Het schaduwkabinet: week 24 – 2017

Coalities lukken enkel in de schemer. Dat blijkt ook wel weer uit onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: 1115, B Boys, Chantal Morte, Cigarettes After Sex, Dakota Suite & Quentin Sirjacq, Lila Downs, Hidden Orchestra, Jewish Monkeys (2x), Kronos Quartet, LLNN/ Wovoka, Meïkhȃneh, Kevin Morby, Mynsterland, Michael Nau, Irving Park, Bjørn Riis, Schonwald, Sufjan Stevens/ Nico Muhly/ Bryce Dessner/ James McAlister, Tombouctou, Trio Tekke & Dave De Rose, Völur, Justin Walter, ToiToiToi en Emel.


 

Jan Willem

1115 – Post Europe (cd, Alien Transistor / Konkurrent)
De leden van The Notwist houden er niet alleen ontzettend interessante projecten op na, ze runnen ook het innovatieve, prestigieuze label Alien Transistor. Vrijwel alle releases hierop zijn de moeite waard en dikwijls behoorlijk experimenteel en meer elektronisch dan ze doorgaans zelf zijn. Zo is er nu het nieuwe duo dat luistert naar de naam 1115. Ze brengen na een 12” van vorig jaar nu hun debuut Post Europe uit. Dit tweetal bestaat uit Grey en Fehler Kuti, dat als ik diep graaf de aliassen van de uit Munchen afkomstige muzikanten Peter Donner en Julian Maison betreft. Hoe dan ook brengen ze hier een unieke elektronische mix van tribale muziek, avant-garde, IDM, krautrock en jazz. De elektronica struikelen haast over elkaar heen en zorgen voor prettig verstrooiende en bevreemdende muziek. Daarbij krijg je zowel associaties met Yello, Suicide, Köhn en KLF als Saroos, Arca, The Caretaker en Curtis Mayfield in je schoot geworpen. En zo kan je nog wel wat andere namen plakken achter deze uiterst eigenzinnige act. Een geweldig album, dat eens te meer de toegevoegde waarde van Alien Transistor onderstreept.

Luister Online:
Post Europe (albumsnippers)

 

B Boys – Dada (cd, Captured Tracks / Konkurrent)
Vorig jaar levert het New Yorkse met de mini No Worry No Mind, van 8 nummers lang en 21 minuten breed, een veelbelovend visitekaartje af. De groep bestaande uit Andrew Kerr, Brendon Avalos en Britton Walker brengen met de eenvoudige maar doeltreffende middelen als gitaar, zang, bas en drums een aanstekelijke mix van psychedelische rock, noise, hardcore, punk en wave. En dat doen ze met verve. Nu is er dan de cd met de veelzeggende titel Dada. Ook hier gaan ze gewoon verder met hun eenvoudige maar uiterst pakkende recept. Ditmaal met 13 nieuwe songs, die ook niet veel verder komen dan ruim 32 minuten. Maar dat nummers niet lang hoeven te zijn om indruk te maken is wel vaker bewezen. B Boys bewijst dat andermaal met lekker stekelige songs, die allemaal met een goede punkattitude gebracht worden en tussen de 50 seconden en met hoge uitzondering 4,5 minuut klokken. Gewoon oprechte, spontane en rauwe muziek die z’n uitwerking niet mist. Muziek waarbij je, ondanks je inmiddels wat stramme rug, spontaan weer de neiging krijgt om eens flink te gaan pogoën. Denk daarbij aan een hybride van Wire, Warsaw, Parquet Courts, Buzzcocks, Rats On Rafts, Ramones en Minor Threat. Ze weten bekende ingrediënten op smakelijke wijze te herrangschikken en dienen daarmee een genietbaar geheel op.

 

Chantal Morte – Mental Short (cd, Atypeek Music/ Animal Biscuit)
Als je labels als gothic r’n’b, cold wave folk, loden blues, anti-rockband en dergelijke krijgt opgeplakt zit er iets goed mis in de kop of je doet iets geniaals. Ik ben geneigd te zeggen dat een combinatie van beiden van toepassing is op het Franse duo Chantal Morte, dat op papier bestaat uit Mika Chantal en Roco Morte. Maar Mika Chantal is ook actief als Mika Pusse, waarbij je ook deze naam wellicht in twijfel mag trekken. Dan maar focussen op de muziek. Na het debuut No More (2007) komen ze 10 jaar later met Mental Short. Ze brengen hier 16 tracks ten gehore, die je op z’n zachtst gezegd uiterst merkwaardig kunt noemen. Naast eigen muziek laten ze ook covers van Kurt Weill en Serge Gainsbourg het licht zien. Het instrumentarium lijkt te bestaan uit potten, pannen, samples, bas, gitaar en allerhande elektronica waarmee ze bevreemdende ritmes produceren. Ook de zang van Mika is niet alledaags, want het lijkt of hij met een zware basstem door een pvc-buis zingt. De muziek is rauw, hoekig en verder behoorlijk avant-gardistisch en innovatief. En toch weet dit alles je behoorlijk in te palmen. Grofweg klinken ze als een verkeerd gesmede legering van Nick Cave, Butthole Surfers, Tom Waits, Grötus, Einstürzende Neubauten, The Residents, Foetus, Young Gods, Von Magnet en Fever Ray. Het is totaal onvoorspelbaar wat ze je hier voorschotelen. Geniale gekte!

 

Cigarettes After Sex -Cigarettes After Sex (cd, Partisan Records)
Je moet in het Nederlands toch niet met een naam als Cigarettes After Sex aankomen, maar in het Engels heeft het wel iets sensueels. Deze Amerikaanse groep rond Greg Gonzales (zang, gitaar) is al in 2008 opgericht en heeft in 2011 al eens een digitale release uitgebracht plus erna nog een handvol mini’s. Toch gaat de gelijknamige cd de boeken in als hun officiële debuut. De band bestaat verder uit Phillip Tubbs (keyboards), Randy Miller (bas) en Jacob Tmsky (drums). Ze laten hierop een net zo zwoel als onderkoeld geluid horen. Dat duale maakt de muziek meteen intrigerend, al is het geluid ook gewoon behoorlijk toegankelijk. Maar er hangt een mysterieuze zweem over het geheel wat het interessant maakt. Op heerlijk lome en nachtelijke wijze brengen ze een mix van droompop, pop noir, slowcore en shoegaze. Het heeft dat lekker stroperige van Mazzy Star, het zwoele van Swallow, het landerige van Red House Painters, het dromerige van Slowdive, dat langzaam breekbare van Low en het licht onderkoelde van The xx. Toch hebben ze wel een eigen sound in huis waarmee ze het verschil weten te maken. Het lijkt veel van hetzelfde, maar in feite opereren ze continu op een hoog niveau. Daardoor verveel je jezelf ook geen seconde en is het gewoon intens genieten van deze sensuele muziek. Een waar droomdebuut.

 

Dakota Suite & Quentin Sirjacq – Wintersong (cd, Schole)
Vanaf halverwege de jaren 90 mag je voor de betere melancholische muziek rekenen op Dakota Suite rond de wonderschone treurwilg Chris Hooson, waarbij de herfst op zijn stembanden ingesleten is. In het begin wisselen ze songgerichte muziek af met instrumentale, filmische en klassiek getinte. De laatste jaren zijn het vooral die van de eerste categorie, maar het is altijd muziek die me keer op keer diep weet te raken. Hij werkt door de jaren samen met uiteenlopende artiesten, waaronder ook de geweldige Franse pianist/cpmponist Quentin Sirjacq, die zelf ook al menig fraai solowerk het licht heeft doen zien. Samen hebben ze in 2015 door Japan getoerd, waar het album Wintersong de samenvatting bevat. Iedereen die dit tweetal live samen heeft gezien, zoals ik met een hele mooie Fluister, weet hoe intens dit is. Het klinkt dikwijls anders dan op de studioalbums en komt nóg harder binnen. In Japan is het slechts zang plus piano, maar dat blijkt ook precies genoeg om diepe indruk te maken. Door de werkelijk fantastische opnames hoor je eigenlijk niet eens dat dit live is, maar klinkt het vooral als een album dat in je huiskamer afgespeeld wordt. Dit voegt absoluut veel aan de toch al mooie originelen toe. Wonderschone droefgeestigheid die tot tranen roert en voor bergen kippenvel zorgt (en niet door de winterkou).

 

Lila Downs – Salón, Lágrimas Y Deseo (cd, Sony)
Pak me niet op een dag, maar 20 jaar geleden maakt ik voor het eerst kennis met de in Amerika opgegroeide Mexicaanse Lila Downs middels Sandunga, die in één of ander folkmagazine onder de aandacht werd gebracht. Een prettige mix van texmex, Latin en traditionele Mexicaanse muziek, waarbij ze dikwijls nog in het inheemse talen als mixtec en zapotec zingt. Daar is ze inmiddels wel wat vanaf gestapt, maar ze maakt iedere keer nog leuke albums. Nu mijn negende van haar Salón, Lágrimas Y Deseo, die volgt op Balas Y Chocolate (2015). Ze brengt doorgaans naast eigen creaties ook wel wat van andere, veelal artiesten van weleer. Nu zijn 7 van de 14 tracks van anderen, waaronder Agustin Lara en José Alfredo Jiménez. Deze voorziet ze van een hedendaags jasje, waardoor ze perfect tussen haar eigen songs passen. Het merendeel van de songs is redelijk ingetogen, maar krijgen altijd wel een luchtig tintje door de Mariachi-achtige begeleiding.en een enkele keer is het uitbundig. Het eerste heeft daarbij mijn voorkeur. De arrangementen zijn duidelijk voor een breder publiek gemaakt en dat heeft Downs met haar geweldige stem niet nodig. Neemt niet weg dat het een prima genietbaar album is geworden.

 

Hidden Orchestra – Dawn Chorus (cd, Tru Thoughts / Bertus)
Hidden Orchestra is, net als voorloper Joe Acheson Quartet, het geesteskind van componist/multi-instrumentalist Joe Acheson. Toch werkt hij steevast samen met Poppy Ackroyd (viool, altviool), Jamie Graham (drums) en Tim Lane (drums, trombone), zowel in zijn eerste groep als met de huidige band. Je kunt dan ook gerust van een groep spreken. Daarmee hebben ze de topalbums Night Walks (2010) en Archipelago (2012) uitgebracht, vol jazzy filmische en nachtelijke pracht. Deze zijn zeer geschikt voor liefhebbers van Kammerflimmer Kollektief, Dale Cooper Quartet & The Dictaphones, Tied+Tickled Trio en Cinematic Orchestra. In 2015 verschijnt Reochestrations, waarop Acheson nummers van anderen remixt en zelfs met drum’n’bass uit de hoek komt. Dawn Chorus is dus feitelijk pas de derde cd van dit collectief. Acheson (bas, contrabas, ney, pistalka, citers, HAPI drum, percussie, akoestische gitaar, piano, klokkenspel, veldopnames), die heel veel instrumenten voor zijn rekening neemt, wordt wel weer vergezeld door de eerder genoemde artiesten. Daarnaast nog een hele batterij aan muzikanten op cello, muzikale zaag, clàrsach, elektroharp, trompet, uilleann pipes, piano, zang en 6 klarinetten door mij welbekende Tsjechische muzikanten. De veldopnames en met name de geluiden van vogels is behoorlijk toegenomen, zoals het geval is bij een goede dageraad. Alleen de rust die het prille begin van de dag meestal met zich meebrengt, is hier maar ten dele aanwezig. Nog altijd is de basis van de muziek behoorlijk jazzy basis en de sfeer filmisch en nachtelijk, of passend bij de dageraad dan. Echter is het geluid meer extrovert, hetgeen met name door de bijna drum’n’bass achtige ritmes en de andere percussiegeluiden komt, die regelmatig opduiken. De muziek is hier tevens rijk gedetailleerd; er gebeurt ontzettend veel, maar echt druk of chaotisch wordt het ook nooit. Verder is het aandeel neoklassiek ook wat toegenomen. Als de muziek je eenmaal gegrepen heeft is er geen ontkomen meer aan en wordt je meer dan een uur ondergedompeld in een droomwereld. Naast de genoemde artiesten is ook Portico Quartet nog een associatie die boven komt drijven. Het is zonder twijfel hun magnum opus. Diepgravende, indringende schoonheid.

 

Jewish Monkeys – Mania Regressia (cd, Greedy For Best Music / Xango Music Distribution)
Jewish Monkeys – High Words (cd, Greedy For Best Music / Xango Music Distribution)
Does humor belong in music? De vraag van Zappa, die ook door hemzelf met een volmondig “ja” wordt beantwoord. Maar dat gaat dan wel om bepaalde humor, want er zijn genoeg bands waarbij je om die reden volledig afhaakt. Een groep die het op melige maar geweldige wijze doet is het achtkoppige Jewish Monkeys uit Israel. Ze houden ervan te breken met genregrenzen, religieuze en etnische taboes. Op hun debuut Mania Regressia uit 2014 laten ze dat allemaal op overtuigende wijze horen. Het is een mix van klezmer, Balkanmuziek, rock, punk en traditionele muziek, waarbij ze in het Engels en Jiddisch hun dikwijls controversiële teksten ten gehore brengen. Uptempo energieke muziek die ze met zang, accordeon, bas, drums, gitaar en trombone inkleuren. En met veel humor en cynisme gebracht. Fraaie voorbeelden zijn hun “Banana Boat vs. Hava Nagila” en de cover “Add It Up” van Violent Femmes, maar ook hun eigen stukken mogen er meer dan wezen. Ergens op het snijvlak van The Klezmatics, Goran Bregovic, Gogol Bordello en Mano Negra. Waarom zoveel aandacht besteden aan hun debuut? Dat is simpelweg omdat deze gelukkig nu weer beschikbaar is.
Inmiddels hebben deze brutale apen ook hun tweede cd High Words uitgebracht. Hierop serveren ze 10 nieuwe tracks, die weer 37 minuten lang voor veel humorvolle muziek zorgen, waarbij ze wederom beschikken over een lekkere punkattitude. Maar het is doordat ze tegen heilige huisjes aanschoppen (homoseksualiteit, verbroedering met andere religies) wel echt serieus te nemen. Dat ze dit met enige vrolijkheid brengen maakt het wel licht verteerbaar. Inmiddels hebben ze nog een extra vocalist ingelijfd en werpen ze ook wat keyboards in de strijd. Ze gaan in feite op nog betere wijze verder, waarmee ze met hun eersteling geëindigd zijn. Ook de referenties blijven daarbij intact. Hun muziek is niet in hokjes of landen te plaatsen en dat maakt dat ze voor velen toegankelijk zullen zijn. Iets vaker dan voorheen laten ze ook een wat meer melancholisch geluid horen, onder meer in de klassieker “Shprayz Ikh Mir” van Eliyahu Teitelbaum, die ik ken van een uitvoering door The Klezmatics. Bepaald geen moeilijk tweede album, wel een ijzersterke en vrolijk makende.

 

Kronos Quartet – Folk Songs (cd, Nonesuch)
Het altijd avontuurlijke Kronos Quartet, dat tegenwoordig nog bestaat uit David Harrington (viool), John Sherba (viool), Hank Dutt (altviool) en Sunny Yang (cello), is altijd voor van alles en nog wat in geweest. Van het gebruikelijke klassieke werk en filmmuziek tot wereldmuziek en experimenten. Nu komen ze met Folk Songs, waarop ze traditionals in arrangementen van onder meer Nico Muhly een nieuw leven wordt ingeblazen. Dat doen ze op klassiek getinte wijze, al hoor je de folk in de melodieën wel terug. Maar dat is nog niet alles, want ze werken in de 9 tracks ook samen met de geweldige vocalisten Sam Amidon, Olivia Chaney, Natalie Merchant en Rhiannon Giddens. Elk nemen ze twee songs voor hun rekening en één is instrumentaal. Dat levert werkelijk bij de strot grijpende muziek op, die traditionele muziek op tijdloze wijze voor het voetlicht brengt. Wat blijft dit toch een subliem kwartet!

 

LLNN/ Wovoka Marks/ Traces (cd, Pelagic / Cargo)
De 4 jonge Denen van LLNN hebben vorig jaar nog diepe indruk gemaakt met de cd Loss. Hierop laten ze haast apocalyptische post-metal horen, die net zo krachtig en ijzingwekkend als bij de strot grijpend en groots is. Tel daarbij de geweldige buldervocalen bij op en je hebt een vuistslag van heb ik jou daar te pakken. Ze brengen nu samen met de Amerikaanse post/sludge metalband Wovoka het splitalbum Marks/ Traces uit. De eerste 6 van de 7 tracks zijn afkomstig van LLNN en bevat de mini Marks, die ze in 2014 als cassette en split-12” met Grim Van Doom hebben uitgebracht. Hierop is nog goed te horen dat bands als Neurosis, Isis, Minor Threat, Red Harvest en dergelijke in het DNA van deze Denen zit. Maar dat doen ze wel op hun eigen wijze en met volle overtuiging. Zo openen ze met het verpletterende “The Guardian”. En als een dieseltrein stomen ze door om na 5 zeer indrukwekkende tracks tot stilstand te komen. Dan brengen ze nog één nieuw nummer vol met gitzwarte, dreigende darkambient, waar ze ook mee weten te overtuigen; voor herhaling vatbaar.
Dan heb je er 21 minuten opzitten en begint Wovoka, die in 2015 met hun debuut Saros aan komt zetten, met hun slotoffensief “Traces”. Deze is maar liefst 17,5 minuten lang. Ze trekken op slepende maar krachtige wijze overrompelende, massieve gitaarmuren op, die ze larderen met eveneens fijne buldervocalen. Wat dat betreft zijn beide bands goed aan elkaar gewaagd. Nadat ze je volledig ondergedompeld hebben in hun woeste geluid, zorgen ze even voorbij de helft voor wat ademruimte. Dat blijkt echter de aanloop naar een uiterst venijnig eind. Pijnlijk goed!

 

Meikhâneh – La Silencieuse (cd, Buda Musique / Xango Music Distribution)
Er zijn van die groepen die landgrenzen doen vervagen, waarbij je wellicht echt van wereldmuziek mag spreken. Dat geldt ook zeker voor het Franse trio Meikhâneh, dat gevoed wordt door verbeelding, improvisatie en traditionele muziek uit Europa, Mongolië en Iran. Dat lijken op papier wellicht geen werelden die eenvoudig bij elkaar komen, maar daar weet deze groep wel raad mee zo blijkt uit hun mini debuut La Maison De L’Ivresse (2012). Ze zingen in verschillende talen, brengen Mongoolse keelzang en omlijsten dat met muziek uit verschillende windstreken, waarvoor ze ook een hoop Oosterse instrumenten gebruiken. Grenzeloos genieten! Nu is het drietal terug met La Silencieuse. Maria Laurent (zang, tovshuur, morin khuur), Johanni Curtet (khoomei, keelzang, gitaar, dombra, mondharp) en Milad Pasta (zarb, daf, udu) worden vergezeld door gasten, op tzouras, saz, udu, riqq, ikh khuur en accordeon. Onder hen ook Uuganbaatar Tsend-Ochir van Egschiglen. Ze laten zoals het brede Oosterse instrumentarium al doet vermoeden weer net zo’n werelds grog als eerst horen. Daarbij wordt de werkelijk wonderschone etherische zang van Laurent afgewisseld met de Mongoolse keelzang en boventonenzang. Daarbij lopen de muziekstijlen gebroederlijk door elkaar heen, hetgeen ook wonderwel past en nergens geforceerd klinkt. Veel van deze prachtsongs krijgen ook nog eens een heerlijke melancholisch glans mee. Een wereldplaat om stil van te worden.

 

Kevin Morby – City Music (cd, Dead Oceans / Konkurrent)
Voordat Kevin Morby het solopad verkiest, maakt hij deel uit van groepen The Babies, Woods en The Creepy Aliens. Maar hierna stoomt hij lekker door. Zijn muziek houdt het fijne midden tussen tussen folkrock, rock, pop en singer-songwritermuziek. Daarbij beschikt hij over een heerlijk herfstige stem die het midden houdt tussen Bob Dylan en Adam Green. Voor zijn nieuwste cd City Music trekt hij slechts een week uit en laat hij de opnames ervan in de meest rauwe versies opnemen. Dat daarbij ook fouten worden gemaakt neemt hij voor lief. Morby wil een spontaan en oprecht geluid naar buiten brengen. Elke purist heeft daar waarschijnlijk moeite mee, mede door de soms magere opnames, maar degenen met een avontuurlijk hart zal dit enkel omarmen. Dat geeft de muziek een live gevoel en iets dynamisch mee. Daarmee brengt hij wellicht niet per se een vernieuwend iets, want het is een soort Lou Reed meets Pavement, maar wel een doeltreffend en creatief geheel dat hem toch onderscheid van de middenmoot uit de indierock. Daarbij klinkt veel van zijn muziek, al dan niet gelardeerd met onverwachte vondsten, uiterst authentiek, tijdloos en fraai.

 

Mynsterland – Mynsterland (mcd, Go’Danish / Xango Music Distribution)
Mynsterland is een nieuw Deens gezelschap dat vriendschap en speelplezier hoog in het vaandel heeft staan. Het 13 koppige collectief ontmoet elkaar al in 2011 op de Souther Folk Talent School, waar ze les hebben gekregen van de Deense violist/componist Harald Haugaard. Hij heeft het muzikale vuur flink in hen laten ontsteken, zodat ze jaren later en zelf ondanks hun geografische afstand nog altijd contact hebben. Met dus een band tot gevolg, die gevuld is met enthousiaste, veelbelovende musici en componisten en tot doel heeft hedendaagse en eigen Scandinavische volksmuziek te maken. De groep bestaat uit 5 violisten, 1 cellist/zangeres, 1 accordeonist/zanger, 1 accordeonist, 3 gitaristen (waarvan 1 ook mandoline), 1 bassist en 1 klarinettist. Ze brengen op hun gelijknamige mini 6 tracks met een totale lengte van ruim 27 minuten. Hoewel de muziek ook zo van andere tijden zou kunnen zijn is deze tijdloze muziek toch wel van henzelf en helemaal van hier en nu. Noem het een vintage glans. Veel belangrijker is dat ze werkelijk zinderende, emotioneel geladen pracht brengen waarbij het plezier er vanaf spat. Zowel met de instrumentale als de engelachtig gezongen stukken weten ze te overtuigen. Dit is een hele grote belofte voor de toekomst!

 

Michael Nau – Some Twist (cd, Full Time Hobby / Konkurrent)
De Amerikaanse singer-songwriter Michael Nau is samen met zijn vrouwe Whitney McGraw Nau eerder in de weer met de indiefolk groepen Cotton Jones en Page France. Toch heeft hij de behoefte om het helemaal alleen aan te pakken, al laat hij diverse gasten op zijn debuut Mowing (2016) wel wat instrumenten voor hun rekening nemen. Het is een heerlijk herfstige en bezinnende droomplaat geworden. En hij zat kennelijk in een flow, want vorig jaar is zijn tweede wapenfeit al af. Dat album, Some Twist geheten, hebben ze nog even op de planken laten liggen. Nau gaat eigenlijk gewoon verder waar hij gebleven is en het album opent meteen op stemmige wijze. Met zijn warm melancholische stemgeluid en fijne gitaarspel brengt hij samen met diverse gasten weer een fraai nachtelijk singer-songwritergeheel, zij het meer met een psychedelisch en jazzy randje. Hij heeft iets oprechts en puurs in zijn sound, die het persoonlijk en eigenzinnig maakt. Hij doet wat dat betreft wel denken aan Mac DeMarco, Arthur Russell, Kevin Morby en Bill Callahan, waar zijn muziek ook wel ergens tussenpast. Prachtige muziek ter overpeinzing en gewoon om intens van te genieten. En gewoon nóg beter dan zijn toch al sterke solodebuut.

 

Irving Park – 3 5 1 (3x 3” cd, Fluid Audio)
Alleen al van die waanzinnig mooi vormgegeven hoezen is het genieten geblazen op Fluid Audio. Nu ook weer zitten de drie 3” cd’s van Irving Park’s release 3 5 1 in een vintage boekwerk verpakt. Maar de muziek mag er gelukkig ook weer wezen. Park (als dat zijn echte naam is) heeft geluiden van persoonlijke locaties gecombineerd met pianoklanken, drones, ambient en andere geluiden. Zo verwijst de titel naar 351 Indian Trail, Rockton, waar hij is opgegroeid. Alle stukken lijken ze te zijn ondergedompeld in een sepiakleurig vernis, waardoor het niet alleen heel droefgeestig klinkt maar ook ontzettend intiem en intens. Je zit er als het ware met je neus bovenop. Hoewel je hier best alleen maar zachte en heel breekbare muziek bij kan verwachten, kiest Park vaak voor een meer expressieve aanpak die dikwijls behoorlijk noisy is. Toch blijft het ook dan tot de verbeelding spreken en persoonlijk. Het is allemaal van een overdonderende schoonheid. Alleen had het wat mij betreft allemaal op 1 schijf gemogen, wat gezien de muziek en de 49 minuten makkelijk had gekund.

 

Bjørn Riis – Forever Comes To An End (cd, Karisma Records / Plastic Head)
De Deense zanger/gitarist/toetsenist Bjørn Riis brengt in 2014 zijn solodebuut Lullabies In A Car Crash, waarmee hij uitstekende, emotievolle prog rock laat horen. Hij valt er ook mee in de prijzen. Daarnaast en al gestart voor zijn solocarrière speelt hij ook in de groep Airbag, die ergens tussen prog en symfonische rock uitkomen. Hij presenteert nu zijn tweede album Forever Comes To An End, waarop je 7 nieuwe stukken vindt die bij elkaar bijna 48 minuten duren. Hij neemt net als op zijn eersteling de tijd om zijn songs goed op te bouwen. In de gelijknamige openingstrack schiet Riis uit de startblokken en lijkt richting Tool te koersen, totdat hij iets overstag gaat en zijn kenmerkende sfeervolle prog rock weer laten horen. De toon is gezet. De rest van het album laat hij zich meer van die rustieke kant horen, die wisselend associaties oproept met Porcupine Tree, Marillion en Pink Floyd. Die laatstgenoemde vooral door het weidse, emotioneel geladen en meeslepende gitaarspel dat ook David Gilmouur in huis heeft. En ook al heeft dat soms het zweverige of symfonische waar sommige mensen allergisch voor zijn, hij heeft een sound in huis die net als zijn albumcovers iets droefgeestigs en desolaats hebben, waarbij ik ook wel eens aan 40 Watt Sun en Idaho moet denken. Hij krijgt bij dit alles nog hulp van Airbag leden op drums en programmering, een Oak-lid op piano en zangeres Sichelle McMeo Aksum. Het levert een wonderschoon, dromerig en meeslepend geheel op dat bij vlagen heerlijk melancholisch is.

 

Schonwald – Night Idyll (cd, Manic Depression)
Het Italiaanse duo Alessandra Gismondi en Luca Bandini delen samen eerst de groep (P)itch voordat ze Schonwald starten en zijn parallel hieraan ook nog in Shad Shadows te vinden. De muziek van Schonwald zit altijd vuistdik in de jaren 80, waarbij groepen als The Cure, New Order en Suicide genoemd worden ter referentie. Toch hoor je op hun eerste 3 albums, die steeds op details van elkaar verschillen, wel meer dan dat alleen. Ze brengen doorgaans een melancholische mix van post-punk, elektro, darkwave en shoegaze, waar de galm en de weltschmerz heerlijk doorheen gemengd zit. En daar gaan ze gewoon mee verder op hun vierde worp Night Idyll, die weer net wat anders uitpakt dan de vorige werken. Maar het is weer ouderwets genieten met een mengelmoes van Xmal Deutschland, The Cure, Mushy, Siouxsie & The Banshees, Cocteau Twins, Veil Of Light en My Bloody Valentine. Helemaal mijn kop thee.

 

Sufjan Stevens/ Nico Muhly/ Bryce Dessner/ James McAlister – Planetarium (cd, 4AD)
Die rage met de ruimtevaartplaatjes zal toch niet over de landsgrenzen zijn doorgedrongen? Nee hoor, wees niet bang. Sufjan Stevens (zang, synthesizers, mellotron, piano, recorders), Nico Muhly (piano, celesta, orgel), James McAlister (drums, percussie, programmering, synthesizers, orgel) en Bryce Dessner (gitaar) van Clogs en The National hebben al een tijd geleden besloten een songcyclus voor een strijkkwartet en trombone op te nemen. Dat heeft geresulteerd in Planetarium, dat een soort soundtrack voor het zonnestelsel is geworden. De 4 strijkinstrumenten en 7 trombones komen van hun 12 gasten, waarvan ook één op piano en mellotron, die de composities van de vier artiesten schitterend inkleuren. Ze vliegen de arrangementen vanuit allemaal verschillende hoeken aan, waardoor de muziek bepaald niet de te voorspellen som der delen maar veeleer een uniek amalgaam van ambient, elektropop, neoklassiek, avant-garde en indie is geworden. Hoewel de klassieke instrumenten in de meerderheid zijn, komt de muziek vaak eerder elektronisch over. Daarbij krijg je de prachtige zang van Stevens puur en door de vocoder. Het is geen spacy geheel geworden, maar wel één die lijkt te zweven door de ongerepte plekken in het heelal, waarbij ze af en toe even een planeet, ster of komeet aandoen. De ijle sfeer doet me nog wel eens denken aan die wonderlijke van Hector Zazou, al heeft het qua muziek daar niets mee van doen. En aan het eind landen ze gewoon weer op aarde, of eigenlijk Mercurius, na een volslagen eigenzinnige trip van 76 minuten. Daar kan geen ruimtevaartplaatje tegenop.

 

Tombouctou – Ceiling Coast (cd, Atypeek Music/ Carogna Records)
Tombouctou is een Frans trio uit Lyon die zich verschuilen achter Cocrelle (zang), Melloul (drums) en A.C (gitaar). Bij mijn weten is Ceiling Coast hun eerste wapenfeit, maar ik kan er eerlijk gezegd ook niet heel veel over terugvinden. Hoe dan ook brengen ze hier 6 nummers die voor bijna 40 minuten aan wervelend geluid zorgen. En dat met beperkte middelen, maar alle drie weten ze het maximale uit alles te halen. Neem zangeres Cocrelle, die met een fijne punkattitude zowel laag als hoog en getergd uit kan pakken, maar ook zacht en hard goed varieert. Daarbij lopen de referenties uiteen van Nina Hagen en Kat Bjelland (Babes In Toyland) tot Kim Gordon. De acrobatische gitaar- en drumpartijen zorgen daarbij voor een afwisselende omlijsting. Dat loopt uiteen van experimentele noise à la Deity Guns, de lekkere dissonante muziek van Sonic Youth, de dynamiek van Deerhoof en de herrie van Made Out Of Babies. Een geweldig debuut waarbij het dak eraf gaat.

 

Trio Tekke & Dave De Rose – Zivo (cd, Trio Tekke / Xango Music Distribution)
Na de twee albums Τα Ρεγγέτικα (2009) en Σαμάς (2011) is het Trio Tekke uit Cyprus eindelijk terug met de nieuwe cd Zivo. De groep, bestaande uit Antonis Antoniou (zang, tzouras, elektronica), Lefteris Moumtzis (zang, gitaren) en Colin Somervell (contrabas, bas, baritongitaar), maakt deze samen met de in Italië geboren Engelse drummer Dave De Rose. Officieel staat de band te boek als een neo-rebetiko groep, ofwel met een nieuwe bluessound in de Griekse muziek. Dat is zeker weer van toepassing op de 12 nummers die ze hier brengen, zij het dat ze wel van hun puur akoestische sound van weleer zijn afgestapt. Niet alleen ligt het tempo gemiddeld wat hoger dan in de rebetiko gebruikelijk is, ook de psychedelische elektronische elementen maken het anders dan in het genre normaal is. Maar ondanks de meer uptempo muziek bevat deze nog altijd wel genoeg droefgeestige elementen om in de buurt te blijven. Het is in elk geval geen terneergeslagen, maar veeleer een opbeurend geheel geworden. De toevoeging van de elektronica en stijlen als cumbia, Afrobeat, jazz, Turkse folk en acid rock passen als een jas om hun Griekse muziek. Daarmee leveren ze een zowel herkenbaar als nieuw en smaakvol werelds album af.

 

Völur – Ancestors (cd, Prophecy)
In 2014 debuteert de Canadese groep Völur met de cassette Disir, die vorig ook op dat ouderwetse medium de cd (en lp) verschijnt. De groep wordt gevormd door bassist/zanger Lucas Gadke (Blood Ceremony), (alt)violiste/zangeres Laura C. Bates en drummer/percussionist James Payment (Do Make Say Think, Gesundheit). Ze brengen een ludieke mix van folk, Heidense spiritualisme, noise en doommetal, die je wellicht eerder vanuit een Scandinavisch land verwacht. Ze laten zich dan ook inspireren door Noorse mythologie. Nu zijn ze terug met Ancestors, dat net als het debuut 4 nummers telt maar toch pas na 53 minuten finisht. Gadke neemt hier ook de contrabas, keyboards en piano ter hand, waarmee de muziek breder uitpakt dan voorheen. Daar waar het debuut zich richt op de vrouwelijke figuren uit de mythologie, draait het nu om de mannelijke tegenhangers. Het is het tweede deel van een gepland vierluik, die de elementen van de Germaanse spirituele wereld onderstreept. Daarbij brengen ze dit alles zowel met venijnige doom en buldervocalen als meer folkgerichte muziek met etherische zang. En soms komt dat alles ook gewoon samen, wat wonderwel past. Deze overdonderende formule zit ergens tussen Amber Asylum, Wardruna, Earth, Frifot, My Dying Bride, Set Fire To Flames en Skuggsjá in, al past niets helemaal. Wat een verbluffende bundeling van kracht en pracht.

 

Justin Walter – Lullabies & Nightmares (cd, Kranky / Konkurrent)
In 2013 debuteert trompettist Justin Walter eindelijk eens als soloartiest met het meeslepende album Lullabies & Nightmares vol nachtelijke pracht. Daarvoor is hij al jaren actief, maar veelal al graag gezien gast. Zo mogen onder meer Saturday Looks Good To Me, His Name Is Alive, Now On, Iron & Wine, Sinkane, Skeletons, AUNTS, Megan Byrne, Scott Gwinnell, Randy Napoleon en Wild Belle op hem rekenen. Ook maakt hij lange tijd deel uit van de formatie Nomo, die op Fela Kuti geïnspireerde Afrobeat maken. Vanaf 2009 begint hij solo te experimenteren met de zogeheten Electronic Valve Instrument (EVI), ook wel EWI (Electronic Wind Instrument) of midi-saxofoon genaamd, wat een door lucht gecontroleerde analoge synthesizer is. Dat combineert hij met trompet, piano en elektronica, hetgeen een bijzondere kruisbestuiving van jazz, ambient, glitch, krautrock en neoklassiek oplevert. Vier jaar later gaat hij daar eindelijk mee verder op Unseen Forces. De muziek ligt behoorlijk in het verlengde van het debuut, maar lijkt nog dieper de nacht in te gaan. Het heeft die jazzy sound uit het verleden, maar de elektronische experimenten van de toekomst, waardoor het geheel zowel iets vertrouwds tijdloos als futuristisch avant-gardistische krijgt. Muziek die je eenvoudig meevoert, maar die je telkens weet te prikkelen en verrassen. Denk om een beeld te krijgen aan een eigengereide mix van Colin Stetson, Nils Petter Molvær, Jon Hassell, Miles Davies, Biosphere, Cluster en Food. Een majestueus prachtalbum.


 

Martijn

ToiToiToi Im Hag
Op de nieuwste Ghost Box release is het de beurt aan het Berlijnse ToiToiToi, dat al eerder een 7” uitbracht in de Other Voices-serie. Sebastian Counts, de man achter dit project maakt zoals de verwachten collage-achtige library-muziek, maar met een kinderlijke speelsheid. Een beetje Advisory Circle, wat Focus Group en een snufje Perrey & Kingsley.

Emel Ensen
De Tunesische Emel Mathlouthi vergaarde nationaal en internationaal roem met haar protestliederen in de turbulente tijden van haar thuisland. Inmiddels is ze verhuisd naar Parijs en toe aan haar tweede album, een fraaie mix van ingetogen, folky songs en stemmige elektronica. Simpel getiteld „mens” (dat hoefde ik niet eens op te zoeken) is het ook inderdaad een niet erg vrolijk maar mooi menselijk album.