Afhankelijk van wat er de komende twee weken nog binnenkomt, wellicht even een korte zomerrecessie. En anders niet, maar hier in elk geval weer een nieuw lijstje uit het:
SCHADUWKABINET
Ik luisterde naar: The Deep Bells, Feu Follet, Debby Friday, Jake Nicoll en Richard Skelton.
Jan Willem
The Deep Bells – Liberté (cd-r, Sound In Silence)
Telkens als je denkt dat de Britse gitarist Jon Attwood niet meer weet te verrassen, doet hij dat toch. Niet alleen met zijn langlopende hoofdproject Yellow6, maar ook met JARR (met Ray Robinson), The Sleep Of Reason (met Dirk Serries) en diverse andere samenwerkingsverbanden en splitalbums. Met Yellow6 beweegt hij zich doorgaans op instrumentale en tot de verbeelding sprekende wijze tussen ambient, drones, minimal music, post-rock en softnoise in, met echt veel prachtalbums als resultaat. Nu is hij terug in het project The Deep Bells, dat hij samen met de Amerikaanse muzikant Jason T. Lamoreaux bestiert, die er projecten als The Corrupting Sea, Transverse en The Warm Jets op nahoudt plus de oprichter is van het Somewherecold label. Hun debuut Liberté is maar liefst 20 jaar in de maak geweest en mag er dan ook wezen. Ze serveren hier 8 tracks van samen bijna 75 minuten lang. Het is muziek van Yellow6 en The Corrupting Sea samen, maar dan toch op een uitdagende, zij het rustieke wijze, anders. Het viert vriendschap en deelt protest en de DYI manier van muziek maken. Zelf zeggen ze verder over het album:
De kern van het ethos van het album ligt in de huidige geopolitieke problemen die een groot deel van de wereld treffen. De hoesafbeelding benadrukt de scheur in de vrijheidsbel die in Philadelphia in de Verenigde Staten is gevonden. Het verwijst naar de enorme verdeeldheid onder mensen op elk willekeurig moment in onze geschiedenis, maar vooral in dit huidige moment. De titel, Liberté, verwijst naar het vermogen van de Fransen om in opstand te komen tegen machthebbers die burgers zouden misbruiken en aanvallen door de overheid als wapen te gebruiken.
Maar ook zaken als de Brexit zitten door hun stille protest heen. De rode draad hier is eigenlijk de immense kloof tussen degenen die een ideale wereld zien door de lens van compassie en degenen die die zien door de lens van haat. Ze brengen een hybride van post-rock, ambient, drones, shoegaze en allerhande experimenten, die veelal met improvisaties tot stand lijken te zijn gekomen. Daarmee weten ze wel snel mee in de houdgreep te nemen. Wat een biologerende pracht! Hopelijk zijn ze niet van plan nog eens 20 jaar over zowel “égalité” als “fraternité” te doen, want dat overleef ik denk ik niet, maar dit smaakt absoluut naar meer.
Feu Follet – Swamps Of Sadness (cd, Blackjack Illuminist Records)
Vanaf 2019 is de Franse muzikant Alban Blaising gestart met zijn nieuwst project Feu Follet. Hij was daarvoor al vanaf het einde van de vorige eeuw actief in Ghord, Cairn, Datura, Cruention, Hercynia Silva, Aripa Satanei en Puanteur De Chanier. Met Feu Follet wil hij wave koppelen aan meer hedendaagse muziek. Na twee instrumentale albums, waarop een verfijnde mix van cold wave, new wave, synthpop, shoegaze, post-rock en indierock, overgoten met melancholie. De albums erna maakt hij steevast gebruik van gasten op zang, die de muziek net even wat extra’s geven. En dat is niet anders op zijn alweer zesde album Swamps Of Sadness, waarbij de titel wel iets weggeeft over de emoties die je kan verwachten. Net als op zijn vorige album krijgt hij hier hulp van zijn oude Cruention bandmaat Pierre Bastien, Thomas Schernikau (Forced To Mode, Whole) en de inmiddels haast vaste gasten Isabelle B Baumann, Pat Aubier en Blackjack Illuminist labelbaas Alexander Leonard Donat die hier in één van zijn vele incarnaties Vlimmer meedoet. In 35 minuten krijg je 9 heerlijk opzwepende doch droefgeestige songs, die zich met synthwave als basis weer door allerlei genres boren. Daarbij moet je denken aan een caleidoscopische hybride van VNV Nation, Laudanum, Depeche Mode, Vlimmer, Wire en New Order. Ja ik verzin het ook niet. En heel saai, maar gewoon zijn beste album tot nu toe (nee de rest is minstens zo goed).
Debby Friday – The Starrr Of The Queen Of Life (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Debby Friday is een Canadese muzikant, artiest, producer, schrijver, DJ, filmmaker en astrologe, die al op jonge leeftijd naar Canada is geëmigreerd. Twee jaar geleden debuteert ze met het fantastische album Good Luck, waarop ze platte house beats combineert metl industrial, punk en experimentele elementen. Ze wint er zelfs de Polaris Prize mee. Ze kondigt voor het verschijnen van haar twee album The Starrr Of The Queen Of Life al aan een starrr te willen zijn en geen vaststaand pad volgen of dingen te doen zoals het altijd al is gedaan. Leven in extremen lijkt haar devies gezien de muziek die ze hier naar buiten brengt. De eerder genoemde platte beats nemen in het begin even de overhand, maar toch weet ze dat weer op smaakvolle wijze te brengen. En ze gooit er links en rechts toch ook weer post-punk, techno, soul, trip hop en hip-hop doorheen. Er is bijna geen grip op te krijgen en dat is eigenlijk ook de kracht van het album. Het voelt als een enorme bevrijding en als de zomervakantie; gewoon even alles spontaan doen waar je zin in hebt. Maar eigenlijk liet deze bijzonderheid zich al nooit in een hokje plaatsen. Starrr quality!
Jake Nicoll – Saturn Returns (lp, Tiny Room Records)
Er zijn hier al recensies van de (humoristische) groep The Burning Hell voorbijgekomen. Vorig jaar verscheen van één van de bandleden, de Canadese singer-songwriter Jake Nicoll, op het immer geweldige Tiny Room Records. Dat bleek toen overigens om zijn elfde solo album te gaan. Nicoll is overigens ook nog terug te vinden in The Wiles en Run To The Rocks. Maar de kennismaking met hem als solomuzikant was wel een uiterst aangename. Hij bracht er een kruisbestuiving van jaren 70 folk, lo-fi, slowcore, indiepop en indiefolk. Dat is wel anders op Saturn Returns, want daar laat hij een ruimtelijker en ook meer elektronisch geluid horen. In 9 nieuwe songs, die dikwijls uptempo zijn, koerst hij veel meer naar de synthpop, new wave en spacepop. Hierbij zit hij qua melancholie en andere oprechte emoties niet ver van zijn vorige albums, zij het dat het echt in andere mallen is uitgegoten. Hier hoor je associaties met Joy Division, Sodastream, The Legendary Pink Dots, New Order, Dntel en O.M.D. terug, al weet Nicoll het helemaal naar eigen hand te zetten. Het levert weer een gloedvol prachtalbum op, dat gaat als een raket.
Richard Skelton – The Second Chamber (cd, Aeolian Editions)
In 2005 is de Britse muzikant, schrijver en componist gestart met zijn Sustain Release label, waarop onder meer werk van hemzelf is uitgebracht. Later volgt ook het eigen Corbel Stone Press met het sublabel Aeolian Editions. Onder de pseudoniemen A Broken Consort, Riftmusic, Carousell, Imperial Valley, The Inward Cicle, Clouwbeck, Heidika en Harlassen verschijnt er door de jaren heen muziek van zijn hand. Maar eveneens onder zijn eigen naam. Dat zijn veelal intieme en uiterst persoonlijke stukken, die zich kenmerken door rauw organische ambient met metalige klanken en geluiden van strijkinstrumenten (veelal cello), die op architectonische wijze vormgegeven wordt. Het is eigenlijk een soort eigengereide van ambient, drones en neoklassiek, zij het dat niets helemaal past. De werken zijn wel verwant en herkenbaar, maar verkennen als een soort mantra’s steeds weer een ander deel van het emotionele landschap. Zijn solomuziek heeft sinds de eerste uit 2008 zeker ook wel navolging gekregen, maar is zelden zo goed en indrukwekkend als wat Richard Skelton zelf laat horen. Dat geldt (uiteraard) ook voor zijn nieuwe album The Second Chamber, waarop hij in zo’n 50 minuten 10 stukken, die hij van 2021 tot 2025 heeft gecomponeerd, presenteert om de geest van zijn eerdere werken te eren. Hij werkt hier met kleine, handgemaakte of aangepaste snaarinstrumenten, aangevuld met cello, altviool en piano. Het is haast of hij puur gevoel heeft weten te filteren en dat op bedachtzame, tot de verbeelding sprekende en melancholische wijze over de luisteraar uitstrijkt. De muziek is daarbij haast net zo verwant aan die van Arvo Pärt, Hildur Gudnadóttir en David Darling als die van Deaf Center, Celer, William Basinski en Hilmar Örn Hilmarsson. Het is dikwijls een narcotiserende, bijna onaardse ervaring die hij je hier weet voor te schotelen. Een krachtenveld aan diepgravende emoties, met een ontroerende schoonheid tot gevolg.
