Het schaduwkabinet: week 50 – 2017

Worden wij plots weer ondergesneeuwd door al die releases voor onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: As A New Revolt, Autunna Et Sa Rose, Angelo Badalamenti, Evelien van den Broek, Adrian Corker/ Jack Wyllie, Çub, Dark Radish, Emilía, Ensemble 0, Kapela Maliszów, Yann-Fañch Kemener/ Florence Rousseau/ Aldo Ripoche, Mydy Rabycad, OCS, Tom Rogerson with Brian Eno, Anna Ternheim, The Ukrainians, Virginia Wing / Xam Duo, Vlimmer (2x), Norman Westberg, Gili Yalo en Trio Quater.

 


 

Jan Willem

As A New Revolt – Speechless (cdep, Atypeek Diffusion/ Sand Music)
Soms is er maar heel weinig nodig om indruk te maken. Zo bestaat het Franse As A New Revolt slechts uit het duo Manu Barrero (zang, machines) en Julien Lhuillier (drums). Na een eerdere mini presenteren ze nu Speechless, wederom een mini met slechts 4 tracks. Ze brengen een opzwepende en ijzersterke mix van hardcore, funk metal, industrial en hip hop met een flinke punkattitude. Dat doet denken aan een geweldige kruisbestuiving van Rage Against The Machine, Skatenigs en Drill (deze). Als je de muziek hoort, verwacht je echt niet dat dit slechts het resultaat van 2 personen is. Met hun eerste mini gaven ze al een overtuigend visitekaartje af, deze gaat daar met gemak overheen. Een band om heel goed in de gaten te houden!

 

Autunna Et Sa Rose – Entrelacs Et Sa Rêve (cd, Atmosphere / Five Roses Press)
Het Italiaanse project Autunna Et Sa Rose wordt al in 1994 opgericht door Saverio Tesolato (piano, elektronica, zang, poëzie, elektronica, composities) met als doel om muziek en poëzie samen te smelten tot een nieuwe emotionele uitdrukkingsvorm. Maar ook de symbiose tussen muziek, film en literatuur zoekt hij op, waarbij hij onder meer de surrealistische werken van Antonin Artaud gebruikt. Het levert reeds 5 albums op die zich ergens manoeuvreren tussen artrock, neoklassiek, avant-garde en elektronische muziek. Eerder dit jaar verschijnt zijn boek Intrecci Del Sogno. Voor de bijbehorende cd is de titel in het Frans vertaald Entrelacs Et Sa Rêve, ofwel “vervlechting van de droom”. Dat gaat zoals hij het zelf verwoordt: “van vertellingen -vaak bereikt door een harde achterwaartse analyse- over surreële en vreemde beelden van twee dromen naar de compositie van muziek. Voor hen was het een korte weg: verschillende vormen voor verschillende interpretaties van dromen en hun visies. Om te proberen het verleden te begrijpen, de toekomst een diepe betekenis te geven.” Met dat uitgangspunt gaat Tesolato aan de slag met een sopraan, mezzosopraan, een verteller, klarinettist, percussionist, bassist, altviolist, cellist en twee violisten. In de acht composities die hier ten gehore gebracht worden, wisselt deze bezetting steeds. Zo opent de cd met een stuk voor cello en piano, dat ergens tussen avant-garde en modern klassiek uitkomt. Een doorwrochten track die de toon meteen zet. Daarna hoor je prachtige mezzosopraan zang, die door een onheilspellende mix van cello, percussie en elektronica omwikkeld wordt. Het vervlechten van droom en werkelijkheid krijgt zo een prachtige soundtrack. Ook lopen gecomponeerde en geïmproviseerde stukken en Middeleeuwse en futuristische muziek op de cd soms door elkaar heen. Dit levert telkens een bijzonder spanningsveld op, die je op de punt van je stoel laat zitten. Het klinkt allemaal als een caleidoscopische hybride van Tom Cora, Giancinto Scelsi, Sylvi Alli en John Zorn, die in een surrealistische setting van David Lynch wordt geplaatst. De Italianen zetten hier een prachtige subrealiteit neer, waarbij je nooit weet waar de droom begint of de werkelijkheid eindigt. Fenomenaal!

Luister Online:
Entrelacs Et Sa Rêve (soundcloud stream)

 

Angelo Badalamenti – Blue Velvet (cd, Fire! / Konkurrent)
Ik ben zelf gek op soundtracks, zelfs van films die ik niet gezien heb, maar ook van denkbeeldige. Een goed soundtrack staat ook op zichzelf overeind en weet de luisteraar tot de verbeelding sprekende muziek te leveren. Daarbij heb ik een aantal grote favorieten, waaronder Angelo Badalamenti, die eigenlijk de huiscomponist van David Lynch is en veel van zijn films van geweldige muziek heeft voorzien. Lynch is ook zeer kritisch als het gaat om de muziek bij zijn films en dat zegt echt wel iets over de kwaliteiten van Badalamenti. Dat is al hoorbaar bij zijn eerste soundtrack Blue Velvet uit 1986, uitgevoerd door de Film Symphony Of Prague. De film maakt destijds als 15 jarige al een diepe indruk op mij, maar de muziek mocht er ook wezen. Een combinatie van klassiek, geïnspireerd door de 15de symfonie van Shostakovitch, met romantische jazz. Deze muziek, waarbij ook Roy Orbison en Julee Cruise te horen zijn, geeft de film toch echt iets extra’s mee. Nu, 31 jaar later (ja ik voel me meteen een stuk ouder), wordt deze opnieuw uitgebracht. Het is nog altijd een bevreemdend maar schitterende sfeervolle soundtrack, die de tand des tijds eenvoudig heeft doorstaan. Een bijzondere voorloper van Twin Peaks. Goed dat iedereen hier weer volop van kan genieten.

 

Evelien van den Broek – False Memories (cd, Evelien van den Broek)
Je moest eens weten hoe vaak als ik me voorstel er van mijn achternaam van de(n) Broek wordt gemaakt. Als zoiets eenvoudigs al misgaat, kan je wellicht voorstellen hoe het met complexere zaken als de realiteit gaat, die net zo aanwezig is als ook weer snel verdwijnt. Het laat voetafdrukken achter, maar de schoenen zijn reeds gepasseerd. Daarbij verandert je geheugen de realiteit continu en worden er andere herinnering dan de werkelijk als feit opgeslagen. Zoals we afgelopen jaar hebben kunnen ervaren is er veel “fake news” of “false facts”, maar of dat zo is valt soms lastig te achterhalen. Om proberen de realiteit te vatten is dan ook een oefening in nutteloosheid, aldus artiest Evelien van den Broek. Juist die vervormde herinneringen die nooit plaats hebben kunnen vinden (ademen onder water, rennen na de geboorte enzovoort), zoals de conceptuele Britse kunstenaar A.R. Hopwood dit haast wetenschappelijk aanvliegt in zijn projecten, vormen de basis voor haar songs op de cd False Memories. Van den Broek zoekt graag het experiment op met onder andere haar project KUrKKU en maakt daarnaast ook soundscapes en muziek voor film en dans. Tevens is ze eerder al te horen in de groep Daisy Bell, samen met Richard van Kruysdijk en Dyane Donck. Nu dus een heus soloalbum, waarbij ze door die valse herinneringen feitelijk in een droomwereld stapt. Met zang, elektronica en programmeringen legt ze basis voor haar 11 songs, die aangevuld worden door trombonist Koen Kaptijn (M.A.E., New Trombone Collective) en toetsenist Tony Roe (Room Eleven). Hoewel de dikwijls redelijk complexe elektronica en hortende beats niet direct heel toegankelijk zijn, gidst haar serene zang je eenvoudig door dit alles heen, al kan ze ook daarmee experimenteel uit de hoek komen. De andere twee zorgen voor sfeermakende elementen met de trombone, Moog, clavinet en synthesizers, hetgeen ook zorgt voor de lijm om het tot een geheel te vormen. Het is volslagen uniek wat ze hier ten gehore brengt. Bevreemdende avant-pop van een ongekende klasse. Hoewel de muziek niet eenvoudig te duiden is moet je wellicht denken aan een kruisbestuiving van Liesa van der Aa, Björk, AGF, Palinckx, Laurie Anderson, Hail en Micachu. Een schitterend album, dat je met recht even een uur lang uit de werkelijkheid haalt. En daar is geen woord aan gelogen, denk ik…#droomtnogevenverder

 

Adrian Corker/ Jack Wyllie – Adrian Corker/ Jack Wyllie (cd, Chaoide Records)
In eerste instantie leer ik de Britse muzikant Adrian Corker kennen via Corker / Conboy, dat hij er samen met Paul Conboy op nahoudt. Dat doen ze daarvoor in eerste instantie onder de naam A.P.E., waarmee ze op hun debuut downtempo triphop maken en op de tweede, samen met zangeres Célia Vaz, ook meer de latin en jazzkant opgaan. Dan stappen ze over op de naam Soul Circuit, waarmee ze in 2000 het geweldige debuut Don’t Spoil The Tension afleveren. Ze maken dan nog abstracte, experimentele elektronische muziek met drum ’n’ bass. In 2003 komen ze uiteindelijk met hun eigen namen als Corker / Conboy naar buiten, waarmee ze meer de leftfield elektronica opzoeken en eindigen hun samenwerking met hun prachtige derde cd Three Degrees Colder (2006), waar ze elektronica combineren met neoklassiek. Vanaf 2011 gaat Corker solo verder met meer neoklassieke en filmische muziek, waarbij het experiment altijd hoog in het vaandel staat. Hij is bepaald niet scheutig met zijn releases. Nu brengt hij samen met de Portico Quartet saxofonist Jack Wyllie hun titelloze cd uit, die tevens net als Corker elektronica in de strijd werpt. De titels hierop bestaan uit de tijdstippen waarop ze hun muziek hebben gecreëerd. Dat is altijd vroeg in de ochtend of juist zeer laat in de nacht. Het is daarom niet verwonderlijk dat de muziek hier behoorlijk schemerig klinkt. De filmische elektronica worden hier vermengd met ijle saxofoonpartijen, hetgeen zorgt voor een broeierig en meeslepend geheel. Hoewel dit weer totaal iets anders is dan Corker hiervoor heeft laten horen, maakt dit weer een diepe indruk.

 

Çub – Éducation Civique (cd, Atypeek Music/ L’Affect/ La Police Du Bon Goût)
Ik kan niet achterhalen wie er precies schuil gaan achter de Franse groep Çub, maar het is in elk geval een combo uit Lyon dat energieke en dynamische mathrock vermengt met experimenten, noise, dub en elektronische elementen. Naar verluid is het een combinatie van de groepen Ça en Submarine FM. Hun cd Éducation Civique, ofwel “burgereducatie”, zal de luisteraar wel even wat leren. In zeven tracks van bij elkaar bijna 42 minuten lang weten ze je op zeer pakkende wijze mee te nemen op hun opzwepende trip, waar ze op caleidoscopische wijze diverse genres doorkruizen. Het harde aspect overheerst wel, maar er zitten zoveel andere, fraaie details in de muziek besloten, dat ze je daarmee continu weten te verrassen. Denk aan een jamsessie van Don Caballero, Shellac, Chevreuil, Igorrr, Naked City, Ruins en Pryapisme. Muziek die je wel even wat zal leren. Een totaal eigenzinnig en meeslepend album.

 

Dark Radish – Dark Radish (digitaal, Atypeek Music)
De Franse drummer Yann Joussein (DDJ, Rétroviseur, Marjolaine Reymond, SNAP, CollectiF Coax) en gitarist Manuel Adnot (Sidony Box, Ueno Park) vormen samen met de Belgische contrabassist Joachim Florent (MeTaL-O-PHoNe, Radiation 10) Dark Radish. Hiervoor hebben ze als in allerlei avant-gardistische en improvisatorische rockbands gespeeld. Voor hun digitale debuut combineren ze improvisaties, noise met postrock. Dat levert 5 geweldige tracks op, die bij elkaar een avontuurlijk geheel vormen dat ruim 23 minuten duurt. Ze maken zich bepaald niet druk om muziek met kop of staart af te leveren, maar houden zich veeleer bezig met het muziekspel van de ander, waar ze steeds een verrassend muzikaal antwoord op verzinnen. Daarmee leveren ze een geweldig visitekaartje voor de toekomst af.

 

Emilía – Down To The Sadness River (cd-r, Rottenman Editions)
Onlangs wijden zowel Sietse als ik woorden aan de fraaie cd van Lee Yi. De Spanjaard laat met dit alterego een fraai amalgaam van drones, gitaarambient, softnoise, bijna shoegaze en neoklassieke elementen horen. Ik spit, zoals altijd, dan wel vaker terug en ontdek dat hij samen met Meneh Peh, vermoedelijk ook een alias, als Emilía ook dit jaar al de mini met de prachtige titel Down To The Sadness River heeft uitgebracht. Hierop brengen ze in 16 minuten tijd 10 korte composities ten gehore die ertoe doen. Ze houden hier subtiel het midden tussen ambient, neoklassiek, drones en experimentele muziek. Dat doen ze op kale, minimale en ijle wijze. Hierbij moet je denken aan een hybride van Richard Skelton, Tape, Stars Of The Lid, Ian Hawgood, Chihei Hatakeyama, Benoît Pioulard en loscil. Een schitterend kleinood!

 

Ensemble 0 – 0 = 12 (cd, Wild Silence)
De Franse, in België woonachtige artiest Sylvain Chauveau is één van mijn muzikale helden, zoals de trouwe lezer wel weet. Hij is actief onder zijn eigen naam, maar heeft ook met Arca, Watermelon Club, Micro:Mega, This Immortal Coil en On menig prachtalbum het licht laten zien. Zijn muziek gaat van postrock en minimal music tot neoklassiek. Daarnaast houdt hij er ook het label I Will Play This Song Once Again op na. En tevens het uiterst minimalistische Ensemble 0, soms ook gewoonweg 0 geheten, dat naast Sylvain Chauveau (zang, klokkenspel, akoestische gitaar) doorgaans bestaat uit Stéphane Garin (percussie) en Joël Merah (gitaar). Nu is het met de nieuwe cd 0 = 12 een tikje anders, want hierop worden 12 niet eerder uitgebrachte tracks verzameld, die in 12 maanden gemaakt zijn en de 12de verjaardag van de groep viert. De samenstelling rondom Chauveau varieert daarmee nogal eens en passeren ook artiesten als Cyril Secq, Julien Garin, Rieko Oe, Sébastien Llinares, Rutger Zuydervelt (Machinefabriek), Valérie Leclercq (Half Asleep) en andere muzikanten de revue. Het is een mengelmoes van eigen tracks, live uitvoeringen, een traditionele song en covers van Marihiko Hara, Clogs, Lou Harrison en Rachel Grimes. Maar wat ze ook brengen, het is veelal zeer minimaal en vergt daardoor veel van de luisteraar. Als vanzelf raak je uiterst geconcentreerd en focus je jezelf op de dikwijls spaarzame klanken. Dit levert echt zoveel luisterplezier op, waarbij jezelf in je hoofd regelmatig de dingen aanvult. Een intense luistertrip, met heel veel prachtige momenten.

 

Kapela Maliszów – Wiejski Dżez/ Village Jazz (cd, Unzipped Fly Records / Xango Music Distribution)
Als je mij vraagt waar ik de meeste nieuwigheden uit haal, dan zal ik antwoorden dat dit uit de folk dan wel wereldmuziek komt. Hier krijg ik namelijk, meestal zonder één woord te verstaan, muziek die ik voel en die iets met me doet. Hopelijk zingen ze dan niet over een frikadel speciaal, maar iets zegt me dat dit niet zo is. Neem nu het Poolse trio Kapela Maliszów, dat nu hun tweede album Wiejski Dżez/ Village Jazz presenteert. Hierop brengen ze een uiterst smakelijke stamppot van folk, traditionele songs en neoklassiek. Dat doen Jan Malisz, Zuzanna Malisz en Kacper Malisz met viool, bas, accordeon, drums, cello en zang. Ze brengen hier in ruim drie kwartier 12 songs ten gehore, die deels instrumentaal zijn en voor een ander deel pakkende zang meekrijgen. Het is een geweldig album, dat zich ergens nestelt tussen Hedningarna, Tara Fuki en Warsaw Village Band. Hoe dan ook is dit weer een voorbeeld van een hedendaagse band, die het verschil weet te maken.

 

Yann-Fañch Kemener/ Florence Rousseau/ Aldo Ripoche – Ar Baradoz (cd, Buda Musique / Xango Music Distribution)
Yann-Fañch Kemener is een traditionele Franse zanger, die zich gespecialiseerd heeft oude Bretonse muziek en ook dikwijls zingt in de vroegere taal uit die streek. Daarnaast behoren ook Barok, Keltische muziek en andere folklore tot zijn repertoire. De inmiddels 60 jarige artiest brengt al sinds eind jaren 70 zijn muziek naar buiten. De laatste 10 jaar werkt hij daarbij veelvuldig samen met de Franse, klassiek geschoolde cellist Aldo Ripoche. Die twee werken op Ar Baradoz samen met de toetseniste Florence Rousseau (hier op het Harmonium), die daarnaast de organist van de kathedraal in Rennes is. De ondertitel van de cd is “Chants Sacrés De Basse-Bretagne”, ofwel de heilige liederen uit laag Bretannië. Naast traditionele songs, die vermoedelijk ergens uit de middeleeuwen of wellicht nog wel eerder stammen, staan er ook stukken op die tussen 1864 en 1964 zijn geschreven maar die wel een traditionele inslag hebben. Het werkelijk ongelooflijk mooi hoe de drie met weinig middelen zo’n overrompelend geheel neer weten te zetten. Aan de ene kant is het al genieten van muziek die allang niet meer bestaat, die ze hier op frisse wijze ten gehore brengen. Qua referenties moet je denken aan Owain Phyfe al dan niet met zijn The New World Renaissance Band plus bepaalde werken van het L’Arpeggiata van Christina Pluhar. Anderzijds is verder gewoonweg tijdloos genieten van deze intense, bezielende schoonheid.

 

Mydy Rabycad – M.Y.D.Y. (cd, Indies Scope / Xango Music Distribution)
Hoewel ik dikwijls muziek uit Tsjechië recenseer is de groep Mydy Rabycad misschien niet direct iets wat je vandaar of van mij verwacht. De groep brengt namelijk electro-swing, iets waar mijn hart normaal gesproken niet sneller van gaat kloppen. Maar dat deze Tsjechen dat op smaakvolle en meeslepende wijze doen hebben ze inmiddels al bewezen op hun albums Let Your Body Move (2013) en Glamtronic (2016). Vergeet dus even de folklore, maar warm je spieren alvast op voor hun derde cd M.Y.D.Y.. Achter dit project gaan producer, toetsenist en percussionist Jakub Svoboda (Nèro Scartch, Android Asteroid), zangeres Žofie Dařbujánová (Lety Mimo), saxofonist/toetsenist Mikuláš Pejcha en bassist Jan Drábek schuil. Meer dan ooit verplaatsen ze hun muziek naar de dansvloer, waarbij ze op aanstekelijke wijze dance, house, disco en pop weten te combineren, waarbij ze nog ruggensteun krijgen van allerlei blazers. Dařbujánová zingt ondanks haar ingewikkelde naam pakkend in het Engels en weet je derhalve eenvoudig mee te nemen op hun eigen geschapen originele dansvloer. Het is muziek waarbij stilzitten echt geen optie is, zelfs als dit niet in je straatje ligt. Je moet het ergens zoeken tussen Daft Punk, Knarsetand en Kylie Minogue, maar dan met een ontwapenend Tsjechisch sausje. Een heerlijk swingend album, dat vraagt, nee schreeuwt om een groot publiek. Just dance!

Luister Online:
M.Y.D.Y.

 

OCS – Memory Of A Cut Off Head (cd, Castle Face / Konkurrent)
Het is toch wat met bandnamen. In 1997 duikt voor het eerst de naam Orinaka Crash Suite op, dat de voorloper is van OCS. Dit eigenzinnige project rond John Dwyer brengt vanaf 2003 vier albums uit. Parallel hieraan start hij ook al Thee Oh Sees, waarvan in de loop van de tijd de Thee verdwijnt en ook wel eens geschreven wordt als The Oh Sees, The Ohsees, Thee Ohsees en Thee Oh See’s. Er volgens daarmee nog eens 15 albums, die allen een ongepolijste aanpak kennen. Het ene album is harder dan het andere en ook qua lo-fi, folk en psychedelisch gehalte varieert het nogal eens. De laatste jaren is de sound wat zachter geworden, maar blijven ze hun eigen bijzondere koers varen. Aangekomen bij het 20ste album Memory f A Cut Off head is de naam weer veranderd naar OCS. Ondanks de gruwelijke titel is de muziek uiterst zalvend. Dwyer (zang, gitaar, Juno 6, elektrische doedelzak, mellotron, percussie, fluit) wordt hier zoals de laatste jaren bijgestaan door zangeres/keyboardspeelster Brigid Dawson plus diverse muzikanten op bas, drums, keyboards, zingende zaag, elektronica, altviool, viool, cello, hoorn en saxofoon. Hiermee banen ze zich in drie kwartier een weg door psychedelische folk, indierock, avant-garde en softnoise, waarbij het geheel prachtig gelardeerd wordt met neoklassieke elementen en allerhande verstrooiende experimenten. Dat alles maakt deze cd weer tot een fascinerend luisteravontuur, waarbij ze een bijzondere hybride vormen tussen Six Organs Of Admittance, Hail, Linda Perhacs, Richard Dawson, That Dog, Stereolab en Wooden Wand. Met name de bitterzoete zang van Dawson gooit hier hoge ogen. Al met al laten ze hier misschien wel hun allerbeste album horen, wat gezien hun staat van dienst best indrukwekkend te noemen is.

 

Tom Rogerson with Brian Eno – Finding Shore (cd, Dead Ocean / Konkurrent)
De legendarische Britse elektronische muzikant en producer Brian Eno behoeft geen introductie. Indien dat wel het geval is, weet ik niet of de nieuwe cd Finding Shore die hij samen met de improviserende pianist en keyboardspeler Tom Rogerson heeft gemaakt. Rogerson maakt deel uit van de experimentele rockband Three Trapped Tigers en eveneens van de folk-rockband Emmy The Great. In 2005 presenteert hij zijn gelijknamige debuut, vol jazzy piano improvisaties. Nu slaat hij de handen ineen met Eno, die hij bij toeval heeft ontmoet. Beide houden van het platteland, waar ze ook zijn gaan werken aan hun album. Daarbij maken ze gebruik van de zogeheten Piano Bar, niet zo’n omgebouwde piano vol drank maar een apparaat dat pianogeluiden omzet in midi signalen die dan weer gemanipuleerd kunnen worden. Op de hoes staat dat Rogerson de tonen doet en Eno de geluiden. Maar ze zullen elkaar ergens in het midden tegenkomen, waardoor je de hand van beide terughoort in het geheel maar ook een samengesmolten geluid. Dat levert een licht melancholische, dromerige mix op van neoklassiek, ambient, avant-garde en lichte experimenten. Hoewel ze uiterst subtiel te werk gaan, met een enkel wat meer uptempo ritme daargelaten, weet de muziek je meteen stevig beet te grijpen. Soms wordt het heel indringend en zelfs onheilspellend, maar meestal is het van een bezinnende pracht die lekker voortkabbelt. Of ze daarmee de kust bereiken is de vraag, maar van mij mogen ze gerust nog even doordobberen als het zulke fraaie muziek oplevert.

 

Anna Ternheim – All The Way To Rio (cd, BMG/ cntct)
Waarom ik me nog nooit in de muziek van de Zweedse singer-songwriter Anna Ternheim heb verdiept is mij achteraf gezien eigenlijk een raadsel. Voor mijn gevoel heb ik haar altijd verward met een andere zangeres. Ach en je kunt ook niet alles kennen, al doe ik mijn best. Gelukkig zijn er altijd wel pushers als A.K. die je weer even een zet de goede richting op geven. Inmiddels ben ik al aardig Ternheim compleet aan het worden, maar wil ik vooral het even hebben over haar zesde worp All The Way To Rio. De muziek draait zoals altijd om haar prachtig fluweelzachte zang, die me zowel aan Suzanne Vega en als Lana Del Rey en Lotte Strong doet denken, waarbij haar licht droefgeestige, dromerige muziek ook wel enige aansluiting vindt. De stemmige muzikale omlijsting is daarbij in uitstekende handen van de door mij bekende bassist Johan Berthling (Häpna label, Fire! Orchestra),n gitarist Andreas Söderstrom (El Rojo Adios, Fire! Orchestra) en drummer/toetsenist Andreas Dahlbäck plus andere muzikanten op orgel, trompet, piano, synthesizer, klarinet, cimbaal en gitaar. Het levert 8 prachtig zinnenstrelende songs op, die je even helemaal uit de hectiek van de dagelijkse realiteit nemen.

 

The Ukrainians – Shchedryk (cds, Zirka Records)
De link tussen mij en The Ukrainians is begin jaren 90 tot stand gekomen via The Wedding Present, doordat de inmiddels ex-gitarist ervan, Peter Solowka, deze groep start. The Wedding Present laat in 1989 de cd Ukrainian John Peel Sessions het licht zien en niet lang er na verschijnen de releases van The Ukrainians zelf. Hiermee laten ze een bijzondere mix horen van rock, folk en punk, waarbij ze naast eigen muziek ook leuke Oekraïense versies van Motorhead, Kraftwerk, The Smiths, The Velvet Underground, The Sex Pistols (van hen zelfs een heel album met de titel Never Mind The Cossacks), Beach Boys en Joy Division ten gehore brengen. Nu brengen ze de kerstsingle Shchedryk uit, dat “Carol van de klokken” betekent. De titelsong sluit weer aan op hetgeen ze ervoor hebben uitgebracht en smaakt weer naar meer. Daarnaast staat er de klassieker “California Dreaming/ She’s Lost Control” op, een gemengde cover van de Beach Boys en Joy Division. Verder nog “Oy Dunayu Dunayu”, die eerder te horen is op hun verzamel cd Evolutsiya (2016) en de niet eerder uitgebrachte live versie van “Chy Znayesh Ty”. Een heerlijk tussendoortje dat wel doet snakken naar een volledig nieuw album.

 

Virginia Wing / Xam Duo – Tomorrow’s Gift (cd, Fire / Konkurrent)
De Britse muzikanten Sam Pillay (gitaar, synthesizer, sampler), Alice Merida Richards (zang, bas, sampler, synthesizer) en Sebastian Truskolaski (drums) vormen sinds 2012 de groep Virginia Wing. Ze weten op smaakvolle wijze krautrock, post-punk, indierock, experimentele ambient, shoegaze en bubblecore aaneen te rijgen. Na een paar geweldige albums besluiten ze met het Britse Xam Duo, bestaande uit Matthew Benn (synthesizers, drummachines) van de groep Hookworm en Christopher Duffin (alt+tenorsaxofoon, Fender Rhodes piano, Moog, orgel) van Deadwall twee dagen de studio in te duiken. Dit duo maakt doorgaans muziek die ergens tussen krautrock, drones en ambient landt. Ze presenteren hun gezamenlijke album Tomorrow’s Gift, dat ik al een paar weken voor me uitschuif. Iets maakt het dat het uiterst intrigerend is en anderzijds krijg ik geen grip op. Maar na vele luisterbeurten grijpt de muziek die ze hier laten horen me meer en meer aan. Hoewel ik nog steeds niet helemaal de vinger op deze uiterst psychedelische aangelegenheid kan leggen, weet het me helemaal in te pakken. Ze klinken als een in de ruimte geschoten mix van Sarah Davachi, Stereolab en Broadcast, waar ook de geesten van Nico en Holger Czukay rondwaren. Verder hoor je er ook Passarella Death Squad, Soap&Skin en Colin Stetson in terug. Ofwel muziek die zich niet eenvoudig laat vangen, maar als je eenmaal gegrepen bent je niet meer loslaat. Fascinerende beauty!

 

Vlimmer – IIIIIIII (mcd, Blackjack Illuminist)
Vlimmer – IIIIIIIII (mcd, Blackjack Illuminist)
De naam Vlimmer passeert nogal eens de revue hier in het Schaduwkabinet. Dat is allemaal de schuld van de de Duitse muzikant en duizendpoot Alexander Leonard Donat, die er tevens het label Blackjack Illuminist op na houdt en terug te vinden is onder zijn eigen naam of als als Feverdreamt, Fir Cone Children, Flight Recorder, Infravoids, Jet Pilot, Leonard Las Vegas en dus Vlimmer. Dit jaar alleen al verschijnt er één cd onder zijn eigen naam, één van Fir Cone Children, drie van Vlimmer, één van Vlimmer & Thanatoloop en een labelcompilatie naar aanleiding van het 10 jarig bestaan ervan. Voor de meeste muzikanten heb je dan een overvol jaar, maar met zijn Vlimmer wil Donat 18 gerelateerde epees wil uitbrengen. Dat project start in 2015 en inmiddels zijn er 7 verschenen, waarvan 2 eerder dit jaar. Het is december, dus het jaar is nog jong, en dan passen er best nog 2 uit de serie bij.
Op deel 8, simpelweg IIIIIIII geheten, presenteert zoals altijd vijf tracks die samen zo rond het half uur finishen. Het knappe van deze serie blijft dat het op en top klinkt als Vlimmer, maar dat de muziek toch steeds net weer wat verschilt van de voorganger. Eén van de redenen waarom deze reeks zo interessant blijft. Maar de muziek mag er natuurlijk ook gewoon weer wezen, waarbij hij iedere keer een meer extrovert geluid aan de dag lijkt te leggen. De mix van shoegaze, gothic, ambient en post-punk vormen het vaste Vlimmer recept net als de onderkoelde zang, maar met de dosis van elk ingrediënt alsmede het tempo en luidheid van de muziek varieert hij iedere keer. Zo laat opener “Beutenacht” een post-punkgeluid horen, maar gaat dat langzaam over in gruizige industrialambient. Daarna stapt hij in “Schwerelosigkeit” weer over op gothic. Verderop kom je ook weer shoegaze en combinaties van stijlen tegen. Een biologerend vervolg.
Deel 9, inderdaad IIIIIIIII genaamd, komt daar meteen achteraan. Ik denk als hij bij de 18 is dat je compleet duizelig wordt van de streepjes. Donat heeft denk ik veel van de associaties die ik in zijn muziek terughoor helemaal nooit gehoord en zelf houdt hij enorm van indierock. Dat maakt ook dat hij vermoedelijk op zo’n frisse wijze de diverse genres aanvliegt en op punten uitkomt die een ander niet zo snel zou bedenken. Dat levert hedendaagse muziek op, die eveneens voor liefhebbers van Siglo XX, Clan Of Xymox, Pale Saints, Trisomie 21, OMD, Slowdive en Lush geschikt is. Het zal je niet verbazen dat hij hier wederom 5 tracks het schemerlicht laat zien, die ditmaal na 27 minuten eindigen. Hij begint hier meer aan de synthpop kant van de gothic, aangedikt met fraaie experimenten. Maar ook EBM en zelfs IDM komen hier voorbij. Hij pint zich eigenlijk niet echt vast op een genre, maar meer op een sfeer die immer duister is. Ook dit deel is weer een geweldige aanvulling in de serie geworden.

 

Norman Westberg – The Chance To (cd, Little Crackd Rabbit)
De Amerikaanse artiest Norman Westberg geniet in eerste instantie vooral bekendheid als de gitarist van de legendarische band Swans en is tevens te horen bij Foetus en Sulfur. Inmiddels blijkt hij daarbuiten ook een begenadigd ambient en drone muzikant, die al meerdere ertoe doende albums heeft uitgebracht. Zijn nieuwste cd The Chance To verschijnt op het Little Crackd Rabbit label. Dit is het innovatieve, meer experimentele sublabel van het fijne Little Red Rabbit. Het concept is als volgt: ze brengen telkens een serie van 4 cd’s uit, waarop je jezelf ook kunt abonneren, maar die eventueel ook los verkrijgbaar zijn. De abonnees ontvangen wel steeds een fraaie verzamelbox, waar de 4 releases in passen. Serie één kent mooie releases van BLK w/BEAR, A.R.C. Soundtracks, P.J. Philipson en Black Walls. De tweede editie omvat schitterende cd’s van Hypnodrone Ensemble, We Mythical Kings, Brave Timbers en Mark Harris & John 3:16. Inmiddels is de derde reeks gestart, waarbij Mia Zabelka inmiddels de spits heeft afgebeten. Nu volgt dus Westberg, die hier 4 langgerekte tracks het licht laat zien. Nu ja licht, het is een behoorlijk duistere aangelegenheid. In ruim drie kwartier laat hij een fraaie mix van dark ambient en drones horen, die je bepaald niet onberoerd laten. Het doet mij denken aan een hybride van Yellow6, Labradford, B/B/S/, Stephen O’Malley en Dirk Serries. Kortom, een zeer indrukwekkende release.

 

Gili Yalo – Gili Yalo (cd, Dead Sea Recordings / Xango Music Distribution)
Afrikaanse muziek weet me telkens aangenaam te verrassen. Nu is het natuurlijk een gigantisch continent en past het wellicht om dat onder één noemer te plaatsen. Maar continent breed zijn er veel verbindende stijlen. Zo is er een zogeheten “desert blues” stroming, de muziek van diverse touareg groepen en ook de typische psychedelische muziek. En tevens zijn er uiterst kenmerkende stijlen uit Senegal, Mali en Ethiopië aan te wijzen. Als je het gelijknamige album van zanger/percussionist Gili Yalo opzet, hoor je meteen dat dit om Ethiopische muziek gaat. Met name de trompet doet je meteen terugdenken aan Mahmoud Ahmed. Maar Yalo boort met zijn gasten op bas, gitaar, trompet, saxofoon, keyboards, synthesizer, krar en percussie-instrumenten ook andere vaatjes aan. Zo verweeft hij ook jaren 70 psychedelica, latin-rock, jazz, soul en reggae in zijn muziek. Daarbij zingt hij zowel in het Amhaars als in het Engels, waardoor de Westerse luisteraar er gemakkelijk in mee kan. Je krijgt dan ook referenties van onder meer Santana, Bob Marley, Atamina, Hamza el Din, Getatchew Mekurya, Charles Bradley en Tamikrest mee. Yalo biedt zowel stemmige als lekker opzwepende muziek, die een heerlijke smeltkroes is en die voor velen iets te bieden heeft.

 


 

Ludo

Trio Quater – Trio Quater

Het was alweer vele jaren geleden dat ik nog eens een promo in de bus kreeg. Gelukkig besloot het Italiaanse Trio Quater hun album richting Paessi Bassi op te sturen. Jammer genoeg past de (pas ná uitklappen) fraaie hoes op geen enkele manier in de kast, maar een kniesoor die daarop let. Brembilla, Locatelli en Pasinetti kunnen namelijk een potje snarenstrelen. Op een paar kreten na blijft hun titelloze album volledig instrumentaal, en trouwens ook volledig akoestisch. Toch moet je je bij deze unplugged sessie geen zoetgevooisde taferelen voorstellen. Ze rocken behoorlijk hard. Sterker nog, soms lijkt het dubbelloops-gitaarwerk zelfs wat voor Metallica. (Al zouden Lars en co dan op een King Crimson-dieet moeten zijn gezet.) Zoals het proggers betaamt, tikt het merendeel van de zes tracks, de zes minuten aan, en bestaat ieder van Trio Quater’s epi ook uit, zeg, zeventien passages. De mannen zijn daarbij niet vies van een beetje klassiek of wereldmuziek. Soms schieten ze wat door, en dreigen ze af te zakken naar een orkestje in een western. Mij kan het Zorba The Greek-momentje in ‘Otra Vez’ in elk geval gestolen worden. Ik zoek het toch in de poppy tracks, zoals ‘Colarando Il Colarado’ dat zowaar als een ballade begint. ‘Morning Glory’ is het hoogtepunt, zo’n nummer waar iedere Motorpsycho-fan hard op zal gaan, Bent neuriet al zachtjes mee (in mijn gedachten). Het delicaat klaterende gitaarspel klinkt daar op zijn intiemst. Aan het slot moeten de mannen, als echte Italiaanse macho’s ook nog even bewijzen dat ze ‘Asturias’ in de vingers hebben. Typisch zo’n afgesleten showpiece waar iedere amateurgitarist zijn nagels en vingerkootjes op heeft gebroken. Trio Quater daarentegen… Vivace, Vivacissimo!