Het schaduwkabinet: week 41 – 2017

Eindelijk een nieuw kabinet! Ja hier dan met onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Melanie De Biasio, The Burning Hell, Benjamin Clementine, Minco Eggersman, Ben Frost, Get Your Gun, It Dockumer Lokaeltsje, Machinefabriek, Major Parkinson, Maninkari, My Home Sinking, Primus, Max Richter, Mighty Mo Rodgers & Baba Sissoko, Saz’iso, Tusks, Mahsa Vahdat/ Coşkun Karademir en Various Artists: 10 Year Anniversary Manifest.

 


 

Jan Willem

Melanie De Biasio – Lilies (cd, Le Label / [PIAS])
De twee prachtalbums Stomach Is Burning (2007) en No Deal (2013), vol heerlijk soulvolle, nachtelijke jazz leveren Melanie De Biasio dikwijls de bijnaam “Belgische Billie Holiday” op. Ze brengt haar muziek op geheel eigen wijze en met creativiteit en lef. Dat ze lef heeft en volledig haar eigen gang gaat bewijst ze wel door vorig jaar met de mini Blackened Cities te komen, die slechts 1 track van ruim 24 minuten bevat. Het levert een intieme reis door een ruw jazzlandschap, dat spannend, afwisselend en enorm intrigerend is. Nu is ze dan terug met de volledige cd Lilies. Negen nieuwe tracks, die weer die gloedvolle, nachtelijke jazz bevatten. Alleen brengt ze het geluid terug tot de essentie, maar juist dat brengt mede door haar wonderschone zang ontzettend veel meer. Een Belgische bonbon, waarbij de intense inhoud enkel door subtiele hints gebracht wordt, die vervolgens in je brein uitgroeien tot de meesterwerken die het zijn. Net als een enkel steentje in het water gooien kan uitgroeien tot een serie kringen, die groter zijn dan de initiële handeling. De Biasio (zang, vocale beats, gitaar, piano, fluit, noise) wordt bijgestaan door Pascal Paulus (klarinet, piano, clavinet, bas, drums, zang, beats, tamboerijn, vintage synthesizers), Pascal Mohy (piano) en Dré Pallemaerts (drums, cimbalen, drumsamples). Het is allemaal machtig mooi en mysterieus. Muzikaal gezien zit ze ergens tussen Antenne, Billie Holiday, Talk Talk, The Cinematic Orchestra, Flying Horseman, ALA.NI en Beth Gibbons in. Het is echt een bij de strot grijpende beauty geworden.

 

The Burning Hell – Revival Beach (cd, BB*Island / Konkurrent)
The Burning Hell is het alter ego van de Canadese zanger/gitarist Mathias Kom, die al ruim een decennium aan de weg timmert. Hij heeft al zeven albums uitgebracht die ergens in de indierock en folkrock hoek vertoeven, waarbij de gortdroge humor in de muziek een opvallende factor is. Nooit flauw, maar het zorgt voor de nodige knipogen. Daar gaat hij ook gewoon mee verder op het achtste werk Revival Beach. Samen met zijn min of meer vaste band bestaande uit Ariel Sharratt (basklarinet, zang, drums, productie) en Darren Browne (bouzouki, bas). Eenmaal wordt ook de draailier naar boven getoverd. Met deze niet alledaagse instrumenten maken ze muziek die afwisselend uit folkrock en rare ballads, die thematisch over de Apocalyps gaan. Maar ook koude winters en politiegeweld komen aan de orde, wederom met menig kwinkslagen. De output van dit prettige rariteitenkabinet verschilt op ongeforceerde wijze nogal, waardoor de associaties gaan van Adam Green, Smog en King Missile tot The Breeders, Jonathan Richman, Unrest en Silver Jews. Wars van alle hypes en niet van plan het de luisteraar eenvoudig te maken, komen ze gewoon weer met een bijzonder eigengereid en leuk album.

 

Benjamin Clementine – I Tell A Fly (cd, Behind)
De jonge Brits-Franse dichter, pianist en componist Benjamin Clementine wordt, na jarenlang dakloos te zijn geweest, ontdekt in de Parijse metro. Van dat leven neemt hij snel afscheid en komt in 2015 met zijn wonderschone, overrompelende debuut At Least For Now. Hierop laat hij voorzichtig nog zijn singer-songwritermuziek horen, die gevoed wordt door elementen van de soul, pop, gospel en neoklassiek. Zijn enorme stembereik maakt daarbij ook diepe indruk. Het levert een veelbelovend en soms ietwat bevreemdend maar uiterst origineel album op. Twee jaar later gooit hij alle schroom van zich af en gaat hij helemaal los op zijn tweede cd I Tell A Fly. Gewapend met onder meer piano en klavecimbel, die hij op minimal music- en avant-gardistisch achtige wijze inzet, omringt hij zich met een paar muzikanten die voor de dikwijls bevreemdende elektronica zorgen. Maar ook in de muziek brengt hij steeds weer bepaalde rariteiten aan, van vervormde stemmen en allerhande experimenten. En dat lardeert hij wederom met soul, gospel en neoklassiek, maar tevens met elementen uit de hip hop, pop en breakcore. Daarmee vaart hij een grillige koers, waardoor de muziek steeds weer uit andere vaatjes lijkt te tappen. Toch vormt dit één consistent geheel, als een soort alternatieve opera met een weirde verhaallijn. De zang is daarbij meer theatraal, soms haast operatesk, hetgeen goed aansluit bij zijn extroverte muziek. Dat alles maakt wel dat dit album een stuk minder toegankelijk en soms zelfs iets ongemakkelijker is dan zijn debuut, al is het ook bepaald niet ondoorwaadbaar. Hij durft ver buiten de lijntjes te kleuren en dat maakt dit alles eigenlijk alleen maar interessanter. Geen rekening houdend met veilige of geijkte kaders, maar gewoon op ontwapende en pure wijze zijn (politieke) boodschap naar buiten brengend. Bij zijn debuut heb ik allerlei referenties opgesomd, maar hier heeft Clementine gewoon zijn eigen plek in het muzikale universum opgeëist. En dat is een evenzo bijzondere als prachtige plek geworden. Clementine is een artiest waar we in de toekomst nog veel plezier aan gaan beleven.

 

Minco Eggersman – In Blue (cd, Volkoren / Konkurrent)
Na een ver verleden in wat hardere bands, brengt de veelzijdige muzikant Minco Eggersman de laatste jaren vooral releases uit met At The Close Of Everyday en als ME of gewoon onder zijn eigen naam. Met ME richt hij zich vooral op song georiënteerde muziek en onder zijn eigen naam komt hij veelal met meer soundtrack-achtig materiaal. Om over zijn activiteiten als bierbrouwer (Tongval) nog maar te zwijgen. Eerder dit jaar laat hij het meesterlijke Kavkasia het licht zien, wat een ode aan Georgië en de Kaukasus is, waarnaar hij een reis heeft gemaakt. Nu is hij alweer terug met de cd In Blue, die een soundtrack is voor de gelijknamige film van Jaap van Heusden. Het album telt maar liefst 20 composities, die naast Eggersman (gitaar, harmonium, synthesizers, samples, drums, percussie, bas) stemmig ingekleurd worden door René de Vries (bas), Jonas Nyström (orgel, zang), Svante Henryson (cello) en Oene Van Geel (viool). De laatste drie genoemden zijn ook al te horen op Kavkasia. De muziek hier is subtiel, verstild en tot de verbeelding sprekend. De luisteraar wordt gelijk in de houdgreep genomen door de intense, spannende muziek. Het houdt ergens het midden tussen neoklassiek, (gitaar)ambient, zachte avant-garde en postrock, waarbij de ijle stemklanken voor een haast sacraal effect zorgen. Heel af en toe zwelt de muziek iets aan, maar nooit wordt de prachtige spanningsboog die ze creëren verbroken. Het zou evengoed een soundtrack voor de herfst kunnen zijn, waarmee ik enkel wil aangeven dat deze muziek ook zonder beeld huizenhoog overeind blijft. En zo hoort een goede soundtrack te zijn! Ze koppelen muziek van A Winged Victory For The Sullen, Ólafur Arnalds en Jóhann Jóhannsson aan de filmmuziek van Mogwai, het etherische van Sigur Rós, de sacrale muziek van Arvo Pärt en David Darling en de zachte experimenten van Einstürzende Neubauten. Dat alles past nooit helemaal door hun unieke benadering in deze, maar het geeft een beetje weer hoe deze ontzaglijk mooie muziek overkomt. Een bij de strot grijpend meesterwerk!

 

Ben Frost – The Centre Cannot Hold (cd, Mute)
Het is een druk jaar voor Ben Frost. Naast al zijn productionele activiteiten verschijnen dit jaar nogal wat releases van de in IJsland woonachtige Australische componist Ben Frost. Voorafgaand aan zijn vijfde studioalbum The Centre Cannot Hold, verschijnen er al een soundtrack en een mini die deels nummers bevat van deze nieuwe schijf. Nu kan je het werk van Frost sowieso al robuust en grillig noemen, waarbij hij het de luisteraar met zijn mix drones, neoklassiek, rauwe elektronica en experimenten nooit echt gemakkelijk maakt, maar de 10 tracks die hij hier ten gehore brengt zijn van een andere orde. Hij koerst hier meer richting de industrial, noise, white noise en IDM, waar af en toe zijn vroegere sound ook doorheen klinkt. In sommige stukken lijkt het of twee gebroken hoofdkabels van een energiecentrale tegen elkaar kletsen, maar dat levert wel zeer intrigerende haast fysieke muziek op. Dat geldt ook voor de dikwijls hartkloppingen bezorgende ritmes, de schurende en krakende geluid, waarbij een kernreactor op punt van barsten lijkt te staan. Angstaanjagend en toch van een intense pracht. Gelukkig last hij ook voldoende meer bezinnende momenten in om alles even te verwerken. Het door Steve Albini opgenomen geheel weet je echt bij de lurven te grijpen. Frost krijgt daarbij hulp van muzikanten Skuli Sverrisson, Nico Muhly, Daniel Lea en Shahzad Ismaily. Het is muziek die ergens tussen Kangding Ray, Oneohtrix Point Never, Tim Hecker, Forest Swords, Demdike Stare, The Haxan Cloak, loscil en Nine Inch Nails landt. Een ongepolijste, aan de grond nagelende luistertrip, waar je enkel stil van kunt worden…

 

Get Your Gun – Doubt Is My Rope Back To You (cd, Empty Tape / Rough Trade)
In 2008 richten de Deense broers Andreas (zang, gitaar, orgel, synthesizer) en Simon Westmark (drums, percussie, zang) de groep Get Your Gun op. Deze groeit uit tot een heuse band, waarmee ze in 2014 hun veelbelovende debuut The Worrying Kid uitbrengen. Hierop brengen ze een geweldige, rauwe combinatie van post-, psychedelische en stonerrock, waarbij de vocalen dikwijls doen denken aan die van Nick Cave en The Tea Party. Die geven er een wave en gothic randje aan. Dat alles smaakt naar meer. Drie jaar later ziet hun tweede wapenfeit Doubt Is My Rope Back To You dan eindelijk het licht. Naast beide broers bestaat de band uit Mark Kühn (bas, lap steel, orgel, synthesizer, zang), Zeki Jindyl (saxofoon) en Asger Christensen (viool). Ze leveren 7 songs af, die net onder de 47 minuten klokken. Ook hier laten ze weer hun bijzondere mix aan diverse rockstijlen horen, waarbij de zang een sterke troef is en die aan de genoemde voorbeelden doet denken. De muziek is van een ongepolijste pracht en laveert van postrock en stoner naar dark pop en crooner. Geen standaard hard en zacht, maar een uiterst gevarieerd geheel dat doet denken aan I Like Trains, Crime + The City Solution, Interpol, Birthday Party, Karma To Burn en Tool. Daarmee zijn ze de belofte inmiddels wel voorbij. IJzersterk tweede album.

 

It Dockumer Lokaeltsje – Tonger (cd, Makkum Records / Clear Spot)
Er zijn toch groepen waarvan ik echt niet gedacht had dat ze ooit nog een album zouden maken, zeker niet na 30 jaar! Toch is dat precies wat de het Leeuwarder trio It Dockumer Lokaeltsje doet met hun derde album Tonger, het Friese woord voor “donderslag” en “onweer”. Het album is er dan ook als donderslag bij heldere hemel. De groep heeft een eerste leven van 1985 tot 1990, waar ze twee albums Wil Met U Neuken (1987) en Moddergat (1987) uitbrengen, die in 1990 gebundeld met extra’s op de cd It Dockumer Totaeltsje verschijnen. Hun grillige, tegendraadse avant-punkrock en no wave is niet alleen ontzettend goed, het levert erna ook een aardige bloedlijn op met bands als Deinum, Klinkhamer en LUL (Lui Uit Leeuwarden). Vanuit die laatste groep worden uiteindelijk Solbakken en later ook Kanipchen-Fit geboren, met Empee Holwerda die ook al eens te gast is bij It Dockumer Lokaeltsje. Enfin, ik dwaal af. Opmerkelijk genoeg bestaat It Dockumer Lokaeltsje, vernoemd naar een “hit” uit de jaren 60 over een verdwenen spoorlijn, nog altijd uit dezelfde leden Peter Sijbenga (bas, zang, elektrotechniek), Sytse J. van Essen (gitaar) en Fritz de Jong (drums, bijzang). Ze brengen hier 18 nummers, die qua geluid niet eens zoveel afwijken van vroeger, maar waar de urgentie vanaf spat. Of het nu gaat over koeienstront, bevindingen van een dorpsgenoot of de New Yorkse no wave en punkmuziek, ze weten het op eigengereide, verwarrende en meeslepende wijze hard aan de man te brengen. Muziek die niet meer gemaakt wordt en heel erg gemist is. Om enig idee te krijgen moet je denken aan een door de blender gehaalde mix van The Ex, De Kift, Pere Ubu, Primus, Nasmak, DNA en Butthole Surfers. Maar gewoon zelf gaan luisteren is misschien wel het beste devies in deze, want dan krijg je vanzelf honger naar deze Tonger. Wat een geweldige comeback!

 

Machinefabriek – Becoming (cd, Machinefabriek)
De output van de Rotterdamse, legendarische muzikant Rutger Zuydervelt is inmiddels zo veelzijdig en immens, dat je er haast vanuit gaat dat zijn naam zelfs bij de ons nog niet ontdekte wezens in de ruimte bekend zal zijn. Binnen de kringen van liefhebbers van experimentele muziek zal dat zeker wel kloppen, maar voor degenen die daar omheen cirkelen toch maar een korte introductie. Daar waar wetenschappers ooit hebben verondersteld dat het de Chinese muur is die we van de maan zouden kunnen waarnemen, is gebleken dat het om de discografie van Zuydervelt gaat. Zijn meest bekende project is vanzelfsprekend Machinefabriek, die al een asociaal deel van mijn muziekcollectie inneemt, maar daarnaast zijn het projecten als Shivers, Piiptsjilling, L/M/R/W, Cloud Ensemble, CMMK, DNMF en de vele joint ventures met onder meer Michel Banabila, Gareth Davis, Soccer Committee, Peter Broderick, Dag Rosenqvist, Aaron Martin, Leo Fabriek, Orphax, Celer, Stephen Vitiello, Steve Roden, Tim Caitlin, Jaap Blonk en Freiband die talrijke releases opleveren. Daarbij kan je echt van alles verwachten, van ambient, glitch en drones tot neoklassiek, avant-garde en musique concrète of hybriden daarvan. Naast zijn reguliere studioalbums brengt hij met Machinefabriek ook muziek voor theater-, film- en dansproducties. Zo werkt hij al meermaals samen met de Spaanse choreograaf Iván Pérez. Hoewel je zijn muziek wellicht niet zo snel associeert met dans, is de nieuwe cd Becoming toch alweer zijn vierde voor deze in Den Haag woonachtige choreograaf. Zuydervelt brengt één lang stuk van ruim 39 minuten, wat voor een radiomaker als ik een onmogelijke lengte is (#luxeproblemen). Maar zonder een zucht te laten onderwerp ik me aan dit langgerekte stuk, want het is gewoonweg adembenemend wat hij hier laat horen. Op een bed van ambient krijg je noise, drones, veldopnames, abstracte geluiden en experimentele elektronica geserveerd. Tussendoor hoor je af en toe de van tevoren opgenomen en hier dus gesamplede zang van Mariska Baars (Soccer Committee, Heathen Prayers, Piiptsjilling), die nog voor een prachtig etherisch randje zorgt. Ik ga niet eens een poging wagen dit met iets anders te vergelijken, want dit is een volslagen uniek, diepgravende en tot de verbeelding sprekende luisterervaring. Er staat geen maat op deze meester.

 

Major Parkinson – Blackbox (cd, Degaton)
In 2003 wordt de Noorse groep Major Parkinson geboren, die meteen al een verrassende aanpak in huis hebben en een bijzonder geluid laten horen. Op hun eerste 3 albums Major Parkinson (2008), Songs From A Solitary Home (2010) en Twilight Cinema (2014) brengen ze iets dat het midden houdt tussen alternatieve pop en een psychose in, aangelengd met delen dark cabaret, progressieve rock en avant-rock. Tom Waits en Leonard Cohen meets Cardiacs, The Double U, The Dresden Dolls, Už Jsme Doma en Kaizers Orchestra. Hun laatste album eindigt ook in mijn eindejaarslijst, dus ja, ik heb ze hoog zitten. Na behoorlijk wat wisselingen in de line-up bestaat de groep inmiddels uit frontman Jon Ivar Kollbotn (zang, piano), Lars Christian Bjørknes (piano, synthesizers, orgel, programmering, achtergrondzang), Eivind Gammersvik (bas, achtergrondzang) en de nieuwbakken leden Sondre Sagstad Veland (drums, percussie, typemachine, achtergrondzang), Sondre Rafoss Skollevoll (gitaar, achtergrondzang), Øystein Bech-Eriksen (gitaar) en Claudia Cox (viool, achtergrondzang). Daarnaast mogen ze op hun vierde cd Blackbox ook nog eens rekenen op de steun van gastmuzikanten op (koor)zang, cello, saxofoon, trombone, tuba, hoorn, trompet, xylofoon en gefluit. Hiermee slaan ze voor het eerst een andere weg in. De muziek is hier een stuk harder en meer elektronisch, waarbij ze nog altijd een goed doorwaadbaar en zeker bijzonder geluid aan de dag leggen. De zang blijft in de hoek van Tom Waits, Leonard Cohen en The Double U hangen en ook de eerder genoemde invloeden komen wel ergens terug in hun muziek, zeker de Cardiacs mede door de zang van Cox, maar ze ontwortelen zich er duidelijk van en zijn hier meer dan ooit vooral zichzelf. En dat is niet alleen een mooi gegeven, het levert ook nog eens ontwapend mooie en diepgravende muziek op, die een ramkoers vaart tussen progrock, filmische rock, techno en avant-garde. Wat een klasbakken zijn dit toch!

 

Maninkari – L’Océan Rêve Dans Sa Loisiveté < <second session> > (cd, Three:four)
Twee albums heeft hun avontuur met de geweldige post-rockband Bathyscaphe geduurd, alvorens de tweelingbroers Frédéric en Olivier Charlot overstag gaan en verder gaan met het experimentele project Maninkari. Hoewel de output nogal eens verschilt moet je hun muziek ergens zoeken tussen dark ambient, free-folk, jazz, minimal music, filmmuziek, art-rock, avant-garde, krautrock, modern klassiek en drones, dat ze naast elektronica en veldopnames met een keur aan Oosterse elementen fabriceren. De broers houden er ook het elektronische Sphyxion op na. In 2014 brengt Manijnkari onder meer het album L’Océan Rêve Dans Sa Loisiveté uit, waar de twee met santoor, cimbalom, bodhran, altviool, drums, cello, zurna, orgel en veldopnames een bezwerende mix neerzetten. Een deel hebben ze gecomponeerd, maar ze improviseren er ook op los. Het levert een subliem album op. Met L’Océan Rêve Dans Sa Loisiveté < <second session> > gaan ze verder waar ze in die setting gebleven zijn, zij het dat ze nu vooral improviseren. Frédéric (altviool, cello, cimbalom, zurna, synthesizers) en Olivier (santoor, cimbalom, bodhran-tar, marimba, synthesizers) laten hier dan ook hoorbaar een vrijer geluid horen dan op de voorganger, maar met diezelfde wereldse klanken. De elektronica vormen hierbij het duister en bovenal ruimtelijk ambient-achtig decor. De herhalende geluiden op de voorgrond, veelal de altviool met een percussie-instrument, zijn hypnotiserend en haast sjamanistisch en lopen uiteen van etnische muziek tot drones. Ze brengen je op allerlei plekken op de wereld, maar ook ergens op onontgonnen gebieden in het heelal. Qua referenties moet je het ergens zoeken tussen Dead Can Dance, Richard Skelton, Anahita, Twinsistermoon, Vidna Obmana en Muslimgauze, al is de sound van Maninkari al jaren volslagen uniek te noemen. Een meeslepend wereld(s)album.

 

My Home, Sinking – King Of Corns (cd, Infraction)
Enrico Coniglio is een Italiaanse componist, die sinds 2002 onder zijn eigen naam acht albums uitbrengt, waarvan één met Matteo Uggeri eerder dit jaar. In 2013 debuteert hij als My Home, Sinking met zijn gelijknamige cd op het fijne Fluid Audio label. Hij maakt er haast een This Mortal Coil achtig geheel van met allerlei gastzangeressen, waarbij hij verder een overtuigende, etherische mix van ambient, speelse elektronica, neoklassiek, etherische postrock en uiterst subtiele experimenten ten gehore brengt. Van dit project verschijnt nu de tweede cd King Of Corns. Coniglio (gitaar, melodica, harmonica, hoorn, orgel, synthesizer, psalter, tapes, vinyl, veldopnames, programmering, gevonden voorwerpen) wordt hier vergezeld door Elisa Marzorati (piano) en Piergabriele Mancuso (altviool). Daarnaast zijn de zangeressen Chantal Acda, Jessica Constable en Violeta Päivänkakkara (tevens klokkenspel, effecten), vibrafonist Peter Paul Gallo en zanger/organist James Murray te gast. Dat levert een meer experimentee, minimaall en folkgericht geheel op, waarbij ook neoklassiek, ambient en drones de revue passeren. Voer voor fans van Ian Hawgood, Richard Skelton, Orla Wren, Tape, Morgen Wurde, Talk Talk en Colleen. Bezinnende breekbare pracht.

 

Primus – The Desaturating Seven (cd, ATO / [PIAS])
Eind jaren 80 wordt de geweldige groep Primus opgericht, met als blik- en oorvanger frontman Les Claypool. Blikvanger live, omdat hij waanzinnig goed en snel bas kan spelen, maar waarbij het lijkt of hij het achteloos doet. Oorvanger omdat zijn geknepen stemgeluid en zijn geweldige basspel onovertroffen zijn en uit duizenden te herkennen. Het levert zeker in de beginjaren sensationele albums op vol alternatieve rock en funk metal. De laatste jaren wordt dat hoge niveau niet meer gehaald, al blijft het boven de middenmoot uitsteken en volg ik ze nog altijd graag. Op hun negende album The Desaturating Seven is de bas opgepoetst en schuiven leden van het allereerste uur Larry Lalonde (gitaar) en Tim “Herb” Alexander (drums, percussie) ook weer fris en fruitig aan. De cd opent nogal weird met experimentele muziek die je wellicht eerder van The Residents zou verwachten; later passen ze dat tussendoor nog wel vaker toe. Maar dan klinkt die knetterende bas en lijken ze hun oude vorm weer terug te hebben, zij het dat de muziek wel wat kaler en meer experimenteel is. De 7 stukken die ze hier in 35 minuten laten horen steken geweldig in elkaar. Unieke band met een compleet eigen sound. Hier zullen de inmiddels afgehaakte liefhebbers ook wel weer warm voor lopen.

 

Max Richter – Taboo (cd, Deutsche Grammophon)
In de wekelijkse column over terugkerende artiesten, is hier wederom Max Richter. Ditmaal komt de in Duitsland geboren Britse componist wel met een nieuwe soundtrack, te weten Taboo. Het is de muziek voor de gelijknamige tv-serie. Richter (elektronica, piano, composities) werkt hier twee keer met de London Voices en daarnaast met diverse gastmuzikanten (cello, viool, percussie) en zijn eigen Max Richter Orchestra. In de 15 stukken die hij hier ten gehore brengt laat hij verstild neoklassieke muziek en solopianomuziek de revue passeren. Een tweetal composities is opvallend rijk aan percussie-instrumenten, hetgeen je van Richter niet vaak hoort. Zoals vaker bij Richter staat de muziek ook zonder beeld huizenhoog overeind. En daarmee levert hij gewoon weer een prachtig album waar de fan op z’n wenken bediend wordt.

 

Mighty Mo Rodgers & Baba Sissoko Griot Blues (cd, One Root Music / Xango Music Distribution)
Een mooie insteek van het One Root Music label: “We zijn allen mensen met één wortel, maar met verschillende takken. De wereld is tegenwoordig zo klein. De grenzen verdwijnen, mensen kunnen elkaar veel gemakkelijker contacteren. We hebben allemaal onze tradities. We proberen allemaal onze tradities niet te negeren, onze identiteit te behouden en onze wortels niet te verliezen. We kunnen zien hoe verschillend onze culturen zijn, maar tegelijkertijd kunnen we zien hoe gelijkwaardig zij kunnen zijn”. Een fraai voorbeeld van dat alles is het samenwerkingsverband tussen de Amerikaanse blueslegende Mighty Mo Rodgers en de Malinese griot muzikant Baba Sissoko. Ze ontmoeten elkaar nota bene in Litouwen. Rodgers (zang, keyboards) is al sinds de jaren 60 actief en Sissoko (zang, tamani (talking drum), ngoni, djemba, kalimba) is ook al meer dan 20 jaar bezig en een fervent vertegenwoordiger van de griot muziek. Dat laatste houdt in dat hij een muzikant is, die wordt beschouwd als bewaarder en verteller van mondeling overgebrachte tradities en geschiedenis. Het is derhalve logisch dat ze hun gezamenlijke album Griot Blues hebben genoemd. Ze ontdekken hier op componerende en improviserende wijze hun gemeenschappelijke grond; één wortel, maar verschillende takken. De muziek die ze hier laten horen, samen met (gast)muzikanten op gitaar, bas, drums, percussie, fluit en harmonica, combineert dan ook op natuurlijke wijze beide werelden. Afrikaanse muziek en blues bijten elkaar sowieso niet, maar worden hier wel heel fraai samengebracht. De nummers bevatten een soort universele ziel, die voor velen herkenbaar en genietbaar is. Leuk is ook de levendige interactie tussen beide muzikanten, die elkaar soms ook aanspreken gedurende de songs. Het beste uit beide komt hier naar voren en smelten samen tot hun griot blues. Muziek die verbindt, maar ook gewoonweg wonderschoon is. Dit is in essentie waar het leven om zou moeten draaien. Eén wortel met vele takken, die elkaar verrijken en verder brengen. Lucht geven en een boom kunnen opzetten. Er is geen kleur als het om liefde gaat. Grootse klasse!

 

Saz’iso – At Least Wave Your Handkerchief At Me (cd, Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Ik heb (traditionele) volksmuziek uit vele landen van over de hele wereld en houd met name van die melancholische muziek waarbij de universele emoties voelbaar zijn en waarbij de taal geen enkele barrière vormt. Zo heb ik uit het voor de buitenwereld doorgaans potdichte Albanië de prachtige groep Famille Lela De Permet, die met polifonische zang en traditionele elementen prachtig zinnenstrelende muziek maken. Polyfonie is sowieso iets dat het zuiden van Albanië kenmerkt en waar de stad Përmet deel van uitmaakt. Daar komt ook het ensemble Saz’iso vandaan. Het Glitterbeat label, het wereldse zusterlabel van Glitterhouse, brengt er nu hun album At Least Wave Your Handkerchief At Me uit. De cd, met de subtitel “The Joys And Sorrow Of Southern Albanian Song”, herbergt 15 songs van bij elkaar ruim 47 minuten. De groep bestaat uit de zanger(e)s(sen) Donika Pecallari, Adrianna Thanou, Robert Tralo, Aurel Qirjo (tevens viool), Pëllumb Meta (tevens fluit), klarinettist Telando Feto, luitist Agron Murat en raamtrommelaar Agron Nasi. De songs gaan over plezier, leed, liefde, verlies, heldendom en tragedie, hetgeen je ook allemaal terughoort in de muziek, ook zonder de taal te begrijpen. Dat is van grote meerwaarde. Los daarvan is de (polifonische) zang hier wonderschoon, die ook fraai ingelijst wordt door de diverse traditionele instrumenten, die diverse Balkanlanden lijken te doorkruizen. Ik denk dat liefhebbers van Nouvelles Polyfonies Corses, Le Mystère Des Voix Bulgares, Mitsoura, Karikás, Kolinda, The Shoghaken Ensemble en Mostar Sevdah Reunion deze muziek ook wel zullen waarderen. Hier kan je weer eens echt grenzeloos van genieten.

 

Tusks – Dissolve (cd, One Little Indian / Konkurrent)
Ik maak vorig jaar voor het eerst kennis met de prachtige muziek van Tusks middels de mini False. Daarvoor is er ook al een 12” Ink (2014) verschenen. Tusks is het project van Emily Underhill uit Londen, die downtempo elektronica, wave, ambient en droompop aan haar fraaie bitterzoete zang koppelt. Ze geeft overigens aan beïnvloed te zijn door Bonobo, Foals en Explosions In The Sky. Dat laatste is pas goed te horen op haar debuut Dissolve dat deze week verschijnt. De cd opent nog met twee nummers (“For You” en “False”) van de mini van vorig jaar, dus dat klinkt vertrouwd; verderop staat er overigens nog één (“Ivy”). Maar in de derde track is er door haar elektronica ook post-rock en tevens shoegaze te horen, zij het op dromerige wijze, hetgeen later op het album ook nog een paar keer het geval is. De rode draad wordt hier echter gevormd door de duister mysterieuze, filmische atmosfeer. Ze brengt daarbij die broeierigheid van Massive Attack en het etherische van Cocteau Twins die dromerig uiteen waaiert naar Bowery Electric en Slowdive. Dan heb je het geluid nog niet te pakken, want ook The xx, The Cure, Warpaint, Laurel Halo en James Blake komen wel eens voorbij. En ook dan ben je er nog niet, want daarvoor brengt ze gewoonweg een te eigenzinnig en gevarieerd geluid. Wat een overrompelend droomdebuut!

 

Mahsa Vahdat/ Coşkun Karademir – Endless Path (cd, Kirkelig Kulturverksted / Xango Music Distribution)
Dat Noorse label Kirkelig Kulturverksted is zo langzamerhand uitgegroeid tot hofleverancier van de betere melancholische wereldmuziek. De ene na de andere beauty ziet daar het licht. Ook de Iranese zangeres Mahsa Vahdat brengt er veelvuldig haar releases uit, solo maar ook samen met haar zus Marjan, Skurk en Mighty Sam Mclain. Haar melancholische stemgeluid is er één om in te lijsten en bevat een universele emotionele waarde. De muziek is Oosters en jazzy getint, die veelal aangrijpend, troostvol en gewoonweg wonderschoon is. Nu brengt ze samen met de Turkse zanger en kopuz en baghlama speler Coşkun Karademir het album Endless Path uit. Karademir brengt doorgaans folkmuziek en heeft met vele artiesten samengewerkt. Hij beschikt ook over een stem die grenzen doet vervagen als het gaat om emoties overbrengen. Samen bewerken ze hier gedichten tot fraaie songs, waarbij ze hulp krijgen van de Turkse muzikanten Özer Özel (trom) en Ömer Arslan (percussie) plus de Iranese muzikant Mahdi Teimori (ney). Dat levert 11 songs op, die sober maar ruimtevullend zijn. Het lijkt wel of hetgeen ze brengen doorechoot in een lege ruimte, waarmee hun stemmen een extra mysterieuze lading krijgen. Daarbij zingen ze om en om en één keer samen. Het is tot de verbeelding sprekend en zal mensen die de muziek niet verstaan toch diep weten te raken. Narcotiserende pracht waar niet de taal maar de emotie overheerst. Ongelooflijk, grenzeloos mooi!

Luister Online:
Endless Path (albumsnippers)

 

Various Artists: 10 Year Anniversary Manifest (cd, Blackjack Illuminist Records)
In 2007 richt muzikant Alexander Leonard Donat het label Blackjack Illuminist Records op. Daar verschijnen veel van zijn eigen projecten, zoals Vlimmer, Fir Cone Children, Leonard Las Vegas, Feverdreamt, Flight Recorder, Infravoids en Jet Pilot. Later brengen ook andere artiesten er muziek op uit en verschijnt in 2016 de mooie benefiet compilatie Condolence: Paris. De muzikale output gaat van shoegaze, droompunk, hardcore en Arabische krautrock tot drones, dark ambient, indierock en experimentele muziek. Kleine labels worden ook ouder en voor je het weet zijn ze alweer 10 jaar. Om dit te vieren heeft Donat nu de verzamel cd 10 Year Anniversary Manifest uitgebracht, waarop je 16 exclusieve tracks krijgt die bij elkaar bijna 80 minuten duren. Naast muziek van zijn eigen projecten en labelgenoten vind je er ook die van bevriende artiesten en artiesten die om wat voor reden dan ook het pad van Blackjack Illuminist hebben gekruist. De muziek loopt nogal uiteen qua genre, hetgeen ook de intentie van het label is. De rode draad is, denk ik, de donkere atmosfeer en de prettige melancholie die de meest muziek rijk is. Los daarvan is dit gewoon een schitterende compilatie geworden met zelfs voor mij nog een hoop onbekende, maar geweldige artiesten. Klik op onderstaande link voor de complete lijst artiesten en als je er toch bent, luister er meteen eens naar. Gefeliciteerd Alexander Leonard Donat!