Op de derde dinsdag van september ook gewoon weer een lijstje uit het:
SCHADUWKABINET
Ik luisterde naar: Giulio Alddinucci & Matteo Uggeri, Black Lips, Faetooth, Flying Horseman, Maruja, Arvo Pärt, Planning For Burial, Rún en Wednesday.
Jan Willem
Giulio Alddinucci & Matteo Uggeri – The Promise Of A Threat (cd + loads of extra’s, Fluid Audio)
Fluid Audio is één van de labels die met hun cd uitgaven menig vinyl label naar de kroon steken qua design. Je krijgt veelal de cd’s gestoken in waanzinnige vintage kaarten, boeken of wat dan ook en aangevuld met fraaie prints en meer. Dat geldt tevens voor het album The Promise Of A Threat, waarop de twee Italiaanse klasbakken Giulio Aldinucci en Matteo Uggeri de handen ineenslaan. Aldinucci (drones, veldopnames, elektronica) is een ware geluidskunstenaar, die ooit startte als Obsil. Daarna gaat hij onder zijn eigen naam verder om telkens spannende muziek naar buiten te brengen, die ergens tussen glitch, neoklassiek, ambient en experimentele muziek landt en veelal met een hoge geluidsdichtheid. Uggeri (beats, samples, veldopnames) is een componist en visueel designer, die al bijna 30 jaar muzikaal actief is en met vele anderen heeft samengewerkt naast zijn solowerken. Zijn muziek zit veelal in de experimentele ambienthoek. Beide muzikanten gebruiken hun persoonlijke belevingen in de muziek, wat het altijd een extra bijzondere laag geeft. Dat komt ook mooi tot uiting op gezamenlijke werk, dat ze op afstand met elkaar gemaakt hebben. Het zijn 8 stukken die de muziek van beide kenmerken en die als een verschillende donkere filters over elkaar heen worden geschoven. Daarmee krijg je fraaie overlappen, contrasten en soms een optelsom van de verschillende delen. Het vloeit door elkaar en botst soms, maar weer telkens voor bijzondere spanningsbogen te zorgen. Het is muziek die ergens tussen de genoemde genres uitkomt, maar nooit echt helemaal grijpbaar wordt. Door de engelachtige en andere stemsamples wordt het soms haast etherisch, maar meestal verdraagt deze muziek het daglicht amper, Biologerend nachtelijk goed!
Black Lips – Season Of The Peach (cd, Fire / Konkurrent)
Zeg maar nee, dan krijg je er twee. Nee, waarom zou je dat nu zeggen tegen de Black Lips? Deze lekker grillige groep presenteert nu hun elfde album Season Of The Peach en de daarmee verwant lp Bebop Armageddon (Detours & Offcuts). Ik beperk me hier even tot de eerst, waarop de een perzik op de voorkant prijkt (op de lp nog enkel de pit). Het perzik seizoen loopt van juli tot september, dus het kan nog net. De muziek van Black Lips is daarentegen helemaal niet tijds- of laat staan seizoensgebonden. Ze brengen hier 14 nieuwe songs ten gehore, die samen bijna 41 minuten duren. Ze brengen weer een onnavolgbare en bovenal rammelende mix van lo-fi, avant-garde, garagerock, psychedelica, altcountry, postpunk en pop. Soms lijkt het alsof ze maar wat doen, maar juist die spontaniteit maakt hun muziek ook zo meeslepend en lekker. Het is compromisloos en soms stuurloos, maar dikwijls ook steengoed en strak. Iets om heerlijk je tanden in te zetten als een sappige perzik. Al serveren zij hun perzik niet met een zachte, maar eerder stekelige schil. Pluk vooral de vruchten van dit geweldige album.
Faetooth – Labyrinthine (cd, The Flenser / Konkurrent)
Het uit Los Angeles afkomstige Faetooth wordt wel omschreven als “feeërieke doom”, maar dat klinkt toch echt wel liever dan het is. Of het zijn elfjes met gitzwarte vleugels. De groep, die al in 2019 is opgericht, bestaat uit Ari May (zang, gitaar), Jenna Garcia (bas, zang) en Rah Kanan (drums). Op hun debuut Remnants Of The Vessel (2022) lieten ze al horen over een vervaarlijke sound te beschikken, waar ze -sorry voor het woord- mannetje stonden. Doomgaze, sludge metal en noise gingen daar hand in hand met hele sterke emoties. Ze komen weliswaar hard uit de hoek, maar stellen zich in feite hartstikke kwetsbaar op en weten daar ook de nodige mysterieuze elementen aan toe te voegen. Daar gaan ze nu op voortvarende wijze mee verder op Labyrinthine, waarop ze je letterlijk in een doolhof van muziekstijlen en gevoelens storten. Er is een prachtige tegenstrijdigheid en tevens balans tussen kaalgeslagen hard geluid en de emotionele, soms haast zachte kant van de muziek. Maar ook tussen het explosieve en uiterst ingetogen geluid. Je voelt aan alles wat een impact het heeft en urgentie erachter zit. Kippenvel in het hard en zacht. Daarbij moet je denken aan iets tussen Esben And The Witch, King Woman, Chelsea Wolfe, SubRosa, Amenra en Divide And Dissolve. Het is een typische The Flenser band, waar je alles rauw op je dak krijgt. Maar in dit geval is dat ook van een krachtige, weergaloze pracht allemaal.
Flying Horseman – Anaesthesia (cd, Unday / N.E.W.S.)
De Belgische zanger/gitarist Bert Dockx is een veelzijdige muzikant met uiteenlopende projecten als Sweet Defeat, Work, Dans Dans, SGT. FUZZY, Ottla en solo ook onder zijn eigen naam en als Strand. In 2009 is daar het sublieme Flying Horseman bijgekomen. De overige bandleden zijn weer te vinden in groepen als Blackie & The Oohoos, In-Kata en Quetzal. Flying Horseman fungeert eigenlijk als het moederschip voor al die andere bands. Daarmee hebben ze inmiddels zes albums afgeleverd, waarvan de laatste vijf jaar geleden. Hierop laten ze altijd een vrije en boven broeierige mix horen van jazz, blues, dark folk en post-rock. Nu presenteren ze hun zevende album Anaesthesia en een gewijzigde line-up. Want naast Dockx en de Blackie & The Oohoos zusjes Martha en Loesje Maieu (zang, synthesizers, gitaar) zijn het nu drummer Louis Evrard (Pruillip, Ottla, Grid Ravage) en jazzdrummer Maximilian Dobbertin (Calicos, Frankie Fame) op bas, die de groep completeren. Ondanks de ietwat verdovende titel, komen ze hier met hun meest vurige en tevens hardste muziek tot nu toe. Het album is dan ook heel bewust een politieke plaat, geboren uit de verbijstering van Dockx en zijn vrienden over de staat van de wereld, de nieuwe opkomst van fascisme, de aanval van onrecht, barbarij en domheid waarvan wij, bewoners van planeet aarde, dag in dag uit getuige zijn. Eigenlijk zoeken ze een weg om je hier mentaal tegen te wapenen en verder te kunnen. Het is derhalve wel een boos maar geen terneergeslagen album geworden. Een protest om daarna de hoop weer te kunnen te herpakken. Broeierig is het nog altijd en ze kunnen je als geen ander besluipen met hun muzikale vondsten. Daarbij is de zang van Dockx met zijn engelen Maieu op de achtergrond immer ijzersterk. En ook deze harde toon past goed bij Flying Horseman en levert hun meest uitgesproken album tot nu toe uit, waarop de accenten meer richting de art rock zijn verschoven. De wereld staat in de fik, maar Flying Horseman dooft deze enigszins met dit zinderende album.
Maruja – Pain To Power (cd, Music For Nations)
De Manchester sound was wel iets in de jaren 90, maar daar heeft de groep Maruja een broertje dood aan. Dit powerkwartet start ergens in 2017 en laat na een digitaal album nu hun debuut Pain To Power het licht zien. De groep bestaat uit Matt Buonaccorsi (bas), Joe Carroll (saxofoon), Jacob Hayes (drums) en last but not least Harry Wilkinson (zang, gitaar). Ze brengen hier iets dat ze jazz-punk noemen, maar daar komt wel meer bij kijken; met name ook energie en overtuigingskracht. Maar naast free jazz en post-punk hoor je ook rap, prog rock, experimenten, psychedelica en noise. Daarbij moet je denken aan een caleidoscopische kruisbestuiving van Rage Against The Machine, God, Dave, Idles, Black Country New Road, Tropical Fuck Storm, Sons Of Kemet en Black Midi. Een enkele keer komen ze ook heel subtiel uit de hoek, maar meestal is het van een enorme kracht. Alle muzikanten weten het verschil te maken met hun instrumenten, al springen de saxofoon en de pakkende, krachtige zang er wel extra uit. Wat een overrompelend en magistraal debuut.
Arvo Pärt – And I Heard A Voice (cd, ECM Records)
Eén van mijn allergrootste helden in de hedendaagse klassieke muziek is toch wel de Estlandse componist Arvo Pärt, die op 11 september de respectabele leeftijd van 90 heeft bereikt. Hij is vermoedelijk ook een wegbereider geweest voor de jongere hedendaagse componisten. Maar Pärt heeft ook zijn eigen stempel gedrukt met zijn tintinnabuli stijl, welke is beïnvloed door de mystieke ervaringen van de componist met zangkunst, maar zich vooral kenmerkt door het spel tussen heel zachte en opzwellende klanken (hard past niet in zijn wereld), Zijn muziek is veelal sacraal en echt van een onaardse schoonheid. Ondanks dat ik zelf niet gelovig ben, heb ik altijd het gevoel dat hij een me toch door een luikje een blik op de hemel geeft. En op het moment dat je denkt dat het niet nog mooier kan, komt hij met het album And I Heard A Voice. Deze wordt uitgevoerd door het ensemble Vox Clamantis en gedirigeerd door Jaan-Eik Tulve. Alleen in een eerbetoon aan schilder Jan Van Eyck is ook een orgel te horen. Pärt neemt ons mee op een bedevaartstocht door schijnbaar gebeurtenissen van lang geleden uit de Bijbel, maar die in het heden ook weer lijken plaats te vinden. Op melancholische wijze brengt het koor de gecomponeerde stukken, deels met woorden en deels met klanken. Door dat laatste heb je soms haast niet door dat er geen instrumenten gebruikt worden. Deze sterke harmonische zang samen met de contrapunt maken het ook spannend. Toch overheerst de narcotiserende schoonheid en dikwijls ontroerende emoties, die uit dit alles voortkomt. Ook na zo’n 65 jaar componeren weet Arvo Pärt nog altijd te verrassen en een diepe indruk te maken. Het is een adembenemend meesterwerk geworden.
Planning For Burial – It’s Closeness, It’s Easy (cd, The Flenser / Konkurrent)
De Amerikaan Thom Wasluck, die ook wel eens een uitstapje naar Sannhet maakte, is bekend van zijn gitzwarte project Planning For Burial. Hij brengt hiermee doorgaans afwisselende mixen van emo, shoegaze, doom, post-rock, slowcore, dark ambient en bovenal post-metal. De kunst zit hem in de variatie en de intense emoties die hij daarin weet te leggen. Hij probeert dan wel de verveling van het alledaagse leven van zich af te spelen, maar weet daarmee ook bij de strot grijpende pracht en kracht te produceren. Dat is wederom het geval op zijn nieuwe album It’s Closeness, It’s Easy, dat na 8 jaar volgt op zijn vorige album. Die ging nog over thuiskomen, in de voetsporen treden van je vader, je aansluiten bij een vakbond en de wilde jeugd achter je laten. Op dit nieuwe album gaat het om wat erna komt, ouder worden, de last van alle jaren, de stille veranderingen en de afrekening met wat overblijft. Er komt verdriet en woede bij kijken, maar ook momenten van bezinning. Dat heeft hij met een batterij aan instrumenten en zijn zang fraai neergezet in een rijk gevuld palet met de eerder genoemde stijlen. Dat levert zoals in de opener felle, harde muziek op, maar tevens heel rustieke ambient en gruizige shoegaze. Overal zit daar wel een metallic vernis overheen, zij het dat hij meer dan ooit ook zachte tinten gebruikt. Het is voer voor liefhebbers van Have A Nice Life, Jesu, Deftones, Wreck And Reference en Big Brave. Echt een klasse apart!
Rún – Rún (cd, Rocket Recordings)
Uit Ierland komt er tegenwoordig van alles. Hete rockbands, maar ook folkgroepen die je de stuipen op het lijf jagen. Het broeit er kan je gerust stellen (aan elkaar zijn die woorden wellicht fijner). Nu is er de nieuwe groep Rún met hun gelijknamige album. Het woord betekent “geheim”, “mysterie” of “liefde” en misschien wel een ongrijpbare combinatie van de drie; het weerspiegelt de vele aspecten van het leven die zich niet gemakkelijk laten verklaren. De groep bestaat uit Tara Baoth Mooney, stemactrice en experimentele filmmaker met een achtergrond in folk- en koormuziek; Diarmuid MacDiarmada, de broer van Lankum’s Cormac die al jarenlang avant-gardemuzikant is en partner van Nurse With Wound; plus Rian Trench, drummer en geluidstechnicus. Samen maken ze loodzware muziek, waarbij ze aantonen dat dit niet enkel gerelateerd is aan het volume. Het bevat ongepolijste emoties, donkere en psychedelische elementen. Daarbij variëren ze met subtiel zacht en beukend hard geluid, waarmee ze meanderen door folk, doom, avant-garde, experimentele muziek, industrial, alternatieve en psychedelische rock, maar ook trip hop. Als je dan weet dat ze associaties oproepen met onder meer Portishead, Menace Ruin, ØXN, Swans, Sunn O))), OM, Coil, The Necks en Sleeping Dogs Wake, is het wellicht het zelf te gaan luisteren. Ze leggen de leegte en donkerte van het bestaan op genadeloze wijze open en weten daar tussendoor ook de schoonheid die er ook om ons heen is te tonen. Het is bij vlagen angstaanjagend, maar ook verwarrend, spannend en meeslepend, waarbij ze je wegduwen om vervolgens weer te omarmen. Het is een weergaloos album geworden. Een droomdebuut, maar dan in een nachtmerrie.
Wednesday – Bleeds (cd, Dead Oceans / Konkurrent)
In 2017 startte de Amerikaanse zangeres/gitarist Karly Hartzman het singer-songwritersproject Wednesday (niet te verwarren met de Netflix serie). Maar al snel groeit dit uit tot een serieuze groep, die het midden houdt tussen alternatieve rock, noise en shoegaze. Daarbij vormt de getormenteerde, soms luide zang van Hartzman wel het middelpunt. Nu zijn ze terug met Bleeds, waarop Hartzman met Xandy Chelmis (lapsteel, pedalsteel), Alan Miller (drums), Ethan Baechtold (bas, piano) en Jake “M.J.” Lenderman (gitaar) de studio indook om hun meest “Wednesday”-achtige album hebben opgenomen. Daarbij stelde ze zich een aantal vragen. Kan een zelfportret een collage zijn? Kan empathie autobiografisch zijn? Wat is de zin van het leven als we niet proberen alle horror en humor die alles omringt te begrijpen? Hoe het ook zij heeft dit het meest venijnige en meeslepende album opgeleverd. Ze voorzien het album ook van de nodige sludge en altcountry elementen. Maar het meest opvallende is toch wel die heerlijke rauwheid van dit alles. En daarbij laveren ze gerust van bijvoorbeeld Big Thief, Horsegirl en Soccer Mommy naar Made Out Of Babies, Pavement en Sonic Youth. Overtuigend waren ze al, maar nu lijkt wat er altijd al in het vat zat er nu, al dan niet bloedend, echt uit te komen. Hun beste en meest afwisselende album tot nu toe.
