Sietse’s top 30 van 2017

Het einde van het jaar is weer daar, dus een tijd om terug te kijken. Ik merk ieder jaar dat het steeds moeilijker wordt om aan het einde van het jaar een lijstje te maken, zo ook dit jaar.
Dit jaar heb ik toch aardig wat nieuwe dingen gekocht. Zo’n 195 releases uit 2017. Maar nog veel meer, ik ben een beetje doorgeslagen na de zomer, oudere dingen. Het lijkt een soort inhaalslag te zijn geweest waarbij ik zeer veel dingen uit het vorige decennium heb gekocht, maar ook nog wel ouder. Een geweldige vondst zoals een plaat van Musica Elettronica Viva, of tegenwoordig moeilijk te vinden platen van Christina Kubbisch. En de meest beluisterde plaat van dit jaar de reissue van Red House Painters met die rollercoaster op de voorkant. Na jaren eindelijk toch eens gekocht, deze al jaren kennende via mijn goede vriend Bob wiens favoriete plaat dit is (ik denk dat ik eindelijk snap waarom).
Maar goed, dus ook veel nieuwe platen en CD’s. Veel platen van voor mij oudgedienden zoals Richard Youngs en Six Organs Of Admittance, een speciale EP van Autechre, maar ook veel, voor mij nieuwe artiesten.
Daarnaast, zoals veel mensen ondertussen wel weten, heb ik met mijn label Moving Furniture Records 11 albums uitgebracht (het zouden er 12 worden, maar de hoes van een plaat is nog niet binnen). En ook zelf heb ik niet stil gezeten met mijn eigen muziek als Orphax met dit jaar maar liefst 5 albums, 2 EP’s en 1 single, naast nog de nodige remixes.
Uiteraard betreft het geen uitleg dat deze releases, zowel van Moving Furniture Records als mijn eigen werk niet in de eindlijst terug komt. Onderaan kun je echter wel een overzicht terug vinden van al deze werken.

Maar goed laten we overgaan naar wat voor mij toch wel de 30 mooiste releases van het jaar zijn geworden met over ieder album een kort stukje tekst. Zoals ik al zei enkele bekende namen, sommige volledige nieuw.
(ik heb een poging gedaan om vooral korte stukjes te schrijven, maar heb ik gefaald, dus als het te veel tekst is dan gewoon niet lezen maar alleen luisteren).

30. Richard Dawson – Peasant (weird world)
Na enkele eerder geweldige platen, waarvan vooral The Magic Bridge mij nauw aan het hart ligt, is de meest vriendelijke man uit de gehele muziekindustrie terug met een nieuwe plaat. En deze hakt er behoorlijk in. Nog steeds zijn het folk nummers die de klok slaan, maar dit keer wel veel meer aangekleed met een volledige band (of moet ik orkest zeggen). Het geluid is wat minder rauw dan op eerdere albums , maar toch blijft er genoeg over om dit een spannend album te houden. Een waar zeker de briljante geest van Dawson het meest naar buiten komt.

 

29. Godspeed You! Black Emperor – Luciferian Towers (Constellation)
In Schaduwkabinet Week 42 schreef ik het volgende over deze plaat waar ik nog steeds achter sta:
Het duurde even (bijna 1 ½ jaar) voordat ik “Asunder, Sweet And Other Distress” van Godspeed You! Black Emperor had gekocht. En omdat ik die sinds aankoop zeer veel heb beluisterd heb ik de nieuwe plaat Luciferian Tower maar direct na uitkomen opgehaald bij de lokale platenboer. Jan Willem schreef er enkele weken terug al over, maar nu dus ook van mij wat woorden.
Dat het mooi zou worden was eigenlijk al wel duidelijk met de eerste paar losse tracks die als preview online waren gezet, en bij gehele beluistering blijkt het alleen nog maar meer.
Eigenlijk krijgen we op Luciferian Towers het alom bekende recept van GYBE te horen, maar toch weten ze er ook deze keer weer een nieuwe draai aan te geven. Zo lijkt er in de eerste track Undoing A Luciferian Towers heel veel ruimte voor improvisatie aanwezig te zijn (meer dan ander werk) waarbij blazers (saxofoon en fluit) behoorlijk los gaan. Vanuit daar wordt langzaam opgebouwd naar een climax die abrupt wordt afgebroken in het tweede stuk.
Dat tweede stuk is dan wel weer wat meer ingetogen dan het eerste. Ook lijkt de melodie hier meer ruimte te krijgen dan we normaal bij GYBE gewend zijn. Het laat op mij een wat poppier gevoel over, echter wel zonder verlies van het herkenbare geluid.
Wat me opvalt gedurende het beluisteren is dat het geluid allemaal wat helderder is geworden, iets wat in de laatste twee nummers alleen nog maar duidelijker wordt, met als mooi hoogte punt afsluiter Anthem For No State, welke wel weer wat steviger inzet.
Vergeleken met de voorgangers dus toch een weer net iets ander geluid, en dat ze zo blijven ontwikkelen blijft erg fijn. Maar zelfs zonder die ontwikkeling blijft het wel nog steeds heel duidelijk de beste in zijn soort, en maakt veel van de andere post-rock bands eigenlijk haast overbodig.

 

28. Diatribes – Sistere (Mappa)
Bij eerste beluistering van deze tape wist ik het eigenlijk niet zo goed, aan de ene kant heel spannend, maar kon het niet goed plaatsen zo minimaal. Maar na nog een aantal keer beluisteren en de live uitvoering te hebben gezien viel het allemaal op zijn plek. Het duo D’Incise en Cyril Bondi presenteren hier een intens werkje dat draait om zeer repetitieve minimale percussie in combinatie met subtiele electronica. Naar mate je langer en vaker naar het album luistert kom je langzaam in een soort hypnotiserende trance terecht. De eerste keer misschien even door bijten, maar voor de aanhouder een mooie ervaring in subliem minimalisme.

 

27. Masayuki Imanishi – Clips (Soft Error)
Masayuki Imanishi hoorde ik voor het eerst na het uitkomen van Tone op het geweldige Ini.Itu (die er onlangs voor onbepaalde tijd de stekker heeft uitgetrokken). Op deze nieuwe cassette op het nieuwe Soft Error label volgt gewoon verder op dit vorige werk en soms is het dus helemaal niet erg als een artiest zich niet veel veranderd (daarover later meer). In plaats van verandering zoekt Imanishi verdieping in wat hij doet. Het steeds verder doorgronden en uitwerken van zijn eigen geluid. Op deze cassette krijgen we micro-geluiden te horen van radio, papier, field-recordings en kleine objecten. Voor clips heeft hij hiermee vooral in het Drone spectrum gewerkt. Het is echter niet puur drone, maar een met veel meer kleine geluiden erbij die knisperen en kraken. Het eind resultaat is een fijn warm geluid waar je vaak naar terug kunt komen om nieuwe geluidjes te ontdekken, of gewoon van te genieten.

 

26. The Cosmic Dead – Psych Is Dead Riot Season()
De heren uit Glasgow blijven het bij mij gewoon goed doen, ieder jaar weer met een nieuw album. Ze zaken echter wel een klein beetje vergeleken met voorgaande jaren. Niet omdat het er slechter op geworden is, maar vooral omdat het nu natuurlijk wel bekend is wat ze doen. Hun Psych en space rock blijft echter wel door drammen en krijgt mij nog steeds uit de stoel om zo af en toe lekker te headbangen in de huiskamer. Dat kunnen we niet over veel muziek zeggen die dat voor elkaar krijgt, dus daarom alleen al toch een plaatsje in deze lijst.
Het geluid op deze nieuwe plaat is iets minder duwend, maar iets meer laid back zou ik willen zeggen. Ze hebben een stapje terug genomen in snelheid, maar nog steeds gaat het er lekker aan toe.
Erg benieuwd waar ze op een volgend album mee aan gaan komen.

 

25. Dead Neanderthals – Craters (Consouling Sounds)
Nog zo’n band die maar niet van ophouden weet: Dead Neanderthals. Ik loop achter want heb de laatste nog steeds niet gehoord, maar dat mag niet wegnemen dat Craters eigenlijk gewoon al in alles voorziet wat je van deze mannen mag verwachten. Als zal het de free jazz fanatici wellicht wat tegenvallen, want daarvan veel minder op deze plaat. In plaats daarvan lijken de heren zich meer en meer op drone te gaan richten. En ook dat gaat ze goed af. Uiteraard blijft er altijd die stuwende power die we van ze kennen, echter wel op een hele andere manier. Zo lijkt de percussie hier veel meer op de achtergrond , of wellicht bewerkt te zijn, waardoor er nog meer ruimte is voor de saxofoon, en in dit geval de bas van gastmuzikant Maxime Petit.
Een fijne indrukwekkende plaat waar de heren wederom weten te verbazen.

 

24. TVO – Wind Die, You Die, We Die (Broken20)
TVO is het geesteskind van de uit Glasgow afkomstige Ruaridh Law. Dat hij een veelzijdig muzikant is werd afgelopen 20 jaar al duidelijk met de verschillende projecten die hij heeft en ook de verschillende albums die hij heeft uitgebracht, maar hier komt dit voor het eerst allemaal samen. Wind Die, You Die, We Die is een album met 4 live optredens die allemaal rond hetzelfde thema van Willem S BurroughsThe Wanderer”.
Voor alle 4 de opnames heeft hij de zelfde brongeluiden gebruikt, maar iedere keer anders. Het resulteert dan ook een zeer diverse release waarin zowel Law zijn liefde voor drone en dark ambient als zijn liefde voor techno naar voren komt. En dit alles pakt hij dan op zijn eigen wijze aan waaruit steeds blijkt dat we toch echt te maken hebben met een briljant muzikant.
Het is niet voor het eerste dat zijn werk mijn eindlijst haalt en ik gok er zo op dat het niet de laatste keer zal zijn, want de geruchten gaan dat de volgende release oa. delen zal bevatten van zijn geweldige optreden tijdens Fiber Festival dit jaar.
Wind Die, You Die, We Die is in ieder geval een aanrader voor iedereen met een warm hart voor avontuurlijke electronische muziek die zich niet direct laat omvatten tot een genre. En verkrijgbaar digitaal en als DVD waarbij de muziek ook is voorzien van 4 videos (waarbij audio per video kan worden gewisseld).

 

23. The Pitch – Frozen Orchestra (Berlin) (Aribtrary)
Een dubbel cassette van dit in Berlijn gebaseerde kwartet bestaande uit Boris Baltschun, Koen Nutters, Michael Thieke en Morjen J. Olsen. Zoals op alle releases improviseert dit kwartet met minimale muziek, waarbij lang aanhoudende tonen de klok slaan. Door het gebruik van akoestische instrumenten en de bijhorende eigenschappen van deze instrumenten, in combinatie met het zo lang als mogelijk aanhouden van noten ontstaan hierdoor natuurlijk drones. Door de verschillende instrumenteigenschappen ontstaan hierin subtiele variaties die voor extra spanning zorgen.
Op deze Frozen Orchestra (Berlin) werkt ook Valerio Tricoli mee, die met gebruik van revox tape recorder extra lagen aan electronica toevoegt waardoor een soort angstig geluid soms naar boven lijkt te komen.
Het resultaat op deze release is erg mooi geworden met veel snijdende dissonanten en patronen om steeds weer in terug te duiken. Toch wel mijn favoriete release van The Pitch.

 

22. Kassel Jaeger & Jim O’Rourke – Wakes On Cerulean (Editions Mego)
Een samenwerking tussen Kassel Jaeger (François Bonnet) en Jim O’Rourke leek toch wel onvermijdelijk en zie hier dus een eerste wapenfeit van dit duo. En het pakt erg goed uit. Op deze ambient plaat komt de combinatie van het toch wel wat meer experimentele geluid van Kassel Jaeger samen met de song-structuren die we zo goed kennen van O’Rourke.
Ondanks dat de plaat maar twee stukken bevat (beide van rond de 17 minuten) zit er toch zeer veel variatie in, waardoor het lijkt dat ze van nummer naar nummer werken.
De muziek is soms donker onheilspellend, waar andere keren juist een soort speels vrolijkheid er vanaf spat. Ook hierdoor wordt het goed duidelijk dat beide heren een duidelijk eigen bedrage hebben geleverd, maar wel een waarin ze elkaar goed hebben gevonden.

 

21. Yann Leguay – Headcrash (Vlek)
Al vrij vroeg in het jaar vroeg ik op Facebook of mensen nog tips hadden voor nieuwe electronische muziek die niet per se minimaal en/of drone was. Deze plaat was een tip die ik kreeg waarvan ik ook na enkele minuten beluisteren wist dat ik hem wilde hebben. Zodoende de zelfde dag nog besteld, en dat was zeker een goede keuze.
Voor deze muziek heeft Yann Leguay gebruik gemaakt van harde schijven die als een soort platenspelers zijn gebruikt, waarbij het draaien magnetische golven genereerd die zijn opgepikt door speciale sensoren.
Je zou hierdoor wellicht niet direct veel variatie verwachten, maar toch zal dat verbazen. Het begint allemaal vrij minimaal met dronende geluiden, maar naarmate de muziek zich verder ontwikkelt ontstaan er steeds meer vreemde geluiden waaruit kraaktjes en bliepjes naar voren komen die uiteindelijk een soort glitch beats lijken te veroorzaken.
Op kant A resulteert dit in een soort eclectische geheel, maar op kant B is het juist veel meer atmosferisch en laidback.
Echt een zeer toffe release die ook nog eens in een hele mooie transparante gevouwen hoes komt.

 

20. Simon Fisher Turner – Giraffe (Editions Mego)
Voor mij was het een nieuwe naam, maar Simon Fisher Turner gaat toch al behoorlijk wat jaartjes mee. Ooit in de jaren 70 begonnen met het maken van popmuziek, in welke hij ook als tienerster uit Britse films. Daarnaast heeft hij een tijdje bij The The gezeten. Ook heeft hij verschillende soundtracks geschreven en nog heel veel andere dingen gedaan. Maar toch is Giraffe voor het eerst dat ik zijn naam voorbij zag komen, wellicht omdat de plaat bij Editions Mego is uitgekomen welke ik toch redelijk goed volg.
Op Giraffe krijgen we een vorm van musique conrete te horen waarin zowel echte liedjesvormen te horen zijn als meer abstracte geluidslandschappen.
Wellicht niet onverwacht, afgaande op de geschiedenis van de man, heeft het geheel een filmisch geluid, doch is het niet zo clichématig als veel andere cinematische muziek. Neem bijvoorbeeld als Clean Page waarin zeer vreemd stemgeluid het geheel overheerst, haast alsof er een maniak aan het werk is die ook nog even ballonnen gaan op blazen.
Echt een intrigerend album wat iedere keer weer de interesse volledig weet op te wekken om verder te luisteren. Wel echt een voor mensen die volledige albums luisteren en niet mensen die losse liedjes shufflen.

 

19. Slowdive – Slowdive (Dead Oceans)
Een van de meest beluisterde albums van dit jaar (maar toch niet hoger dan 19). Eigenlijk wist ik het al bij het beluisteren van de twee eerste vrijgegeven nummers Star Roving en Sugar For The Pill. Gewoon weer vanouds lekkere shoegazer liedjes. Liedjes die mij direct ontroerden (vooral Sugar for the pill). Waar andere revivals van bands meestal aan me voorbij gaan kon ik hier dus eigenlijk gewoon niet omheen. Plaat gekocht, ze live gezien op Rewire (mooi optreden) en in Paradiso (echt een super mooi optreden, top 3 dit jaar), en nu nog steeds geregeld genietend van de mooie liederen.
Weinig nieuws onder de zon, maar toch erg fijn om steeds weer op te zetten.

 

18. Robert Aiki Aubrey Lowe – Levitation Praxis Pt. 4 (DDS)
Eerder releases on de eigen naam Robert Aiki Aubrey Lowe waren vooralsnog altijd een beetje langs mij af gegaan, waar juist zijn releases als Lichens me meestal wel wisten aan te spreken. Toch, dit werk kon eigenlijk niet missen want dat hij hier aan de slag gaat met Bertoia’s Sonabmient sculptuur is wel heel erg bijzonder.
Anders dan de oude meester lijkt het er echter wel op dat hier ook gebruik wordt gemaakt van effecten (doch minimaal). Dit mag echter de pret niet drukken want het gebeurt dan wel met volledig respect voor het instrument. Uiteraard mag ook de stem van Lowe niet missen, iets waar hij toch wel vaak naar terug grijpt (en wat mij betreft volledig terecht). Zo weet hij een fijne atmosferische plaat te creëren waarin zeer veel spanning terug te horen is.
Indrukkwekkende plaat die liefhebbers van Bertoia zijn geluidssculpturen gewoon niet mogen missen.
<iframe width=”560″ height=”315″ src=”https://www.youtube.com/embed/6C7ZF_efX1k” frameborder=”0″ gesture=”media” allow=”encrypted-media” allowfullscreen></iframe>

17. Micromelancolié – Anatomy Of Modern Paintings (Audio Visuals Atmosphere)
Anatomy Of Modern Paintings is een spannende release waarin de basis voor de muziek wordt gelegd vanuit Field-Recordings en spraak opnames. Daaronder horen we lo-fi electronica die een dreigende sfeer weet neer te zetten.
Een mooi kleine release met fijne musique concrete.

 

16. Glice | Coen Oscar Polack – Race To The Bottom (Narrominded)
Het duo Glice (Ruben Braeken en Melle Kromhout) timmert sinds ze weer actief zijn gestaag aan de weg met allemaal toffe releases. Zo kwam dit jaar de eerste volwaardige plaat “Cielo” uit. Toch was het voor mij vooral deze samenwerking met Coen Oscar Polack die mij wist te overtuigen dit jaar. De saxofoon en electronica van Polack is een ware aanvulling op het toch al indrukwekkende werk van Glice waardoor het geluid nog iets voller en rijker wordt.
En door de wat rauwere productie is dit toch wel een hele vette release geworden, die wat mij betreft ook gerust nog op een zilveren schijfje mag uitkomen zodat deze ook voor een breder publiek afspeelbaar wordt.

 

15. Hermann Nitsch – Orgelkonzert Jesuitenkirche 20.11.2013 (Trost Records)
Dat de man van de bloedige aktionen ook een aardig potje orgel kon spelen wist ik al van een uitgave van zijn optreden in de Pauluskerk tijdens Incubate in 2009. En ook op dit album, opgenomen in 2013, laat Hermann Nitsch weer horen een meester te zijn in orgel spel waarbij de drones zich langzaam ontwikkelen.
Langzaam komen er steeds meer lagen bij, waarna er andere weer verdwijnen en zo ontstaat er een mooi samenspel van al de klanken. Dat het echter niet altijd mooi hoeft te zijn komt ook duidelijk aanbod. Soms worden er tonen samen gespeelt die heftige dissonanten creëren, of het geheel tot een donkere dreigende massa maken.
Net zoals zijn aktionen krijgt het geheel hierdoor toch een soort ritueel gevoel, die soms als dreigend aanvoelt. Een spannende releases, die goed indruk weet te maken dus.

 

14. Kassel Jaeger – Aster (Editions Mego)
We zagen zijn naam hierboven ook al samen met Jim O’Rourke, maar toch weet hij solo nog net even wat meer te overtuigen: Kassel Jaeger.
Eigenlijk al zijn albums probeer ik toch wel te krijgen, dus ook deze heb ik vrij snel na uitkomen aangeschaft. Voor de mensen bekend met zijn andere albums van de afgelopen paar jaar zal het niet veel nieuws onder de zon zijn, maar toch is het gewoon weer erg sterk. Binnen de huidige zwaardere ambient blijft hij toch een van de betere muzikanten en ook op dit album is dat gewoon direct hoorbaar. Met oog voor detail weet hij de luisteraar te grijpen in de donkere soundscapes opgebouwd uit field-recordings en abstracte electronica.
Het is zeer interessant om te horen hoe hij eigenlijk zijn eigen vorm van dark ambient weet te maken die net zo goed dreigend is als toch die academische invloed blijft houden (wat in deze dus iets positiefs is).
Na voorgangers zoals Fernweh (wat mijn favoriet van hem is) en ook Toxic Cosmopolitanism en Deltas weer een zeer geslaagde toevoeging aan zijn langzaam groeiende oeuvre.

 

13. John Chantler & Johannes Lunds – Endless Sky (Eigen Beheer)
John Chantler is voor mij al langer een bekende, maar de saxofonist Johannes Lunds was voor mij een nieuwe naam. Lunds is vooral bekend uit de improv en free jazz waar hij al langer actief is en vooral geroemd is vanwege zijn circulaire spel.
Dit spel in combinatie met de electronica van Chantler is eigenlijk een gedroomde combinatie. Dat het zo goed samen zou werken had ik niet verwacht voordat ik de cassette voor het eerst beluisterde. En ook live was dit behoorlijk indrukwekkend.
Het duo improviseert erg sterk samen waarbij Chantler drones neerlegt waarover Lunds vrij spel lijkt te krijgen. Toch speelt Chantler ook weer in op het spel van Lunds waardoor het toch een mooi geheel wordt.
Op kant A horen we Lunds er duidelijk bovenuit, maar op kant B is het vooral Chantler die weet te stomen met zijn modulaire synth, al komt de saxofoon langzaam ook naar voren met een langgerekte noot. Heftig spul
In de twee nummers (waarvan kant B begint met bijna 9 minuten stilte) weet het duo echt te overtuigen. Laten we hopen dat we hier nog maar van gaan horen.

 

12. Magnus Granberg – Nattens Skogar (Version For Four Players?) (INSUB.)
Van een totaal andere orde is de muziek van de Zweedse componist en muzikant Magnus Granberg. Na eerdere releases op Another Timbre en met verschillende bands op onder andere Häpna en Bombax Bombax, presenteert hij hier zijn werk Nattens Skogar op het Zwitserse label INSUB.records van Cyril Bondi en D’Incise, die op deze plaat, naast Anna Lindal, ook mee spelen.
Als je bekent bent met labels zoals Another Timbre en INSUB.records dan weet je dat je hier muziek kunt verwachten waar veel ruimte is voor stilte. Zo ook dus op deze plaat.
De “Four Players” spelen hier prepared piano (Granberg) electronica & harmonica (D’Incise), percussie & harmonica (Bondi) en viool (Lindal).
Al de instrumenten krijgen de ruimte om zich te laten horen, maar vooral ook om zich niet te laten horen. Tussen de instrumenten heerst er zo’n balans dat ze eigenlijk niet direct opvallen, dat terwijl ze er wel heel de tijd zijn. Langzaam evolueren de geluiden zich waardoor steeds nieuwe structuren ontstaan. En dat alles dus heel ingetogen.
Ik vind dit zo’n fijne plaat omdat er ogenschijnlijk zeer weinig lijkt te gebeuren, maar als je heel aandachtig gaat luisteren, worden de melodieën en veranderingen daarin steeds duidelijker. Dit is wat voor mij dit soort muziek zo leuk maakt.

 

11. Gareth Hardwick – Experiment.3 (Low-Point)
Gareth Hardwick volg ik al vrij veel jaren en meestal weet hij mij toch wel weer te verblijden met zijn muziek. Zo ook op deze cassette waarop twee drone composities terug te horen zijn. Zoals de namen van de nummers al verraden is het eerste stuk voor 4 gitaren die langzaam met elkaar interfereren en zodoende allemaal boventonen creëren. Echter zijn de boventonen pas ontstaan nadat Hardwick de gitaar geluiden samen heeft gevoegd want allen zijn apart van elkaar opgenomen. Hardwick weet hier nog een extra draai aan te geven door ook melodische elementen terug te laten komen waardoor er nog net wat meer gebeurd dan gewoon alleen de pure drone.
Hetzelfde trucje heeft hij herhaalt met Seven Organs waarbij hij 7 keer een Lorenzo Chord Organ heeft opgenomen om de opnames daarna samen te voegen zonder enig gebruik van processing of effecten. Van de twee tracks is dit wel mijn favoriet, waarschijnlijk omdat ik een grote voorliefde heb voor het geluid van Chord Organs (ooit een dag zal ik het Bontempi Wind Organ Orchestra oprichten), maar beide zijn erg aangenaam om te beluisteren.
Een fijne ambient drone release waar je lekker op kunt wegdromen.

 

10. Insub Meta Orchestra – 13 & 27 (Another Timbre)
De heren Cyril Bondi & D’Incise (van nummer 12) zijn ook op dit album terug te vinden. Het zijn zelfs een composities van hun hand.
Om te starten moet het direct gezegd worden dat het Insub Meta Orchestra wel heel bijzonder is. Op dit album bestaat het uit maar liefst 31 muzikanten die allemaal hun eigen bijdrage leveren. Dit collectief, totaal uit 50 muzikanten bestaand, is in het leven geroepen door Bondi en D’Incise met als doel om te gaan experimenteren met zo’n groot mogelijke groep muzikanten.
De twee stukken hier hebben een verschillende insteek. Voor 13 unissons is de groep onderverdeelt in 13 groepen van 2 tot 3 mensen die allemaal een noot in unisoon speelden. Iedere groep mocht zoveel spelen als ze wilden, maar toch nooit meer dan 3 a 4 groepen tegelijk. Hierdoor ontstaat in de muziek een open structuur waardoor er continue nieuwe organische veranderingen plaats vinden.
Het tweede stuk 27 times is heel anders opgebouwd. Hier kregen de muzikanten veel meer de vrije hand om hun meest persoonlijke unieke geluid te maken. Dit moest iedere muzikant 27 keer herhalen, terwijl het orkest in 4 was opgedeeld (percussie, strijkers, wind instrumenten en electronica). De groepen moesten 3 keer een sequentie van 3 spelen gedurende 3 momenten (volgt u hem nog…). Anyhow, het resultaat is mooie minimale muziek die zich zeer langzaam ontwikkelt en de geduldige luisteraard weet te verrassen.
Muziek waar dus veel geduld nodig is, maar daarna wel heel vele oplevert.
Meer en meer beginnen dit soort werken mij aan te spreken en zo dus ook deze CD.

9. Yannis Kyriakides – Subvoice (Unsounds)
Al bij de eerst keer horen viel de dubbel CD Subvoice van Yannis Kyriakides hard. Met de composities hier uitgevoerd door een collectief aan muzikanten (oa. Philharmonie Zuidnederland, Anne La Berge, Reinier van Houdt, Dario Calderone, Franscesco Dillon en nog vele anderen) weet hij stuk voor stuk te raken.
Neem bijvoorbeeld het eerste stuk “Words And Song Without Words” voor electronica en cello wat een mooi melancholisch gevoel weet op te roepen.
Toch is het niet alleen melancholie, ook is er veel ruimte voor experiment, zoals in eigenlijk al de andere nummers duidelijk naar voren komt. Dissonanten gemaakt door de violen en andere strijkers komen vaak terug, maar ook vreemd bewerkte stemmen of abrupte volume en tempo wisselingen.
Een indrukwekkende collectie aan moderne gecomponeerde muziek waarin steeds nieuwe dingen blijven bovenkomen om te ontdekken.

 

8. Frans de Waard – Hot August Night (White Paddy Mountain)
Enkele weken terug schreef ik al een NNM bericht over dit album, ik sta nog steeds achter dit stuk dus bij deze (een verkorte verzie):
Dat Frans de Waard veel meer aandacht verdient dan hij krijgt toont onder andere zijn nieuwe album onder eigen naam Hot August Night (uit op het label White Paddy Mountain). Op dit album komt zijn liefde voor minimalisme en Ambient samen. Daarnaast is het ook een heel persoonlijk album dat is opgenomen tijdens de periode dat zijn moeder ongeneeslijke ziek is geworden en de periode na het overlijden.
Anders dan je wellicht zou verwachten is de muziek daardoor niet heel zwaar geworden, eerder is een stuk voor contemplatie, een waar rustgevend werk waarin wel duidelijk ruimte is voor melancholie, maar waarin je als luisteraar ook die kunt wegdwalen.
Het stuk draait om een aantal piano noten die blijven herhalen, en waaromheen langzaam steeds meer effecten iets toevoegen . De verandering is echter zo langzaam dat deze haast niet opvalt. Iets waardoor een fijne meditatieve luister ervaring ontstaat. In die zin is het ook heel anders dan De Waard zijn andere recente werk als Modelbau wat heel rauw ontstaat door improvisatie. De muziek op Hot August Night is subtiel en gedetailleerd uitgewerkt; iets waar duidelijk de tijd voor is genomen, iets wat de luisteraar hier ook aan zal moeten geven om zich volledig on te laten dompelen.
Hot August Night is een zeer mooi werk, en een van de betere ambient albums dit jaar waarmee De Waard toont bij de top te horen en zeker meer aandacht verdient dan hij nu krijgt.

 

7. Ellen Arkbro – For Organ And Brass ( Subtext )
Een nieuwe naam in het drone landschap en direct een die hoge ogen gooit met debuut For Organ and BrassEllen Arkbro Op het album vinden we twee composities (maar met een download is de 3e track ook te krijgen) die allen draaien om de drone. In het titel nummer van 20 minuten is dit een drone gemaakt door kerkorgel en en brass instrumenten. Wellicht niet toevallig vinden we in de brass sectie enkele bekende namen terug met Hillary Jeffrey en Robin Hayward die beide hun strepen in de minimale muziek wel hebben verdiend met verschillende projecten. Daarnaast zijn er ook nog, voor mij onbekende, artiesten bij betrokken. Het komt dan ook niet als verrassing dat we hier te maken hebben met microtonale veranderingen, al worden er ook wel langzame melodieën gespeeld.
De combinatie van het orgel en de brass is erg mooi, iets waar ik vooraf eigenlijk niet bij stil had gestaan. Het stuk laat een zeer grote indruk achter en het is iets waar ik maar van blijf genieten.
In het tweede stuk genaamd Three horen we alleen de brass sectie, wat samen met twee eerder genoemden wordt aangevuld met Elena Kakaliagou op hoorn. Dit stuk is iets rijker in melodieën, maar toch ook minimaal genoeg om lekker te dronen.
Waarom track drie Mountain of air niet op het album is gekomen is mij niet gehele duidelijk, er was echt nog ruimte genoeg over en pas goed bij als aanvulling of Three, want hier worden de akoestische drones van de hoorn, trombone en tuba verder uitgediept.

 

6. Machinefabriek – BECOMING (Eigen Beheer)
Eerder schreef ik een NNM over dit album en daar schreef ik het volgende:
Met BECOMING presenteert Machinefabriek zijn 11e uitgave alleen dit jaar uitgekomen (enkele EP’s, samenwerkingen, live opnames en ook solo albums). Op BECOMING laat hij horen dat de hoge kwantiteit hem echt niet in de weg zit om ook echt kwaliteit af te leveren.
BECOMING is een compositie behorend bij de gelijknamige dansvoorstelling van Iván Pérez. Na eerder samenwerkingen, zoals Attention the doors are closing, hebben ze met BECOMING een nieuwe stap voorwaarts genomen, een waarbij de muziek is ontstaan gedurende de repetities met de dansers. Waar eerdere composities werden afgespeeld van CD, is voor BECOMING gekozen om de muziek live uit te voeren tijdens de uitvoeringen.
Omdat in de dansvoorstelling veel ruimte is voor improvisatie komt dit ook in de muziek terug, echter wel op een gestructureerde manier. In het werk zit een lijn die bij alle voorstellingen terug zal komen. Dit is iets wat ook duidelijk te horen is als je de CD opname naast de opname van de premiere in Bassano (die als gratis download bij aankoop wordt geleverd) legt.
Het stuk is een erg spannend divers werk geworden waar zowel ruimte is voor minimale drones als melodische elementen die ook wel doen denken aan de soundtrack van Astroneer (alleen minder speels). Door de verschillende fases die het werk doormaakt wordt continue de aandacht getrokken om goed te luisteren, iets wat het werk uiteraard extra interessant maakt.
Niet alleen klinkt de muziek spannend, maar ook spreekt er een melancholische, haast beklemmende sfeer van het stuk uit. Iets wat helemaal naar voren komt tijdens het middenstuk en het laatste stuk waar in de muziek gebruik wordt gemaakt van opnames van Mariska Baars (Piiptsjilling / Soccer Committee).
Machinefabriek weet met dit album echt te raken en toont hier dat hij blijft groeien in zijn muzikale spectrum. Terwijl zijn vrije werk zeker de moeite waard is en meerdere parels bevat laat hij met BECOMING horen dat hij misschien nogal wel beter is als er een opdracht aan hem wordt gegeven. Deze behoort echt tot zijn beste werk tot nu toe.

 

5. Phill Niblock – Rhymes With Water (God Records)
Al eerder schreef ik dat je soms gewoon niet echt wil dat artiesten veranderen, met Phill Niblock hebben we zo’n artiest. Al verschillende albums brengt hij ongeveer steeds hetzelfde idee weer naar voren, echter steeds weer met een andere uitvoering. En zo ook op Rhymes with water. Mensen bekend met zijn werk weten uiteraard exact wat te verwachten en gelukkig lost hij de volle verwachting in. Mooie minimale drone waardoor minimale verschuivingen steeds nieuwe structuren in de muziek ontstaan.
Hier zijn de gebruikte geluiden opnames van fluit en in het tweede stuk ook stem.
Zoals ik al zei niet echt iets nieuws dat we te horen krijgen, maar toch weer super mooi. Drone zoals ik deze het liefste hoor.

 

4. Fleet Foxes – Crack-Up (Nonesuch)
Vanaf de eerste keer horen wist ik het wel, dit werd er een voor de eindlijstjes. Hoe dan ook het meest beluisterde album van 2017 voor mij (maar toch niet nummer 1…).
In schaduwkabinet Week 26 schreef ik het al: Het schijnt nogal vreemd te worden gevonden dat ik een zeer grote liefhebber van Fleet Foxes ben (misschien iets te maken met mijn interesse in veelal obscure onbeluisterbare muziek ofzo), maar toch ging begin dit jaar mijn hartje sneller tikken toen ik te horen kreeg dat er een nieuw album zou komen dit jaar: Crack-Up
En na deze afgelopen weekend te hebben gekocht kan ik niet anders zeggen dan terecht…
Wederom flikken de heren het om mijn helemaal te grijpen met de mooie liedjes waar binnen de composities heel veel ruimte is voor vreemde wendingen en experiment. Waar op Helplessness Blues al duidelijk een rijker geluid te horen was zetten de heren dit op op Crack-up ook voort. Rijke orkestraties voor een groot ensemble aan muzikanten vullen de folkliedjes aan zodoende een nog warmer geluid te laten horen. Het is vol, heel erg vol, maar in dit geval is dat eens een keer niet erg.
Wederom een hele fijne plaat en een zeer terecht stap naar Nonesuch.

 

3. Éliane Radigue – Occam Ocean 1 (Shiiin)
Nog eens een dubbel CD van de grand dame van de drone. Dit was er een waar ik zeer naar uitkeek na al redelijk veel te hebben gelezen over waar Éliane Radigue allemaal mee bezig was. En het was het wachten meer dan waard.
Na het werk Naldjorlak, wat een eerste compositie was voor verschillende instrumentale samenstellingen heeft ze haar compositie ideeën nog verder uitgewerkt en daarin haar vrijheid gevonden. Op Occam Ocean 1 resulteert dit in verschillende werken waarbij na goed overleg met de muzikanten zij met een aantal afspraken, maar ook met veel vrijheid aan de slag konden gaan. De gesprekken gingen vooral over het gevoel van water, hoe klinkt het stromen van water, of hoe klinkt een grote oceaan en allerlei andere onderwerpen gerelateerd aan open water.
En de muziek liegt er niet om. Neem bijvoorbeeld het stuk gespeeld door Rhodri Davies waarbij hij met zijn harp (en vermoedelijk) e-bows aan de slag gaat. In de bijna 30 minuten muziek weet hij een fantastisch mooi Drone landschap neer te leggen waarbij het geluid langzaam vloeit, inderdaad als ware het een rivier.
Niet anders dan verwacht bij de muziek van Radigue is het geheel minimaal, maar toch erg rijk. De muziek vraagt dan ook voor veel aandacht tijdens het beluisteren, maar geduld loont in deze. Wederom laat Radigue horen dat ze nog steeds, zelfs op 85 jarige leeftijd, de top van de drone is, zelfs als ze niet meer achter haar ARP 2600 zit. Zelf zou ze in haar bescheidenheid het wellicht niet erkennen, maar dat siert haar werk alleen nog maar meer.

 

2. Andrew Weathers Ensemble – Build A Mountain Where Our Bodies Fall (Full Spectrum Records)
In het schaduwkabinet van week 42 schreef ik al “Het 18 koppige ensemble zet met “Build A Mountain Where our Bodies Fall” een van de beste platen voor het jaar neer, die het zeker tot het eind lijstje gaat halen. Echt zonde dat deze plaat niet een betere distributie in Europa heeft, want veel mooier dan dit zal het de rest van het jaar echt niet meer worden” en dat leek toch zo’n beetje te kloppen.
Na het fenomenale “Fuck Everybody, You Can Do Anything” uit 2015 is Andrew Weathers nu terug met zijn ensemble voor het album “Build A Mountain Where Our Bodies Fall”, het 4e album van dit Ensemble (en het zoveelste van Andrew Weathers die ook solo behoorlijk hard aan de weg timmert).
Dit goed bewaarde geheim uit de Amerikaanse woestijn wist met de voorganger mij totaal om ver te blazen, zo dat bij horen dat deze nieuwe langspeler uit zou komen ik er direct een hele hoop heb besteld (spijtig genoeg is er geen andere EU distributie voor deze plaat, dus heb ik deze dappere stap maar genomen). En dit is een zeer goede keuze geweest want ook deze plaat is weer geweldig. De combinatie van Southern folk met minimal music en minimalism blijft ook op deze plaat voor verbazing zorgen.
Op het eerste gehoor lijkt dit een vreemde combinatie, maar juist bij een paar keer beluisteren valt alles duidelijk goed samen. De muziek doet zowel denken aan Steve Reich als aan Michael Pisaro, maar dan met de folk van Magnolia Electric Co., Wooden Wand en Woven Hand gemixt. En omdat geheel af te maken, iets waar je wellicht even aan moet wennen, wordt de stem ook nog volledig door autotune gehaald.

 

1. Sarah Davachi – All My Circles Run (Students Of Decay)
Dit brengt ons dan eindelijk bij mijn nummer 1 van 2017. In Schaduwkabinet week 26 schreef Ik het volgende over deze plaat:
Begin deze maand stond de nog jonge Sarah Davachi in de Ruimte in Amsterdam waar ze een van de mooiste live sets van het jaar liet horen. Dit was maar voor een zeer klein publiek van zo’n 10 mensen. Dat dit lage aantal echt zwaar onterecht is, is ook weer duidelijk bij het beluisteren van All My Circles Run, een album waarop Davachi voor het eerste van de computer weg stapt en in plaats daarvan muziek heeft gemaakt voor akoestische instrumenten. Het eind resultaat liegt er niet om, want de 5 stukken zijn een voor een indrukwekkend. Er is duidelijk te horen dat Davachi inspiratie weg haalt bij Eliane Radigue, maar weet dit wel een geheel eigen draai te geven. Dit doet ze door voor 5 verschillende instrumenten (incl. Stem) composities te schrijven. In deze is er zowel ruimte voor microtonale veranderingen als voor melodieuze afwisseling (zoals in For Piano).
Een zeer sterk album zowel op vinyl als CD uitgegeven, en ook een voor de eindlijstjes. Veel beter dan dit ga je drones niet krijgen.

Nu eind van het jaar sta ik hier nog steeds achter, en blijft het toch gewoon de plaat waar ik met het meeste plezier naar heb geluisterd.
Haar muziek is echt de ontdekking van het jaar voor mij, want vorig jaar had ik haar platen nog gemist (toen was het alleen een naam die ik voorbij had zien komen), waarvan Dominions nu ook tot een van mijn favorieten van dat jaar behoort.
Een mooi fris geluid van een nog jonge muzikante in het drone spectrum.


Zoals ik bovenaan al aangaf dit jaar de releases die ik met Moving Furniture Records uitgegeven he niet in de lijst. Echter behoren ze voor mij wel echt tot de top releases van dit jaar.
Dat waren dus de volgende 11 releases in chronologische volgorde:

Radboud Mens & Matthijs Kouw – 1
Drone gemaakt met akoestische instrumenten, modulaire synths en software, die verwijst naar de Amerikaanse Minimalisten van de vorige eeuw en het werk van Eliane Radigue. Dit is deel een van een serie waarop per werk een noot als basis wordt gebruikt.

David Fyans – Trübhand
Twee persoonlijke stukken waarin Fyans zijn ervaringen tijdens verblijf met zijn vrouw in Duitsland, verbannen van het eigen land (Schotland) vanwege gebrek aan visa voor zijn vrouw. Twee drone stukken over de isolatie en eenzaamheid in een plek ver van huis.

Martijn Comes – Interrogation Of The Crystalline Sublime
Een uur lange excursie door langzaam ontwikkelende drone soundscapes die diep weten te raken, aangevuld met 8 interpretaties van dit stuk door andere muzikanten waaronder Giulio Aldinucci, Haarvöl en Mitchell Akiyama.

Cristian Alvear, Cyril Bondi, D’Incise – Stefan Thut: ABC 1-6
Uitvoering van nieuw werk van Stefan Thut waarin veel ruimte is voor stilte. Een album waar je steeds weer nieuwe dingen in hoort.

Orphax – 2.20
Twee verschillende minimale drone composities die zowel los van elkaar als tegelijk te beluisteren zijn. Dit werk is direct geïnspireerd door het werk Vice Versa.. van Eliane Radigue.

Orphax & Machinefabriek – Weerkaatsing
Twee van Nederlandse meest actieve geluidskunstenaars komen samen om hun krachten te bundelen. Ze remixen elkaars werk en maken samen een zeer sterke compositie waarin ze echt samenkomen.

Haarvöl – Bombinate
Portugees trio is terug met een nieuw werk van cinematische ambient waarin veel ruimte is voor field-recordings en warme drone geluiden. Een rijk album en het eerste deel van een trilogie.

Jean-Luc Guionnet & Miguel A. García – Parkustomnie
Eerste van twee releases waarin dit duo electro-akoestische improvisaties spelen voor kerkorgel en electronica. Op dit album twee stukken waarin subtiliteit een grote rol speelt. Op laag volume hoor je dan ook een totaal ander album dan op hoog volume.

Frank Crijns – Shade Of Impulse
Muziek waarvoor Frank Crijns zelf de term N-bient heeft bedacht. Een combinatie van ambient, electro-akoestische compositie, field-recordings en minimalisme.

Gagi Petrovic – dp[a] + hsh
Een album waarop 2 verschillende projecten samen komen. Glitchy rimtes, met stemmen en electronica geïnspireerd door een spraak stoornis, en 2 electro-akoestische composities voor een dansvoorstelling over oppressie.

Distoted Nude – The Sprawl
Glenn Dick (ex-Find Hope In Darkness) is terug met een nieuw project waarin hij met gitaar en effecten drones en transcendentale ambient mixed met post-rock invloeden.


Daarnaast was er dus veel eigen werk als Orphax dit jaar , waarvan je hierboven al twee albums zag staan.Verder zijn er, in chronologische volgorde de volgende releases van mijn had gekomen:
Martijn Comes & Orphax – Untitled (Album, eigen beheer)
Dream Sequence #3 (EP, Taâlem)
2.20 (album, Moving Furniture Records)
Warschauer Straße (album, Opa Loka Records)
Orphax & Machinefabriek – Weerkaatsing (album, Moving Furniture Records)
Studies In Dissonance (single, Champion Version)
Dream Sequence #4 (EP, eigen beheer)
Somniātōrēs (album, eigen beheer)

Daarnaast waren er een paar remixes waarvan ik een speciaal wil noemen vanwege het zeer mooie project. En dat is Chris Dooks – AlpenOo [Fundreaiser] remix project (Chris Dooks).
Al het geld hier mee opgehaald gaat naar betere zorg voor de dochter van Chris Dooks die een zeldzame ziekte heeft.
Mocht je dus zoiets hebben aan het eind van het jaar, of het begin van het nieuwe jaar ga dit dan zeker steunen. Je krijgt er een lading mooie muziek voor terug.

Fijn 2018, met veel nieuwe muziek om te ontdekken.

[Sietse]