Het schaduwkabinet: week 44 – 2017

Oké het is dan misschien niet 500 jaar geleden, maar het is ook monnikenwerk hoor die lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Ambulance, Amenra, Autobahn, Adrian Crowley, C-Schulz, The Fiscus, Fotocrime, Glice, Gruppo Di Pawlowski, In The Nursery, Kiku & Blixa Bargeld & Black Cracker, Lee Yi, Liima, LSKA, Clint Mansell, Modern Studies, NI, Nine Inch Nails, NoHayBanda!, Mari Samuelsen, Sequoyah Tiger, Various Artists: Lessons, King Krule en Francesco Covarino.

 


 

Jan Willem

Ambulance – Give It A Try (mcd, Bulbart / Five Roses Press)
Net als de fiscus (zie recensie verderop) is de ambulance iets waar ik doorgaans liever geen contact mee heb. Maar als het gaat om het muzikale project Ambulance van de in België woonachtige Italiaan Andrea Artistico is dat andere koek. Dat is helemaal het geval na zijn fijne debuut Every Man For Himself (2016), waarop hij redelijk stevige maar emotioneel geladen indierock ten gehore brengt. Hij is nu terug met de mini Give It A try, waarmee hij een meer akoestische weg inslaat. In de 5 songs van samen bijna 18 minuten, die Artistico (zang, akoestische gitaar, handgeklap, muziekdoos) hier laat horen, krijgt hij ondersteuning van gasten op bas, zang, tamboerijn, handgeklap, drums, viool, altviool, oud en trommel. Nog altijd eindigen zijn emotievolle liedjes in de indierockhoek, maar de melancholische factor is toegenomen, waardoor de muziek je meer dan ooit weet te grijpen. Ik moet meermaals denken aan Ben Christophers, Radiohead, Sodastream, Brett Anderson en Power Of Dreams. Stiekem gaat hij met deze mini gewoon in overtreffende trap over zijn eersteling heen. Innemend kleinood!

 

Amenra – Mass VI (cd, Neurot / Konkurrent)
Het Belgische Amenra brengt al sinds 1999 een indrukwekkend gitzwart geluid naar buiten, dat ergens tussen doom metal, sludge, postmetal, metalcore en later ook postrock uitkomt. Dat timmeren ze nooit helemaal dicht, waardoor er ook genoeg ruimte overblijft voor melancholische en bezinnende elementen. De studioproducties heten steevast Mass (I t/m V), waarvan de laatste in 2012 is verschenen. Ook op het langverwachte Mass VI gaan Mathieu Vandekerckhove (gitaar), Colin Van Eeckhout (zang), Levy Seynaeve (bas), Bjorn Lebon (drums) en Lennart Bossu (gitaar) hiermee verder. Hierop presenteren ze 4 langgerekte stukken. Daarnaast staan er 2 intermezzo’s op waarin ze in het Nederlands een gedicht voordragen, de één heel kort (23 seconde) en zonder en de ander (2 minuten) met muziek. In de 4 andere tracks, die weer vertrouwd tussen de 8,5 en 11 minuten klokken. Qua muziek, met Engelse en Franse teksten, zetten ze weer slepende, duistere en bovenal spannende stukken neer. De muziek klinkt iets ingetogener en de algehele sfeer meer droefgeestig dan ooit, hetgeen zowel door de meer verstilde stukken als de soms gevoelige zang van Colin. Dat maakt ook dat als er een eruptie volgt deze een nog diepere indruk weet te maken. En die zijn er nog legio, ook met de ijzingwekkende bulderzang van Colin. De sterke productie is weer in handen van Billy Anderson (Om, Swans, Neurosis, EyeHateGod, Sleep, Brutal Truth, Buzzov•en, Fantômas, Mr. Bungle, Asunder, Damad). Liefhebbers van Isis, Neurosis, Year Of No Light, Cult Of Luna en wellicht Blueneck zullen hier ook intens van kunnen genieten. Zelden vormen subtiliteit, brute kracht en bij de strot grijpende pracht zo’n sterke eenheid al hier. Hun allerbeste tot nu toe!

 

Autobahn – The Moral Crossing (cd, Tough Love / Konkurrent)
Er zullen weinig mensen zijn die bij de naam Autobahn niet even aan Kraftwerk moeten denken. Nu zijn er nogal wat groepen die zich vermoedelijk wél naar dit nummer/album van de Duitse krautrockers hebben vernoemd. Dat is echter niet het geval bij het kwintet uit Leeds, dat in 2015 al op sublieme wijze debuteert met Dissemble. Nee bij deze jongens lijken eerder Joy Division en de producties van Martin Hannett van invloed te zijn. Dat geldt ook voor hun nieuwe album The Moral Crossing, die hier op Tough Love en op de andere kant van de oceaan op Felte wordt uitgebracht. Zanger/songwriter Craig Johnson, gitaristen Michael Pedel en Gavin Cobb, bassist Daniel Sleight en drummer Liam Hilton brengen hier een nog urgenter geluid naar buiten. Daarbij laten ze hun muziek verder inkleuren door gasten op zang, cello en violen. Dit geeft hun toch al fraaie mix van post-punk, indierock en noise extra glans endiepgang. Daarnaast levert het ook meer soulvolle momenten op. Ze doen de melancholische muziek van weleer op moderne wijze herleven, waarbij de onderliggende emoties en thema’s van alle tijden blijken. Ze gaan op alle facetten hun toch al sterke debuut voorbij. Denk aan een duister verbond van Joy Division, Anne Clark, The Birthday Party, The Cure en Interpol, die echter wel helemaal in het hier en nu passen. Nee hoor van hen geen moeilijk, maar gewoon weer een steengoed tweede album.

 

Adrian Crowley – Dark Eyed Messenger (cd, Chemikal Underground / Konkurrent)
De Ierse singer-songwriter Adrian Crowley heeft de herfst gewoonweg al in zijn heerlijke zang zitten, die ergens tussen Bill Callahan, Sivert Høyem en Michael Gira uitkomt. Dan sta je al meteen op 1-0 voorsprong bij een melancholicus als ik. Sinds 1999 heeft hij maar liefst acht prachtalbums het sepiakleurige licht doen zien, waarvan één met James Yorkston. Zijn laatste en tevens allerbeste tot dan toe, Some Blue Morning (2014), eindigt dan ook hoog in mijn jaarlijst. In de lijn van dat album gaat Crowley verder op Dark Eyed Messenger. Hij brengt in een goede drie kwartier 11 nieuwe songs, waar zijn zang weer de hoofdrol speelt. Dat doet hij in samenwerking met Thomas Bartlett op piano, mellotron, Fender Rhodes en elektronica plus de gasten Hannah Cohen (zang) en Doug Wieselman ((bas)klarinet). Samen weten ze een stemmig en sober geheel neer te zetten, dat helemaal aansluit op het huidige seizoen. De muziek heeft een fraaie vintage gloed, waarbij het soms haast lijkt of The Caretaker op de achtergrond meedoet. Er zit een zeker magie en narcotiserende pracht in de muziek besloten, die je aan de grond weet te nagelen. Naast de genoemde referenties moet je ook denken aan Leonard Cohen, The Blue Nile, Timesbold, Arab Strap en Lee Hazlewood. Adrian Crowley levert weer een machtig mooi album af.

 

C-Schulz – Frühe Jahre (cd, Unseen Worlds)
De elektronische, Keulse muziekscene begin jaren 90 is er één om in te lijsten. Nu kan ik vele groepen en labels uit die tijd opnoemen, maar laat ik me beperken tot C-Schulz. Carsten Schulz, zoals hij voluit heet, maakt in die tijd deel uit van de groepen Kontakta en Pol die op hun manier geweldige lassen maken van elektronica, dub, ambient, plunderphonics, samplekunst, experimentele film- en wereldmuziek. Ook artiesten als Marcus Schmickler (Pluramon, Wabi Sabi, Sator Rotas), Frank Dommert (Entenpfuhl) en George Odijk (a-musik label) vind je er terug. C-Schulz laat ook zeer interessante solowerken horen, waar ik uiteraard alleen de cd expemplaren heb. Maar 4. Film Ton (1992), hij nummert zijn releases, is nog altijd een klassieker. Ervoor zit echter al de lp 10. Hose Horn. Deze is nu op cd beschikbaar gekomen met de uitgave Frühe Jahre. Alle 13 tracks zijn hier vertegenwoordigd, waarvan ik enkel “Barbapapa”, met die fraaie Le Mystère Des Voix Bulgares-sample, al eens heb gehoord. Daarnaast staan er nog 6 stukken op die afkomstig zijn van de cassette Jahre Später (1989), de 12” 7. Party Disco (1991) en nog wat compilaties. In totaal krijg je ruim 78 minuten aan materiaal, dat voor mij ongehoord goed is. Heel fijn dat deze er nu is!

 

The Fiscus – Silly Fashion (cdep, The Fiscus / It’s All Happening)
Kijk, normaal gesproken ben ik totaal niet blij als er iets blauws van de fiscus op de mat ploft. Telkens is het weer afwachten of je de verdeelsleutel goed hebt toegepast en er geld terugkomt of nog meer weglekt. Gelukkig betreft het dit keer de belasting betalende groep The Fiscus uit mijn geliefde hoofdstad. Deze groep jonge vrienden bestaat uit Randy Linkens (zang, gitaar), Daan Paquay (gitaar, achtergrondzang), Ander Perez Palacios (bas) en Jaad Tal (drums, achtergrondzang). Ze brengen nu hun cdep Silly Fashion uit, waarop ze 4 tracks het licht laten zien. Op frivole wijze brengen ze iets tussen indierock, punk en artrock. Het is niet per se dat de gebrachte ingrediënten nieuw zijn, maar hun frisse aanpak is zeker aanstekelijk. Ze laveren namelijk onbedoeld, want ik vermoed dat ze het leeuwendeel van deze referenties niet noodzakelijkerwijs kennen, van The Libertines, The Fatal Flowers en Momus naar Ryan Adams en The Growlers. Ondanks dat deze muziek niet van de belasting af te trekken is, zal dit wel genoeg aftrek vinden bij liefhebbers van de betere alternatieve rock en indie. Een hoopgevend, niet belastend visitekaartje.

 

Fotocrime – Always Night (mcd, Golden Antenna Records / Broken Silence)
Ryan Patterson is jarenlang het boegbeeld van de Amerikaanse punkrock hardcoreband Coliseum en heeft ooit gespeeld in Metroshifter, Black God en Black Cross. Nu heeft Patterson (zang, gitaar, bas, synthesizer, programmering) de nieuwe groep Fotocrime gevormd, waar ook gitarist Nick Thieneman (Black God, Black Cross, Young Widows), bassist Shelley Anderson en drummer Mother in plaatsnemen. De mini cd Always Night volgt na de drie nummers tellende 7” Always Hell eerder dit jaar. Twee van de nummers daarop zijn hier ook vertegenwoordigd. Daarnaast krijg je drie nieuwe tracks plus een remix van het derde nummer van de 7” door Ben Chisholm (Chelsea Wolfe, Wild Eyes). Fotocrime laat een lekkere, bijna dansbare mix horen van post-punk, EBM en alternatieve rock. Het roept associaties op met Sisters Of Mercy, New Model Army en VNV Nation, zij het op eigengereide wijze. Neemt niet weg dat het ouderwets genieten is, al duurt het feest maar 22 minuten.

 

Glice – CIELO (lp/digitaal, Narrominded)
Het Amsterdamse Glice bestaat sinds 2009 uit het duo Ruben Braeken (Katadreuffe, Apneu, Eva Braun) en Melle Kromhout (Fata ‘el Moustache’ Morgana). Hoewel het project daarna tot 2015 even in de koelkast blijft staan. Samen brengen ze gevarieerde experimentele muziek die altijd wel ergens in de elektronische noisehoek belandt. Overigens is lang niet iedereen in staat noise te produceren, die ook nog eens weet te biologeren. Maar dat is aan dit duo wel toevertrouwd. Na diverse cassettes en digitale releases komen ze nu met de lp CIELO, dat zowel in het Spaans als Italiaans “hemel” betekent. Nu moet je hierbij veeleer denken aan donkere, dreigende hemels en wellicht denken sommigen hierbij wel “mijn hemel”! Het is niet muziek die voor iedereen weggelegd is. De schijf is uitgebracht op het avontuurlijke label met de tegenstrijdige naam Narrominden en bevat 4 tracks van bij elkaar een goede 40 minuten. De productie is daarbij in handen van Alexander Hacke (Einstürzende Neubauten). Ze openen met “Pentachromacy”, een term die de capaciteit voor het vastleggen, verzenden, verwerken en waarnemen van vijf onafhankelijke kanalen van kleurinformatie via het primaire visuele systeem aanduidt. Bij organismen die dit kunnen waarnemen, zoals duiven en vlinders, gaat het signaal ten minste langs vijf verschillende golflengten in het elektromagnetische spectrum om hun volledige visuele spectrum te reproduceren. Nu weet ik niet met welke apparatuur de heren werken, maar ze produceren hier wel gelaagde noise met drones, waar je ook wel vijf lagen in kunt onderscheiden. In de dichtgepakte massa hoor je namelijk akoestische geluiden, langgerekte drones, knetterende noise, een basachtige grondtoon en allerhande verstrooiende elektronica. Het heeft wel iets weg van de hectiek van de grote stad waar industrie, verkeer, elektronische smog en de geluiden van alledag samengepakt worden tot één krachtig stroom. Het is fascinerend en bij de strot grijpend, met name onder de koptelefoon. Er gebeurt heel veel, maar dan zonder morsen en subtiel gedoseerd. Zoals gezegd, niet iedereen kan zo maar noise produceren. In de tweede track “Rangda” gaan ze daar mee verder, als is de viscositeit van het geluid minder hoog. Rangda, dat weduwe betekent, is de demonenkoningin van Bali. Nou de toorn van deze dame brengen ze hier goed voor het voetlicht en levert een wat mysterieuzer geluid op, dat wel ontaard in een apocalyptische climax. Dan volgt “Jackdaw”, ofwel kauw, de vogel die als koppel elkaar trouw blijven voor het leven. Muzikaal gezien brengen ze in in één derde van het nummer nog iets dat aansluit op de vorige twee tracks. Maar dan krijg je er de viool van Erik Kromhout en de cello van Wieke Meijer doorheen, die uiteindelijk, als de noise afneemt, voor een prachtig melancholisch slot zorgen. Ze besluiten dan met “Animalicule”, dat weliswaar de rustieke lijn van het nummer ervoor doortrekt, maar tevens behoorlijk schelle noisesounds laat horen. Tegen het eind, als de muziek een wat meer psychedelisch karakter krijgt zijn er ook stemflarden te horen, die het allemaal wat meer etherisch maken. Dit is een onnavolgbare luistertrip geworden, die noise naar een hoger niveau brengt. Ik zou haast zeggen “hemels”.

 

Gruppo Di Pawlowski – In Human Hands (cd, Stahlmus)
De Belgische artiest Mauro Pawlowski heeft inmiddels zo’n grote discografie opgebouwd, dat hij er vermoedelijk z’n hele huis mee kan betegelen. Dat start vanaf de jaren 80 met de band Bedtime For Bonzo, gevolgd door groepen als het geweldige Evil Superstars, Kiss My Jazz, Mitsoobishy Jacson, Mauro & The Grooms, The Love Substitutes, i-H8 Camera en niet te vergeten dEUS. Die laatste band zegt hij op een gegeven moment voorgoed vaarwel en gaat verder als Gruppo Di Pawlowski. Dat blijkt na het debuut Neutral Village Massacre (2014) een goede keuze. Hij klinkt bevrijd en gaat lekker tekeer met complexe maar pakkende, noisy rock. De band bestaat verder uit gitarist Sjoerd Bruil (Sukilove, Black Cassette, Broken Glass Heroes), bassist Ben Younes Zahnoun (Eat Lions, The Rott Childs, A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen), toetsenist Pascal Deweze (Sukilove, Broken Glass Heroes, Black Cassette, Nemo, Metal Molly), gitarist Elko Blijweert (Tip Toe Topic, Kiss My Jazz, i-H8 Camera, Rudy Trouvé Septet) en drummer Jeroen Stevens (I love Sarah, Black Cassette, i-H8 Camera). Een ware supergroep met een evenzo supersound. Live ook een genot om mee te maken. Op hun tweede cd In Human Hands gaan ze met dezelfde formatie nog een stapje verder. Ze laten de teugels vieren en brengen een nog vrijere sound. Dat levert stukken op die soms minder goed te volgen maar wel uiterst intrigerend zijn. Daarnaast staan er ook strakke, pakkende songs op al dan niet gelardeerd met een gezonde dosis humor. Het is veel dat ze hier brengen, maar het gaat niet over de top. Daarvoor doseren ze weer net te goed. Je kunt er van alles uithalen, zoals The Jesus Lizard, Frank Zappa, New Wet Kojak, Captain Beefheart en Evil Superstars, maar eigenlijk klinkt deze groep enkel als zichzelf. Dat is een absolute bonus naast de werkelijk briljante muziek.

 

In The Nursery – 1961 (cd, ITN Corporation)
In 1981 starten de tweelingbroers Klive en Nigel Humberstone geïnspireerd door onder meer Joy Division en de Britse industrialscene het project In The Nursery. Hiermee brengen in de beginjaren vooral industrial-wave, met dikwijs een lekker theatraal effect, maar het geluid schuift later steeds meer richting de neoklassiek en dark ambient. Daarbij maken ze dikwijls gebruik van vele gasten, waarvan zangeres Dolores Marguerite C vanaf 1987 van min of meer vaste waarde is geworden. Ook houden de broers er een tijd lang het zijproject Les Jumeaux op na. Naast reguliere albums, vrijwel altijd op hun eigen ITN Corporation uitgebracht, verschijnen er ook steeds vaker (denkbeeldige) soundtracks van hun hand, die ze onder brengen in hun zogeheten Optical Music Series. Inmiddels timmeren ze al 36 aan de weg en komen ze met hun, als ik goed tel, 30ste album 1961. Dat jaartal is in meerdere opzichten bijzonder. Ten eerste omdat de broers in dat jaar geboren zijn, maar ook omdat het een draaisymmetrisch getal is (als je het 180 graden draait staat er namelijk hetzelfde getal). Voor de muziek hier hebben ze eveneens de gebeurtenissen uit 1961 als thema gekozen. Zo passeren zaken als het begin van de bouw van de Berlijnse muur en Joeri Gagarin die als eerste mens in de ruimte komt de revue, al dan niet gelardeerd met samples uit die tijd. Naast wederom Dolores Marguerite C is tevens zangeres Emma Barson te horen en laten de heren zelf ook vocaal eens van zich horen. Verder hoor je weer elementen uit hun begintijd terug, dus naast de neoklassieke en ambient elementen zijn er ook weer industriële te horen. Daarnaast brengen ze wat hardere rock en akoestische rock ten gehore. Ze mogen daarbij rekenen op steun van de strijkers van het Up North Session Orchestra (2 violen, altviool en cello), harpist Graham McElearney en drummer David Electrik. Nu scoren hun albums allemaal bovengemiddeld, maar hier brengen ze na jaren weer eens iets echt anders. Het voelt als een terugblik, een samenvatting, een wederopstanding en als een frisse blik naar de toekomst. Een evenzo krachtig en spannend als wonderschoon en contemplatief statement. Eén van hun betere albums, waarop ze niet alleen hun unieke identiteit onderstrepen maar ook aantonen dat ze nog jaren meekunnen. Grootse klasse!

 

KiKu & Blixa Bargeld & Black Cracker – Eng, Düster Und Bang (cd, Everest)
Marcher Sur La Tête (2016) is het eerste wapenfeit van de joint venture tussen het Zwitserse KiKu (Yannick Barman (trompet, computer) + Cyril Regamey (drums, samples) + gitarist David Doyon), de Duitse zanger/spreker Blixa Bargeld (Einstürzende Neubauten, ANBB, ex-Nick Cave & The Bad Seeds) en de Amerikaanse rapper Black Cracker (alias van Celena Glenn). Die laatste woont inmiddels in Berlijn en doet me wel aam Tricky denken. Op hun debuut brengen ze naast eigen composities ook werk van Monteverdi en The Korgis plus eigen teksten en die van Hermann Hesse, Georg Büchner en Black Cracker. Klinkt allemaal erg ambitieus, maar de muziek mag er ook wezen. Avant-garde, jazz, postrock, klassiek en allerhande experimenten vormen een meeslepend, mysterieus geheel. Heel fraai zijn ook de Nils Molvær-achtige trompetpartijen en de bezwerende spoken word en zang van Bargeld en de geweldige rap/halfzang van Black Cracker. Continu weten ze te daarmee verrassen met de caleidoscopische, maar coherente geheel. Daarmee gaan ze gewoon verder op Eng. Düster Und Band. De muziek hierop is gecomponeerd door Barman, die weer net zo breed en verrassend uitpakt als op hun vorige album. De teksten zijn voor een groot deel afkomstig van de Duitse schrijver Jean Paul, die gaan over het modern atheïsme, en deels van Black Cracker (eenmaal met Bargeld). Ze brengen deze in het Duits en Engels. De muziek is als een experimentele suite, die zich een weg boort door genres, ruimte en tijd. Soms levert dat ietwat chaotische maar uiterst biologerende en anderzijds nachtelijke stemmig stukken op. Maar met alles weten ze zich op interessante en eigenwijze te positioneren in de muziek, hetgeen heden ten dage niet iedereen gegeven is. Een veelzijdig en enerverend album.

 

Lee Yi – An Instant For A Momentary Desolation (cd, Rottenman Editions)
Soms krijg je van die muziek, waarbij je meteen weg droomt, na gaat denken of gewoonweg tot rust komt. Muziek waarbij het lastig is om een recensie te schrijven terwijl je aan het luisteren bent. Dat is zeker het geval bij het album An Instant For A Momentary Desolation van de Spaanse artiest met het alter ego Lee Yi. Hij brengt hier 4 tracks van samen ruim 35 minuten, die een fraai amalgaam vormen van drones, gitaarambient, softnoise, bijna shoegaze en neoklassieke elementen. Ondanks dat het redelijk abstract en duister is, blijft het goed doorwaadbaar en zijn het de universele emoties die erachter schuilgaan die je genadeloos weten te grijpen. Dat wordt versterkt door de vocale flarden die er doorheen gemengd worden en tevens zorgen voor een mysterieuze franje. Het is echt muziek die je in de houdgreep neemt en je pas op de allerlaatste seconde weer loslaat. Denk daarbij aan een hybride van Chihei Hatakeyama, Benoît Pioulard, loscil, Orphax, Celer, Rafael Anton Irisarri en Stars Of The Lid. Lee Yi geeft hiermee een visitekaartje af om U tegen te zeggen. Wat een overrompelende beauty!

 

Liima – 1982 (cd, City Slang / Konkurrent)
Vorig jaar komt de Deense formatie Efterklang vier jaar na hun laatste wapenfeit met het machtig mooie Leaves: The Colour Of Falling. Het is een opera, uitgevoerd door Efterklang in samenwerking met de gevierde componist Karsten Fundal en The Happy Hopeless Orchestra, die ergens tussen experimenten, klassieke muziek en minimal music uitkomen. In datzelfde jaar verschijnt er op 4AD het debuut ii van de groep Liima. Dat is in feite Efterklang (Mads Christian Brauer, Casper Clausen en Rasmus Stolberg) aangevuld met de Finse drummer Tatu Rönkkö (Orkesteri Liikkuvat Pilvet, Elifantree). Het levert een leuke eersteling op, waar ze op frivole wijze lichte experimenten koppelen aan folk, postrock en artrock. Een jaar later zijn ze terug met het album 1982, ditmaal op City Slang, waar ze die eerder ingeslagen weg vervolgen, zij op nog betere wijze. Hun aanpak is hier namelijk meer ingetogen en de experimenten meer verfijnd. De titel is gekozen als een soort ode aan de muziek uit dat jaar waar de diverse leden hun muzikale inspiratie hebben opgedaan. Muziek van onder meer Echo & The Bunnymen, The Cure, Comsat Angels, The Sound, Talk Talk, Modern English, Tuxedomoon, Brian Eno, Depeche Mode en The Wake ziet in dat jaar het licht. Hierdoor krijg je waarschijnlijk ook meer synthpop voor je kiezen. De sterke zang van Clausen vertoont ook wel raakvlakken met die van David Bowie, David Byrne, Adrian Borland en zelfs Robert Smith. Alles past in het geschiedenisplaatje, maar de muziek is eerder op nostalgische wijze futuristisch dan retrospectief. Het levert een schitterend geheel op voor de liefhebbers van de betere melancholische muziek. En die verborgen track op het eind, die is ook lekker passé.

 

LSKA – Void (mcd, LSKA / Five Roses Press)
LSKA is het alter ego van de Italiaanse muzikant Luca Scapellato, die al sinds 2011 zijn spaarzame releases het licht laat zien; meestal digitaal. Scapetello is een geluidskunstenaar die doorgaans experimentele muziek en met name elektronische naar buiten brengt. Dat is ook het geval op zijn nieuwe mini album Void. Hij brengt hier 4 stukken die na ruim 26 minuten finishen. Dat neemt niet weg dat hier genoeg te beleven valt, want hij brengt naast zachte technobeats ook glitch, elektro-akoestische muziek, dub en minimal music. Hiermee weet hij op eigenzinnige en vooral ook organische wijze hybriden te smeden, die hem onderscheiden van andere muzikanten. De muziek bevat een zekere luciditeit, maar gaat ook op complexe wijze de diepte in. Daarbij moet je denken aan kruisbestuivingen tussen Rioji Ikeda, Beaumont Hannant, Swimwear Catalogue en Global Communication. En dat is een heel prettige combinatie voor de avontuurlijke elektronicaliefhebber. Een heel fraai kleinood!

 

Clint Mansell – San Junipero (cd, Lakeshore)
Nou vooruit, na de soundtracks van Max Richter en Ben Salisbury & Geoff Barrow voor een episode uit de serie Black Mirror mag deze van Clint Mansell ook niet ontbreken. Doordat zie niet echt chronologisch op de mat ploffen, klopt de volgorde niet helemaal, maar dat drukt de pret bepaald niet. Clint Mansell is na zijn carrière als zanger/gitarist van Pop Will Eat Itself volledig geswitcht naar soundtrackmaker. Geen pretenties iets anders te doen, maar enkel films en series voorzien van zijn muziek. Nu blijkt dat afgaande op alleen zijn debuut Requiem For A Dream (2000) geen verkeerde keuze. Ook The Fountain (2006) en legio andere mogen gerust subliem genoemd worden. Nu dus de episode San Junipero van de genoemde Netflix serie. Het is Mansell die zich van zijn meest ingetogen kant laat horen. Zachte beats, gloedvolle ambient, strelende orkestraties, donkere pianopartijen en nachtelijke synthpop en krautrock zorgen voor een aangenaam meeslepend werk, dat na ruim 32 minuten alweer voorbij is. Ik begin zo langzamerhand wel nieuwsgierig te worden naar die serie 

 

Modern Studies – Swell To Great (cd, Fire / Konkurrent)
Emily Scott is een Schotse alt-folk singer-songwriter, die naast zang ook contrabas, piano en harmonium te horen. Solo, waar ze ook de gitaar en ukelele ter hand neemt, heeft ze al drie fraaie albums gemaakt vol alt-folk met indie en klassieke elementen. Nu heeft ze de groep Modern Studies geformeerd, waarin ook Rob St John (bas gitaar, zang), Pete Harvey (cello, harmonium, piano, zang) en Joe Smillie (drums, percussie) zetelen, die er allen ook andere bands op na houden. Ze brengen hier 12 songs waarop ze geïnspireerd zijn door het Victoriaanse, niet helemaal functionerende harmonium dat ze hebben aangeschaft. Op geheel eigen wijze brengen folksongs, die aangevuld worden met klassieke, psychedelische en popelementen, maar ook veldopnames en lichte experimenten. De nummers komen uiterst kalm en dromerig over maar herbergen dus veel meer dan je op het eerste gehoor vermoedt. Er zit ook een mysterieuze glans over het geheel. Daarbij zijn de songs ook gewoonweg wonderschoon, zij het met de nodige diepgang. Een bijzonder, tijdloos debuut.

 

NI – dedoda (12”/digitaal, Zach Records / Red Wig)
Velen zullen met mij denken aan Monty Python bij de naam NI. Het is tevens een veel voorkomende bandnaam, maar in dit geval betreft het de Oostenrijkse groep bestaande uit Martin Flotzinger, Gigi Gratt, Tobias Hagleitner en Manu Mitterhuber; drie gitaristen en een drummer. Hiermee produceren ze veelal complexe en experimentele free jazz noise rock. Dat is ook het geval op hun derde release dedoda. Zeven stukken die je telkens op het verkeerde been zetten, als het niet per ongeluk de juiste. Ze brengen noise en mathrock enerzijds, waarbij ze niet per se rechtuit gaan, plus jazzy stukken die ook de vrije loop hebben. Toch klinkt het allemaal redelijk strak. De energie komt uit alle voegen en gaten en je hoort de lol van het creëren er aan af. Hun instrumentale stukken voorzien ze nog wel eens van woordeloze zang, die wel iets van de Gregoriaanse weg heeft. Na een krap half uur is het alweer voorbij. Een fraai, kort maar krachtig kleinood.

 

Nine Inch Nails – Add Violence (mcd, The Null Corporation)
Op het moment dat ik ga studeren in 1989 komt Trent Reznor met zijn geweldige industriële elektronicaproject Nine Inch Nails aanzetten. Het is dansbaar, hard, vernieuwend en gewoonweg sensationeel goed. Alhoewel de laatste albums al meer een ambientgeluid laten horen, die niet voor elke fan is weggelegd. Na 20 jaar zet hij NIN zelfs even in de koelkast. Hij concentreert zich met Atticus Ross meer op soundtracks en brengt met hem en zijn vrouw ook werk uit als How To Destroy Angels, waar ook niet iedere fan warm voor zal lopen. In 2013 is NIN plots terug met Hesitaton Marks, waarbij oude dagen herleven zonder in herhaling te vallen. Datzelfde doen Reznor en Ross nu weer op Add Violence. Oké het is slechts een mini van 5 nummers van bij elkaar 27 minuten lang, maar het is wel weer echt ouderwets genieten geblazen hier. Niet dat dezelfde muziek gebracht wordt, maar wel weer één die je echt met de vroegere NIN associeert. In het bijna 12 minuten durende slotstuk “The Background World” besluiten ze met een flinke pot noise. Fijn tussendoortje!

 

NoHayBanda! – NoHayBanda! (cd, Off Set/ Dischi Bervisti/ En Veux Tu? En V’á!/ Pinkman Studio/ Megasound/ Stirpe999 / Five Roses Press)
Op de vorige twee releases heten ze nog Nohaybandatrio, maar nu is de Italiaanse groep tot duo gereduceerd en heten ze Nohaybanda! De groep bestaat nog uit Fabio Recchia (bas, gitaar, synthesizer, live sounddesign) en Emanuele Tomasi (drums, trigger). Maar daar waar ze een bandlid minder hebben, hebben ze voor hun gelijknamige nieuwe album des te meer labels die het uitbrengen. Hun geluid heeft overigens niet onder de uitdunning te lijden gehad, want de 7 tracks die ze hier brengen klinken puntiger dan ooit. Ze combineren op fraaie wijze math-, kraut- en postrock met electro en ludieke experimenten. De ene keer strak en pakkend en op andere momenten meer dromerig en bezinnend, al loopt dat alles ook best wel eens door elkaar. Ze houden op wisselende wijze het midden tussen Chevreuil, Don Caballero, NEU!, Slint, Tortoise, Battles en Add N To X. Alles steekt ijzersterk in elkaar en weet aangenaam te verrassen.

 

Mari Samuelsen – Nordic Noir (cd, Decca)
De Noorse violiste Mari Samuelsen is een klassiek geschoolde muzikante, maar laat eerder met haar cellospelende broer Håkon op de cd Pas De Deux (2015) al horen over een avontuurlijke aanpak te beschikken. Hierop plaatsen ze het werk van James Horner, aangevuld met die van Arvo Pärt, Ludovico Einaudi en Giovanni Sollima, in een nieuw daglicht. Nu is ze terug met het album Nordic Noir. Hierop laat Samuelsen herinterpretaties van werken van componisten uit Scandinavië en andere Noord-Europese landen het nachtlicht zien. Zo krijg je bewerkingen van wederom Arvo Pärt, maar ook Frans Bak, Uno Helmersson, Johan Söderqvist, Geirr Tveitt en Ólafur Arnalds. Zoals je jonge zangeressen met een oude ziel hebt, is Samuelsen ook zo’n jonge violiste met een doorleefd geluid. Hierdoor is haar muziek enerzijds vertrouwd en relaxt, maar komt deze van de andere kant ook keihard binnen. Ze mag hierbij rekenen op steun van haar broer op cello en anderen op marimba, bellen, toms, piano, synthesizers en elektronica. Hoewel de aanpak dus behoorlijk klassiek is, is het tevens net zo modern en eigentijds. Dat levert adembenemende muziek op, die dikwijls ook uit minimal music vaatjes tapt. Ik ben hierdoor ook nieuwsgierig naar de muziek die ze zelf zou componeren, want haar voorbeelden zijn heel veel zeggend. Prachtplaat!

 

Sequoyah Tiger – Parabolabandit (cd, Morr Music / Konkurrent)
De Italiaanse muzikante Leila Gharib is eerder al te horen in het indierock project Bikini The Cat. Nu is de kat groot geworden en uitgegroeid tot Sequoyah Tiger, waarmee ze op Morr Music haar debuut Parabolabandit uitbrengt. Ze stoeit hier meer met elektronica en zoekt de randen van diverse genres op. Daarmee laveert van experimentele en droompop naar leftfield, wave, krautpop en speelse electro. Deze kleurt ze in met haar innemende zang, die zowel pakkend als experimenteel uitpakt. De muziek blijft hierbij altijd uiterst doorwaadbaar, al vaart ze bepaald geen gangbare koers. Het is zwoel, frivool en ook een tikje bevreemdend. Daarbij zit er ook een vintage vernis over alle tracks, die het extra bijzonder maken. Op eigenzinnige wijze zit ze ergens tussen Donna Regina, Stereolab, Broadcast, Lali Puna, Cocteau Twins en St. Vincent in. Wellicht kan je daar niet direct chocolade van maken, maar dan raad ik je aan om gewoonweg dit alles zelf eens te gaan luisteren. Een heerlijk vreemde eend in de bijt.

 

Various Artists: Lessons (2cd, Front & Follow)
Het Britse Front & Follow is een innovatief, verrassend en veelzijdig label. Niet alleen verschijnen er reguliere werken van artiesten als Andy Nice, Elite Barberian, Sone Institute,Yonokiero, The Doomed Bird Of Providence, Laura Cannell, IX Tab, BLK w/BEAR en Kemper Norton, ook verschijnen er de unieke series Long Division With Remainders, Collision/Detection en The Blow, met elk een bijzondere insteek maar waarbij samenwerken wel centraal staat. De muziek komt uit de experimentele, folk, elektronische en leftfield hoek, maar het is bepaald niet begrenst. Labelbaas Justin Watson heeft een neus voor bijzondere muziek en beschikt over originele ideeën om zijn label invulling te geven. Dat doet hij al sinds 2007. Inderdaad het label is 10 jaar geworden en gepokt en gemazeld. Vandaar dat de jubileum cd wellicht ook Lessons heet. Het is overigens ook de 50ste release op het label. Op deze dubbel cd vind je exclusieve tracks, zowel van huidige en vroegere artiesten van het label als toekomstige of bevriende artiesten. Naast boven genoemde artiesten zijn ook Oliver Cherer, Isnaj Dui en Leyland Kirby hier vertegenwoordigd. In totaal krijg je 25 tracks van bij elkaar 143 minuten lang! Zie voor de complete lijst de bandcamp-link hieronder. Het geeft prachtig weer waar het label stond, staat en naartoe gaat. Tevens een mooie introductie voor de instappers en een fraaie aanvulling voor de kenners. Een label dat met gemak nog eens 10 jaar mee kan gaan.

 

 


 

Ludo

 

King Krule – THE OOZ
Deed me vooral peinzen (en oozen) over de machinaties van de muziekindustrie. Kennelijk is deze jongen op het juiste moment bij een briljante promotor terechtgekomen. Het lijkt me na een hele week luisteren nog altijd de gebakken lucht hype van het jaar. Toegegeven, King Krule’s geluid is cool. Ondanks de schijnbare chaos mompelt en lalt hij zich met opmerkelijk veel autoriteit door zijn sterk urbane klankwereld. Erg nieuw is het verder allemaal niet. Micachu deed het een paar jaar geleden minstens zo goed, en misschien nog wel een tandje eigenzinnniger. (Zal ik de ‘grap’ maken – dat was een vrouw, dus die zij kreeg minder veren…). De plotse saxofoon-injecties geven King Krule soms wat van Morphine, en ook de postpunk van The Fall en The Ex is nooit ver weg. Allemaal toffe referenties, maar THE OOZ staat vol eendere, halve ideetjes, zoektochten die aan het eind van elke schets eindigen met een laatste rondje op een synth of Rhodes.

 

 


 

Sietse

Francesco Covarino – Olive (Thirsty Leaves Music)

Als drummer speelde Francesco Covarino eerder al samen met Alessandro Incorvaia waarmee hij twee albums heeft uitgebracht. Als duo maken ze een soort geïmproviseerde ambient post rock waarbij Incorvaia een melodische soundscape neerlegt waar Covarino vrij bij drumt.
Solo doet Covarino eigenlijk hetzelfde, echter dan zonder de soundscapes.

Olive is Covarino zijn eerste solo album en daarop speelt hij dus alleen percussie. In 16 stuks (de digitale versie telt er maar 14) laat hij zijn drumkunsten horen.
Het ratelt aardig weg en doet soms wel denken aan het vroege werk van Chris Corsano, echter wat minder speels en minder virtuoos. Tijdens het spelen laat hij veel ruimte voor stilte, waardoor er een soort spanning ontstaat waarin je gaat proberen op te vangen wat er in de ruimte gebeurd.

Olive is een leuke release geworden, die met name mensen geïnteresseerd in percussie zal aanspreken. Denk aan de eerder genoemde Chris Corsano, maar ook Rogier Smal of Will Guthrie. Het is wellicht nog niet zo virtuoos als deze andere spelers maar voor een eerste solo release erg goed gedaan.
Mocht je het geheel toch wat muzikaler (lees: melodieus) dan is zijn duo meer aan te raden.