Het schaduwkabinet: week 28 – 2017

Dan kan Trump “nee” zeggen tegen het hernieuwde klimaatakkoord, wij presenteren gewoon weer onze schone lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Action Beat + G.W. Sok, Art Feynman, Sam Baker, Beach House, Crash Ensemble, Dasher, Ex Eye, KRAFT, John Murry, Rubyfruit, Shabazz Palaces (2x), SQÜRL, This Is The Kit, Mikis Theodorakis/ Maria Farantouri, Vargkvint, Waxahatchee, Algiers, Body Sculptures en 21 Savage.

 

Jan Willem

Action Beat + G.W. Sok – The World Is Fucked And I Feel Fine (lp/digitaal, Psych KG)
Toen ik na 2014 had besloten te stoppen met Caleidoscoop en eigenlijk om te recenseren, want hetzelfde format, de dagelijkse druk en toch de drang om altijd met een lange recensie te komen was gewoonweg niet te doen. Daarna ben ik eigenlijk alleen maar meer gaan schrijven, maar toch één keer per week, soms heel korte recensies en soms uitgebreider. Of vaker ook niet, al is de toevoer bepaald niet verminderd. Ik durf me niet te vergelijken met G.W. Sok, maar ik kan me voorstellen dat na 30 stoppen bij The Ex voor een enorme vrijheid heeft gezorgd. Zijn output daarna is namelijk gigantisch en gevarieerd, maar ook van hoog niveau. King Champion Sounds, Cannibales & Vahinés, FiliaMotSa en The And maar ook vele gastoptredens bij dan wel samenwerkingsverbanden met groepen als L’Étrangleuse, Oiseaux-Tempête, Zoikle, Two Pin Din, Chapi Chapo & Les Petites Musiques De Pluie, Detective Instinct, Action Beat, The Bent Moustache, Year Of Birds, Gran Kino en meer (ja en meer) zijn daar de overtuigende bewijzen van. In 2014 werkt hij voor het eerst samen met de Britse experimentele punk/noiseband Action Beat, die gewoonlijk met 4 gitaristen, 1 bassist en tussen 1 en 4 drummers werken. Het levert de ijzersterke dubbele 10” A Remarkable Machine op. Deze krijgt vorig jaar nog een vervolg met de split-10” met Opening Bell. Nu zijn Action Beat en G.W. Sok terug met de lp (tevens digitaal) The World Is Fucked And I Feel Fine. In 10 tracks van bij elkaar ruim 37 minuten brengen ze een genadeloze wervelstorm vol noise, post-punk, avant-garde en harde experimenten. Denk aan een luide kruisbestuiving van Gone Bald, Dead Kennedies, Sonic Youth, God, The Ex en The Body plus die typerende poëtische vocale daadkracht van Sok. Het is een werkelijk overdonderende, maar meeslepende geluidsmuur vol woede, machteloosheid en gewoonweg ontwapende kracht.

 

Art Feynman – Blast Off Through The Wicker (cd, Western Vinyl / Konkurrent)
Ik geef met de plaatsing van Art Feynman bij de A, mijn recensies staan zoals je wellicht is opgevallen altijd op alfabetische volgorde, meteen prijs dat dit om een alias gaat. Het is het alterego van Luke Temple (Here We Go Magic), die hier in elk geval gelooft in animisme, ofwel dat dieren, planten, stenen, gebouwen en andere levenloze dingen een geest hebben. Net zo wonderlijk als deze filosofie wellicht is, is ook het album Blast Off Through The Wicker een collectie van bevreemdende songs. Al moet gezegd worden de muziek er echt wel mag wezen. Hij plaatst zijn frivool koel gezongen teksten in een ludieke mix van krautrock, avant-garde, minimal music, lo-fi IDM en Afrikaanse elementen. Dat terwijl de cd naar me lacht en de laptop me vreemd aankijkt, maar dat is logisch. Een naam die direct naar boven komt drijven, mede door de typische zang, is Arthur Russell. Ook Art Feynman beschikt over dat niet meteen knuffelbare, maar o zo intrigerende geluid. Maar ook Can, Woods, Mac DeMarco, Suicide, Peter Broderick, Paul Simon en Grace Jones lijken te figureren in deze psychedelische setting, waar David Lynch best jaloers op kan zijn. Hij gebruikt geen gangbare aanvliegroutes en belandt daardoor steeds weer op interessante, dikwijls onontgonnen gebieden. Hierdoor blijf je van de allereerste seconde tot de allerlaatste gekluisterd aan je boxen. Ik vind dit veruit het meest interessantste van de hand van Luke Temple ehm Art Feynman tot nu toe. Mijn laptop lacht me uit, maar de cd steekt een duim omhoog, terwijl het glas wijn een traantje laat. Ach, bepaal ook vooral je eigen visie in deze.

 

Sam Baker – Land Of Doubt (cd, Sam Baker)
Via muzikale vriend DS (voor insiders een geestige afkorting) wordt ik geattendeerd op het vijfde album Land Of Doubt van zanger/gitarist Sam Baker. Deze Texaanse muzikant, kunstschilder en fotograaf heeft een bijzonder verhaal dat hem tot muziek maken heeft aangezet. In 1986 overleeft hij ternauwernood een terroristische aanslag op een trein, terwijl hij op weg is naar de Machu Picchu in Peru. Maar liefst 18 herstellende operaties zijn nodig voor onder meer zijn beschadigde gehoor en linkerarm. Na ook een behoorlijke tijd van psychisch en emotioneel herstel, krijgt hij een bijzondere visie op de wereld, met de steun van boven. Met dat in zijn rugzak debuteert hij in 2004 pas op 50-jarige leeftijd met het overrompelende album Mercy, vol wonderschone songs die passie en diepgang hebben. Daarmee gaat hij eigenlijk op onverstoorbare en prachtige wijze mee verder op Pretty World (2007) en Cotton (2009). Voorlopig hoogtepunt vormt Say Grace (2013), waarop zijn singer-songwritermuziek, zoals altijd doorspekt met folk, altcountry en Americana, op alle fronten beter uit de verf komt. Iets uitbundiger ook wellicht. Nu keert hij terug met Land Of Doubt, waar hij weer met een meer ingetogen geluid laat horen. Dat zoals altijd samen met diverse gasten op piano, trompet en strijkinstrumenten. Alles staat in dienst van de fraaie teksten van Baker en diens bijzondere visie, die hier wel een heel fraaie omlijsting krijgt van jazz, folk, altcountry, blues, Americana en zelfs kamermuziek. Dat laatste vooral in de instrumentale tussendoortjes. Hij dringt je niets op, maar levert oprecht en sfeervol wat hij vindt. Je kunt hem ergens tussen Bill Fay, Townes Van Zandt, John Prine, Thomas Feiner (& Anywhen) en bij vlagen ook Lamchop en Dakota Suite. Hij benadert weer de intieme schoonheid van zijn debuut, maar gaat er in overtreffende trap overheen. Muziek van een ongekende bezielende en bezinnende pracht.

 

Beach House – B-Sides And Rarities (cd, Bella Union)
Bij ons thuis is het de goede gewoonte, althans dat vind ik, om geen eten weg te gooien. Meestal vriezen we het in of eten we het de dag erna nog op. En soms genieten de kippen mee. Kliekjes mogen er wezen. Dat laat ook het duo Alex Scally en Victoria Legrand van Beach House zien. Hun muziek bestaat doorgaans uit een mix van droompop, indierock en shoegaze, wat ze al vanaf 2006 op maar liefst 6 albums hebben laten horen. De laatste twee, Depression Cherry en Thank Your Lucky Stars, brengen ze allebei in 2015 uit. Deze mag je gerust rekenen tot het beste wat de groep heeft uitgebracht. Uiteraard zijn er ook altijd b-kantjes, zeldzame opnames, remixen en andere versies. Kliekjes! En die gooi je dus niet weg maar breng je uit als B-Sides And Rarities. Het zijn 14 overheerlijke songs, die bepaald niet onderdoen voor hun reguliere werk. De nummers vormen zelfs een sterk coherent geheel, dat je als fan of nieuwe instapper echt niet wilt missen.

 

Crash Ensemble – Ghosts (cd, Bedroom Community)
Ik houd wel van die avontuurlijke ensembles, die klassiek getinte muziek op eigengereide wijze en met een open mind weten te brengen, al is natuurlijk lang niet alles interessant. Maar Kronos Quartet, Bang On A Can en dergelijke mogen er wezen. Als er één verschijnt op het innovatieve Bedroom Communities, dan is het zeker de moeite waard om deze eens te beluisteren. Dat pakt in het geval van het Ierse Crash Ensemble dan ook goed uit. Het tegenwoordig tienkoppige collectief brengt nu de cd Ghosts. Met viool, altviool, cello, bas, fluit, klarinet, trombone, percussie, elektrische gitaar en piano blazen ze 4 composities van de hand van Nico Muhly, Valgeir Sigurd]ðsson (2x) en de oorspronkelijk oprichter van het ensemble Donnacha Dennehy op eigengereide wijze nieuw licht in. Het levert zowel heerlijk melancholisch als intrigerende muziek op, die liefhebbers van de genoemde ensembles en andere stemmige hedendaagse en minimal muziek als van Philip Glass zeker zal bevallen. Maar ook de fan van de meer georkestreerde rock vindt hier gehoor. De geest is uit de fles en mag er wezen. Prachtalbum!

 

Dasher – Sodium (cd, Jagjaguwar / Konkurrent)
Sinds 2013 brengt het Amerikaanse trio Dasher onder leiding van Kylee Kimbrough (drums, zang) een aantal 7”-es en een cassette uit. Intens rauwe songs die het stempel post-punk wel verdienen. Ze bouwen eerst stevig aan hun live reputatie, die er al snel mag wezen met hun energieke shows. Om nu eens echt een goede start buiten de podia om te maken brengen ze nu een herziene bundeling uit van bijna al hun eerdere songs. Allen opnieuw ingespeeld en beter opgenomen, wat een wereld van verschil betekent. Als ik het goed lees bestaat de band nu na diverse wisselingen verder uit Gary Magilla (bas), Steve Garcia (gitaar) en tweede gitarist Derek McCain. Kimbrough wil zijn Dasher helemaal heropbouwen, omdat de songs dat verdienen. Dat blijkt wel op het bewuste album Sodium. Ze brengen 11 vlijmscherpe songs vol post-punk en hardgaze. Bulderende zang, scheurende gitaren, pompende bas- en drumpartijen zorgen weer voor een ouderwets lekkere pot herrie. Deze doet je meermaals denken aan Today Is The Day, A Place To Bury Strangers, Brutal Juice, Pixies, Godheadsilo en Unsane, zij het hun energie en eigen aanpak er mag wezen. Zo maakt de groep veel gebruik van delay, die een diepere en meer psychedelische laag brengen. Al is het vooral genieten van hun ontketende geluid, dat ze op strakke wijze aan de man weten te brengen. Geweldig album en combo waar we vast nog meer van gaan HOREN.

 

Ex Eye – Ex Eye (cd. Relapse)
Bij een label als Relapse denk je doorgaans meer aan metal en aanpalende genres dan iets anders. Maar als je zoals Ex Eye de saxofoonvirtuoos Colin Stetson in je gelederen hebt, weet je maar nooit waar je uitkomt. Want naast zijn solomuziek werkt hij ook samen met onder andere Arcade Fire, Bell Orchestre, Tom Waits, TV On The Radio, Feist, Bon Iver, My Brightest Diamond, Laurie Anderson, David Byrne, Jolie Holland, Sinéad O’Connor, LCD Soundsystem, The National, Godspeed You! Black Emperor, Larval, 2 Foot Yard, Beulah, Burning Spear, Angelique Kidjo, Kevin Devine, Beanie Burnett, Mats Gustafsson, Anthony Braxton en Sarah Neufeld. Steeds weet hij de luisteraar te verrassen. Dat blijkt ook wel uit het gelijknamige debuut van Ex Eye. Naast Stetson bestaat de groep uit Greg Fox (drums), Shahzad Isnaily (synthesizers) en Toby Summerfield (gitaar). Allemaal laten ze ook elders van zich horen, maar hier bundelen ze hun krachten optimaal. In 4 composities brengen ze een origineel patchwork van black metal, jazz, improvisaties, avant-garde, postrock, progrock, noise en allerhande experimenten ten gehore, die boven van alles uitstijgt. Het brengt zoveel overdonderende pracht en kracht, dat het je de adem haast beneemt. Stetson weet ook hier in een compleet andere setting dan normaal te excelleren.

 

KRAFT – Harvest Of Despair (cd, Opa Loka Records)
Inmiddels is wel duidelijk dat het prestigieuze en avontuurlijke Opa Loka Records gewoon uitbrengt wat het goed vindt, ongeacht het genre. Want met uiteenlopende acts als Clara Engel, Daisy Bell. Orphax en Monoflow kan je werkelijk van alles verwachten. De enige rode draad die ik er kan ontdekken is dat het meestal om muziek met een melancholisch karakter draait, maar dat is dan ook alles. Nu verschijnt er de cd Harvest Of Despair van KRAFT, hetgeen een initiatief is van de Rotterdamse muzikant Robert Hofman. Hij laat eerder van zich horen in de experimentele neofolkband Osewoudt. Voor KRAFT kiest hij mede door persoonlijke zaken een ander pad. Hofman (accordeons, keyboards, drums, percussie, samples, veldopnames, teksten) wordt hier vergezeld door akoestisch gitarist Stefan Hayes (Terzij de Horde, Lantern Slides Past), elektrisch gitarist Dennis Lamb (Varunna, Azazel, Der Blutharsch And The Infinite Church Of The Leading Hand), de in Rotterdam woonachtige Oekraïense zangeres Kateryna Vinitskyi aka Kate Orange en zanger Richard Leviathan (Ostara, Death In June, Strength Through Joy, Foresta Di Ferro). Een ware internationale supergroep, die nu hun eerste cd Harvest Of Despair het licht laat zien. Hoewel licht in deze eigenlijk niet past. In de eerste track “The Dreadful Hours” krijg al je kaalgeslagen industriële gitaar- en elektronische geluiden die door helikopters en mitrailleurs bedient lijken te worden, wat een soort gefragmenteerd metalgeluid oplevert. Aan het eind klinken dreigend zoemende bijen en volgt er nog spoken word. De duistere toon is gezet. Alhoewel in “Gauze & Effect” klinkt eerst een Palestijns geluid, waarmee ze een eerbetoon brengen aan wijlen Bryn Jones ofwel Muslimgauze, om vervolgens een accordeon te laten klinken die ijl over een duister klanklandschap gaat vol pulserende geluiden en drones. Het is een bevreemdende maar biologerende combinatie. “Gold Into Lead” opent met zangsamples van lang geleden, die op spookachtige wijze door de muziek gaan. Deze gaan over in weer dat prachtige accordeonspel aangedikt met akoestisch gitaarspel en industriële ambient In “Ember” krijg je ook weer samples van jaren 30 muziek die overgaat in avant-gardistische dark ambient met dwingende Oekraïense zang. Het weet je zo bij de strot te grijpen. Even later krijg je er ook folk, jazz, neoklassiek en andere fraaie geluiden (zo worden kraaien met enige regelmaat op bijzondere wijze ingezet) bij. En zo blijven ze in 10 tracks continu variëren met deze duistere elementen, die je in een compleet nieuw universum en subrealiteit brengen. Ik heb de recensie eigenlijk ook niet kunnen schrijven met de muziek aan, zo meeslepend en wonderlijk is wat je steeds weer aan geluiden voorgeschoteld krijgt. Het is niet alleen van een diepgaande pracht, maar door de emoties als wanhoop ook zeer aangrijpend. De cd is dan ook opgedragen aan alle dappere gevallenen die hebben gestreden in Oekraïne in 2013/2014. Hoewel je moeilijk de vinger op dit unieke geluid kunt leggen moet je denken aan een donkere stamppot van Current 93, Coil, Omala, The Caretaker, Kreng en Svarte Greiner, waarmee Ennio Morricone een ietwat verontrustende soundtrack mee heeft gecreëerd. Dit is een compleet overrompelend album geworden, waarbij ze op knappe wijze schoonheid in een setting van angst en wanhoop hebben geplaatst. Dit gaat je niet in de koude kleren zitten.

 

John Murry – A Short History Of Decay (cd, TV Records / Konkurrent)
Je gunt artiesten de ellende die ze vaak moeten doormaken niet, maar het levert wel vaak hele mooie muziek op. En het feit dat ze het zelf naar buiten brengen, maakt al dat je er iets minder zwaar aan tilt. Neem muzikant John Murry, die kennelijk als adoptiekind opgegroeid is bij de nazaten van de befaamde William Faulkner. Hij is autistisch, al wordt dat nooit onderkent, wat tot veel problemen lijdt. Later met medicatie en opnames lijkt alles weer in het gareel te komen. Uiteindelijk belandt hij toch op straat en bezwijkt bijna aan een overdosis. De muziek blijkt zijn weg uit dat leven, wat hem twee fraaie albums oplevert en zijn voorlopige hoogtepunt, te weten zijn solodebuut The Graceless Age (2012). Maar dan overlijdt zijn mentor (Tim Mooney van American Muaic Club) en verlaten zijn vrouw plus dochter hem. Het slaat weer een krater in zijn toch al broze bestaan. Gelukkig grijpt hij weer naar zijn reddingsboei de muziek, mede dankzij Michael Timmins van de Cowboy Junkies. Murry (zang, gitaar, keyboards) komt nu met het door hem geproduceerde album met de veelzeggende titel A Short History Of Decay, uitgebracht op het fijn TV Records (voorheen Tenor Vossa). Hij mag rekenen op muzikale steun van drummer Peter Timmins (Cowboy Junkies), bassist Josh Finlayson (The Country Of Miracles, Skydiggers) en zangeres (en ex-vrouw van Elvis Costello) Cait O’Riordan (The Pogues, Pride Of The Cross, Elvis Costello, PreNup). Het levert 10 wonderschone tracks op die het midden houden tussen nachtelijke jazz, altfolk, Americana en alternatieve rock. Songs met een sterk persoonlijk karakter, die hij op fraaie en nostalgische wijze aan de man weet te brengen. Enerzijds brengt hij je vooral door de terug naar de beste periode van Bruce Springsteen en anderzijds zijn het John Grant, Richard Hawley, Mark Lanegan en J Mascis (Dinosaur Jr.). Met die laatste twee heeft hij met name in de wat hardere momenten ook muzikaal gezien wel enige raakvlakken. Ook de veelal autobiografische teksten zijn van een bijzondere pracht. Een reis van verval, die eindigt met hoop op een betere toekomst. Het allerbelangrijkst is dan toch dat dit allemaal zo aangrijpend en wonderschoon is. Een album dat je niet snel meer zal vergeten.

 

Rubyfruit – Half Moon (cdep, Rubyfruit / Five Roses Press)
Het Amerikaanse duo Rubyfruit speelt nu drie jaar samen. De groep bestaat uit de geweldige zangeressen Jenny Posnak (banjolele, keyboards) en Kate Hamilton, die op hun mini debuut Half Moon steun krijgen van gasten op bas, percussie, gitaar en achtergrondzang. Ze presenteren hun eerste oogst in de vorm van 5 tracks die na ruim 17 minuten finishen. Wat als eerste opvalt is dat hun samenzang werkelijk bijzonder fraai en harmonieus is. De bijpassende omlijsting, bestaande uit altfolk, indie, surf en Americana, mag er ook wezen. In feite brengen ze van die vreemde meisjes folk, waar veel van in omloop is, maar dan wel op overtuigend eigen wijze. Alsof Lily & Madeleine, Alela Diane, CocoRosie en Throwing Muses in het geheim een verbond zijn aangegaan. Het levert hoe dan ook een meer dan overtuigend en wonderschoon visitekaartje op.

Luister Online:
Daddy Long Legs / Red Dog (akoestische albumsnippers)

 

Shabazz Palaces – Quazarz Vs. The Jealous Machines (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Shabazz Palaces – Quazarz: Born On A Gangster Star (cd, Sub Pop / Konkurrent)
In 2011 debuteert het mysterieuze hip hop duo Shabazz Palaces uit Seattle met het geweldige duistere Black Up. Het is een combinatie van hip hop, dub, jazz en abstracte elektronica, die zich ergens op een ontontdekte plek in de kosmos lijkt af te spelen. Op bevreemdende wijze zitten ze ergens tussen Dälek, Sun Ra, Arthur Russell en Tricky in, al dekt dit de lading van hun bijzondere sound niet. Maar het zegt wel iets. Daarmee gaan ze ook verder op Lese Majesty, dat eens te meer onderstreept met wat voor unicum we te maken hebben. Dan blijft het een paar jaar stil, maar dat maken de heren Ishmael Butler (voorheen Digable Planet) en Tendai Maraire (Chimurenga Renaissance) goed door maar meteen met twee albums tegelijk te komen, waar op beide te lezen valt dat het aanvullende werken zijn. Ik ga maar op het catalogusnummer af en begin met Quazarz Vs. The Jealous Machines, die ook opent met “Welcome To Quazarz”. Het centrale thema van beide cd’s is het zogeheten Quazarz universum. Zou dat die onbekende plek zijn in de kosmos? Ze houden dat liever in het midden en doen gewoon waar ze goed in zijn, namelijk het maken van mysterieuze muziek die wars van hypes en eigenlijk ook genres is. Natuurlijk overheerst dat hip hop-gevoel mede door de sterke zachte raps van Butler, maar ze nemen je mee op een onnavolgbare trip waar ook experimentele elektronica, comic jazz en allerhande experimenten deel vanuit maken, al dan niet samen met gasten uit onder meer Chimurenga Renaissance. Ze presenteren zich als een stel aliens, vriendelijke welteverstaan, die wel eens even laten horen wat muzikale nieuwlichterij daadwerkelijk inhoudt. Dit levert een onnavolgbare trip vanuit een parallelle wereld op.
Dan heb je er een goede 42 minuten opzitten en is er nog de tweede schijf of eerste, de logica van buitenaardse wezens ontgaat me nog wel eens, met de titel Quazarz: Born On A Gangster Star. We weten nu in elk geval dat het om een ster gaat. Maar waar in de ruimte blijft een mysterie. De cd opent op nog meer bevreemdende wijze met geluid die ook daadwerkelijk uit een futuristisch universum kunnen komen. Het klinkt allemaal zeer relaxt maar onderhuid voel je de spanning. Net als op het zusteralbum blijft de muziek goed doorwaadbaar, zij het dat het allemaal wel wonderlijk is. Ze maken hier ook wel wat knipogen naar popmuziek uit de jaren 60 en acts als Daft Punk, Kraftwerk en Paris, maar hun invulling blijft van een andere, onaardse orde. Na ruim 35 minuten vraag je jezelf echt af of het allemaal echt is wat je hebt gehoord. Shabazz Palaces is echt van de buitencategorie maar wel die tot de inner circle gerekend mag worden. Geweldige trendsetters!

 

SQÜRL – EP #260 (cdep, Sacred Bones / Konkurrent)
SQÜRL is een voortzetting van de groep Bad Rabbit met filmmaker Jim Jarmusch, Carter Logan en Shane Stoneback in de gelederen. Met hun uiterst gelimiteerde epee EP #260, inderdaad in een oplage van 260, laten ze een rudimentair geluid horen dat noise, drones, psychedelische rock, stoner en elektronische muziek aan elkaar knoopt. Zoals de filmmaker betaamt moet dit muziek zijn die tot de verbeelding spreekt. En dat doet het ook op rauwe en ongedwongen wijze. Ze laten hun geluiden de vrije loop, maar weten hiermee telkens wel een bijzondere, duistere sfeer mee te creëren. De eerste drie tracks laten hun eigen visie op spannende hedendaagse rock zien, terwijl in de laatste twee nummers het Anton Newbombe (The Brian Jonestown Massacre) en het de Chileense krautrockband Föllakzoid zijn die zorgen voor twee fraaie remixen. Het levert al met al bijna 34 minuten vol intrigerende schoonheid op, die z’n weerga niet kent.

 

This Is The Kit – Moonshine Freeze (cd, Rough Trade / Konkurrent)
This Is The Kit is een Brits folkrock duo dat al in 2003 is opgericht door Kate Stables (zang, banjo, gitaar, percussie) en Jesse D. Vernon (gitaar, bas, vibrafoon, Rhodes, percussie, viool, zang). Inmiddels hebben ze drie albums en een remixalbum op hun naam staan. Ze brengen op eigengereide wijze een mix van altfolk en indierock, waarbij de prachtige bitterzoete stem van Stables echt een oorvanger is. Ze heeft zowel iets tijdloos als hedendaags in haar stem, waardoor je wisselend moet denken aan Nancy Elizabeth, PJ Harvey, Suzanne Vega en Karen Dalton. Dat is uiteraard weer het heugelijke geval op hun nieuwe album Moonshine Freeze. This Is The Kit bestaat hier verder uit Rozie Leyden (bas, percussie, zang) en The Liftmen drummer Jamie Whitby-Coles. Maar er zijn ook gasten en speciale gasten. Tot die laatste categorie behoren onder andere John Parish (productie, percussie, piano, bas) en Aaron Dessner (synthesizers, gitaar, piano) van The National. De overige (speciale) gasten brengen zang, piano, synthesizers en vele strijk- en blaasinstrumenten. Ondanks deze immense bezetting brengen ze veelal een uiterst ingetogen en breekbaar geluid naar buiten, die ergens landen tussen altfolk, nachtelijke jazz, indierock en singer-songwritermuziek. De 11 tracks zijn stuk voor stuk sfeervol en van een fraaie droefgeestigheid waar je enkel stil van kunt worden. Daarbij brengen ze bijzondere ritmes (soms haast Afrikaans) en mooie melodielijnen Liefhebbers van de genoemde zangeressen maar ook van Low, Jesca Hoop, Fairport Convention, Jason Molina en Laura Marling zullen hier vast mee uit de voeten kunnen. Hun allermooiste wapenfeit tot nu toe.

 

Mikis Theodorakis – Radar (cd, Minos EMI / Xango Music Distribution)
Maria Farantouri – O Hronos Pou Metraei: 40 Best 1965-2000 (2cd, Minos EMI / Xango Music Distribution)
Bij de Griekse muziek kan je eigenlijk niet om componist Mikis Theodorakis (1925) heen, die al sinds zijn 17de actief is. Hij heeft zich dikwijls laten leiden tot het maken van politiek geëngageerde songs of gewoonweg protestmuziek. En hij heeft een roerig leven gehad, want gemarteld tijdens de Tweede Wereldoorlog waar hij actief is in het verzet, actief in de Griekse burgeroorlog en uiteindelijk verbannen tijdens het kolonelsregime. Naast muziek schrijven belandt hij uiteindelijk ook in de politiek. Veel van zijn werken worden door andere artiesten opgepikt en uitgevoerd. Het is een internationale nog altijd levende legende. In 1981 verschijnt het geweldige album Radar, waarop de geweldige zang van George Dalaras (1949) te horen is. Deze zanger start ook op zijn 17de, zij het 24 jaar later dan Theodorakis. Dalaras is natuurlijk ook geen onbekende en heeft ook al met legio componisten samengewerkt. Dit album samen is wel een heel bijzondere, vol met de betere melancholische Griekse folk en populaire muziek. In 2004 opnieuw uitgegeven in een geremasterde en duidelijk opgefriste versie. En nu dus weer, wat volkomen terecht is. Een bijzonderheid voor eenieder die van de Griekse muziek houdt en voor degenen die ergens in willen stappen.
Een naam die ook onlosmakelijk verbonden is met Mikis Theodorakis is die van zangeres Maria Farantouri (1947), tevens politiek en cultureel activiste. Ze heeft natuurlijk ook wel werken van Manos Hadjidakis en Eleni Karaindrou ten gehore, maar ze wordt op 15-jarige leeftijd al ontdekt door Theodorakis en zal erna veel van zijn werken vertolken. Ook zij groeit uit tot een belangrijke vertegenwoordigster van de Griekse folkmuziek, al beperkt ze zich daar niet enkel toe en brengt ze ook Italiaanse en Spaanse songs ten gehore. Hoewel ze echt een imposante discografie heeft, net als haar mannelijke collegae van hierboven, is er met de compilatie O Hronos Pou Metraei: 40 Best 1965-2000 een poging gewaagd om dit puntig samen te vatten. Eerder is deze compilatie al in 2004 uitgebracht, maar ook hier – wederom terecht – vinden ze het bij Minos EMI tijd om dit werk andermaal het licht te laten zien. De vrouw met de werkelijk hemelse stem waarin altijd een fijne snik te horen is, mag of eigenlijk moet gehoord worden. Hier krijg je een prachtige compilatie van haar werken die ze tussen 1965 en 2000 heeft uitgebracht. Stuk voor stuk pareltjes, ook al is veel buiten deze 40 tracks ook een dikke aanrader. Maar het is een schitterend overzicht en de perfecte introductie voor degenen die gewoon iets van haar muziek in huis willen halen.

 

Vargkvint – Brus (cd, Soft Recordings)
Van je (muziek) vrienden moet je het hebben, kent u die uitdrukking? En je hoort natuurlijk wel al die verhalen van mij, maar HD kan er ook wat van. “Ken je deze al?” En voor het weet ben je helemaal verslingerd aan het Zweedse Vargkvint. Dit is het soloproject van Sofia Nystrand, die haar muziek creëert met zang, piano, harmonium, accordeon, zingende zaag, citer, duimpiano, klokkenspel en andere sfeermakers (veldopnames, elektronica). Op haar eersteling Brus, hetgeen “ruis” betekent, krijgt ze nog hulp van Jakob Lindhagen op synthesizers en eenmaal met de compositie ook van David Teboul (Linear Bells, Kissy Suzuki, Embark). Ze brengt 7 uiterst breekbare, mistige songs, vol subtiele details, die de titel ruis wel verdienen. Haar zang is daarbij uiterst fragiel en sereen. In feite is het allemaal uiterst minimaal, maar ontzettend doeltreffend. Een verfijnde combinatie van neoklassiek, folk, ambient, veldopnames en drones. Muziek die zo ontzettend mooi en melancholisch is, dat het heel diepe snaren weet te raken. Het roept wel associaties op met Amiina, Sigur Rós, Colleen, Grouper, Twinsistermoon, Ekin Fil en múm, zij het dat ze wel echt over een eigen sound beschikt en soms overkomt als een voltallige band. Het is een ongelooflijk zinnenstrelend debuut geworden.

 

Waxahatchee – Out In The Storm (cd, Merge / Konkurrent)
Waxahatchee is sinds 2010 het soloproject van de Amerikaanse Katie Crutchfield, zus van Allison Crutchfield waarmee ze de groep P.S. Eliot deelt, dat ze vernoemd heeft naar een kreek in Alabama. Ze brengt meestal een mix van folkrock en alternatieve rock, waarbij haar zoetgevooisde zang een prettige factor vormt. Op haar vierde album Out In The Storm brengt ze 10 goudeerlijke en ongepolijste songs. Katie (zang, gitaar, keyboards, piano, percussie) krijgt hierbij hulp van zus Allison (keyboards, percussie), Sky Larking en Sleater-Kinney lid Katie Harkin (zang, gitaar, keyboards, piano, percussie), Ashley Arnwine (drums), P.S. Eliot lid Katherine Simonetti (bas) en Joey Doubek (percussie). In krap 33 minuten laat ze een fijn rockgeluid horen, dat een zekere kwetsbaarheid en intimiteit bevat. Ik moet zelf regelmatig denken aan een mix van The Breeders, Throwing Muses, Flip Grater en Sharon Van Etten, al brengt ze duidelijk een eigen persoonlijke sound naar buiten. Dat levert een kort maar krachtig en bovenal pakkend en uiterst fraai album op.

 

Martijn

Algiers The Underside Of Power
Bij Pitchfork vinden ze het allemaal wat te veel maar daar heb ik als metalhead niet zo’n problemen mee. De aparte mix van postpunk, gospel/soul en duistere elektronica klinkt mij uitstekend in de oren. Hoewel er geen metal aan te pas deelt het in de verte wel een bepaalde vibe met Zeal & Ardour, waarschijnlijk de soul in combinatie met de duistere sfeer. Maar dan minder schetsmatig uitgewerkt en lekker dik aangezet dus, en daar houd ik wel van. En dat activistische thema is helaas ook nog steeds hard nodig.

Body Sculptures A Body Turns To Eden
De duisternis van Algiers’ elektronica hoor je ook in abundance bij dit groepje alumni van het Posh Isolationlabel, o.a. Puce Mary en Varg. John Carpenter, Pye Corner Audio, wat Marie Davidson (hoewel dansmuziek hier erg ver weg is), met een noisy randje. Visioenen van post-industriële landschappen met wellicht hier en daar een zombie.

21 Savage Issa Album
Het is dus een album. 21 Savage houdt het simpel. Of flapt er gewoon iets uit. Lil Yachty zei „blow me like a cello”, 21 wil een blowjob als Lewinsky. Maar net als op zijn Savage Mode mixtape is die schijnbaar ongeïnteresseerde „no fucks given”-houding juist wat het aantrekkelijk maakt. Het past wel bij die onderkoelde beats. En als ze niet van Metro Boomin zijn dan hebben ze toch die sfeer. Soms is daar ook niet veel over nagedacht (random autotune, een hele bekende sample of soms een bijna lullig keyboardlijntje). En toch blijf ik het draaien.