Het schaduwkabinet: week 20 – 2018

De één z’n 70-jarig feest is behoorlijk ten koste van de ander geweest. Voor elkaar zijn onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Astral Swans, Beach House, Jennifer Castle, Dead Cat In A Bag, Rachel Grimes, Lio, Modern Studies, Maaike Ouboter, Parquet Courts, Roba Estesa, Paul Schütze, Ebo Taylor, Thanatoloop, Vlimmer, Riley Walker, Wax Chattels, Zea en Various Artists: Box Set (Dustin O’Halloran/ Hauschka/ Oskar Schuster/ Dmitry Evgrafov/ Sophie Hutchings/ Library Tapes).

 


Jan Willem

Astral Swans – Strange Prison (12”, Tiny Room Records)
Astral Swans is het soloproject van de Canadese zanger en multi-instrumentalist Matthew Swann. Eén bezoek aan zijn website maakt al snel duidelijk dat hij beschikt over humor, zij het ietwat zwartgallig maar daar hou ik wel van. De titel van zijn debuut, te weten All My Favourite Singers Are Willie Nelson, zegt ook genoeg. Muzikaal gezien zit hij daar mijlenver vanaf, want hij brengt eerder een mix van lo-fi, neofolk, krautrock, post-punk en psychedelica. Plus een gezonde dosis morbide humor, of is dat een contradictio in terminis? Daar gaat hij ook vrolijk, nu ja, mee verder op zijn nieuwe album Strange Prison. Hij brengt 13 uiterst gevarieerde tracks, die uiteenwaaieren naar de genoemde genres. Hoewel hij de duistere zaken des levens volledig omarmt ligt het mede door zijn humor en de veelal lichtvoetige, uptempo instrumentatie nooit zwaar op de maag. Het zijn uiterst persoonlijke liedjes, die soms rammelen als die van de vroegere Smog of niet rammelen en melancholisch richting Eels koersen. Qua humor doet hij niet onder voor John S. Hall en Kramer. En er schuilt ook wel een licht verknipt genie als Syd Barrett in hem. Het moge duidelijk zijn dat dit een subliem album is geworden, waar veel te beleven valt.

 

Beach House – 7 (cd, Bella Union)
Het is me toch wat met dat Beach House! In 2015 brengen ze de twee albums Depression Cherry en Thank You Lucky Stars uit, hun vijfde en zesde. Bij beide heb ik gezegd dat het hun beste tot dan toe is. Het Amerikaanse duo Alex Scally en Victoria Legrand heeft sinds de oprichting in 2004 alleen maar goede albums afgeleverd, maar ze vertonen wel keer op keer groei zonder het album ervoor ook maar enigszins te degraderen. Een prestatie van formaat. En dan kom je aan bij hun zevende werk, simpelweg 7 geheten. Het is haast alsof je als een nietig pluisje door een stofzuiger opgezogen wordt en een oneindige wonderschone baan aflegt. Ze beleven, mogelijk door de hulp van Sonic Boom, een ware creatieve hergeboorte. Ja het is nog altijd een fijn diepgravende, melancholische mix van droompop, indierock en shoegaze, gehuld in die heerlijke 4AD-sfeer van weleer. Maar het is dromeriger en meer gruizig en dompelt je compleet onder, net de lucht die je nu eenmaal inademt. Daarbij zijn er naast de toch al bloedmooie muziek ook momenten dat je ze volledig weten te narcotiseren. Eigenlijk is het één lange trip vol kippenvel, waarbij ze op eigen wijze ergens landen tussen Cocteau Twins, Lush, Sigur Rós, The Jesus And Mary Chain, My Bloody Valentine, Mi And L’Au en Slowdive. Ehm ja, nu echt hun magnus opus…dus. En wat voor één!

Luister Online:
7 (album)

 

Jennifer Castle – Angels Of Death (cd, Paradise Of Bachelors / Konkurrent)
De Canadese singer-songwriter Jennifer Castle, niet te verwarren met de schrijfster, is al sinds 2006 actief bezig met folkachtige muziek. Onder haar eigen naam brengt ze eerder Castlemusic (2011) en Pink City (2014) uit, als Castlemusic nog You Can’t Take Anyone (2008) en met de groep Deloro ook een gelijknamige lp in 2011. Maar ook daarnaast is ze behoorlijk druk en werkt ze met National Parks Project, Wyrd Visions, Eric Chenaux, IC/JC/VC, Ryan Driver, Bry Webb, Doug Paisley, Constantines, Fucked Up en voor diverse theaterproducties en documentaires. Dat haar nieuwe album Angels Of Death even op zich heeft laten wacht, zij haar dan ook vergeven. De titel klinkt wellicht harder dan is bedoeld, want ze brengt veeleer een subtiele meditatie over sterfelijkheid, herinneringen, geesten en verdriet. Dat klinkt dan weer zwaarder dan de muziek is, want die bestaat uit een landerige mix van folk, singer-songwritermuziek en altcountry. Castle (zang,gitaar) speelt hier met een band bestaande uit Paul Mortimer (gitaar), David Clarke (akoestische gitaar), Jonathan Adjemian (orgel, piano), Mike Smith (bas) en Robbie Gordon (drums) plus gasten op pedal steel, zang, viool, cello, drums en gitaar. Dat klinkt dan weer drukker dan de werkelijkheid, want de 10 stukken die ze hier in een kleine 35 minuten het licht laat zijn dromerig, subtiel, sober en van een bezinnende licht melancholische schoonheid. Hoewel ze heel veel associaties oproept, bieden Tarnation, Molly Burch, Joanna Newsom, Nadia Reid, Linda Perhacs, Tiny Ruins en The Weather Station meer dan genoeg houvast. Toch toont ze een eigen en prachtig gezicht.

 

Dead Cat In A Bag – Sad Dolls And Furious Flowers (cd, Gusstaff Records)
Dead Cat In A Bag is een Italiaans collectief rond multi-instrumentalist en zanger Swanz. Met dit alias heeft hij ook al een soloalbum gemaakt. De overige leden uit de harde kern van de groep bestaan uit Andrea Bertola (viool, fluiten, mandoline, percussie, zang) en Scardanelli (accordeon, piano, zingende zaag, gitaar, cümbüş, banjo, zang, pomporgel, orgel, synthesizers). Daarbij spelen hun gasten ook altijd een belangrijke rol. Op hun derde cd Sad Dolls And Furious Flowers zijn dat er maar liefst 18, die hun bijdrage leveren met piano, gitaren, contrabassen, drums, saz baglama, mandoline, duduk, mandola, vleugelhoorn, trompet, cello, altviool, viool, klarinet, banjo, fagot, saxofoon en zang. Doorgaans combineert de band op robuuste wijze art-rock met dark cabaret en folk, zoals ook Tom Waits, Firewater, Beat Circus en Major Parkinson dat op hun eigen wijze fraai doen. Het instrumentarium verraadt al dat ze het hier breder dan voorheen aanpakken, als vormt die lekker robuuste sound nog altijd de basis. Toch hoor je in deze 13 nieuwe tracks ook walsen, alt-country, chansons, blues en Oosterse elementen terug, zonder dat het ooit een geforceerde of rare combinatie vormt. Hierdoor vormen ook Calexico, Nick Cave, Leonard Cohen en Roma Amor referenties voor deze innovatieve en meeslepende muziek. En dan brengen ze ook nog eens een fraaie Velvet Underground cover van “Venus In Furs”. Dit is werelds genieten!

 

Rachel Grimes – The Doctor From India (cd, Mossgrove Music/ Rough Trade / Konkurent)
Het Amerikaanse Louisville is de bakermat van uiterst interessante postrock en neoklassiek, waar groepen als Slint, The For Carnation, June Of 44, Rodan, Crain en Rachel’s fraaie ambassadeurs zijn. De laatstgenoemde band rond pianiste Rachel Grimes, die solo ook diverse prachtalbums heeft afgeleverd, is ook terug te vinden bij Hula Hoop, The Big Eyes Family Players, King’s Daughter & Sons en als gast bij Sonora Pine, Shanon Wright, Tara Jane O’Neil, Shipping News, Frames en Dianogah. Zowel solo als met Rachel’s heeft Grimes er een handje van om neoklassiek met filmische pracht te combineren. Niet heel verwonderlijk dat ze zich eens aan een heuse soundtrack waagt. Voor de documentaire The Doctor From India van Jeremy Frindel, die gaat over de holistische Indiase pionier Dr. Vasant Lad, heeft zij de begeleidende muziek geschreven. In maar liefst 18 tracks van bijna 58 minuten lang brengt ze een zinnenstrelend en emotioneel geladen geluid naar buiten. Grimes (piano, geluiddesign) laat zich daarbij begeleiden door saxofonist/fluittist Jacob Duncan en violist Scott Moore. Dat levert een betoverende mix van pianomuziek, neoklassiek, minimal music, jazz en experimentele ambient op. Dit is typisch muziek die ongetwijfeld het beeldmateriaal zal versterken, maar ook zonder dat huizenhoog overeind blijft. De kenner weet genoeg. Wat een genadeloze beauty!

 

Lio – Lio Canta Caymmi (cd, Crammed Discs / Coast To Coast)
Als je voluit Wanda Maria Ribeiro Furtado Tavares de Vasconcelos valt er best wat voor te zeggen dat je een artiestennaam als Lio uitkiest. Dat doet deze in 1962 geboren Portugese zangeres en actrice dan ook, die overigens opgroeit in België. Net als haar zingende, acterende en zusje Helena, voluit Helena Noguerra, die tevens TV presentatrice is. Als sinds eind jaren 70 brengt ze haar muziek naar buiten. Ze start met een combinatie van synthpop en chansons en geniet grote populariteit in Frankrijk en België. Later staan ook house, poprock, jazz en zelfs licht experimentele muziek op haar menu. Vanuit haar Portugese roots is de stap naar Brazilië een kleine, want op haar nieuwe cd Lio Canta Caymmi, uitgebracht op het prestigieuze Crammed Discs, brengt ze de muziek van de legendarische Braziliaanse singer-songwriter Dorival Caymmi (1914-2008) ten gehore. Ze wordt daarbij geholpen door producer Jacques Duvall (Jane Birkin, Telex, Marie-France) en diverse muzikanten op bas, accordeon, drums, percussie, gitaar, gefluit en overige productie. Dat levert samen met Lio’s zoetgevooisde zang in het Frans en Portugees een uiterst zomerzwoel en stemmig eerbetoon op. Het zal zowel de liefhebbers van de betere chansons als die van de bossanova en fado kunnen bekoren. De 12 songs die ze hier brengt zijn van een zacht ontwapende schoonheid, die je niet onberoerd zullen laten.

 

Modern Studies – Welcome Strangers (cd, Fire / Konkurrent)
De Schotse zangeres en singer-songwriter Emily Scott, die naast zang ook contrabas, piano en harmonium beheerst, laat solo maar ook middels de groep Modern Studies van zich horen. Daar wordt ze gesteund door Rob St John (bas gitaar, zang), Pete Harvey (cello, harmonium, piano, zang) en Joe Smillie (drums, percussie). Hiermee leveren ze in 2016 al hun tijdloze visitekaartje af met hun debuut Swell To Great. Ze stappen met een ogenschijnlijke eenvoud overheen met hun tweede album Welcome Strangers. Een titel die je graag hoort, maar niet dikwijls wordt omarmt in het hedendaagse politieke landschap. In een krappe 41 minuten leveren ze 10 fijne eigengereide songs af, die het midden houden tussen neofolk, indierock, postrock en filmische neoklassiek. Daarbij moet je denken aan een licht psychedelische kruisbestuiving van Low, Jarboe, Morgan Delt, The Walkabouts, Natalie Merchant en Bodies Of Water. Daarmee zijn ze van een belofte uitgegroeid tot nieuwe band om in de smiezen te houden.

 

Maaike Ouboter – Vanaf Nu Is Het Weer Van Jou (cd, Outs/ Sony Music)
Ik vind het altijd tricky als artiesten in het Nederlands zingen, laat staan als ze een product zijn van een programma als “De Beste Singer-Songwriter van Nederland”. Toch vormt Maaike Ouboter (zang, akoestische gitaar, piano) een zeer prettige uitzondering, want ze weet me te raken en daar gaat het om in de muziek. Haar debuut En Hoe Het Dan Ook Weer Dag Wordt (2015) bevat niet alleen een herfstige schoonheid, maar hakt er ook behoorlijk in door de oprechte melancholie die in haar breekbare stem en teksten verscholen zit. Na drie jaar is er nu haar tweede cd Vanaf Nu Is Het Weer Van Jou, waarop ze 12 nieuwe songs presenteert. Haar engelachtige zang is ook nu weer de absolute oorvanger, maar ook haar originele, diepgravende teksten mogen er wezen. Deze bevatten soms haast een ritme door haar bijzondere manier van schrijven. Daarnaast kan ze met weinig heel veel zeggen; woorden als poëtische sneeuwballen die emotionele lawines veroorzaken. De muzikale omlijsting daarbij is ondanks 7 extra muzikanten op gitaar, bas, piano, keyboards, sampler, elektronica, saxofoon en een kinderkoor, meestal sober en ingetogen. Het kleurt vooral de ondergrond voor de teksten fraai in, maar weet soms ook aangenaam te verrassen met onverwachte arrangementen en een bijzonder gebruik van elektronica. Haar vorige album is haar herfstplaat, dit voelt meer als haar lente album. Nog altijd vol prettige droefgeestigheid, maar alles staat in de bloei. Geen moeilijke tweede album, maar gewoon weer een wonderschone.

 

Parquet Courts – Wide Awake! (cd, Rough Trade / Konkurrent)
De albums van het Amerikaanse kwartet zijn altijd een energieke potpourri aan stijlen, maar dat maakt ze ook zo onweerstaanbaar. Andrew Savage (zang, gitaar), Austin Brown (gitaar, keyboards, zang), Seán Yeaton (bas, zang) en Max Savage (drums, percussie, zang) brengen doorgaans indierock, garagerock, altrock, punk en lo-fi. Dat doen ze wederom op hun volgende wapenfeit Wide Awake!. Het is meteen duidelijk dat zij klaarwakker zijn, maar als luisteraar ben je dat ook al snel. Op uiterst aanstekelijke wijze laveren ze van genre naar genre. Doordat ze alles strak en uptempo brengen heb je nergens het gevoel dat het een slordig samenraapsel is. Verre van dat zelfs. En als je bijvoorbeeld (want ik kan er zo nog een paar opnemen) de Beach Boys, Blur, David Bowie, Sleaford Mods, The Fall, Ramones, Sebadoh en The Clash met elkaar kunt afwisselen of aaneen kunt schakelen, dan beschik je over ballen. Doe je dat nog eens op sublieme wijze, dan is dat ook nog eens behoorlijk geniaal te noemen. Waarvan acte!

 

Roba Estesa – Desglaç (cd, Coopula / Xango Music Distribution)
De Catalaanse vrouwengroep Roba Estesa, wat “waslijn” betekent, is in 2011 opgericht te Tarragona. De line-up bestaat uit Helena Bantulá (gitaar), Clara Colom (accordeon, zang), Clàudia García-Albea (viool, zang), Alba Magriñà (drums, zang), Neus Pagès (gitaar, zang), Gemma Polo (zang) en Anna Sardà (bas, cello, zang). In 2016 debuteren ze met Descalces, waarop ze niet alleen een smaakvolle mix van feestelijke pop en folk-melodieën maar ook met een boodschap komen. Zo stellen ze de mannelijke en heteronormatieve patronen aan de kaak. Dat verpakken ze zo fraai dat ze hun terechte punt op overtuigende wijze aan de ehm man weten te brengen. Ook op hun nieuwe cd Desglaç, hetgeen “dooi” betekent, gaan ze verder met hun milde strijd voor gelijkheid in de samenleving en de positie van de vrouw. Dat doen ze in 12 heerlijk opzwepende popsongs die weer doordrenkt zijn van folk, maar ook ska en rock. Daarbij laten ze naast hun fijn opzwepende muziek ook schitterend harmonieuze samenzang horen. Hoewel ze een volslagen eigen en Catalaans geluid in huis hebben roepen ze dikwijls associaties op met Katzenjammer, Pogues, Manu Chao en Värrrtinä. Ze tonen in elk geval weer aan dat het best een beetje gezellig mag zijn als je iets duidelijk wilt maken. Een wonderschoon statement!

 

Paul Schütze – The Sky Torn Apart (cd, Glacial Movements)
In de tijd dat ik voorzichtig ben begonnen met pootje baden in de experimentele muziek is ook de Australische muzikant Paul Schütze er al. Op het destijds zeer innovatieve Extreme records debuteert hij in 1989 met de ware klassieker Deus Ex Machina, vol met de betere experimentele ambient. Daar zal hij er nog veel meer van maken, zeker in de isolationistische hoek. Neem alleen al de prachtige splitrelease Driftworks (1997), met Thomas Köner, Pauline Oliveros & Randy Raine-Reusch en Nijumu. Dan heeft hij er al een muzikaal leven opzitten met groepen als Laughing Hands en Phantom City. Maar goed, als je deze meester kent, behoeft hij eigenlijk geen introductie en kan ik gewoon verdergaan met zijn ruim 56 minuten durende cd The Sky Torn Apart op het prestigieuze, ijzige Glacial Movements label. Deze verbreekt op indrukwekkende wijze zijn absentie van 8 jaar met een ijzig, isolationistisch werk waarover hij zelf het volgende zegt:

The sky tore apart and the sun curdled like a diseased eye.
Below, where once a continent of ice spanned the horizon,
there lay nothing but a vast expanding mirror, implacable and silent.
For days, clouds of flying creatures scoured it’s surface for purchase
before falling exhausted into their own reflections.

Schütze brengt op zijn geheel eigen wijze met een subtiel maar rijk gedetailleerd duister en bovenal organisch klanklandschap vol drones, experimentele ambient en veldopnames. Als je er eenmaal inzit, zeker onder de koptelefoon, wordt je genadeloos meegesleept op een duistere, haast tastbare trip die z’n weerga niet kent. Nog altijd toont hij zich heer en meester in het scheppen van experimentele pracht van de buitencategorie.

 

Ebo Taylor – Yen Ara (cd, Mr Bongo / Coast To Coast)
Als je denkt aan Afrobeat dan moet minimaal de naam Ebo Taylor (1936), voluit Deroy Ebow Taylor geheten, naar boven komen. Deze legendarische Ghanese zanger, gitarist, bandleider en producer heeft in zijn beginjaren ook wel gospel, folk, jazz en funk gemaakt, maar legt zich de laatste jaren toe op zijn specifieke, levendige Afrobeats. Hoewel de beste man al 82 jaar is, lijkt het muzikale vuur in hem nog lang niet gedoofd te zjn. Hij presenteert dan ook gewoon zijn zoveelste album Yen Ara, hetgeen “wij” betekent. Taylor laat zich begeleiden door The Saltpond City Band, die naast zijn zingende zoons Henry (tevens keyboards) en Roy X (tevens percussie) bestaat deze groep gewoon uit locale, door Taylor uitgekozen muzikanten. Zij brengen nog trompet, trombone, bas, gitaar, drums en percussie. Samen brengen in een kleine 41 minuten 9 uptempo songs vol Afrobeats, Ghanese jazz en folk- en funkelementen. De zomer en energie spatten er vanaf, zonder dat de nodige diepgang of momenten van bezinning ontbreken; dat geldt ook zeker voor de uit het leven gegrepen onderwerpen, waar ook wel eens kritiek in doorschemert. Een veelzijdig en meeslepend topalbum, waar het moeilijk stilzitten is. Taylor toont hier andermaal aan nog jaren mee te kunnen met het maken van ertoe doende muziek..

 

Thanatoloop – Resilencia (cd, Blackjack Illuminist)
Ik leer het Chileense experimentele project Thanatoloop van Michel Leroy, die ook in diverse andere projecten zoals Un Festín Sagital terug te vinden is, kennen via de split-release met het onvolprezen Vlimmer (zie hieronder). Met Thanatoloop heeft hij sinds 2006 meer dan 40 releases het licht doen zien. Nu ja licht, hij zit meestal in de donkere hoek waar drones, gothic, industrial, dark ambient, avant-garde, post-punk, noise en experimentele muziek elkaar ontmoeten. Dat geldt ook voor zijn nieuwe cd Resilencia, die als subtitel “resistencia y muerte en los días del capitalismo voraz” heeft meegekregen hetgeen “weerstand en dood in de dagen van vraatzuchtig kapitalisme” betekent. In drie kwartier komen dan ook 8 behoorlijk duistere stukken voorbij die weer op creatieve wijze een mengelmoes van de genoemde genres herbergen. Van het dikwijls kaalgeslagen grimmige geluid gaat iets urgents, dreigends en mysterieus uit. Het laat de schaduwkant van het leven zien vol frustraties, wat hij op indrukwekkende en biologerende wijze doet. Je moet daarbij een blend van Von Magnet, Calva Y Nada, Have A Nice Life, Wumpscut, The Caretaker, Current 93 en A Place To Bury Strangers. De emoties zijn invoelbaar, zeker in de venijnige stukken, maar hij eindigt toch op mooi rustieke en hoopvolle wijze. Grote klasse!

 

Vlimmer – X (mcd, Blackjack Illuminist)
Sinds 2015 komt de naam Vlimmer hier geregeld langs. Dat is te danken aan de veelzijdige muzikant Alexander Leonard Donat Stöckigt, die naast dit project ook terug te vinden is in Feverdreamt, Fir Cone Children, Flight Recorder, Infravoids, Jet Pilot en Leonard Las Vegas. Daarnaast brengt hij ook nog muziek onder zijn eigen naam (zonder Alexander en Stöckigt) uit en houdt hij er het leuke Blackjack Illuminist label op na. Zijn muzikale DNA, als zoon en kleinzoon van respectievelijk de Duitse pianisten/componisten Michael Stöckigt en Siegfried Stöckigt, mag er dan ook wezen. Hoe dan ook zit hij in een creatieve achtbaan en daar rollen dan ook dikwijls de meest leuke releases uit. Met Vlimmer werkt hij aan een 18-delige serie mini albums, waarvan deel I tot en met IIIIIIIII reeds zijn verschenen. Gelukkig maakt hij er geen barcode van en heet de tiende uit de serie gewoon X. Hierop krijg je zoals altijd weer 5 nieuwe tracks, die rond het halve uur finishen. Hij weet weer een fijne las te smeden tussen gothic, shoegaze, postpunk, darkwave, droompop en indierock, die fans van OMD, The Cure, Cocteau Twins, Clan Of Xymox en Slowdive wel zullen aanspreken. Ook al is dit alweer het tiende deel, Vlimmer weet nog altijd te verrassen en betoveren, mede door de compleet ontwapende aanpak.

 

Ryley Walker – Deafman Glance (cd, Dead Oceans / Konkurrent)
Vanaf 2011 laat de Amerikaanse singer-songwriter Ryley Walker met enige regelmaat zijn releases het licht zien, zowel solo als in samenwerking met artiesten als Daniel Bachman, Bill MacKay en Charles Rumback. Walker maakt doorgaan een verhalende en uiterst sfeervolle mix van nachtelijke folk en singer-songwritermuziek. Ook al wil Walker voor zijn nieuwste werk Deafman Glance oorspronkelijk een meer anti-folk benadering kiezen, is dat maar ten dele gelukt. En gelukkig maar, want die gloedvolle sfeer die hij zo mooi weet neer te zetten is een hoop waard. Toch laat hij hier wat nadrukkelijker lichte experimenten, jazz- en krautrock-elementen horen, die een mysterieuze glans geven aan de toch al zo indringende muziek. Daarmee weet hij op originele wijze ergens tussen Adrian Crowly, Songs: Ohia, James Blackshaw, Gastr Del Sol, Van Der Graaf Generator, Jack Rose en Jethro Tull te finishen. De sfeer, de zang en de bijzondere benadering zijn intact gebleven en toch is dit een ander album geworden. Heel knap, indrukwekkend en van een uitzonderlijke pracht.

 

Wax Chattels – Wax Chattels (cd, Captured Tracks / Konkurrent)
Peter Ruddell (keyboards, zang), Amanda Cheng (bas, zang) en Tom Leggett (drums) ontmoeten elkaar tijdens hun studie Jazz Performance aan de universiteit van Auckland. Een paar jaar later starten ze de band Wax Chattels, waar werkelijk geen spoor jazz terug te vinden is. Na een single komen ze nu met hun gelijknamige debuut, waarop ze zoals het zelf ook noemen “gitaarloze gitaarmuziek” maken. Met veel venijn brengen ze een heerlijk opzwepend geluid dat zich van post-punk naar mathrock en noise beweegt. Maar met hun verslavende motorik en psychedelische uittapjes koersen ze ook dikwijls richting de krautrock. Denk aan een geweldig explosieve en steeds wisselende combinatie van At The Drive In, Suicide, Trans AM, Deerhoof en The Gun Club. In één woord sensationeel!

 

Zea – Crimes Against Pop (cd, Klanggalerie)
In 1995 richt de Friese Amsterdammer Arnold de Boer de groep Zea op, dat eerst nog opereert als duo. Daarna is het vooral een soloaangelegenheid. Met Zea brengt hij een volslagen uniek geluid naar buiten, dat ergens tussen breakpop en indierock inzit. Dat weet de Boer dan altijd op gevarieerde en originele wijze te larderen met samples, breakbeats, avant-garde en elementen uit de punk, lo-fi en Afrikaanse muziek, waarbij een gezonde dosis humor en cynisme ook nooit ontbreken. Dat laat hij sinds 2000 ook op zijn diverse albums horen, te weten Kowtow To An Idiot (2000), Today I Forgot To Complain (2003), Insert Parallel Universe (2006), The Beginner (2010), The Swimming City (2014) en Moarn Gean Ik Dea (2017), uitgebracht op de labels Transformed Dreams, Subroutine, Red Wig en het eigen Makkum Records, waarop ook fraaie Afrikaanse albums verschijnen. Met dat laatste Zea album pakt hij het ingetogen aan en zingt hij in het Fries om zo eer te doen aan persoonlijke gebeurtenissen in zijn leven. Het onderstreept eens te meer wat een klasbak de Boer is, die we inmiddels ook kennen als de nieuwe zanger van The Ex. Na een optreden van Zea in Oostenrijk zijn ze bij het Klanggalerie label zo overdonderd dat ze iets met zijn muziek willen doen. Dat is de compilatie cd Crimes Against Pop, waarop je in 20 songs lang en 58 minuten breed een geweldige dwarsdoorsnede van zijn oeuvre krijgt. Het laat goed horen hoe afwisselend en uniek de muziek is. Nu hebben ze ook echt een fraaie selectie naast elkaar gezet. Dit moet trots terugblikken zijn voor de Boer! Het is een leuke verzameling voor de instapper maar ook voor degenen die alles al hebben.

 

Various Artists: Box Set (3cd+3lp+12” boekwerk, 1631 Recordings)
Het label 1631 Recordings is in 2015 opgericht door Mattias Nilsson (Kning Disk) en David Wenngren van onder meer Library Tapes. Ze brengen er vooral artiesten die in de neoklassieke hoek zitten. Dat doen ze soms op cd, maar ook dikwijls digitaal. Ook oudere werken van bijvoorbeeld Olan Mill, Sophie Hutchings en Library Tapes zien er digitaal het licht. Wat er nu wel en niet digitaal verschijnt is dikwijls wat onduidelijk. Zo hebben ze ook de fantastische “Piano Cloud Series”, waarvan het eerste deel op cd verschijnt en de delen erna digitaal, net als de “Texture Serie” waar nog maar één deel van is verschenen. Maar ze brengen echt de crème de la crème van de neoklassiek en pianomuziek, alsof het niets is. Nu komen ze wel een heel mooi piano georiënteerd werk op de proppen, namelijk Box Set, dat bestaat uit 3 cd’s, 3 lp’s (met hetzelfde materiaal als op de cd) plus een prachtig 12” boek met kunstzinnige plaatjes, die allen gestoken zijn in een schitterende kartonnen doos.

Op de eerste schijf zijn het Dustin O’Halloran en Hauschka die respectievelijk hun mini’s 3 Movements en 5 Movements brengen, die na een krappe 34 minuten finishen.
Dustin O’Halloran is een begenadigd pianospeler,die zowel solo als in Dévics en A Winged Victory For The Sullen van zich heeft laten horen. Hier brengt hij 3 uiterst stemmige stukken, waarbij hij in de eerste nog geruggensteund wordt door celliste Gyda Valtýsdóttir (ex-múm, Imago). Maar erna laat hij naast zijn kenmerkende, filmische pianowerk ook prachtige orkestraties ten gehore. Soms is het puur neoklassiek en op andere momenten koerst het haast richting de ambient. Het is contemplatieve en gewoonweg adembenemende pracht.
Hauschka die de volgende 5 stukken presenteert, is het langlopende project van Volker Bertelmann. Hij produceert sinds 2004 doorgaans innovatieve composities op de geprepareerde piano. Daarmee laveert hij van neoklassieke en ambient naar minimal techno met klassiek, hetgeen keer op keer verrassende muziek oplevert. Hier gaat hij ook mee verder op dit mini album, zij het dat het allemaal wat meer ingetogen en droefgeestig is. De twee werken passen ook mooi naast elkaar, maar beide heren hebben dan ook al een gezamenlijke soundtrack op hun naam staan. Hoe dan ook is ook dit een schitterend kleinood geworden.

Het tweede album wordt in bijna 37 minuten gevuld door Oskar Schuster en 130701 labelartiest Dmitry Evgrafov.
Oskar Schuster brengt op zijn werk Záhada in 18 minuten zes composities op de piano, die uiterst intiem, persoonlijk en filmisch overkomen, zij het dat hij behoorlijk vingervlug is. Nu is Schuster er dikwijls ook op uit om een licht bevreemdende, sprookjesachtige setting te creëren en dat doet hij met verve. Ik denk dat dit voer is voor de liefhebbers van Ludovico Einaudi, Lubomyr Melnyk en Nils Frahm. Ook deze past weer geweldig in deze nu al fraaie boxset.
Dan volgt nog het 4 nummers tellende Void van de Russische pianist Dmitry Evgrafov. Eerder laat hij al horen dat hij een bezwerende mix van neoklassiek en experimentele ambient neer kan zetten. Op uiterst subtiele en breekbare wijze gaat hij daar nu mee verder. Bezinnende, verstilde en bovenal dromerige pianostukken, die je even helemaal uit de realiteit weten te nemen en waar fans van Erik Satie, Max Richter en Endless Melancholy hun hart aan kunnen ophalen.

Als toetje is er de split van Sophie Hutchings en Library Tapes, die samen nog eens goed zijn voor ruim 39 minuten en 12 composities.
De Australische pianiste/componiste Sophie Hutchings brengt op spaarzame wijze haar releases uit, maar daarmee weet ze wel telkens voltreffers te fabriceren. Ze zit meestal in de neoklassieke hoek, maar weet per album, 4 tot nu toe, goed te variëren door steeds andere instrumentaties en uiteraard composities te brengen. Op haar laatste zijn er bijvoorbeeld ook keyboards en zang te horen. Daarmee gaat ze ook verder op haar nieuwste mini Byways. Ze brengt 7 fragiele en fijn melancholische stukken ten gehore, waarop haar mistige pianospel overheerst. Een enkele maal laat ze daarbij haar etherische stemgeluid horen, al is het meer als extra instrument dan dat ze uit volle borst meezingt. Het levert prachtig subtiele en nachtelijke muziek op waarbij je kunt nadenken en wegdromen of gewoonweg intens van kunt genieten.
Tot besluit krijg je de 5 nummers tellende Komorebi van Library Tapes. Dit is het voor mij zeer dierbare project van de Zweedse componist David Wenngren, die ook onder zijn eigen naam muziek heeft uitgebracht en tevens met Murralin Lane, Xeltrei, Le Lendemain, Forrestflies en Birch And Meadow. Stuk voor stuk de moeite waard. Maar Library Tapes neemt gewoon een speciale plek in, waarbij de cd’s ook nog wel eens hoog eindigen in mijn jaarlijstjes. Met dit project brengt hij composities die op melancholische en diepgravende wijze ergens uit tussen neoklassiek, ambient, neofolk en experimentele muziek uitkomen. Naast 1631 runt hij ook zijn eigen Auetic label. Op zijn nieuwe album laat hij een prachtige mix horen van piano, orkestraties en elektronische muziek, wat resulteert in een bezwerende mix van neoklassiek en ambient. Het is wonderschoon, intiem en bij de strot grijpend wat hij hier laat horen. Absoluut de kers op de taart.

Dit is een monumentaal totaalkunstwerk geworden, dat elke euro dan wel Zweedse kroon waard is!