Kommil Foo – Schoft 20-02-2018 CCHA

Zomaar een dinsdagavond vrijblijvend entertainment met de gebroeders Walschaerts? Dat zit er niet in bij hun, integendeel, hun shows grijpen je bij je kladden en schudden je wakker en zetten je aan tot het stellen van vragen. De broers, Raf en Mich Walscherts afkomstig uit Essen, zijn officieel gestart als Kommil Foo in 1988. Hun shows zijn vol grappen en grollen, confronterend, verontrustend en echt. De combinatie met het muzikale talent van de broers maakt dat ze in die bijna 30 jaar (ze zijn inmiddels “rond de 50”) nog altijd relevant zijn en de theaterbezoeker niet onbewogen naar huis laten gaan.

Schoft heet hun inmiddels 18de voorstelling, en het gaat over de mens. Een wonderlijk wezen die mens, alleen al hoe hij zich staande houdt op die twee stronken die wij benen noemen. De show opent met een wetenschappelijke ontleding van een prachtig specimen van de mens (Raf die bijna naakt op een disksectietafel ligt). Mich bekijkt en bespreekt dit wonderlijke wezendat zowel robuust als kwetsbaar is. De mens en wat de mens drijft is de rode draad doorheen deze voorstelling, en bij uitbreiding een rode draad door heel hun oeuvre.

De titel schoft komt van de schoft die de mens kan zijn, zeker als je kijkt naar het toegenomen terrorisme van de afgelopen jaren. Maar een mens is ook een engel, in staat tot hele mooie dingen: liefde, muziek, wetenschap en filosofie, daar kunnen we met recht trots op zijn.

Een mensenleven is vaak in contrast als zwart en wit of het hele gebied van donkergrijs tot heel lichtgrijzig-wit er tussenin. De broers illustreren dit contrast treffend door een sketch over een man die ze uit het raam van een restaurant zien bedelen. Raf en Mich al slurpend van een oester aan de champagne, de bedelaar op een stuk karton in de kou. Op straat hadden ze de bedelaar “niet gezien”, nu is hij een doorn in het oog. Als je luistert bekruipt je het gevoel van herkenning en schaamte, hoe vaak loop ik zonder het te (willen) zien een bedelaar voorbij? En als het ons soms even te veel wordt, kopen we ons schuldgevoel af en geven we een bedelaar 1, 2 of heel misschien 5 euro.

Een ander hekelpunt aan die eigenaardige mens is dat zijn leven eindig is, een feit dat ze allemaal weten, en waar de meesten bang van zijn. Er is een opvallende overeenkomst tussen de wijze waarop wij in deze wereld aankomen en hoe we die weer verlaten: naakt, kaal en afhankelijk. Ze beelden deze wijsheid op treffende wijze uit als Mich hoog boven in het decor al krijsend als een pasgeboren kind verschijnt en op intense wijze het leven “leeft” en tenslotte brabbelend als dementerende bejaarde weer verdwijnt.

Gedurende dat eindige leven wordt de mens dan ook nog voortgestuwd door 3 zones, “hoofd”, “hart” en “piemel”. Zij jagen de mens voort tot een bestaan van gulzigheid, ijdelheid en (seksueel) genot. Hierbij is de mens vaak schofterig en egoïstisch tot op het bot.

Gelukkig heeft de mens ook nog een moreel besef, een geweten, dat is wat ons uniek maakt tussen de andere dieren. Door deze unieke eigenschap is de mens ook in staat tot onzelfzuchtige daden, mededogen en vergeving.

Blijven we zitten met een schuldgevoel, verdriet en gemis, dan vertellen en zingen de broers, kom trek uw schoenen aan, neem uw verdriet en verpak het en gooi het dan in de kleiput achter het dennenbosje bij de boerderij van tante Lis.

Daarna gaan we vol twijfel en met het hoofd opgeheven verder, ja zelfs met voorzichtige hoop voor de toekomst…