Diggin’ Demos 8: Final Unit & Het Chateau D’If

Het muzikale hoogtepunt in het leven van Bob Timroff is de finale van de Grote Prijs van Nederland, op 15 december 1984. Hij werd tweede met z’n band Bad Bob.

Bob was jarig. En dronken, want z’n vriendin had het kort daarvoor uitgemaakt. Tijdens het lange beraad van de jury was een drag queen als pauzenummer heftig met beslag, suiker en melk in de weer. Bob’s synthesizer, die hij gekocht had door zijn Zilvervloot vroegtijdig – en dus niet boetevrij – te plunderen, dreigde besmeurd te raken, wat de onder spanning staande Bob het podium op deed stormen.

Na wat geduw en getrek begon het publiek – met de duimen naar beneden – om échte actie te roepen, maar dat liet de boomlange beveiliger niet gebeuren. Bob droop af. En de travestiet? Ik denk dat Paul de Leeuw daar veel geleerd heeft van publieksinteractie. Bad Bob bevestigde andermaal zijn imago als wildemannen van Wassenaar.

Een paar jaar terug in de tijd was Bob nog niet zo bad en maakte hij thuis Nederlandstalige minimal wavemuziek onder kunstzinnige namen als Het Chateau D’If en Ego Produkties. Als een Spinvis avant le lettre leerde hij zichzelf thuis muziek maken en schreef nog niet gehinderd door wat voor conventies dan ook de ene naar de andere goede tekst. Ik ben helemaal weg van deze heerlijke naïeve composities, die serieus een geremasterde-limited-edition-boxed-set-behandeling verdienen.

Daarnaast speelt Bob, begin jaren ’80, in Final Unit. Met een aantal andere lokale new wave bandjes vertegenwoordigden zij een door de VPRO gehypete stroming; die van de Wassenaarse Welle.

Ik sprak met Bob “Mij moet je echt doodknuppelen wil je me niet meer laten praten” Timroff in Den Haag en ontkwam niet aan het schrijven van een longread. Luister naar de muziek en lees meer over Bob en m’n demotapes van Final Unit & Het Chateau D’If. Kennen jullie Bob en de Wassenaarse Welle? Wat vinden jullie van de muziek? Wat is hun plek in de Nederlandse muziekgeschiedenis? Laat het me weten!


Dit is mijn gehavende demo van Final Unit. Als je op play klikt kun je tijdens het lezen luisteren naar de muziek. Onderaan dit artikel is ook nog een luisterlink geplaatst.

 

Ik ga nog eens een keer een verhaal schrijven over de herkomst van een groot deel van mijn demo’s, maar ik kan al wel verklappen dat veel tapes jaren in dozen onder een vloer, in een kruipruimte, hebben gelegen. Dat is mij vertelt, maar kon je ook goed zien toen ik de demo’s uit hun dozen haalde: ze zaten onder de schimmel!

Twee tapes stonken gewoon! Eén van die twee cassettebandjes – die van Final Unit – gooide ik meteen weg. Die durfde ik simpelweg niet af te spelen uit angst voor permanente schade aan m’n cassettedeck. De andere – van Het Chateau D’If – heb ik snel gefotografeerd en gedigitaliseerd. Maar na het afluisteren van de mp3 heb ik – bang om net zo’n juweeltje te hebben weggegooid – snel weer de tape van Final Unit uit de prullenbak gevist!

Pas toen ik ook foto’s nam van het uiteenvallende hoesje van Final Unit viel me op dat beide tapes zijn uitgebracht door Final Records. Er is dus een grotere overeenkomst dan de stank alleen. Cool! Hier ging m’n archeologische hart sneller van kloppen. Dit is waar Diggin’ Demos voor mij om gaat.

Op Facebook weet de zanger van Final Unit, Aad Kagenaar, me te vertellen dat Het Chateau D’If een alias is van de toetsenist van zijn band: Rob. Na een lange zoektocht langs aliassen beland ik bij Bob. Bob Timroff.

Na een aanvankelijke aarzeling van Bob vanwege de plotselinge aandacht, hebben we lange Messenger gesprekken. En in december 2016 ontmoetten we elkaar in een Haags café. M’n eerste interview in een rumoerige kroeg en tot overmaat van ramp zijn dertig minuten van ons gesprek niet terug te vinden op m’n iPhone. Iedereen die Bob weleens heeft gesproken weet hoeveel woorden en anekdotes dat zijn. Jammer; maar gelukkig is er genoeg blijven hangen voor een lang uitgesteld verhaal over deze markante artiest.

De muziek

Bob: “In de introductieweek van m’n studie sociaal cultureel werk (De Lok, Leiden) ontmoette ik Bas en het klikte gelijk. Ik had mijn net gekochte semi-akoestische bas meegenomen en Bas had zijn gitaar en een Pignose versterkertje uit Wassenaar opgehaald omdat we muziek zouden maken.  De leraren – van die socio’s – wilden de groepscohesie bevorderen door naar het strand te gaan, maar ondanks alle smeekbeden van onze zeer teleurgestelde groepsdocent, zijn wij – dwars als we waren – gewoon in Leiden gebleven. Daar, in een lokaaltje, heb ik voor het eerst met iemand samen gespeeld. En dat was, ondanks dat ik er misschien niks van bakte, echt magisch.”

“Ik had al wel wat les gehad aan de hand van de boeken van Ilja Croon. Zegt je dat iets? Iedereen heeft leren bassen en gitaar spelen met zijn boeken. Maar m’n muziekleraar stimuleerde me verder te gaan: Je moet gewoon meespelen met de Police enzo. Het is gewoon een kwestie van durven.”

Bas wist wat Bob écht nodig had. Hij wist nog wel een bandje. Als zanger! “Maar ik wil leren bassen, man! Nee joh. Gewoon in dat bandje gaan en dan zie je wel! En zo ontmoette ik Guido van Gennep (gitaar), Jan Meskers (bas) en drummer Martin. Ze hadden Mongoloid van Devo en Maria, Maria, ik houd van jou van Raymond van het Groenewoud op het repertoire staan. Ook een nummer van Ensemble Pittoresque en nog wat eigen nummers die in de maak waren. Best wel een rare combinatie eigenlijk. Maar hartstikke leuk! Ik had alleen geen instrument om te bespelen en moest iets in mijn handen hebben. Daarom heb ik toen een Korg MS10 gescoord. Bij Nico Servaas in Leiden. Het bandje moest nog wel een naam hebben. Dat werd Final Unit.”

Je verwacht het eigenlijk niet. Dat Wassenaar ook zijn jongerencultuur heeft. Maar al in 1971 bouwt de gemeente een oud politiebureau om tot een jongerencentrum, muziekschool en ondergronds diskafee: de Inntro. Het centrum wordt gerund door stichting Nijevelt. De stichting en ontmoetingsplek met nieuwe oefenruimtes worden in 1977 hernoemd tot Nieuw Nijevelt en er ontstaat een muzikale broedplaats, dankzij, of misschien beter, ondanks het vele gebruik van zwaar verdovende middelen.

“Jongerencentrum Nijevelt. Wat een ruige tent!”, vertelt Bob. “Daar zaten allemaal heroïnegebruikers, beroepsjunkies en shit. Het bloed zat echt tegen het plafond! Na de opknapbeurt was het op zich een mooie tent met een nette oefenruimte en ingebouwde apparatuur. We konden daar lekker spelen. Maar wat een raar sfeertje!”

“We hadden net een beetje repertoire en al een keer opgetreden in Nijevelt – wat moest als je daar oefende – toen drummer Martin besloot wat anders te doen.”

Het allereerste optreden van Final Unit. Met Guido & Bob

“Anyway: iemand wist nog wel een drummer, Henry Mulder, maar die wou alleen maar komen als de zanger, Aad Kagenaar, waar hij altijd mee speelde ook welkom was. Waarop ik dacht Dat is handig, dan heb ik m’n handen vrij!  Die Korg MS10 had namelijk nog geen presets en het was veel gedoe om alles in te stellen. Het ging ons eigenlijk om de drummer, maar uh, ik vond het dus wel prettig. Aad was mooi meegenomen!” In deze nieuwe bezetting neemt Final Unit in 1981 haar eerste demotape op. Met als eerste track een nummer dat door Bob geschreven is.

“Ook al kon ik eigenlijk nog niks; toch had ik snel mijn eerste nummertje gemaakt: Too late to operate. Thuis. Met een bandrecorder en cassetterecorder. Een themaatje, een tekstje. Met knikkende knieën aan de band laten horen. Nou! Staan ze het vervolgens letterlijk na te spelen. En dan gaat het vormen. Dat was het begin van het zelfvertrouwen. Van hé, wat leuk! Ik kan gewoon een nummer schrijven. Ja toch?”

 

 

Bob ontdekt dat hij thuis muzikaal kan ‘schetsen’ en brengt onder de naam Ego Produkties elf eigen nummers uit, die in zijn huiskamer zijn opgenomen. “Ik had keyboards. Eenvoudige spullen. Die had ik neergezet en kwamen nooit van hun plek. Zo kon ik elke dag wel iets doen.”

 

 

De regel was dat het op die dag ook af moest zijn. Met titels als Foto bij kaarslicht en Kill the socio’s vermengt Rob zijn eigen wereld met de inspiratie die hij krijgt van de recent overleden dub-dichter Ton Lebbink. Niets en niemand stond het muziekmaken in de weg. Zijn plekje was een walhalla voor muzikanten, want zijn onderbuurman was een dove man van in de tachtig.

 

 

Bob maakt zelf de hoesjes voor wat Final Records wordt genoemd. “Echte huisvlijt. Foto’s maken. Knippen. Plakken met rubbercementlijm. Een buurjongen, een hele braverik, vond ons hele kliekje wel interessant. Hij kwam bijna elke dag wel een keer langs. Zijn vader was drukker en toen hij mij zag freubelen met m’n geknip, heeft hij alles voor ons opnieuw gedrukt, gesneden en gekopieerd. Het was wat dik papier; dat deze hoesjes zo verrot zijn komt misschien omdat ze veel water konden opnemen.”

Zijn directe omgeving is Bob’s muze. Als hij in 1982 onder zijn nieuwste alias Het Chateau D’If opnieuw een tape met eigen nummers uitbrengt bezingt hij in 100 Graden , Wie is daar? en Op het  balkon gewoon zijn buren.

 

 

De teksten van Het Chateau D’If waren voor Final Unit ook aanleiding om in het Nederlands te gaan zingen. “Er was met Doe Maar, Het Goede Doel en Toontje Lager natuurlijk ook een rage aan het ontstaan, dus waarom ook wij niet? Ik was trouwens meer geïnspireerd door bands als Arbeid Adelt en DAF. In de simpele doch gehaaide benadering van tekst en muziek.”

Zoals in De stilte en ik. Bob: “Dat nummer komt heel zwaar over, terwijl Guido en ik dubbel lagen tijdens het schrijven. Omdat we weer een zwaar klinkende regel hadden gevonden die rijmde. “Laat mij met rust. Ik had bijna de dood gekust”. We zagen het helemaal voor ons. En de grap is: Aad legt het uit als een euthanasie keuze, terwijl wij die tekst verzonnen waar je bij stond. Mijn moeder wil het gedraaid hebben op haar begrafenis; ik denk alleen maar aan die keiharde hi-hat.”

De droom

“Ego Produkties en Het Chateau D’If voorzagen gewoon in de behoefte om elke dag iets te maken. Eigenlijk waren die tapes nooit bedoeld om echt uit te brengen. Maar je doet het ook niet helemaal voor Jan Doedel. Het is leuk als mensen het horen. Je geeft mensen een tape of vraagt 5 gulden voor de onkosten. Nooit bedoeld om geld mee te verdienen. Het is wat je nu zou doen op social media.”

“Met Final Unit was het onze droom om met de tapes zoveel mogelijk optredens te regelen!” En als KRO’s Rock Tempel start met de zogeheten groepenpresentaties om talent een platform te bieden, stuurt de band een promotape toe. En met succes! Op 21 november 1982 staat Final Unit in het Paard van Troje met vijf andere groepen uit regio Den Haag: Paranoise, ZaZa, Onderkast, Störung, Final Unit en De Div).

 

“Ik woonde zelf in de Schilderwijk in Den Haag, maar oefende met Final Unit in Wassenaar. Ja, naast heinen – ballen – woonden daar ook ‘gewone’ mensen” moet Bob me uitleggen. “In flats weliswaar. Met daarin veel werkloze jongeren.”

Störung is de eerste band die in 1982 muziek op vinyl uitbrengt. In eigen beheer. “Naar de perserij in België en terug illegaal de grens over met een volle doos platen.” Het label dat zo in Wassenaar ontstond: Clogontronics, brengt in de maanden daarop ook een langspeelplaat uit van Ensemble Pittoresque en een Nederlandstalige 12” van Final Unit, die Bob mij na afloop van het interview kado geeft!

Op de fotoshoot voor de 12″. Met zelf ontworpen stoel. Fotograaf Peter de Ruig

De burgemeester van Wassenaar krijgt op 18 juni 1983, tijdens Paûpop, het eerste exemplaar uitgereikt van de Clogsontronics verzamelelpee De Wassenaarse Slag: een mooie dwarsdoorsnede van de scene van dat moment en thans een collectors item van jewelste waar je meer dan € 100,- voor neerleggen moet.

Het hoogtepunt

Twee maanden eerder, op 20 april 1983, maakt het Nederlandse televisiekijkende publiek kennis met de muziek uit Wassenaar. In het VPRO-muziekprogramma Hotel Suburbia wordt een reportage getoond over de golf hippe new wave bands, die Wassenaar achter de duinen overspoeld heeft. Ze noemt het de Wassenaarse Welle. De aandacht van de omroep stuwt de populariteit van Störung, Ensemble Pittoresque, Bells of Home en Final Unit tot een hoogtepunt.

 

 

Bob kijkt er wat anders naar: “Final Unit was mijn eerste bandje. Leuk, maar meer een muzikale ontmaagding. Sommige songs zijn best wel goed, maar voor hoogtepunten moet je echt een band verder gaan. Natuurlijk ben ik trots. Rock Tempel en Suburbia vond ik natuurlijk ook wel te gek. Dat wij daartussen gezet werden. Alleen besef je dat op dat moment helemaal niet zo.”

En toen?

Een jaar na Hotel Suburbia is de hausse van de Wassenaarse Welle eigenlijk al weer voorbij. Hans Asscheman (stichting Nijevelt) in het Leidsche dagblad van juli 1984: “Op dit moment is weinig meer over van deze frisse golf. De VPRO repte ervan omdat ze de situatie van een rechts dorp met een contra-reactionaire muziekscene wel bijzonder vond. Muzikaal gezien waren we hier ook wel een andere weg ingeslagen. De ritmebox stond centraal in de composities, harmonie was vaak zoek en de zang had een ondergeschikte rol. Dat was niet altijd een bewuste keuze. Vaak koos men voor de oplossing om te ontkomen aan de wurgende greep van een gebrek aan muzikaal onderwijs. Desalniettemin werkte het soms verfrissend.

Nieuw Nijevelt wordt in 1984 gesloten vanwege het overmatige drugsgebruik. “Twee maanden geleden telde de sociëteit nog zo’n 30 vrijwilligers, van wie maar 2 of 3 harddrugs gebruikten. Het aantal verslaafden nam echter steeds meer toe en veel niet-gebruikers onder de medewerkers stopten daarom hun werkzaamheden. Op het moment van de sluiting waren er 5 niet-gebruikers over die onmogelijk nog konden samenwerken met de verslaafden.” En hoewel er absoluut geen relatie ligt met de drugs, vechtpartijen en subversieve elementen in Nieuw Nijevelt valt de sluiting ook samen met het einde van Final Unit en het uiteenspatten van de Wassenaarse Welle.

“Final Unit was geen klein bier en had best wel impact, blijkbaar. Maar zo ervoeren wij dat niet. Vooral Guido en ik waren heel kritisch en vonden het soms best slecht. Wij werden een dominante factor in de band. Op een gegeven moment wilden wij verder en hebben we ons uit de band gegooid.” Op 14 april 1984 was er een mooi afscheidsconcert in – wederom – het Paard van Troje.

 

Final Unit, Paard van Troje, 1982

“Na een paar maanden had Guido geregeld dat we de oefenruimte ingingen met Ed van Hoven (bassist van Ensemble Pittoresque, Bells of Home) en Léon Verkade (drummer van Parachute: dalend naar de top en Bells of Home): daar keken wij erg tegen op! Een hele goede strakke drummer en een bonkende bassist. Daaruit is Bad Bob ontstaan.”

Voor Bob breekt een nieuwe lente aan. Als Nieuw Nijevelt in september 1984 heropent als TENT, mag zijn nieuwe formatie Bad Bob, samen met Claw Boys Claw, de tent openen.

 

 

Met Bad Bob wordt Bob tweede in de finale van de Grote Prijs van Nederland en brengen ze een elpee uit op het fameuze Plexus label. Bob: “We hadden eerste moeten worden, maar Jip Golsteijn stak daar een stokje voor!” Het is die bravoure die je overal terugleest in krantenartikelen over Bad Bob, die zich de beste band van Nederland noemt. Hier is een hilarisch interview én artikel te lezen van een journalist die de band lyrisch een veer in hun reet steekt: “Onverschrokken, die klinkt alsof alles in de studio in één keer op de band is gezet, met een slidegitaar die klinkt als een scheermesje dat over een molensteen raspt, een bas als een kudde marcherende buffels, drums als mattenkloppers en een anachronistisch orgel. Bad Bob zingt erbij alsof z’n leven ervan afhangt.

 

 

En Bad Bob komt ook aan een eind. Net als I did it for Sheila, neo-romantic metalband Prairie Whore en het psychedelische Beautiful People, omdat Toon Moerland naar verloop van tijd wel heel erg met Hallo Venray begint te flirten. Ook speelt Bob mee met Son Of Chainsaw, dat nog een elpee uitbrengt op Clogsontronics en maakt hij improvisatiemuziek als The Good Ole Boyz.

Maar uiteindelijk is het toch de minimale muziek waar Bob, thuis, weer naar terugkeert.  Met natuurlijk een andere alias: Zebra404.

 

De Korg is inmiddels vervangen door een Mac en daarmee maakt Bob generatieve ambient-muziek. Brian Eno gebruikte de SSEYO Koan Engine toen hij in 1996 Generative I  ‘uitbracht’ op floppydisk en Bob is tester voor het bedrijf dat deze software ontwikkelde en nu als app beschikbaar heeft.

De technologie dringt dus het artistieke leven van Bob binnen. En internet. Op DFM.nu combineerde Bob beide tot een wekelijkse livestream, waarin hij twee uur lang kon experimenteren met soundscapes. En niet alleen schrijft hij stapels artikelen en boeken over informatica; ook maakt hij computerkunst en is hij een autoriteit op het gebied van 3d-printen en vloggen.

Het is moeilijk om een verhaal over een artiest af te ronden als ie – net als 35 jaar geleden – nog steeds elke dag iets gemaakt moet hebben. Maar generatieve muziek gaat tot in de oneindigheid door en laat zich niet op demo’s zetten. Ik maak er dus een eind aan. Met feedback, zoals muzikanten dat ook vaak doen.

Bob maakte dit twee uur durend ‘nummer’ door de feedback te vertragen, die 56 gitaristen – The Hague Feedback Orchestra – op het Spui een uur lang maakten. Een meditatieve toegift van jewelste!

 


De muziek van Final Unit en Het Chateau D’If is te beluisteren op het YouTube kanaal van Diggin’ Demos. De verzamelde feiten en foto’s van de Final Records tapes? Die zijn te vinden op Discogs

Marco van Dalfsen wou archeoloog worden, maar dat liep allemaal wat anders. Lees hier meer over de drijfveren van de schrijver van het verhaal over Final Unit en Het Chateau D’If of volg Diggin’ Demos op Facebook.

De nieuwe muziek van Bob Timroff a.k.a. Zebra404 is te vinden op ZebTV en Zebra404 Musicparts. ZebTV heeft ook een YouTube kanaal en Zebra404 kun je natuurlijk volgen op Facebook, waar je ook kunt leren vloggen of 3d-printen.