Het schaduwkabinet: week 47 – 2016

Overleg over bed-bad-brood na anderhalf jaar mislukt. Geen wonder dat het op andere gebieden dan al helemaal niet lukt. Onze bio-band-album besprekingen zijn gewoon wel weer gelukt voor onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: The Apartments, Craig Armstrong And Adam Peters, Michael Begg, Nick Cave & Warren Ellis, Gareth Dickson, The Eye Of Time, Steve Hauschildt, Into My Plastic Bones, Itasca, Jóhann Jóhannsson, Lerin / Hystad, Light In Babylon, loscil, Maarja Nuut, Christine Owman, Brigid Mae Power, Skuggsjá, Vlimmer with the hands of Oceaneer, Wardruna, Adam Bryanbaum Wiltzie, Tamara Woestenburg, Secret Chiefs 3 (UR), Elza Soares en A Tribe Called Quest.


 

Jan Willem


The Apartments
– No Song, No Spell, No Madrigal
(cd, Brandy Alexander Recordings / Sonic Rendezvous)
apartments-nosongDe cynici onder ons beweren nog wel eens dat er tegenwoordig niets meer wordt gemaakt dat ook maar enigszins kan tippen aan de glorieuze muziek uit de jaren 70 tot en met 90. Nu vind ik dat een ietwat zuur inzicht en getuigen van een gebrek aan kennis. Maar laat ik op mijn beurt ook de muziek uit de genoemde periode bepaald niet van de troon stoten, want er is ook wel echt heel veel moois uit voortgekomen. Dat geldt ook zeker voor de Australische groep The Apartments, die al in 1978 is opgericht door zanger, gitarist en pianist Peter Milton Walsh. Na jaren van stilte komen ze nu met hun zevende cd No Song, No Spell, No Madrigal aanzetten, die elders al vorig jaar is verschenen. En dat blijkt meteen een schot in de roos, al is de aanleiding -het verlies van de zoon van Walsh- een pijnlijk gegeven. De muziek van Walsh heeft nog altijd een tijdloze sound, wars van hypes en met een urgentie en schoonheid die er niet om liegen. De meesterlijke liedjessmid omringt zich hier met muzikanten op piano, gitaar, zang, drums, percussie, trompet, vleugelhoorn, tamboerijn, cahón, viool, altviool en cello. Ze omlijsten allemaal op indrukwekkende wijze zijn prachtige zang. De subtiel georkestreerde muziek heeft iets tijdloos en roept herinneringen op aan The Waterboys, Power Of Dreams, The Triffids, The Walkabouts, Dez Mona, Spoonfed Hybrid en The Go-Betweens, maar weet daar een eigen en wonderschone en vooral nachtelijke draai aan te geven. Hier staat maat noch tijd op. Een weergaloze beauty en een gloedvol eerbetoon. Hun absolute magnum opus.

 

Craig Armstrong And Adam Peters – Snowden (cd, Deutsche Grammophon)
armstrong-craig-peters-adam-snowdenDe Schotse componist/pianist Craig Armstrong verwerft bekenheid als de arrangeur bij Massive Attack (en Madonna, Tina Turner, Spice Girls), om vervolgens solo ook van zich te laten horen. Daarnaast experimenteert hij met AGF, is hij bandlid van The Dolls (samen met AGF en Vladislav Delay) en Winona (met Scott Fraser). Maar hij is het vaakst te horen maker van soundtracks. Componist en multi-instrumentalist Adam Peters heeft ook een rijk bandverleden, onder meer bij Echo & The Bunnymen, The Triffids, Family Of God, The Flowerpot Men, Sunsonic en Neulander. Hij is bij nog wel meer artiesten als gast te horen en legt zich eveneens toe op soundtracks. Samen hebben ze die van Snowden gecomponeerd. Geen samenwerkingsverband, maar losse stukken van beide, die overigens wel goed op elkaar aansluiten. Adam Peters doet dat voornamelijk zelf met cello, piano, synthesizer, orkestprogrammering en drums. Slechts in twee van zijn zeven composities hoor je ook zangeres Korinna Knoll. Het levert een fraai neoklassiek geheel gelardeerd met elektronica op. Daar past zoals gezegd de muziek van Armstrong mooi bij. Armstrong speelt piano en heeft alles gecomponeerd en gearrangeerd. Daarbij maakt hij gebruik van de diensten van Scott Fraser (synthesizer), Steve Jones (gitaar), het orkest London Sinfonietta en het koor Metro Voices. Ook hij brengt fraai filmisch neoklassiek, waarbij alleen de Boys Noize remix van track “Secret Downloading” voor een prettige afwisseling met techno zorgt. Ook zonder film een fijn album! Als digitaal album heeft Armstrong ook nog de orkestrale score gemaakt.

 

Michael Begg – A Moon That Lights Itself (cd, Omnempathy)
begg-michael-amoonthatlightsitseflEerder dit jaar komt de Schotse muzikant Michael Begg al met zijn sterke album Let The Cold Stove Sing aanzetten, waar naast zijn naam ook dat van zijn inmiddels min of meer soloproject Human Greed prijkt. Daarmee laat hij al vanaf 1999 van zich horen. Ook is actief in 48 Cameras en Fovea Hex. Van die laatste verschijnt ook eerder dit jaar de mini The Salt Garden. Begg heeft dan al een opdracht gekregen van de “Scottish National Galleries” om een werk te componeren rond de 19de-eeuwse Franse schilder Charles François Daubigny, die wel gezien wordt als de wegbereider voor het impressionisme. Hij heeft naast andere werk vele nachtelijke situaties geschilderd vanaf zijn bootstudio. Daarnaast dienen ook Claude Monet en Vincent Van Gogh als inspiratiebronnen. Maar dat is niet alles. In dezelfde tijd in Frankrijk is er ook de typograaf, publicist, boekverkoper en uitvinder Éduard-Léon Scott de Martinville. Hij vindt de fonautograaf uit en maakt op 9 april 1860 de oudste bekende opname van de menselijke stem. Pas in 2008 komt men erachter dat dit “Au Clair De La Lune” is en in 2009 ontdekken ze dat het een mannenstem is. Genoeg stof voor de abstracte, neoklassieke en ambient wereld van Begg, die dikwijls uit een parallel universum lijkt te komen. Het resultaat van dit alles vind je terug op A Moon That Lights Itself. Hij brengt een abstracte mix van drones, veldopnames, elektronica en de cello van Clea Friend. In feite schildert hij hier met geluid zijn eigen impressionistische werk, waar je desolate landschappen en nachtelijke taferelen denkt te herkennen. In het middenstuk “The Birth Of Modernism” is die opname uit 1860 ook verwerkt. De cello zorgt er dikwijls voor dat je niet helemaal weg dwaalt naar een parallelle schemerwereld. Het is spookachtig, duister, meeslepend, tot de verbeelding sprekend en tevens van een bijzondere schoonheid.

 

Nick Cave & Warren Ellis – Hell Or High Water (cd, Milan Music)
cave-nick-ellis-warren-hellNa de zeer indrukwekkende cd Skeleton Tree van Nick Cave & The Bad Seeds eerder dit jaar, is Nick Cave gewoon weer terug met de soundtrack Hell Or High Water die hij samen met Bad Seeds-lid Warren Ellis (tevens Dirty Three) heeft gefabriceerd. Een nieuwe, te weten Mars, zal alweer begin volgend jaar het licht zien. Op hun nieuwe cd maken ze de muziek voor de Western film van David Mckenzie. Als je hun eerdere soundtracks vol neoklassiek, folk en postrock kunt waarderen, zal ook deze erin gaan als koek. Hun instrumentale nummers worden hier afgewisseld met songs van Townes Van Zandt, Ray Wylle Hubbart, Waylon Jennings, Colter Wall, Scott H. Biram en Chris Stapleton. Dat maakt het wel iets anders dan hun eerdere soundtracks. De veelal (alt)country van die artiesten past mooi bij hetgeen de twee heren laten horen. Het is weer prachtige muziek, die ook zonder film overeind blijft.

 

Gareth Dickson – Orwell Court (cd, 12K)
dickson-gareth-orwellcourtIk weet dat ik aardig lyrisch kan zijn over een cd of een zekere artiest, maar de Britse singer-songwriter Gareth Dickson is echt al jaren een sensatie. Hij maakt prachtalbums en gebruikt hoofdzakelijk zijn stem en zijn gitaar waarop hij lustig tokkelt. Op subtiele wijze voegt hij daar meestal nog wat elektronica of effecten aan toe. Soms klinkt hij als een reïncarnatie van Nick Drake, waar hij ook een groot fan van is. Hij brengt werk van Drake op Wraiths (2013) ten gehore met het briljante alias Nicked Drake. Maar Dickson is meer dan dat, zo bewijst hij ook weer op z’n nieuwe album Orwell Court. Glashelder, maar fluweelachtig gitaargetokkel aangevuld met zijn zachte zang, wat naast Nick Drake ook wel eens aan Greg Weeks en Boduf Songs doet denken. Zo eenvoudig, zo sober en toch zo intens mooi en door merg en been gaand, het is ongelooflijk. In “Two Halfs” heeft hij niemand minder dan Vashti Bunyan op de achtergrond meezingen en in “The Big Lie” ene Celine Brooks. Hij besluit zijn prachtalbum met een schitterende cover van Joy Division’s “Atmosphere”.

 

 

The Eye Of Time – Myth I: A Last Dance For The Things We Love (cd, Denovali)
eyeoftime-mythiVoordat de klassiek geschoolde Franse pianist/cellist Marc Euvrie aan zijn The Eye Of Time avontuur begint in 2006, laat hij al van zich horen in de bands Aussitôt Mort, Karysun en Sugartown Cabaret, die zich meer in de doommetal, hardcore en postrock-hoek bevinden. Met zijn nieuwe project baant hij zich op eigengereide en gitzwarte wijze een weg tussen neoklassiek, postrock, minimal music, drones, experimenten en dark ambient. De schoonheid ligt voor het oprapen, maar dan wel op kapotte grond. Zoiets. Nu is hij terug met Myth I: A Last Dance For The Things We Love, de eerste van een drieluik. De titel is nogal apocalyptisch, maar er heden ten dage wellicht ook weinig om van in de juichstemming te geraken. Ook de hoes is van een veelzeggende schrijnendheid. Naast zijn piano en cello bedient hij ook elektronica en gitaar om zijn visie vorm te geven. In slechts 6 stukken, van een lengte van goed 41 minuten, neemt hij je mee door kaalgeslagen landschappen. Hierbij krijg je aan de ene kant het gevoel van verval, verdriet en verlies, maar gloort er ook hoop op opbouw en een toekomst. Het moge duidelijk zijn dat dit een zeer intens, meeslepend en overdonderend werk is geworden. Qua referenties moet je denken aan Talvihorros, Ricardo Donoso, Godspeed You! Black Emperor, Bersarin Quartett en Matthew Collings. Euvrie brengt een smeltkroes van alles wat hij eerder heeft laten horen en doet dat op zeer, zeer indrukwekkende wijze.

 

Steve Hauschildt – Strands (cd, Kranky / Konkurrent)
hauschildt-steve-strandsDe Amerikaanse synthesizer/keyboardspeler Steve Hauschildt houdt er op zijn releases van om een stevige vinger in de pap van weleer te houden maar deze te combineren met futuristische muziek. Naast zijn solowerk onder zijn eigen naam en als Celestial Sprinkler vormt hij samen Mark McGuire en John Elliott zowel het geweldige trio Emeralds als Fancelions. Geen elektronica is hem vreemd. Op Kranky heeft hij inmiddels 3 geweldige albums uitgebracht vol warm atmosferische, ritmische en bovenal complex gelaagde muziek, die bestaan uit een evenzo dromerige als droefgeestige mix van ambient, elektronica, drones, psychedelica, IDM en krautrock. Dat is in feite niet anders op zijn nieuwste album Strands. Hij bouwt als een virtuoos architect alles laag voor laag op en brengt daarmee weer ambivalente composities die van opgetogen melancholie en dromerige realiteit tot futuristische retro en surrealistische echtheid gaan. Tijd, genres en emoties worden steeds in andere combinaties naar buiten gebracht. Dat levert een intens, meeslepend en niet eenvoudig te plaatsen of duiden hoorspel op. Hij strandt grofweg ergens tussen Autechre, Gas, Tangerine Dream, Biosphere, Vangelis, Emeralds en Oneohtrix Point Never. Een bij de strot grijpende schoonheid.

 

Into My Plastic Bones – A Symbolic Tennis Pot (cd, Vollmer Industries/ Scatti Vorticosi D.I.Y.)
intomyplasticbones-asymbolictennispotHet Italiaanse trio Into My Plastic Bones is in 2006 geformeerd. De line-up met drummer Leo, gitarist Paolo en zanger/bassist Poli is vrij basic, maar daarmee weten ze wel op effectieve wijze mee uit te pakken. Ze zijn hevig beïnvloed door de jaren 90 DIY gitaarscene. Dat is goed te horen op hun eerdere werken Words I Do Not Say (2006), Hidden Music (2008) en de mini Jallo (2013). Stuk voor stuk fijne albums, waarvoor ze de tijd nemen. Hun nieuwste cd A Symbolic Tennis Pot hebben ze laten masteren door Bob Weston, dus mag je rekenen op een stevig en goede gitaarsound. Dat blijkt ook het geval in de 9 nieuwe tracks die ze hier laten horen. In de pakkende Engelstalige zang, hoewel een deel ook geheel instrumentaal is, zit weer veel venijn en de rest omringt dat met stevige en noisy gitaarpartijen, pompende basstukken en gortdroge maar opzwepende drumbeats. Qua sound en energie doen ze wel denken aan Fugazi, gecombineerd met die strakke sound van Shellac, de felheid van Crain, het uitbundige noise van Drive Like Jehu, de postrock van Ventura en de instrumentale mathrock van Don Caballero. In krap een half uur tijd weten ze daarmee een diepe indruk te maken. IJzersterk en om ouderwets van te genieten.

 

Itasca – Open To Chance (cd, Paradise Of Bachelors / Konkurrent)
itasca-openSinds 2012 brengt Kayla Cohen (zang, piano, gitaar) uit Los Angeles met enige regelmaat als Itasca haar muziek naar buiten. Ze beschikt over een prachtig lage zoetgevooisd stemgeluid, dat je niet onberoerd laat. Als je haar hoort zingen echoën vervlogen tijden door naar het hier en nu. En al zou ze de ingrediënten van een pak muesli voorlezen, je zou haar nog geloven. Nu is haar volgende album Open To Chance een feit. De basis wordt gelegd door zang en haar gitaargetokkel dan wel pianospel. Daarbij krijgt ze begeleiding van Dave McPeters (pedal steel, bas), Kacey Johansing (drums), Whitney Johnson (viool) en eenmaal ook gasten op fluit en recorder. Ze brengt hier 11 emotioneel geladen songs die ergens tussen singer-songwritermuziek, altcountry, droompop en folk inzitten. Hoewel ze over een eigen tijdloze prachtsound beschikt, komen er legio referenties naar boven drijven en waarschijnlijk bij een iemand anders weer verschillende dan degene die ik eruit haal. Maar ik hoor een caleidoscopische en betoverende kruisbestuiving van Jarboe, Sibylle Baier, Low, Nick Drake, Bert Jansch, Vashti Bunyan, Weyes Blood, Meg Baird, Ryley Walker en Linda Perhacs. Overrompelende schoonheid, die niet snel z’n gelijke zal tegenkomen.

 

Jóhann Jóhannsson – Arrival (cd, Deutsche Grammophon)
johannsson-johann-arrivalOnlangs heeft de IJslandse componist Jóhann Jóhannsson nog het meesterlijke Orphée het licht laten zien. Een uiterst emotioneel geladen neoklassiek werk. Nu is hij terug met de soundtrack Arrival van de gelijknamige film van Denis Villeneuve. Dan verwacht je een neoklassiek, filmisch werk, maar Jóhannsson verrast door met een complex en meer avant-gardistisch werk te komen, waaraan onder meer celliste Hildur Guðnadóttir, de zangeres van Theatre Of Voices (onder leiding van Paul Hillier), saxofonist Colin Stetson, zanger/toetsenist Robert Aiki Aubrey Lowe (Lichens, OM, 90 Day Men), percussionist Ólafur Björn Ólafsson (Benni Hemm Hemm), gitarist Adam Wiltzie (zie onder voor de recensie van zijn cd) en een orkest hebben meegewerkt. Hiermee schept Jóhannsson spannende, grimmige, luide, verstilde, desolate en melancholische stukken, die van ambient en neoklassiek naar drones en soms haast kakofonische avant-garde. Als je mij had moeten laten kiezen zou ik Orphée eerder als soundtrack hebben bestempeld, wat daar niets aan af doet. En ook niet aan de geweldige composities die Jóhannsson hier laat horen.

 

Lerin / Hystad – Creatures Of The Deep (cd, Extemporaneous Recordings)
lerinhystad-creaturesDe Zweedse muzikant Simon Torsell Lerin (gitaar, synthesizers, percussie, contrabas, marimba) vormt sinds 2010 samen met de Noorse muzikant/kunstenares Bettina Hvidevold Hystad (synthesizers, elektronica) het duo Lerin / Hystad. Ze houden er ook het eigen Extemporaneous Recordings label op na en Lerin heeft ook gewerkt met Damo Suzuki, Omar Rodriguez Lopez, Keiji Haino, Soil en Pimp Sessions. Op hun eerste twee cd’s Mount Buzhou (2014) en Amaterasu (2015) gebruiken ze als basis vooral samples die in respectievelijk China en Japan hebben opgenomen en bouwen daar de rest omheen. Daar maken ze vervolgens steeds wisselende lappendekentjes mee van postrock, jazz, ambientsoundscapes, prog rock, shoegaze en elektronische muziek. Voor hun nieuwe cd Creatures Of The Deep pakken ze het anders aan. Ze componeren nu alles op de analoge synthesizer en Moog en vullen dat aan met allerhande originele geluiden en instrumenten. De muziek klinkt daardoor meer elektronisch dan voorheen, al putten ze links en rechts nog wel uit dezelfde genres. Het is allemaal meer organisch, futuristisch, sprankelend en uitbundig, wat mede door de vele subtiele en minder subtiele details komt. Of dit direct nóg beter is weet ik niet, maar het heeft wel net zo’n biologerende uitwerking als hun vorige werk. En je hoort het plezier er aan af, mede door de vele wonderlijke, frivole en soms haast buitenaardse geluiden die ze produceren . Daarmee leveren ze gewoon hun derde sterke luisteravontuur op rij af.

 

Light In Babylon – Yeni Dunya (cd, Light In Babylon)
lightinbabylon-yenidunyaLight In Babylon wordt geleid door de Israëlische zangeres van Iraanse komaf Michal Elia Kamal, die tevens de darbuk speelt en solo vorig jaar naast Jitka Šuranská en Irén Lovász te horen is op de cd Tři hlasy / Three Voices; wereldwijd verbinding zoeken lijkt haast wel haar doel. Op het debuut Life Sometimes Doesn’t Give You Space (2012) laten ze een prachtige smeltkroes horen van Sefardische, Turkse, Arabische en andere wereldmuziek. De groep herbergt dan ook vele nationaliteiten, die zich door muziek laten verbinden. Dat is niet anders op hun tweede worp Yeni Duna, dat Turks is voor “nieuwe wereld”. Santurspeler en zanger Metehan Çiftçi komt uit Turkije, gitarist en oud-speler Julien Demarque is Frans en de bassist Jack Butler en percussionist Stuart Dickson zijn weer Brits. Samen brengen ze wereldmuziek pur sang, die op het eerste gehoor klinkt als een mix van Sefardische en Turkse muziek, maar nog veel meer omarmt. Ik moet daarbij denken aan de muziek van Yasmin Levy, Azam Ali, Dead Can Dance, Habrera Hativeet en Aynur, al biedt deze muziek zo ontzettend veel meer. Universele schoonheid van een wereldband. Als bonustrack brengen ze heel toepasselijk een heel fraaie versie van John Lennon’s “Imagine”. And the world will be as one…ja dat zou wat zijn.

Luister Online:
Yeni Dunya (albumfragmenten)

 

loscil – Monument Builders (cd, Kranky / Konkurrent)
loscil-monumentbuildersDe Canadese muzikant Scott Morgan gooit de hoogste ogen met zijn elektronicaproject loscil. Maar daarnaast speelt hij drums en saxofoon bij de groep Destroyer, heeft hij ooit acte de présence gegeven bij Thee Crusaders samen met A.C. Newman en is hij werkzaam als sound director in de videogame-industrie. Met loscil brengt hij inmiddels 15 jaar muziek uit, waarvan het meeste op het prestigieuze Kranky label. Zijn vorige album Sea Island (2014), vol isolationistische ambient, drones en neoklassiek, is voor mij zijn magnum opus, al is de rest ook van een ongekend hoog niveau. Telkens vindt hij nieuwe manieren om zijn muziek te fabriceren. Zo ook nu weer op Monument Builders, waar hij zijn muziek hoofdzakelijk creëert met gesamplede instrumenten en voor de afwerking hevig geïnspireerd raakt door de manier waarop de film Koyaanisqatsi gemonteerd is. Het resultaat mag er wezen. Organische ambient met flarden IDM, jazz, krautrock en neoklassiek, waarbij Nick Anderson in 4 van de 7 tracks op stemmige wijze Franse hoorn brengt en Joshua Stevenson er in twee zijn synthesizer mag laten horen. In de slottrack is nog een sample te horen van zangeres Ashley Pitre, die eveneens te horen is op zijn vorige worp. Liefhebbers van Cluster, Stars Of The Lid, The Sight Below, Labradford, Marsen Jules en Christopher Bissonnette zullen ook deze monumentale pracht wel waarderen.

 

Maarja Nuut – Une Meeles (cd, Maarja Nuut / Bertus)
nuut-maarja-unemeelesVeel muziek ontdek ik zelf, maar soms zijn het anderen die je net even op iets anders en bijzonders weten te wijzen. Dat kan door distributeurs, andere liefhebbers of vrienden zijn; al sluit de één de ander niet uit. Ik word nu door de fijne R, die daar ergens tussen past, gewezen op en voorzien van de nieuwe cd Une Meeles van de Estlandse Maarja Nuut. Een openbaring. Ik maak er bepaald geen geheim van een groot fan te zijn van de Tsjechische zangeres/violiste Iva Bittová en dat is de eerste naam die me te binnenschiet bij het horen van de muziek van Nuut. Ook zij is een zangeres en vioolspeelster en houdt er eveneens van om te experimenteren. Alleen combineert Nuut traditionele dansgeluiden, songs en verhalen met live elektronica, haar zang en vioolspel. Daarmee creëert ze gelaagde klanklandschappen, die zowel de traditie als het hier en nu omarmen. Naast Bittová moet je daarbij ook wel eens denken aan een eenpersoons Värttinä, Zap Mama, Mari Boine Persen en Nils Økland. Haar muziek herbergt folk, klassieke muziek, avant-garde, minimal music en experimentele muziek. Veel belangrijker is dat ze dit op magische wijze tot een wonderschoon en intrigerend geheel weet te breien. Een nieuwe heldin in wording!

 

Christine Owman – When On Fire (cd, Glitterhouse)
owman-christine-whenonfireChristine Owman, tevens actief in Dundun en If They Ask Tell Them We’re Dead, bouwt rustig verder aan haar solocarrière. Deze Zweedse zangeres en multi-instrumentaliste, die zelf naast zang ook onder meer de cello, gitaar, synthesizers, bas, zingende zaag, percussie, piano en ukelele verzorgt, debuteert al in 2003 met Open Doors met pop- en folkrock. Pas zeven jaar later volgt Throwing Knives, waar ze al meer de alternatieve en sinistere rockkant opkoerst. Helmaal fraai wordt het op Little Beast (2013) waar ze alternatieve poprock vol experimenten en avant-gardistische elementen presenteert waarover een donkere schaduw hangt. Dat neemt ze mee naar haar nieuwe cd When On Fire. Wel hoor je meteen dat alles meer duister en gruizig klinkt en ook shoegaze, droompop en wave tot haar muzikale spectrum behoren. In 4 van de 11 tracks mag ze nog rekenen op vocale steun van Karolina Engdahl (Vånna Inget), SoKo, Erika Rosén (Dundun, Swim, Minus At The Mill, Small Flowers Crack Concrete) en net als op haar vorige Mark Lanegan plus leden van de Cardigans op bas, gitaar en drums. Alles klinkt ook zwaarder op de hand, maar dat betaalt zich ook uit in pure schoonheid. Daarbij werkt die bitterzoete zang van Owman ook zalvend. Als je van Andrea Schroeder, Jenny Hval, Lisa Germano, Cocteau Twins, Lush, The xx en dergelijke melancholische pracht houdt, moet je deze ook maar eens uitproberen. Owman wordt per release alsmaar beter.

 

Brigid Mae Power – Brigid Mae Power (cd, Tompkins Square)
power-brigidmae-stBrigid Mae Power is een Ierse singer-songwriter, die zingt en gitaar, bariton ukekele, piano, accordeon en harmonium speelt. Voor haar gelijkluidende nieuwe album werkt ze intensief samen met producer en muzikant Peter Broderick. Niet alleen neemt hij de songs op, hij zorgt ook voor extra lagen met viool, drums en andere geluiden. Tevens voegt Cory Gray van Norfolk & Western nog piano en zang toe. Hierdoor krijgen de acht songs, die door de werkelijk betoverende, glasheldere zang van Power toch al niet meer stuk kunnen, extra diepgang en schoonheid mee. Alles is voorzien van een mysterieuze glans en neemt je van het begin tot de allerlaatste seconde stevig maar op dromerige wijze in de houdgreep. Denk aan een magische hybride van This Mortal Coil, Tarnation en Marissa Nadler. Wat een ongelooflijk mooi, kippenvel opwekkend album.

 

(Ivar Bjørnson & Einar Selvik’s) Skuggsjá – Skuggsjá (A Piece For Mind & Mirror) (cd, Season Of Mist)
skuggsja-skuggsjaAls je veel op de hoes zet wekt dat nogal eens verwarring, maar volgens het fijne label Season Of Mist heet de groep kortweg Skuggsjá net als hun debuut, waarbij de luxe editie 12 in plaats van 10 tracks telt. Voluit is het Ivar Bjørnson & Einar Selvik’s Skuggsjá en de krijgt de albumtitel nog de subtitel A Piece For Mind & Mirror mee. Hoe het ook zij is dit een samenwerkingsverband tussen Ivar Bjørnson (zang, gitaar, bas, keyboards) van Enslaved en Einar Selvik (zang, tagelharpa, Kravik-lyre, geithoorn, birch-bark lure, beenfluit, perccusie, elektronica) van Wardruna, dat start in 2014 ter viering van het 200 jarige bestaan van de Noorse zelfstandigheid. Ze krijgen hier ondersteuning van Enslaved leden Grutle Kejllson (zang) en Cato Bekkevold (drums), Wardruna leden Lindy-Fay Hella (zang) en Eilif Gundersen (birch-bark lure) plus Olav L. Mjelva (Hardanger viool). De titel betekent “spiegel” of “reflectie” in het Noors en dat hebben ze niet voor niets gekozen. Aan de ene geven ze afspiegeling van de harde muziek uit hun land en tevens de verharde politiek, maar anderzijds omarmen ze ook het culturele erfgoed met de rijke folklore die het land rijk is. Je krijgt dan ook veel traditionele instrumenten en folkzang, maar ook doom metal met bijbehorende zang. Het is een knappe fusie van heden en verleden. De omschakeling van het meer etherische naar het harde zorgt meermaals voor kippenvel, maar ook de combinatie is van een aan de grond nagelende schoonheid en kracht. Niet eerder hebben metal, doom en folk zo’n overdonderende eenheid gevormd. Eén van de grootste verrassingen van dit muzikale jaar.

 

Vlimmer with the hands of Oceaneer – Meerheit (cdep, Paracelsian Productions)
vlimmer-meerheitAlexander Leonard Donat, ook wel bekend als Alexander Leonard Stöckigt, tevens de zoon en kleinzoon van respectievelijk de Duitse pianisten/componisten Michael Stöckigt en Siegfried Stöckigt, runt het innovatieve label Blackjack Illuminist en houdt er tevens legio muziekprojecten op na. Namen als Feverdreamt, Fir Cone Children, Flight Recorder, Infravoids, Jet Pilot, Leonard Las Vegas en ook Vlimmer zijn allen van zijn hand. Met Vlimmer heeft hij belooft een 18-delige serie van gelimiteerde epees uit te geven, waarvan er tot dusver 5 zijn verschenen. Of het nog niet druk genoeg is brengt hij tussendoor ook nog releases uit buiten deze serie. Het is haast V/Vm’s James Leyland Kirby in het kwadraat. Vlimmer komt doorgaans op mysterieuze wijze ergens tussen shoegaze, gothic, dark wave, drones en dark krautrock uit. Hoewel ook muziek van zijn andere projecten dit jaar het licht zien, of beter de duisternis, komt hij nu met alweer zijn vijfde release met Vlimmer in 2016. Ditmaal het bijzondere Meerheit op het Canadese label Paracelsian Productions, waar duisternis heerst. Hier brengt Donat de vocalen en Oceaneer piano, vandaar de “with the hands of” toevoeging. Oceaneer ishet alias van pianiste Oneechan Nanashi. Zij brengt haar breekbare pianoklanken, die van onder een wateroppervlak naar boven lijken te bubbelen. Donat zingt daarbij op stemmige wijze, waar het haast lijkt of hij vanuit een andere dimensie ons toezingt, zo spookachtig en donker is het. De combinatie blijkt een gouden, want dit levert bijzonder melancholische en bovenal wonderschone muziek op, die fans van ESP Summer, Schonwald, The Caretaker, Grouper, Trisomie 21, Clemm en Gravenhurst wel zullen aanspreken. Een machtig mooie, meeslepende zee aan zinnenprikkelend geluid.

 

Wardruna – Runaljod: Ragnarok (cd, By Norse Music)
wardruna-ragnarokDe Noorse band Wardruna is jaren geleden begonnen aan hun zogeheten “Runaljod”-trilogie, met als doel om de vergeten talen, culturen, geloven, wijsheden en muziek van weleer in Noorwegen en de Noordelijke regionen nieuw leven in te blazen. Einar Kvitrafn Selvik (ook van Skuggsjá hierboven), die hier in 2002 al aan is begonnen, is de aanstichter en multi-instrumentalist van het geheel. En na jaren van het bestuderen van runen en het culturele erfgoed verschijnt deel één Runaljod: Gap Var Ginnunga in 2009. Vier jaar later volgt Runaljod: Yggdrasil. Hun muziek is ondanks de traditionele elementen behoorlijk duister, maar ook van een mysterieuze schoonheid. Selvik maakt naast elektronica voornamelijk gebruik van traditionele dan wel minder conventionele instrumenten als hertenhuid-drums, ceremoniële drums, geithoorns, tagelharpa, Kravik-lyre, fluiten, tonghoorn en meer. Daarbij zorgen veredelde gasten dan wel bandleden voor de rest. Nu, weer drie jaar later, wordt de trilogie gecompleteerd met Runaljod: Ragnarok. Hij krijg hierbij steun van Lindy-Fay Hella (zang), Eilif Grundersen (bronzen lure, birch-bark lure, geithoorn, wilgenfluit, ijspercussie), Arne Sandvoll (zang), HC Dalgaard (zang) en Kjell Braaten (zang) van de diverse Origami incarnaties. Het levert weer een imponerend bombastische en tegelijk mysterieuze mix op van folk, drones, ambient en gotische muziek met adembenemende vocalen. Grofweg kan je ze ergens plaatsen tussen Dead Can Dance, Wovenhand, Hedningarna, Hexvessel, Wimme, Isihia en nu ook Skuggsjá. De echo’s uit het verleden worden weer op indrukwekkende wijze in modern beton gegoten. Ontzaglijke pracht!

 

Adam Bryanbaum Wiltzie – Salero (cd, Erased Tapes / Konkurrent)
wiltzie-ab-saleroDe Amerikaanse muzikant/componist Adam Bryanbaum Wiltzie woont al jaren in Brussel, waar hij zijn muziek naar buiten brengt. Met Stars Of The Lid, A Winged Victory For The Sullen, The Dead Texan, Sleepingdog, Windsor For The Derby en Aix Em Klemm heeft hij een meer dan indrukwekkende lijst namen op zijn C.V. staan. Vorig jaar verschijnt er ook een epee onder zijn eigen naam, waarop vier “outtakes” staan van de nog te verschijnen Stars Of The Lid cd. Ze zijn opgenomen in Budapest met een groot orkest. Van dat orkest maakt hij, naast één uit België, eveneens gebruik voor zijn nieuwe cd, de soundtrack Salero die gemaakt is voor de gelijknamige film van Mike Plunkett. Deze gaat over de Boliviaanse Salar de Uyuni, de één na grootste zoutvlakte ter wereld. Al generaties lang kunnen de mensen hier prima leven en hebben zo hun eigen cultuur en tradities. Daar is verandering in gekomen toen men er lithium heeft ontdekt. Deze enorme veranderingen en het verval zijn door Wiltzie van muziek voorzien, waarbij het eigenlijk vanzelfsprekend is dat dit een uiterst desolaat en droefgeestig geheel oplevert. Ja en eerlijk is eerlijk ook overrompelend mooi. Het zal geen grote verrassing zijn voor de liefhebbers van zijn overige werk, al is dit allemaal een stuk ingetogener. En wat een week vol sountracks.

 

Tamara Woestenburg – The Colony (lp/digitaal, Tamara Woestenburg / Sonic Rendezvous)
woestebburg-tamara-thecolonyDe eerste keer dat ik de naam van de Rotterdamse zangeres Tamara Woestenburg tegenkom is op de albums van klasbak Mark Lotterman. Maar zelfs op de achtergrond weet haar kwaliteit naar de oppervlakte door te dringen. De legendarische muzikant en producer Mark Kramer, van het fameuze Shimmy Disc label en bands als Half Japanese, Bongwater, Shockabilly, Butthole Surfers en B.A.L.L., maakt via social media contact met haar om met haar samen te werken. En een neus voor goede muziek is aan Kramer wel toevertrouwd. Produceren betekent bij hem ook meestal participeren. Nu beschikt Woestenburg al over een uniek nachtelijk stemgeluid, maar Kramer weet haar naar grotere hoogtes te brengen. Ze presenteert hier 10 goudeerlijke in het Engels gezongen liedjes, die best confronterend kunnen zijn, maar ook ontzettend mooi. Het omvat een bijzondere mix van droompop, pop noire, singer-songwritermuziek, trip hop en avant-garde. Woestenburg brengt op totaal eigen wijze haar emotioneel geladen muziek aan de man. Ik kan vele namen noemen of superlatieven de revue laten passeren, maar zelf luisteren is wellicht het beste devies.

 


 

 

Martijn

Secret Chiefs 3 (UR) Telstar b/w The New Daylight (Welcome to the Theatron Animatronique)
Trey testin’ the digital waters met een eerste release via het sympathieke Bandcamp. Een object-less single in de vorm van een versie van Telstar (Joe Meek via The Tornados) en zijn eigen Welcome To The Theatron Animatronique van Book Of Horizons (2004), in de UR-versie eigenlijk nog beter dan de originele van FORMS.

Elza Soares A Mulher do Fim do Mundo
De vrouw aan het eind van de wereld, de grand dame van de Braziliaanse samba. Ik zag er nog een klein stukje van op Le Guess Who? en dat beviel wel. Vooral de soepele, semi-akoestische samba waar ze lijzig overheen zong, vanaf haar troon. Het nieuwe album is mooi en een stuk donkerder dan haar oude werk (wat ook zeer de moeite is), al was het maar door haar stem, waar haar pijnlijke maar dappere biografie in doorklinkt. Ook instrumentaal wordt er uit een steviger en duisterder vaatje getapt. Bijzonder album!

A Tribe Called Quest We Got It from Here… Thank You 4 Your Service
Phife overleed (ook al) dit jaar en hoewel er van A Tribe Called Quest al lang niks meer vernomen was (sinds The Love Movement uit 1998) heeft de tragische gebeurtenis een mooi gevolg in de vorm van een heel vet album en bovendien veel redenen om de (eveneens tragische) huidige tijd te becommentariëren. Boom bap shit, lekker all over the place (blood clot veel reggae flows), echt voor de oude hedz dus maar eigenlijk helemaal niet zo oubollig had het kunnen uitpakken. Niet dat ze de klassiekers kloppen, maar het is een mooi, funky en vooral liefdevol stukje hip hop. Positive vibes.