NNM: STASJ – Soft Forces

NNM is een serie waarin we nieuwe muziek van Nederlandse artiesten bespreken.

Over abstracte schilderkunst wordt nog wel eens spottend gedaan. Die lijnen en paar kleuren, dat kan mijn kind ook! Toch moet je dikwijls een verdomd goede schilder zijn om tot zo’n werk te komen (uitzonderingen daargelaten). Piet Mondriaan is ook niet met non-figuratieve en abstracte kunst begonnen, maar gewoon als een begenadigd schilder. En smaken verschillen, dus de één prefereert een herkenbaar plaatje en de ander een abstracte uitvoering; of beide, dat kan natuurlijk ook. Eigenlijk gaat die vlieger ook op voor muzikale plaatjes. De één houdt van rechttoe rechtaan muziek en de ander van de meer abstracte of toegepaste muziek, of wellicht zoals ik van ook beide.

Stefanie Janssen zit er eigenlijk tussenin met haar muzikale project STASJ, waarvan onlangs de cd Soft Forces is verschenen. Deze Nijmeegse zangeres, multi-instrumentalist en componist beweegt zich dan ook ergens tussen folk, klassiek, improvisaties en experimentele pop. Zo is haar ep Aan (2014), nog onder haar eigen naam gemaakt, een verzameling van Nederlandstalige songs. In deze meer folk- en singer-songwriterachtige liedjes hoor je goed wat een ontzettend goede zangeres Janssen is en dat ze beschikt over een kristalheldere prachtstem. Toch laat ze daar ook al kleine experimenten horen, zoals in het fraaie nummer “Mijn Liefste”. Ook dienen zich hier klassieke elementen aan. Het is een mooi visitekaartje, dat aantoont dat Janssen van een eigenzinnige aanpak houdt.

Inmiddels is ze overgestapt op STASJ, dat live versterkt wordt door Joost Visser (drums, beats) en Mathijs Van Til (toetsen, sampling). Op het album Soft Forces neemt ze zang, gitaar en keyboards voor haar rekening en krijgt ze her en der steun op beats, synthesizer, gitaar, trompet, bas, percussie, gitaar en drums. Met name het gastoptreden van Richard Van Kruysdijk (Phallus Dei, Daisy Bell, Palais Ideal, Strange Attractor, Sonar Lodge), die in 5 van de 10 nummers met uiteenlopende instrumenten opduikt, valt me daarbij op. Janssen kiest op dit werk voor een experimentele, soms behoorlijk abstracte aanpak. Dat geldt voor de muziek, maar ook voor haar zang, die je dikwijls meer als stemkunst moet bestempelen. Hieraan kan je goed horen wat een geweldige vocalist en muzikant ze is. Dat is ook de reden waarom ik over Mondriaan ben begonnen. Je moet goed in deze discipline zijn, wil je iets dergelijks als dit kunnen maken. De veelal elektronische muziek weet dan ook steeds te verrassen door de onconventionele en ontwapende aanpak. Het is alsof je inkt in een glas water giet, waarbij de inkt alle kanten opgaat met wonderlijke en verrassende bewegingen maar toch één ruimtelijk geheel weet te vormen. Janssen bewerkstelligt dat ook met de muziek. Deze bestaat uit tegendraadse of contrasterende ritmes die over elkaar heen gelegd worden, waardoor ze nog de andere instrumenten vlecht plus haar gevarieerde zangpartijen. Toch vormt dit één avontuurlijk totaalplaatje. Op de achtergrond kan dit naar buiten treden als een sfeervolle mix van nachtelijke jazz en pop, doorspekt met IDM, avant-garde en electro. Een meer geconcentreerde luisterbeurt geeft echter de knappe complexiteit en diepgravende poëtische schoonheid van dit alles pas echt bloot. Nergens maakt Janssen het eenvoudig voor de luisteraar, maar het kost geen enkele moeite om als een blok te vallen voor dit wonderschone, innovatieve geheel.