Choosing Death: The Improbable History of Death Metal & Grindcore (Albert Mudrian, 2004)

Choosing Death Nadat ik het een paar jaar terug al eens als misdruk op de mat zag ploffen, heb ik nu toch eindelijk dit standaardwerk in onverkorte vorm tot me kunnen nemen. Mudrian is de hoofdredacteur van mijn – mag ik dat zo zeggen? – lijfblad, het Amerikaanse extreme metalzine Decibel. Een verstandige beroepskeuze, want als schrijver is hij niet bijzonder engaging; weinig beeldend en een beetje saai. Ook focust hij wat al te graag op de businesskant van het verhaal (met name distributiebesognes), zodat vooral Digby Pearson, de oprichter van Earache, een wel erg prominente stem krijgt in het boek. Niet ten onrechte overigens, want Earache, het label van onder andere Napalm Death, Morbid Angel, Carcass en Entombed, heeft natuurlijk een cruciale rol gespeeld in de ontwikkeling van het genre. Het spreekt op een bepaalde manier ook wel voor de Amerikaan Mudrian dat hij zijn wellicht ietwat buitenproportionele bewondering voor de Engelse trailblazers niet onder stoelen of banken steekt.

De vele interviews met zo’n beetje alle prominente muzikanten maken bovendien veel goed. Het stikt van de hilarische anekdotes, verrassende feiten, onvermoede dwarsverbanden (het scheelde een haar of Death en Repulsion waren in 1985 gefuseerd) en bijzondere foto’s (Trey Azagthoth die halverwege de jaren tachtig staat te headbangen voor een podium met daarop de latere Nilegitarist Karl Sanders; die twee gaan wáááy back, zo blijkt). Leuk is ook het contrast tussen de Amerikaanse deathmetallers en de Britse grindpunks, met hoofdrollen voor motormouths Mick Harris (Napalm Death) en Jeff Walker (Carcass). Het meest treffend in deze is een opmerking van Napalm Deathoprichter Nik Bullen, die zonder omhaal toegeeft dat Engelsen nu eenmaal veel liever uitslapen, rondhangen en een blowtje doen in plaats van – bovenop een fulltime baan – zeven dagen per week acht uur per dag in het oefenhok op hun techniek staan te zweten zoals de Amerikaanse bollebozen Death en Morbid Angel.

Death komt er overigens opmerkelijk bekaaid vanaf, waarschijnlijk vanwege de niet meer te interviewen Chuck Schuldiner. Toch is het vreemd dat er werkelijk geen woord wordt vuil gemaakt aan Individual Thought Patterns en Symbolic; twee onbetwiste mijlpalen, maar stammend uit een periode (1993-1995) die in Mudrians verhaal nu eenmaal staat voor de teloorgang van het genre. Voor de meeste bands geldt dat het muziekinhoudelijk bijna uitsluitend over het demowerk en de debuutplaat gaat. Dat is op zich ook wel de meest interessante want onbekende fase, maar het voelt af en toe toch wel aan als half werk.

Verder blijven ook Autopsy en Neerlands trots Pestilence, dat alleen even aangestipt wordt in de slipstream van Cynic en het fusiondeathmetal-subgenre, tamelijk onderbelicht. Aan de andere kant is het paginalange betoog over het death-gehalte van – het ten tijde van de publicatie van het boek razendpopulaire – Slipknot door drummer Joey Jordison achteraf een beetje te veel van het goede. Ook moet ik altijd weer even bijschakelen om niet te vergeten hoe groot Cannibal Corpse en Six Feet Under, in ieder geval in de VS, toch wel niet zijn.

Wat ook niet helemaal duidelijk wordt is wat er nou zo ‘onwaarschijnlijk’ is aan de geschiedenis van het genre. Eigenlijk is het nogal recht-toe-recht-aan: Extreme undergroundmuziek krijgt freakshow-achtige bovengrondse belangstelling, gaat vervolgens hard op zijn bek als de major label gouden bergen willen worden beklommen, moet even een paar jaar pas op de plaats maken, om uiteindelijk een sterke comeback te maken.

Shane Embury

De echte held van het boek is uiteindelijk – als ik het goed tussen de regels door lees – Napalm Deathbassist Shane Embury (foto): De dikke lelijke fan die in zijn favoriete band mocht gaan spelen, de vredestichter in Napalm’s roerige tijden, de waggelende reclamezuil voor de grindpunk. Alleen de vele foto’s van zijn altijd door een zorgvuldig gekozen bandshirt omspannen lijvige gestalte maken het boek al de moeite waard, als een alternatief visueel historisch overzicht van het genre. Ik verdenk hem er ook van thuis een bewaker-van-de-heilige-vlam-stijl John Peel-altaartje te hebben.

Toch had ik in Choosing Death wel graag wat meer aandacht voor de muziek zelf gezien, voor stilistische ontwikkelingen en varianten, voor individuele albums ook, maar dat is duidelijk niet het objectief van dit boek. Dit bijvoorbeeld in tegenstelling tot het vorig jaar verschenen monnikenwerk met betrekking tot Zweedse death metal van praktiserend gitarist Daniel Ekeroth, en niet te vergeten de zojuist verschenen Decibel Hall of Fame-verzamelband Precious Metal; uiteraard onder redactie van Mudrian. Dat lijkt op voorhand al het ideale companion piece voor deze zeker boeiende maar soms ook wat zakelijke en zeker niet uitputtende geschiedschrijving.

Grootste persoonlijke winst is dat ik na jaren weer mijn absolute death metal micromoment heb herontdekt: De twee broodjes van de “Godly Beings”-sandwich. Al draai ik het twintig keer achterelkaar, de kippenvelreactie blijft onverminderd.

Thijs Gouwerok

Comments

comments

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.