Het schaduwkabinet: week 46 – 2017

Dan denk je alles gehad te hebben, de Russen, niet de Italianen, de Irakezen enzovoort, blijkt er in Engeland een 60-jarige man te hebben vals gespeeld te hebben met -hou je vast- scrabbelen. En geschorst, want “niemand is groter dan het spel”. Wij hebben ook heel bescheiden weer wat letters gelegd in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Jon Balke/ Siwan, Fabrizio Cammarata, Angèle David-Guillou, Olivier Mellano/ Brendan Perry/ Bagad’ Cesson, Olan Mill, Pomme, Oliver Spalding, Trigg & Gussett, Frédéric Truong en Lee Yi.


 

Jan Willem

Jon Balke / Siwan – Nahnou Houm (cd, ECM)
Jon Balke is een Noorse componist en toetsenist, die veelal opereert in de jazzhoek, maar ook graag buiten die grenzen treedt. Dat doet hij ondermeer in 2009 met de enigmatische Marokkaanse zangeres Amina Alaoui, waarmee hij zijn Siwan album uitbrengt, wat uit het Aljamiado vertaald staat voor evenwicht. Hierop zingt zij de teksten van Sufi dichters, Christelijke mystici, troubadours en andere poëten. Balke schept daarbij de muziek, die op ongedwongen wijze een koppeling tussen Barokke muziek, jazz en Arabische plus klassieke elementen vormt. Het is muziek die over grenzen heen stapt, maar alles wat ze passeren innig omarmt. Buitengemeen fraai. Iets dergelijks laat hij nu weer horen op Nahnou Houm, wat “we zijn thuis” betekent, waarbij zijn begeleidingsband nu Siwan heet. Deze bestaat uit de Algerijnse zangeres Mona Boutchebak, de Turkse kemenchespeler Derya Turkan, de Noorse drummer Helge Norbakken en de Iranese darboekaspeler Pedram Khavar Zamini aangevuld met het negenkoppige Barokksolistene ensemble (3 violen, 3 altviolen, 2 cello’s, 1 contrabas). Alle muziek is, op de uit Andalusië afkomstige traditional “Ma Kontou” na, gecomponeerd door Balke. De teksten zijn weer afkomstig van de dichters Ibn AL-Zaqqaq, Lope de Vega, Attar Faridu Din, San Juan de la Cruz, Saint John of the Cross en Al-Mu’tamid Ibn Abbad, die vrijwel allemaal in Spanje gevestigd waren. Het is derhalve niet verwonderlijk dat Spaanse elementen hier samenvloeien met Arabische. Maar ook klassieke en Barokke muziek spelen een rol, terwijl Balke en met zijn keyboard soms weer een modern tintje aan geeft. Oud en nieuw maar ook Oriënt en Occident lopen hier fraai parallel en door elkaar. Een droefgeestig, mysterieus en gewoonweg betoverend album.

 

Fabrizio Cammarata – Of Shadows (cd, 800A Records / Bertus)
Er zijn van die zangers die beschikken over een stem, waarbij het voelt als thuiskomen met de openhaard al aan. Dat geldt zeker voor de Siciliaanse singer-songwriter Fabrizio Cammarata, die een pakkend warm en tevens herfstig stemgeluid heeft. Hij debuteert in 2011 met Rooms, dan nog met de The Second Grace. Een fraai indierock album. Drie jaar later laat hij met Paolo Fuschi de cd Skint And Golden het licht zien, die meer in de bluesrock hoek zit. Eerder dit jaar vervolgt hij zijn weg samen met ene Dimartino, die het op meer folkgerichte album Un Mondo Raro uitbrengen. Hij is nu volledig onder zijn eigen naam terug met Of Shadows, waarbij de hoes zo van Ólafur Arnalds had kunnen zijn. Cammarata (zang, gitaar, bas, percussie, piano) wordt hierop vergezeld door leden van onder meer Dimartino, TV On The Radio en de Editors op keyboards, synthesizers, bas, drums, gitaar, blaasinstrumenten en strijkers. Ze brengen 11 stemmige en vooral eigenzinnige songs, die passen in de categorie singer-songwritermuziek, maar die tevens lichte experimenten, complexe ritmes en nachtelijke, jazzy en ambient elementen bevatten. Dat maakt dit album wel echt tot een bijzonderheid, waarbij de zang van Cammarata indruk maakt en je tevens omwikkelt als een warme deken. Denk aan een eigengereide combinatie van Fink, Tom Petty, Fish, Peter Gabriel en 40 Watt Sun om een idee te krijgen. Een prachtalbum waarmee hij met recht uit de schaduw kan treden.

 

Angèle David-Guillou – En Mouvement (cd, Village Green)
Mijn eerste kennismaking met de Franse muzikante Angèle David-Guillou is via het fantastische Piano Magic, waar ze voor schitterende vocale partijen zorgt. Daarna geeft ze acte de présence op albums van Laudanum, Ginger Ale en later ook bij Peter Astor en The Go! Team. Nog mooier wordt het als ze met haar alias Klima naar buiten treedt. Haar etherische, zachte stem landt dan op een fraai bed van droompop, neofolk en postrock. Hiermee laat ze twee albums het licht zien. Daarna brengt ze onder haar eigen naam het grootse en aan de grond nagelende meesterwerk Kourouma (2013) uit. De keuze om niet als Klima te opereren valt eigenlijk wel te billijken. Haar aanpak is hier klassieker en klinkt daardoor totaal anders dan haar droompopproject, hoewel de melancholie en haar prachtige stemgeluid daarbij intact zijn gebleven. De basis voor de muziek wordt meestal gelegd door emotioneel geladen, meeslepende stukken op de vleugel en deels op de elektrische piano, die ze vervolgens prachtig verder inkleurt. Een jaar later maakt ze ook nog eens deel uit van de groep Silver Servants, maar dan wordt het even stil. Deze stilte doorbreekt ze nu op zachte wijze met haar nieuwe cd En Mouvement. Hierop brengt ze in ruim 42 minuten 9 nieuwe composities ten gehore, die weer het fijne midden houden tussen neoklassiek, klassiek, Barok en minimal music. David-Guillou brengt piano, Wurlitzer, Hammond orgel, klarinet, klokkenspel en soms ook zang en omringt zich met gasten op klarinet, Franse hoorn, contrabas, cello, bas, saxofoon, viool, altviool en fluit. Het levert werkelijk adembenemende, meeslepende stukken op, waarvan dikwijls een narcotiserende werking uitgaat. Soms is het zo mooi dat het haast zeer doet. Een dikke aanrader voor liefhebbers van Philip Glass, Dustin O’Halloran, L’Arpeggiata, Nils Frahm, Rachel’s, Sylvain Chauveau enMax Richter. Er staat geen maat op deze prachtige muzikante.

 

Olivier Mellano/ Brendan Perry/ Bagad’ Cesson – No Land (cd, World Village / [PIAS])
Wellicht dat de naam van de Franse componist, gitarist en songwriter Olivier Mellano niet bij iedereen een belletje doet rinkelen, maar hij is al wel flink wat jaren actief. Onder zijn eigen naam heeft hij al diverse ambitieuze projecten gecreëerd, die dikwijls oude en nieuwe muziek samenbrengen. Daarnaast heeft hij diverse soundtracks gemaakt, in diverse groepen geparticipeerd en samengewerkt met onder andere Yann Tiersen en Noël Akchoté. Met No Land komt hij alweer met zo’n groot opgezet project aanzetten. Mellano is altijd al gefascineerd geweest door de Bretonse pijpbands, maar de Bretonse traditionele muziek heeft altijd de omgekeerde uitwerking. Vandaar nu zijn poging deze paradox op te heffen. Hiervoor werkt hij samen met niemand minder dan zanger Brendan Perry van Dead Can Dance en het 30 koppige Bagad’ Cesson ensemble, dat bestaat uit doedelzakspelers en drummers. Mellano heeft één lange compositie van zo’n 38 minuten geschapen, die gedurende het proces en mede door de vocale inbreng van Perry nogal eens van koers is gewijzigd. Ook vormen de diverse leden samen met nog meer gasten dikwijls voor fraaie koorzang. De doedelzakken vormen het grillige, soms drone-achtige decors, aangezweept door de bombastische haast militante drumpartijen. Daardoor klinkt dan veelvuldig de krachtige zang van Perry, die het geheel voorziet van extra glans. Het brengt allerlei genres en werelden samen tot een soort grenzeloze utopie, wat de titel eer aan doet. Dit is tijdloze muziek uit een magisch niemandsland, die je als een complex popalbum kunt beluisteren. Het klinkt vooral als een nieuwe weg die Dead Can Dance in zou kunnen zijn geslagen. Een volslagen bij de strot grijpend unicum!

 

Olan Mill – Orient (cd, Hidden Vibes)
Alex Smalley (productie, arrangementen, gitaar, veldopnames, orgel) maakt deel uit van het duo Pausal, maar geniet vermoedelijk de meeste bekendheid met zijn neoklassieke project Olan Mill. Hij maakt veelal melancholische, weelderige en tot de verbeelding sprekende klanklandschappen waar ambient, veldopnames en neoklassiek op natuurlijke wijze in elkaar haken. Op zijn nieuwste album Orient laat hij een donkerder en meer gelaagd geluid horen. Aan zijn bekende mix van stijlen voegt hij drones, lagen harp en spookachtige stemmen toe plus de vioolpartijen van de gastmuzikanten Mike Jessop en Jane Wild. De muziek zit vol subtiele details, maar kent ook grootse uithalen. Dat levert een adembenemend geheel op, dat zowel dreigend als uiterst dromerig en wonderschoon uitpakt. Een oriëntaal patchwork van Celer, Stars Of The Lid, Deaf Center, Bersarin Quartett, The Caretaker, Arvo Pärt en Rafael Anton Irisarri. Wat een weergaloze beauty weer!

 

Pomme – À Peu Près (cd, Premièrel / Polydor)
Na twee singles komt de 21-jarige Parisienne Pomme met haar debuut Á Peu Près aanzetten. Zodra deze schoonheid haar gouden keeltje openzet stokt de adem even. Inderdaad, het is weer eens een nieuw Frans zuchtmeisje. Toch is ze vooral ook heel veel meer. Ze kan namelijk niet alleen meer met haar stem, ook de muziek put dikwijls meer uit de folkmuziek dan de popmuziek en bevat dikwijls een vintage gloed. Pomme brengt naast (koor)zang ook autoharp, gitaren, cello, contrabas, klokkenspel en omnichord. Daarnaast laat ze gasten op drums, percussie, gitaar, bas, synthesizers, fagot en koorzang de muziek op originele wijze inkleuren. De muziek klinkt in eerste instantie als een verzameling aangename chansons, maar naarmate je er langer naar luistert hoor je pas de diepgang en de verfijnde complexiteit van de muziek. In de melancholische momenten lijkt er ook een oude ziel in haar verscholen te zitten; daar weet ze me ook het meest te raken met haar intense prachtmuziek. Zowel liefhebbers van Joan Baez, Françoise Hardy en Joni Mitchell als die van Salomé Leclerc, Francoiz Breut, Louane en Cœur De Pirate zullen hiervan smullen. Een bijzonder droomdebuut!

 

Oliver Spalding – Unfurl EP (cdep, Monotreme / Five Roses Press)
Het Britse Monotreme label herbergt ontzettend veel bijzondere artiesten, die gaan van avant-garde en experimentele muziek tot postrock, noise en indierock. Telkens weten ze je te verrassen met hun releases. De uit Brighton afkomstige singer-songwriter Oliver Spalding brengt er nu zijn mini debuut Unfurl EP uit, die 4 tracks telt en ruim 16 minuten lang is. Spalding beschikt over een fraaie falsetstem, die hij laat landen in soulvolle, licht experimentele singer-songwritermuziek. Deze is, los van de pianopartijen, vooral elektronisch georiënteerd. Op emotievolle wijze brengt hij zijn creaties naar buiten, die behoorlijk tot de verbeelding weten te spreken. Daarmee slaat hij een brug tussen artiesten als Bon Iver, James Blake en The Weeknd. Het is daarmee een teder en zeer veelbelovend visitekaartje geworden.

 

Trigg & Gusset – Legacy For The Witty (cd, Preserved Sound)
Ondanks dat we hetzelfde land delen, stap ik bij het Nederlandse doomjazz duo Trigg & Gusset pas in bij hun tweede album Adagio For The Blue uit 2015. Dit wonderschone, ontroerende en intrigerende goedje mag er zeker wezen, maar er zit dus al een stijf uitverkocht debuut voor, te weten Legacy For The Witty (2013). Gelukkig brengt Preserved Sound deze nu voor de tweede keer uit. De groep bestaat uit Bart Knol (keyboards, beats, synthesizers, samples) en Erik Van Geer (tenorsaxofoon, basklarinet). In 4 van de 10 composities krijgen ze der hulp van contrabassist Dominique Bentvelsen (Harmony Glen). Ze leveren hier mysterieuze nachtelijke pracht, die meteen associaties oproept met Bohren & Der Club Of Gore, The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble, Dale Cooper Quartet And The Dictaphones, Cinematic Orchestra en Miles Davis, maar ook een eigen aanpak laat horen. Dat doen ze door met minimale middelen, met name middels de bijna als een hartslag fungerende elektronica, een uiterst spannende sfeer neer te zetten. De muziek zou zo passen in een thriller van David Lynch. Maar ook die prachtige saxofoon en klarinetpartijen weten je bij de strot te grijpen. Deze doen me ook meermaals aan Colin Stetson denken. Kortom, een prachtig meesterwerk dat nu eindelijk weer verkrijgbaar is.

 

Frédéric Truong – Road (cd, Karismatik/ FTR)
In 1993 kom ik voor het eerst in aanraking met de Franse muzikant Frédéric Truong, dan nog opererend als Leitmotiv. Dat is zijn Barok getinte neoklassieke project met industriële elementen. Hij brengt er 5 cd’s plus een splitalbum met Nouvelles Lectures Cosmopolites mee uit. Inmiddels is hij een soulmate op afstand geworden. Vanaf 2002 gaat hij verder onder zijn eigen naam en ontpopt zich als een geweldige singer-songwriter pur sang. Een droefgeestige chansonnier die op geheel eigenzinnige wijze invulling geeft aan het genre. Hij voorziet zijn poëtische en emotievolle muziek, die altijd ergens landt tussen new wave, neoklassiek, pop, chansons en folk, vrijwel altijd van zijn warme sepiakleurige zang. Hij laat 9 prachtalbums het licht zien, waaronder één live album en één met Laurent Esmez, waarvan de laatste in 2011 is verschenen. Aangezien het allemaal via zijn eigen FTR label gaat, is het soms lastig om dit alles uit te brengen. Daarna volgen dan ook enkel nog een mini en een paar singles. Allemaal van een ontzaglijk hoog niveau. Hij is misschien wel de enige artiest waar ik alle releases van heb en tevens alles heb gerecenseerd. Het mooie vind ik ook dat we deze weg al 25 gezamenlijk meemaken. Truong blikt nu terug op 25 jaar muziek maken. En ik kijk graag met hem mee. In een editie van 10 exemplaren verschijnt nu Road, dat de ondertitel “Best Of” heeft meegekregen, waarop 22 tracks staan. Dat gaat van nummers uit zijn Leitmotiv periode als die erna plus de recent gefabriceerde titelsong. Je hoort goed hoe dit alles prima naast elkaar past. Voor de fan is dit een leuke reis door zijn hele oeuvre en voor de instapper een geweldig overzicht. Unieke, wonderschone muziek voor de melancholici onder ons. Hieronder de link om dit alles te beluisteren. Hopelijk vervolgt hij zijn weg nog vele jaren. Ik reis mee!



 

Sietse

Lee Yi – An instant for a momentary desolation (Rottenman Editions)

Lee Yi is een vrij nieuwe naam in het toch al zo gevulde Ambient drone landschap, werkend vanuit Spanje. Sinds 2013 is zijn werk te horen via in eigen beheer uitgegeven releases en op het label Rottenman Editions.

An Instant for a momentary desolation is zijn 7e release in deze korte periode bij elkaar gespeeld. In een kleine 35 minuten krijgen we vier uitgestrekte gitaar drone tracks te horen.
De opbouw van de muziek is minimaal, maar toch klinkt het geluid vrij vol met veel subtiele krakende geluidjes en dikke lagen aan gitaar drones. Lee Yi schuwt daarbij zware melancholische melodie lijnen niet, en schaart zicht daarmee in een hoek waar je ook Thisquietarmy bijvoorbeeld terug kunt vinden. Het klinkt echter wel minder post-metal, een vooral meer ambient.
In de muziek weet hij een soort desolaat gevoel op te wekken wat erg weet te intrigeren.

Wat Lee Yi laat horen is niet echt iets nieuws, maar het blijft wel gewoon erg mooi. Dit werk zal vooral de liefhebbers van eerder genoemde Thisquietarmy, maar ook Dirk Serries zijn ambient werk (Microphonics) en Dag Rosenqvist, weten te raken.

An Instant for a momentary desolation is uitgekomen als gelimiteerde CD-R release in twee verschillende hoezen.