Het schaduwkabinet: week 07 – 2017

Als er bij ons weinig komen opdagen gaan we gewoon door. Als er bij ons meer komen opdagen juichen we dat toe en gaan we ook gewoon door. Kies er daarom voor om te gaan lezen in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Bargou 08, Molly Burch, The Courtneys, Daughters Of Grief, Emika, Lawrence English, Erzatz, Iguana Death Cult, Jens Lekman, Mat3r Dolorosa, Meat Wave, Mind Over Mirrors, Novella, Strand Of Oaks, Tall Tall Trees, Vlimmer (2x), BaBa Zula en smallman/Ivan Shopov.

 


Jan Willem

Bargou 08 – Targ (cd, Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Heel Tunesië hetzelfde? Nee. Een kleine nederzetting bleef moedig weerstand bieden aan de cultuur van de rest van het land. Het gaat om het vergeten dorp Bargou en de vallei met dezelfde naam, gelegen tussen de bergen van Noordwest Tunesië in de regio Siliana. Het dialect dat er gesproken wordt heet targ, dat deels Berber en deels Arabisch is. Daarnaast houden ze er een eigen cultuur op na, maar er is niets gedocumenteerd. Nidhal Yahyaoui, die daar opgroeit, hoort zijn ouders en familie de liederen zingen die behoren bij deze regio en soms wel 300 jaar oud zijn. Nidhal stelt zich als doel dat deze muziek en tradities niet in de obscuriteit verdwijnen. Een goede 10 jaar verzamelt hij nummers en uiteindelijk ook diverse muzikanten om zich heen, waarmee in een geïmproviseerde de muziek opneemt. Zo ontstaat de groep Bargou 08, die naast Nidhal Yahyaoui (zang, loutar) bestaat uit Lassaad Boughalmi (gasba, zokra), Benjamin Chaval (drums), Imed Rezgui (bendir) en Sofyann Ben Youssef (Moog, synthesizer). Hun cd Targ is opvallend veel traditionele instrumenten rijk, maar hetgeen misschien nog opmerkelijker is zijn de synthesizers. Die dragen er mede aan bij dat de muziek van weleer van een mooi hedendaags jasje wordt voorzien, zowel met beats als sfeervolle geluiden. Een ander element dat in het gehoor springt zijn de “galopperende” tribale ritmes die vrijwel elke song rijk is en tevens die bezwerende repeterende fluitklanken uit de gasba en zokra. De muziek krijgt door dit alles, naast de pakkende, expressieve zang, een hypnotiserende lading. Het is echt schitterende muziek, maar door de genoemde ingrediënten echt onderscheidend van andere muziek. Met Bargou 08 heeft Bargou en de vallei met hun eigengereide cultuur een stel prima ambassadeurs gevonden, die het stevig op de kaart hebben gezet.

 

Molly Burch – Please Be Mine (cd, Captured Tracks / Konkurrent)
Wat een fijn label is dat Captured Tracks toch. Nu komen ze met de Amerikaanse Molly Burch, die opgroeit in Los Angeles met een schrijvende/producerende vader en een moeder die casting director is. Misschien niet direct de voedingsbodem voor melancholische muziek, maar wel één waar creativiteit met de paplepel ingegeven wordt. Hoewel, Billy Holiday, Patsy Cline en Nina Simone zijn het soulvolle muzikale voer dat ze in haar jeugd voorgeschoteld krijgt. En dat neemt ze zeker als bagage mee als ze jazzzang gaat studeren aan de Universiteit van North Carolina in Asheville. Ze presenteert haar smaakvolle debuut Please Be Mine, waarop 10 tracks staan die gaan over eenzaamheid, verlies en het aanhalen van contacten. Het is heerlijk, landerige singer-songwritermuziek met lichte (folk)rock, soul en altcountry invloeden. Hierbij vormt haar jazzy, bitterzoete zang het oorstrelende middelpunt. De muzikale omlijsting met elektrische gitaar, piano en drums is bijna skeletachtig, maar gedijen prima onder haar prachtstem. Minimaal, maar doeltreffend. Ze houdt het midden tussen Marissa Nadler, Angel Olsen, Julie Byrne, Norah Jones, Lana Del Rey, Mazzy Star en Dusty Springfield. Ze lijkt te beschikken over een oude ziel waarmee ze intense en toch frisse songs weet te fabriceren die een zekere nachtelijkheid in zich herbergen. Het is niet lastig om haar intens te omarmen. Een nieuwe ster of op z’n minst belofte is geboren.

 

The Courtneys – II (cd, Flying Nun / Konkurrent)
Ik ben in de jaren 90 helemaal weg van het Nieuw-Zeelandse Flying Nun label, ook met terugwerkende kracht van het materiaal dat ze vanaf 1981 uit hebben gebracht. Niet alles is per se goed, maar wel heel veel. Bands als Headless Chickens, 3Ds, The Chills, Bailter Space, The Clean, The Dead C, Pin Group (met Roy Montgomery), The Cake Kitchen en ga zo maar door. Alleen ergens in de jaren 90 wordt het label verkocht aan Mushroom Records en die uiteindelijk weer aan Warner en dan verzuip je. Een groep bestaande uit de oorspronkelijke eigenaar Roger Shepherd, Neil Finn (Crowded House) en zijn vrouw kopen het samen met nog wat anderen in 2009 terug. Flying Nun is back to business. Ja, maar zou je nu gewoon even iets over The Courtneys kunnen vertellen? Goed! Dit Canadese trio is de eerste niet Nieuw-Zeelandse band die tekent op dit label; ze hebben wel eens in licentie bands uit andere landen uitgegeven (Labradford om er maar één te noemen). Nu mogen de dames Courtney Loove aka Classic Courtney (gitaar, gitaar), Sydney Koke (teven in Shearing Pinx) aka Crazy Courtney (bas, zang) en Jen Twynn Payne (ook in Makeout Videotape) aka Cute/Cool Courtney (drums, zang) er hun tweede album II uitbrengen, dat ruim 3,5 jaar na hun gelijknamige debuut komt. Hierop lieten ze een onweerstaanbare mix horen van negentiger jaren noisepop, garage rock, grunge, fuzzpop en slackerpop. Eigenlijk helemaal passend bij die lekkere jengelbands op Flying Nun zelf. En laten ze daar nu op nog betere wijze mee verder gaan. Het zijn 10 aanstekelijke gruizige songs die erin gaan als een popalbum. Hierbij maken ze dikwijls gebruik van fuzzy geluiden of een lekker jagende motorik. En dat je er elementen van That Dog, The Breeders, The Clean, Vivian Girls, Eric’s Trip, The Jesus And Mary Chain en dergelijk doorheen hoort is totaal irrelevant. Ze weten er namelijk een geheel eigen draai aan te geven en hebben een geweldige sound in huis. Heel lekker dit!

 

Daughters Of Grief – Songs For Mary w.s. (mcd, Reverb Worship)
Het Reverb Worship label weet toch bijzondere muziek op te pikken, dikwijls in de experimentele dan wel folk hoek. Nu komen ze met Daughters Of Grief (zang, akoestische gitaar) , waarbij het niet duidelijk is wie of hoeveel personen erachter schuil gaan. Op de mini cd Songs For Mary w.s. wordt/worden ze begeleid door Grey Malkin (gitaar, ebow, piano, xylofoon, keyboard, percussie), ook een alias van een muzikant(e) uit de groep The Hare And The Moon. De mastering vindt plaats door Michael Begg (Human Greed, Fovea Hex) en dat is wel een echte naam. De vijf nummers die hier worden gepresenteerd passen daar wel bij, want die zijn behoorlijk mysterieus. Ze brengen wonderschone fragiele muziek met etherische zang, die ergens tussen neofolk en gothic folk uitkomen. Ik denk dat als je een hybride van Fovea Hex, The Hare And The Moon, Clara Engel, Kate Bush en Loreena McKennitt maakt je wel in de buurt van hun geluid komt. Het is echt van een zinnenstrelende pracht allemaal. En nog eens gestoken in een fraaie dvd hoes.

 

Emika – Melanfonie (cd, Emika Records)
De in Tsjechië geboren Ema Jolly groeit op in Engeland en woont inmiddels in Berlijn. Ze is een klassiek getrainde muzikant, die klassieke piano en compositie heeft gestudeerd. Later voegt ze daar sound design aan toe. Als Emika komt ze in 2011 met haar gelijknamige debuut, in 2013 gevolgd door Dva en beide op Ninja Tune uitgebracht. Hierop kan je haar muzikale achtergrond wel horen, maar zijn het de dubstep, trip hop, abstracte muziek en haar bitterzwoele zang die regeren. Op het tussendoortje Klavírní (2015) laat ze zich voor het eerst wel van haar meer klassieke kant horen door pianomuziek te brengen aangelengd met ambient, neoklassiek en experimenten. Datzelfde jaar gaat ze met de cd Drei enerzijds weer verder waar ze met haar eerste twee is geëindigd, maar voegt duidelijk meer klassieke elementen toe maar put nog altijd uit diverse elektronische genres. Heel fraai allemaal. En nu is er Melanfonie, een heuse symfonie en gezien de titel een niet al te vrolijke ook. Emika heeft de stukken en de teksten geschreven en het geheel geproduceerd. De zes composities worden echter uitgevoerd door het Prague Metropolitan Orchestra (19 violisten, 8 altviolisten, 6 cellisten, 4 contrabassisten, 2 harpisten, 4 Franse hoornspelers, 2 klarinettisten, 2 trompettisten, 2 trombonisten, 2 fluittisten en enkele spelers op klokkenspel, tuba, bastrombone, Engelse hoorn, hobo, fagot en contrafagot) en de sopraan Michaela Šrůmová. Deze is eerder ook al te horen op Emika’s Dva en Jóhann Jóhannson’s And In The Endless Pause There Came The Sound Of Bees. De symfonie van Emika gaat over het verwerken van verdriet en dat heeft ze op verbluffende wijze gedaan. Het gaat werkelijk tot op het bot en weet je tot tranen te roeren, maar het is ook zo ontzettend mooi dat de bergen kippenvel ook niet uitblijven. Dat is niet alleen te danken aan de sterke composities, maar ook aan de geweldige orkestraties en de voortreffelijke sopraanstem van Šrůmová, die het verhaal en de emoties over weet te brengen. Hoewel het een heus klassiek werk is geworden, is het bepaald geen traditionele of elitaire muziek. Emika houdt het toegankelijk en geeft er een eigen draai aan door ook minimal music, post-moderne muziek en neoklassiek toe te voegen. Van Richard Strauss en Philip Glass tot Henryk Górecki en Jóhann Jóhannsson. Een adembenemend meesterwerk!

 

Lawrence English – Cruel Optimism (cd, Room40)
Lawrence English is een Australische muzikant, die onder zijn eigen naam maar ook in diverse groepen en samenwerkingsverbanden, een imponerende discografie heeft opgebouwd. Tevens is hij de oprichter van het innovatieve kwaliteitslabel Room40. Zijn output bestaat meestal uit abstracte muziek, waarbij ambient, drones, elektronische experimenten, veldopnames en avant-garde de dienst uitmaken. Hij komt nu met zijn album Cruel Optimism, waaraan hij de volgende boodschap meegeeft:

”Cruel Optimism is a record that considers power (present and absent). It meditates on how power consumes, augments and ultimately shapes two subsequent human conditions: obsession and fragility. This pyramid is an affective ecology of the (ever)present moment.”

English brengt zelf de nodige elektronica in stelling om zijn met drones gelardeerde experimentele ambient te fabriceren. Hij laat zich hier bijstaan door Thor Harris (klarinet, vibrafoon, buisklokken, cimbaal, drums, hammered dulcimer, gongs), Brodie McAllister (trombone), Norman Westberg (gitaar), Chris Abrahams (piano), Tony Buck (cimbalen, drums), Mats Gustafsson (saxofoon), Werner Dafeldecker (contrabas), Vanessa Tomlinson (percussie), Heinz Riegler (gitaar), Mary Rapp (cello) en 9 anderen die de zogeheten Australische stemmen op zich nemen. Een ware supergroep, waar leden uit groepen als Swans, Shearwater, Sulfur, Foetus, The Necks, Peril, Fire! Fire! Orchestra en Peter Brötzmann Chicago Tentet afkomstig zijn. Daarbij moet ik wel aantekenen dat English al deze input vooral verwerkt in zijn gruizige sound, waardoor sommige bijdragen slechts een subtiele nuance aanbrengen in de zee van geluid die hij hier laat horen, die soms venijnig hard en op andere momenten ijzig verstild kan zijn. Maar het geheim zit hem wel vaker in de details. Door die diverse klassieke instrumenten krijgen zijn elektronische composities namelijk daadwerkelijk een organisch en soms zelfs neoklassiek karakter. Hij weet je hier hoe dan ook stevig in de houdgreep te nemen met zijn overrompelende, intrigerende, ijzige en door de nevelige vocalen soms zelfs spookachtige sound. Hij creëert een soort alles absorberend zwart gat, waar alle energie uitkomt en verdwijnt. Fascinerend. Liefhebbers van Aidan Baker, Simon Scott, Akira Rabelais, William Basinski en Chihei Hatakeyama zullen bepaald niet van een koude kermis thuiskomen.

 

Erzatz – Meian (cd, Jarring Effects)
Dat Jarring Effects label brengt toch steeds weer bijzondere acts voort. Zo vormt het Japans-Franse duo Takeshi Yoshimura (gitaar, zang, composities) en Céline Frezza (zang, productie, elektronica) al zo’n 10 jaar R-Zatz, ook wel als R:Zatz en R;Zatz geschreven. Op hun albums Will We Cross The Line? (2008) en Cruel Summer (2012) laten ze horen niet voor één te vangen te zijn. Ze boren gewoon door diverse genres heen, want soms leggen ze de basis met pop of juist wave-achtige klanken maar lengen dat vervolgens aan met trip hop, hip hop en abstracte elektronica. Dat zorgt voor een bijzondere luisterervaring. Ze willen hierna een andere kant op en zijn daarvoor getransformeerd, waarbij de bandnaam omgedoopt wordt tot Erzatz. Ze worden hier met de arrangementen geholpen door Aku Fen ofwel Julien Oresta (High Tone, Dub Invaders), die als derde bandlid fungeert. Dat levert het album Meian op,hetgeen “halflicht” in het Japans betekent. Ze hebben hun 11 composities verrijkt maar toch minimaler en meer filmisch aangepakt. Tevens voegen ze meer folk elementen toe. Daaraan koppelen ze weer abstracte elektronica, samples en noise en her en der wat hip hop elementen, waarbij één keer ook rapper M. Sayyid (Anti-Pop Consortium, Airborn Audio, The Isolationist) te horen is. Luister hieronder maar eens wat een bijzondere overgang dat van nummer 1 (“Along”) naar 2 (“Don’t Make Me Hide”) oplevert en hoe goed dit samen gaat. En zo combineren steeds verrassende stijlen en bevreemdende elementen, wat echt bijzondere muziek oplevert. Zelf duiden ze dit wel als abstracte folk, waar ook wel wat voor te zeggen is aangezien de basis nu dikwijls met pastorale akoestische gitaarstukken gelegd wordt. Frezza en Yoshimura wisselen elkaar ook qua zang in verschillende talen mooi af of vullen elkaar aan, waarbij ze ook haiku’s brengen en vrij Brel en Bukowski citeren. Niets is wat het lijkt en toch is alles echt. Ik kan namen als Tujiko Noriko, Disco Inferno, Dälek, aMute, Soap&Skin, Mitchell Akiyama, Half Asleep, Jean Du Voyage en Mi And L’Au opsommen, maar zie daar maar eens een kruisbestuiving van te maken. Gewoon luisteren naar dit meesterlijke album luidt het devies.

 

Iguana Death Cult – The First Stirrings Of Hideous Insect Life (cd, Amphibian)
In 2015 verschijnt er voorzicht een eerste teken van leven van het Rotterdamse Iguana Death Cult middels de de twee nummers tellende cassette Sirens. De muziek zit ergens tussen garagerock, surf, bluesrock en psychedelica in. Eén van die songs is nu ook op het debuut The First Stirrings Of Hideous Insect Life terecht gekomen, dat met 9 nummers een stuk langer is. De groep bestaat uit Jeroen Reek (gitaar, zang), Tobias Opschoor (gitaar, zang), Justin Boer (bas) en Arjen van Opstal (drums). Hier laten ze op vuige wijze weer die potpourri aan stijlen horen, waarbij ze dikwijls ook een fijne motorik laten horen. Terwijl de gitaar scheurt of een stukje surft lijken de bas en drums de jacht ingezet te hebben aangezweept door de pakkende zang van Reek. Die zang varieert ook fraai, van een stevige bluesstem en bijna falset tot een net zo venijnig schreeuwer als Jello Biafra. Over dit alles zit een fraaie vintage vernis, wat ongetwijfeld voor een groot deel door de analoge opnames komt. En daarmee brengen ze een debuut dat niet alleen heel lekker is maar ook tijdloos.

 

Jens Lekman – Life Will See You Now (cd, Secretly Canadian / Konkurrent)
De Zweedse muzikant Jens Lekman beschikt over de bijzondere gave om te relativeren. Aan de ene kant weet hij melancholie te verpakken in opgewekte songs en anderzijds kan hij lichte onderwerpen ook voorzien van de nodige zwaarte. Die tweeledigheid in zijn muziek maakt dat hetgeen hij maakt telkens weer interessant. Ben je het niet eens met de muziek, dan wel met de boodschap of het gevoel en omgekeerd. Al is het ook weer niet zo zwart-wit, want dikwijls vallen de positieve zaken gewoon samen. Hij giet persoonlijke verhalen en diverse emoties gewoon uit in zijn eigenzinnige mallen. Na 5 jaar komt hij eindelijk met zijn vierde album Life Will See You Now, wat hij omschrijft als zijn “dertigers crisis discoplaat”, dat gaat over het zien van de consequenties van je keuzes. Dat je dit deels weer met een knipoog moet nemen bewijst hij wel met zijn 10 songs. Zijn licht herfstige, pakkende zang sluist je eenvoudig door zijn ogenschijnlijke blije muziek, die hij opleukt met blazers, tropische percussie, achtergrondzangeressen en luchtige strijkpartijen. Daardoor wordt zijn poprock geluid op ludieke wijze verrijkt met disco, bossanova, jazz, singer-songwritermuziek, jazz en samba. In zijn muziek laat hij naast de zeer persoonlijke verhalen en zijn zelfinzicht ook weer de nodige zelfspot naar boven drijven. Het maakt dat het allemaal weer behoorlijk weet te beklijven en liefhebbers van The Magnetic Fields, Arthur Russell, Prefab Sprout, Morrissey, Momus, Ralph MacDonald en Brent Anderson wel zal aanspreken. Hij gebruikt ook nog eens ludieke samples, waaronder één van Charles Mingus, wat maar eens te meer aantoont dat Lekman nooit zo maar iets doet en beschikt over een brede muzikale smaak. Een hele fijne comeback!

 

Mat3r Dolorosa – A Noisy Blast – Son Of Light (cd, Jarring Effects)
Mat3r Dolorosa is het project van de Franse muzikant Tristan Spella. Op zijn magistrale debuut Think About Your Future Now (2013) baant hij zich een zeer interessante weg door de ambient, trip hop, hip hop, illbient, electro en industriële techno, waarbij hij zelf vooral zijn laptop, gitaar, keyboard en drums inzet. Het resultaat klinkt als DJ Shadow, aangevuld met Phylr, Nine Inch Nails, DJ Krush, Massive Attack, Dälek, Faithless en labelgenoten EZ3kiel. Bezwerende beats, stemsamples (engelachtige tot gepraat), rappers en meeslepende elektronische vondsten zorgen voor een ongekende kracht en pracht. Eind vorig jaar laat hij twee 12”-es het licht zien, waarvan me even ontgaan is dat ze samen op cd gebundeld in eind vorig jaar. Maar enfin, zoals de Fransen dat zeggen, nu heb ik A Noisy Blast – Son Of Light alsnog in handen. Spella brengt nog altijd een allegaar aan stijlen door elkaar, met samples, maar het geluid is luchtiger dan voorheen en de zang ontbreekt op een sampletje en rap is helemaal verdwenen. Toch blijft zijn eigenzinnige mix van hip-pop, IDM, glitch en industriële techno ijzersterk en aanstekelijk.

 

Meat Wave – The Incessant (cd, Big Scary Monsters / Bertus)
Ik weet niet of je dat van vroeger nog kent als je kopje onder geduwd werd in het zwembad en naar adem snakkend bovenkwam en weer onder geduwd werd? Datzelfde gevoel bekruipt je bij Meat Wave, zij het dat zij je onderdompelen in een kolkende mix van punk, noise en hardcore, waarbij het ademen nog enigszins mogelijk blijft. Het is een jonge Amerikaanse groep uit Chicago bestaande uit Chris Sutter (zang, gitaar), Joe Gac (bas) en Ryan Wizniak (drums). Hun derde worp The Incessant is geproduceerd door niemand minder dan Steve Albini en dan weet je dat het de meeste gitaarbands wel snor zit. De titel betekent “de onophoudelijke” en dat dekt de lading van deze energieke band ook wel. Sec genomen krijg je niet per se iets nieuws voorgeschoteld, maar deze groep jonge honden onderscheidt zich door hun pakkende zang, ongeremde energie en verrassende wendingen. Het is een steeds variërende achtbaan, waarbij ze ook nog de nodige cynische humor tentoonspreiden. Ze weten hier Black Flag, Big Black, Minor Threat, Crain, Further, Metz en Jane’s Addiction tot één krachtige, emotioneel geladen vuist te bundelen. Kopje onder, maar om intens van te genieten.

 

Mind Over Mirrors – Undying Color (cd, Paradise Of Bachelors / Konkurrent)
Jaime Fennelly is een behoorlijke bezige bij op muziekgebied, want je komt hem sinds 2004 tegen in groepen als Le Doigt De Galilée, Acid Birds, Pee In My Face With Surgery, Peeesseye (beide speciaal voor Patricia Paay denk ik), Manpack Variant en Phantom Limb. Daarnaast houdt hij er zijn soloproject Mind Over Mirrors op na, waarmee hij al 5 albums heeft geproduceerd die ergens tussen drones, ambient, experimentele muziek en folk inzitten. Hier lijkt hij zijn muzikale ei echt kwijt te kunnen en dat is op zijn nieuwste worp Undying Color niet anders. Hij legt de basis met een Indiaas harmonium, synthesizers en allerhande elektronica. Hij laat dat alles inkleuren door zangeres Janet Beveridge Bean (Eleventh Dream Day, Freakwater), violist/Indiase fluitist Jim Becker (Califone), zangeres Haley Fohr (Cro Magnon, Circuit Des Yeux) en drummer/percussionist Jon Mueller (Death Blues, Volcano Choir). Het levert een hypnotiserend geheel op, mede door de repetitieve klanken. Tevens komt hij met een flinke dosis minimal music, folk en psychedelica uit de hoek, waarmee hij je weet te betoveren. Denk aan een caleidoscopische hybride van Scott Walker, Popol Vuh, Brian Eno, Arthur Russell, Klaus Schulze, Hail, Emeralds en Philip Glass. Een geweldig vreemde eend in de bijt, maar wel één met een verslavende, narcotiserende sound.

 

Novella – Change Of State (cd, Sinderlyn / Konkurrent)
Novella is een Brits kwartet dat in 2010 nog begint als trio. Al snel voegen zich echter twee leden bij de band en verschijnt in 2015 hun debuut Land. Ze laten er dromerige alternatieve rock horen met een fijn psychedelisch randje. Inmiddels zijn ze weer gereduceerd tot het viertal Hollie Warren (gitaar, zang), Sophy Hollington (gitaar, zang), Suki Sou (bas) en Iain Laws (drums). Ze nemen hun tweede cd Change Of State op een zestigerjaren 8-sporen recorder in de Victoriaanse slaapkamer studio van James Hoare (Ultimate Painting, Veronica Falls). Door deze beperking moeten ze efficiënter en creatiever te werk gaan. Dat heeft ze bepaald geen windeieren gelegd. Hun sound klinkt hier rauwer en oprechter en heeft een vintage gloed meegekregen, zonder dat ze daarbij hun vorige geluid overboord gooien. Ze positioneren ze ergens tussen Can, Stereolab, Lush, Broadcast en Earwig. En met zulke referenties mag je bij mij altijd aankloppen. Heerlijk ongepolijste droomplaat.

 

Strand Of Oaks – Hard Love (cd, Dead Oceans / Konkurrent)
Zanger/gitarist Timothy Showalter groeit met zijn project Strand Of Oaks uit van een ietwat introverte folkrock act tot een steeds meer extroverte breder georiënteerde indierock artiest. Zijn vierde album Heal uit 2014 mag je gerust zien als zijn doorbraakplaat. Op smakelijke en creatieve wijze brengt hij daar een mix van folkrock, indierock en synthpop, waarbij hij soms ook lekker uit de bocht vliegt. Daarbij is de gevarieerde, emotioneel geladen zang ban Showalter ook een sterke troef. Zijn nieuwe vijfde album Hard Love is een evenwichtsoefening tussen verwendheid en verantwoordelijkheid geworden. Aan de ene kant is er namelijk het succes en de bijna decadente tourervaringen maar anderzijds is er de worsteling met zijn huwelijk en de bijna dood van zijn jongere broer. Hij blijft hier die bijzondere singer-songwriter maar komt harder, rauwer en misschien ook wel oprechter dan ooit uit de hoek. Naar eigen zeggen zit er in hemzelf altijd dat duale: de jacht naar het perfecte liedje enerzijds en aan de andere kant het naakt in de woestijn naar de maan willen schreeuwen. Dit laatste element, zij het vermoedelijk met kleren aan, maakt juist dat zijn songs meer de perfectie bereiken. Met name omdat alles oprecht voelt en behoorlijk binnenkomt. Los daarvan is zijn psychedelische rocksound ook gewoonweg om van te smullen. Tevens brengt hij meer rustieke songs, zoals het met piano gelardeerde, hartverscheurende “Cry”. Maar of het nu scheurende gitaren zijn of intieme pianostukken, hij weet zijn emoties schitterend over te brengen. Een bezielende hybride van Wovenhand, Magnolia Electric Co., Damien Jurado, Tea Party, Dinosaur Jr. en Neil Young zou passen, ware het niet dat Strand Of Oaks inmiddels echt een eigen smoel heeft gekregen. Op deze cd maakt hij duidelijk dat het doorbreken en doorpakken is geweest.

 

Tall Tall Trees – Freedays (cd, Joyful Noise / Konkurrent)
Michael “Mike” Scavino is een begenadigd zanger en een innovatieve virtuoos op de banjo dan wel de banjola en banjotron (die hij zelf heeft ontworpen). Hoewel er verschillende theorieën bestaan waar de banjo precies vanaf stamt is Scavino er van overtuigd dat het een percussie-instrument is geweest. Dat je er nog steeds op kunt meppen laat hij ook regelmatig horen. Inmiddels is Freedays alweer zijn derde werk. Naast zang, banjola en banjotron hanteert hij elektrische bas, contrabas, drums, percusie, omnichord, ARP, loops, contrabas, taperecorder en casio. Een aantal vrienden helpt hem nog wat op drums, hobo, viool en loops. Er zit een prettige dualiteit in zijn muziek. Door zijn pakkende zang, die je ergens tussen Cat Stevens en Sufjan Stevens (toeval) kunt plaatsen, maken zijn songs toegankelijk. Anderzijds is zijn muzikale benadering die tussen folk, drones, roffelende percussie, ludieke elektronica en tribale elementen dikwijls behoorlijk experimenteel. Heden en verleden en eigenzinnige creativiteit en schoonheid gaan hier op geweldige wijze samen.

 

Vlimmer – IIIIII (mcd, Blackjack Illuminist)
Vlimmer – IIIIIII (mcd, Blackjack Illuminist)
Er zijn artiesten die ooit beloofd hebben 51 staten van muziek te voorzien (Sufjan Stevens) of hun eigen bandnaam in releases uit te drukken (Murcof). Maar er zijn er ook bij die wel degelijk leveren wat ze beloven. Dat geldt in elk geval, tot nu toe, voor de Duitse muzikant en duizendpoot Alexander Leonard Donat, ook wel bekend als Alexander Leonard Stöckigt, die met zijn Vlimmer 18 gerelateerde epees wil uitbrengen. Voor wie hem nog niet kent even een korte introductie. Hij is de zoon en kleinzoon van respectievelijk de Duitse pianisten/componisten Michael Stöckigt en Siegfried Stöckigt, runt het innovatieve label Blackjack Illuminist. Deze vult hij vooral met zijn diverse projecten, enkele uitzonderingen daargelaten. Dit doet hij onder namen als Feverdreamt, Fir Cone Children, Flight Recorder, Infravoids, Jet Pilot, Leonard Las Vegas en dus Vlimmer, die qua stijl uiteenlopen van als (Arabisch getinte/dark) krautrock, drones, indie rock, shoegaze, hardcore, ambient, cold wave, gothic, post-punk en postrock. Vlimmer mag je zien als zijn moederschip. Inmiddels heeft hij 5 van de 18 epees al het licht laten zien, hetgeen hem niet remt om ook met tussendoortjes te komen. Ik juich dit soort lavastromen aan inspiratie alleen maar toe. Nu brengt hij de nummers IIIIII en IIIIIII uit.
Op nummer 6 in de serie brengt hij vijf tracks, die weer voor een goed half uur muziek opleveren die ergens tussen shoegaze, gothic en post-punk eindigen. Deze jonge Duitser heeft oog voor vorm en inhoud en brengt niet zomaar iets. Het lijkt wel of hij per release meer van zichzelf durft te laten zien. Hiermee weet hij elk nieuw hoofdstuk net zo spannend te maken als in een goede thriller. Zijn zang hangt meer in het verleden dan de muziek, waarbij fans van Siglo XX, Clan Of Xymox, Pale Saints, Trisomie 21, OMD, Slowdive en Schonwald op hun wenken bediend worden. Hij groeit per release en levert ook hier weer een geweldig kleinood af.
Tegelijkertijd is er ook nummer 7, uiteraard IIIIIII geheten, waarbij je ook in een uiterst gelimiteerde oplage een versie hebt in een houten kistje waar je de komende epees weer kunt opbergen; net als de eerste 5 epees. Hierop krijg je wederom 5 tracks, ditmaal van ruim 25 minuten. Hier pleegt hij geen stijlbreuk aan de voorgaande releases, zij het dat het tempo hier iets omlaag is gegaan en de muziek nog een tikje emotioneler uit de hoek komt. Wederom op spookachtige wijze weet hij je mee te slepen op een haast hallucinerende trip, die diepe sporen nalaat. Het zou na al deze epees wel eens verfrissend zijn als er enige kritiek zou volgen, maar Vlimmer gaat gwoon op uitstekende wijze verder waar het ooit begonnen is.

 


 

Martijn

BaBa Zula XX
De roem in Turkije is wat tanende dus BaBa Zula pakt het wat internationaler aan via het label Glitterbeat. Lekker makkelijk te krijgen en eigenlijk een soort kennismakingsverzameling met een bloemlezing uit hun twintigjarig bestaan. Meestal wel andere versies en disc 2 is sowieso gevuld met dubmixen. Dus ook de moeite waard voor de mensen die alles al hebben, zoals ik.

smallman & Ivan Shopov Inner Oceans
Ivan Shopov maakt elekronische dansmuziek (dubstep, drum’n’bass) als Balkansky en COOH, smallman is een wat Tool-achtige rockband met folkloristische invloeden. Zo hoor je op deze EP ook weer de gaida (doedelzak) in Fenix. Shopovs invloed is subtiel, geen beats, maar enkel wat textuurtjes. Hun Engels kon beter, dat blijft wat suf klinken, maar gelukkig staat de autotune wat minder te loeien dan op Labyrinth of Present. Ondanks die kanttekening een leuk EP’tje.