of misschien juist door de iets mindere kwaliteit van de opnames. Dat gedateerde element maakt het sowieso wel bijzonder. Sommige van de nummers zijn later heruitgebracht, maar hier hoor je de authentieke versies. Een grote aanrader voor eenieder die van fado houdt of, zoals ik, naast een goede compilatie van haar nog een tweede wil.

 


 

Martijn

DOOL Here Now, There Then
Je kunt denk ik wel stellen dat DOOL de voortzetting is van Elle Bandita, wat ik niet heel goed ken maar voor mijn gevoel things just got serious. Een The Devil’s Blood-achtige ernst zelfs, sans varkensbloed, maar wel dezelfde ritmesectie, producer en backing vocals van Farida. Dat zorgt voor een flinke dosis duistere sfeer en dat is goed, heel goed. Met nog wat The Cult en The Cure ook. Hoe duisterder hoe beter, met name The Death Of Love en het bombastische In Her Darkest Hour met Hellraiser-intro en outro.

Krause 2am Thoughts
Het Griekse Krause begint nog wat surfey maar al snel gaan alle remmen los voor sludgey punk rock. Vies en vervaarlijk ragt het kwartet er zeven nummers door, tot het achtste naar een psychedelische finale werkt. Een nummer heeft de titel Let Off Steam, dat dekt de lading wel.