Het schaduwkabinet: week 23 – 2017

Van een roze roes gewoon naar code geel! Maar weer of geen weer, altijd maken we tijd voor onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Alder & Ash (2x)/ The Green Kingdom, Arca, Ólafur Arnalds, The Art Of Noise, AVA, Bola, IX Tab, Kíla, Native Aliens Ensemble, petit personnel, Selofan, Sólstafir, STRINGS5, Roger Waters, Donnie en Steve Roden.

 


 

Jan Willem

Alder & Ash – Psalms For The Sunder (cd, Lost Tribe Sound)
Alder & Ash – Clutched In The Maw Of The World (cd, Lost Tribe Sound)
The Green Kingdom – The North Wind And The Sun (lp/digitaal, Lost Tribe Sound)
Lost Tribe Sound is een geweldig hedendaags label waar diverse neoklassieke en experimentele artiesten onderdak krijgen. Eén van de paradepaardjes op het label is William Ryan Fritch (ook Vieo Abiungo), die er de imponerende serie “The Leave Me Sessions” heeft uigebracht. Dit jaar is Lost tribe Sound aan de nieuwe serie “Prelude To The Decline” begonnen (klik op de link voor alle details). Daarbij heb je de keus uit 7 cd’s (van diverse artiesten), 5 lp’s, 5 lp’s plus 3 cd’s en 1 cassette of de “master bundle” bestaande uit 5 lp’s, 7 cd’s en 1 cassette. De releases hebben niet direct verband, maar worden wel eender vormgegeven. Je kunt hierop intekenen, zodat je alles in het najaar in één keer toegezonden krijgt (digitaal ontvang je deze eerder), hetgeen bakken met verzendkosten scheelt. En tevens krijg je korting op het totaal. Je krijgt albums van artiesten als William Ryan Fritch, Seabuckthorn, The Green Kingdom, Alder & Ash, From The Mouth Of The Sun, KJ en meer. William Ryan Fritch, wie anders, en Seabuckthorn hebben de spits afgebeten.

De volgende in de serie zijn twee albums van Alder & Ash, wat het alter ego van de Canadese cellist Adrian Copeland is. Ze verschijnen pas eind juli, maar aangezien deze zeer gelimiteerd zijn en je er nu al op kunt intekenen is haastige spoed soms gewoon goed. Als eerste is dat Psalms For The Sunder, die eerst enkel digitaal te verkrijgen is maar nu ook in fysieke vorm verschijnt. Copeland presenteert 7 nummers die net onder de 30 minuten finishen. Het is een studie naar de ondergang en ineenstorting geworden. Het werk verkent de grenzen, de verlatenheid en wanhoop, tussen de randen van dingen die niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden. In die spanning en ruimte vindt het niet alleen kakofonie, geweld en verval plaats, maar ook stilte en rust. En dat allemaal op mijn lievelingsinstrument de cello. Deze voorziet hij van allerhande elektronische effecten, die voor variatie en verdere diepgang zorgen. Enerzijds krijg je rauwe neoklassieke stukken die wel aan Julia Kent, David Darling, Guy Gelem, Tom Cora, William Ryan Fritch en Hildur Guðnadóttir doen denken, maar aan de andere kant gaat hij ook nog wel eens richting de dark jazz, doom metal en ambient waarbij je Bohren Und Der Club Of Gore en Helen Money meer in het vizier krijgt. Het is allemaal van een onbeschrijflijk heftigheid en schoonheid.

De vraag is dan of je na zo’n verpletterend debuut erna weer een album van dergelijke proporties kunt afleveren. Het overtuigende antwoord wordt gegeven middels Clutched In The Maw Of The World, hetgeen “geklemd in de muil van de wereld” betekent. Het belooft qua thematiek in elk geval geen lichte kost te worden. Copeland laat 8 nieuwe, duistere composities het spreekwoordelijke licht zien, die bij elkaar ditmaal bijna 41 minuten duren. Hoewel de signatuur van Copeland hier weer overduidelijk te herkennen is, verschilt de muziek toch wel van de voorganger. Het is allemaal wat meer ingetogen, dreigender en beklemmender. Met de elektronica en effecten brengt hij meer noise elementen. Daarbij blijven dezelfde associaties als op zijn debuut fier overeind. Het is werkelijk ongelooflijk wat een tot de verbeelding sprekende pracht en kracht hij uit zijn cello tovert. De volledig instrumentale composities zijn veelzeggend en weten je bij de strot te grijpen. Met Alder & Ash is er een ontzettend goede en innovatieve naam bij in de neoklassieke wereld.

Als het dan een week later augustus is zal ook de gelimiteerde lp/digitale release The North Wind And The Sun van The Green Kingdom uitgebracht worden. Dit is sinds 2006 het project van de Amerikaanse multi-instrumentalist Michael Cottone (Dustcraft). Hij heeft diverse albums uitgebracht die ergens tussen folk, glitch, downtempo, ambient, drones en experimentele muziek inzitten. De laatste twee zijn op Dronarivm verschenen. Voor zijn nieuwe album pakt hij het meer akoestisch aan. De muziek wordt gefabriceerd op gitaar, ukelele, mbira, cello en meer. Dit wordt met allerhande elektronica en samples opgeleukt. De output is sober, pastoraal, melancholisch en bovenal dromerig. Denk aan een minimale kruisbestuiving van The Boats, Piano Magic, Hood, The Declining Winter, Directorsound, Western Skies Motel en UnitedBible Studies. De muziek is uiterst breekbaar en wordt op subtiele wijze rijk gedetailleerd. Een prachtig bezinnende plaat. Tot nu toe heeft de “Prelude To The Decline”-serie enkel wonderschone pareltjes opgeleverd.

 

Arca – Arca (cd, XL Recordings)
Er zijn nogal wat projecten die Arca heten, zo ook dat fijne postrock duo met Sylvain Chauveau. Maar hier gaat het over Arca van de uit Venezuela afkomstige en in Londen gevestigde songwriter, DJ, elektronisch producer en muzikant Alejandro Ghersi. Hoewel de meeste van zijn hoezen behoorlijk afbibberend zijn, mag zijn muziek er wezen. Na wat mini’s, een mixtape en productiewerkzaamheden voor Björk, Kanye West en FKA Twigs, komt hij in 2014 met zijn volwaardige debuut Xen. Hij brengt een unieke stijl die ergens tussen experimentele muziek, dubstep, IDM, ambient en leftfield uitkomt. Daar gaat hij succesvol mee door op Mutant (2015). Nu is hij terug met zijn gelijknamige album. De grootste verandering is toch wel dat hij is gaan zingen. Dat doet hij op een manier die sterk aan James Blake, Rhett Brewer (Ronan Quays) en Anohni doet denken. Het past eigenlijk wonderwel bij de muziek die hij doorgaans maakt. Deze bestaat nog altijd uit die bijzondere mix aan stijlen. Daarmee levert hij een ander maar toch in de lijn van zijn voorgaande cd’s liggend geheel af. Het is wat mysterieuzer, maar boet nergens in qua eigenzinnigheid. Een meeslepend prachtalbum!

 

Ólafur Arnalds – Broadchurch: The Final Chapter (cd, Kudos Film & Television Limited/ Mercury Classics)
De IJslandse, getalenteerde componist Ólafur Arnalds wisselt reguliere werken af met soundtracks. Dat laatste doet hij eigenlijk op dusdanige wijze dat je de film, documentaire of serie niet voor hoeft te hebben gezien. Het zijn op zichzelf staande prachtplaten. Omgekeerd is het wel zo dat de muziek heel veel bijdraagt aan de beelden. Neem nu de geweldige Britse misdaadserie “Broadchurch” met die fijne acteurs Olivia Colman en David Tennat in schitteren en waar Arnalds voor de eerste twee delen van de serie (uit 2013 en 2015) de muziek heeft gemaakt. De cd Broadchurch komt in 2015 uit en geeft de serie echt extra glans met zijn melancholisch neoklassiek en regelmatig die elektronische interventies. Momenteel loopt het laatste deel op TV, over een verkrachtingszaak. Geen vrolijke kost. Arnalds heeft daarvoor de soundtrack Broadchurch: The Final Chapter geschreven, waar hij naast de composities en arrangementen ook zorg draagt voor de piano en elektronica. Daarnaast zijn het muzikanten op cello, violen, altviolen en eenmaal ook Arnór Dan Arnarson op zang. Saillant detail is dat ze Magrét Soffía Einarsdóttir delen met Sólstafir, zij het dat ze daar zingt en hier viool speelt. Voor de rest is dit weer een schitterend neoklassiek album geworden met een zeer melancholische en dikwijls duistere sfeer.

 

The Art Of Noise – In Visible Silence (2cd, Warner)
The Art Of Noise heb ik altijd een steengoede band gevonden. Ze weten als geen ander experimenten te koppelen aan synthpop, leftfield elektronica en soms ook klassieke elementen. Daarbij maken ze dikwijls gebruik van samples, maar hergebruiken ze ook hun eigen materiaal. Dat levert zowel mooie als intrigerende muziek op, die hun tijd ver vooruit is. Daarmee weten ze dan ook meerdere hits te produceren, waarvan “Moments In Love”vermoedelijk de bekendste is, al zullen de liefhebbers van enkel die hits niet alles van de groep waarderen. De groep start vanaf 1983 met studio engineer Gary Lanegan, samplespecialist J.J. Jeczalik, pianiste/componiste/arrangeur Anne Dudley en producer Trevor Horn. Later voegt ook Paul Morley zich bij hen. Het levert van 1983 tot 1990 vijf totaal eigenzinnige albums op. Van 1998 tot 2000 beleeft de groep een korte heropleving. Met name die eerste periode vind ik zeer interessant en tevens het solowerk van Anne Dudley die zich nu voornamelijk toelegt op soundtracks. Hun derde album In Visible Silence uit 1986 is nu heruitgegeven als dubbel cd, waarop je getrakteerd wordt op vele extra’s. Niet alleen is het album volledig geremastered, het bevat ook de originele 12” mixes, singles en 12 niet eerder uitgebrachte tracks afkomstig van de master tapes. Het originele album van 45 minuten lang, met de hit “Paranoimia”, is nu een 2 uur en 17 minuten durend geheel geworden. Veel van de extra’s zijn zeer de moeite waard en dan met name voor de hardcore fans. Met name hun fijne “Peter Gunn” cover van Henry Mancini is er in vele versies aanwezig, waarbij ze ook een meer jazzy en funky kant laten horen. Een geweldige band, die terecht weer eens in het zonnetje gezet wordt.

 

AVA – Music From An Imaginary Land (cd, Trytone / ToonDist)
Als er iets is dat voor verbinding zorgt, is dat wel muziek. Of een goed gesprek. Maar met muziek kan je ook woordeloos met elkaar communiceren. Ik wil me natuurlijk niet met de politiek bemoeien, maar ze zouden meer met muziek moeten doen in plaats van idiote inburgeringcursussen. AVA, hetgeen “jacht” in het Turks en “water” in het Koerdisch betekent, is een internationaal trio dat de basis in Nederland heeft. Het wordt gevormd door de Italiaanse bariton saxofonist Giuseppe Doronzo, de Iranese percussionist Seyed Pouriya Jaberi en de Turkse contrabassist Esat Ekincioğlu. Na diverse optredens in Nederland en Italië vorig jaar brengen ze nu hun debuut Music From An Imaginary Land uit. Als basis nemen ze Westerse jazz, maar dat larderen ze met etnische elementen uit hun oorspronkelijke thuislanden. Daarmee verenigen ze op avant-gardistische en nachtelijke wijze traditionele volksmuziek met hedendaagse muziek. Het levert een haast desolate soundtrack op voor een denkbeeldig land waar de verschillen niet als een nadeel gezien worden, maar veeleer waar de diversiteit omarmd wordt die grenzen doet vervagen. Een wonderschoon universeel geheel.

 

Bola – D.E.G. (cd, Skam)
In het begin heb ik als muziekliefhebber niets met IDM of überhaupt puur elektronische muziek, maar jaren later het is een genre waar ik heel veel mee op heb. Groepen als Autechre, Aphex Twin, Plaid, The Black Dog, Boards Of Canada, Locust, Global Communication, Beaumont Hannant en ga zo maar door plaveien de weg voor mij. Ook Bola is zo’n groep die daarbij hoort. Feitelijk is dit het soloproject van de uit Manchester afkomstige muzikant/DJ Darrell Fitton, ook wel The Bolaman, die eveneens van zich laat horen als Jello. Na 5 albums en een handvol mini’s, allemaal uitgebracht op het innovatieve elektronica label Skam of zusterlabel 33, blijft het na 2007 verdacht stil rondom dit project. Plots is er dan toch de zesde cd D.E.G., waarop zoals elke Skam release ook de artiest en titel in Braille staat. Waarom dat is weet ik niet. Ik heb de cd wel blind aangeschaft trouwens. En dat blijkt bepaald geen verkeerde keuze. Hij brengt hier 10 nieuwe stukken die een sfeervolle mix van IDM, ambient en downtempo elektronica. Deze ontvouwen zich op abstracte wijze als een heerlijk zwoele zomeravond en laten je lekker wegdromen, ondanks de soms complexe textuur. De muziek wordt nu af en toe gelardeerd met zang, die vermoedelijk deels gesampled is. Het is echt weer van die ouderwets goede futuristische elektronica om je vingers bij af te likken. De Bolaman is helemaal terug!

Luister Online:
D.E.G. (albumsnippers)

 

IX Tab – The World Is Not Where We Are (cd, Twiggwytch Recordings)
Naast de meer gangbare muziek heb ik altijd dringend behoefte aan muziek van de buitencategorie. Leftfield is een brede maar mooie term voor die muziek, zeker als het gaat om de meer elektronische muziek. Saxon Roach (aka Loki) past daar met zijn project IX Tab helemaal bij. Hij heeft inmiddels de albums Spindle & The Bregnut Tree (2012) en R.O.C. (2015) uitgebracht plus een mini splitalbum met Hoofus en een bijdrage op de geweldige compilatie The Outer Church (2013) op het Front & Follow label. Hij laat doorgaans een psychedelische cocktail horen van leftfield, veldopnames, drones, allerhande experimenten, weird/neofolk, ghostronica, plunderphonics en verschillende elektronische elementen. En daar gaat hij gewoon mee verder op The World Is Not Where We Are, wat kennelijk de afsluiter van een drieluik is. Hoe het ook zij, de muziek mag er weer wezen. Hij brengt een spookachtige, haast buitenaardse mix van de genoemde stijlen, maar doet dat op meer verstilde wijze. Hierdoor is de muziek meer hypnotiserend maar ook meer confronterend dan ooit. Alles wat de stilte overstijgt vraagt meteen om je aandacht. Denk aan een bevreemdende mix van tussen Kemper Norton, BLK w/BEAR, Public Works, Human Greed, The Caretaker, Throbbing Gristle en Negativland, maar dan toch anders. Want eigenlijk valt deze muziek nauwelijks te duiden. Het is een subliem en heerlijk bezwerend geheel geworden, dat je gewoon maar over je heen moet laten komen.

 

Kíla – Alive Beo (cd, Kila Records / Xango Music Distributon)
De Ierse groep Kíla is al eind jaren 80 opgericht in Dublin, terwijl de meeste leden nog op school zitten. Het duurt dan ook tot halverwege de jaren 90 voordat de releasestroom op gang komt. De groep brengt met een open mind een volslagen eigen mix van folk, wereldmuziek, traditionele en klassieke rock. Ook hun instrumentarium met Uilleann pipes (Ierse doedelzak), fluiten, vedels, bodhrán (Iers frame drum), djembé en conga’s naast de meer reguliere instrumenten zorgen voor een bijzondere sound. En uiteraard ook de eigen, Ierse teksten. Het achtkoppige gezelschap, voorheen met leden van The Frames, bestaat tegenwoordig uit Rossa Ó Snodaigh, Ronan Ó Snodaigh, Colm Ó Snodaigh, Dee Armstrong, Brian Hogan, Seanan Brennan, David Hingerty en James Mahon. Een aantal ervan hebben ook bij Dead Can Dance gespeeld. Ze brengen naast hun reguliere werken ook soundtracks en live albums uit. Zoals de titel van de nieuwe cd Alive Beo al doet vermoeden, behoort deze tot de laatste categorie. De muziek is op verschillende locaties opgenomen. Misschien dat de muziek bekend is, de energie die ze er live instoppen weet het verschil te maken. Onder de koptelefoon is het soms haast of je erbij bent. De nummers die ze brengen zijn een fraaie dwarsdoorsnede uit hun discografie. Ook mooi is het gastoptreden van de Poolse zangeres Kayah, die in een oude klassieker van hen, “Seo Mo Leaba”, te horen is. Kíla weet zowel op als naast het podium diepe indruk te maken.

 

Native Aliens Ensemble – Native Aliens Ensemble (cd, Trytone / ToonDist)
De Braziliaanse saxofonist/componist Renato Ferreira, die ook prima overweg kan met de contrabas, woont tegenwoordig in Amsterdam. Hij is afgestudeerd aan het Haagse conservatorium en richt zich doorgaans op een mix van gecomponeerde en improvisatorische muziek. Hij is eerder al te horen in Acid Police Noise Ensemble, Royal Improvisers Orchestra en Trolleybus. Nu heeft hij zijn achtkoppige Native Aliens Ensemble geformeerd, dat zich toelegt op improvisaties met Braziliaanse thema’s. Dat doet Ferreira (bariton/tenor saxofoon) met sopraansaxofonist Yedo Gibson (Trolleybus, Naked Wolf), zangeres Laura Polence (Snowapple), gitarist/altviolist George Dumitriu (Horizon Trio), (bas)gitarist Miguel Petruccelli, fagottist/baritonsaxofonist Jan Willem van der Ham (Sean Bergin, Ammerlaans Septet/Octet), cellist Gábor Hartyáni en drummer Onno Govaert (Cactus Truck, Feecho, Vanilla Riot). Een ware supergroep, die op lekker uptempo wijze de improvisaties aan de man brengen. Het is een mengelmoes van jazz, avant-garde, stemkunsten en Braziliaanse muziek. Hoewel ze dikwijls buiten de normale songpaden stappen, weten ze je toch moeiteloos mee te voeren met hun meeslepende, dynamische, energieke en biologerende sound. Het is een schitterende wervelstorm aan bijzonder geluid geworden, dat deze inheemse vreemdelingen gerust vaker mogen laten horen.

 

petit personnel – nous sommes tous passé par là (cd, Arbouse)
Als je zo’n 30 albums hebt gemaakt en toch niet bekend bent, dan mag je misschien terecht spreken van een undergroundband. Dat dit niets met kwaliteit te maken heeft bewijst petit personnel (ja bij voorkeur klein geschreven) wel. Al sinds 1996 maken ze muziek en brengen het ene na het andere album uit. Vermoedelijk in eigen beheer, want via hun bandcamp pagina zijn er slechts 4 verkrijgbaar. Leg er vooral eens je oor te luister, want ze brengen een prachtige mix van post-rock, chansons, folk en pop noire. Dat geldt ook voor hun cd nous sommes tous passé par là, dat vorig jaar al op Arbouse is verschenen, maar eigenlijk al uit 2009 stamt. Een ietwat verlate recensie moet kunnen dan toch? De groep, waarvan het gissen is naar de identiteit laat hierop 10 songs het licht zien. Hoewel ze ademen eigenlijk stuk voor stuk een nachtelijke atmosfeer uit. De zanger heeft een prachtig herfstige stem die ergens tussen Frédéric Truong, Stuart A. Staples (Tindersticks) en Dominique A. uitkomt. Hij krijgt daarbij met enige regelmaat steun van een zoetgevooisde zangeres, die wel wat van Françoiz Breut wegheeft. Muzikaal gezien zitten ze ook niet ver van de genoemde artiesten af, zij het dat ze iets vaker een meer soft- en post-rock georiënteerde sound laten horen. Deze blijft altijd binnen de pop noire kaders. Hierdoor roepen ze wel associaties op met Spokane en het filmische Crëvecoeur, terwijl op de meer breekbare momenten ook Talk Talk en Red House Painters in beeld komen. Aan dit alles geven ze vooral hun eigen draai, waardoor ze zich wel duidelijk onderscheiden met een eigen sound. Een wonderschone sound om in te lijsten!

 

Selofan – Ciné Romance (cd, Dead Scarlet)
Als je dan toch vuistdik in het verleden wilt roeren, dan moet je het ook goed doen. En dat is precies waar het Griekse duo Selofan steengoed in is, dat bestaat uit Dimitris Pavlidis en Joanna Badtrip. Sinds hun debuut Verboten (2013) laten ze het verleden heerlijk in het heden herleven. De muziek bevat een geweldig onderkoelde mix van minimal elektronica, post-punk, gothic, EBM en wave. Mochten ze dertig jaar eerder actief zijn geweest, dan hadden ze zo op 4AD of iets dergelijks gepast. Ook op hun vierde album Ciné Romance schuiven ze niet onder stoelen of banken waar ze de mosterd vandaan halen. Maar mijn wave-hart klopt er zeker weer sneller door. Ze voegen zich in het hedendaagse rijtje van Schonwald, Lebanon Hanover, Daemonia Nymphe, Winter Family en Wumpscut, maar laten duidelijk ook referenties met Cocteau Twins, X-Mal Deutschland, Cassandra Complex, Anne Clark en Clan Of Xymox horen. Niet per se allemaal nieuwlichterij maar wel zo ontzettend goed en in diverse talen uitgevoerd dat dit er eigenlijk ook niet toe doet. Voer voor de nostalgische melancholici onder ons!

 

Sólstafir – Berdreyminn (cd+box, Season Of Mist)
Het is dikwijls lastig met een band en een nieuw album. Als het lijkt op het vorige kan je rekenen op kritiek en als er flinke verandering plaatsvinden is het ook niet goed. Eigenlijk wil men dat ene topalbum maar dan anders. Overigens geldt dit lang niet voor alle artiesten. Waarover vooraf wel een hoop gedoe is, is de nieuwe cd Berdreyminn. Dat drummer Guðmundur ‘Gummi’ Óli Pálmason is vertrokken is nogal een dingetje. En dan vervangen door Hallgrímur ‘Grimsi’ Jón Hallgrímsson, die overigens ook op hun album Svartir Sande (2011) als gastzanger te horen is, die natuurlijk véél minder is. En dan de muziek. Enfin, gedoe om niks. De IJslandse groep is al jaren van de Viking metal af en heeft al meermaals bewezen een nieuwe goede stap te durven zetten, zonder het harde geluid vaarwel te zeggen. Je zou toch haast spreken van een rode draad. Op dit nieuwe album zitten misschien wel elementen die de rechtgeaarde metalfan wat minder slikt. Zo zijn er klassieke elementen, de strijkpartijen van de fantastische groep Amiina, de Franse hoorn van Erna Ómarsdóttir (Jóhann Jóhannsson), diverse andere blazers, een kerkorgel, koor- en sopraanzang van Magrét Soffía Einarsdóttir, maar ook meer elementen uit de post-, psychedelische en progrock, wave en folk. Het is gewoonweg geweldig wat Aðalbjörn ‘Addi’ Tryggvason (zang, gitaar), Svavar ‘Svabbi’ Austman (bas) en Sæþór ‘Pjúddi’ M. Sæþórsson (gitaar) samen met hun nieuwe drummer laten horen. De cd opent met “SilfurRefur” op haast Ennio Morricone-achtige wijze, maar laat in dezelfde track nog een lekker harde omslag horen. Dan volgt er de haast 80-er jaren song “Ísafold”, om in “Hula” erna weer klassieke elementen toe te voegen. En zo blijven ze variëren met zachte en harde stukken, die allen behoorlijk melancholisch zijn. Ook de zang van Tryggvason is meer emotioneel geladen dan ooit. Het spreekt me als liefhebber van de betere wave misschien dan ook meer aan dan de gemiddelde metalhead. In de afsluiter “Bláfjall”, de bewuste song met kerkorgel, koersen ze zelfs richting de gothic. Voor degene de boxset hebben, vol extra zooi, staan er nog twee bonustracks op, die er ook mogen wezen. Een fijn toetje op een toch al subliem album.

 

STRINGS5 – Lost In Labyrinth (cd, Casco Records / ToonDist)
De naam van cellist Raoul van der Weide kan je al zijn tegengekomen op één van zijn cd’s of die van de vele projecten waar hij deel van uitmaakt. Denk daarbij aan The White Noise Orchestra, Blue Lines Trio, Boucalé, Zwerv, Future Fossils, As If 3 en nog veel meer. Hij opereert veelal in de jazz- en improvisatie hoek. Nu weet ik niet of hij initiatiefnemer van het nieuwe gezelschap STRINGS5 is, maar ik ben maar begonnen bij de naam die mij bekend voorkomt. Dit kwintet bestaat naasr van der Weide (tevens percussie) verder uit pianiste Marta Warelis, violist Jacob Plooij (Elastic Jargon, Zephyr Quartet), gitarist Henk Zwerver (Zwerv) en contrabassist Jan Nijdam. Ze presenteren hun cd Lost In Labyrinth, waarbij ze al improviserend hun muziek maken en soms ook op experimentele wijze hun instrumenten bespelen. Dat levert zoals te verwachten valt geen muziek met kop of staart op, maar eerder vrij geluid dat mede door toeval ontstaat. Op de hoes van de cd prijkt ook de quote van dichter Wallace Stevens: “The feeling is the definition”. En dat is maar al te waar. De beste man heeft ook ooit gezegd “music is feeling”, wat ook hier van toepassing kan zijn. Je hoort de afzonderlijke instrumenten glashelder, waarbij ze dikwijls een andere kant opkoersen en er soms zelfs een intrigerende kakofonie aan geluid ontstaat. Maar juist op de snijvlakken, dat ze elkaar kruizen krijg je die diverse parallelle deelverzamelingen die weer een extra dimensie vormen, wat je in reguliere songs nooit zal vinden. Als microverhalen die door elkaar heen lopen en elkaar onverwacht en steeds anders aanvullen en een groter geheel vormen. Verwarrend goed!

MP3:
Lost In Labyrinth

 

Roger Waters – Is This The Life We Really Want? (cd, Sony/ Columbia)
Er is duidelijk een Pink Floyd voor en na Roger Waters, waarbij ik de periode met hem zeer waardeer en zonder gewoon niet meer zo. De laatste is het aangrijpende The Final Cut uit 1983, volgens op The Wall (1979). Ooit in 1970 heeft hij al een album gemaakt met Ron Geesin, maar na Pink Floyd gaat hij echt solo. Het levert 3 uitstekende albums op, die altijd de misstanden in de wereld aansnijden. Hierna lijkt hij zich enkel nog te storten op zijn nieuw ingeblazen “The Wall”-project, waarmee hij deze Pink Floyd klassieker overal live uitvoert. Het is derhalve op z’n minst opmerkelijk dat de bijna 74-jarige zanger/gitarist nu met zijn pas vierde solowerk Is This The Life We Really Want?. Qua thema laat zo’n titel niet veel aan de verbeelding over en uiteraard is er genoeg mis in de wereld waaruit inspiratie gehaald kan worden. De inhalige banken, het vluchtelingenbeleid, de zinloze oorlogen, de zogenaamde American Dream, het klimaat en ga zo maar door. Geen bloemetjes in je haar of mooie maneschijn hier. Waters bijt van zich af met vlijmscherpe teksten, waardoor de platenmaatschappij zelfs een Parental Advisory nodig acht. Maar dan de muziek. Hij grijpt eigenlijk terug op dat laatste twee albums met Pink Floyd, zonder dat dit ook maar enigszins een herhalingsoefening wordt. Wel die aangrijpende sfeer, de harde thema’s en de geluiden en effecten die je zonder meer doen denken aan toen. Deze progrock-achtige muziek voorziet hij van fraaie samples, stemmige orkestraties en dikwijls ook een soulvol vrouwenkoor. Waters zingt daarbij op zijn herkenbare en typische wijze, waarbij zijn stem niets aan glans heeft verloren. Sommige zangers hebben die snik, andere die croon of dat hoge, maar Waters heeft die emotioneel geladen uithaal. Dat komt al snel naar voren in “Déjà Vu” (dat is toeval), maar ook deze duikt later weer een paar keer op. Het zorgt voor bergen kippenvel. Je voelt de woede, de empathie, het onbegrip, de bevreemding en het verdriet, maar hij weet dat op wonderschone en subtiele wijze te verpakken. Hij heeft dan ook een puike groep muzikanten om zich heen verzameld, die dit alles fantastisch inkleuren. Nooit gedacht dat hij ooit nog met zo’n essentieel prachtalbum zou komen. Een schitterende soundtrack voor de tijd waar niets meer duidelijk is.

 


 

Martijn

Donnie BFMJT
Mijn eerste indruk van het tweede album van ‚de fenomeen’ is dat het minder indrukwekkend is dan zijn vorige (Mannelogie, Loei Ordinair was een mixtape). Het eerder verschenen De Tuinslang had een wat erg hoog ‚puntje-derin-puntje-deruit’-gehalte en op het hele album balanceert het een beetje tussen soepel/losjes en gewoon lui. Bedoel, Donnie is een echte kampioen slap lullen, je zet er een beat onder en daar gaat ie. Maar toch, met een paar draaibeurten groeit mijn waardering, ook voor die tuinslang. Door Bas Brons solide werk (check die bass van Zesnullen), maar ook dat  onweestaanbare geouwehoer. Raya van Mattaveld moet daarentegen vooral blijven darten.

Steve Roden a thousand breathing forms
De tweede archiefset (6 cd’s en een 3”) van de lowercase-held. Net als de vorige is het oud, maar nu vaak niet eerder uitgebracht. Ook nu is het opvallend hoe tijdloos het werk van Roden is, dus ook deze keer weer zeer de moeite waard, of je nu een completist bent of een meer incidental luisteraar (zoals ikzelf).