Het schaduwkabinet: week 39 – 2017

Eindelijk een nieuw kabinet! Nu ja, die van ons dan met onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Max Ananyev, Barely Autumn, Nick Cave & Warren Ellis, Dead, Factice Factory, Godspeed You! Black Emperor, Jon Hassell, Cicely Irvine, Jabu, Kryshe, Kurws, Memory Drawings, Tim Mislock, Portico Quartet, Rotten Bliss, Scanner, 7C, Tricky, Chelsea Wolfe, Rock en رامى عصام.

 


 

Jan Willem

Max Ananyev – The Way To The Ocean (cd, Preserved Sound)
Max Ananyev is een artiest uit Sint Petersburg, die van zich laat horen als Tree Bosier, AMVI en gewoon zijn eigen naam. Onder die naam heeft hij vorig jaar al het album Communication het licht laten zien, waarop hij een bijzondere instrumentale mix brengt van folk, neoklassiek en andere hedendaagse akoestische muziek. Deze krijgt nu een opvolger met The Way To The Ocean. Daarmee gaat hij gewapend met klassieke gitaar, mandoline, kalimba en diverse (elektronische) sfeermakers, waaronder strijkarrangementen, te werk. Het is weer hoofdzakelijk instrumentale pastorale muziek, die je op dromerige wijze weet in te pakken. Ik denk dat liefhebbers van Gideon Wolf, Nick Drake, Jozef van Wissem, Jack Rose en The Declining Winter hier wel raad mee weten. Zijn stemmige, virtuoze spel wordt twee keer aangevuld door de sopraan Maria Shulyakovskaya, die zijn toch al fraaie stukken nog van extra glans voorzien.

 

Barely Autumn – Barely Autumn (cd, Zeal / Konkurrent)
Wat een ongelooflijk fijn label is dat Belgische Zeal toch, die hofleverancier lijkt te zijn voor stemmige muziek. Nu komen ze met Barely Autumn, wat gezien de tijd van het jaar ook niet beter gepland had kunnen worden, die er het gelijknamige debuut uitbrengt. Dit is het geesteskind van Nico Kennes (zang, gitaar, keyboards), die voorheen van zich heeft laten horen in de math/post-rockformatie Mosquito. De Belgische muzikant omringt zich met Bram Vandermotte (drums, percussie) en Gil Persoons (bas). Daarnaast mag hij hier rekenen op gasten op cello, zang, synthesizers, keyboards en percussie, waaronder Chantal Acda (Chacda, Distance Light & Sky, Sleepingdog) en leden uit I Will I Swear en Illuminine. Ze presenteren hier 11 songs, die ruim 39 minuten duren. Het overgrote deel bevat verstilde singer-songwritermuziek met neoklassieke intervebnties, maar met enige regelmaat wordt het ook stevig en komt het post-rockverleden van Kennes naar boven. Maar het grote verschil is dat het hier continu persoonlijk en intiem is wat er naar buiten komt. Denk daarbij aan een eigenzinnige mix van Sophia, Gravenhurst, Roger Waters, Elliott Smith en Gareth Dickson. Ja zo mooi en intens is dit! Amper herfst, maar nu is er al een nieuwe soundtrack voor gemaakt.

 

Nick Cave & Warren Ellis – Wind River (cd, Lakeshore/ Invada)
Ja hoor daar zijn ze weer! Zeer kort op de soundtrack War Machine en iets langer op Mars eerder dit jaar, komen Nick Cave en Warren Ellis (The Bad Seeds, Dirty Three) alweer met hun nieuwste filmscore Wind River aanzetten. Het is de muziek voor de gelijknamige film van Taylor Sheridan, tevens bekend van Sicario en Hell Or High Water. Voor die laatste hebben Cave en Ellis ook al de soundtrack geschreven. Na een paar meer experimentele en meer elektronische soundtracks, laten Nick Cave (piano, vibes, celesta, zang) en Warren Ellis (viool, guitaret, altviool, synthesizer, loops, zang) zich weer van een iets meer neoklassieke kant horen, waarbij ze ondersteuning krijgen van The City Of Prague Philharmonic Orchestra. Daarbij brengen ze ook wel weer hun typische bedrukte tot de verbeelding sprekende atmosferen en subtiele experimenten. Verder is Cave’s stem ook vaker te horen en dat is al helemaal geen straf. In 23 stukken, van bij elkaar toch slechts 44,5 minuten lang, laten ze korte pareltjes het licht zien die ertoe doen.

 

Dead – We Won’t Let You Sleep (cd, We Empty Rooms / Five Roses Press)
Als ik nieuwe groepen mag adviseren qua bandnaam, dan zou ik Dead ten zeerste afraden, want daar lopen er al zo’n 20 van rond. Maar goed dat is mijn mening maar. Het Australische duo Jace Rogers (bas, gitaar) en Jem Ponnusamy (drums, zang, gong), die voorheen ook van zich laten horen in Fangs Of (samen), Inappropiate Tough Guy Behaviour, Fire Witch en Goat Witch, vormen sinds 2011 één van die groepen Dead. Hiermee brengen ze lekker rauwe slugdemetal en punk naar buiten. Inmiddels zijn ze een trilogie gestart, waarbij ze ook voor verwarring zorgen. Op vinyl is dit namelijk een vierluik en op cd een tweeluik, waarvan nu deel drie of nu ja twee We Won’t Let You Sleep is verschenen. Volgt u het nog? Ze worden hierop bijgestaan door gasten op bas, gitaar, zang, keyboards en synthesizer. De eerste 9 tracks (die hieronder in de bandcamp link staan) bevatten weer die heerlijk ongepolijste, maar pakkende mix van de genoemde stijlen, waarin je zo maar elementen van Godheadsilo, Killing Joke, Pere Ubu, Shellac, The Melvins, Unsane en Neurosis kunt herkennen. Toch tonen ze met hun meer rudimentaire geluid een geheel eigen smoel, mede door de verrassende wendingen, tempowisselingen en de soms plots opduikende elektronica. Na die 9 nummers heb je er een waar feest van zo’n 33 minuten opzitten. Dan besluiten ze nog met twee stukken, één van ruim 2 en een van 13,5 minuten, waarop ze meer duistere, elektronisch gestuurde klanklandschappen neerzetten. En ook die mogen er wezen. Een onnavolgbaar, gevarieerd en meeslepend album. Dead onthoud die naam!

 

Factice Factory – Lines & Parallels (cd, Wool-E Discs)
Er zijn meer en meer bands die zich het laatste decennium weer helemaal storten op het geluid uit de jaren 80 en dan met name de post-punk, cold wave en new wave nieuw leven inblazen. Niet dat dit ooit helemaal verdwenen is, maar de bands die dit maken groeien weer gestaag. Hieronder zitten een aantal die vooral in herhaling vallen, maar ook genoeg die er een ijzersterke hedendaagse draai aan weten te geven. Tot die laatste categorie behoort Factice Factory. De groep bestaat uit de Fransen Fabrice Lefebvre (gitaar, keyboards, drums, programmering, arrangementen) uit Rajna, zijn broer Théotime Lefebvre (bas, gitaar, pedaal/effecten) uit Thermafrost en de Zwitserse zanger François Ducarn. Ducarn zingt overigens in het Duits, Frans en Engels. Inmiddels hebben ze al de twee prachtige albums The White Days (2014) en ¡¡Nada!! (2015) uitgebracht, waarop het ouderwets genieten is. Ze presenteren nu hun derde album Lines & Parallels, waar ze op melancholische wijze verder gaan met hun duistere sound, die je in de jaren 80 zo op het 4AD label zou plaatsen. Ze brengen in 9 tracks een cocktail van de bovengenoemde stijlen, aangevuld met nog wat gothic, shoegaze en andere meer donkere stijlen. In elk geval weten ze continu de duistere droefgeestigheid waar ik zo van hou fraai in te kaderen. Muziek die ik hoog heb zitten en te weinig zo goed gemaakt wordt. Liefhebbers van bands als Modern English, Joy Division, DAF, Cocteau Twins en hedendaagse alternatieven als Vlimmer, Lebanon Hanover en het nog altijd actieve Clan Of Xymox moeten (ja moeten) zeker eens naar deze band gaan luisteren. In “Sway” is ook de prachtige zang van Jeanne Lefebvre (Rajna, vrouw van Fabrice) te horen. De melancholici onder ons worden hier op schitterende wijze op hun wenken bediend.

 

Godspeed You! Black Emperor – Luciferian Towers (cd, Constellation/ Konkurrent)
In 1994 krijgt de muziekwereld er de Canadese sensatie Godspeed You! Black Emperor bij. De samenstelling verandert nogal eens, waarbij de leden vaak ook bij A Silver Mt. Zion en diverse andere zijprojecten zijn. Hun typische filmische post-rock met de fijne uitbarstingen blijft de eerste paar albums wel. Als ze in 2012 na een hiaat van 10 jaar terugkeren is hun sound rauwer geworden, waarbij er minder naar een climax toegewerkt wordt en meer improvisaties te horen zijn. Ook hun laatste zevende werk Asunder, Sweet And Other Distress (2015) laten een doorwrochten geluid horen, dat het de luisteraar niet per se heel eenvoudig maakt, vol met indringende emoties, grootse spannende atmosferen en verrassende wendingen. Twee jaar later zijn er alweer met Luciferian Towers. De groep bestaat hier uit Aidan Girt (drums), David Bryant (elektrische gitaar, MG-One), Efrim Manuel Menuck (elektrische gitaar, orgel, OP-1), Mauro Pezzente (elektrische bas), Michael Moya (elektrische gitaar), Sophie Trudeau (viool, orgel), Thierry Amar (elektrische bas, contrabas) en Karl Lemieux (videoprojecties). Ze brengen 4 lange tracks, die zo’n 44 minuten duren. Wederom hebben ze zich vernieuwd en komen met een venijnig geluid. Een soort noise-symfonieën, die je direct in de houdgreep nemen. Dat begint al heel sterk in de openingstrack, waar ze tevens mogen rekenen op Bonnie Kane (sax, fluit, elektronica) en Craig Pederson (trompet) , die een nieuwe dimensie aan hun toch al zo indrukwekkende sound toevoegen. Maar ook de stukken erna zijn weer van een ontzaglijke intensiteit, waarbij de orgels en synthesizers voor extra, andere franje zorgen. Alles is één grote aanklacht tegen de luie inhaligheid, de verloedering van gezondheidszorg en het milieu, de grenzen die we opwerpen en ga zo maar door. Al gal spuwend gaan ze te werk, maar het is weer iets beter te volgen en daarbij gewoonweg bij de strot grijpend mooi en krachtig. Met name in de slottrack gaan ze hevig tekeer op het eind. Om stil van te worden. De groep blijft een urgent unicum.

 

Jon Hassell – Dream Theory In Malaya (cd, tak:til/ Glitterbeat / Xango Music Distribution)
De Amerikaanse componist/trompettist Jon Hassell maakt de laatste paar jaren niet zoveel muziek meer, maar dat is niet verwonderlijk met zijn 80 jaar. Inderdaad net zo oud als Philip Glass en ook Hassell wil als hij vanaf 1978 zijn muziek begint uit te brengen minimal music brengen. Alleen koppelt Hassell dat steevast aan verschillende soorten wereldmuziek en andere dikwijls geïmproviseerde muziek. Die stijl zal als “Fourth World”-muziek bestempeld worden, wat in zwang raakt na zijn derde album Fourth World Vol.1 – Possible Music uit 1980, dat hij samen met Brian Eno maakt. Ambient, wereldmuziek en experimenten gaan daar lustig door elkaar, waarbij menig bekende gastmuzikant meedoet. Sowieso komt hij in aanraking met grote artiesten, want zo studeert hij bij Karlheinz Stockhausen en werkt hij al vrij snel met La Monte Young en Terry Riley. Los van zijn bijzondere muziek heeft hij ook een typisch ijl trompetgeluid, waar bijvoorbeeld Arve Henriksen, Portico Quartet en Nils Petter Molvær schatplichtig aan zijn. Maar ik kan me voorstellen dat ook Michel Banabila hier inspiratie uit heeft geput. In 1981 verschijnt Dream Theory In Malaya met de ondertitel “Fourth World Volume Two”, die geheel door hem geschreven is. Wel mag hij hier weer rekenen op Brian Eno en tevens Daniel Lanois, Michael Brook en andere gasten. Het vertoont wel enige verwantschap met het in hetzelfde jaar uitgebrachte My Life In A Bush Of Ghosts van Brian Eno en David Byrne, zij het dat Hassell een meer wereldse en jazzy aanpak laat horen. Het is een volslagen unicum en een klassieker van jewelste. Deze wordt nu op het sublabel tak:til van Glitterbeat (dat weer gelieerd is aan Glitterhouse) heruitgebracht in een afgestofte versie. Daarbij staat er ook nog eens de bonustrack “Ordinary Mind” op. De muziek klinkt nog altijd even sterk, avontuurlijk en tijdloos als toen en bepaald niet gedateerd. Sterker nog, je mocht willen dat ze heden ten dage nog zo’n album weten te maken. Een hele fijne rentree!


+

 

Cicely Irvine – Excavation (cd-r, Eilean Rec.)
Eilean Rec. is ook zo’n ontzettend fijn innovatief label, dat sinds 2014 gerund wordt door de Franse muzikant Mathias Van Eecloo (Monolyth & Cobalt, D-Rhöne, Ottö Solänge). Er verschijnen releases in de experimentele, neoklassieke, drones en ambient hoek op cd-r, maar met de look & feel van een cd. Nu verschijnt daar het album Excavation van de in Zweden woonachtige multi-instrumentaliste Cicely Irvine, met muziek die tussen 2007 en 2017 is opgenomen. Ze brengt in haar 16 tracks van bij elkaar 44 minuten lang veldopnames, zang, gitaar, bas, piano, pomporgel, synthesizer, klokkenspel, muziekdoos, duimpiano, zaag, glas, fluit, bellen, melodica en viool. Hiermee levert ze zowel verstilde, vintage stukken met soms enkel piano als uiterst rijk maar subtiel gedetailleerde composities af. Ze laveert daarbij van ambient, folk en neoklassiek naar avant-garde, experimentele en elektro-akoestische muziek, waarbij ze ondanks deze variatie een behoorlijk consistent geluid weet te produceren. Dat heeft alles te maken met de melancholische, mysterieuze rode draad die door al haar nummers loopt. De albumtitel betekent “uitgraving” en haar muziek is dan ook behoorlijk diepgravend. Daarbij zorgt haar mezzosopraanzang, die meestal woordeloos is, voor de narcotiserende saus op het geheel. Ergens tussen Birds Of Passage, Colleen, Toàn, Olan Mill en Christopher Berg vind je haar overdonderende pracht.

 

Jabu – Sleep Heavy (cd, Blackest Ever Black / Konkurrent)
Van het Blackest Ever Black krijg je doorgaans hetgeen de titel van het label al belooft. Bij het trio Jabu uit Bristol heeft het er op hun album Sleep Heavy in eerste instantie alle schijn van dat ze een licht geluid in huis hebben. Maar dat is inderdaad schijn, want ondanks de verhoogde zang van Alex Rendall en de feeërieke, Cocteau Twins-achtige zang van Jasmine Butt is de muzikale onderlaag van producer Amon Childs (Young Echo) weliswaar rustiek, maar ook duister en van een beklemmende spanning. Deze bestaat uit een eclectische mix van downtempo, gruizige R&B, dubstep, gemalen trip hop, glitch, dark ambient en hip hop elementen. Dat is zo smaakvol tot één mistig mysterieus geluid verweven, dat je er nooit helemaal vat op krijgt. Denk daarbij aan een caleidoscopische cocktail van Burial, James Blake, The Weeknd, Massive Attack en Cocteau Twins. Een uitzonderlijke black beauty!

 

Kryshe – March Of The Mysterious (cd, Serein)
Kryshe is het project van de Duitse multi-instrumentalist Christian Grothe, die zich veelal roert in de neoklassieke en ambienthoek. Voor zijn nieuwste album March Of The Mysterious heeft hij een soundtrack gemaakt voor de stomme film Alice In Wonderland uit 1915.  Met piano, trompet, gitaar en diverse percussie instrumenten, waaronder de Hang, klankschalen en bellen, heeft hij 10 composities gemaakt, waarin hij zijn instrumentaties elektronisch heeft bewerkt. Het resultaat is uiterst afwisselend, maar allemaal contemplatief en van een prettige melancholie. In sommige stukken overheerst de avant-jazz met de ijle trompet, waardoor je aan Nils Petter Molvær, Jon Hassell en Arve Henriksen moet denken. Maar hij brengt ook ambient die eerder richting Brian Eno gaat, Harold Budd-achtige pianowerk, de uiterst verfijnde en rijk gedetailleerde experimenten van Tape en Colleen en het jazz plus Hang geluid van Portico Quartet. Een deel ervan is haast meditatief en een ander deel meeslepend mysterieus, waarbij alles van een bezinnende schoonheid is. Easy listening voor gevorderden.

 

Kurws – Alarm (cd, Gusstaff Records / Broken Silence / Kudos)
Kurws, voorheen The Kurws, is een Poolse groep die er niet per se op uit is om muziek met kop en staart te creëren. Veeleer gaan ze op improviserende wijze te werk, waarbij ze door genres als artrock, postpunk, noise, dub, no wave en musique concrète snijden. De band bestaat uit Dawid Andrzej Bargenda (drums, stem), Oskar Carls (saxofoon, koebel, stem), Hubert Kostkiewicz (gitaar, tapes, stem) en Jakub Majchrzak (bas, tapes, stem), waarbij de diverse leden ook terug te vinden zijn in Kill Your Television, Saturnday, Pustostany, Saigon en Sverige. Op hun vierde cd Alarm spelen ze met hun beperkingen, waarbij ze soms asynchroon te werk gaan, deels componeren en voor een ander deel gewoon weer zien waar het schip strandt. De individuele leden brengen allemaal rudimentaire muziekstukken, die samen een complex geheel vormen, dat soms heel goed te volgen is en op andere momenten heerlijk uit de bocht vliegt zonder dat je weet waar het eindigt. Daarbij doorkruisen ze weer al die eerder vermelde genres. Het is alsof je The Ex, God, No Safety, Primus, Trumans Water, Big Black en Dog Faced Hermans in een blender stopt en de inhoud er slordig uit slingert. Of je daar iets van kunt maken weet ik niet, maar de zes stukken hier, waarbij in de slottrack zangeres Ewa Głowacka nog te horen is, smaken in elk geval naar meer. Avontuurlijke muziek die je op prettige wijze steeds op het verkeerde been zet.

 

Memory Drawings – The Nearest Exit (2cd, Signal Record)
Het gemis van Hood, nu alweer 12 jaar, wordt voor deel opgevangen door fraaie zijprojecten van de groep , hoewel ze officieel niet uit elkaar zijn. Eén van die geweldige projecten daarvan is Memory Drawings van Richard Adams (gitaren, bas, keyboards, accordeon), die daarnaast in Boyracer en eveneens machtige The Declining Winter terug te vinden is. Hij wordt daarbij vergezeld door violiste Sarah Kemp (Brave Timbers, Lanterns On The Lake, Anna Kashfi, Last Harbour), pianist Gareth S Brown (Hood) en Memory Drawings oprichter en hammered dulcimer-speler Joel Hanson (tevens keyboards) plus pianiste Rachel Grimes als gast. Hiermee produceren ze schitterende pastorale songs, die tegen zowel de folk als neoklassiek aanleunen. Daar gaan ze gewoon weer mee verder op There Is No Perfect Place (2014). Beide cd’s bevatten overigens een bonus disc met hetzij remixes dan wel bewerkingen of alternatieve versies. Het is van een intense schoonheid, waarbij weerstand bieden zinloos is. Drie jaar later is hun derde album The Nearest Exit een heugelijk feit. Adams, Hanson, Kemp en Brown worden hier vergezeld door Chris Cole (cello, drums, gestreken cimbaal, percussie) van Manyfingers plus gasten op cello, bas en geluidscollages. Ze brengen hier 11 tracks ten gehore die behoren tot het beste wat ze ooit gemaakt hebben. De emotioneel geladen mix van folk, neoklassiek, de Barokke en subtiele elektronische elementen vormen een ijzersterk, meeslepende sound. De dulcimer en cello verleiden je, om je daarna te laten omringen met de prachtige droefgeestigheid van de rest. Het is voer voor liefhebbers van Hood, Piano Magic, Klima, Bark Psychosis, Dakota Suite, Rachel’s en United Bible Studies. Wat een majestueus meesterwerk! En net als de vorige twee keer bevat ook dit album een extra schijf, met daarop 10 remixen dan wel herbewerkingen. Ik zal ze niet allemaal opnoemen, want daar is de bandcamp pagina voor, maar Isnaj Dui, Robert Rich, Manyfingers, Edward Ka-Spel en The Declinig Winter zijn een paar opvallende voorbeelden. Ze brengen allen de muziek op een leuke eigen wijze, waarbij de sfeer overeind blijft. Er wordt ook een paar keer gezongen, wat eigenlijk wel echt iets toevoegt aan sommige stukken. Kortom, deze schijf vormt een prachtig addendum.

 

Tim Mislock – Now Is The Last Best Time (cd, Eraclea)
De gitarist/componist Tim Mislock uit New York opereert ook wel eens onder de veelzeggende naam Abandoned Lighthouse. Onder zijn eigen naam debuteert hij nu met Now Is The Last Best Time, dat een stemmige ode aan zijn moeder is, die het laatste decennium zijn stiefvader, die lijdt aan Alzheimer, verzorgt. Met gitaren, synthesizers, stem, bas, loops en effecten schept hij zes lange ambientachtige klanklandschappen waarin ook drones, noise en neoklassieke elementen te bespeuren vallen. Hij wordt daarbij geholpen door producer, DJ en multi-instrumentalist Dave Harrington (contrabas, synthesizers, effecten, pedal steel, productie). Ondanks de schoonheid zijn de onderliggende emoties haast tastbaar, zo intens, liefdevol en loodzwaar. De muziek roept associaties op met Celer, Hammock, Ben Lukas Boysen, Eluvium en tevens in de meer experimentele stukken Jefre Cantu-Ledesma. Een stijlvol en magistraal eerbetoon.

 

Portico Quartet – Art In The Age Of Automation (cd, Gondwana)
Eén van de spannendste bands op hedendaags experimenteel jazzgebied vind ik naast Jagga Jazzist, Bohren & The Club Of Gore en Dale Cooper Quartet & The Dictaphones toch wel de formatie Portico Quartet. Ze laten doorgaans een jazzgeluid horen dat ze koppelen aan neoklassiek, glitch, Hang en minimalisme. Maar hiermee weten ze wel keer op keer te verrassen en een uiterst eigenzinnig geluid te produceren. Na drie sublieme albums vertrekken er een paar leden en gaan ze op het album (Living Fields (2015) verder als simpelweg Portico. Dat blijkt bepaald geen aderlating, want ook dan weten ze een diepe indruk te maken met een mix van IDM, jazz, ambient, glitch en downtempo muziek waar ook diverse gastzangers te horen zijn. Art In The Age Of Automation, hun nieuwste wapenfeit luidt de terugkeer naar hun oude naam in, zij het dat de groep nog vooral draait om de initiatiefnemers Duncan Bellamy (drums, klok, Hang) en Jack Wyllie (saxofoon, elektronica). Voor de terugkomst de Hang is een heugelijke feit. Ze mogen daarbij wel rekenen op steun van gasten op strijkinstrumenten en bas waarbij hun instrumentale sound van weleer weer in ere hersteld is. Maar ze zijn ook weer een stap verder. De ritmische secties zijn extroverter, zonder die bijzondere intieme sfeer aan te tasten. Ze weten hier hun bezwerende pracht weer goed voor het voetlicht te brengen. Dat levert een uiterst meeslepende opvolger van hun toch al geweldige voorgaande werken op.

 

Rotten Bliss – The Nightwatchman Sings (cd, Reverb Worship)
Rotten Bliss is het alterego van de Londense zangeres/celliste Jasmine Abigail Pender, die ook dikwijls haar eigen instrumenten uitvindt. Ze is daarnaast ook te horen in 11th Hour Adventists (met Jowe Head) en False Echo (met Tim Bowen). Haar debuutalbum als Rotten Bliss, The Nightwatchman Sings, verschijnt nu op het prestigieuze label Reverb Worship, gestoken in een fraaie dvd hoes. Naast zang en cello gebruikt ze ook veldopnames, ukelele, piano en iPad controller voor de effecten, die ze met haar tenen bedient. Hiermee produceert ze 12 tracks die het midden houden tussen drones, folk, softnoise en meer collageachtig materiaal. Met haar skeletachtige cellospel schept ze veelal de basis, waar ze rest in wisselende combinaties omheen breit. Daarbij zijn naast instrumentale stukken er ook diverse die ze van haar hypnotiserende zang voorziet. Hiermee nestelt ze zich ergens tussen Nico, Laurie Anderson, Jarboe, Heidi Harris en Grouper, zij het dan in een meer David Lynch-achtige setting. Het is biologerend, bedwelmend en buitengemeen wonderschoon wat ze hier laat horen.

 

Scanner – The Great Crater (cd, Glacial Movements)
Al bijna 25 jaar weet Robin Rimbaud ofwel Scanner innovatieve elektronische muziek naar buiten te brengen, waarbij hij zo veelzijdig is dat je hem niet eenvoudig kunt duiden. Hij start zijn muziekcarrière door zelf met politiescanners en mobiele telefoons afgeluisterde en opgenomen scans te verwerken tot experimentele werken. Daarna gaat hij zich ook meer en meer richten op ambient, abstracte en experimentele muziek. Wat zijn output is wordt ook nog wel eens bepaald door de artiesten waarmee hij samenwerkt, waar David Shea, Main, Kim Cascone, Michael Nyman, Banabila, Main, David Toop, DJ Spooky, Kim Cascone, Stephen Vitiello, David Rothenberg en Jochen Arbeit daar slechts een deel van is. Tevens duikt hij naast Colin Newman (Wire) en Malka Spigel (Minimal Compact) op in de rockband Githead. Kortom, het is altijd verrassend. Nu brengt hij op het ijzige ambientlabel Glacial Movements zijn cd The Greater Crater uit, waarop hij zijn inspiratie haalt uit de ontdekte krater op Antarctica, die is ontstaan door meren onder het ijs en het gevolg zijn van smeltende poolkap. Niet zo verwonderlijk dus dat zijn 10 tracks nogal ijzig en isolationistisch zijn. Met indringende duistere ambient en drones, gelardeerd met geluiden van allerhande akoestische, klassieke instrumenten, glitch, experimenten en subtiele details en veldopnames maakt hij diepe indruk. Zeker als je dit met de koptelefoon beluistert gaat er een wereld voor je open. De ijsschotsen, het krakende ijs en de poolwind zijn haast tastbaar. Het is zo verfijnd, intens en wonderschoon, maar blij vlagen ook beangstigend. Ontzettend mooi en ook nog eens gestoken in een zeer fraaie hoes, ontworpen door Rutger Zuydervelt (Machinefabriek). Wat een kunstwerk!

 

7C – Compartment C (cd, DeAmbula Records)
In 2011 formeren de drie Italiaanse muzikanten Giuseppe Iubatti (contrabas, noise), Davide Di Virgilio (drums, percussie, loopstation, synthesizers, noise) en Claudio Carozza (analoge/digitale noise) de groep 7C. Ze vallen op door hun enorme experimenteerdrift, waarmee ze free jazz, avant-garde, noise en improvisaties brengen. Hiermee laten ze in 2012 het in eigen beheer verschenen album Discopatia het licht zien. Daarna voegt ook Fabia della Cuna (saxofoon, klarinet) zich bij hen en leveren ze een jaar later als kwartet het wederom in eigen beheer uitgegeven Red Spider af, vol met de betere avontuurlijke jazzcore. Carozza en della Cuna verlaten de groep en de rest vormt met Tony “Death” Berardinucci (gitaar, noise), uit Otiòp, Hannibal ad Portas en Torquemeda, een nieuw trio. Daarmee brengen ze nu hun derde album Compartment C af, ditmaal op het innovatieve DeAmbula label. De accenten hierop zijn weer wat verschoven, want ook al blijven ze veelal op hoog tempo druk improviseren en experimenteren, hun sound komt nu meer in avant-rock en noise vaarwateren terecht, waarbij ze ook nog altijd jazzelementen incorporeren. Het is een hectisch geluid, dat de chaos van de grootstedelijke jungle naar voren brengt. Daar waar alles snel gaat, waar het druk is en waar rust gewenst is. Maar het gaat ook over wat dit doet met de mens, waardoor je in “Depression” even meer bezinnende muziek krijgt voorgeschoteld. Muziek met grote thema’s, die ook breed uitpakt. Denk daarbij aan een kruisbestuiving van John Zorn, Zu, NichelOdeon, Zappa en Otiòp en dan toch weer anders. De drie weten je hoe dan ook op virtuoze wijze mee te slepen in deze chaos, die in feite de hedendaagse maatschappij een spiegel voorhoudt.

 

Tricky – Ununiform (cd, False Idols/!K7)
In de jaren 90 vormen Portishead, Tricky en Massive Attack toch wel de drie-eenheid van de trip hop uit Bristol. Tricky, het project van Adrian Nicholas Matthews Thaws die tevens van zich laat horen in Nearly God, brengt een ijzersterk en een geheel eigen sound in het genre. In het begin nog samen met de fantastische zangeres Martina Topley-Bird. Hij brengt 3 geweldige albums uit, maar verkeert daarna ook naar eigen zeggen een beetje in een vormcrisis, hetgeen ook in de muziek wel te horen is. Nooit slecht overigens, maar minder inspirerend. Inmiddels is hij al jaren weer hersteld en heeft hij het pure trip hop pad ook allang verlaten. De genie die hij was is terug en brengt een mooie mix aan stijlen. Dat heeft inmiddels alweer menig fraai album opgeleverd, waarbij de trip en hip hop nog altijd een prominente rol vervullen. Zo ook op zijn nieuwe album Ununiform. Hij laat 14 tracks, waarvan één verborgen, het schemerlicht zien. Hierop maakt hij veelvuldig gebruik van gasten op rap en zang, te weten Scriptonite, Francesca Belmonte, Asia Argento, Mina Rose, Terra Lopez, Avalon Lurks en zijn voormalige muze Martina Topley-Bird. De muziek zit ergens tussen trip hop, hip hop, downtempo, rock, soul en leftfield elektronica in, al lijkt Tricky vooral bezig te zijn met het creëren van een nachtelijke atmosfeer, dan zich druk te maken in welk hokje hij precies past. Die vrijheid maakt ook dat zijn muziek hier weer zo ontzettend interessant en meeslepend is. Van het begin tot het eind levert dat echt weer unieke bezielende muziek op, die naarmate het album vordert alleen maar in kracht en pracht toeneemt.

 

Chelsea Wolfe – Hiss Spun (cd, Sargent House)
De Amerikaanse zangeres/gitariste Chelsea Wolfe heeft al aangetoond dat ze nogal verrassend uit de hoek kan komen. Dat levert al diverse uiterst mysterieuze albums op waar ze zich een eigengereide weg door doom-folk, gothic-folk, experimentele muziek, rock, noise, avant-garde en wave baant. Precies twee jaar terug komt ze met Abyss, waarbij ze naast de genoemde genres ook regelmatig opschuift richting black metal, shoegaze en industrial. Daarmee brengt niet alleen haar heftigste maar ook beste album tot dan toe uit. Inderdaad tot dan toe, want haar nieuwste Hiss Spun gaat daar gewoon weer overheen. Naast haar vaste compagnon Ben Chisholm (gitaar, bas, elektronica) uit Wild Eyes, schuiven nu onder meer gitarist Troy Van Leeuwen (Queens Of The Stoneage, The Desert Sessions), drummer Jess Gowrie (The Drama), altvioliste Ezra Buchla (Gowns), gitarist Bryan Tulao (Mother Tongue, MGR) en eenmaal ook schreeuwlelijk Aaron Turner (Isis, House Of Low Culture, Old Man Gloom, Lotus Eaters, Sumac, Mamiffer) aan. Het geeft al een richting aan, maar de daadwerkelijke muziek is nog zoveel meer overdonderend dan ik had durven hopen. De genres van weleer vormen nu het decors van de harde voorgrond, of het verstilde deel als de harde voorgrond even pauze neemt. Met haar prachtig etherisch betoverende zang, die wel iets van Siouxsie wegheeft, duelleert ze nu met black metal, gothic rock en industrial. Hard, confronterend en toch heel vaak met kippenvel tot gevolg, mede door de adembenemende overgangen. Het klinkt echt als de gedroomde joint venture tussen Swans, Amber Asylum en Esben And The Witch, maar dan op haar complete eigen wijze gebracht. Wat een prachtige fusie van kracht en pracht, die een caleidoscopische mix aan emoties weet aan te spreken. Ja, haar allerbeste tot nu (voeg er toch maar even aan toe).

 


 

Martijn

Rock Rockness A.P.
Ooit verliet Rock zijn Heltah Skeltah-partner Ruck (a.k.a. Sean Price) om een solo-carrière te beginnen, daar kwam niet zoveel van terecht dus keerde hij met hangende pootjes terug in de Boot Camp Clik. Op wat mixtapes na – Rockin Out West (2010) is wel een fijne met allemaal west coast beats – verschenen er enkel wat losse tracks hier en daar. Rackness A.P. is dus zijn debuut, „After Price” want zijn oude makker is vorig jaar overleden (wat hem er niet van weerhield nog twee uitstekende albums te droppen). Met zo’n stem als Rockness Monsta kan het bijna niet misgaan en dat gaat het ook niet, al was P. uiteindelijk toch wel z’n meerdere. Long overdue, maar wel een lekkere plaat.

رامى عصام رسالة إلى مجلس أمن الأمم المتحدة
Egyptische pop rock, misschien wat rebelser in tekst dan in muziek. De politieke boodschap (de titel van het album is „A letter to the UN Security Council”) van Ramy Essam is stevig maar de gitaren niet heel superheavy, ze houden nogal van knuffelrock in het midden oosten, al staan er ook wel stervigere songs tussen. En zoveel bands die Arabische rock spelen zijn er nu ook weer niet en zeker wanneer de oed lekker improviseert over de straffe rockriffs (dat heb ik ook nog niet gehoord bij rockers als Mashrou’ Leila, Jadal of Hayajan) hoor je mij echt niet klagen.