Het schaduwkabinet: week 08 – 2018

Het gaat flink vriezen! Zou het nu doorgaan? Natuurlijk, wij zijn er toch vrijwel altijd met onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Alela Diane, Fleddy Melculy, G A U S S, Jonny Greenwood, Haarvöl, Imarhan, De Jeugd Van Tegenwoordig, Kalle, Mayte Martín, Mint Field, Pinhan Trio, U.S. Girls en Levent Yıldırım. En gingen naar: VanWyck.

 


Jan Willem

Alela Diane – Cusp (cd, Allpoints Believe)
Sinds haar debuut The Pirate’s Gospel uit 2004, die hier in 2007 wordt uitgegeven, ben ik instant fan van Alela Diana. Ze begint met veelal opgewekte neofolk, maar laat erna een meer melancholische mix horen van singer-songwritermuziek, neofolk en psych folk, waarbij ze steeds weer anders uit de hoek komt. Dat altijd met haar fraaie zang. Haar laatste, vijfde album Cold Moon (2015) maakt ze samen met gitarist Ryan Francesconi, die als RF ook al fraaie muziek heeft uitgebracht. Het levert een indringend prachtalbum op. Nu is ze terug met Cusp, waar het centrale thema toch wel de moeder-kind relatie is. Dat heeft ook vast alles te maken met het feit dat ze zelf moeder is geworden. Naast persoonlijke ervaringen over haar eigen kind en de moeizame relatie met haar moeder, passeren ook kinderen van bootvluchtelingen en anderzijds achtergebleven kinderen de revue. Zo brengt ze in “Song For Sandy” in stemmig eerbetoon aan de legendarische Sandy Denny, met de kanttekening dat die wel een dochter heeft achtergelaten nadat ze op 31 jarige leeftijd overlijd. Alela (zang, piano) wordt bijgestaan door gasten op drums, percussie, cello, viool, altviool. trombone, contrabas, hoorns, fluit, zang, piano, gitaar, tamboerijn, orgel, bas en strijkarrangementen, waaronder Francesconi, Heather Woods Broderick, Rob Burger en Peter M. Murray. Ze zorgen op sobere wijze voor de mooi droefgeestige inkleuring van het geheel. Het is bepaald geen licht album geworden, maar wel een intense en wonderschone. Haar meest persoonlijke en misschien ook wel beste album tot nu toe.

 

Fleddy Melculy – De Kerk Van Melculy (2cd, Kamerklink/ Sony)
Op hun debuut Helgië (2016) toont de Belgische groep humor met serieus goede muziek te kunnen combineren. Ze brengen een mix van hardcore, metalcore, trash en melodische death-metal, waarbij er in het Vlaams gebruld wordt. Nu zijn ze terug met een dubbel cd De Kerk Van Melculy. Fleddy Melculy, Balt, Blue, Rorshach en Revy ofwel Jeroen Camerlynck (zang, stemmetjes, gitaar, bas, keyboards, programmering, sampling), Bart Govers (gitaar, grunts), Tim Toegaert (gitaar), Sybren Camerlynck (bas, gitaar) en Levy Dedobbeleer (drums, programmering). Op de eerste schijf krijg je 11 nieuwe tracks van een goed half uur, waarop al snel duidelijk wordt dat ze er alleen maar op vooruit zijn gegaan. De muziek is beter en venijniger, de samples worden sterker ingezet en de humor wordt goed gedoseerd. Lekker en leuk, met in het midden de song “Verplicht Akoestisch Intermezzo”, hetgeen genoeg zegt. En passant rekenen ze ook af met de kerk en stichten na hun drang tot wereld dominatie nu ook een eigen kerk. Denk aan een harde, humorvolle mix van Deftones, Pantera, Infectious Grooves, Rammstein, Godflesh, Slayer en De Raggende Manne. Op de tweede schijf krijg je eerst 11 nieuwe nummers van eveneens een goed half uur bij elkaar. Daar gaan ze verder met hun sterke recept. Pinokkio krijgt het er van langs en ze maken stevige metal terwijl je Urbanus en Jan De Smet hoort. En halverwege krijg je “Verplicht Epic En Duister Intermezzo” waar je een Nederlandse een pannenkoekenrecept op truttige wijze hoort opzeggen. Ook deze songs zijn weer uiterst genietbaar. Als bonus krijg je hier 8 tracks. Dat begint met een Beastie remix van het nummer “T-shirt Van Metallica”, waar er inderdaad een Beastie Boys-achtige draai aan wordt gegeven. Daarna krijg je nog twee extra nieuwe en 5 live nummers, waardoor de tweede cd uiteindelijk op bijna 54 minuten finisht. Een geweldige tweede worp derhalve!

 

G A U S S – Biometrical Love (lp, G A U S S/ Pikebole Records)
In 2012 komt het Gentse duo Mary & Me met hun geweldige tweede cd We Go Round, die ook in mijn jaarlijst eindigt. Pieter-Jan De Waele (drums, percussie, bas, gitaar, tweede stem) en zangeres Elke Andreas Boon (drums, percussie, piano-, viool-, cello- en sample-programmeringen) weten dan een net zo eigenzinnige en ambivalente als meeslepend melancholische mix te brengen van pop, lichte experimenten, wave, post-rock, avant-garde en folk te brengen. Een album vol elegante galm die ook lang na echoot. Daarna blijft het lang stil, hetgeen ze nu vanuit een parallel universum doorbreken als het hernieuwde duo G A U S S met hun lp Biometrical Love. Hiervoor nemen ze ook de aliassen Mati Le Dee (elektronica, zang) en Emile Sertyn (elektronica, zang) aan, waarbij ze geholpen worden door drummer Simon Raman. Ze presenteren negen tracks, die meer in het electropop universum passen en nog altijd een ambivalent karakter in huis hebben, al noemen ze het zelf liever existentialistische pop. Dat wel met die waanzinnige mooie, kenmerkende zang van Elke. Aan de ene kant is het namelijk hartverwarmend wat ze neerzetten, maar het bevat ook een zekere onderkoelde droefgeestigheid. De ruimte die ze nemen in hun bandnaam vertaalt zich tevens naar de muziek die ze brengen. Hun sobere electropop bevat namelijk een skeletachtige structuur, waarbij de emoties die ze overbrengen alleen maar harder binnenkomen. Het is allemaal wellicht wat minder frivool dan hun vorige incarnatie, maar wat brengen ze daar veel intensiteit en meeslepende pracht voor terug. Om een indruk te krijgen moet je denken aan een beklijvende mix van Fever Ray, Portishead, Bat For Lashes, Bel Canto, Björk, The Breeders en uiteraard ook Mary & Me. Het is dikwijls van een verlammende schoonheid, maar ook van een confronterende kracht.

 

Jonny Greenwood – Phantom Thread (cd, Nonesuch)
Radiohead gitarist Jonny Greenwood is naast de activiteiten voor deze grootse band ook al jaren een vermaard componist, die al een aantal uiterst interessante klassieke soundtracks op zijn naam heeft staan. Hij is naar eigen zeggen enorm beïnvloed door Penderecki, waar hij ook al een album mee heeft mogen maken. Voor de film van de klasse regisseur Paul Thomas Anderson heeft hij nu de gelijknamige soundtrack Phantom Thread gemaakt. Deze wordt door een tweetal orkesten en diverse musici op violen, altviool, cello, piano, celesta en harp uitgevoerd. Dat levert zowel uiterst ingetogen als overdonderende muziek op. De melancholie druipt er vanaf, maar er zit zoals vaker bij zijn muziek ook een onheilspellende factor in. Dat maakt het uiterst meeslepend. Liefhebbers van onder andere Max Richter, Jóhann Jóhannsson en Krzysztof Pendericki doen er goed aan deze eens tot zich te nemen. Een majestueus en magistraal album!

Luister Online:
Phantom Thread (albumsnippers)

 

Haarvöl – The Oblivion’s Wordless Knott (cd, Family Film Project / Moving Furniture Records)
Sinds 2014 vormen Fernando José Pereira en João Faria het muzikale hart van de Portugese groep Haarvöl, hoewel er dikwijls gasten aanschuiven voor de muziek dan wel beeldmateriaal. Ze laten op noisy wijze hun drone georiënteerde werk naar de oppervlakte drijven. Dat levert al drie geweldige, meeslepende albums op, die een uiterst subtiele mix van veldopnames (natuurgeluiden, verkeer, stemmen), glitches, drones en ambient omvatten. Nu zijn ze terug met een in eigen beheer uitgebracht album The Oblivion’s Wordless Knott, waarop ze in een krappe drie kwartier vijf nieuwe tracks brengen. Hier gaan ze op tot de verbeelding sprekende wijze verder met hun abstracte, maar biologerende muziek. Hoewel het dikwijls een gitzwarte brij aan geluid is, weet dit zich als een thriller voor je te ontvouwen. Het is een caleidoscopische mix geworden van Orphax, Kreng, Svarte Greiner, Machinefabriek, Philippe Petit, Maninkari en Jasper TX. Een schitterende soundtrack voor de nacht, verval en andere duistere zaken. Klasse!

 

Imarhan – Temet (cd, Wegde/City Slang / Konkurrent)
In 2016 brengt de oorspronkelijk uit Tamanrasset (Algerije) afkomstige groep Imarhan met hun gelijknamige debuut een duidelijk statement. Ze willen daar de ideeën die de Westerse luisteraars hebben gekregen over de gepopulariseerde Toeareg muziek ontmantelen. Daarbij hebben ze het vooral over Mdou Moctar en Group Inerane, maar met name Tamikrest en Tinariwen gooien hoge ogen hier in het Westen. Maar Eyadou Ag Leche uit Tinariwen is een neef van Sadam’s Imarhan, dus wellicht dat het oordeel over hen milder is. Niet dat ik vind dat één van de genoemde groepen minder waard is met hetgeen ze brengen, maar het is de uitgangspositie van Imarhan. Ze willen ook laten horen dat ze meer kunnen brengen dan hun zogeheten “desert blues”. Nu moet ik bij het debuut best wel eens denken aan de groepen die ze noemen, maar ze brengen inderdaad wel een frisser, ritmischer, intiemer en breder georiënteerd geluid naar buiten. Dat is al helemaal het geval op het vervolg Temet. In 10 nieuwe nummers brengen ze een breder geluid dan ooit. De muziek van voorheen larderen ze met funk, rock en disco, zonder dat het iets afdoet aan hun wereldse en authentieke sound. Het is een uiterst smaakvol en meeslepend geheel geworden, die hun echt een eigen identiteit verschaft in de toch al fraaie muziekwereld van de Toearegs.

 

De Jeugd Van Tegenwoordig – Leuk (cd, Top Notch Music)
De Jeugd Van Tegenwoordig zijn terug met hun zesde album Leuk, hoewel er luek op de hoes staat. Op de composities van Bas Bron gaan Pepijn Lanen, Freddy Trathlener en Olivier Locadia weer lekker los; je kunt ze respectievelijk ook tegenkomen als Majoor Vlosshart/ De Neger Des Heils, P. Fabergé/ Faberyayo/ P. Dronq/ Pepijn van Bièreliér, Vieze Fur/ Freddie van Nazareth/ Freddie Tratlehner en Willie Wartaal/ Olliçio Locadia/ Olliçio KoBoï Moderno. Maar de namen doen er niet toe en de spelling ook niet. De taal wel, maar die gebruiken ze toch weer op geheel unieke wijze. Voor het eerst betrap ik ook enige melancholie en bezinning in hun songs. Verder weten ze met bijzondere ritmes, muziek en hun typische, ontwortelde teksten weer het verschil te maken. Daar voegen ze weer een enorme dosis humor aan toe. En met een titel als “Wittewijnmuziek”, waar je meteen een beeld bij hebt, doneren ze weer een geweldig woord aan de Dikke Van Dale. Het is allemaal van een hoog niveau en zeer genietbaar. Met hun single “Gemist” vlammen ze ook weer op ouderwetse wijze. Een zeer luek album, ook voor mensen zonder dyslexie. Ze blijven een volslagen unicum.

 

Kalle – Saffron Hills (cd, Day After)
Kalle is het Tsjechische duo dat bestaat uit Veronika Buriánková (zang, tekst, drums keyboards) en David Zeman (gitaar, zang, drums, keyboards, synthesizers). Hiermee hebben ze in 2014 al een lp gemaakt, die ik niet ken. Daarnaast delen ze ook de groepen Nod Nod en Veena. In november van vorig jaar verschijnt dat hun tweede cd Saffron Hills, die met enige vertraging ook mij en de rest van Europa bereikt. Ze laten hierop een heerlijk melancholisch geluid horen, dat ergens tussen slowcore, altpop, postrock en shoegaze uitkomt. Het is muziek die je meteen weet te grijpen, om niet meer los te laten, mede door de bedwelmende factor ervan. Je moet denken aan een overheerlijke, narcotiserende mix van Calla, Blonde Redhead, Thalia Zedek, Portishead, Tomorrow We Sail, Glissando en Mi And L’Au. Ze brengen zo’n lekker geluid naar buiten, waar je echt geen seconde van wilt missen. Zelfs hun soms gebrekkige Engels is hier uiterst charmant. Een ontwapende topgroep, die gehoord mag worden!

 

Mayte Martín – Tempo Rubato (cd, Satélite K / Xango Music Distribution)
Ik denk dat ik niks raars zeg dat als de term flamenco valt, de meeste mensen denken aan flamboyante jurken, castagnetten en uptempo passievolle muziek, uitgevoerd door Spanjaarden of Roma. Dat deze muziekstroming ook een melancholische kant heeft is wellicht minder bekend. Nu is het een genre dat al vele eeuwen teruggaat en er bestaan vele theorieën over het ontstaan ervan. De Spaanse componist, gitariste en zangeres Mayte Martín levert al jaren een belangrijke bijdrage aan de hedendaagse invulling ervan. Daarnaast houdt ze zich ook bezig met Latin, bolero en folk. Op haar nieuwe album Tempo Rubato werkt ze nauw samen met het Qvixote Quartet, Martín brengt in 11 stukken op vurige wijze haar prachtig emotioneel geladen zang ten gehore, wat het flamenco element van de muziek prijsgeeft. Ze voorziet dat verder van sober maar doeltreffend en stiekem complex gitaarspel. Nu houdt tempo rubato (geroofde tijd) ook in dat de muzikant ritmisch gelijk genoteerde noten qua tempo ongelijkmatig moet spelen, zodat het muziekstuk meer tot leven komt. En daar slaagt ze met vlag en wimpel in. Het zinnenstrelende, stemmige strijkspel van het kwartet zorgt nog voor de klassieke krans om het geheel. Zo weet Martín flamenco en klassieke muziek bij elkaar te brengen en tot één genre te laten versmelten. Dat is niet alleen knap, maar ook van een diepgravende, hartverscheurende schoonheid, die vol overgave gebracht wordt.

Luister Online:
Tempo Rubato (album)

 

Mint Field – Pasar De Las Luces (cd, Innovative Leisure / Bertus)
Mint Field is een Mexixaanse groep, bestaan uit het jonge duo Estrella del Sol Sánchez (zang, gitaar) en Amor Amezcua (drums, synthesizers). Ze nemen al een goede twee jaar samen muziek op, die hoofdzakelijk bestaat uit shoegaze, maar ook post-punk, noise en droompop maken deel uit van hun sound. Dit is nu te horen op hun debuut Pasar De Las Luces. Nu heb je natuurlijk de shoegaze van My Bloody Valentine en die van Slowdive en Lush. Mint Field hangt daar een beetje tussenin met hun gruizige droomsound, waarbij de zang dan dikwijls doet denken aan die van de Cocteau Twins en Lush. Als de gitaren luider en de basklanken zwaarder worden lijken ook Sonic Youth en Joy Division ten tonele te verschijnen. Met 13 songs van bij elkaar een goede 64 minuten lang, weten ze een verpletterende -zij het zacht en dromerig- indruk achter te laten. Dat is nou wat je een waar droomdebuut noemt.

 

Pinhan Trio – Hidden Songs Of Anatolia (Seyir Muzik / Xango Music Distribution)
Nilgün Aksoy verruilt op zeventienjarige leeftijd haar geboorteland Turkije voor Nederland. Hier luistert ze naar allerhande Turkse muziek, dat echt een breed spectrum beslaat, maar wordt het meest getroffen door oude folkmuziek, die onder meer door de Turkse bard en tevens leraar Talip Özkan (1939-2010) ooit al is verzameld. Aksoy gaat op het Rotterdamse conservatorium Turkse muziek studeren. Daar kruist ze het pad met de Duitse broers Malte (inmiddels de man van Aksoy) en Benjamin Stueck, die beide saz spelen. Ze krijgen ook les van Özkan. Samen brengen ze nu als het Pinhan Trio de muziek van het vroegere Anatolië tot leven op de cd Hidden Songs Of Anatolia, wat tevens een stemmig eerbetoon aan hun wijlen meester zal zijn. Aksoy komt uit het gebied rond de Zwarte Zee, waar je de zogeheten lazutlar hebt, de traditionele folksongs met een duidelijk melancholisch karakter. Dat deel zal de groep ook hebben aangesproken in de muziek van het oude Anatolië, want ze brengen hier ook 10 traditionele songs waar de droefgeestige emotie een haast universele invoelbaarheid heeft meegekregen. De Duitse broers klinken gewoon als Turkse muzikanten en Aksoy heeft een prachtig emotioneel geladen stem. Ze krijgen een enkele keer nog hulp van Uğur Önür (kabak kemane), Ernst Poets (piano), Ertan Tekin (duduk) en klasbak Emre Gültekin (tanbur). Als Aksoy zingt gaat de muziek op prettige wijze door merg en been. Maar als de zang ontbreekt krijg je ook tot de verbeelding sprekende muziek, die je op imaginaire wijze naar plekken brengt, waarvan je enkel dromen kunt. Het is een ontzaglijke wereldplaat geworden, waar ze muziek van vervlogen tijden in het heden prachtig laten herleven. Helemaal mijn kopje appelthee!

 

U.S. Girls – A Poem Unlimited (cd, 4AD)
Misschien vind ik één van de leukste aspecten van U.S. Girls wel, dat je er nooit helemaal de vinger op kunt leggen. Neem nu alleen al het beloop van haar releases sinds 2008. Eerst twee lp’s op Siltbreeze, dan een split op Palmist, een album op (K-RAA-K)³, één op Fat Cat om vervolgens te landen bij 4AD. En ze start ooit in de meer psychedelische rock, lo-fi en experimentele muziekhoek om vervolgens elektro, pianomuziek, rock en pop te brengen. Per album lijkt het iets toegankelijker maar blijft. De hoofdverantwoordelijke, de Amerikaanse muzikante Meghan Remy gaat gewoon lekker haar gang. Dat is niet anders op A Poem Unlimited. Sterker nog, ze komt met een soulvol popgeluid dat je in het hier en nu maar ook 40 jaar terug kunt plaatsen. Het enige is dat ze hier toch weer met bevreemdende elementen komt en de muziek tevens lardeert met harde rock, lichte experimenten en noise. Nu zingt ze in “Incident Boogie” ook ”I do what I want and I do what I like”. Ze brengt haar muziek samen met de zogeheten The Cosmic Range, waarin zeven muzikanten zorgen voor drums, piano, synthesizer, orgel, gitaar, bas, klavinet, vibes, zang, percussie en saxofoon. Maar dan zijn er ook nog eens 15 gasten op allerhande instrumenten. Het is wervelend, verrassend, meeslepend en gewoonweg ontzettend lekker. Op ludieke wijze boort ze zich door allerlei genres, zowel populaire als uiterst alternatieve. Bij wijze van spreken gaat het van Aretha Franklin, Madonna en Alica Keys naar Cranes, Virgin Prunes, Jenny Hval en Julia Holter. Maar het is ook zinloos namen te noemen bij dit schitterende fenomeen.

 

Levent Yıldırım – Doholla Tarang (Seyir Muzik / Xango Music Distribution)
De Turkse percussionist Levent Yıldırım is geboren in Ankara,maar komt via Frankrijk uiteindelijk in Duitsland terecht. Hij is een moderne pionier en virtuoos op Midden-Oosterse percussie en heeft met vele grote namen op Aarde gespeeld, veelal op de darbuka. Inmiddels is zijn derde soloalbum Doholla Tarang verschenen. Hierop staat de Egyptische doholla centraal wat je grofweg een basvariant van de darbuka zou kunnen noemen. Hij brengt 12 stukken waar de percussie centraal staat. Naast de doholla maakt hij eveneens gebruik van de stem, bendir, udu, shakers en cimbalen. Daarbij krijgt hij in enkele composities hulp van Emre Gültekin (üçtelli, tanbûr, ıklı saz) en Vardan Hovanissian (duduk); luister van hen ook vooral de cd Adana (2015) eens! Op werkelijk virtuoze en soms onnavolgbaar snelle wijze neemt hij je al percuterend mee op een reis die van het Midden-Oosten en India naar Turkije en de meer Westerse muziek gaat. Hoewel het merendeel vaak maar met één instrument gebracht wordt, weet je op veelzeggende wijze je in de houdgreep te nemen. Het is lastig om echt iets zinnigs te zeggen over een percussie album, omdat je dat zeker in het geval van Yıldırım gewoon moet ervaren. Maar liefhebbers van de betere biologerende percussiemuziek, zoals die van bijvoorbeeld Nana Vasconcelos, doen er zeker goed aan deze meer Oosterse variant uit te proberen.

 

VanWyck, live@ Gigant Muziekcafé, Apeldoorn 18-02-2018
In de Apeldoornse Gigant heb je een popzaal voor de concerten en de bar voor de vaak meer intieme optredens. Dat zogeheten muziekcafé is ook wat meer laagdrempelig, omdat het gratis is. Toch heb ik er af en toe met een bijna plaatsvervangende schaamte gezeten, door de lage opkomst. Bij VanWyck, onder leiding van zangeres/gitariste Christine Oele blijkt dat geen enkel probleem. Een volgepakt café, wat ook te begrijpen valt na het verbluffende en bij mij nog steeds groeiende debuut An Average Woman, waarover je hier meer kunt lezen en waarvan je hier meer kunt horen. Enfin, Christine is hier met gitarist Sander Donkers, drummer Rowin Tettero en multi-instrumentalist, maar live vooral contrabassist Reyer Zwart. Hoewel je in een café het nadeel hebt dat er nogal wat geroezemoes is, schiet hun bezinnende pracht als met vilt omwikkelde pijlen daar zacht maar dwars doorheen. Ik betrap me erop dat ik regelmatig de ogen sluit en gewoonweg wegdroom. Als ik ze open zie ik een dame op leeftijd een tai chi-achtige dans uitvoeren; het roept bij iedereen kennelijk wat anders op. De muziek krijgt live een extra broeierig aspect mee, maar weet je net als op het album aan de grond te nagelen. Het doet me denken aan de mooiste concerten van Low en de Cowboy Junkies, vermengd met het spannende, nachtelijke van Flying Horseman. Ze weten het rumoer dus te overstemmen met verstilde pracht, hetgeen hun grootse klasse andermaal onderstreept. Ga ze zien als je de kans krijgt en koop dit werkelijk zinnenstrelende album! En passant kom ik de broers Daniel (ex-Mousique) en Bart Drost (Swelter) nog tegen, hetgeen alleen maar bonus is in deze.