NNM: Twee keer conceptuele muziek: Gagi Petrovic en Zeno van den Broek

NNM is een serie waarin we nieuwe muziek van Nederlandse artiesten bespreken

dp[a] + hsh – Gagi Petrovic en Paranon – Zeno van den Broek (Moving Furniture Records)

Ik ga me wagen aan conceptuele muziek, muziek die niet draait om puur mooi te zijn of lekker te klinken, ook niet om op te dansen te pogoën of headbangen, nee muziek waar een idee achter zit en die in geordend geluid iets wil weergeven/vertellen. Ik vind dit een interessante uitdaging omdat je jezelf niet kunt laten leiden door smaak of voorkeur, althans dat vind ik toch. Nee je moet je proberen in te leven in het verhaal van de componist en proberen te pakken of wat hij/zij of x er mee heeft proberen weergeven.

Gagi Petrovic – dp[a] + hsh
dp[a] van Gagi Petrovic vertrekt vanuit een zeldzaam spraakgebrek genaamd aprosodie, dat zich uit in ongewone verandering van ritme, volume en toonhoogte terwijl men spreekt. Dat dit lastig kan zijn hoef ik niet uit te leggen, vermoed ik. Petrovic echter die stelt dat dit juist ook een kans kan zijn om jezelf op een ultieme wijze te uiten. Ik denk hierbij direct aan een bizarre vorm van slam poetry of woordkunst, dan kan dit inderdaad interessante uitingen opleveren, uitingen die buiten deze aandoening waarschijnlijk nooit zo zouden ontstaan.

Laten ik me nu eens richten op de muziek: dp[a] 1_2.35 opent met een soort van glitchy soundscape, die op een bepaald ogenblik lijkt vast te lopen, gevolgd door een stille passage waaruit langzaam de track met horten en stoten terug wordt opgestart. Ik kan me wel een voorstelling maken bij hoe hier de link naar dp[a] gelegd wordt, vooral ook later in de track wanneer er zeer abrupte tempo en volume wisselingen zijn. Wat ik vooral ook sterk vind, is de overgang naar de tweede track dp[a] 2_2.35 omdat deze niet bepaald subtiel is. Ik mis in de tweede track die abrupte een beetje en snap die zware drone (metal gitaar ?) niet direct, omdat ik het iets te normaal ritmisch vind lopen. Ik had het einde dan ook veel chaotischer gedaan. dp[a] 3_3.38 start als een glitch-hop track, maar ritmisch loopt het allemaal wat warrig. Het is een mooie brug naar een “normale” zin die ritmisch verstoord wordt. De track bouwt verder op en voegt harde tonen toe en ook abrupte interrupties. Ook hier kan ik me tegen het einde voorstellen dat het gaat om een gesprek met iemand die aprosodie heeft. Het laatste nummer geeft meer toonhoogteverschillen weer, waarvan ik denk dat dit nog beter kan. Alhoewel ik wel vind dat met name het einde in de buurt komt van het ongemakkelijke gevoel dat communiceren met iemand met een spraakgebrek soms met zich mee kan brengen. Al met al denk ik dat dit een interessante eerste poging is. Hetgeen wel een extra zou zijn bij een eventueel vervolg is een aantal opnames van iemand met aprosodie, zodat we kunnen horen wat het echt is.

Tweede deel Hsh is gebaseerd op het woord Haschoema, wat “Schaam je” betekent. Dit woord wordt in de Marokkaanse cultuur gebruikt als iemand, met name een vrouw, ongepast gedrag vertoont. Dit ene woord omvat een begrip, een gevoel, iets wat wringt.
Petrovic is gevraagd om muziek te componeren voor een dansduel over dit thema door Mouna Laroussi van Dansmakers. Petrovic heeft dit opgevat als een opdracht om het thema onderdrukking te vatten in muziek. Ik vind dat hij in deze opdracht geslaagd is, zeker in Hsh 2-3. Daar laat hij een prachtige opbouw horen vol spanning en unheimische gevoelens. Er zit zelfs een soort verwrongen schoonheid in de track op bepaalde momenten, maar het ongemakkelijke gevoel laat je nooit helemaal los, net zoals onderdrukking je nooit helemaal vrij laat.

 

Zeno van den Broek – Paranon
De 2 composities op Paranon van Zeno van den Broek zijn gebaseerd op de Canon als compositie vorm. Ik leerde zelf al vroeg deze vorm van muziek kennen tijdens de muzieklessen op de lagere school. De klas werd dan bijvoorbeeld in drieën gedeeld en groep 1 start met het zingen van een vers van een liedje. Na het eerste vers zingen ze door met het refrein terwijl groep twee het 1e vers inzet. Nadat de tweede groep aan het refrein is, zet de derde groep vers 1 in, enzovoort. Dan krijg je een heel interessante mix van stemmen en klinkt het wel spectaculair als het goed gebeurt. Uiteraard kun je dit ook in twee of meer groepen uitvoeren. Van den broek laat echter geen (kinder)koren zingen, maar gebruikt de canon in de vorm van een parameter van sinusgolf generatoren. Deze parameter zorgt ervoor dat de sinusgolven op een bepaalde duur na elkaar worden afgespeeld en ook van toonhoogte en/of ritme variëren. Van den Broek heeft de generatoren zo geprogrammeerd dat hij de sinusgolven met grote precisie kan manipuleren, wat een heel interessant spanningsveld kan opleveren.

De gedachte achter dit werk vind ik geweldig, ik ben ook een liefhebber van minimalisme, maar het moet me wel raken, het moet me iets doen. Ik hoor in de composities zeker het gegeven canon terugkomen, maar ik vind het jammer dat de composities niet meer gelaagd zijn. Als ik terugdenk aan canons die ik gezongen heb dan gebeurde er echt iets met de tonen en speelden ze als het ware met elkaar. De som was meer dan het totaal van de individuele delen. Ik mis dat in dit werk een beetje. Ik had verwacht meer dan twee lagen over elkaar heen te horen, en eventueel een opbouw naar een soort apotheose waarin de sinusgolven op het einde samenvloeien.

Toch wil ik eindigen met een positieve noot. Ik vind het een heel mooi idee om principes uit oude muziek, de oudst bekende canon compositie stamt uit de 13e eeuw, terug te laten komen in experimentele conceptuele muziek anno 2018.