Hier het verlate maar nog immer goed bedoelde lijstje uit het:
SCHADUWKABINET
Ik luisterde naar: Sarah Davachi, Dave, Simon Goff, The Orielles en YHWH Nailgun.
Jan Willem
Sarah Davachi – The Will Of Tongues (2cd, Late Music)
Ik kijk eigenlijk altijd reikhalzend uit naar nieuwe werken van de Canadese componiste en toetseniste Sarah Davachi. Ze heeft een verfrissende, eiegn manier van componeren, waarbij oude muziek hand in hand gaat met moderne. Haar werken zijn veelal wonderschoon, onnavolgbaar en tevens behoorlijk omvangrijk. Dat is niet anders bij haar tweeluik The Will Of Tongues, waarop ze verspreid over twee cd’s 13 stukken van samen 2 uur en 19 minuten het licht laat zien (of 3 lp’s). Het is haar meest ambitieuze werk tot nu toe. De ondertitel luidt: songs and dialogues for violin, voices and winds. Het album telt vijf nieuwe solocomposities voor historische pijporgels (opgenomen in de VS, Canada en Nederland), een suite van drie koorstukken, een verzameling ‘intermezzo’s’ voor diverse microtonale ensembles (strijkers, koperblazers, houtblazers) en een lang kamermuziekstuk voor strijktrio, orgel en tape. En dan liegen de muzikanten en ensembles, die naast de orgel spelende Davachi hier meedoen er ook niet om Want deze bestaat onder meer uit Whitney Johnson (altviool), Eyvind Kang (altviool), Lucy Railton (cello), Diapason (een experimenteel/microtonaal koperensemble uit Los Angeles), Phaedrus (een renaissance fluitensemble uit Zwitserland) en Chamber Choir Ireland. Davachi past hier allerlei compositiemethoden toe, die haar afgelopen jaren hebben beziggehouden. Zoals altijd is het geen eenvoudige kost, maar wel die je weet te biologeren. De muziek op dit album streeft er naar een diep respect voor de handeling van het luisteren te verwoorden, en voor het besef dat luisteren kan dienen als een soort imaginaire negatieve ruimte; een ruimte die kritisch aanzet tot confrontatie en creatie in plaats van ontsnapping. In feite is het een ode aan herhaaldelijk luisteren en intense betrokkenheid, aan een intieme auditieve ervaring en de immense psychische horizon die daarmee gepaard gaat. Iets minder klinisch kan je stellen dat ze werkelijk zinderende stukken aflevert, die behoren tot haar beste. Liefhebbers van onder meer Arvo Pärt, Kali Malone en Anna von Hausswolff doen er goed aan dit eens te beluisteren. Het is weer eens van die muziek, waarbij ondanks de titel woorden tekortschieten.
Dave – The Boy Who Played The Harpr (cd, Neighbourhood Recordings)
Nee, ik was het derde Dave album The Boy Who Played The Harp van herfst vorig jaar niet vergeten, maar kwam er eerst niet echt in. Het is ook wel anders dan de twee albums ervoor. Daar is niks mis mee. Ik vond het rommelig of zo, met veel elektronische foefjes, totdat ik links en rechts weer nummers hoorde en het kwartje viel. Dave is de artiestennaam van David Orobosa Omoregie, geboren in Engeland als zoon van Nigeriaanse ouders. Hij noemt zich tevens wel eens Santan Dave noemt, hetgeen wellicht een handiger alias was geweest gezien de vele andere Dave’s, maar dat geheel terzijde. Maar zijn muziek is altijd oprecht, gaat over maatschappelijke problemen voor zowel mannen als vrouwen, racisme en persoonlijke issues als het feit dat zijn broer vast zit voor moord. Het is confronterend en rauw, maar ook echt diepgravend en mooi verpakt. Op zijn derde album werkt hij een aantal keer samen met James Blake, maar ook Jim Legxacy, Kano en Tems nemen deel aan het album. Hij slaat weer spijkers op de kop, snijdt pijnlijke onderwerpen aan en maakt kunst van hetgeen om ons heen gebeurt en waar we niet altijd bij stil staan. Zijn muziek valt wel onder de zogenaamde conscious hiphop, wat een stijl is binnen de hiphop die gebruikmaakt van maatschappelijk bewuste teksten om thema’s als ras, politiek, spiritualiteit en het gemeenschapsleven te verkennen. Hij lengt dat wel aan met allerhande stijlen, maar de algehele kaders zijn wel weer duidelijk. Dus, beter later dan nooit, zou ik dit album weer van harte aanbevelen. Wat een fenomeen!
Simon Goff – Interior Realms Vol. I (cd, Sonic Pieces)
De Britse componist, violist en stiekem gewoon multi-instrumentalist Simon Goff is al een goed decennium onderweg met zijn muziek. Hij heeft albums uitgebracht onder zijn eigen naam en met Aidan Baker, Thor Harris, James Welburn en Katie Melua. Naast zijn eigen projecten componeert Goff voornamelijk voor film en heeft hij samengewerkt met onder anderen Hildur Guðnadóttir, Jóhann Jóhannsson en Peter Broderick. Dat filmische aspect is ook op zijn nieuwe albumt Interior Realms Vol. I terug te horen. Hij brengt een experimentele mix van elektronische muziek, minimal music en neoklassiek. Hiermee zet hij composities neer waarbij hij speelt met ruimte, zowel in onszelf als in de objecten die ons omringen. Je hoort dikwijls een haast driedimensionaal geluid, waarbij je als luisteraar door diverse lagen lijkt te zweven. De stukken zijn uiterst contemplatief en laten je eveneens heerlijk wegdromen. Het idee ontstond vanuit de filosofische gedachte achter het boek Interior Realms, uitgegeven door Theatrum Mundi in 2021. Dit boek, een verzameling essays, reflecteert op de invloed van architectuur op de menselijke geest. Het daagt ons uit om niet alleen na te denken over muziek als ruimte, maar ook over hoe architectuur onze ideeën over compositie kan vormgeven. Het vraagt ons tevens na te denken over hoe ruimte ervoor kan zorgen dat we muziek innerlijk anders ervaren. De composities zijn dan ook op verschillende locaties uitgevoerd, om zo een eigen klankkarakter te creëren. De ondertitel van het album luidt: music for being alone, together. Dit geeft vermoedelijk het melancholisch vernis, al is het album eigenlijk vooral hoopgevend. Goff wordt met zijn (alt)vioolspel her en der op improviserende wijze bijgestaan door celliste Anne Müller.Verder gebruikt hij ook piano en elektronica voor de overige inkleuren. Het pakt allemaal zinnenstrelend en tot de verbeelding sprekend mooi uit. Zoals altijd op Sonic Pieces gestoken in een fraaie handgemaakte hoes. Een totaalkunstwerk!
The Orielles – Only You Left (cd, Heavenly)
Sinds het debuut uit 2018 bestaat de Britse groep The Orielles in de kernbezetting uit Esme Hand-Halford Bas, zang), Henry Carlyle Wade (gitaar, zang) en Sidonie Hand-Halford (drums), waarbij ze dikwijls hulp krijgen op de toetsen. Hun vierde album Only You Left kreeg ik wat later in de smiezen, maar ik ben weer bij. De groep maakt doorgaans een fijne mix van noise, alternatieve pop en rock, indierock, surf, shoegaze en psychedelica. Maar het liefst walsen ze daar dwars doorheen en komen dan spontaan op andere dingen uit. Ook live zijn ze echt een sensatie. Op het nieuwe album is de muziek wat zwaarder, trager en soms ook wat meer psychedelisch dan voorheen. Daar laten ze wel weer horen dat ze niet binnen de lijnen kleuren. Ze laten je hier ronddolen door eigenzinnig geschetste vage klanklandschappen vol koortsdromen. Ik kan zeggen dat je aan een caleidoscopische mix van Warpaint, Sonic Youth, Modern Woman, The xx, Fly Pan Am en dergelijke moet denken, maar het is wijzer om dit gewoon eens te beluisteren. Geweldig dwars en toch doorwaadbaar prachtalbum.
YHWH Nailgun – Magazine (cd, 4AD)
Soms weet niet alleen je favoriete label allertijden weer eens te verrassen, maar ook een groep jonge muzikanten. Deze jonge honden uit de VS wisten al te imponeren met hun debuut van vorig jaar 45 Pounds en de ultra-korte nummers. Maar voor mij is het echt opzienbarend dat jonge muzikanten zo’n dwarse en haast 40 jaar oude weg kiezen om hun nieuwigheden aan de man te brengen. Toch doen ze dat op ongemakkelijke wijze met verve Rudimentaire muziek, die ergens tussen avant-garde, post-punk, noise en zoiets inzit. Hun tweede album Magazine bevat weliswaar 10 nummers, maar finisht na een goede 11 minuten. Schijt aan alle conventies eigenlijk. En toch heb je een gehele albumervaring. Daarbij doen ze iets dat tussen Grötus, Tom Waits, The Birthday Party, The Body, Tricky en Mass. En dat is toch best mooi en bovendien opmerkelijk. Maar wel weer eens een ouderwets en ijzersterk 4AD album.
