Het schaduwkabinet: week 09 – 2018

Dag lieve, lieve mensen, met enige rouw zijn hier weer onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: S. Carey, Dedekind Cut, Fever Ray, Gift Wrap, Anna von Hausswolff, Bert Jansch, Park Jiha, Moaning, Nightports with Matthew Bourne, Bruno Sanfilippo, Suuns en Various Artists: Black Panther The Album.

 


 

Jan Willem

S. Carey – Hundred Acres (cd, Jagjaguwar / Konkurrent)
Hoewel de Amerikaanse muzikant Sean Carey een klassiek geschoolde percussionist is met een voorliefde voor jazz, start hij in de rockband Small Towns Burn A Little Slower en belandt hij erna als bandlid van het eerste uur in Bon Iver. In 2010 debuteert hij solo als S. Carey met het prachtige All We Grow, waarop hij zich een begenadigd singer-songwriter toont. Op fraaie wijze combineert hij folk met alternatieve rock en downtempo muziek, die voorzien wordt van zijn zachte falsetachtige zang. Waarschijnlijk door zijn activiteiten voor Bon Iver, waar zijn muziek ook altijd wel enige verwantschap mee heeft, duurt het maar liefst 4 jaar voor zijn tweede album Range Of Light verschijnt. Daar is hij meer dan ooit helemaal ontpopt als soloartiest, waarbij hij mag rekenen op een groot aantal gasten. Hij brengt kruisbestuivingen van folk, indie, modern klassiek en Americana, die wonderschoon en betoverend zijn. Wederom een kleine 4 jaar later komt hij met zijn derde werk Hundred Acres aanzetten. Hierop gaat hij verder waar hij eerder gestopt is, zij het dat er een zekere rust en evenwichtigheid in zijn muziek zit. Daarmee bedoel ik niet saaiheid, maar veeleer een perfect uitgebalanceerd geheel, waarbij alles klopt. Carey (zang, gitaar, synthesizer, piano, percussie, drums) omringt zich met diverse muzikanten op gitaar, pedal steel, zang, bas, viool, altviool, piano, drumprogrammering, tamboerijn, synthesizer, cello, fluit, klarinet en Franse hoorn. Onder hen ook Rob Moose, Justin Vernon, Nadia Sirota en Carey Foubert. Dat levert 10 fluweelzachte, stemmige songs op, die het midden houden tussen folk, singer-songwritermuziek, indie, neoklassiek en Americana. Daarmee weet hij op subtiele en eigengereide wijze diepe snaren te raken. Het is muziek die fans van Bon Iver,Gravenhurst, Boduf Songs, Spokane en Sufjan Stevens wel zal aanspreken. Zijn allerbeste album tot nu toe!

 

Dedekind Cut – Tahoe (cd, Kranky / Konkurrent)
De Amerikaanse muzikant Fred Welton Warmsley III produceert als Lee Bannon al jarenlang ontzettend interessante hip hop, waar altijd een mysterieus en duister randje omheen zit. Wat dat betreft kan hij zich meten met een groep als Dälek. Hij komt ook op labels als Plug Research en Ninja Tune uit. Maar hij heeft kennelijk ook een andere kant,die hij middels Dedekind Cut naar buiten brengt. Als Dedekind Cut komt hij met zijn tweede album Tahoe uit op het prestigieuze label Kranky. Het is volgens mij ook pas de tweede donkere muzikant (als dat de juiste term is) na Lichens op dit geweldige label. Hij brengt hier in de eerste paar tracks een prachtig nachtelijke mix van ambient, drones en neoklassiek. Je hoort ook flarden van etherische stemmen en later ook keelzang. Naarmate de cd vordert worden de geluiden wat grilliger en hoor je ook glitch, IDM en industriële klanken. Daarom roept dit album diverse associaties, zoals met Stars Of The Lid, Celer, Labradford, Rafael Anton Irisarri, Michel Banabila en Oneohtrix Point Never. Dit is een geweldig, broeierig en meeslepend album geworden, ook voor niet vegetariërs.

 

Fever Ray – Plunge (cd, Rabid)
Karin Dreijer Andersson van The Knife maakt jarenlang met haar broer deel uit van de innemende groep The Knife. In 2009 komt ze solo als Fever Ray met haar excentrieke, gelijknamige solodebuut, dat ook hoog in mijn TOP20 van dat jaar eindigt. Hierop laat ze een mysterieus, duister, onderkoeld en toch pakkende mix horen van electro, ambient en IDM. The Knife is inmiddels ten Grave gedragen, maar vorig jaar komt Karin als Fever Ray met een vervolg op haar solodebuut, dat dan enkel digitaal wordt uitgegeven. Nu is er dan ook de fysieke uitgave van Plunge. De bevreemdende sfeer van haar debuut blijft hierbij intact. Alleen daar waar het eerst meer introvert was, is het hier een stuk meer extrovert. De muziek is eveneens anders, want hoewel ze nog alijd elektronische muziek maakt is het meer uptempo en freaky. Nu prijs ik verandering enkel aan, maar dit is wel even wennen na haar zinderende debuut. Toch begint ook deze nieuwe aanpak na meerdere luisterbeurten me wel te bevallen. Alleen past dit eigenlijk gewoon meer bij The Knife dan Fever Ray. Nu is het net als het effect dat je hebt als je zoetemelk verwacht en karnemelk krijgt, ook al houd je daar normaal ook van.

 

Gift Wrap – Losing Count (lp, Captured Tracks / Konkurrent)
Brendon Avalos vormt samen met Andrew Kerr en Britton Walker de aanstekelijke groep B Boys, die flink in het verleden roeren met hun mix van psychedelische rock, noise, hardcore, punk en wave. Ze kijken daarbij niet om maar stomen op volle kracht vooruit. Bassist/zanger Brendon Avalos doet wel vaker andere dingen, zoals zijn rol in de groep Final Club, maar brengt solo nu als Gift Wrap zijn debuut Losing Count. Net als B Boys zit hij armdiep in het verleden met zijn sound, maar de aanpak is wel anders. Elk nummer voorziet hij van in grillig elkaar grijpende lagen van diverse instrumenten en vult dit aan en wisselt dit af met oude radiosamples en zoemende geluiden om een soort constante witte ruis te creëren. Daarmee schept hij een ambivalent geheel, dat enerzijds onderkoeld is en een zenuwachtige spanning opbouwt maar van de andere kant herkenbaar, warm en soms zelfs dansbaar is. Maar ook muzikaal gezien waaiert het uiteen van pop naar experimentele muziek en wave. De muziek en zang lijken ingeënt te zijn door groepen als Wire, Magazine, Joy Division, Television en Depeche Mode, waarbij zijn eigen cellen daar een eigentijds en bijzonder geheel van hebben weten te smeden. Dat zit ook allemaal prima in elkaar en zal de melancholici en wave liefhebbers onder ons wel kunnen bekoren.

 

Anna von Hausswolff – Dead Magic (cdep, City Slang / Konkurrent)
Inmiddels is de naam van de Zweedse zangeres, songwriter en pianist/organist Anna von Hausswolff een gevestigde naam geworden en meer dan alleen de getalenteerde dochter van elektronica experimentalist CM von Hausswolff. Dat heeft ze bereikt met de cd’s em>Singing From The Grave (2010), Ceremony (2012) en The Miraculous (2015) plus haar album The Little Match Girl van het project Hydras Dream dat ze er met Matti Bye op nahoudt. Met haar bezwerende zang, die zowel etherisch als getormenteerd en rauw uit de hoek kan komen, weet ze al een diepe indruk te maken. Haar muziek mag er echter ook wezen en gaat van soundscapes en drones naar folk, post-rock, wave, minimal music en neoklassiek. Per album lijkt de atmosfeer grimmiger te worden en weet ze je meer en meer van je sokken te blazen. Nu is ze terug met Dead Magic, dat ondanks de lengte van ruim 47 minuten de boeken ingaat als een epee. Ze brengt 5 tracks, die gehuld zijn in een duistere atmosfeer. Het begint in de opener al meteen met een onheilspellend orgelgeluid, waar ijle gitaarklanken en haar onderkoelde zang overheen gaan. Alsof de Cocteau Twins een meer experimentele aanpak kiezen. Dit eindigt dan weer in een fraaie kakofonie. In de tweede track wordt de muziek zwaarder en rauwer, waarbij het soms lijkt op een jamsessie van Swans en Diamanda Galas. De derde songs begint weer meer soundscape-achtig en vol etherische zang, maar daar bouwt ze langzaam naar een apocalyptisch einde, waar ook Chelsea Wolfe, Jenny Hval en Esben And The Witch als referenties in beeld komen. En in de laatste twee tracks houdt ze een avant-gardistisch midden tussen alles, waarbij het orgel weer een grotere rol speelt. Het heeft iets mysterieus en magisch allemaal, maar bevat ook power en emoties. Het is een biologerend, soms angstaanjagend, overweldigend en schitterend bij de strot grijpend album geworden.

 

Bert Jansch – A Man I’d Rather Be (Part 2) (4cd + Boek, Earth / Konkurrent)
Bij het Earth label zijn ze fijn bezig om de solowerken van de Schotse zanger en gitaarvirtuoos Bert Jansch (1943-2011), die ook furore heeft gemaakt met Pentangle, af te stoffen en opnieuw uit te brengen in fraaie boxsets. Als eerste zijn dat vorig jaar Living In The Shadows (Part 1) en (Part 2, die elk 4 cd’s (of lp’s) tellen en in een schitterend boek zijn gestoken. Deze twee omvatten zijn latere werk uit de jaren 90 en de eerste tien jaar van deze eeuw. Eerder dit jaar verschijnt A Man I’d Rather Be (Part 1), waarop juist zijn geweldige beginperiode wordt belicht. En ja, een deel 1 houdt in dat er minstens nog een deel volgt. Dat is nu een feit met A Man I’d Rather Be (Part 2), die de 4 erop volgende albums bevat en wederom voorzien is van een prachtig boekwerk. Ditmaal zijn het Nicola (1967), Birthday Blues (1969), Rosemary Lane (1971) en Moonshine (1972) die opnieuw het daglicht zien. Deze werken zijn nauw verwant met zijn Pentangle werk en bevatten bloedmooie, tijdloze en heerlijk melancholische muziek. Stuk voor stuk klassiekers die de liefhebbers van de betere folk en Jackson C. Frank, Nick Drake, Don McLean en natuurlijk Pentangle zal bekoren. Ik mag alleen maar hopen dat Earth hiermee verder gaat, want dit is echt een artiest die ook postuum alle aandacht verdient.

 

Park Jiha – Communion (cd, tak:til/ Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Er zijn van die landen waar ik maar heel weinig muziek uit ken. Neem nu Zuid-Korea bijvoorbeeld. Door de Olympische Spelen weet ik nu ook een andere plaats dan enkel de hoofdstad Seoul op te noemen. De stad waar overigens ook de geweldige groepen Jambinai en Byol.org vandaan komen. Dat zijn uitgerekend ook nog eens behoorlijk experimentele bands. Je verwacht toch dat je uit dit land meer traditionele muziek te horen krijgt? Maar niets is minder waar. Dat maak verder ook niets uit en net als de sport verbindt muziek mensen met elkaar. Nu komt op het tak:til label, een experimenteel sublabel van Glitterbeat dat weer de meer wereldse tak van het Glitterhouse label vertegenwoordigd, de cd Communion uit van de Zuid-Koreaanse muzikante Park Jiha. Ze is eerder actief in het neo-traditionele duo 숨[suːm] maar gaat nu solo verder. Haar hoofdinstrument is de piri, wat een soort Koreaanse hobo is. Verder werpt ze saenghwang (mondharp) en yanggeum (cimbalom) in de strijd. Daarnaast zorgen gasten op tenorsaxofoon, klarinet, vibrafoon en percussie voor de verdere inkleuring van haar creaties. Het is allemaal gestoeld op traditionele muziek, maar dit zet ze in een moderne setting, waar ook de nodige veldopnames en elektronica een rol spelen. Ze brengt folk met invloeden van nu jazz, klassieke muziek en zelfs postrock. In haar zeven composities van ruim 48 minuten lang weet ze een bij de strot grijpend geheel neer te zetten, dat z’n weerga niet kent. Je moet denken aan een Oosterse, originele en instrumentale blend van Tortoise, Lisa Gerrard, Jambinai en haar muziek met haar vorige band. Haar uiterst subtiele, instrumentale creaties weten je volledig te overrompelen. Wat een bezinnende, wereldse en emotievolle pracht! Dit is echt van een andere orde.

 

Moaning – Moaning (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Sean Solomon (zang/gitaar), Pascal Stevenson (bas) en Andrew MacKelvie (drums) hebben al wat DIY bandjes versleten voordat ze als het post-punk trio Moaning naar buiten treden. Hun gelijknamige debuut hebben ze laten produceren door Alex Newport (At The Drive-In, Bloc Party, Melvins, The Locust, Pissed Jeans, The Mars Volta, enzovoort). Of dat bijgedragen heeft aan hun geweldige sound weet ik niet, maar de 12 songs die ze hier neerzetten zijn ijzersterk. De basis leggen ze weliswaar met hun post-punk, maar dit larderen ze tevens met shoegaze, noise en wave elementen, waarbij ze ook nog wat elektronica inzetten. Hoewel alles vrij stevig en dynamisch is, zijn de songs over het algemeen behoorlijk droefgeestig. Je kunt goed horen dat New Order, My Bloody Valentine, Slowdive en vermoedelijk ook Sonic Youth tot de invloeden behoren. Verder bewegen ze zich tussen meer hedendaagse bands als A Place To Bury Strangers, Iceage, METZ, Ceremony en No Age, waarbij ze zich onderscheiden door hun eigengereide aanpak en hoge emotionele gehalte. Hierdoor weet de muziek je op meerdere vlakken te raken. Dat maakt dit alles tot een fantastisch debuut, waarbij het enkel jammer is dat het na een krappe 34 minuten alweer voorbij is.

 

Nightports with Matthew Bourne – Nightports with Matthew Bourne (cd, Leaf / Konkurrent)
Het pianoduo Nightports, bestaande uit Adam Martin en Mark Slater, is voor mij een nieuw. Ze werken het liefst met restricties om zo hun creaties vorm te geven. Dat doen ze nu samen met de Britse jazzpianist/componist Matthew Bourne op hun gezamenlijke album Nightports with Matthew Bourne. Bourne pint zich nooit vast op één stijl of genre en kiest meestal voor het avontuur, wat aansluit bij de filosofie van Nightports. Hij heeft naast zijn solowerken ook al gewerkt met onder meer Geoff Smith, Steve Davis, Dave Kane, Trio Grande, Dave Stapleton, Dan Berridge, Tony Bevan, Barre Philips, John Zorn, Marc Ribot, Tony Buck en Franck Vigroux. Freejazz, abstracte en elektronische muziek, improvisaties, neoklassiek en (free)jazz en komen allemaal voor in zijn oeuvre. Maar het experiment zit in zijn bloed, zo blijkt ook uit deze nieuwe release. Ze produceren allemaal geluiden op de piano, die ook gebruikt moeten worden voor hun composities. De vrijheid die ze hebben is om de gebrachte geluiden te bewerken, vervormen, anders te rangschikken en op andere wijze te gebruiken. De pianoklanken komen terecht in een creatieve poel en gaan van daaruit alle kanten op. Dat levert hier een improvisatorisch en vooral spontaan geheel op, waarbij er complexe stukken worden geboren. Soms is dat goed te volgen maar dikwijls is dit zonder kop of staart. Toch weten ze daarmee een uiterst intrigerende sound te creëren, die hen onderscheid van veel andere hedendaagse pianisten. Het zorgt voor een spannende, in de houdgreep nemende trip, die je bijna drie kwartier moeiteloos meevoert. Hoewel ze vrijer zijn met hun aanpak, zal dit fans van Hauschka, Nils Frahm, Erik Satie, Jambinai en Ólafur Arnalds ook wel aanspreken. Een machtige, mega-interessante samenwerking, die vraagt om een vervolg.

 

Bruno Sanfilippo – Unity (cd, Dronarivm)
Bruno Sanfilippo is een in Barcelona woonachtige Argentijnse klassiek geschoolde muzikant en componist. Al sinds 1991 brengt met grote regelmaat zijn cd’s naar buiten. Hij brengt doorgaans pianogeoriënteerde muziek, zeker in zijn “Piano Textures”-serie, maar lengt dit ook dikwijls aan met elektro-akoestische muziek, neoklassiek en ambient. Hoewel hij zich eenvoudig kan meten met artiesten als Max Richter, Jóhann Jóhannsson, Arvo Pärt, Ludovico Einaudi en Harold Budd, krijgt zijn muziek ten onrechte vaak minder aandacht. Nu brengt hij op het prestigieuze Dronarivm label zijn nieuwe, als ik goed tel 24ste album Unity uit. Hoewel je normaal gesproken meer drone-achtige werken mag verwachten op dit label, brengt hij 8 stukken die het midden houden tussen pianomuziek, neoklassiek en drone ambient. Daarbij krijgt hij steun van celliste Alena Tryhubkina en violist Pere Bardagi, die zijn muziek van een mooi neoklassieke omlijsting voorzien. Sanfilippo zelf zorgt met piano, elektronica en engelachtige zangsamples voor de overige droefgeestige en bovenal tot de verbeelding sprekende pracht. Muziek die doet denken aan een fijne blend van Max Richter, Arvo Pärt, David Darling, Library Tapes, Olan Mill, Carlos Cipa en Jóhann Jóhannsson. Dit is muziek die niet in de koude kleren gaat zitten, hetgeen natuurlijk ook niet past dezer dagen. Het is bezinnende pracht, waar je enkel stil van kunt worden en kippenvel van krijgt.

 

Suuns – Felt (cd, Secretly Canadian / Konkurrent)
Album na album vraag je jezelf af of de Canadese band Suuns je weer kan verrassen en keer op keer doen ze dat. In feite door geheel hun eigen gang te blijven gaan. Onder leiding van zanger/gitarist Ben Shemie laat de groep een veelal onderkoelde sound horen, waarbij ze een eigengereide mix van post-punk, indierock, krautrock, shoegaze, psychedelica en elektro. Daarbij sleutelen ze niet steeds aan hun eigengereide amalgaam aan stijlen, maar wel aan de dosering van de gebrachte ingrediënten. Dat is ook het geval op hun vierde cd Felt, hun geweldige album met Jerusalem In My Heart even niet meegerekend. Samen met Joe Yarmush (gitaar, bas), Liam O’Neill (drums) en Max Henry (bas, keyboards) brengen ze in een krappe 46 minuten weer 11 unieke nummers ten gehore. Het grote verschil is de kaalheid die ze hier aan de dag leggen en de ritmes die soms hortend en stotend naar buiten komen. Het is allemaal meer groovend en bevreemdend, maar wel helemaal passend binnen hetgeen ze hiervoor hebben gemaakt. Het is haast alsof ze meer een parallelle scifi wereld zijn ingestapt, waarbij een deel door robots is overgenomen. Toch maakt dat hun muziek niet afstandelijker, maar juist uiterst intiem en intrigerend. Het klinkt als een jamsessie van Can, Atoms For Peace, Beak>, Forest Swords, LCD Soundsystem, Psychic Ills en Silver Apples. Net zo retro als futuristisch. En precies die spanningsboog maakt het zo interessant en urgent. Er staat geen maat op deze creatieve klasbakken.

 

Various Artists: Black Panther The Album (cd, Aftermath/ Interscope)
Revolution Music is nog maar net uit, of daar is Kendrick Lamar alweer. Ditmaal met het album Black Panther The Album, dat door hem en Anthony “Topdawg” Tiffith is geproduceerd. De 14 tracks zijn afkomstig uit of geïnspireerd door de gelijknamige film van Ryan Coogler. Dat begint met de titeltrack door Lamar, die verder naast SZA, Jay Rock/ Future/ James Blake, Travis Scott en The Weeknd nog vier keer opduikt. Verder zijn het onder meer Khalid, Jorja Smith, Schoolboy Q, Vince Staples, SOB X RBE, Anderson Paak en Zacari, die -hier veelal in combinaties opererend- hun muziek ten gehore brengen. Dat levert een fraaie samenhangende verzameling hip hop, R&B en soul op, waar een prachtige flow inzit. Dat toont aan hoe goed de producers hier hun werk hebben gedaan. Continu wordt je verrast met uiterst sterke producties, die geen gewone maar wel een vette en misschien ooit legendarische soundtrack opleveren, waar je maar geen genoeg van krijgt.