NNM is een serie waarin we nieuwe muziek van Nederlandse artiesten bespreken.
Robin Kester – Dark Sky Reserve (cd, Memphis Industries / At Ease / V2)
Met haar twee voorgaande album This Is Not A Democracy (2020) en met name Honeycomb Shades (2023) wist Robin Kester diepe indruk te maken. Haar muziek is een steeds wisselende hybride van droompop met trip hop, jaren 70 psychedelica, new wave, synthpop, folk, lichte experimenten, shoegaze en zelfs krautrock. Daarbij beschikt ze over een werkelijk betoverend stemgeluid dat het etherische van Elizabeth Fraser (ex-Cocteau Twins), het bitterzoete hese van Beth Gibbons (Portishead) en het breekbare van Thom Yorke (Radiohead, The Smile) in zich verenigt. Ze zou ook serieus niet misstaan op de labels 4AD of de vroegere Creation. Live weet ze eveneens te overtuigen. Het is echt een rijzende ster geworden.
Robin Kester (zang, gitaren, synthesizer) is nu terug met het album Dark Sky Reserve, waarop ze 10 nieuwe songs in een goede 33 minuten serveert. Haar inbreng qua instrumenten is hier wat teruggebracht, maar ze mag rekenen op Sam van Hoogstraten (bas, elektrische gitaar, synthesizer), Dan Moore (piano, synthesizer, klavecimbel), Matt Stockham Brown (drums, percussie), David Grubb: (strijkinstrumenten), Ben Waghorn (saxofoon) en Ali Chant (akoestische gitaar, piano, percussie). Die laatst genoemde muzikant uit Bristol, bekend van onder meer zijn werk met PJ Harvey, John Parish, Aldous Harding, Daisy Chapman, Rokia Traoré en meer, heeft aldaar haar album geproduceerd. Ook zangeres Rozi Plain schuif eenmaal aan. Net als op haar vorige albums laat ze opnieuw een iets ander gelaagd geluid horen en koerst haar stem soms op gevoelige wijze naar Bonnie Beecher. Toch behoeft haar muziek geen vergelijkingsmateriaal, want het staat op zichzelf en pakt hier wonderschoon uit. De elektronische stukken zijn mooi uitgediept en zorgen voor ruimtelijkheid en psychedelische elementen, de strijkers geven het allemaal een heerlijk melancholisch vernis, de experimenten en wisselingen van tempo hebben een meeslepende uitwerking, de donkere baspartijen geven het kracht, een toefje jaren 70 en spanning, de gitaren maar ook de saxofoon zorgen voor een rauw randje en de rest geeft het geheel verder op sterke wijze kleur. Haar zang komt hier werkelijk zo mooi uit de verf. Als totaal is het dan ook echt haar allermooiste en beste album tot nu te geworden, hetgeen in haar geval veelzeggend is.
