Het schaduwkabinet: week 44 – 2025

Nou de stemming zit er weer goed in en morgen zeker. Voor nu even zonder te hoeven kiezen het lijstje uit het:

SCHADUWKABINET

Ik luisterde naar: Just Mustard, Percheye, Seabuckthorn en Violet Nox.

 


 

Jan Willem

Just Mustard – We Were Just Here (cd, Partisan)
De verrassing in 2022 was immens toen het Ierse Just Mustard hun tweede album Heart Under lanceerde, vier jaar na hun prima debuut Wednesday uit 2018. Ze landen ermee hoog in mijn jaarlijst. Ze brachten het uit op het steeds verrassende New Yorkse label Partisan, dat ook al te gekke bands en artiesten als Idles, Cigarettes After Sex, Fontaines D.C., Laura Marling en Torres in hun stal herbergden; een frisse wind door het hedendaagse muzieklandschap. Maar Just Mustard bood een fraaie las tussen heden en verleden, dat zowel door hun muziek als de typische geknepen zang van Katie Ball kwam, die op die van Alison Shaw van de Cranes deed denken. Ook in hun muziek blijft die referentie wel enigszins overeind. Toch brachten ze meer en nog altijd getuige hun derde album We Were Just Here. Samen met bandleden David Noonan (gitaar), Mete Kalyon (gitaar), Rob Clarke (bas) en Shane Maguire (drums) levert ze hierop in een kleine 40 minuten weer hun verleidelijke recept, dat bestaat uit ingrediënten uit jaren 80 en 90 invloeden met hedendaagse elementen. Hun muziek is wat luider, grofkorreliger, gedetailleerder en meer uptempo geworden, maar ze nestelen zich nog altijd ergens tussen shoegaze, indierock, noise, post-punk, post-rock, droompop en trip hop. Je moet het naast de Cranes zoeken tussen A Place To Bury Strangers, Nine Inch Nails, Esben And The Witch, Portishead, BDRMM en My Bloody Valentine, waarbij aangetekend moet worden dat ze echt een eigen herkenbare sound hebben ontwikkeld. Het is ouderwets genieten, maar tevens weer nieuwe wegen ontdekken tegelijkertijd. Dat maakt ze woest aantrekkelijk en misschien ook nog beter dan voorheen.

 

Percheye – SOFA (ep, B&D Production / Vous Connaissez?)
In 2023 is het album Demi-mesure van het Parijse Percheye verschenen, dat ontsproten is uit het brein van singer-songwriter en schilder Tristan Rolland. Hij brengt er indiepop avant la lettre. Dat is wederom het geval op de nieuwe (digitale) epee, waarop in een kleine 19 minuten 5 tracks de revue passeren. Hij mag er rekenen op zijn live ensemble Thomas Valay (gitaar), Julien Bacquart (bas) en Thomas Henry (drums). De songs worden onder gedompeld in een prettige ambiance, die wel aan die van de jaren 80 en 90 doet denken. Ze incorporeren ook rock, soul en jazz in hun warme chansons. De zang gaat daarbij van een poppy Anthony Kiedis en Justin Vernon in, terwijl de muziek wel memoreert aan Arctic Monkeys, Tame Impala, Mac Demarco, Toro T Moi en de betere pop van weleer. Enfin, een fraai bijou!

 

Seabuckthorn – A Path Within A Path (cd, Laaps)
Al sinds 2008 houdt de Britse gitaarvirtuoos Andy Cartwright er het mysterieuze project Seabuckthorn op na. Daarnaast is hij terug te vinden in Mt Went. Met Seabuckthorn brengt hij releases uit op labels als Bookmaker, Dead Pilot, Eilean Rec, Lost Tribe Sound, Fluid Audio, IIKKI, Quiet Details en Laaps. Op dat laatste label brengt hij zijn zoveelste (vijftiende?) album A Path Within A Path uit, waarop 10 nieuwe tracks staan, uitgesmeerd over 42 minuten. Zoals altijd legt hij de basis vaak met de gitaar, waar hij tokkel- en strijktechnieken op los laat en waarmee hij naar de grensgebieden van uiteenlopende genres als neoklassiek, folk, ambient en experimentele muziek koerst. Maar ook zijn stem vormt hier met allerlei vervormingen soms de basis voor zijn composities. Dat alles combineert hij net als altijd met andere instrumenten. Hier zijn dat zingende schaal, cello, drum programmering, saz, cimbalen en veldopnames. Daarbij krijgt hij hulp van drie muzikanten, te weten Phil Casset, Claire Deak en Scott Morgan (Loscil) op tuba, trompet, contrabas, elektronica, harp en gestreken vibrafoon. Het levert een bezwerend en majestueus geheel op, waar je echt niet uitgeluisterd raakt. Iedere luisterbeurt ontdek je weer nieuwe detail, waarbij de gebruikte ingrediënten niet altijd te herkennen zijn. Cartwright verstaat ook de kunst van het weglaten, waardoor er veel overgelaten wordt aan de verbeeldingskracht van de luisteraar. Ik denk dat het voer voor liefhebbers is onder meer The Humble Bee, øjeRum, Vieo Abiungo, Matthew Collings, Orla Wren, Loscil en zeker op de meer kale en filmische momenten ook die van Gustavo Santaolalla. Het is een meeslepend en machtig mooi album geworden. Zijn beste tot nu toe en dat zegt wat.

 

Violet Nox – Silvae (cd, Somewherecold)
De jacht is mooier dan de vangst, wordt wel eens gezegd. En dan doel ik niet op de jacht op dieren, maar muziek. Toch is de vangst soms echt wel mooier. Dat had ik in elk geval toen ik op Sleep FUSE, een sublabel van het kleine maar innovatieve en veelzijdige microlabel Reverb Worship, in 2017 op de volslagen onbekende band Violet Nox uit Boston stuitte. Maar het was liefde op het eerste gezicht met hun eigenzinnige muziek. Ze dompelen zich onder in de synthesizermuziek van weleer, maar verrijken dat met ambient, post-punk, drones, darkwave, pop, dub, techno en krautrock. Hierbij laten ze genre grenzen vervagen en weten daar op iedere releases weer net een andere draai aan te geven. De band bestond in de kern uit Dez DeCarlo (synthesizers, effectpedalen, astrale gitaar) en Andrew Abrahamson (synthesizers, samples, elektronische drums), maar Noell Dorsey (zang) is nu een volwaardig derde bandlid. Haar stem zit ergens tussen Nico, Jarboe en Rachel Davies (Esben And The Witch) in, maar dan net wat mysterieuzer en meer etherisch. Deze is dan ook van grote toegevoegde waarde op de toch al sterke muziek. Hun vorige, zevende album Hesperia belandde hoog in mijn jaarlijst. Nu zijn ze terug met hun achtste (al hun mini’s meegerekend) album Silvae, waar ze in ruim een half uur 6 nieuwe tracks lanceren.. Op het vorige album sprong de titeltrack er nog meer bovenuit door van bezwerend, dromerig en etherisch naar meer melancholische techno over te gaan. Dat eerste deel van dat nummer is ook de koers die ze op het nieuwe album als uitgangspunt nemen, maar er is wederom ruimte voor al die andere genoemde genres. Ze trekken dit door naar een nog meer futuristisch klanklandschap, waar de bouwstenen uit dromen, contemplatie, fantasie en filmische elementen zijn opgebouwd. Soms bewegen ze ook naar intergalactische dansvloeren, maar er zit altijd een hypnotiserende melancholie doorheen. De Griekse mythologie speelt hier net als op hun vorige album een rol in de teksten en titels. Violet Nox verstaat, ondanks dat de muziek rijk gedetailleerd is, de kunst van het weglaten, waardoor er veel ruimte voor de verbeelding overblijft. Ze spelen ook mooi met contrasten als licht en donker, droom en werkelijkheid en zweverig en aards. Hiermee weten ze je op zacht in de houdgreep te nemen, om je mee te voeren naar hun eigen geschapen universum vol niet eerder verkende gronden. De zang van Dorsey is daarbij prominenter aanwezig, hetgeen goed aansluit bij dit alles; ze gidst je door hun muziek, al is het ook weer niet zo ingewikkeld. De toepasselijke cover is van de hand van Allison Tanenhaus. Hoewel ze een compleet eigen geluid hebben moet je denken aan een vernuftige kruisbestuiving van Banco De Gaia, Beaumont Hannant, Talk Talk, Vangelis, Lisa Gerrard, Tangerine Dream en de latere Sleeping Dogs Wake. Er staat echt geen maat op deze klasbakken. Een biologerende beauty!

Comments

comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.