Het schaduwkabinet: week 36 – 2017

Jahaaa, net als ieder jaar zijn de pepernoten “er nu al”! Net zo’n zekerheid als de wekelijkse lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Astrïd & Rachel Grimes, Alex Cameron, Dead Cross, Deerhoof, Dinner, Ele Ypsis (2x), Micah P. Hinson, Idles, Hannu Karjalainen, Kedr Livanskiy, Laibach, Lali Puna, Meridian Brothers, Midnight Sister, Mogwai, Nani, Orchestral Manoeuvres In The Dark, Orphax (2x), Krzysztof Penderecki, Plasticstatic (2x), The Reuters, Emma Russack, Širom, Mia Zabelka, Zola Jesus, The Bombay Royale, Stippenlift & Faberyayo, Yung Internet en tricot.

 

Jan Willem

Astrïd & Rachel Grimes – Throught The Sparkle (cd, Gizeh)
Het Franse kwartet Astrïd bestaat dit jaar 20 jaar, maar brengt vanaf 2004 hun muziek naar buiten. Ik ben instant fan, want hun instrumentale cinematografische muziek, die dikwijls op improvisatorische dan experimentele wijze tot stand komt, is van een andere orde; biologerende kruisbestuivingen van folk, klassiek, blues, neoklassiek, post-rock, ambient, folk, jazz en experimentele muziek. Hun vier voorgaande cd’s Music For (2004), & (2008), High Blues (2012) en The West Lighthouse Is Not So Far (2015) zijn stuk voor stuk de moeite waard. Samen met Sylvain Chauveau vormen ze tevens de groep Butterfly In The Snowfall, waar het wonderschone, gelijknamige debuut in 2014 het licht ziet. Bandlid Cyril Secq (gitaar, harmonium, Juno, Rhodes, bas) heeft ook nog een album met Orla Wren gemaakt. De andere drie leden zijn Vanina Andréani (viool, kalimba, metallofoon), Yvan Ros (drums, percussie) en Guillaume Wickel (klarinet, basklarinet, Juno). Voor hun vijfde cd Through The Sparkle besluiten ze samen te werken met de Amerikaanse pianiste Rachel Grimes. Deze heeft naast solowerk ook gespeeld in Hula Hoop, King’s Daughters & Sons en The Big Eyes Family Players, maar geniet natuurlijk de meeste bekendheid van de sublieme groep Rachel’s. En het is geen samenwerking op afstand geworden, maar ze hebben daadwerkelijk van 2013 tot 2015 een studio gedeeld. Dat heeft 7 stukken van tussen de 5,5 en 6,5 minuten opgeleverd. Het zijn sfeervolle stukken die op gevarieerde wijze ambient, neoklassiek, kamermuziek, post-rock, jazz en licht experimentele muziek voor het voetlicht brengen. Daarbij zijn veel verstilde, haast skeletachtige passages die de met, eveneens zachte, muziek gevulde stukken alleen maar extra accentueren. Het is van een onwaarschijnlijke, breekbare pracht en melancholie, waar beide partijen beter van worden. Denk aan een hybride van Boxhead Ensemble, Talk Talk, Dictaphone, Dale Cooper Quartet, Sylvain Chauveau, Helen Money en Rachel’s. Het is ontroerend, begeesterend, contemplatief, intrigerend filmisch en gewoonweg schandalig en zinnenstrelend mooi. Luister hieronder zelf maar!

 

Alex Cameron – Forced Witness (cd, Secretly Canadian / Konkurrent)
Vorig jaar ben ik aardig gecharmeerd van het debuut Jumping The Shark van de Australische zanger/muzikant Alex Cameron. Hij is tevens de kopman van de elektronische groep Seekae, maar dat terzijde. Zijn geluid is lekker pakkend en bevat met synthpop en avant-garde gelardeerde indierock, waarbij hij zingt met zijn licht onderkoelde stem. Deze doet me denken aan een mix van tussen Arthur Russell, Ronan Harris (VNV Nation), Alan Vega en een gedrogeerde Billy Idol. Het levert een authentiek en meeslepend album op. Duidelijker kan ik het niet maken, wel leuker. Zoals nu, want hij gaat met dat alles op zijn nieuwe album Forced Witness. Daarop mag hij rekenen op steun van Weyes Blood, Angel Olsen en Brandon Flowers van The Killers. De 10 songs zijn wat uitgesprokener en meer poppy dan voorheen, maar bevatten ook genoeg bevreemdende verrassingen, met name door de soms tropische ritmes in de duisternis en elektronische geluiden, waardoor het boeiend blijft tot het eind. Helemaal niet erg om hier getuige van te zijn.

 

Dead Cross – Dead Cross (cd, Ipecac/ Three One G)
Eind 2015 wordt het nieuwe hardcore project Dead Cross opgericht wordt door drummer Dave Lombardo, bekend van onder meer (ex) Slayer, Fantômas, Grip Inc. en Suicidal Tendencies, samen met bassist Justin Pearce (The Locust, The Crimson Curse, Retox, Holy Molar, Head Wound City), gitarist Michael “Mike” Crain (Retox) en zanger Gabe Serbian (Retox, Holy Molar, Head Wound City, Zu). Maar al in 2016 houdt Serbian het voor gezien. Lombardo klopt dan aan bij zanger Mike Patton (Mr. Bungle, Faith No More, Fantômas, Tomahawk, tētēma, Neverman, Weird Little Boy, Maldoror, Peeping Tom, Hemophiliac), die een projectje meer of minder niet uit de weg gaat. Bovendien beschikt hij over een geweldige stem, die zowel keihard als subtiel uit de hoek kan komen. Op hun gelijknamige debuut presenteren ze 10 songs. De cd opent nog op duistere soundscape-achtige wijze maar daarna laten ze eigenlijk gewoon old school hardcore horen, met dat verschil dat ze ook trash metal, noise en punk doorheen mengen. Niet per se ontzettend vernieuwend, maar wel met het voordeel dat de diverse muzikanten wel echt virtuoos zijn in hetgeen ze doen. De fantastische schreeuwpartijen van Patton, het monsterlijk drumwerk van Lombardo, de snel scheurende gitaarstukken van Crain en de stuwende bas van Pearce maken dit tot een waanzinnig opzwepend spektakel waar fans van de genoemde bands plus Prong en Lard hun vingers bij zullen aflikken. Ze brengen ook nog een fraaie gothic-metal cover van de Bauhaus klassieker “Bela Lugosi’s Dead” ten gehore. En, uiteraard, is zoiets na ruim 27 minuten alweer voorbij. Maar wat een feest!

 

Deerhoof – Mountain Moves (cd, Joyful Noise / Konkurrent)
De Amerikaanse, tegendraadse rockgroep Deerhoof wordt in 1994 opgericht en brengt in een nogal eens wisselende line-up menige eigenzinnige albums uit. De laatste paar jaar vormen de in het Japans en charmant Engels zingende bassiste Satomi Matsuzaki, oprichter/drummer Greg Saunier (Xiu Xiu, Nevrous Cop) en de gitaristen John Dieterich (Xiu Xiu, Natural Dreamers, Gorge Trio) en Ed Rodriguez (Colossamite, The Flying Luttenbachers, Gorge Trio) de harde kern van de groep. Hiermee brengen ze ook een constanter en kwalitatief hoog geluid naar buiten. Nu trekt de groep aan de bel en staat er op hun nieuwste wapenfeit Mountain Moves met grote letters: “A celebration of the life-affirming underground that continues to defy our deranged monoculture”. Dat gaat zowel over de onafhankelijke muziek als de wereld die verdeeld lijkt in de groep die met de stroom mee zwemt en één die tegen de stroom in op zoek is naar oplossingen en nieuwe ideeën. Om dit ambitieuze statement luister bij te zetten, hebben ze gasten als Juana Molina, Jenn Wasner (Wye Oak), Laetitia Sadier (Stereolab), Violeta Parra (Las Hermanas Parra), Awkwafina, Xenia Rubinos, Matana Roberts, Xenia Rubinos, Chad Popple (Colossamite, Behemoth, Powerdove) en Devin Hoff (Colossamite, Behemoth, Powerdove) uitgenodigd om te participeren aan dit album. Zij voegen rap, hip hop, bossanova en folk toe aan het geluid van Deerhoof. Het levertdan ook hun breedste en meest eigenzinnige album tot nu toe op, waar ze ook nog eens twee geweldige covers van The Staple Singers en Bob Marley brengen. Het is net zo puntig en pakkend als voorheen, zij het dat de gasten voor een verfrissende zachtheid en variatie zorgen. De 15 songs, van samen een kleine 40 minuten lang, brengen het beste van de groep naar boven.

 

Dinner – New Work (cd, Captured Tracks/ Konkurrent)
Dinner is het project van de Deense zanger en producer Anders Rhedin, die voorheen zwerft tussen Los Angeles, Berlijn en Kopenhagen, maar nu een definitieve basis in Los Angeles gevonden heeft. Zijn zang houdt het midden tussen Morrissey en een mannelijke versie van Nico, waarbij zijn muziek nog breder dan dat om zich heen grijpt. Na de compilatie Three EPs, 2012 – 2014 (2015), een bundeling van zijn eerdere 12”-es, volgt vorig jaar zijn debuut Psychic Lovers. Hij brengt een door de jaren 80 geïnfecteerde narcotiserende mix van synthpop en indierock. Daarbij heeft hij een eigen, licht bevreemdende sound in huis, die dat alles enorm interessant maakt. Daar gaat hij nu vol ijver mee verder op New Work, dat 10 songs van bij elkaar ruim 34 minuten bevat. Het is een heerlijk nostalgische potpourri van synthpop, wave, indierock en avant-garde, die zowel herinneringen aan weleer oproept als stevig naar de toekomst blikt. Denk daarbij aan een fijne stamppot van New Order, Arthur Russell, OMD, Joy Division, The Smiths, Nico en Japan. Een gedroomd tweede album kan je gerust stellen.

 

Ele Ypsis – Eksü (cd, Twilight Records)
Ele Ypsis – Spiralis (cd, Twilight Records)
Laure Le Prunenec is een geweldige Franse zangeres, die zowel een sopraanstem als een satanische brul in huis heeft. Dat heeft ze al laten horen bij Igorrr, Corpo-Mente, Öxxö Xööx, Rïcïnn en als gast ook bij The8thstep. Dat laatste is weer het project van de Belgische multi-instrumentalist Stélian Derenne. Samen vormen ze ook al jaren het duo Ele Ypsis. Dat weet ik al geruime tijd, maar hun releases zijn tot voor kort enkel digitaal en dus totaal oninteressant voor mij. Twilight Records heeft nu de beide digitale albums op cd uitgebracht. Als eerste is dat Eksü dat oorspronkelijk al in 2013 is gefabriceerd. Hierop krijg je acht nummers die net onder de 40 minuten finishen. Het is Le Prunenec van haar meest rustige en etherische kant, die wel aan Lisa Gerrard doet denken. Dit sluit ook mooi aan bij de uiterst melancholische muziek, die ergens tussen downtempo, trip hop, ambient en milde IDM inzit. Een jaren 80 4AD-sfeertje in een modern jasje. Heel fijn dat deze nu op cd beschikbaar is.
Dat geldt ook zeker voor hun tweede worp Spiralis, die ze in 2015 hebben geproduceerd. Wederom acht nummers, maar nu met een totale lengte van een goede 55 minuten. Eerst steeds een originele track en dan een alternatieve mix ervan. De aanpak hierop is meer sacraal dan de vorige. Haar stem wordt op gelaagde wijze ingezet, als eigen achtergrondzang, gemixt en als aanvullende zang. Dit geeft dikwijls een behoorlijk engelachtig effect. De elektronische muziek blijft putten uit dezelfde genres, maar wordt hier ook sfeervoller ingezet. Maar ook lekker stuiterende beats komen voorbij. Wat dat betreft maken ze wel een mooie dwarsdoorsnede van Venetian Snares, Arvo Pärt, Will, DJ Shadow en Hildegard Von Bingen. Ook dit album vormt een fraaie toevoeging aan het sterke oeuvre van Le Prunenec. Binnenkort een nieuwe releases, een 12” helaas. Maar wie weet wat voor meer moois de toekomst brengen zal?

 

Micah P. Hinson – Presents The Holy Strangers (cd, Full Time Hobby / Konkurrent)
Micah P. Hinsons verpakt zijn albumtitels in de dikwijls wisselende bandnaam. Zijn begeleidingsband verschilt dan ook nogal eens, al lijdt zijn output daar nooit onder. Deze 36-jarige zanger/gitarist, wiens stem zeer op die van Bill Callahan lijkt, heeft na een dakloze drugsverslaafde te zijn geweest een duidelijke en andere kijk op het leven gekregen. Zijn songs zijn derhalve melancholische en uit het leven gegrepen en belanden meestal ergens tussen folk, blues, singer-songwritermuziek, altcountry, Americana en indierock, zij het steeds door andere poppetjes ingekleurd. Na albums/bandnamen, die allen Micah P. Hinson ervoor hebben staan, als And The Gospel Of Progress, And The Opera Circuit, And The Red Empire Orchestra, And The Pioneer Saboteurs, And The Junior Arts Collective en And The Nothing, komt hij nu met Presents The Holy Strangers. Ik zo niet direct achterhalen wie deze heilige vreemdelingen zijn, maar dat doet er wellicht ook niet toe, want hij tapt uit vergelijkbare vaatjes. Hinson heeft een “moderne folk opera” geschreven, waarover hij het volgende zegt:

Telling the story of a war time family, going from birth to love, to marriage and children, to war and betrayal, murder to suicide – spanning all of the strange and glorious places life can lead. We follow their story, we see their decisions, we see their faults and their beauty. We live with them, we die with them.

Hij brengt 14 stemmige songs, die qua aanpak toch wat verschillen dan voorheen. Hij brengt namelijk enerzijds filmisch en instrumentaal materiaal, waarbij folk, ambient en neoklassiek voorbijkomen. Deze spreken enorm tot de verbeelding. Aan de andere kant brengt hij pakkende gezongen folksongs, waarbij ook altcountry, Americana en indierock weer een rol spelen. Her en der krijgt hij fraaie bijval op strijkinstrumenten, zang, piano en meer. Maar welke variant hij ook brengt, het is van een ongepolijste intense schoonheid, waarbij sommige stukken tijdloos en overrompelend zijn. Luister alleen maar eens naar de opeenvolgende nummers “The Years Tire On”, “Oh Spaceman” en “The Holy Strangers” en je bent verkocht. En zo kent dit album vele hoogtepunten en geen enkel dieptepunt. Muziek die je ergens tussen Smog, Lambchop, Nick Cave & Warren Ellis, Johnny Cash, Adrian Crowley, Jason Molina en Vic Chesnutt kunt plaatsen. Sublieme rauwe pracht!

 

Idles – Brutalism (cd, Balley Records)
Bij het in 2012 opgerichte Idles hoef je niet te raden waar ze vandaan komen, want zanger Joe Talbot beschikt over een wel heel Brits accent. De groep uit Bristol bestaat verder uit Mark Bowen (gitaar, achtergrondzang), Lee Kiernan (gitaar), Adam Devonshire (bas, achtergrondzang) en Jon Beavis (drums). Na drie epees en een digitale mini presenteert het vijftal nu eindelijk hun volwaardige debuut Brutalism. Hierop brengen ze 13 heerlijke recht in je smoel nummers, die ergens tussen punk, post-punk en hardcore inzit. Het is stekelig, pakkend, ontzettend opzwepend en gewoonweg zo lekker, dat je dit uren kan draaien. Daarbij is hun muziek door de politiek gedreven, wat het allemaal ook zo overtuigend maakt. En ondanks de punkattitude duren de songs tussen de 2,5 en 4 minuten, waardoor je voor maar liefst 42 minuten aan draaiplezier hebt. Denk daarbij aan een vuige mix van John Dowie, Sleaford Mods, The Fall, Pissed Jeans en Birthday Party. Dit is muziek waar de tijd om schreeuwt en waar weerstand bieden zinloos is.

 

Hannu Karjalainen – A Handful Of Dust (cd, Karaoke Kalk / Konkurrent)
Van de Finse componist, filmmaker en beeldend kunstenaar Hannu Karjalainen hoor ik voor het eerst als hij debuteert met Worms In My Piano (2006). Dan, overigens simpelweg Hannu geheten, laat hij een bijzondere miniale mix horen van ambient, jazz, IDM, drones en modern klassiek. Het is tot de verbeelding sprekende prachtmuziek, die wel aansluit bij zijn andere bezigheden. Op Kesh Recordings van Simon Scott (Slowdive) brengt hij zijn tweede werk Hintergarten uit in 2009. Hierop gaat hij verder met zijn filmische klanksculpturen. Maar liefst 8 jaar later komt hij nu met zijn volledige naam met het album A Handful Of Dust aanzetten. Hij laat hierop acht nieuwe tracks horen, die een samensmelting van glitch, ambient, minimal music, neoklassiek en drones bevatten. Alles is van een bijzondere dromerigheid, die zowel herfstige beelden oproept als gewoonweg weet te imponeren door de overrompelende schoonheid. Zijn lichte klanken reiken tot duistere dieptes, waarbij liefhebbers van Susumo Yokata, Matteo Uggeri, Fennesz, Simon Scott, Hauschka, Celer en Machinefabriek hun vingers, mits stofvrij, zullen aflikken. Daarmee is ook zijn derde werk een biologerende beauty geworden.

 

Kedr Livanskiy – Ariadna (cd, 2MR / Konkurrent)
Ik zou het sommige artiesten van harte aanraden een pseudoniem aan te nemen, maar of de Russische Yana Kedrina er verstandig aan heeft gedaan om zich als artiest Kedr Livanskiy te noemen betwijfel ik. Al past het wel helemaal bij haar doorgaans mysterieuze muziek. Na twee 12”-es komt ze nu met haar album Ariadna. In het Russisch is dat ариадна en van daaruit vertaald zou het eigenlijk Ariadne moeten zijn, de mythologische figuur, waar ze gezien de geheimzinnige atmosfeer in haar muziek denk ik ook op doelt. Maar goed, om de draad van de muziek weer op te pakken, die mag er wezen. Ze brengt een mix van synthpop, cold wave, techno en ambient, die tegelijkertijd onderkoeld en mysterieus warm is. Daar zingt ze met haar narcotiserende stem doorheen om nog een dromerige draai aan het geheel te geven. Alleen als de techno met een enkele keer een drum’n’bass uitschieter de overhand neemt is het concreter. Hoewel ze haar inspiratie de Russische experimentele muziek haalt, zou ik Nite Jewel, Mushy, Tropic Of Cancer, Lust For Youth, Cold Cave en Xmal Deutschland ter referentie willen aanvoeren. Het is allemaal van een duistere pracht. Geniet ervan! Uw recensent Bro Szmekiylxhop.

 

Laibach – Also Sprach Zarathustra (cd, Mute)
Ik heb redelijk wat van het in 1980 opgerichte Laibach in de kast staan, maar ook best veel niet. Dat laatste mede omdat ik door de grote afwisseling van hun immer conceptuele en soms voor mij tegenvallende projecten door de bomen het bos niet meer zie. Maar als eerst Martijn en vervolgens ex-Sub Omar de nieuwe cd Also Sprach Zarathustra prijzen word ik wel heel nieuwsgierig. De vorige, Spectre, vind ik ook zeer oké trouwens. De Sloveense formatie heeft op dit nieuwe werk muziek gemaakt voor een theaterstuk gebaseerd op het filosofische boek van Friedrich Nietzsche, beide met dezelfde naam geschreven. Geen lichte kost en derhalve ook geen lichte muziek, al hebben ze er duidelijk wel meer een soundtrack, zij het een industriële, met orkestraties van gemaakt. Dat levert een spannend en meeslepend geheel op. Daardoor hoor je altijd weer die immens zware stem van Milan Fras, die de diepgravende woorden als mokerslagen laat klinken. Al met al is dit album een dikke aanrader voor de fan en liefhebbers van de betere soundtracks.

 

Lali Puna – Two Windows (cd, Morr Music / Konkurrent)
Vanuit het vliegdekmoederschip The Notwist zijn vele interessante en vooral ook leuke projecten ontstaan. Eén daarvan is Lali Puna aangevoerd door zangeres/keyboardspeelster Valerie Trebekjahr, die ze er met haar man Markus Acher (The Notwist en meer), Christoph Brandner (Tied+Tickled Trio, Saroos, Village Of Savoonga, Potawatomi, The Slum Lords, Console) en Christian Heiß (Dolby Buster, Portmanteau) op nahoudt. Na hun eerste drie albums vol hoofdzakelijk pakkende elektronische muziek, ergens landend tussen post-rock, IDM, pop, downtempo en electro, duurt het maar liefst 6 jaar voor het vierde werk Our Inventions (2010) het licht ziet. Een sfeervol melancholisch album met altijd weer die bitterzwoele zang van de in Korea geboren en in Portugal getogen Duitse Trebeljahr. Inmiddels heeft manlief, vermoedelijk door legio andere activiteiten, de band verlaten, maar dat weerhoudt haar er gelukkig niet van zeven jaar later met Two Windows te komen. Daarbij is haar muzikale drang gevoed door de terreurdreiging, Trump en de immense/onmenselijke vluchtelingenstroom richting Europa. De muziek klinkt daarbij weer op en top als Lali Puna, droefgeestig, vrouwelijk en sfeervol, zij het dat de voeten zich wel meer richting de dansvloer verplaatsen. Naast Brandner en Heiß kan ze rekenen op steun van Dntel, Keith Tenniswood (Two Lone Swordsmen, Radioactive Man), MimiCof en harpiste Mary Lattimore. Dit alles levert 12 originele en bovenal geweldige bloedmooie songs op, die de fans van alle genoemde groepen wel zal kunnen bekoren.

 

Meridian Brothers – ¿Dónde Estás María? (cd, Soundway / Bertus)
Soundway is en blijft een leuk verrassend label vol exotica. Een fraai voorbeeld daarvan is het Colombiaanse Meridian Brothers, dat al in 1998 is opgericht. Onder leiding van Eblis Alvares, die tevens deel uitmaakt van Los Pirañas en Romperayo en een belangrijke factor is in de alternatieve muziekscene van Bogotá, hebben ze al menig album het licht laten zien vol met kruisbestuivingen van cumbia, Latin, art rock en psychedelische folk. Daarmee gaan ze vrolijk verder op hun nieuwe cd ¿Dónde Estás María?. Ze mengen de genoemde stijlen weer tot een heerlijk tropische cocktail. Daarbij spelen de vele percussieritmes en de Tom Cora-achtige cellopartijen naast de aanstekelijke zang weer de hoofdrol. Latin psychedelische rock hebben ze tot een geheel eigen kunstvorm gemaakt. Dat is niet alleen uiterst origineel, maar ook ontzettend interessant en lekker. Muziek waarbij je de benen niet stil kunt houden, maar door de psychedelische elementen niet precies weet hoe ze te bewegen. Een prettig verstrooiend geheel, waar velen van kunnen genieten. Luister zelf maar eens en laat je verrassen door deze bijzondere band!

 

Midnight Sister – Saturn Over Sunset (cd, Jagjaguwar / Konkurrent)
Je hebt van die bands waarbij het meteen op originele wijze thuiskomen is, al zit de muziek boordevol oude elementen. Zo’n groep is het uit Los Angeles afkomstige Midnight Sister. En natuurlijk, als je dichtbij Hollywood woont, dan stroomt de filmmuziek door je aderen. Dat moet ook z’n weerslag hebben gehad op het duo Juliana Giraffe en Ari Bazoulian, die achter dit project schuil gaan. Op hun debuut Saturn Over Sunset laten ze 14 tracks het licht zien, die zo zouden passen bij diverse dark noir films. Ze brengen in feite alternatieve droompop, maar lengen dit aan met jaren 60 muziek, soul, jazz, art rock, psychedeilca en klassiek. Over dat alles gieten ze een heerlijk mysterieuze saus, die het geheel eigenlijk tijdloos maakt. Neem daarbij in het achterhoofd een ietwat wonderlijke combinatie van Donna Regina, Swallow, Broadcast, Stereolab, Cat’s Eyes, Supertramp en Mi And L’Au en je begrijpt enigszins waar je deze klasbakken kunt plaatsen. Een uitmuntend, meeslepend en tot de verbeelding sprekend album.

 

Mogwai – Every Country’s Sun (cd, Rock Action)
Het Schotse Mogwai gaat inmiddels alweer 22 jaar mee en precies 20 jaar geleden kom ik met ze in aanraking. Wat een bijzonderheid is de dan uitgebrachte singlecompilatie Ten Rapid, vol met hun typische, instrumentale hard-zacht post-rock. Zij hebben de trend wel gezet, al blijft de groep zichzelf steeds opnieuw uitvinden. Dat levert met de jaren een steeds subtieler geluid op, ook met zang, waarbij op hun laatste studioalbum Rave Tapes (2014) zelfs een hoop elektronica en een meer krautrockachtig geluid herbergt. Ondertussen zijn ze ook begenadigde makers van soundtracks geworden. Ja, deze band heb ik echt heel hoog zitten. Gelukkig komen ze nu ook eindelijk met hun negende studiowerk Every Country’s Sun. De mannen hebben de koers weer wat gewijzigd. Zo opent de cd op serene bijna ambientachtige wijze, maar kruipen ze toch naar een wat hardere climax toe, zonder uit de bocht te vliegen. Daarna komen ook indierock, shoegaze en wederom krautrock voorbij. En ook diverse haast bezinnende stukken met die filmische gloed van hun soundtracks. De opbouw is steeds ijzersterk en spannend en de muziek afwisselend, al dan niet met zang en/of elektronica. Misschien wat grilliger, doordat ze het venijn vaker weer laten horen naast de meer rustieke stukken. Dit overigens zonder dat het helemaal teruggrijpt naar hun oude sound. Hoewel tegen het einde knallen ze er weer ouderwets op los, waarbij één van de songs denk ik niet voor niets “Old Poisons” heet. Maar ook die smaken nog altijd naar meer. Dan kom je tot de conclusie dat je gewoon weer een magistraal album van deze klasbakken in handen hebt.

 

Nani – Andalusian Brew (cd, Nani Music / Xango Music Distribution)
In Marokko leven Christenen, Moslims en Joden vredig naast elkaar; zo kan het ook! Het is tevens het land waar de ouders van zangeres Noam Vozana vandaan komen, alvorens ze naar Israël migreren. Als ze jaren later uitgenodigd wordt voor het Tanjazz Festival in Marokko hoort ze op straat liederen die ze haar oma vroeger wel heeft horen zingen. De muziek wordt gezongen in het Ladino, ook wel Judeo-Spaans, een taal van de Sefardische Joden. Het vergelijkbaar met het aan Duits verwante Jiddisch, zij het dat dit van de Spaanse tak is. Het is een taal die onder druk staat en daarom is het een groot goed als er weer iemand opstaat, die deze taal voor het voetlicht brengt. Yasmin Levy is ook zo’n uitstekende ambassadrice van het genre. Maar ze heeft er een geduchte concurrent bij met Vozana, die als artiest met haar band optreedt als Nani. Haar oma noemde haar zo, hetgeen “klein meisje” in het Ladino betekent. Daarmee is de cirkel mooi rond. Nani brengt nu het album Andalusian Brew, waarop veel traditionals te beluisteren zijn. Ze beschikt over een werkelijk prachtig hypnotiserende Fado-achtige, licht droefgeestige stem, die de melancholici onder ons meteen zal weten te grijpen. Maar ook de muzikale omlijsting, die traditionele, folk en jazzmuziek omvat mag er wezen. Muzikanten scheppen een sterk decors op gitaren, oud, elektronica en ewi, waar haar stem fraai ingebed wordt. Het levert bij de strot grijpende muziek op. “Morenika” ken ik al in een andere versie van het Israëlische Habrera Hativeet (waarbij zanger Shlomo Bar oorspronkelijk ook uit Marokko komt) en “Adio Querida” van Yasmin Levy. Maar ook zonder deze aanknopingspunten is het een album dat gevoelige snaren weet te raken en van een onaardse schoonheid is.

 

Orchestral Manoeuvres In The Dark – The Punishment Of Luxury (cd, White Noise/ RCA)
In 2013 heb ik al geschreven dat ik nooit gedacht had ooit nog een nieuw album van Orchestral Manoeuvres In The Dark, kortweg OMD, zou aanschaffen, maar hun cd English Electric is echt de moeite waard. Het grijpt terug naar hun beginperiode, zij het op een frisse hedendaagse en jonge wijze. Tevens met die bloednodige melancholie van weleer en dat maakt het tot een nostalgisch feestje. Dee cd eindigt met “Final Song”, maar 4 jaar later is er The Punishment Of Luxury een feit, waarbij de mannen, die tegen de 60 jaar lopn, duidelijk laten horen dat ze hun comeback serieus nemen en zelf over genoeg nostalgie beschikken om weer een “klassiek” OMD uit de hoge hoed te toveren. Ze brengen 12 nummers met een uitstekende mix van pop, synthpop en wave. Daarbij zijn de elektronica wel een stuk moderner, maar laten ze de sfeer intact. Hiermee bedienen ze zowel degenen die een beetje in de jaren 80 zijn blijven hangen, waarvoor alle begrip, als de nieuwe instapper van de betere melancholische muziek. De groep die nu bijna 4 decennia meegaat beschikt nog altijd over genoeg creativiteit om zeer genietbare muziek te produceren.

 

Orphax – Dream Sequence #3 (3” cd-r, taâlem)
Orphax – Dream Sequence #4 (3” cd-r, Orphax)
Een serie uitbrengen zorgt er meestal wel voor dat je ook het deel erna wilt hebben. Dat wil zeggen als de serie sterk begint en een goed vervolg krijgt. Welnu, dat kan je wel aan onze Subjectivist Sietse van Erve overlaten. Niet alleen houdt hij er het innovatieve ambient/drones project Orphax op na, hij is eveneens eigenaar van het leuke en prestigieuze label Moving Furniture. Daarnaast vindt je hem terug als Zonderland en in joint ventures met Jos Smolders, Erstlaub/Daigoro, The Village Orchestra en zoals eerder dit jaar met Machinefabriek en Martijn Comes. Toch verschijnen er naast dat nog twee releases van zijn hand, te weten 2.20 en Warschauer Straße. En dan heb ik gewoon Dream Sequence #3 nog over het hoofd gezien. De eerste twee delen van deze serie zijn om in te lijsten zo mooi. Ook de ideale muziek voor laat op de avond, waar tijd voor rust en bezinning is. Op dit nieuwe deel brengt hij één langgerekte track van ruim 23 minuten, die je weer op verstilde wijze naar isolationistische, ijzige gebieden voert. Muziek die niet zou misstaan op de compilatie Ambient 4 Isolationism. Het laat veel aan de verbeelding over en dat is mooi. Je hoort steeds vaker dat de permafrost aan het smelten is, maar deze muziek kan best weer bijdragen aan het bevriezen ervan. Toch zit er ook een zekere organische warmte in besloten, waardoor dat plan wellicht ook in duigen valt. Hoe dan ook een wonderschoon, dromerig vervolg.
Bij deel 4, Dream Sequence #4, ben ik er wel als de kippen bij. Hierop vervolgt Orphax het droomstadium van de drone muziek met dit keer één track van ruim 20 minuten. Deze begint net als deel 3 verstild, maar dan krijg je vanaf een minuut of 3 toch plots een meer snerpend dronegeluid, dat je even uit de droomwereld haalt. Wel zorgt het voor een uiterst intrigerend en bij de strot grijpende sound, die je op psychedelische wijze in een subrealiteit plaatsen, waar een desolate en duistere sfeer overheerst. Ook dat is dromen. Daarbij valt het zeer te prijzen dat de releases in deze serie totaal niet inwisselbaar zijn, maar telkens een nieuwe variatie op het droomthema laten horen. In feite net zo grillig als onze werkelijke dromen. Ik denk dat liefhebbers van Dirk Serries, Steve Roach, Ice, Yellow6, David Kristian, Thomas Köner en Machinefabriek hier intens van kunnen genieten. Ik kan alleen maar dromen dat Orphax hiermee verder gaat!

 

Krzysztof Penderecki – Kosmogonia (cd, Cold Spring)
Ik denk dat de Poolse componist, dirigent en muziekpedagoog Krzysztof Penderecki (1933) weinig introductie behoeft. Hij verrast op hoge leeftijd door in 2012 samen met Radiohead gitarist Jonny Greenwood een album af te leveren. Maar sowieso heeft deze avant-gardist onder de componisten menig onconventioneel werk gecomponeerd, die zich uitstekend leent voor horrorfilms, waarvan de film The Shining een fraai voorbeeld is. De muziek is hier ten dele afkomstig van het album Kosmogonia uit 1974. Dit werk met 4 lange stukken is bij vlagen gewoonweg kakofonisch en angstaanjagend. En toch weet die muziek je in alle lelijkheid ook bij de strot te grijpen. Het is een gave om met zoveel dissonantie toch een indrukwekkend geheel voor een orkest neer te zetten. Maar Penderecki kan dit als geen ander. Het is enkel op lp verschenen, in een tijd dat men nog niet eens weet heeft van cd’s. Het duistere kwaliteitslabel brengt daar nu verandering in en geeft het op cd uit. Ook als je de muziek nu weer hoort, staat het nog als een huis en maakt het een diepe indruk. Een meesterwerk dat terecht weer nieuw leven ingeblazen wordt.

 

Plasticstatic – Some Strange Alchemy / Songs From Thee Static Lodge (2cd, I Hung Around In Your Static)
De Amerikaanse groep Plasticstatic bestaat al sinds 1997, maar pas in deze eeuw beginnen ze met het mondjesmaat uitgeven van hun muziek. Na een mini lp in 2012 volgt het imposante drieluik Retreat in 2014, dat twee cd’s en een dvd met muziekvideo’s omvat. Daarop brengt duo Keisha Winn en Ryan T. Winn een album om je aan de buitenwereld te onttrekken. Ze slagen daarin ook met vlag en wimpel met hun licht bevreemdende, melancholische en tot de verbeelding sprekende mix van shoegaze, ambient, tribal, industrial, experimentele en bovenal psychedelische muziek. Drie jaar later zijn ze terug met Some Strange Alchemy, een 12 tracks tellende schijf (10 zijn digitaal verkrijgbaar, de fysieke release kent 2 bonustracks), die ook een zusterrelease bevat. De 12 nummers die ze hier neerzetten zijn heerlijk duister en onderkoeld. Ze roeren met post-punk, noise, shoegaze, dark ambient, droompop, wave en psychedelische elementen vuistdik in het verleden, maar plaatsen dat helemaal in het hier en nu. Daarbij hoor je blauwdrukken van Broadcast, Omala, The Cure, Tuxedomoon, Cranes, The xx, Joy Division, Mi And L’Au, Spiritualized, Xmal Deutschland, Cocteau Twins en To Kill A Petty Bourgeoisie, maar wel zo dat ze op dromerige wijze in de keiharde werkelijkheid passen. Muziek waarop het vroegere 4AD spontaan jaloers zou worden en waar de hedendaagse melancholicus z’n hart aan op kan halen.
Dan heb je al ruim 57 minuten aan excellente muziek gehad en krijg je er nog eens de 20 nummers tellende “bonus”-schijf Songs From Thee Static Lodge erbij van bijna 74 minuten, die enkel samen met de vorige verkrijgbaar is. Het tweetal gaat hier op nog meer ongepolijste, dromerige en duistere wijze verder met hun excellente mix van de hierboven genoemde stijlen plus IDM. Ook laten ze hier hun meer experimentele gezicht zien, hetgeen prima bevalt. Hoewel hun muziek voor ieder ander vermoedelijk weer andere associaties oproept, moet ik bij deze schijf, naast eerder genoemde referenties, denken aan Birds Of Passage, Grouper, Jessica Bailiff, Vlimmer, Tangerine Dream, Slowdive en Swallow.

 

The Reuters – We Are From HU (lp, Noize Hunit/ Seja Records / Clear Spot)
Het fijne Nederlandse Seja Records richt de pijlen doorgaans op de darkwave, gothic, industrial en EBM acts. Als er meer herrie aan de deur rammelt, vindt labelbaas Johan Buurke het tijd om het sublabel Noize Hunit in het leven te roepen. Hierop debuteren onze landgenoten The Reuters met hun lp We Are From HU. Geen knipoog naar 4AD’s Dif Juz dus, maar onvervalste post-punk en noise, die wel in de tijd roert waar datzelfde label glorieert. De diverse bandleden hebben al een (verre) verleden in garagerock, indierock en post-punk bands als The Loveburns, The Indians, The Other Persons en NoBody Lotion. Ze staan hier niet vermeld, maar ik vermoed dat Erik Pols, Jan de Boer, Evert Root en Erik Mans hier zomaar achter kunnen zitten, die al vanaf de jaren 80 actief zijn. Maakt verder ook niet uit, want de 11 tracks van bij elkaar 37,5 minuten spreken voor zich. Naast negen eigen nummers staan er ook twee leuke covers op van The Sonics en Wire op. Ze brengen een lekker rauw geluid naar buiten dat zich ergens tussen noise, post-punk, new wave en indierock nestelt. Daarbij moet je denken aan een mix van The Birthday Party, Buzzcocks, Crime & The City Solution, Wire, Warsaw, Wipers en Killing Joke. Dat levert een heerlijk opzwepend en meeslepend geheel op, dat vermoedelijk tot ver buiten onze landgrens gretig aftrek zal vinden.

 

Emma Russack – Permanent Vacation (cd, Spunk / Konkurrent)
De Australische singer-songwriter Emma Russack beschikt over een fraaie stem en een eigenzinnige muzikale aanpak, hetgeen ze al sinds 2009 aan de buitenwereld laat horen. Emma’s vierde album Permanent Vacation is ontstaan na een periode dat ze het liggend in de hangmat van haar ouders het er even van heeft genomen. Het is soms wel grappig om de verhalen te lezen hoe albums tot stand zijn gekomen, iets waar je vermoedelijk jaren later echt niets meer van weet, hetgeen het luisterplezier veelal niet in de weg staat. Maar die relaxedheid hoor je ook wel doorschemeren in haar muziek. Ze lardeert haar singer-songwriter met vleugjes bossanova, folk en verfijnde indierock, waarbij haar bitterzoete lome zang mooi aansluit. De ene keer met akoestische gitaar gebracht en op andere momenten met piano, subtiele elektronica en de bijdragen van producer John Lee op bas, percussie en drums. Toch is alles van een behoorlijke soberheid, die z’n uitwerking echter niet mist. De nummers weten namelijk behoorlijk onder de huid te kruipen. Liefhebbers van Donna Regina, Juana Molina, Lisa Germano, Suzanne Vega en Susanne Lewis (Hail) doen er goed aan dit melancholische pareltje eens te beluisteren dan wel te ondergaan. Want zelf heb je ook het gevoel even achteroverleunend met je ogen dicht te gaan genieten en weg te dromen. Het is heerlijk nazomeren met Emma Russack.

 

Širom – I Can Be A Clay Snapper (cd, tak:til/ Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Een jaar geleden geeft het Sloveense trio Širom met het debuut I. een enorm visitekaartje af. Met een bijzonder instrumentarium brengen ze een eigengereid amalgaam van avant-garde, folk, drones en experimentele muziek met zowel Afrikaanse en Scandinavische als Balkan en Aziatische invloeden. Dat persen ze in een redelijk toegankelijk werelds jasje en weet een diepe indruk achter te laten. Nu brengen ze op tak:til, een sublabel van Glitterbeat, hun tweede cd I Can Be A Clay Snapper uit. Širom, hetgeen toepasselijk “overal” betekent in het Sloveens, bestaat uit Iztok Koren (banjo, basdrum, percussie, klokkenspel, balafoon), Ana Kravanja (viool, altviool, ribab, cünbüs, balafoon, ngoma drum, mizmar, zang) en Samo Kutin (lier, balafoon, eensnarige bas, frame drums, brač, gongoma, mizmar, zang). De leden genieten al enige ervaring met folk, wereldse en improvisatorische projecten als Najoua, ŠKM banda, Lunin Med, Hexenbrutal, Samo Gromofon, Horda Grdih, Salamandra Salamandra en Ubrana-Ubrana. Hetgeen ze hier in vijf, veelal langgerekte, tracks ten gehore brengen is wel van een andere orde. De met folk en wereldse elementen geïmpregneerde muziek komt ergens uit tussen kamermuziek, avant-garde, experimentele muziek en folk. Op dynamische en bovenal hypnotiserende wijze weten ze hun ritmische muziek naar verrassende plekken op de wereld te brengen. Het is alsof je een denkbeeldig land waar iedereen welkom is binnenstapt, waarvoor zij de folkmuziek hebben gecreëerd. Dat levert een net zo ongrijpbaar als betoverend geheel op. Hierbij maken ze het de luisteraar niet per se gemakkelijk, maar wordt het biologerende altijd weer beloond door iets zinnenstrelends. Diepgravende, wereldse schoonheid.

 

Mia Zabelka – Cellular Resonance (cd, Little Crackd Rabbit)
Little Crackd Rabbit is het innovatieve, meer experimentele sublabel van het toch al leuke Little Red Rabbit. Het concept is als volgt: ze brengen telkens een serie van 4 cd’s uit, waarop je jezelf ook kunt abonneren, maar die eventueel ook los verkrijgbaar zijn. De abonnees ontvangen wel steeds een fraaie verzamelbox, waar de 4 releases in passen. Serie één kent mooie releases van BLK w/BEAR, A.R.C. Soundtracks, P.J. Philipson en Black Walls. De tweede editie omvat schitterende cd’s van Hypnodrone Ensemble, We Mythical Kings, Brave Timbers en Mark Harris & John 3:16. Inmiddels is de derde reeks gestart, waarbij Mia Zabelka het spits mag afbijten met het album Cellular Resonance. Later volgen nog cd’s van Norman Westberg, BLK w/BEAR en P.J. Philipson. De Oostenrijkse violiste,zangeres en componiste Mia Zabelka is er één die meerdere disciplines beheerst en er op een innovatieve en pionierende wijze mee omgaat en veelal en elektro-akoestische vaarwateren belandt. Ze heeft samengewerkt met vele artiesten waaronder John Zorn, David Moss, Peter Kowald, Alvin Curran, Pauline Oliveros, Lukas Ligeti, Franz Hautzinger, Phil Minton, Shelley Hirsch, Elliott Sharp, Francis-Marie Uitti, Joelle Leandre, Dälek, Lydia Lunch, Phill Niblock, Scanner, Saffronkeira en onlangs nog met Asférico en speelt tevens in Trio Blurb en het gelegenheidsensemble de One Night Band. Op haar nieuwe album brengt ze met haar elektrische viool zes stukken van samen een goede 43 minuten lang, waarbij ze in drie ervan op de productionele steun mag rekenen van Lydia Lunch. Zoals de titel al doet vermoeden maakt ze gebruik van resonantie en brengt haar vioolgeluid daarmee naar drones, noise en elektro-akoestische muziek. Als je haar achtergrond niet zou kennen, zou je vermoeden dat ze hier met gitaar en effectpedalen werkt, zij het dat er soms ook vioolklanken te horen zijn. Dat vult ze her en der aan met haar experimentele zang. Dikwijls is het overdonderend kakofonisch, maar soms ook weer sereen minimaal. Ze weet je hoe dan ook in haar demonische houdgreep te nemen. Alsof Zeitkratzer, Francis Dhomont, Christina Kubisch, Diamanda Galas, Giacinto Scelsi, Maja Ratke en Bela Emerson een duister verbond zijn aangegaan. Het is virtuoos, meeslepend, magisch en bloedstollend wat ze hier laat horen.

 

Zola Jesus – Okovi (cd, Sacred Bones / Konkurrent)
De in Amerika geboren en getogen Nika Roza Danilova, inderdaad van Russische komaf, is sinds 2009 met haar debuut The Spoils als Zola Jesus niet meer weg te denken uit de alternatieve muziekscene. Ze leunt daarbij stevig op de jaren 70 en 80, waarbij haar voorbeelden als Diamanda Galas, Swans, Throbbing Gristle, Joy Division, Cabaret Voltaire en Lydia Lunch te horen zijn. Hoewel ze op haar albums steeds varieert brengt ze veelal een intrigerende, wisselende mix van experimentele muziek, klassiek, industrial, gothic, avant-garde, elektronica, wave, glitch en pop. Daar komt haar krachtige, imponerende en Siouxsie gelijkende stem nog eens overheen. Ze start overigens als operazangeres en is naast Jamie Stewart (Xiu Xiu) ook te bewonderen in de groep Former Ghosts. Nu is ze na een uitstapje naar het Mute label weer terug bij Sacred Bones, waar ze haar nieuwe album Okovi (Servisch voor “boeien”) het licht laat zien. Zola Jesus brengt hier weer 11 eigenzinnige songs, waar ze zelf zorg draagt voor de arrangementen en elektronica. Hiermee brengt ze aangrijpende hybriden van elektro, drum’n’bass, avant-garde, dark ambient, synthpop en noise. Ze laat zich begeleiden door gasten op violen, altviool, cello, elektronica, contrabas en percussie. Door de elektronica, de soms beukende percussie en haar ietwat onderkoelde galmende zang krijgt de muziek iets kils en afstandelijks mee, maar deze komt wel binnen. Daarbij zorgen de sterke orkestraties voor wat warmte en een intiemer geluid, hetgeen een fraai contrast vormt. En ze roert nog altijd in het verleden maar plaatst dit op eigengereide wijze in het hier en nu. Naast genoemde artiesten zal het liefhebbers van Fever Ray, Austra, Chelsea Wolfe, Nadine Shah en Jenny Hval ook wel kunnen bekoren. Boeiende beauty!

 


 

Martijn

The Bombay Royale Run Kitty Run
Derde album van Australiërs die Bollywood doen. Een wat cleanere sound en meer hippe surfrock- en spymovievibes. Niks revolutionairs, maar wel gewoon gezellige muziek.

Stippenlift & Faberyayo Chaos In Het Universum
Yayo van De Jeugd gaat weer eens een samenwerkingsverband aan, deze keer met Stippenlift. De hoes doet meer dan een beetje denken aan FLORAL SHOP van MACINTOSH PLUS. Ja die kapitalisering is belangrijk, net als grappen met spatiëring en de vele Japanse titels. Vapor wave dus, die op het lullige af klinkt maar toch ook weer dope af.

Yung Internet Pompstation
À propos dope: de dance lag altijd al op de loer maar op de nieuwste EP van de Amsterdamse party animals is het het duidelijks. Wellicht beter voor de shows maar ik hoop niet dat die ultraslome shit gaat verdwijnen. Gelukkig zijn er ook nog nummers als 36 Flessen Mike.

tricot 3
Drie Japanse meiden die springerige math pop maken. Het heeft wat van screamo maar er zit ook wel wat j-pop in, maar deze meiden flexen met skills en niet met dansjes. Echte liedjes maar ritmisch behoorlijk complex en met een punky energie. Live ook een feestje, zo heb ik zondag mogen ervaren.