Het schaduwkabinet: week 18 – 2018

Koningsdag ligt dan weer achter ons, maar hier zijn toch nog even onze vorstelijke lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Ivar Bjørnson & Einar Selvik, Lucrecia Dalt, Elina Duni, Espen Eriksen Trio with Andy Sheppard, Exitmusic, Yonatan Gat, Insect Ark, Midas Fall, Jessica Risker, Vive La Void en Malena Zavala en Zëro.

 


Jan Willem

Ivar Bjørnson & Einar Selvik – Hugsjá (cd, By Norse Music)
Twee jaar geleden debuteren Ivar Bjørnson (aka Ivar Peersen) van Enslaved en Einar Selvik van Wardruna als Skuggsjá met het gelijknamige debuut. Dit project start in 2014 ter viering van het 200 jarige bestaan van de Noorse zelfstandigheid. Ze brengen een bijzondere combi van metal en folk, met gebruik van traditionele instrumenten. Hard en etherisch in een fraai huwelijk. Op de hoes prijken ook hun eigen namen en tevens nog eens een subtitel. Veel info en een tikje verwarrend, dus dat moet anders. De heren keren nu terug onder hun eigen naam met de cd Hugsjá. Ivar (gitaren, elektronica) en Einar (zang, tagelharpa, Kravik-lyre, geithoorn, fluit, percussie) worden daarbij geholpen door Silje Solberg (Hardanger viool, zang), Iver Sandøy (drums, percussie, zang), Håkon Vinje (zang) van Enslaved en Seven Impale plus een koor. Dat nu de projectnaam gewijzigd is valt wel te billijken, aangezien het metal deel verdwenen is en ze zich meer hebben gefocust op folk en traditionele muziek. “Hugsjá” betekent zoiets als “kijken met of in de geest”, wat inhoudt dat onze brein verder kan zien dan onze ogen reiken. Hoe verder je naar binnen kijkt des te wijder wordt je blik naar buiten. Dit is een filosofie uit de Noorse en Sami cultuur. De beide heren blikken nu terug op hun eigen cultuur en brengen een breed hedendaags palet naar buiten met wortels in het verleden. De bombast, robuuste aanpak, duistere atmosfeer en enkele hardere erupties verraden nog wel eens dat de heren over een metalen ruggengraat beschikken, maar het past allemaal meer bij de folk en tribale muziek zoals ook Wardruna of Nytt Land die brengen, waarbij ook de muziek van Wimme en Nils Økland tot de referenties behoren. Het is van een overrompelende schoonheid, die ze op rauwe, diepgravende en nooit gladde wijze aan de man brengen. Hierdoor maken ze andermaal een diepe indruk.

 

Lucrecia Dalt – Anticlines (cd, Rvng Intl / Konkurrent)
De uit Colombia afkomstige muzikante Lucrecia Dalt, die dikwijls releases onder enkel haar voornaam uitbrengt, is inmiddels al jaren in Berlijn gevestigd. Daar zet ze haar muzikale zoektocht verder, die ze op haar eerdere werken al heeft ingezet. Ze brengt doorgaans een mix van abstracte elektronica, ambient en allerhande experimenten die ze voorziet van haar bitterzoete zang. Nu is ze terug met haar zesde werk Anticlines, waarop ze de beperkingen van het menselijke bewustzijn onderzoekt. In ruim 36 minuten levert ze daarmee 14 uiterst intrigerende tracks af vol abstracte muziek, waarbij ze zowel zang als spoken word brengt om haar ideeën naar buiten te brengen. Het levert een bezinnend, poëtisch en mysterieus geheel op, dat je bij de lurven weet te grijpen. Je krijgt een surrealistisch geheel voorgeschoteld, die de realiteit onder de loep neemt. Dat is niet alleen bijzonder en mooi, maar het levert ook voedsel om na te denken op. Fans van AGF, Fever Ray, Grouper, Jenny Hval, Laurie Anderson, Winter Family en Arca zullen hier prima mee uit de voeten kunnen. Dalt is een volslagen unicum!

 

Elina Duni – Partir (cd, ECM Records)
De Albanese zangeres en multi-instrumentalist Elina Duni, die al meer dan 25 jaar in Zwitserland woont, brengt zowel onder haar eigen naam als met haar Elina Duni Quartet muziek naar buiten. Ze levert altijd iets af dat tussen hedendaagse jazz, folk en neoklassiek eindigt. Op haar nieuwste cd Partir onder haar eigen naam levert ze twaalf nieuwe songs, die met haar bitterzoete zang, stemmige pianospel, subtiele gitaarspel en percussie tot stand zijn gekomen. Als je haar zang hoort, etherisch en vol emotie, heeft ze veel gemeen met de fadista, zij het dat ze in diverse talen zingt. Nu laat ze op dit album ook een grenzeloos geluid horen met muziek die uit Portugal, Italië, Kosovo, Armenië, Macedonië, Egypte, Polen, België (een Jacques Brel cover), Zwitserland en tevens Albanië afkomstig is. Daarmee levert ze een wereldplaat van formaat af, die liefhebbers van vele windstreken op hun wenken bedient.

 

 

Espen Eriksen Trio with Andy Sheppard – Perfectly Unhappy (cd, Rune Grammofon / Konkurrent)
De Noorse jazzpianist Espen Eriksen brengt naast solowerk ook al ruim tien jaar muziek uit met zijn Espen Eriksen Trio. Hij wordt daarin vergezeld door bassist Lars Tomod Jenset (Pillow, Hot ’N Spicy, Plus) en drummer Andreas Bye (Bugge & Friends, Knut Reiersud Band, Anders Arum Trio, Kompen Quintet, Øystein Sevåg Global House Band, The Rainbow Band). Heel stiekem een mini supergroep dus, die keer op keer nachtelijke en uiterst sfeervolle jazz produceren. En uiteraard veelal op het innovatieve Run Grammofon label. Voor hun vijfde album Perfectly Unhappy hebben ze de legendarische Britse saxofonist uitgenodigd om hun muziek te verrijken. In een krappe 43 minuten brengen ze samen 8 uiterst subtiele composities ten gehore, die weer bol staan van de nachtelijke en droefgeestige jazz. Het prachtig stemmige saxofoongeluid van Sheppard voegt veel toe aan de toch al fraaie composities van de groep. Er zit ook een behoorlijk easy listening gehalte in de muziek, maar ze weten op biologerende en emotionele wijze wel echt het verschil te maken. Het is muziek die je perfect op kan zetten als je even wilt nadenken, wegdromen of rusten na een lange hectische dag. Op ogenschijnlijk eenvoudige wijze, want de muziek is complexer dan je in eerste instantie denkt, kunnen ze je even uit de realiteit nemen en je een tot de verbeelding sprekende ervaring leveren. Een gouden combinatie die je bepaald niet ongelukkig zal maken.

 

Exitmusic – The Recognitions (cd, Felte / Konkurrent)
Hun in eigen beheer uitgebrachte debuut The Decline Of The West (2007) van het New Yorkse duo Exitmusic gaat misschien wel terecht een beetje aan iedereen voorbij. Geen onaardig album, maar nog geen voltreffer. Echter na de sublieme mini From Silence (2011) gelden Aleksa Palladino en Devon Church als enorme belofte voor de toekomst, die met gemak inlossen met hun album Passage (2012). Ze brengen een geweldige, nostalgische mix van droompop, softnoise, new wave, shoegaze en cool wave, die tot stand komt met gitaren, bas, beats en andere elektronica plus die heerlijk galmende en tegelijkertijd bitterzoete zang van Aleksa. De laatste kiest voor een acteercarrière en het blijft angstvallig stil. Maar nu is er dan na 6 jaar eindelijk hun nieuwe album The Recognitions, dat uitgebracht is op het prestigieuze Felte label. Inmiddels is de relatie tussen de twee uit en dit zou zo maar hun zwanenzang kunnen zijn. Mocht dat het geval zijn, dan nemen ze in elk geval afscheid in stijl; de toekomst zal het leren. De negen tracks van bij elkaar een kleine 37 minuten bestaan weer uit een mengelmoes van de bovengenoemde stijlen, maar dan wel helemaal geperfectioneerd. En er zit een heerlijk duister en bovenal droefgeestig randje omheen, dat je bepaald niet onberoerd laat. Denk aan een kruisbestuiving van Austra, Cocteau Twins, Sigur Rós, The xx, Zola Jesus, School Of Seven Bells en Slowdive om een idee te krijgen. Ze komen, wellicht door het verloop van hun levens, ook emotioneler en directer uit de hoek. Dat zorgt dat ze hier een diepe indruk weten te maken. Wat een subliem album!

 

Yonatan Gat – Universalist (cd, tak:til/ Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Voordat de in New York gevestigde gitarist, producer en experimentele componist Yonatan Gat aan zijn soloavontuur begint, maakt hij deel uit van de Israëlische punkrock groep Punache en de garagerockband Monotonix. In 2015 presenteert hij zijn solodebuut Director, waarop hij, geïnspireerd door de soundtracks van Ennio Morricone en Nino Rota, een experimentele en psychedelische mix van rock, surf, veldopnames, rockabilly en wereldse elementen laat horen. Het is evenzo onconventioneel als biologerend en meeslepend geheel. En bovenal verfrissend anders dan al het gangbare. Een visitekaartje dat veel belooft voor de toekomst. Het duurt dan toch drie jaar voor hij met Universalist op de proppen komt, dat uitgebracht wordt op het Glitterbeat sublabel tak:til. Dit sublabel legt zich meer toe op eigentijdse, veelal instrumentale muziek waar wel ritmes en structuren van de releases op Glitterbeat in terug kunnen komen. Tot nu toe levert dat steeds uiterst interessante albums op. En Gat past daar helemaal bij. Hij heeft zich wederom versterkt met drummer Gal Lazer en bassist Sergio Sayeg (Garotas Suecas), terwijl hij naast gitaar ook veldopnames en samples brengt. Zo hoor je in opener “Cue The Machines” een koor uit Genua, opgenomen door Alan Lomax, dat hij verder in het nummer aardig verknipt. Verder zijn het een traditionele song uit Mallorca, Balinese gamelanmuziek, Oosterse medicijn zangers, een powwow drumgroep, een Spaans oogstlied en een stuk van Antonín Dvořák die hij verwerkt in zijn muziek. Ik denk dat de albumtitel niet meer uitgelegd hoeft te worden. Gat incorporeert dat alles met veel finesse in zijn unieke blend van Brazilian psychedelica, Afrobeat, free jazz, surf, avant-rock, noise en avant-garde. De muziek kent vele gezichten, van wonderschone verstilde tot overdonderende en venijnig harde momenten. Hierbij lijkt hij dwars door cultuur- en genregrenzen heen te kijken en weet daardoor composities neer te zetten die compleet eigenzinnig en geniaal zijn. Hoewel elke vergelijking mank gaat, moet je denken aan een met wereldmuziek geïmpregneerde mix van Naked City, Secret Chiefs3, Zappa, Széki Kurva, Ennio Morricone, Larval en Mr. Bungle. Wat een universeel monumentaal meesterwerk van de fraaie buitencategorie!

 

Insect Ark – Marrow Hymns (cd, Profound Lore)
Dana Schechter is een opvallende zangeres, bassiste, singer-songwriter en componist, die de afgelopen 25 jaar in menig project opduikt met haar eigen Bee And Flower voorop. Hiermee maakt ze een stemmige en bovenal fraaie mix van post-rock en duistere rock, waarbij de zoetgevooisde, licht doorrookte stem van Dana het fraaie middelpunt vormt. Daarnaast is ze een graag geziene gast bij The Angels Of Light, Gift Horse, American Music Club, Botanica, Bertrand Burgalat, Tarnation, April March, Keren Ann, Stephan Eicher, Enablers, Gnaw, Wrekmeister Harmonies en Toby Dammit, waarbij de genres nogal uiteenlopen. Sinds 2011 houdt ze er ook het instrumentale Insect Ark op na, dat eerst start als een soloproject maar sinds 2015 een duo is geworden met de komst van drumster Ashley Spungin (Taurus, Christian Mistress, Purple Rhinestone Eagle, Negative Queen). Zij doet voor het eerst mee op het volledige debuut Portal / Well (2015). De dames laten een meer dan imponerende sound horen, waarbij ze drones, industrial, noise, dark ambient en experimenten tot duistere klanklandschappen combineren. Op hun tweede worp Marrow Hymns pakken ze het harder en venijniger aan en brengen ze in hun 9 nieuwe tracks ook doom en metal naast de eerder genoemde genres, waarbij ze de meer verstilde stukken nog altijd prima afwisselen met de luide. Dana (bas lap steel, synthesizers) en Ashley (percussie, drums, synthesizers) delen hiermee bij de strot grijpende, rake klappen uit. De grimmige atmosfeer samen met de robuuste instrumentatie weet kracht en pracht op schitterende wijze aan elkaar te koppelen. Denk daarbij aan een instrumentale en meer dark ambientgerichte hybride van Swans, Menace Ruin, SunnO))), Larval en Godflesh. En wat speelt die lapsteel toch een mooie in dit donkere geheel. Op de albumcover na scoren ze met dit alles nog meer punten dan op hun toch al geweldige debuut.

 

Midas Fall – Evaporate (cd, Monotreme / Konkurrent)
De Schotse groep Midas Fall is één van die uiterst bijzondere groepen die het Britse kwaliteitslabel Monotreme Records rijk is. Ze debuteren er in 2010, waar ze meteen een eigengereide mix van alternatieve rock met postrock laten horen, dat ze larderen met new wave, gothic, pop, donkere elektronica, shoegaze en ambient. Daarbij is de etherische, melancholische en licht dramatische zang van Elizabeth Heaton, die teven gitaar en synthesizer speelt, een absolute oorvanger. Na een stilte van drie jaar brengen ze nu hun vierde album Evaporate uit. De groep, die even tot een kwartet uitgegroeid is, is hier weer gereduceerd tot het vrouwelijke duo Elizabeth Heaton en Rowan Burn (gitaar, piano). Hierop brengen ze weer de genoemde potpourri aan stijlen, zij het dat de aanpak hier dromeriger, meer emotioneel geladen en filmisch is. Ze kunnen nog altijd stevig uit de hoek komen, maar brengen ook sterke elektronische arrangementen en zinnenstrelende orkestraties. Het is allemaal grilliger, meer diepgravend, duisterder en gewoonweg indrukwekkender en mooier dan ooit. Het waaiert uiteen van intieme etherische pracht vaak met neoklassieke elementen en een vleugje gothic tot fraai elektronische vondsten en stevige postrock interventies. Als een hemelse sirene loodst Heaton je met haar bitterzoete zang moeiteloos door de nieuw gebaande paden op hun bekende terrein. Ze hebben vanaf een toch al prima niveau gewoon nog extra stappen weten te maken, die meer dan indrukwekkend te noemen zijn. Ik denk dat liefhebbers van Chelsea Wolfe, Esben & The Witch, Anoice, Mono, Bel Canto, 65daysofstatic en Blueneck hier prima mee uit de voeten kunnen. Wat een weelde. Dit is absoluut hun magnum opus!

 

Jessica Risker – I See You Among The Stars (cd, Western Vinyl / Konkurrent)
Voordat de Amerikaanse singer-songwriter Jessica Risker onder haar eigen naam naar buiten treedt, doet ze dat eerst onder het alias Deadbeat. Hiermee brengt ze een intiem en behoorlijk psychedelisch geluid naar buiten, dat ergens tussen altcountry en acid-folk zit. Met haar zoetgevooisde stemgeluid en fijne gitaargetokkel weet ze vroegere tijden in het hier en nu te laten herleven. Nu is ze terug onder haar eigen naam met de cd I See You Among The Stars, waarbij ze verder gaat waar ze met Deadbeat is gestrand. Ze brengt stemmige en uiterst melancholische muziek, die nog altijd van een psychedelisch randje wordt voorzien. Dat doet ze op wonderschone wijze, waardoor het dikwijls hartverscheurend is. Met haar karakteristieke stem maakt ze al diepe indruk, maar de muzikale omlijsting met akoestische gitaar en gastbijdragen op keyboards, synthesizers, viool cello mag er ook meer dan wezen. Het is alsof je naar een samenwerkingsverband van Stereolab, Broadcast, Nick Drake, Sodastream, Donna Regina, Gareth Dickson en Sibylle Baier luistert. Het levert een betoverende beauty op die helaas na een krap half uur alweer voorbij is.

 

Vive La Void – Vive La Void (cd, Sacred Bones / Konkurrent)
Sanae Yamada gooit al behoorlijk hoge ogen met haar groep Moon Duo, die psychedelische rock, krautrock en spacerock op smakelijke wijze weet te combineren. Toch besluit ze een soloalbum uit te brengen als Vive La Void. Op haar gelijkluidende debuut, dat achter de schermen van de moederband al een tijdlang in de maak is, laat ze een heerlijk psychedelisch elektronische sound horen waar ze eveneens krautrock, droompop en synthpop in heeft verweven. Met haar zoetgevooisde stem voorziet ze haar creaties van extra franje. Het is een vet, meeslepend en spacy geheel, dat je echt even meeneemt naar ongerepte plekken in het universum. Ondanks het dikwijls intieme, mysterieuze en introverte karakter van de muziek, weet ze ook wel echt uit te pakken met voluptueuze beats en noisy sounds. Het is al met al een spannende trip geworden die het midden houdt tussen Donna Regina, Fever Ray, Jean-Michel Jarre, Stereolab, Broadcast, Kraftwerk en Passarella Death Squad. Een geweldig debuut dat misschien stiekem ook wel haar andere band overstijgt.

 

 

Malena Zavala – Aliso (cd, Yucatan / Konkurrent)
De in Argentinië geboren Britse singer-somgwriter Malena Zavala klopt al een jaar of vijf aan de muzikale deur met gastoptredens in groepen als Blanco White, Oh So Quiet en Hod And The Helpers. Nu is er dan eindelijk haar eigen solodebuut Aliso. En dat is een goede zaak, want haar heerlijk zoetgevooisde zang mag gehoord worden. Als je haar hoort zingen verandert je dag spontaan in een zwoele zomernacht; . Ik krijg associaties met zangeressen als Chloe Charles, Mirel Wagner, Lisa Germano en Stine Nordenstam. Ook muzikaal gezien pakt ze in haar 10 songs loom en zomers uit met landerige gitaarpartijen, relaxte percussie en nog wat elektronische aanvullingen. En daar toont ze ook wel verwantschap met de genoemde artiesten, al zullen liefhebbers van Beach House, Caroline Says en Donna Regina hier ook wel raad mee weten. Toch heeft ze een eigen sound in huis, die ze hier op majestueuze wijze ten gehore brengt. Een fraai, ontwapenend debuut.

 

Zëro – Ain’t That Mayhem? (cd, Ici D’Ailleurs)
Eén van de noisegroepen die ik heel hoog in het vaandel heb is de Franse groep Deity Guns, die van 1990 tot 1993 muziek hebben gemaakt. Uit de as hiervan ontstaat de minstens zo goede groep Bästard, die iets meer experimenteert. In 1997 gaat ook die uit elkaar en levert in eerste instantie de projecten Narcophony, Spade & Archer en later ook Healthy Boy & The Badass Motherfuckers op. Maar in 2006 komt driekwart van Bästard weer samen om een doorstart te maken als het kwartet Zëro, waarmee ze inmiddels alweer 5 albums hebben afgeleverd, zij het dat ze op hun laatste weer tot een trio zijn gereduceerd. Op hun zesde cd Ain’t That Mayhem? dat wederom op het geweldige Ici D’Ailleurs label is uitgebracht keert datzelfde trio, bestaande uit Eric Aldéa (zang, gitaar), Franck Laurino (drums) en Ivan Chiossone (keyboards, analoge synthesizer, contrabas), terug met 14 nieuwe tracks van samen een goede 56 minuten lang. Net als op de vorige laat deze kleinere ploeg een meer kernachtiger geluid horen. Hun rocksound wordt fraai gelardeerd met krautrock, elektro, avant-garde, jazz en zelfs pop en neoklassiek. Dat brengen ze op spannende, innovatieve, dynamische en dikwijls prettig bevreemdende en psychedelische wijze. Liefhebbers van hun voorgaande projecten alsmede Sonic Youth, Ulan Bator, Neu!, The Ex, Faust, The Residents en Hint zullen hiervan smullen. Het is gewoonweg een nog beter vervolg op hun toch al goede andere werken geworden. Klasse!