Speciaal weer terug van zomerreces voor het lijstje uit het:
SCHADUWKABINET
Ik luisterde naar: Al Bilali Soudan, Brìghde Chaimbeul, Goldmund, Gróa, Kadialy Kouyate, Lights Of Vimana, Steve Queralt en Wet Leg.
Jan Willem
Al Bilali Soudan – Chez Aballou (cd, Clermont / Xango Music Distribution)
Door grote delen van Noord- en West-Afrika, daar waar onder meer de Sahara ligt, vind je zogeheten Toearegs. De muziek van deze nomaden is de laatste jaren bekend geworden door groepen als Tamikrest, Tinariwen en Mdou Moctar, waardoor ook Les Filles de Illighadad, Black Mango, Kel Assouf en Imarhan naar de oppervlakte kwamen drijven. Het is veelal een mix van desert blues, westerse rock en traditionele muziek, die per regio nog wel eens kan verschillen. De Malinese groep Al Bilali Soudan, vernoemd naar de oude naam van Timboektoe is, maakt eveneens muziek in die categorie. Onlangs waren ze in Vera (Groningen), waar je hier een verslag van kunt vinden. Inmiddels hebben ze sinds 2012 drie albums uitgebracht. Daar komt nu Chez Aballou bij. Aballou Yattara is de bandleider, maar daarnaast zijn het zijn zoon Aboubacrine Yattara en Mohammed Abellaw, alle drie op de tehardent (traditioneel snaarinstrument), plus Ibrahim Tchiale Ag Aboubacrine (percussie) en Hama Oumar (zang, percussie). Live was de bezetting net iets anders en sowieso met een bandlid minder. Op het albums staan slechts 4 tracks, maar wel met een totale lengte van een goede 35 minuten. Met hun hoofdinstrument creëren ze iets dat het midden houdt tussen een luit, gitaar en een strijkinstrument. Daar waar de Toeareg muziek nog wel eens echt de rock opzoekt, produceren zij echt een veel rauwer, meer tribaal en ietwat repetitief geluid, zij het wel ontzettend ritmisch. Ook de zang en percussie is behoorlijk ongepolijst. Het is alsof je het verleden herbeleeft in een modern jasje. Daarmee weten ze op unieke wijze diepe indruk te maken.
Brìghde Chaimbeul – Sunwise (cd, tak:til/ Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Als je mij zou vragen een top 10 te maken met favorieten, dan komt de doedelzak, die naar het schijnt ooit bedoeld was om wolven te verjaren, daar niet in voor. En toch is het instrumenten dankzij de Schotse muzikant Brìghde Chaimbeul behoorlijk in mijn achting gestegen. Haar vorige album Carry Them With Us (2023) was echt subliem. Met haar zogeheten Schotse smallpipes, een door een blaasbalg aangedreven doedelzak die zachter klinkt dan de grote broer, wist ze een soort biologerende minimalistische drones te produceren die ze combineert met minimal music en folk en soms ook zang. Nu is ze terug met Sunwise, waarop ze deze lijn gewoon doortrekt. De Keltische wortels worden ingebed in hedendaagse arrangementen, die echt ronduit fascinerend en ook mooi zijn. Chaimbeul (Schotse smallpipes, zang) wordt hier bijgestaan door saxofoonvirtuoos Colin Stetson, Uilleann Pipes of Ierse doedelzakspelers John McSherry, Francis McIlduff en Jamie Murphy, Seamus Heath op orgel, Aonghas Phàdraig Caimbeul (traditionele zang) en Eòsaph Caimbeul (zang). In 8 stukken van samen een goed half uur weet ze hier weer diepe indruk te maken met haar totaal onconventionele gebruik van het instrument. Hier komen traditie, experimenteerdrift en mysterie op fraaie wijze samen. Denk aan een mix van Sarah Davachi, Lankum, Landless, Colin Stetson, Pauline Oliveros en Laura Cannell. Grootse weelde!
Goldmund – Layers Of Afternoon (cd, Western Vinyl / Konkurrent)
De Amerikaanse muzikant Keith Kenniff is van huis uit een geschoold drummer, maar dat is helemaal niet erg. In zijn projecten hoor je het zelden terug, behalve als het soms op de ritmes aankomt. En hij treedt in nogal wat gedaantes naar buiten. Zo heb je het jazzy Sono, het IDM, wave en ambientproject Helios, het kinderproject Meadows en de shoegazeband Mint Julep (samen met zijn vrouw Hollie) en het piano gedreven ambientproject Goldmund. Die laatste gaat ongeveer net zo lang mee als Helios. Nu het project 20 jaar bestaat komt hij met zijn negende album Layers Of Afternoon. De muziek is er door de jaren heen, misschien wel net als de tijd, niet vrolijker op geworden. Keith brengt hier pianostukken met elektronische ambiances en krijgt rugdekking van violist Scott Moore, die al met legio artiesten als Will Oldham, Rachel Grimes, Jim James en de Louisville Orchestra heeft gespeeld. Ik moet zeggen dat het de muziek wel een extra dimensie meegeeft en de melancholie heel fraai accentueert. Het album is bedoeld om een bepaalde tijdservaring te weerspiegelen; iets tastbaars en vaags, gevoeld maar niet gemakkelijk te beschrijven. Deze contemplatieve insteek gebruikt Keith wel vaker en maakt dat zijn muziek er ook voor zorgt dat je even helemaal uit de realiteit wordt genomen en je op nostalgische wijze dwaalt door je geheugen. Taal vindt hij dan ook overbodig om gevoel over te brengen en daar valt wel wat voor te zeggen. Het is een schitterende combinatie van pianomuziek, neoklassiek en ambient geworden, die fans van Library Tapes, Nils Frahm, Brian Eno, Ryuichi Sakamoto, Dustin O’Halloran, Harold Budd en dergelijke wel zal aanspreken. Het is één van zijn allermooiste albums geworden.
Gróa – Drop P (cd, One Little Independent / Konkurrent)
Wat er uit die geisers in IJsland spuit weet je niet zeker, maar wel dat er op een gemiddeld laag inwonersaantal in dat land een belachelijk hoog percentage goede bands vandaan komt. En met een behoorlijke variatie ook. Een ontzettend leuke groep is het vrouwentrio Gróa, dat al sinds 2018 noise, art-punk, avant-garde en indie, experimentele en alternatieve rock naar buiten brengt. De groep wordt gevormd door Fríða Björg Pétursdóttir (bas), Hrafnhildur Einarsdóttir (drums, percussie) en Karólína Einarsdóttir (zang, synthesizers, gitaar), waarbij ik me niet waag aan het uitspreken van de namen. Ze presenteren nu hun vierde album Drop P. Hierop krijgen ze nog versterking in saxofoniste Marta Ákadóttir en de Argentijnse groep Blanco Teta. Hun muziek is heerlijk tegendraads en toch ook pakkend. Ze brengen bepaald geen gangbare ritmes en zo, maar het is gewoon de hele tijd spannend en biologerend. De zangeres gaat vele kanten op, maar raakt soms ook aan Björk en dan tijdens haar The Sugarcubes periode, waar ook wel wat raakvlakken zijn te horen. Verder moet je denken aan een kruisbestuiving van Cibo Matto, Wet Leg, Pain Teens, Primus, Deerhoof, Dog Faces Hermans en Fufanu. De bandleden zetten zich ook in om jonge artiesten en kunstenaars een podium te bieden, maar zijn echt wel hun eigen ambassadeurs geworden. Echt een onvoorspelbaar topalbum!
Kadialy Kouyate – Toña (cd, ARC Music Productions International Ltd. / Xango Music Distribution)
Kadialy Kouyates is een Senegalese virtuoos op de kora, al opereert hij tegenwoordig vanuit Groot-Brittannië. Al meer dan 20 jaar laat hij zijn kora al dan niet samen met zijn zang horen en dat heeft al menig prachtalbum opgeleverd. Zijn muziek is diepgeworteld in zijn voorouderlijke lijn van Kouyate-griots. Een griot is een traditionele West-Afrikaanse verhalenverteller, dichter, muzikant en lofzanger. Ze zijn de bewaarders van de mondelinge geschiedenis en tradities van hun gemeenschap en spelen een belangrijke rol als adviseurs en bemiddelaars. Op zijn nieuwe album Toña, dat “waarheid” betekent, brengt hij in 40 minuten 10 nieuwe tracks. Hij werkt samen een keur aan getalenteerde muzikanten als Davide Mantovani (contrabas, bas), Mamadou Sarr (kalebas, djembe, sabar) Abdoulaye Samb (gitaar), Josh Middleton (accordeon), Mina Mikhael Salama (oud) en Al MacSween (keyboard). Het kora spel dat hij hier weer laat horen is werkelijk zinderend en betoverend. Daarbij zingt hij met enige regelmaat in het Mandinka. De gedachte achter het geheel is dat je afkomst en geschiedenis bepalen wie je bent en tevens de toekomst bepaalt. Met dank voor zijn verleden maakt hij deze rijke muziek in het heden. Je hoort duidelijk de Senegalese afkomst, met een flinke dosis desert blues, maar bijvoorbeeld de accordeon en contrabas plaatsen het niet per se in een Senegalese setting. Dus ook de muziek uit het verleden maakt de muziek van de toekomst. Daar mengt hij allemaal persoonlijke zaken en emoties doorheen, wat het tot een invoelbaar en meeslepend album maakt. Ook het alweer negende album van Kabialy Kouyate is er één van een ontzaglijk hoog niveau en mooi nog bovendien.
Lights Of Vimana – Neopolis (cd, Dusktone)
Lights Of Vimana is een nieuw project, dat meerdere nationaliteiten en stijlen in zich herbergt. Zo is de groep opgebouwd uit de Italiaanse drummer, drones maker en synthesizerspeler Riccardo Conforti (Void Of Silence), de Amerikaanse gitarist, bassist en elektronicaman Jeremy Lewis (Mesmur, Dalla Nebbia, Pantheist) en de Belgische zanger en gitarist Déhà (Ter Ziele, Slow, Wolvennest, Cult Of Erinyes). Op hun debuut Neopolis brengen ze in 48 minuten 5 tracks ten gehore, die ergens het midden houden doom metal, filmmuziek, prog rock en atmosferische black metal. Hierbij krijgen ze nog hulp van zangeres Nicole Fiameni. Ondanks het relatieve kleine gezelschap weten ze groot(s) uit te pakken. De ene keer is dat ietwat aan de zweverige kant, maar dikwijls zijn het heerlijk robuuste en indringende songs, waarbij ook de zang varieert. Het roept afwisselende associaties op met uiteenlopende bands als My Dying Bride, Porcupine Tree, Seigmen, Hans Zimmer, Neurosis en 40 Watt Sun. Dat maakt dit ook tot een zeer geslaagd en mooi samenwerkingsverband, dat hopelijk nog een vervolg gaat krijgen.
Steve Queralt – Swallow (cd, Sonic Cathedral)
Oké, laat ik het meteen maar zeggen: Ride heb ik nooit iets aan gevonden; het kwartje is in elk geval nooit gevallen. Bassist Steve Queralt uit die band komt nu met zijn solodebuut Swallow en dat is wel meteen raak. In een goede drie kwartier lanceert hij 9 tracks, waarin hij laveert van ambient en drones naar shoegaze en post-rock. En soms ook combinaties hiervan. Hij weet me in elk geval direct te grijpen. In twee tracks zingt ook Emma Anderson (Lush, Sing-Sing) mee, die er meteen ook wel bovenuit schieten, plus nog eentje met Verity Susman (Electelane, Memorials). Maar eerlijk is eerlijk, ook met de instrumentale tracks weet hij te imponeren; die zijn juist weer wat spannender en laten veel aan de verbeelding over. Er zit iets uiterst persoonlijks en diepgravend door alles heen. Hij levert hier in elk geval een prachtig droomdebuut af. Ook geschikt voor Ride fans denk ik.
Wet Leg – moisturizer (cd, Domino)
In 2019 zijn Rhian Teasdale (zang, gitaar) en Hester Chambers (gtaar, zang, synthesizer, fluit) de groep Wet Leg gestart, met vermoedelijk geen idee nog hoe succesvol ze daarmee zouden worden. Zoals ik bij hun gelijknamige debuut uit 2023, zou je met zo’n naam in het Nederlands minder makkelijk weg komen. Live bleek de groep ook sensationeel. Na wat wisselingen in de line-up bestaan ze nu verder uit Joshua Mobaraki (gitaar, synthesizer, tapes, zang) en Ellis Durand (bas, zang), waarmee ze hun tweede album moisturizer presenteren. Spannend wel na zo’n subliem droomdebuut. Maar al snel wordt duidelijk dat dit geen eendagsvliegen zijn. Ze serveren twaalf nieuwe songs, die aansluiten op hun debuut, echter ook geen herhaling van zetten. Op eigenzinnige wijze manoeuvreren ze zich weer door genres als indierock, post-punk, noise, shoegaze en alternatieve rock. Met veel bestaande en herkenbare ingrediënten weten ze toch weer hun typisch eigen recept te bereiden, dat net zo smakelijk als stekelig is. Ze nemen bepaald geen blad voor de mond en gooien er alles uit zoals het hen betaamt. Daar zit ook een flinke scheut gortdroge humor doorheen, wat de muziek alleen maar ten goede komt. Of je daar per se vocht inbrengende crème voor wil inzetten, laat ik aan jezelf. Liefhebbers van onder meer Neighbours Burning Neighbours, Pixies, Warpaint, Dry Cleaning, King Hannah en M(h)aol zullen hier ook van smullen, al heeft Wet Leg echt een eigen (goed ingevet) smoel. En ook dit album bevat een “Chaise Longue” in de vorm van “Pillow Talk”, plus nog meer ijzersterke pakkende songs. Daarmee leveren ze gewoon hun tweede sterke album op rij af en lijkt de groei er nog lang niet uit.
