Het schaduwkabinet: week 13 – 2018

Ondanks een heel uur minder deze week, zijn hier toch weer onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Biosphere, BraAgas, The Ex, Frankie Cosmos, Micah P. Hinson, Jóhann Jóhannsson, Major Murphy, Nakhane, Nytt Land, Spotlights, The Third Eye Foundation en Už Jsme Doma.

 


Jan Willem

Biosphere – The Hilvarenbeek Recordings (cd, Biophon)
De Noorse muzikant Geir Jenssen timmert al bijna 35 jaar aan de weg. In eerste instantie met E-Man, Bel Canto en Bleep, maar later ook met The Fires Of Ork en zijn onvolprezen en bekendste act Biosphere. Met dat laatste project is hij een toonaangevende ambient artiest geworden, met vele meesterlijke werken op zijn naam. Daarnaast houdt hij er ook zijn eigen label Biophon op na, waar naast eigen werk ook ludieke andere artiesten hun muziek uitbrengen. In 2016 verschijnt de digitale release The Hilvarenbeek Recordings, die hij opneemt op de biologische boerderij ’t Schop in die plaats, waar zich ook attractiepark Beekse Bergen bevindt. Jenssen maakt er diverse veldopnames, die hij verwerkt tot fraaie ambientcomposities. De initiële digitale release bevat 4 stukken, maar de geremasterde versie die zojuist is verschenen telt 8 tracks van bij elkaar ruim 38 minuten. En Biosphere met een Nederlands tintje is natuurlijk helemaal iets om trots op te zijn. Los daarvan brengt hij gewoonweg heerlijk ambientmuziek, die gelardeerd wordt door vele veldopnames en het geheel een organische en elektro-akoestische ambiance meegeven. Dat is echt wel weer totaal iets anders dan je van hem gewend bent. Maar ook hier weet hij je weer stevig in de houdgreep te nemen met tot de verbeelding sprekende schoonheid. Compleet anders dan hetgeen hij doorgaans brengt, maar een ontegenzeggelijk juweel van deels eigen bodem!

 

BraAgas – O Ptácích A Rybách (cd, Indies Scope / Xango Music Distribution)
Het geweldige Tsjechische Indies Scope label brengt een breed palet aan unieke muziek uit, zowel uit eigen land als daarbuiten. Daarbij gaan ze geen stijl uit de weg en brengen ze zowel rock, jazz en avant-garde als uiteenlopende wereldmuziek en folk. Een groep die daar helemaal bij past is het uit Praag afkomstige combo BraAgas, die sinds 2007 hun releases naar buiten brengen vol wereldmuziek uit diverse windstreken. Ze komen nu met hun zesde album O Ptácích A Rybách, hetgeen zoiets betekent als “over vogels en vissen”. De groep bestaat na enkele wisselingen in de line-up nu uit Kateřina Göttlichová (zang, citer, gitaar, doedelzak, shawm (voorloper van de hobo)), Karla Braunová (zang, fluit, shawn, chalumeau, klarinet), Michala Hrbková (zang, viool, vedel, citer) en Michaela Krbcová (drums, percussie, zang). In 13 nummers van bij elkaar bijna 40 minuten lang, grijpen ze op smaakvolle wijze weer breed om zich heen. Hun wereldse grog bestaat hier weer uit Moravische, Finse, Sefardische, middeleeuwse en andere folklore. Dat levert een pakkend geheel op, waarbij je grenzeloos kunt genieten van deze culturele blend. Fans van Värttinä, Warsaw Village Band, Tara Fuki, Radůza en Muzsikás kunnen er hun hart aan ophalen. Een subliem wereldalbum!

Luister Online:
O Ptácích A Rybách (albumsnippers

 

The Ex – 27 Passports (cd, Ex Records / Konkurrent)
Tot mijn muzikale helden behoren zeker de klasbakken van The Ex, die met hun eigengereide noisesound en experimenten al sinds 1979 hun geweldige releases naar buiten brengen. Na 30 jaar stapt in 2009 zanger en poëtisch boegbeeld G.W. Sok op. Gelukkig voor zijn fans duikt hij daarna in het ene na het andere project op en vindt The Ex een uitstekende vervanger in Arnold de Boer (zea). Hoewel ze in al die jaren nooit in herhaling zijn gevallen, gaan ze de laatste jaren wat vaker richting Afrika en werken ook meermaals samen met Getatchew Mekuria, hetgeen de groep ook een andere impuls geeft. Nu heeft samenwerken altijd al in het DNA van de band gezeten, getuige de albums als The Ex & Friends en The Ex Orkest en met Dog Faced Hermans, Tom Cora, Tortoise en Brass Unbound. Ze observeren, absorberen, omarmen en geven daarna altijd hun eigen draai aan hun muziek. Een groep die je keer op keer weet te verrassen doordat ze alles met een open mind benaderen, wars van hypes en zonder wie of wat dan ook uit te sluiten. Dat levert pure punkalbums op maar ook werken met meer Oost-Europees of Afrikaans getinte muziek, waarbij ze wel altijd hun herkenbare stempel drukken. Arnold de Boer (zang, gitaar, handgeklap), Terrie Hessels (gitaar), Andy Moor ((bariton) gitaar) en Katherina Barnefeld (drums, percussie, zang) zijn terug met het nieuwe album 27 Passports. Mijn gevoel zegt dat ze er meer uit hebben gebracht, maar wellicht is dit wel hun 27ste? Het aantal paspoorten kan ook eenvoudig verwijzen naar het feit dat ze iedereen een grenzeloos bestaan gunnen. Hoe het ook zij, ze brengen in een kleine 57 minuten 10 nieuwe tracks, die voor een deel teruggrijpen op hun rauwe noiserock en deels ook weer die Afrikaanse ritmes/elementen van de laatste jaren en de speelsheid van zea incorporeren. Hierbij worden de gitaren als vanouds gegeseld en vormt de percussie weer het hart van de songs, voorzien van de bijtende ertoe doende zang. Het levert wederom een meeslepend, pakkend, tijdloos, onverwoestbaar en avontuurlijk album op, waar zij een patent op lijken te hebben. Na bijna 40 jaar is de rek er nog altijd niet uit. Er staat werkelijk geen maat op deze helden. Dat alles is ook nog eens gestoken in een fraai digipack met een 40 pagina tellend boekwerk vol prachtige foto’s van Andy Moor. Een waar totaalkunstwerk!

 

Frankie Cosmos -Vessel (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Frankie Cosmos is al jaren het alterego of inmiddels groep van Greta Kline (zang, gitaar). Misschien ook wel fijner als je de dochter bent van de beroemdheden Kevin Kline en Phoebe Cates. In het begin brengt ze veel digitale releases uit, maar vanaf 2014 verschijnt haar muziek ook op cd. Ze maakt doorgaans iets dat het midden houdt tussen indiepop, lo-fi en (garage)rock, waarbij ze met haar zoetgevooisde stem zingt. De charme van haar muziek is het licht rammelende aspect en het feit dat het klinkt alsof ze ergens in een kelder staan te spelen en ook spontaan in de lach schieten tijdens de opnames. Je bent er echt bij. En dat doen ze andermaal op Vessel samen met David Maine (bas, zang), Lauren Martin (keyboards, zang, gitaar), Luke Pyenson (drums) en nog wat gasten op gitaar en zang. Ze leveren 18 ontwapenende tracks af, die na 33 minuten alweer voorbij zijn. Maar het is genieten geblazen van die persoonlijke, lijzige songs die je genadeloos weten in te pakken. Je moet denken aan een lekkere mix van That Dog, Aldous Harding, S., Magnapop, Cake Like, Torres en de vroegere The Breeders. Een ontzettend innemend album.

 

Micah P. Hinson – Micah P. Hinson At The British Broadcasting Corporation (cd, Full Time Hobby / Konkurrent)
Liefhebbers van Lambchop, Smog, Johnny Cash, Adrian Crowley, Vic Chesnutt en Jason Molina zullen ook wel uit de voeten kunnen met de excentrieke Micah P. Hinson. Dat door zijn zware zang maar eveneens door de muziek die ergens tussen folk, blues, singer-songwritermuziek, altcountry, Americana en indierock zit. De inkleuring laat hij nogal eens aan steeds wisselende gastmuzilkanten over en die geeft hij telkens een andere groepsnaam die begint met zijn eigen naam (And The Gospel Of Progress, And The Opera Circuit, And The Red Empire Orchestra, And The Pioneer Saboteurs, And The Junior Arts Collective, And The Nothing). Hij heeft inmiddels 7 studioalbums plus wat mini’s uitgebracht. Van 2004 tot en met 2017 doet Hinson verschillende radiosessies bij Marc Riley van de BBC. Dat doet hij een enkele maal met een voltallige band, maar dikwijls ook in z’n uppie met zang en akoestische gitaar. In beide hoedanigheden weet hij daarmee diepe indruk te maken. Het is meer direct, ongepolijst en intenser dan de originelen, wat natuurlijk door het live aspect komt. Toch zou je dat laatste niet vermoeden, omdat applaus en andere bijgeluiden ontbreken. De nummers zijn afkomstig van zijn eerste, vijfde, zesde en laatste albums. Een fraai overzicht dat echt wat toevoegt aan zijn toch al prachtige discografie.

 

Jóhann Jóhannsson – Englabörn & Variations (2cd, Deutsche Grammophon)
Er gaat toch een aardige schok door de muziekwereld als bekend word dat de IJslandse componist Jóhann Jóhannsson eerder dit jaar, op 9 februari om precies te zijn, plots overlijdt op 48-jarige leeftijd. Voordat en tijdens dat deze klasbak onder zijn eigen naam muziek gaat maken, is hij tevens terug te vinden in groepen als Ham, Apparat Organ Quartet, Daisy Hill Puppy Farm, Dip, Evil Madness, Lhooq en meer. Dat nog los van zijn vele samenwerkingsverbanden met andere artiesten. Maar de grootste bekendheid geniet hij toch als neoklassieke soloartiest met zowel studioalbums als soundtracks, die op ertoe doende labels als Touch, 4AD, 12 Tónar, 130701, Milan, Sonic Pieces, NTOV en Deutsche Grammophon uitkomen. Een nieuwe held voor mij aan het neoklassieke front. Postuum wordt zijn solodebuut Englabörn uit 2002 nu opnieuw uitgebracht op Deutsche Grammophon als Englabörn & Variations, hetgeen een dubbel cd is geworden. De eerste schijf bestaat uit een geremasterde versie van zijn oorspronkelijke briljante album, dat ik verder als bekend acht. Maar de tweede schijf kent 11 tracks van bijna 47 minuten lang, waarop andere artiesten interpretaties en herbewerkingen van datzelfde album brengen. Zo brengen onder meer A Winged Victory For The Sullen, Donadello, Ryuichi Sakamoto, Hildur Guðnadóttir, Theatre Of Voices en Paul Corley zinnenstrelende versies van de toch al schitterende originelen. Het is een schitterend en stemmig eerbetoon geworden aan de grote meester.

Luister Online:
Englabörn & Variations (albumsnippers)

 

Major Murphy – No. 1 (cd, Winspeat / Konkurrent)
Je hebt van die groepen die zowel een geluid van weleer in huis hebben en daarmee meteen vertrouwd klinken als een frisse, hedendaagse aanpak. Dat is zeker van toepassing op het Amerikaanse trio Major Murphy, rond singer-songwriter/gitarist Jacob Bullard. Ze laten nu hun debuut No. 1 het licht zien. De groep bestaat verder uit bassiste Jacki Warren en drummer Brian Voortman. Ze brengen 10 songs waar je door de herkenningspunten eenvoudig inrolt, maar waarbij ze wel degelijk helemaal in het hier en nu passen. Dat komt niet alleen door de hartveroverende aanpak, maar ook tekstueel zit het prima in elkaar. Je laveert van jaren 70 radiorock naar psychedelische pop en softrock, of van bij wijze The Beatles naar Prefab Sprout en Unknown Mortal Orchestra. En dat is heerlijk thuiskomen in een vreemd huis.

 

Nakhane – You Will Not Die (cd, BMG)
Of okselhaar nu een aanbeveling is op de cover van je cd valt te betwijfelen. Aan de andere kant laat je wellicht daarmee ook zien het niet zo nauw te nemen met wat men gangbaar acht. En dat mag ik wel. Ik heb het hier over de tweede cd You Will Not Die van de Zuid-Afrikaanse artiest Nakhane Mahlakahlaka, die zich ook wel eens Nakhane Touré noemt, die nu enkel met zijn voornaam en okselhaar op de hoes prijkt. Hij beschikt over een vrij hoge zangstem, die ergens wel aan een mix van Benjamin Clementine, Terence Trent D’Arby en Seal doet denken. Maar de muzikale omlijsting maakt hier wel het verschil, want Nakhane (zang, piano, bas, percussie), brengt een mengelmoes aan veldopnames, pianomuziek, soul, dubstep, elektropop en folk. Hij krijgt daarbij productionele en muzikale steun van Ben Christophers (programmering, bas, synthesizers, gitaar, percussie), die zelf muzikaal gezien geen vuist meer lijkt te kunnen maken, maar achter de schermen uitstekend werk aflevert. Daarnaast leveren diverse artiesten hun bijdrage op blaas- em strijkinstrumenten. Het is een bijzonder pareltje binnen de hedendaagse muziek geworden.

 

Nytt Land – Oðal (cd, Cold Spring)
De Russische folkrockband Nytt Land richt zich muzikaal gezien op traditionele Scandinavische en Russische muziek. Daarbij putten ze nogal eens gebaseerd uit de Edda uit het middeleeuwse IJsland. Dit omhelst literaire en mythologische verhalen, die op poëtische voorgedragen worden. Op hun vijfde cd Oðal, hetgeen IJslands is voor erfenis, gaan ze daar ook mee verder. De muziek is hier geïnspireerd door de traditionele Siberische muziek, de oude IJslandse folk en de Noorse black metal. Dat laatste vertaalt zich vooral in de duistere atmosfeer en niet zozeer de muziek zelf. De groep bestaat hier naast bandleider Anatoly “Nordman” Pakhalenko (zang, talharpa, programmering, houten percussie-instrumenten, keyboards) uit Natalya “Krauka” Pakhalenko (zang, keelzang, framedrum, Joodse harp, fluit), Vladimir Titkov (dunne fluit, (tenor) blokfluit, percussie, zang), Sergey Silitcky (drums, percussie, zang) en Stanislav “Iron” Mandrygin (zang, drums, percussie). Ze brengen in 9 tracks weer hun robuuste, tribal sound ten gehore die tradities in het heden doen herleven. Vooral de zangpartijen, van prachtige vrouwelijke tot krachtig mannelijke en keelzang, maken het tot een bezwerend prachtwerk. Liefhebbers van Wardruna, Forndom, Isihija, Hedningarna en Skuggsja doen er goed aan deze eens te beluisteren.

 

Spotlights – Seismic (cd, Ipecac)
Heet een band eens Spotlights, zie ik hun tweede album Seismic gewoon pardoes over het hoofd. De groep uit New York bestaat uit het echtpaar Mario (gitaar, synthesizers, zang) en Sarah Quintero (bas, gitaar, zang), die samen eerder ook in de groep Sleep Lady terug te vinden zijn. Met Spotlights maken ze een fraaie kruisbestuiving van metal en shoegaze, dat ook wel sludge gaze wordt genoemd. Hun tweede worp is geproduceerd door Aaron Harris (Isis, Palms, Loga), die her en der ook een moppie mee drumt. Niet een heel gekke keuze, want op de harde momenten roept de muziek zeker associaties op met Isis, al komen de Deftones en op de momenten dat de baspartijen overheersen ook Korn even bovendrijven. Maar dat is de ene kant die in de 11 nummers naar voren wordt gebracht, met buldervocalen en al. Er zit ook een behoorlijke dosis gruizige shoegaze in met een zachtere uitwerking, die weer eerder doet denken aan My Bloody Valentine. Daar wordt de zang van Mario ook zachter, al dan niet afgewisseld of aangevuld met de etherische van Sarah. Ruim 63 minuten lang weten ze goed te variëren met adrenaline opwekkende en dromerige muziek, of een combinatie van beide. Het harde aspect, waarin ze ook veel afwisseling laten horen, wint het overigens wel van de softe, maar dat vind ik niet erg. Ze brengen een overtuigend album, waar kracht en pracht mooi samengaan.

 

The Third Eye Foundation – Wake The Dead (cd, Ici D’Ailleurs)
Na zijn deelname aan Flying Saucer Attack en Amp gaat Matt Elliott alleen verder met zijn zeer indrukwekkende The Third Eye Foundation. Hiermee maakt hij van 1996 tot en met 2000 vijf albums, vol spookachtige en uiterst melancholische muziek met samples en noisegitaren, die het midden houdt tussen shoegaze, trip hop, drum ’n’ bass, noise en experimentele muziek. Daarna gaat hij succesvol solo verder onder zijn eigen naam met meer singer-songwritergericht materiaal, waarmee hij hoge ogen gooit en dat mogelijk nog meer droefgeestig is dan zijn eerdere werk. Inmiddels heeft hij daarmee ook al zeven prachtalbums gemaakt. Tevens maakt hij tussendoor deel uit van This Immortal Coil. In 2010 verrast hij door na een pauze van 10 jaar weer met een nieuwe cd The Dark van The Third Eye Foundation te komen. Daar pakt hij de draad van weleer op overtuigende of zelfs uitbundige wijze op, want de drum ‘n’ bass knalt door zijn composities. Schitterende duisternis, die wat minder spookachtig is. Nu 8 jaar later is hij wederom terug met dit project middels de cd Wake The Dead. Hoewel ook hier alle ingrediënten van weleer aanwezig zijn, is deze meer ingetogen. En weer meer spookachtig, hetgeen ook wel aansluit bij de titel. Er is bij zijn muziek ook nooit enige twijfel of het bij The Third Eye Foundation of bij hetgeen hij onder zijn eigen naam uitbrengt thuishoort, ook al zijn er wel raakvlakken. Dat betreft zeker het melancholische aspect en de originele manier van muziek maken, die je uit duizenden herkent. De mix van instrumenten, elektronica, samples en dikwijls unheimische sferen maken de muziek hier weer bijzonder en meeslepend. Elliott krijgt hier nog wel steun van gasten op keyboards, drummachines, effecten, extra zang en cello (Gaspar Claus van Orchard). Het levert een bij de strot grijpend prachtgeheel op, waarbij ik na 22 jaar fan zijnde nog altijd op prettige wijze verrast wordt.

 

Už Jsme Doma – Sestřih Bratřih (cd, Nikt Nic Nie Wie)
Ik ben doorgaans geen fan van live albums, want ik ben er liever zelf bij dan dat ik een opname op cd krijg met al het gejuich en applaus van anderen. Nu heb ik de geweldige Tsjechische avant-rockband Už Jsme Doma zelf een paar keer live meegemaakt en dat is echt wel een happening. De energie die zij weten over te brengen is om van te smullen. Het is dan ook één van mijn all time favoriete bands uit Tsjechië, die menig subliem album hebben uitgebracht. In 2005 bestaat de groep al 20 jaar, inmiddels dus al meer dan 30 jaar, dat ze vieren met een bijzonder concert in Praag. Ze brengen daar één grote medley van hun muziek, waarbij ze een lange schakel van hun nummers van al die jaren ten gehore brengen. Dat concert is gevangen op de cd Sestřih Bratřih, met de ondertitel “Medley-Youdley”. Twintig nummers, die in een spetterende mix voor de fans als twee stukken aan elkaar gelast worden. Het levert bijna 40 minuten aan pure energie op, die het beste van de groep naar boven brengt. Geweldig om te horen (en te zien qua artwork), hoewel het na 8 jaar ook wel weer eens doet uitzien naar echt nieuw werk.