Het schaduwkabinet: week 02 – 2018

We genieten nog na van 2017 en storten ons ook op de eerste geboortes van 2018 in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

Iedereen een gezond, gelukkig en muzikaal 2018 gewenst!

We luisterden naar: Bonnie Prince Billy, The Caretaker, Connie Converse, Dálava (2x), Dictaphone, Ensemble Mze Shina, Fraqx/ Frank Crijns, Hope, The Inward Circles, Irén Lovász, Aaron Martin & Machinefabriek/ Rutger Zuydervelt, Moon Zero, Panoptique Electrical, Seine, Seyir Trio, Shame, Bjørn Bolstad Skjelbred, Transglobal Underground feat. Natacha Atlas, Valparaìso en Žen.

 


 

Jan Willem

Bonnie ‘Prince’ Billy – Wolf of The Cosmos (cd, Drag City/ Palace)
Ik zeg niet dat ik alles goed vind van wat er uit de creatieve rammelkoker komt van Will Oldham, maar wel veel en dat ook al zo lang. Onder zijn eigen naam maar ook als als Palace, Palace Brothers, Palace Contribution, Palace Music, Palace Songs, Bonnie ‘Prince’ Billy, Bonnie ‘Blue’ Billie, Bonnie Billy, Bonny Billy, Бонни “Принц” Билли, Prince William, Joe Oldham en meer. Het liefst heb ik hem als hij lekker kneuterig uit de hoek komt, waarbij je het kampvuur haast erbij ziet. Nu keert hij als Bonnie Prince Billy, juist geen prins meer tussen aanhalingstekens, terug met Wolf Of The Cosmos. En op Koninklijke wijze covert hij het gehele album Sonata Mix Dwarf Cosmos (2017) van Susanna. Het is wonderlijk om te horen hoe deze songs zich naar het universum van Oldham transformeren. Zijn heerlijk kneuterige folk met neoklassieke elementen pakt bijzonder goed uit. Hierbij krijgt hij hulp van een handvol gasten op bas, zang, akoestische gitaar, viool en mondharp. Zijn vertolkingen zijn van een unieke pracht, zoals echt alleen Oldham dat kan.

 

The Caretaker – Everywhere At The End Of Time (3cd, History Always Favours The Winners)
James Leyland Kirby runt aan het begint van zijn muzikale carrière het label V/Vm Test Recordings en de band V/Vm. Daarnaast bevolkt hij in het geniep zijn eigen label met vooral eigen projecten met allemaal andere namen als Butcher Claws, Dr. Fred, Alien Porno Midgets, The Stranger en The Caretaker. Met name die laatst genoemde is hier een grote favoriet. Dit project start in 1999 en zal vermoedelijk stoppen in 2019. Maar zover is het nog niet. Ik heb The Caretaker, die doorgaans iets tussen spookachtige geluiden en dark ambient neerzet, het liefst als Kirby met oude platen gaat knippen en plakken. Hij creëert daarmee dan een sfeer van de jaren 30 maar dan zoals je het in een horrorfilm graag zou horen. Denk daarbij aan een verlaten kermis van een ver verleden waar op onverklaarbare wijze ineens een carrousel begint te draaien, een oud vervallen huis waar uit een oude transistor op mysterieuze wijze plots muziek klinkt uit vervlogen tijden, een vervallen balzaal waar de spoken na middernacht in een blauwig licht dansen of een gezonken schip waar plots licht brandt. Dat sfeertje weet Kirby als geen ander neer te zetten. Op Everywhere At The End Of Time, uitgebracht op zijn eigen label History Always Favours The Winners, onderzoekt hij alle facetten die met dementie te maken hebben. De eerste 3 delen zijn al op lp verschenen, maar worden nu gebundeld in een prachtig uitklapbaar digipack. De muziek is weer een combinatie van die oude muziek, veelal jazzy met een spookachtige romantiek, waarmee hij in 128 minuten 38 intrigerende collages heeft afgeleverd. Het weet je, ondanks hij dergelijk werk eerder heeft gemaakt, weer helemaal uit de realiteit te nemen, iets dat ook wel aansluit bij dementie. Kirby is en blijft een wonderlijk univum. Onthoud dat!

 

Connie Converse – Vanity Of Vanities: A Tribute To Connie Converse (cd, Tzadik)
Connie Converse (1924 – ?), voluit Elizabeth Eaton Converse, geheten is een unieke singer-songwriter die met name in de jaren 50 en 60 in New York actief is. Doordat het succes uitblijft besluit ze in 1974 al haar bezittingen te pakken en met de auto weg te rijden. Volgens de vele brieven die ze aan familie en vrienden heeft achtergelaten om elders een nieuw leven op te bouwen. Sindsdien ontbreekt ieder spoor van haar, vandaar het vraagteken hierboven. Pas in 2004 wordt haar muziek via een radioprogramma herontdekt, wat uiteindelijk de cd How Sad, How Lovely (2009) oplevert, die ik van harte kan aanbevelen. Muziek die ook andere artiesten kennelijk aanspreekt, want nu is er een waar eerbetoon aan haar in de vorm van de cd Vanity Of Vanities: A Tribute To Connie Converse. Hierop vind je 16 covers, waarvan 4 niet op haar debuut uit 2009 te vinden zijn en dus voor het eerst het daglicht zien. De presentielijst hier indrukwekkend met namen als Cassandra Jenkins, Sam Amidon, Martha Wainwright, Elysian Fields, Mike Patton, Petra Haden, Laurie Anderson, Jeff Tweedy, Jessika Kenney & Eyvind Kang, Mary Halvorson & Jessica Pavone en Karen O. Een prachtige ode aan een bijzondere dame, die nu al 43 jaar, 5 maanden en 3 dagen vermist is.

 

Dálava – Dálava (cd, Sanasar Records / Xango Music Distribution)
Dálava – The Book Of Transfigurations (cd, Songlines Recordings / New Arts International)
Dálava is een groep met de basis in Canada, die bestaat uit Julia Ulehla (zang) en Aram Bajakian (gitaar, klokkenspel). Die laatste heeft eerder gewerkt met Lou Reed en Frank London en de eerst genoemde is de kleindochter van de etno-musicoloog en bioloog Dr. Vladimir Ulehla. Deze heeft diverse Moravische folksongs beschreven. Met hun gelijknamige debuut uit 2014 wil Dálava een eerbetoon aan deze songs brengen. Dat doen ze met een drietal andere muzikanten, die viool, akoestische bas en gimbri (luitachtig snaar- en percussie-instrument) brengen. Ze brengen de folk van weleer, die wel honderden jaren teruggaat op eigenzinnige wijze voor het voetlicht. Deels klinkt het authentiek en als pure folk, maar ze mengen er hier ook avant-gardistische en postrock elementen doorheen. Die combinatie past als een jas en is bovendien spannend, wonderschoon en ontzettend intrigerend. Ze nestelen zich ergens tussen Iva Bittová, Charming Hostess, Masada, Muzsikás en Secret Chiefs 3, zij het overgoten met een Oost-Europees sausje. Traditie in een hedendaags kader blijkt een gouden greep te zijn. Het is album is nu ook hier verkrijgbaar. Heel fijn!
Vorig jaar heeft de groep eveneens het nieuwe album The Book Of Transfigurations uitgebracht. Hierop laten Ulehla (zang) en Bajakian (gitaar, percussie) wederom traditionele Moravische songs op unieke wijze herleven in het heden. Ze krijgen daarbij hulp van drie muzikanten op cello, piano, accordeon, orgel, synthesizers, bas, contrabas, drums en percussie. Daar waar ze op hun debuut bij wijze van uitzondering avant-gardistische en postrock elementen doorheen mengen, zijn ze hier helemaal los en de meer avontuurlijke kant op gegaan. Ik houd daar wel van, maar de folkpurist die meer van de rustige muziek houdt. Nu brengen ze ook nog wel die indringende, wonderschone serene pracht, maar ze vliegen dikwijls heerlijk uit de bocht met allerhande experimenten en hard gitaar- en cellospel, waar ook een Apocalyptica de hand niet voor om zou draaien. Het levert in elk geval hun tweede meesterlijke wereldplaat op rij op.

 

Dictaphone – APR 70 (cd, Denovali)
Aan het einde van het jaar krijg je altijd weer van die albums binnen die je best in je jaarlijst of daar net omheen wil opnemen, maar ja je kunt eenvoudig weg niet alles beluisteren in het jaar. Nu is de vierde cd APR 70 van Dictaphone ook echt net pas uit. Dit geweldige combo, opgericht door duo Roger Döring (klarinet, saxofoon) en Oliver Doerell (elektronica, bas, gitaar), is niet scheutig met hun releases, want hiervoor hebben ze slechts M.=addiction (2002), Vertigo II en Poems From A Rooftop (2012) uitgebracht. Allemaal voltreffers, waarbij ze meestal een mysterieuze, nachtelijke en minimalistische hybride van ambient, jazz en elektronische muziek laten horen. Daarbij spelen de complexe ritmes altijd een belangrijke rol. Op hun laatste cd worden ze net als nu bijgestaan door violist Alex Stolze, die hun muziek echt wel meer diepgang, melancholie en schoonheid meegeeft. Voor de rest laten ze hier weer horen heer en meester te zijn in hetgeen ze altijd al laten horen, zij het dat er ook een neoklassiek aspect bij komt kijken. Liefhebbers van Portico Quartet, Murcof, To Rococco Rot, Porn Sword Tobacco, The Cinematic Orchestra, Tapes en Bohren Und Der Club Of Gore doen er goed aan deze eens tot zich te nemen. Het is weer van een bijzondere pracht, die je genadeloos zal weten te vloeren.

 

Ensemble Mze Shina – Odoïa (cd, Buda Musique / Xango Music Distribution)
Bij Gregoriaanse zang denk je al snel aan die prachtige sacrale zang, maar zoals wel meer landen hebben ze ook een rijke historie als het gaat om polifonische zang. Van die meerstemmige zang gaat, vind ik, altijd iets magisch uit. De wortels van deze muziek lijken dan ook al in de tiende eeuw te liggen. Ensembles als het Bulgaarse Le Mystère Des Voix Bulgares, het Albanese Famille Lela De Permet, het Corsicaanse Les Nouvelles Polyphonies Corses en het Franse Ensemble Marani zijn sterke hedendaagse vertegenwoordigers van deze muzieksoort. Craig Schaffer (zang, tchongouri, pandouri) en Nicolas Leguet (zang) uit dat laatste genoemde ensemble vormen samen met Denise Schaffer (zang, tchongouri, pandouri) en Ronan Mancec (zang) het Ensemble Mze Shina. Ook zij leggen zich toe op polifonische zang uit Georgië. In de staart van vorig jaar brengen zij hun cd Odoïa uit, die maar liefst 24 nummers telt van bij elkaar een goede 72 minuten. Naast de solo en meerstemmige, harmonieuze zang begeleiden ze zichzelf op traditionele Georgische luiten. Hoewel dit alles vrij sober aangekleed is, weet het je helemaal in te pakken. Dit komt niet enkel door de onaardse schoonheid maar ook door de universele melancholische emotie die er vanuit gaat. Het is gewoonweg zinnenstrelend en van een contemplatieve en tijdlloze pracht wat deze vier hier laten horen.

 

Fraqx – Fraqx (cd, Creative Sources Records)
Frank Crijns – Shade Of Impulse (cd, Moving Furniture)
Ja, dan doe je op social media huilie huilie over het gemis van de Nederlandse groep Palinckx, die echt van een meerwaarde is geweest in mijn muzikale jaren als recensent, zowel live als op hun albums, krijg je plotsklaps de cd van Fraqx op de deurmat. Dat is het samenwerkingsverband tussen de gitaristen Frank Crijns (Blast, Betonfraktion, Blast6tet) en Jacques Palinckx (Palinckx, Het Kabinet, Insect And Western Party), die er op hun gelijknamige debuut ook allerhande elektronica en effecten op los laten. Het is geen muziek met kop of staart, maar een lawaaiige en bovenal boeiende dialoog tussen twee experimentalisten. Op fascinerende wijze brengen een noisy geheel, dat klinkt als een ontspoord schermduel tussen Glen Branca en Sonic Youth, maar met het speelplezier en vernuft van Zappa en Palinckx. In zeven tracks van goed 36 minuten lang weten ze je daarmee in de houdgreep te nemen. Het levert een enerverend hoorspel op.
Op het label Moving Furniture van Subjectivist Sietse is ook de cd Shade Of Impulse van Frank Crijns verschenen. Hierop floreert deze muzikant zich in meerdere genres. In feite is het een boeiend amalgaam van ambient, neoklassiek, drones, noises, spookachtige elektronica en musique concrète geworden, die zo zouden passen in een mysterieuze film van David Lynch. Anderzijds wordt je ook gegrepen door geluiden die uit een parallel universum afkomstig lijken, waarbij je zo een nieuwe X-File zou starten. De muziek die Crijns hier laat horen is zo anders dan die met de bovengenoemde release, maar het bijt elkaar bepaald niet. Beide zijn van de prettige buitencategorie en weten voor een unieke luisterervaring te zorgen Andermaal muziek die aantoont dat het experiment en kwaliteit het dik gaat winnen van de populariteit. Maar wie maalt daarom bij dit geweldige album?

 

Hope – Hope (cd, Haldern Pop)
Het blijft leuk om te graven in andermans jaarlijstjes, waarbij je er achter komt dat je ondanks de vele nieuwe ontdekkingen toch altijd nog een hoop hebt gemist. En dit keer letterlijk, want van één van de vele projecten die Hope heten, is mij het gelijknamige debuut van deze Duitse formatie geheel aan me voorbij gegaan. De naam is hoopgevend, maar de gitzwarte hoes verraadt al dat dit geen lichtzinnige kost is. Hope is het nieuwe project van Christine Börsch-Supan, die eerder te horen is in Mamsell Zazou. In deze nieuwe band laat ze een mooie mix horen van trip hop, postrock en post-punk. In slechts 8 tracks, van bij elkaar een goede 33 minuten, laten ze een zeer overtuigend geluid horen, dat het midden houdt tussen Esben And The Witch, Chelsea Wolfe, Passarella Death Squad en Portishead. Dat levert een geweldige belofte voor de toekomst op. Muziek die kaalgeslagen pracht en kracht oplevert.

 

The Inward Circles – And Right Lines Limit And Close All Bodies (cd, Corbel Stone Press)
A Broken Consort, Carousell, Heidika, Clouwbeck, Riftmusic, Harlassen, *AR en The Inward Circles delen allen de Britse muzikant Richard Skelton, die ook onder zijn eigen naam muziek uitbrengt. De muziek zit altijd ergens tussen drones, ambient, neoklassiek en experimentele muziek in, waarbij de basis eigenlijk altijd gelegd wordt door de dood van zijn vrouw in 2004. Geen wonder dat zijn output zonder uitzondering uiterst melancholisch is. Maar eveneens wonderschoon en helend, hetgeen ook komt omdat hij middels zijn muziek in feite zijn verwerkingsproces beleeft. Eerder vorig jaar heb ik al de nieuwe cd Towards A Frontier van hem beschreven, maar ervoor is al de cd And Right Lines Limit And Close All Bodies van zijn The Inward Circles verschenen. Deze heb ik later pas beluisterd, wat deze vertraagde recensie verklaart. Sowieso zullen er mede dankzij alle jaarlijstjes nog 2017 releases binnendruppelen. Maar Skelton brengt hier in ruim een uur 8 prachtig biologerende tracks ten gehore, die zich ergens tussen neoklassiek, drones en dark ambient nestelen. De scheidingslijn tussen zijn projecten is nooit zo groot, die is meer thematisch bepaald. Nu zullen liefhebbers van strong>Rafael Anton Irisarri, Jóhann Jóhannsson, Olan Mill, Roy Montgomery, Fennesz en zijn andere projecten hiervan wederom smullen. Het wederom een ijzersterk meesterwerk geworden.

 

Irén Lovász – Női Hang/ Female Voice (cd, Siren Voices)
De Hongaarse zangeres Irén Lovász is al sinds 1991 actief in de muziek, eerst als gastzangeres en vanaf 1996 ook als maker van eigen albums. Dat is ook de tijd dat ik instap. Haar stem is invoelbaar melancholisch en bovenal wonderschoon. Ze doet in sterke mate denken aan Márta Sebestyén (Muzsikás), zij het dat Lovász een iets meer etherisch geluid naar buiten brengt. Dat lijst ze meestal fraaie in met Hongaarse folk, hoewel veel van haar muziek ook wel behoorlijk verstild kan zijn. Ze heeft naast de vele solowerken tevens albums uitgebracht met Makám, Teagrass en in 2015 een live cd met Tsjechische Jitka Šuranská en de Turkse Michal Elia Kamal. In 2006 start ze op haar eigen label Siren Voices de zogeheten vierluik “Healing Voices”-serie, die begint met Égi Hang/ Sacred Voice. Daarna volgt Belsö Hang/ Inner Voice (2007) en nu, tien jaar later, Nöi Hang/ Female Voice. Hierop laat ze Hongaarse folksongs horen waarin een vrouw steeds de hoofdrol vervuld. Hierbij wordt ze geholpen door multi-instrumentalist László Hortobágyi en eenmaal door kinderkoor. De muziek is uiterst sober en het komt aardig in de buurt van een a capella album, al is er altijd wel iets op de achtergrond te horen. Dat kunnen spaarzame instrumenten zijn, zowel Hongaarse als Chinees aandoende, maar ook kerkbellen of veldopnames. In 28 nummers, veelal vrij kort, weet ze je 73 minuten lang in haar zachte greep te houden. En dat levert zinderende, bezinnende pracht op

 

Aaron Martin & Machinefabriek – Seeker (cd, Dronarivm)
Rutger Zuydervelt – Astroneer, Volume 2 (cd, System Era Softworks/ Rutger Zuydervelt)
In 2007 kruizen de Amerikaanse cellist Aaron Martin (From The Mouth Of The Sun, Black Vines, The Cloisters, Winter’s Day) en Rutger Zuydervelt’s Machinefabriek (Piiptsjilling, CMKK, Cloud Ensemble, DNMF, Shivers) voor het eerst de muzikale degens op Cello Recycling, dat een vervolg krijgt met Cello Recycling / Cello Drowning uit datzelfde jaar. Een goede vijf jaar later slaan ze de handen weer ineen op Seeker, dat vijf jaar na creatie uitgebracht wordt op het fijne Dronarivm label. De muziek is oorspronkelijk dus gecreëerd in 2012 voor de Korzo dansproductie “Hide And Seek”. Martin (banjo, cello, orgel, ukelele, zang) en Zuydervelt (elektronica, processing, editing) laten hierop 9 tracks het licht zien, die op verfijnde wijze het midden houden tussen ambient, drones, neoklassiek, folk en experimentele muziek; het hangt er maar net van af waar ze de accenten leggen. Het lijkt ook geen bewuste keuze de ene of andere koers te varen, maar een natuurlijke steeds veranderende hybride aan stijlen, die je steeds weet te verrassen. Dat maakt dit album ook zo intrigerend en meeslepend. Echt tot de verbeelding sprekende nachtmuziek, waarbij ik me echter geen voorstelling kan maken van een bijbehorende dans. Dat betekent ook dat dit album, van bijna drie kwartier, ook zonder enige beweging overeind staat en je weet te beroeren. Voor de meer conceptuele pracht hoef je dan ook niet verder te zoeken.
En zoals een goede gewoonte betaamt, komt een Machinefrabriek release zelden alleen. Nu is het echter onder de vlag van Rutger Zuydervelt zelf dat er na een jaar Astroneer, Volume 2 uitkomt. Deel één is de soundtrack voor de PC game van ontwikkelaar System Era Softworks. Hierop ga je als speler naar een situatie waar je in een 25ste-eeuwse goudkoorts terecht komt, waar men de grenzen van het heelal met gevaar voor eigen leven verkennen. De speler gebruikt middelen uit de ruwe omgeving om de rijken te kunnen verslaan. Andere resources worden gewonnen uit planeten, asteroïden en manen, die vervolgens weer verhandeld kunnen worden. Deze sci-fi game gaat nu verder en heeft wederom Zuydervelt gevraagd de soundtrack te schrijven. Hij laat hierop wederom een futuristische sound horen, die zo anders is dan zijn reguliere werk. Er staat werkelijk geen maat op deze veelzijdige klasbak. In de 18 tracks van bijna 52 minuten lang brengt hij een fraaie kruisbestuiving van ambient, noise, drones, krautrock, wave, film- en experimentele muziek, waarbij hij een soort toekomstige liefdesbaby van John Carpenter, Svarte Greiner, Adamennon, David Lynch en Jean Michel Jarre lijkt. En dat is een waarachtig mooi kind geworden. Muziek die ook niet-gamers zal overtuigen.

 

Moon Zero – Relationships Between Inner & Outer Space (cd, Denovali)
De Londense muzikant Tom Garratt heeft als Moon Zero de mini albums Tombs (2013) en Loss (2014) uitgebracht, die door het fijne Denovali label als dubbel cd is heruitgegeven. Daarnaast heeft hij in 2015 zijn gelijknamige, officiële debuut uitgebracht. Hij brengt doorgaans een verfijnde mix van dark ambient, drones en neoklassiek, die je bij de strot weet te grijpen. Hij neemt bij voorkeur alles in kerken op, zowel om de akoestiek als de orgels die er voorhanden zijn en door zijn geluidssculpturen gemixt worden. Nu is er de release Relationships Between Inner & Outer Space, waarop slechts 4 tracks staan maar wel met een totale lengte van ruim 43 minuten. Garatt neemt de tijd om zijn muziek ten volle te laten ontvouwen. Wederom levert dat een meeslepend geheel op, dat z’n weerga niet kent. Liefhebbers van Petrels, Fennesz, Tim Hecker, Haxan Cloak, Grouper, Witxes en misschien zelfs Saffronkeira zullen ervan smullen. Wat een overweldigend album weer.

 

Panoptique Electrical – Quiet Ecology (cd-r, Sound In Silence)
De Australische muzikant Jason Sweeney timmert al zo’n twintig jaar aan de weg met projecten als Simpático, Pretty Boy Crossover, Other People’s Children, Sweet William, Great Panoptique Winter (Sweeney plus Richard Adams van The Declining Winter, Memory Drawings en Hood) en Panoptique Electrical. Met dat laatst genoemde project is hij al lang bezig alvorens in 2008 met zijn eersteling te komen en een jaar later gevolgd door een tweede album. In eerste instantie richt hij zich op dark ambient en experimentele muziek, maar vanaf zijn derde album Disappearing Music For Face (2016) onder deze naam koerst hij ook meer richting de neoklassiek. Dat is nog meer het geval op Quiet Ecology, die hij halverwege de vorige maand uitbrengt. Daarna volgt 3 dagen voor het jaareinde nog een album onder zijn eigen naam, maar daarover later meer. Op deze nieuwe worp combineert hij ambientachtige elektronica met pianostukken en drones en laat hij Zoë Barry de rest inkleuren met zijn droefgeestige en stemmige cellospel. Daarmee levert hij in drie kwartier 6 prachtig nachtelijke stukken af, die je niet onberoerd zullen laten. Liefhebbers van Olan Mill, Kyle Bobby Dunn, A Winged Victory For The Sullen en Chihei Hatakeyama kunnen er hun hart aan ophalen. Wonder-wonderschoon!

 

Seine – Sno Sna (cd, Moonlee Records / Vox Project)
Ivan Ščapec is al ruim 10 jaar de zanger/gitarist en kopman van het Kroatisch-Servische project Seine. Toch is Sno Sna pas het debuut van de groep. Ščapec heeft zich tussendoor ook nog bezig gehouden met de groep Vlasta Popić. Voor zijn eersteling heeft hij een heus band geformeerd met bassist Boško Mijušković (Straight Mickey And The Boyz, Dol, Škrtice Jaibo!, Lollobrigida, Plus Life) en drummer/percussionist Dimitrij Petrović (Vlasta Popić, Radost!). Ze brengen hier in ruim 35 minuten 10 pakkende tracks ten gehore. Het is gitaarmuziek, zowel akoestisch als elektrisch, die laveert van folk-rock en indiepop naar postrock en alternatieve rock. Ondanks dat ik de teksten niet versta, komt deze toch binnen. De referenties die het label zelf aandraagt schuif ik even terzijde, want deze klasbakken doen mij vooral denken aan een kruisbestuiving van Thalia Zedek (Band), Anari, Radůza en Budoár Staré Dámy. En dat levert geweldige muziek op kan ik je verzekeren.

 

Seyir Trio – Seyir Trio (cd, Seyir Muzik / Xango Music Distribution)
De Belgische musicoloog en muzikant Tristan Driessens brengt muziek naar buiten die ver van zijn eigen landgrenzen liggen. Dat doet hij met verve. Zo is hij te horen in het Lâmekân Ensemble, Soolmaan Quartet en bij Ensemble Bîrûn. Allemaal formaties die wereldse en met name Ottomaanse muziek afleveren. Nu is de Belg terug met het Seyir Trio, waarbij op de hoes staat “Lâmekân Ensemble presents Seyir Trio”. De gelijknamige cd van dit trio wordt naast Tristan (oud, Turkse luit) gebracht door Ruben Tenenbaum (viool) en Simon Leleux (doholla). Ze krijgen daarbij hulp van “special guest” Tcha Limberger (Romani, The Limberger Quartet, Waso) op contrabas en viool. De cd van ruim 64 minuten telt 17 instrumentale tracks, die in vier suites zijn onderverdeeld. Het album is live opgenomen, al hoor je daar behalve de geweldige dynamiek niets van, houdt dan ook het fraaie midden tussen Ottomaanse klassiek en Turkse folk. Als je het zelf hoort, zou je echt niet vermoeden dat er een stel Belgen achter zitten. Normaal gesproken houd ik van de Turkse muziek met zang, maar dit combo weet zo’n biologerend en authentiek geheel neer te zetten, dat het uitblijven van zang totaal geen gemis is hier. Ze weten virtuositeit te koppelen aan meeslepende, spannende schoonheid. Daarom met recht een wereldplaat in alle opzichten!

 

Shame – Songs Of Praise (cd, Dead Oceans / Konkurrent)
Dat muziek niet per se vernieuwend hoeft te zijn om een diepe indruk te maken bewijst het Britse vijftal Shame wel. Eddie Green (gitaar), Charlie Forbes (drums), Josh Finerty (bas), Sean Coyle-Smith (gitaar) en Charlie Steen (zang) weten met name door hun energie en pakkende songs het verschil te maken. Dat bewijzen na een paar singles nu ook op hun debuut Songs Of Praise. De 10 songs houden het midden tussen post-punk, noise en indierock, waarbij ze een heerlijke recht in je gezicht aanpak laten horen. Geen subtiliteit, maar gewoon knallen. Dat je daarbij en passent aan groepen als Wire, The Fall, Protomartyr, Happy Mondays, A Place To Bury Strangers, New Wet Kojak en Sleaford Mods moet denken is alleen maar mooi meegenomen. Ze weten je meteen te vloeren met hun directe en ontwapende aanpak. Live is de band al een sensatie, maar ook op hun eersteling geven ze een meer dan overtuigend visitekaartje af.

 

Bjørn Bolstad Skjelbred – The Bee Madrigals (cd, Aurora)
Ik had nog nooit van de Noorse componist Bjørn Bolstad Skjelbred gehoord, maar werd getriggerd door een track “Still In Silence”, die hij samen met trompettist Nils Petter Molvær heeft gemaakt. Dit blijkt ter promotie van het album The Bee Madrigals, een titel die mij als imker natuurlijk wel aanspreekt. Hoe dan ook werkt de promotie en belandt de cd uiteindelijk, na een korte wereldreis, ook hier eindelijk op de mat. Molvær doet overigens enkel in de prachtige, genoemde opener mee, waarbij zijn kenmerkende nachtelijke trompetspel heel fraai uit de verf komt. Verder moet Skjelbred het vooral hebben van de inbreng van de indrukwekkende zeskoppige a capella gezelschap Nordic Voices, dat zelf al meerdere cd’s vol prachtige polyfonie hebben uitgebracht. Hun polyfonie is ook hier te horen, naast hoorspelachtig gepraat en diverse zangexperimenten Ze zingen op haast sacrale wijze over de bij in verdrukking. Met name de honingbij, al doet deze het eigenlijk dankzij de imkers heel erg goed. De wilde bij verdient veel meer aandacht. Neemt niet weg dat dit een zinnenstrelend album oplevert. Muziek blijft toch een prachtige bijzaak.

 

Transglobal Underground feat. Natacha Atlas – Destination Overground (cd, Mule Satellite / Xango Music Distribution)
De in België geboren zangeres Natacha Atlas, dochter van een Asjkenazische Joodse Engelse moeder een een Sefardische Joodse Marokkaanse vader, start voordat ze haar succesvolle solocarrière begint in de Britse groep Transglobal Underground. De beide paden lopen deels parallel alvorens ze helemaal haar eigen weg gaat, waarbij ze hevig geïnspireerd is door Omme Kolsoum (of hoe je dat anders geschreven zou willen hebben). Ze presenteren nu samen de cd Destination Overground, hetgeen een terugblik is op hun gezamenlijke reis; op de hoes zie je ook nog “The Story Of” voor de groepsnaam staan. De cd heeft weliswaar een paar tracks overlap met een eerdere compilatie, maar dat mag geen naam hebben. Transglobal Underground is uitgegroeid tot een legendarische band omdat ze een unieke blend aan stijlen presenteren. Dat zijn zowel tribal, techno, drum’n bass en hip hop als ambient en muziek vanuit de hele wereld. Dat kunnen Arabische elementen zijn, maar ook gewoon Europese. In één van hun singles “Taal Zaman” is een goed voorbeeld van het eerste te horen, terwijl in “I Voyager” op fraaie wijze Les Nouvelles Polyphonies Corses gesampled wordt. Vier jaar geleden heeft de groep ook een cd gemaakt met Fanfare Tirana. Ze gaan weinig uit de weg en weten daardoor ook meermaals te verrassen en betoveren. Niet alleen kleuren ze hun muziek fraai in met pakkende beats, originele samples en een breed palet aan stijlen, maar het is allemaal ook uiterst smaakvol en meeslepend. Voor deze cd hebben ze een selectie van 12 heerlijke songs gemaakt, waarbij je soms wenst dat je net zo mooi buikdansen kan als Natacha Atlas. Voor de fans van haar, zoals ik, is dit een heerlijke aanvulling en voor de starter een mooie introductie van Transglobal Underground.

 

Valparaìso – Broken Homeland (cd, Zamora)
Vanuit Frankrijk ontstaan er nogal al eens interessante samenwerkingsverband met artiesten uit de rest van de wereld. Zo heb je This Immortal Coil, ABBC (Amor Belhom Duo met Calexico) en The Fitzcarraldo Sessions. Leden van die laatst genoemde formatie vormen samen met die van Jack The Ripper de nieuwe superband Valparaìso, waar ook Thomas Belhom deel van uitmaakt. Op hun debuut Broken Homeland werken ze samen met een keur aan gasten als Howe Gelb (Giant Sand), John Parish (PJ Harvey), Dominique A., Shannon Wright, Josh Haden (Spain), Marc Huyghens (Venus), Rosemary Standley (Moriarty), Christine Ott, Frédéric D. Oberland (Farwell Poetry, Le Réveil Des Tropiques, Oiseaux-Tempête, The Rustle Of The Stars, Foudre!) en Julia Lanoë (Mansfield TYA). De output hangt dan ook sterk af van degene die ze hier te gast hebben, maar grofweg brengen ze een heerlijk amalgaam van folk, Americana, postrock, jazz, chansons en alternatieve indierock. Ik ontdek dit album ook pas vrij laat, maar gezien de gastenlijst is het een wonder dat deze niet veel eerder een podium heeft gekregen. De muziek is echt een aaneenschakeling van hoogtepunten, die voor een breed publiek iets te bieden heeft.

 

Žen – Sunčani Ljudi (cd, Moonlee Records / Vox Project)
Žen is een Kroatische vrouwenband die bestaat uit Eva Badanjak (gitaar, keyboardss, zang), Sara Ercegović (drums, synthesizers, zang) en Ivona Ivković (bas, synthesizers, zang), die eerder al twee albums het licht hebben laten zien. Ze nestelen zich ergens tussen droompop, shoegaze, postrock en psychedelische muziek, waarbij ze heerlijk roeren in de muziek van de jaren 80 en 90. Dat is in feite niet anders op hun derde worp Sunčani Ljudi. Ze brengen in ruim 42 minuten acht tracks, die op ontwapende wijze weer tussen de genoemde genres past. De ene keer levert dat uiterst dromerige en op andere momenten harde, maar melancholisch gestemde muziek op. De groep brengt een geluid naar buiten, dat heerlijke herinneringen ophaalt aan Lush, Swallow, Cocteau Twins, Slowdive, Warpaint en in de hardere stukken ook Esben And The Witch. Dat zijn referenties waarmee je thuis kunt komen. Het is in elk geval een zeer fijn album geworden waar pracht en kracht en dromen en de realiteit op originele wijze samenvloeien.