Het schaduwkabinet: week 22 – 2017

Hoewel de roze kleur overheerst deze week, zijn we nog veel gekleurder in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Beach Fossils, Black Fluo, Bonnie Prince Billy, British Sea Power, Chastity Belt, Noga Erez, Filastine & Nova, Harvestman, Institute, Jessica Says, Edward Ka-Spel, Meniscus, Thurston Moore, Sleep Party People, Ulrika Spacek, Cool 3d World, Drake x Sade en Lara Di Lara.

 

Jan Willem

Beach Fossils – Somersault (cd, Bayonet / Konkurrent)
Beach Fossils is een frisse Amerikaanse indierockband, die inmiddels al de twee albums Beach Fossils (2010) en Catch The Truth (2013) het licht heeft doen zien. Ze graaien hier veelvuldig in het vat van het verleden, wat ertoe leidt dat ook new wave, lo-fi, droompop en shoegaze elementen hun muziek opleuken. En dat doen ze met verve, waardoor het reikhalzend uitzien is naar hun derde worp Somervault. Daarop pakken ze op smaakvolle wijze verder waar ze eerder geëindigd zijn. De harde kern bestaat nu uit Dustin Payseur (zang, gitaar, bas, tamboerijn, shakers, veldopnames, drumprogrammering, strijkarrangementen), Tommy Davidson (piano, gitaar, klavecimbel, strijkarrangementen) en Jack Doyle Smith (gitaar, bas, vibrafoon, strijkarrangementen, drums). Ze worden door een waar leger aan gasten geholpen op zang, drums, viool, altviool, cello, contrabas, pedal steel, drummachine, fluit en saxofoon. Onder hen ook bekenden als Rachel Goswell (Slowdive) en Mac DeMarco. De scherpe lezer heeft inmiddels al opgemerkt dat er heel veel strijkers meedoen en de cd rijk is aan vele strijkarrangementen, maar het wordt nergens gladgestreken. Ze brengen sterk gecomponeerde en uitgevoerde songs die stemmig en oprecht zijnOok lijken ze nu echt een volledig eigen sound naar buiten te brengen. Je hoort nog wel links en rechts verwijzingen naar het verleden, maar niet meer om ter referentie te noemen. Het is hun allerbeste tot nu toe, waarop ze . intense emoties op wonderschone wijze uitgieten in de zwoele zomernacht.

 

Black Fluo – Like Lovers In The Dark (lp, Pulver Und Asche Records / Five Roses Press)
Zo’n drie jaar geleden maak ik voor het eerst kennis met het Zwitserse kwartet Black Fluo, dat uit het Italiaanse sprekende deel komt. Op debuut Billion Sands brengen ze een uiterst duister en mysterieus geheel, dat ergens tussen postrock, avant-garde, darkambient, drones, dark-folk, lichte industrial, shoegaze en filmische experimenten uitkomt. Het is een fascinerend hoorspel dat zich niet eenvoudig laat vangen. Dezelfde vier van toen, te weten Alan Alpenfelt (zang, keyboards), Alfio Mazzei (elektronische percussie, effecten, synthesizer), Francesco Giudici (gitaar, vibrafoon, achtergrondzang) en Mario Pegoraro (bas), zijn nu terug met de lp Like Lovers In The Dark. Gelukkig is er voor de recensent een net cd’tje beschikbaar. Gelukkig, want de muziek grijpt weer net zo breed en mooi om zich heen als op het debuut. Ze openen met een prachtig gedicht in het Italiaans van Andrea Spinelli, die ze omwikkelen met nachtelijke ambient en post-rock waarmee ze enigszins aan Larsen en Teho Teardo doen denken. Daarna zingen ze gewoon weer in het Engels en gaat de muziek van postrock, avant-folk en noise naar allerhande improvisaties en experimenten weer alle kanten op, zij het veelal op rustieke, poëtische en duistere wijze. Qua invloeden moet je verder denken aan Labradford, Pere Ubu, Telstar Ponies, Ulan Bator, Calla en Red Sparowes. En vermoedelijk heb je nog wel andere aanknopingspunten, want hun muziek laat zich gewoonweg niet in één hokje duwen. Er gebeurt heel veel en je wordt vanzelf in een aangename houdgreep genomen. Een net zo geweldig als mysterieus tweede album is daarbij een feit geworden.

 

Bonnie ‘Prince’ Billy – Best Troubador (cd, Drag City/ Domino)
Will Oldham is geen constante factor in de muziek, maar toch echt een held voor mij. En dat in vele incarnaties als Palace, Palace Brothers, Palace Contribution, Palace Music, Palace Songs, Bonnie ‘Prince’ Billy, Bonnie ‘Blue’ Billie, Bonnie Billy, Bonny Billy, Бонни “Принц” Билли, Prince William, Joe Oldham en ga zo maar door. Dat nog los van zijn vele samenwerkingsverbanden. Hoewel hij zich veelal op eigenzinnige wijze beweegt in de lo-fi hoek, zit er ook altijd wel een altcountry tintje bij. Nu is één van zijn grote helden dan ook Merle Haggard (1937-2016). Hij zet deze singer-songwriter nu in het zonnetje met Best Troubador, waarop het leeuwendeel afkomstig is van deze legendarische muzikant. Oldham doet dat op zijn typische, breekbare wijze. Het is wel zijn meest altcountry album tot nu toe, maar de liefhebber zal ervan smullen. Een fraai eerbetoon en sowieso een prachtalbum.

Luister Online:
Best Troubador (albumsnippers)

 

British Sea Power – Let The Dancers Inherit The Party (cd, Golden Chariot Records/ Caroline)
In 2000 richten de broers Jan Scott (zang, gitaar) en Neil Hamilton Wilkinson (zang, gitaar, bas) de band British Sea Power op. In de band heten ze Yan en Hamilton. Tot nu toe hebben ze 6 albums vol vol alternatieve rock, folkrock en indierock, waarbij ik ze het meest waardeer op hun ingetogen en meer melancholische albums. Dat is ook het geval op de 2 prachtige soundtracks die ze daarnaast gemaakt hebben. Inmiddels bestaat het zestal naast Yan en Hamilton uit (Martin) Noble (gitaar), (Matthew) Wood (drums), Phil Sumner (cornet, keyboards) en Abi Fry (altviool). Ze brengen nu hun zevende reguliere album Let The Dancers Inherit The Party, waarbij het even vrezen is voor één van hun uitgelaten werken. Maar eigenlijk, gelukkig voor mij, maken ze die al jaren niet meer. Wel is het meer extrovert, maar heerst een zekere droefgeestigheid die de nummers fraai in toom houdt. Twaalf sterke songs met vele uitschieters, zoals je die van BSP graag hoort, waarbij ze zich op eigengereide wijze en met meer folk in hun sound ergens nestelen tussen Psychedelic Furs, Power Of Dreams, Arcade Fire, The Cure, Pavement, Pixies en Doves. Deze groep is nog lang niet uitgespeeld!

 

Chastitty Belt – I Used To Spend So Much Time Alone (cd, Hardly Art / Konkurrent)
Chastity Belt is een band die het wint op sfeer, de lekker ongecompliceerde aanpak en natuurlijk gewoon hun lome sound. Dat is al het geval op No Regerts (2013) en Time To Go Home (2015), maar ook op het derde wapenfeit I Used To Spend So Much Time Alone. Zangeres/gitariste Julia Shapiro (Childbirth), gitariste Lydia Lund, bassiste Annie Trescott en drumster Gretch Grimm brengen 13 songs die op hun typisch lome wijze een mix bevatten van droompop, indierock en post-punk. Muziek die heerlijk past bij de zomerse avonden van de laatste tijd. Je moet daarbij denken aan het relaxte van een Red House Painters, de dromerigheid van Lush en Cherry Glazerr, het licht mysterieuze en onderkoelde van Warpaint en de rock van Speedy Ortiz. Intense mooie liedjes, om heerlijk bij weg te dromen. En je bent 54 minuten van de straat, ook dat nog. Warm aanbevolen dus!

 

Noga Erez – Off The Radar (cd, City Slang / Konkurrent)
“Can You Dance While You Shoot” is slechts één tekstfragment van de Israëlische zangeres Noga Erez (נגה ארז), voorheen van The Secret Sea, die meteen duidelijk maakt hoe ze naar buiten wil treden. Erez maakt experimentele pop met een politieke lading. Hoewel het merendeel op haar cd Off The Radar toegankelijk is en wellicht binnen de popkaders past, brengt ze ook dubstep, IDM, Oosterse elementen en allerhande experimenten. Daarbij zijn de teksten vaak bijtend, waarmee ze wel raakvlakken vertoont met Jenny Hval, zij het met wat minder seksueel en meer politiek getint materiaal. Maar niets is gewoon hier. Ze mixt beats, koorzang, complexe elektronische beats en andersoortige geluiden door haar muziek, waardoor je telkens op de punt van je stoel zit. Het is net zo spannend en meeslepend als imponerend en wonderschoon. Op een totaal eigenzinnige wijze komt ze ergens uit tussen Disjecta, Austra, Bat For Lashes, Björk, Burial, MIA en Fever Ray, al past niets helemaal en gebeurt er ontzettend veel. Dit is weer eens zo’n authentiek pareltje die het verschil weet te maken. Het moet wel heel raar lopen als dit album niet op de radar verschijnt.

 

Filastine & Nova – Drapetomania (cd, Jarring Effects/ Post World Industries)
Grey Filastine is een voormalig taxichauffeur uit de VS, die zich inmiddels in Barcelona heeft gevestigd en daar al jaren muziek maakt. Eerst met ¡TchKunG!, gevold door AudioFile Collective, Sonar Calibrado, Infernal Noise Brigade en uiteindelijk met zijn soloproject Filastine. Hij is een geschoold percussionist, waarbij Braziliaanse en Marokkaanse elementen een belangrijke rol spelen. Op zijn drie eerdere albums met Filastine brengt hij een eclectische mix van dubstep, breakcore, broken beats, illbient, drum ‘n’bass en hip hop met Arabische elementen. Hij mag onder meer rekenen op de steun van Jessika Kenney, Jherek Bishoff, Andy Moore en Nova. Met deze laatstgenoemde zangeres, voluit Nova Ruth geheten, maakt hij nu zijn vierde album Drapetomania. Op pakkende wijze brengen ze weer bovengenoemde mix aan stijlen, die altijd een Oosters tintje bevat. Alsof Sussan Deyhim, Muslimgauze, Beaumont Hannant, Breakbeat Era/ Roni Size en Burial een duister verbond zijn aangegaan. Ook Jessika Kenney is hier weer eenmalig te horen op zang. Het percussie/beats-gerichte geheel is zowel pakkend als diepgravend en heeft zoals veel releases op Jarring Effects iets totaal unieks in huis. Alsof ze een emmer vol creativiteit over je heen kiepen. Dit is de vijf jaar wachten meer dan waard.

 

Harvestman – Music For Megaliths (cd, Neurot / Konkurrent)
Steve Von Till is vooral bekend als één van de frontmannen van Neurosis en het schaduwproject Tribes Of Neurot. Daarnaast geeft hij acte de présence in Culper Ring en Amber Asylum, maar is hij tevens actief als soloartiest, zowel onder zijn eigen naam als onder het alias Harvestman. Met dat laatst genoemde project heeft hij tot en met 2010 al een handvol albums afgeleverd, die qua muziek nogal verschilt van zijn moederband. Hij maakt daarmee doorgaans namelijk een bezwerend amalgaam van folk, psychedelische rock en avant-garde. Na een hiaat van 7 jaar is Harvestman terug met Music For Megaliths. Von Till (gitaar, draailier, bas, synthesizers, drones, effecten, zang) wordt hier in één track vergezeld door drummer Jason Roeder (Neurosis, Tribes Of Neurot, Sleep) en producer James Plotkin. Hij laat zich inspireren door ruïnes, monumenten en oude plekken van verering. Dat levert 7 psychedelische nummers op, waar drones, folk, krautrock en experimenten een tot de verbeelding sprekend kosmisch geheel vormen. Er gaat een zekere hypnotiserende kracht vanuit, die je -eenmaal gegrepen- niet meer loslaat. Von Till komt hiermee ergens uit tussen Roy Montgomery, Barn Owl, Fear Falls Burning, Jesu en A-Sun Amissa. Dat levert een net zo aangrijpend als wonderschoon album op.

 

Institute – Subordination (cd, Sacred Bones / Konkurrent)
Aan de hoes van Subordination, de nieuwe cd van Institute, zie je meteen waarmee je te maken hebt. Precies een (post-)punkband, maar eveneens met een hang naar hardcore. Ook de teksten in het boekje zijn haast onleesbaar, tenzij je over go-go-Gadget ogen beschikt, maar dat past allemaal bij hun punkattitude. Deze Amerikanen weten al te overtuigen op Catharis (2015) en gaan nu verder waar ze gebleven zijn. Negen nieuwe tracks vol vuige, dynamische punkmuziek en ouderwetse hardcore. De groep bestaat hier uit zanger Moses Brown (Glue), bassist Adam Cahoon (Wiccans), gitarist Arak Avakian (Glue) en de nieuwe drummer Barry Elkanik (Back To Back, Blue Dolphins, Gain). Ze laten een heerlijk rauw geluid horen, dat tegenwoordig nog wel eens gemist wordt. De muziek grijpt terug naar die van Magazine, Unwound, Minor Threat, Warsaw, Crisis, Iceage en T.S.O.L.. Maar omkijken is niet nodig, want ze bieden hier vooral een prettig alternatief op de zachte muziek van tegenwoordig. Duurt dit dan lang? Gast, heb je wel opgelet? Een band met een punkinslag, dus een goed 26 minuten en meer niet. Oi! Met de nadruk op goed.

 

Jessica Says – Do With Me What U Will (cd, Chapter Music / Konkurrent)
Als een artiest wordt aangekondigd als iemand die zowel de inspiratie haalt uit popster Britney Spears als folkzangeres Dory Previn, dan fronsen de wenkbrauwen bij mij toch op een wijze die er niet om liegt. Jessica Says is het project van de Australische Jessica Venables (zang, cello, piano, synthesizers), die ook te horen is bij Sly Hats, Luluc en Emma Russack. In 2009 debuteert met haar soloplaat We Need To Talk, vol met de betere donkere indiepop. Maar van een goed gesprek komt het niet, want ze valt uit een hotelraam en breekt haar bekken en een rugwervel. Na lang herstel is ze nu eindelijk terug met Do With Me What U Will. En geloof me, voordat je meteen afhaakt, dat Spears gedeelte komt niet hoorbaar terug. Jessica beschikt over een stem die eerder ergens tussen Kate Bush, Tori Amos, Anneli Drecker en de eerder genoemde Dory Previn uitkomt. Daarbij begeleidt ze haar zang met fraaie piano- en cellopartijen. Ze krijgt daarbij hulp met de elektronische programmering van Geoffrey O’Connor (Sly Hats, The Crayon Fields), Darcy Baylis en Travis Cook. Maar het leeuwendeel doet ze dus allemaal zelf. Het is pop, maar van een bevreemdende en donkere soort. Op het ene moment wordt je op het verkeerde been richting de dansvloer gedreven met pop dan wel dubstep-achtig materiaal en even later komt ze weer met een experimenteel of klassiek getint kunststukje aanzetten. Het is niet alleen beter dan wat je op voorhand verwacht, maar met nummers als “Look So Good Feel So Bad”, “Collarbones”, “Fun Factory”, “Still” en “Rosemary” heeft ze ook echt een aantal heel sterke troeven in handen, die fans van de eerder genoemde artiesten en Robyn, Annie en Jessy Lanza. Ze verdient derhalve ook veel maar dan het stempel “het valt reuze mee”, want het is een bijzonder en genietbaar album geworden.

https://open.spotify.com/embed/album/0jtqvgblVGLblBxXGipjYg

 

Edward Ka-Spel – High On Station Yellow Moon (cd, Soleilmoon)
En daar is dan het vorige week al aangestipte album High On Station Yellow Moon van Edward Ka-Spel, het alias van Edward Francis Sharp. Hij is al sinds 1980 de geweldige kopman van The Legendary Pink Dots, maar laat ook al uit die tijd van zich horen als begenadigd soloartiest. Tevens vind je hem terug in diverse (zij) projecten als The Tear Garden, Mimir en A Star Too Far. Solo laat hij veelal een meer experimenteel en psychedelisch geluid horen. Op deze nieuwe release klinkt hij meer persoonlijk en schept hij een intieme, poëtische atmosfeer, die dichter tegen zijn moederband aanleunt dan ooit. Nu is het grote verschil wel dat hij solo meer voor de sfeer en de emotie gaat. Maar het is wat minder abstract dan zijn voorgaande albums, wat mede komt door de fijne inbreng van zangeres Amanda Palmer (The Dresden Dolls), waarmee hij het reeds besproken album van vorige week heeft gemaakt. Ze draagt ook bij met haar piano- en keyboardpartijen in de twee stukken waar ze ook zingt, al is de indeling van de cd in vier delen met vele subhoofdstukken. Het levert in elk geval een magisch, magistraal en meeslepend geheel op.

 

Meniscus – Refractions (cd, Bird’s Robe Records / Five Roses Press)
Meniscus is een driekoppige band uit Sydney die al in 2005 is opgericht. Pas in 2011 ziet hun debuut War Of Currents het licht. Hierop laat de groep een fraaie instrumentale mix horen van ambient, prog en allesvernietigende post-rock. Inmiddels zijn we zes jaar verder en is de tweede worp Refractions een heugelijk feit. De groep bestaat naast de leden van het eerste uur, Daniel Oreskovic (gitaar, loops) en Alison Kerjean (bas) uit de nieuwe drummer Alex O’Toole. Oreskovic is ook te vinden bij Sleepmakeswaves. Ze presenteren hier 8 nieuwe tracks, waarvoor ze net als het album zelf de tijd nemen. Na zo’n 65 minuten eindigt het namelijk pas. Maar laat ik bij het begin beginnen. De cd opent op ambientachtige wijze, maar al snel roeren de eerste stevige gitaren zich. Ook in de tracks erna is alles wat steviger dan voorheen, al variëren ze dat nog altijd met prachtige rustgevende stukken en sterke math- en progrock. De opbouw van de stukken is ijzersterk en nergens trappen ze in de valkuilen van de post-rock mede doordat ze uit verschillende vaatjes tappen. Ondanks dat alles weer volledig instrumentaal is, neemt de muziek je mee als een spannende film. Denk daarbij aan het fraaie midden tussen Sleepmakeswaves, Explosions In The Sky, Don Caballero en King Crimson. Met dit geweldige album kunnen we/ze weer even vooruit, al is het te hopen dat het niet weer 6 jaar duurt voor een vervolg.

 

Thurston Moore – Rock N Roll Consciousness (cd, Ecstatic Piece Library/ Fiction/ Caroline International)
Dertig jaar lang, van 1981 tot 2011, maakt zanger/gitarist Thurston Moore deel uit van de toonaangevende noiseband Sonic Youth. Maar zijn scheiding met Kim Gordon maakt definitief een einde aan een tijdperk. Ervoor en erna heeft Moore als vele solowerken gemaakt en werkt hij met legio artiesten samen, dus het solopad is bepaald niet onbekend voor hem. Nu vind ik zijn extreem experimentele noiseplaten helemaal niks, maar als hij het enigszins in een songstructuur giet, het hoeft echt niet helemaal in een mal te passen, mag ik hem solo ook graag horen. Het is altijd de vraag waarmee hij komt, al heb ik bij de nieuwe cd Rock N Roll Consciousness op voorhand wel een vermoeden. Ja het is een meer songgericht album geworden, maar één waar het experiment en de noise ook de kans krijgen. In 5 langgerekte tracks van samen bijna 43 minuten lijkt hij zelfs weer een beetje terug te gaan naar de sound van Sonic Youth. Naast Moore zijn het ex-Sonic Youth drummer Steve Shelley, gitarist James Sedwards (ex-Guapo, Vertical Smile, Nøught) en bassiste en zangeres Deb Googe (My Bloody Valentine, Snowpony) die hier de zogeheten Thurston Moore Band vormen. Een heuse band, waarbij de heerlijk dissonante gitaarpartijen, lome zang en noise uitstapjes weer volop aanwezig zijn. Het gaat allemaal wat meer de diepte in, maar het had zo een volgend Sonic Youth album kunnen zijn. En dat zonder in herhaling te vervallen. Een ijzersterk nieuwe plaat!

 

Sleep Party People – Lingering (cd, Joyful Noise / Konkurrent)
Sleep Party People is in 2008 ontsproten uit het brein van de creatieve Deense multi-instrumentalist Brian Batz. Hij heeft hiermee al 3 albums uitgebracht, die op bevreemdende maar smaakvolle wijze ergens tussen de leftfield elektronica, indierock, droompop, kamermuziek en folk landen. Daarbij beschikt hij over een fraai falsetstem om de boel aaneen te rijgen. Hij varieert telkens, maar weet er iedere keer een consistent geheel uit te slepen. Drie jaar na zijn vorige album Floating gaat hij daar gewoon weer mee verder op Lingering, zij het dat de koers wel iets gewijzigd is. Hoewel hij live veelal als kwintet optreedt, doet hij hier weer alles zelf. Enkel op drums en koorzang krijgt hij enige ondersteuning. Hij brengt weer een eigengereide grog aan stijlen, die je niet eenvoudig kunt vastpinnen. Zijn hoge zang vormt de rode draad, maar daar omheen gebeurt van alles en hier ook dikwijls met een hoog tempo. Het heeft zowel iets tijdloos en vertrouwds als futuristisch. Als je een hybride van Bon Iver, Efterklang, Final Fantasy, James Vincent McMorrow, Medicine, Momus en Whirr in gedachten neemt kom je enigszins in de buurt van zijn bijzondere output. Slepend, zoals de titel suggereert, zou ik de cd niet willen noemen. Meeslepend en dromerig dekt de lading beter. Batz blijft met zijn project een heerlijke vreemde eend in de bijt.

 

Ulrika Spacek – Modern English Decoration (cd, Tough Love / Konkurrent)
Ulrika is de Britse groep van Rhys Edwards en Rhys Williams, die in Berlijn wordt opgericht. Volgens mij zitten ze nu weer in Londen. Maar enfin de topografie zullen we maar even buiten beschouwing laten. Het draait toch allemaal om de muziek nietwaar? Zo is hun debuut The Album Paranoia van goed een jaar terug er één om ouderwets te genieten van hun frisse, verfijnde en licht psychedelische mix van noise, shoegaze, jazz en tevens krautrock (toch die Duitse zuurkool). Met dat alles tonen ze een eigen smoel en zijn ze een grote belofte voor de toekomst. Nabije toekomst dus, want Modern English Decoration is alweer een feit. Ze hebben weinig aan hun receptuur veranderd en waarom zouden ze ook? Het hoogstens nóg smakelijker, waarbij je weer muziek voorgeschoteld krijgt die gekruid is met Television, Slowdive, Sonic Youth, Thee Hypnotics, Pavement, Ultimate Painting en Spacemen 3, zij het dan allemaal anders en op moderne wijze opgediend. Belofte ingelost en hoe! Een band om goed in de smiezen te houden.

 


 

Martijn

Cool 3d World Cool 3d World
Cool 3d World maakt vooral hele rare 3d-animaties, maar die muziek is best te pruimen zonder de beelden. Ik had het eigenlijk niet verwacht en het album meer gekocht als dank voor de hilarische visuals. Maar de muziek blijkt opvallend luisterbaar en meestal redelijk dromerig en rustgevend.

Drake x Sade More Love
Een tijdje geleden was er een hele fijne mashup van Sade met Madvillain, nu is er eentje waar de Nigeriaans-Engelse smooth operator gemixed wordt met de beats van de ook al vrij smoothe Drake. Misschien oneerbiedig om die grand dame zo aan die vreemde kerels te koppelen, maar Sade is gewoon van alle tijden.

Lara Di Lara Hazineler İçindesin
Lekker smoothe Turkse indie: intieme luisterpop, beetje folk met een vleugje jazz, een enkele wat vlottere popsong en een verrassende, stevigere uithaal. Maar meestal kabbelt en twinkelt het lekker, zo op een zwoele zomeravond.