Cinema in 2015 (Ludo)

La Meraviglie ‘Minder, minder’ sprak een Riefenstahliaanse idioot ooit. Ik voegde in 2015 de daad bij het woord. Minder films, dus meer tijd om op straat te hangen en overlast te veroorzaken. Dat zal Wilders leren. Het beviel me beter dan verwacht. Zonder films schoot de studie ook lekker op, en mijn muziek… ach, de muziek.
That Sinking FeelingTraditiegetrouw begin het jaar met een frisse duik in andermans jaarlijstjes. Om begrijpelijke redenen (zie boven) duurde de kwaliteitsmarathon tot diep in februari. In zulke maanden is het fijn wanneer er een enkele keer een missertje bij zit. Dan weet je weer dat het überhaupt bestaat, een slechte film. Ik zou de uitzonderingen bijna op gaan noemen, maar dit artikel verdient vanzelfsprekend enkel highlights. Laten we bij iets slackers beginnen, daar waar we ook gaan eindigen. A Story of Yonosuke laat op Modiano-achtige wijze zien hoe het leven van de ‘auti’ nietsnut wel degelijk een verschil kan maken. De bildung van Yonosuke van weirdo naar, eh, weirdo die zijn plekje heeft gevonden, zal ook uw hart met liefde stelen.

In That Sinking Feeling van Bill Forsyth besluit een stelletje Cruyffiaanse ratjes hun lethargie te bestrijden met het gappen van wel heel bijzonder materiaal. Hun heist is een goede gelegenheid voor een verkleedpartijtje. Twee medeplichtigen dienen ter afleiding de bronstige nachtwaker bezig te houden. Hij valt prompt als een keukenblok voor de jongen die níet wekenlang naar de jurken en make-up had uitgekeken. Het beteuterde gezicht van zijn veel fanatiekere drag queen-kompaan is onbetaalbaar. Gelukkig zijn er complimentjes van de teamgenoten!
Ta Kokkina FanariaMeer beteuterds komen we tegen in het blinkende Griekse pareltje Ta Kokkina Fanaria (The Red Lanterns). Een bittergloeiend melodrama om nog even mee in de oudejaarsstemming te blijven. Lichtekooien met kerststerren. Het mozaïek wordt gedragen door bouzouki-klanken die een fijnbesnaard weefwerk helpen bouwen. Soms heel sixties (wanneer een meisje op haar kamer gitaar speelt) dan weer heel erg Hollywood in nostalgie-modus. Maar dan wel met een glimpje tiet. Alsof dát het enige was dat aan het oude Hollywood ontbrak. (Hadden ze ’t maar gedaan.) Het lijkt er soms op alsof iemand in een liedje zal uitbarsten, maar ik vergis me. Het is mijn eigen hart dat begint te zingen.

Onmogelijke ‘crushes’ en een pak goede vrouwenrollen zijn ook ruim voorradig in Girlfriends. Noem het Fotografe Ha, deze Frances-variant uit het allerbeste Hollywood-decennium, de seventies. De jaren dat vrouwen zelfs in de Droomfabriek hun ware, naakte zelf mochten zijn. Een sappelende kunstenares worstelt een film lang met zichzelf, en ze wordt – zo tussen het bekijken van al te expliciete dia-shows – ook nog verliefd op rabbijn Eli Wallach. Ook heel belangrijk, en een les die in de cinema te vaak vergeten wordt: niet alles hoeft uitgesproken te worden.
De Komst van Joachim StillerVoor de studie dook ik in de wereld van de adaptatie. Daardoor was ik wel ‘gedwongen’ een hele zwik uitleggerige Nederlandse films te kijken. (Ik vluchtte voor de eindrapportage snel naar The Comfort of Strangers.) Te midden der Hollanditis bespeurde ik weinig lichtpuntjes, al wordt het gaandeweg wél amusant om de eeuwige Jeroen Krabbé en Peter Faber in tal van pakkies door het lint te zien gaan. Faber was ironisch genoeg het lolligst in een film die niet verder verwijderd kon zijn van Literatuur met een grote L. In Schatjes wordt Home Alone avant la lettre uitgevonden. Dat is nou typisch Nederlands. Onbeschofte toestanden en verboden naakt. ‘Ik ben te zát, lul!’ Spielberg zal de bios wel weer uitgerend zijn. Stiekem is het nog een auteursfilm ook. Regisseur Ruud van Hemert schreef immers ook gewoon de kekke synthdeuntjes, daarbij waarschijnlijk denkend aan…

Buurmeisjes zetten de bloemetjes en de borstjes ook buiten in de strafste literatuurverfilming die ik zag. Ik denk niet dat Hubert Lampo het allemaal zo bedoeld zal hebben, maar er zit een fris en fruitige seventies-komedie in het metafysische ‘boekske’ De Komst van Joachim Stiller. Zo moet dat dus, een goede adaptatie. Respectvol door respectloos te zijn. En heus, de melancholische trekjes sijpelen wel degelijk het verhaal binnen, maar voor die tijd danst de film met de funky giallo-swing door Antwerpen, het Praag van de Lage Landen. ‘Chemicoanalyse dan maar?’
SkinOver boeken gesproken. Wellicht markeert 2015 het moment dat ik om was, wat betreft de grootste ‘cultuurtekst’ van onze tijd. De onvermijdelijke Tweede Wereldoorlog. In elk geval vond ik Némirovsky’s Suite Française het meest aangrijpende boek dat ik las. (Er was zelfs een recente adaptatie, die ik mooi liet zitten.) Goede Tweede Wereldoorlog-films waren er toch al. Het Tsjechische Transport From Paradise toont een dagje uit het ghetto van Theresienstadt. ‘De stad die Hitler aan de Joden heeft geschonken.’ Inclusief bank. In het briljante openingsshot zetten SS én Mercedes-embleem gebroederlijk de toon voor een afrekening in vele registers.

De Slowaakse buren doen het nog een mespuntje rauwer in The Shop on Main Street. Ach wee, die (h)eerlijke Assistant-thematiek. De goj en de jid, veroordeeld tot elkaar. Een simpele ziel krijgt van de nazi’s een Joods winkeltje toegewezen. De zakken goud lijken in aantocht, maar de Alleman weet zijn geweten maar niet onder controle te krijgen… Wir haben es gewusst. Ook de Nederlanders spraken op dit terrein zowaar een indringend woordje mee. Skin mag dan een gammele tv-film zijn, deze post-war depressie rond de pijnlijkste Vader en Zoon uit de Vaderlandse cinema levert handenvol scenes op die met een vuistvol karate in het gezicht aankomen. Alles stroomt. Net als dat vermaledijde leven. Eén bloedneus zegt meer dan honderd godverdommes. Véél meer. “Jezus, pa, ik houd helemaal niet van boksen.”
Quick ChangeTussen de heavy classics door – ik noem ook nog even de Brits-sentimentele oorlogsrequiems The Shooting Party en Hope and Glory – veranderde een groot deel van het jaar in das Rariteiten Cabinet des Dr. Cinema. Trek die lades maar op! Ergens diep onderin vinden we obscure Cousins-tips (Crows en Freedom is Paradise). In diezelfde stoffige hoek treffen we boeiende zwart-wit (ha!) films rond vergeten minorities (The Exiles en Killer of Sheep). En voorbij de meubelige beeldspraak schitteren de seventies, zoals altijd. (Sorcerer en The Outside Man). Wie zijn cinema graag next level fucked up wil hebben, zoekt het bij de krijsende metal queen Adjani in Posession, met een oerschreeuw Munchiaanser dan het hele The Shout.

Cronenberg en Dolan reisden ieder op geheel eigen wijze terug naar de moeder aller tunnels. Mommy en The Brood zijn beklemmend naar. Van de weeromstuit wiegde ik me liever in slaap bij snoezig niemendalletjes als Genevieve en Quick Change. Lekker met de Franse slag retro-karren door het Britse land. Of sjokkend aan de After Hours-wandel door New York, samen met papa de clown Bill Murray, big baby Randy Quaid en de oogverblindende Geena Davis. In Davis herkende ik plots een crush van weleer. Ik werd er bijna emotioneel van. Zij is één miljoen dollar én al je kleingeld waard. Gepast!
The FlyWis het zweet der voorhoofden, we zijn er bijna doorheen wat betreft achterstallig onderhoud, maar dit plaatje wilde ik u absoluut niet onthouden. Het origineel van The Fly is horror voor het hele gezin. De film zit vol kriebelende gestalt-schaamte, met zeer terecht een grotere rol voor de vrouw ván. Bovendien zoemt deze Fly caleidoscopisch door de glorieuze kleuren. Het is net een Douglas Sirk-melodrama. Misschien moeten we die hele Verwandlung wel zien als een metafoor. (Gefrustreerde nare mannetjes gevangen tussen droom en daad, wetten en praktische bezwaren?) Robert L. Stevenson zou er vast over mee kunnen praten. Het was diens Victoriaans zondebesef dat ik in het najaar aan een ideologisch-kritisch onderzoekje onderwierp. De Jekyll & Hyde-adaptatie van Mamoulian zal wel altijd de stoerste blijven. Zo durven ze ze niet meer te maken. De professor knutselt in zijn lab aan een combi van Viagra en anti-depressiva, en hij blijft met de bijwerkingen zitten. Eigen schuld….

Laten we terugkeren naar het aanrecht met Georgy Girl. ‘How’s life in the kitchen sink?’ Bikkelen met een grimlach. Het typische datesite-meisje Georgy heeft haar lijf niet mee. Te groot, te breed, te degelijk. Iedereen wrijft het er ook alsmaar in. ‘Doe wat aan je haar!’ ‘Doe wat aan die trui!’. Pas als Georgy de kids expressieve dansles geeft, kan ze zichzelf zijn. Dan is ze ineens wél mooi. In je element zijn is heus voldoende, ongeacht uiterlijke kwaliteiten. Het is een van de kleine, fijne lesjes uit deze lieve film. Humor houdt der mens overeind. ‘Alles intact?’ ‘Yes, I am the queen of the fairies.’

Cinematigheden
Als de meeschrijvers hun huiswerk hebben genoteerd, beginnen we aan het slechtste uit Nederlandse bioscoopjaar 2015.

*Victoria
Na een sprankelend begin droogt de inspiratiebron van deze Berlijnse klunster-film zo snel op, dat ik prompt een glas water omstootte en voor vele honderden euro’s apparatuur de boot inging…

* A Pigeon Sat on the Bank Reflecting Existence
Roy Andersson, een man die ooit een kwart eeuw geen fictie maakte omdat ie geen inspiratie had, meent nu zijn trilogie te moeten besluiten met een broddelwerkje lijkbleek van de ideeënarmoede.

*The Farewell Party
Israël feliciteert zich als Gidsland met haar eigen vooruitstrevendheid… Wentelen in correctheid was zelden zo gênant. (Ach, misschien wil je daar vanzelf vluchten in wiet of euthanasie.)

*Dear White People
Nog meer luxe probleempjes op een chique college. Als je het zo kwaad hebt, dan wordt je maar écht kwaad, maar verveel me niet met geklier en het vangen van vliegen. Alleen maar nare mensen.

*Phoenix
In plaats van een doorgroefde karakterstudie naar een vrouw met een (posttraumatische) persoonlijkheidsstoornis, kopt dit doodsaaie WWII-vehikel de eigen Reader’s Digest pitch binnen.

*While We’re Young
2015 was het eerste jaar dat ik bewust nieuwe Woody Allen oversloeg. Kreeg ik dit voor de kiezen. Grote held Baumbach doet de late Woody na. Waarom zou je dat in hemelsnaam willen?

*Youth
Youth
Youth koketteert met het einde der cinema, maar vormt zélf nergens een goed argument voor de kracht van het medium. Kan het pijnlijker? Sorrentino’s rondje om de kerk is een vergrijsde film voor een vergrijsd arthouse-publiek. Het enige volk dat het bekende nog smaakt. Die retro-stijl is ook gewoon een beetje sterven. Een hotel vol halfbakken personages en matige grapjes maakt nog geen diepzinnige film, hoeveel slome zooms je ook inlast. Sorrentino cruise controlt daarin maar op zijn bekende melange van muziek en chique beelden. En zodra de humor eindelijk wordt losgelaten – want god wat is die Britse gezant flauw – wordt het heus wel aangenaam. Maar ik bleef maar denken: zou er ook een Youth 3D-versie bestaan? Een paar shots lijken zelfs die wanhopige gimmick nog in te willen zetten…

Cinemagie
Daar zijn ze dan. De beste vijftien. (Eervolle vermelding nog voor Schneider vs. Bax, want die Nederlandse piraterij bevalt me… Óneervolle vermelding voor Im Keller. Gekke Oostenrijkers krijgen straks ridder Dion Graus én de Caviapolitie achter zich aan. En met een beetje geluk blijft ons Dion daar dan gewoon hangen. In één van die kelders. Kan ie daar abspritzen…)

15. Taxi Teheran
Dankzij wat Dogme 95-hulp van de Iraanse censuur blijven de avonturen van oompje Panahai hartverwarmend door en vóór de voorruit. Een onbreekbaar ‘we zullen doorgaan’-gevoel. Het leven is een filmtheater.

14. La Isla Mínima
Ieder land zijn eigen Zodiac, het wordt een uitgebreide reeks. Twee agenten vastgelopen in hun beroepsmatige én persoonlijke obsessies. In het moerassenland Spanje lopen die dingen al snel door elkaar. Verdwaald in Mondriaanske vlakken en de illusie van overzichtelijkheid.

13. Tu Dors Nicole
De sloten gaan niet open, de planten krijgen geen water, slipjes verdwijnen. De broek-inkort-koningin van Quebec heeft het lastig. Haar ‘oui’s’ worden ‘wee’s’, haar ‘non’s’, verongelijkte ‘nou’s’. Het is moeilijk van nukkige Nicole te houden, maar de gun & hope-factor slaat finaal uit.

12. The Wolfpack 
Citizenfour was superspannend, maar toch meer nieuwsfeit dan film. Mijn soort documentaires moeten meta-kwispelen. The Wolfpack is een re-enactment van een re-enactment van een re-enactment. Opgesloten opgroeien op films, dat komt deze voordeur altijd binnen.

11. Theeb
De Western in het Oosten, daar wil ik (er) meer van zien. Loin des Hommes was al niet verkeerd, maar Theeb is een echt streekproduct. Ook in het frontier transitie-land van de Ottomanen arriveerde de trein, en moesten kamelencowboys nieuwe bronnen gaan aanspreken. Jongetje Theeb dondert prompt in de put.

10. Inherent Vice
Dentists on trampolines! Tweeënhalf uur lang wordt de kijker gaar gesudderd door Doc, de nieuwe Dude. Noem het Altman on space cake. De geur van patchouli en wiet zal wel nooit meer uit de stropdas verdwijnen, maar wat geeft het. We vinden wel een nieuw exemplaar met een kinky designtje. Ook fijn: de seventies-meisjes waren in de bonus.

9. Turist
Briljante pestkop Östlund is in Turist beter dan ooit op dreef. Elke Haneke-achtige stilte schroeit. Elke grap is een klap. De vinger rücksichtslos aan de pols van de tijd, en tegelijkertijd op de selfie-knop van de camera, vanzelfsprekend. Dit lijkt me een heerlijke film om als 12 ½ jaar getrouwd stel in de bios te gaan bekijken. Een totale ontmaskering door maskering.

8. A Most Violent Year
Darwin en Marx stuck in the NY groove. Het blijft toch de filmstad in optima forma. A Most Violent Year heeft een frisse blik op oude jaren. Vooral Jessica Chastlain confronteert, als de gangsterdochter die de numbers voor haar schone schijn-zakenman cruncht. Uiteindelijk zit haar kerel toch weer tussen het plebs in een graffititrein. De jongens die uit het hamsterwieltje van de rat race donderen, je schudt ze nooit helemaal af. ‘This ain’t living, this ain’t living.’

7. Black Coal, Thin Ice
Ieder land zijn eigen Zodiac, het wordt een uitgebreide reeks. Agenten in de paardenstront. Weg zomer, weg zaak, weg leven. Cinema is ook (en vooral!) de verhalen van onbekende oorden horen. Uit het moderne China bijvoorbeeld. Met kleuren even volvet als de soep die in cafés wordt geslurpt. Meloenpitten uitgetuft als kogels. En omdat thuis, waar men ook gaat, nooit écht ver weg is, krijgen we als bonus een heuse Hollandse schaatscene. Die schaatsen klappen sowieso nuttig…

6. La Meraviglie
Gekke vaders en hun mosquito coast-dromen. In een aftands Italië staat de tijd stil, of wordt ie expres teruggezet. Een koppige imker (noem hem gerust een verwarde man) sappelt met zijn gezinnetje. De apparatuur in de schuur mag dan vrij modern zijn, uiteindelijk liggen ze toch met zijn alleen op het karretje met bijenraten, de boel met alle lijven en het gezamenlijke leed tegen de storm beschermend. Ondertussen droomt oudste dochter van RAI’s unieke Reality. Magie in idiotie.

5. Bande de Filles
Bande de Filles
Frisse morgen in Parijs. Op zoek naar warmte in banlieu. Opgroeien als staat van erotische verwarring. De temperaturen zijn er, maar waar zijn de families, de vrienden en vooral de juiste keuzes? Zoals elke film die de waarheid vangt, is het antwoord reuze gecompliceerd en eigenlijk door niemand te geven. Alleen zelf kun je je antwoorden vinden. Van ontkroest haar, naar power in de eigen benen. Van machteloos meisje tot moedige vrouw. En dat te midden van alle mogelijke micro-agressies, in een wereld die almaar grimmiger lijkt te worden. Respect.

4. Inside Out
Inside Out

Meest onwaarschijnlijke filmhit van het jaar. Arthouse wordt hier vermomd als dertien in een dozijn Pixar-animatie. Stugge filosofenkost verpakt als kinderfilm. Depressie en gekte geserveerd als snoepgoed. Dat alles in een letterlijke doorsnee van het brein van de familie Doorsnee. Binnen die hoofdjes borrelt het van de therapeutische schema’s. The train of thought wacht op niemand. Knikkertjes van herinneringen worden ‘blue’. Core memories beginnen te wankelen, persoonlijkheidseilanden storten in. Ik was bij het intro al aangedaan, en dat werd er niet minder op. Een mentale reis was nog nooit zo noodzakelijk.

3. Ex Machina
Ex Machina

Zo werd het een goed jaar voor de philosophy of mind in filmland. Laat het een trend zijn! Ex Machina stelt schakend en schurend enkel boeiende vragen, en dat op een verraderlijk volwassen niveau. De verknipt sexy film haalt het lieve Her rechts in. Dit is de Matrix, maar dan zonder big beat of een afwikkeling voor twaalfjarige jongetjes. Niet alleen God sterft hier. Ook met De Man en The Man wordt heer-lijk afgerekend. In zekere zin gevangen met eigen middelen. Data mining en camera’s zullen je nooit en te nimmer redden van de weeffouten. Ik zat van de bijbel tot Blade Runner-paranoia op het puntje van mijn stoel. Een mindfuck die de toekomst in mag gaan.

2. Durak
Durak
Staat van het land-film. Nuff said, eigenlijk. Iedereen weet dat het goed zit als er een heel land ‘gevangen’ wordt. In Rusland lijkt dat stiekem ook niet zo moeilijk, een film als Leviathan bewees het al eerder, nog killer. Corruptie tiert in elke kier, drank giert in elke ‘functionario’. De ware Russische held is inmiddels een antiheld. Strijden tegen rechtvaardigheid heeft er geen zin. Je kunt het bankje voor je voordeur wel blíjven vertimmeren. De ‘durak’ belandt als Don Quichote op het zoveelste feestje van moedertje Rusland met haar ‘Poetin boys’. Zolang het grappig is, is het nog wel Formanesk. Maar lichtpuntjes zijn van korte duur. ‘Sinds wanneer maak jij je zorgen om de mensen?’ Zien is geloven, helaas.

1.  Güeros
Gueros

Slackerende bleekscheten aller kleuren verenigt u. Omarm elkander, en vooral u zelve. Güeros is een feestje voor de cinefiele nerds. De film lacht zelfs het hardst om ‘onze’ voorkeuren. Halverwege lassen de personages doodleuk een meta-momentje in. Gaat de film wel de goede kant op? Stelt het scenario iets voor? Die verdomde indieschmindie in zwart-wit ook altijd! Lachen natuurlijk, want de film is precies dát. Güeros doet zo alsof het allemaal uit de losse pols wordt geschud, maar juist in de achteloze klasse toont zich de meesterhand. Er wordt geen foutje gemaakt. Alles klopt. De goofy humor, de angsten, de schlagers, de kerstmis-sentimentaliteit, en de dynamische cinematografie, die soms letterlijk met de ‘losers’ meeholt. Meeholt? ‘Waarom gaan we uit, als we toch terug thuiskomen?’ Slacken is: naar bed gaan als de stroom uitvalt. Het vinden van een vergeten rockster drijft de vrienden dan toch het huis uit. Maar beter zo. Op hun After Hours-dwaaltocht waaien de helden naar alle windstreken van Mexico City. Zo is de film ook nog een mooie map van de Mexicaanse microkosmos. Is daar veel voor nodig? Natuurlijk niet. Soms is het heen en weer trappen van een blikje genoeg. Filmblik op oneindig en gaan!