Het schaduwkabinet: week 21 – 2017

Waar is James Bond als je hem echt had kunnen gebruiken? Dat werpt een extra schaduw over onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Afrikän Protoköl, Animal Youth, Nev Cottee, Anneli Drecker, ESG, Golden Rain, Aldous Harding, Inventionis Mater, Moinho, Mt. Wolf, Orphax & Machinefabriek, Palais Ideal, Amanda Palmer & Edward Ka-Spel, Fabrizio Paterlini, James Plotkin, The Underachievers, El Mahdy Jr en Dyane Donck.


 

Jan Willem

Afrikän Protoköl – Beyond The Grid (cd, Abozamé / Xango Music Distribution)
Hoewel je het niet direct vermoedt bij het horen van de muziek of naam is Afrikän Protoköl een Belgisch project van saxofonist Guillaume Van Parys (maar dan uit Brussel). Hij omringt zich wel hoofdzakelijk met muzikanten die uit Burkina Faso afkomstig zijn, maar ook uit Mozambique en Ivoorkust. Op hun debuut Freedom From The Known (2014) laten ze een energieke en bovenal wereldse mix horen van jazz, grooves, avant-garde en Afrobeats. Een verrukkelijk recept dat ze gelukkig ook weer laten horen op hun nieuwe cd Beyond The Grid. De cd gaat weer vol dynamiek en energie van start met de Afrikaanse spirit in gedachte. Met aanstekelijke zang, diverse saxofoons, ritmisch opzwepende percussie en baspartijen komen ze weer op het snijvlak van de genoemde stijlen, zij het nog wat meer experimenteel en avontuurlijk. Maar al gauw blijkt het niet enkel feest en laten ze ook een meer ingetogen en droefgeestig geluid horen, die transcontinentaal zijn. Sommige van de saxofoonpartijen roepen namelijk ook associaties op met de Ethiopische muzikant Mahmoud Ahmed. Maar ook de Europese invloeden zijn evident. Deze wereldse meeting is niet alleen heel interessant, het levert ook ongelooflijke mooie muziek op. Zelf heb ik een lichte voorkeur voor de meer droefgeestige stukken, die bijna passen in de zogeheten “desertblues”, maar uit de energieke rest beleef ik ook een hoop plezier. Je moet daarbij verder denken aan Fela Kuti, Farafina, Manu Dibango en Steve Coleman. De titel van de cd, die “buiten het raster” betekent, is in deze zeer toepasselijk. Maar veel belangrijker is natuurlijk dat dit ook grenzeloos mooie muziek oplevert.

 

Animal Youth – Animal (12”, Weyrd Son / Five Roses Press)
Animal Youth is een Belgische groep die in 2016 ontstaan is uit de as van de post-punkgroep Siamese Queens. Deze bestaat uit het trio Guy Tournay (zang, gitaar, synthesizer), Jérôme “Vankou” Damien (bas, achtergrondzang) en Hugo Claudel (drums, percussie). Op hun eersteling, de 12” Animal laten ze 9 tracks het licht zien. Hoewel licht, het is allemaal van een behoorlijke nachtelijkheid wat ze hier tentoonspreiden. De muziek houdt het midden tussen post-rock, noise, shoegaze en wave, waar de energie en melancholie vanaf druipt. Ruim 35 minuten lang weten ze je in de houdgreep te nemen met muziek die zowel herinneringen oproept aan de jaren 80 als hedendaags klinkt. Die combinatie werkt zeer aanstekelijk. Ook brengen ze een fraaie cover van “In Heaven” van David Lynch (uit de film Eraserhead). Je moet dan ook denken aan een dwarsdoorsnede van The Cure, The Psychedelic Furs, In Camera, New Wet Kojak, OMD, The Jesus And Mary Chain en A Place To Bury Strangers. En dan mag je gewoon spreken over een nieuwe sensatie. Een aanrader voor iedere nostalgische melancholicus!

 

Nev Cottee – Broken Flowers (cd, Wonderfulsound / Konkurrent)
Nev Cottee is een Britse muzikant uit Manchester en een heerlijke somberman. Ook de combinatie aan stijlen maakt hem bijzonder, hetgeen hij al liet horen op Strange New From The Sun (2015). In feite maakt hij herfstige ballads, alleen bestaan die in zijn geval uit singer-songwritermuziek, alternatieve pop, leftfield elektronica, downtempo, Americana en ambient. Hij maakt hierbij gebruik van diverse gasten. Het mooie is dat diverse referenties zich opdringen, maar dat Cottee er telkens een eigen draai aangeeft. Daarbij beschikt de beste man ook nog eens over een stem die grofweg het midden houdt tussen Leonard Cohen, Mark Lanegan, Tim Hardin en Lee Hazzlewood; breekbaar, zwaar, hees en vol nostalgie. Eigenlijk is dat ook allemaal van toepassing op zijn nieuwe album Broken Flowers. In drie kwartier brengt hij 9 bij de strot grijpende songs ten gehore waar je qua stijl niet eenvoudig de vinger op kunt leggen, maar emotioneel gezien allemaal fijn melancholisch uitpakken. Zijn muziek doorkruist de eerder genoemde genres en wordt dikwijls voorzien van sepiakleurige orkestraties. Het roept associaties op met de bovenvermelde artiesten maar ook met Adrian Crowley en Talk Talk, terwijl de waterige pianopartijen ook zo bij de intense songs van Nine Inch Nails zouden passen. Laat ik het er maar op houden dat hij op uiterst eigengereide en persoonlijke wijze diepgravende emoties over weet te brengen, die velen niet onberoerd zullen laten. En dat op echt wonder-wonderschone wijze!

 

Anneli Drecker – Revelation For Personal Use (cd, Rune Grammofon/ Konkurrent)
De Noorse zangeres Anneli Drecker met de wonderschone etherische zang is door de jaren heen toch wel uitgegroeid tot één van mijn muzikale heldinnen. Dat start met de prachtgroep Bel Canto. Later zal ze ook te vinden zijn bij Music Channel, Hector Zazou, Jan Bang, Ketil Bjørnstad, Jah Wobble, Gavin Friday, Röyksopp, A-ha en vele anderen. Een veelzijdige artieste en dat al 3 decennia lang. Haar eerste soloalbums zijn fraaie popplaten. Met haar derde soloalbum Rocks & Straws (2015), waarop ze zich laat vergezellen door de top uit de Noorse muziekscene, brengt ze een eerbetoon aan haar geboorteregio. De teksten zijn afkomstig van de Noorse dichter Arvid Hanssen (1932-1998) en de muziek landt ergens tussen klassiek, jazz, folk en pop. Het is toch haar prachtstem die weer de hoofdrol speelt. Nu is ze terug met Revelation For Personal Use, waar ze andermaal een ode brengt aan haar geboortestreek en waar dezelfde dichter voor de teksten wordt gebruikt. Drecker (zang, piano, orgel, mellotron, programmering) wordt de 11 muzikanten uit crème de la crème van de Noorse muziekscene en een orkest bijgestaan op strijkers, gitaar, elektronica, bas. drums, programmering, dulcimer, shor, igil, khomus, zang en keyboards. Muzikaal gezien trekt ze de lijn van haar vorige album door, zij het dat het op nog stemmiger, meer experimentel en etherische wijze wordt uitgevoerd. In de 8 tracks is het wederom haar onaardse zang die het grootste verschil maakt. Op weergaloze wijze komt ze ergens tussen van zowel Bel Canto als Cocteau Twins, Kate Bush en Susanna uit. Mooier dan dat kan ik het ook niet maken.

 

ESG – Step Off (cd, Fire / Konkurrent)
Emerald Sapphire & Gold, ofwel ESG neemt een heel bijzondere plek binnen de muziekgeschiedenis in. Het is een art-funk ensemble uit de South Bronx, dat al sinds 1981 aan de weg timmert. Maar art-funk betekent in hun geval dat ze eveneens new wave en soul omarmen, wat hun een single op het Factory label oplevert waar ook Joy Division onderdak heeft. Het wordt indertijd gevormd door de zusters Renee, Marie en Valerie Scroggins, die allen zingen en percussie-instrumenten gebruiken. De vierde zus Deborah doet in het begin ook mee. Daarbij worden ze door diverse gasten ondersteund. In later incarnaties, want die band kent hiaten om U tegen te zeggen doen ook Renee’s dochters Christelle (gitaar) en Nicole (bas) mee. Zo ook op hun zogeheten comeback Step Off uit 2002. Daarvoor hebben ze Come Away With ESG (1983), ESG (1991) plus een live album in 1995 uitgebracht. Hierop laten ze een heerlijk onderkoelde maar energieke en bovenal excentrieke mix horen van wave, dub, soul, funk en leftfield. Er is geen band die klinkt zoals ESG. Het heeft net zoiets bevreemdends als Grace Jones die op haar wijze Joy Divison covert, zij het dat ESG veel breder uitpakt. Hierna volgen nog twee albums, zoals altijd met geen enkele regelmaat. Vijftien jaar later is het bewuste derde studioalbum nu heruitgegeven. En dat is bij deze tijdloze pracht kortweg een heugelijk feit!

 

Golden Rain – Golden Rain (mcd, Bulbart/ Pocket Records / Five Roses Press)
Het nieuwbakken Italiaanse duo Golden Rain bestaat uit zangeres Zaira Zigante (Almamegretta, The Sleeping Cell, Minimod) en zanger/multi-instrumentalist Mario Grimaldi (The Sleeping Cell, The Sperms, Valderama5, 291out). Op hun gelijknamige mini krijgen ze rugdekking van gasten op gitaar, synthesizer en bas. Ze presenteren 5 tracks van bij elkaar ruim 21 minuten, waar ze het fraaie midden houden tussen synthpop, techno, droompop, cold wave en psychedelische muziek. Dit weten ze op pakkende en diepgravende wijze aan de man te brengen. Hun sound heeft ook een zekere zomerse zwoelheid in zich, al zit er ook zeker een bepaalde afstandelijkheid in hun geluid besloten. Maar dat ambivalente maakt hun muziek ook zo interessant. Kijk daarom niet vreemd op als je een stamppot van Sleepytime Gorilla Museum, Bel Canto, Depeche Mode, Fever Ray en Eight Wonder voorgeschoteld krijgt. Ja precies, zo breed en geweldig. Check het zelf maar!

 

Aldous Harding – Party (cd, 4AD)
Als de Nieuw-Zeelandse Aldous Harding (zang, piano, gitaar) in 2014 met haar gelijknamige debuut komt aanzetten, weet ze direct een diepe indruk te maken. Ze brengt sobere, maar uiterst doeltreffende folkachtige muziek, dat zowel spookachtig als gewoonweg betoverend mooi is. Haar album eindigt dan ook in mijn jaarlijst. Nu is ze terug met Party, ditmaal uitgebracht op het kwaliteitslabel 4AD en geproduceerd door John Parish (piano, gitaar, synthesizer, drums, achtergrondzang). Daarnaast zijn het Enrico Gabrielli (basklarinet, saxofoon, Rhodes), Mike Madras (zang) van Perfume Genius, Fenne Lilly (zang) en een meidenkoor die hier hand- en spandiensten verlenen. Ondanks de vrolijke titel is er bepaald geen sprake van een feeststemming op dit album, maar gaat ze gewoon verder met het maken van intense, droefgeestige, ingetogen en bovenal wonderschone songs. De muziek houdt hierbij weer het spookachtige midden tussen gothic folk, pianomuziek en singer-songwritermuziek. Kleine songs, die groots uitpakken. Daarbij moet je denken aan een fraai hybride van Nadia Reid, Marissa Nadler, Lisa Germano, Beth Gibbons, Tarnation, Kristin Hersh en Nick Drake. Het is wederom een album dat je bij de strot grijpt door de oprechte emoties en schoonheid. Aan deze artieste gaan we, of in elk geval ik, nog veel plezier beleven in de toekomst.

 

Inventionis Mater Zapping (cd, Visage Music / Xango Music Distribution)
In 1986 komt Frank Zappa met een vraag en eigenlijk een statement met het album Does Humor Belong In Music?. Het antwoord is met een volmondig “ja!” gegeven. Dat deze grootmeester nog altijd zijn sporen nalaat in de hedendaagse muziek bewijst het Italiaanse combo Inventionis Mater wel, waarbij hun groepsnaam natuurlijk refereert aan de begeleidingsband The Mothers Of Invention van Zappa. Zelf debuteren ze in 2013 met de cd Does Humor Belong In Classical Music?, waar het antwoord ook bekend geacht mag worden. De muziek is afkomstig van Zappa, maar de groep bestaande uit klarinettist Pierpaolo Romani en gitarist Andrea Pennati geeft daar een eigen invulling aan. Ze landen meer in de folk, progrock en klassieke hoek, waarbij ze de complexiteit van de meester wel naar voren laten komen. Datzelfde geldt voor hun tweede wapenfeit Kong’s Revenge. Vorig jaar ziet hun derde album Zapping het licht, die ook nu hier is geland. De titel geeft alweer aan in welke hoek je het moet zoeken. Ze worden hier versterkt door de vibrafonist/percussionist Nazareno Caputo. Naast vele herbewerkingen van Zappa vind je er ook eigen stukken en interpretaties van Igor Stavinsky, Edgar Varèse en Michele Sarti. Ze laten een heel fijnbesnaarde mix horen van jazz, klezmer, avant-garde en progrock horen, die ondanks de kleine bezetting een grootse impact heeft. Op virtuoze en vooral fraaie wijze houden ze de geest van Zappa in leven. Grootse klasse!

 

Moinho – Elastikanimal (digitaal, 1631 Recordings)
Als je feedback geeft is het gebruikelijk dat je begint met een positieve toon. Laat ik dan ook beginnen te zeggen dat het 1631 Recordings label van David Wenngren (Library Tapes) en Kning Disk labelbaas Mattias Nilsson echt waanzinnig mooie releases en heruitgaven uitbrengen in veelal de neoklassieke hoek. Groot minpunt is dat het dikwijls onduidelijk is of het enkel om een digitale uitgave of een fysieke release gaat. Ook voor artiesten is dat niet altijd duidelijk, zo blijkt uit een lief schrijven van Franck Marquehosse, die onder het alias Moinho muziek maakt. Hij heeft mij kennelijk op Facebook zien schrijven over zijn eerste cd Baltika (2012) op Arbouse en weet zelf eigenlijk niet in welk format zijn nieuwe release Elastkanimal het licht gaat zien en stuurt daarom een cd-r op. Van zoiets gaat mijn muzikale hart sneller kloppen en de muziek is al helemaal om niet te negeren. Vooralsnog een digitale dus. Op zijn eerste werk blijkt hij een begenadigd minimal music artiest, die zich heeft laten beïnvloeden door onder meer Philip Glass, Arvo Pärt en Eric Satie. Hij brengt nu weer 9 heerlijk minimale pianostukken, maar krijgt steun op contrabas, vibrafoon en marimba van onder meer Stéphane Garin (Ensemble 0, Ensemble Dedalus). Het levert een overdonderend emotioneel en breekbaar geheel op dat je niet in de koude kleren gaat zitten. Liefhebbers van Nils Frahm, Dustin O’Halloran, Arvo Pärt, David Darling, Sylvain Chauveau, Dakota Suite en Max Richter zullen hier wel raad mee weten. Wat een biologerende beauty!

 

Mt. Wolf – Aetherlight (cd, CRC Music / Bertus)
De Britse groep Mt. Wolf bestaat al sinds 2012 en brengt een handvol mini’s uit. Niets lijkt erop dat ze het schoppen tot een serieus debuut, mede door de lange stiltes die volgen, totdat nu toch de cd Aetherlight een heugelijk feit is. Heugelijk want het drietal, bestaande uit zanger/elektronicaman Sebastian “Bassi” Fox, gitarist Stevie McMinn en drummer Alex Mitchell, brengt een originele en bovenal stemmige kruisbestuiving van post-rock, ambient, folk en trip hop. Daarbij beschikt zanger Fox over een prettige falsetstem, die associaties oproept met Jonsí van Sigur Rós. Ook de muziek vindt wel enige aansluiting met deze groep. Maar soms laat Fox ook een fraai lagere geluid horen, waardoor je weer op een zijspoor komt. Ze weten in 13 tracks van bij elkaar bijna een uur lang echt een eigen geluid naar buiten brengen. Dat komt naast de fijne elektronische interventies ook door de fraaie orkestraties, wave- en folk-elementen en subtiele experimenten. Neem daarbij ook leuke bands als Tomorrow We Sail, Bon Iver, I Like Trains, Peter Broderick en Radiohead mee in je gedachten. Het is een ontwapenend en gevarieerd droomdebuut geworden.

 

Orphax & Machinefabriek – Weerkaatsing (cd, Moving Furniture Records)
Op voorhand ben ik me al aan het verkneukelen als ik het affiche zie met Orphax en Machinefabriek die samen een album uitbrengen. Blind aanschaffen natuurlijk! Ook naderhand gelukkig blijkt Weerkaatsing, met die leuke afbeelding van een tafeltennistafel een heugelijk feit. Aan de ene zijde van het net bevindt zich Orphax. Dat is het prachtig innovatieve drones/ambient project van collega Subjectivist Sietse van Erve, tevens labeleigenaar van het prestigieuze Moving Furniture. Daarnaast vind je hem ook in diverse andere formaties. Aan de andere zijde van het net staat Rutger Zuydervelt klaar met zijn batje. Zuydervelt bezit inmiddels een asociaal grote ruimte in mijn cd kast. Dat niet alleen met Machinefabriek, maar ook solo en met Shivers, Piiptsjilling, L/M/R/W en de vele samenwerkingsverbanden, waaronder die met Michel Banabila, Gareth Davis, Soccer Committee, Peter Broderick, Dag Rosenqvist, Aaron Martin, Leo Fabriek en meer. De paden van deze twee muzikanten kruisen elkaar al meerdere malen, zowel op als naast het podium. Het idee voor dit gezamenlijke album start voor Orphax wanneer de single Stofstuk van Machinefabriek in 2007 uitkomt, die in datzelfde jaar op het album Kruimeldief geremixt wordt door diverse artiesten. Ook van Erve maakt daar een mix van, in feite voor zichzelf. Dat stuk wordt “Reflectie”, waarbij het origineel van ruim 5 minuten tot ruim 19 minuten is omgetoverd tot iets dat zowel de sound van Machinefabriek in stand houdt als de majestueuze drones van Orphax naar voren brengt. Als hij deze aan Zuydervelt laat horen, kaatst deze de bal keihard terug door het nummer “Geluiden Van De Eerste Dag” van Orphax’s prachtalbum De Tragedie Van Een Liedjesschrijver Zonder Woorden (2013) te remixen. Hij slaagt er eveneens in het drone-karakter van het origineel te behouden, maar weet het iets meer in de neoklassieke en experimentele elektronica-hoek te plaatsen. Uiteindelijk komen ze dan toch tot een remise middels de gelijkluidende albumtrack. Daar blijken deze twee behoorlijk aan elkaar gewaagd, wat leidt tot een wonderschoon midden maar ook meer van hetgeen zij doorgaans laten horen. Deze 3 tracks die dan op het album de posities 3, 1 en 2 bekleden, passen dan weer wonderwel bij elkaar. En zo heb je ineens een overrompelend album van ruim 43 minuten in handen.

 

Palais Ideal – The Future Has Been Cancelled (10”, Dark Vinyl Records)
Toekomstmuziek? Futuristische muziek? Vergeet het maar! Hier is Palais Ideal die iedere verstokte new wave, post-punk dan wel darkwave fan op de wenken bedient. En dat is een bewuste keuze geweest om ongegeneerd in he verleden te duiken/ De groep wordt gevormd door John Edwards (gitaar, zang, synthesizers, programmering) en Richard van Kruysdijk (bas, baritongitaar, achtergrondzang, synthesizers, programmering). Die laatste componist en multi-instrumentalist is bekend van projecten als Phallus Dei, PHD2, Undo, Beam, Sonar Lodge, Strange Attractor, Szenze, Cut Worms, Daisy Bell en Blindfold. Deze twee samen presenteren nu hun 10” The Future Has Been Cancelled, waarop je vier songs gepresenteerd krijgt die inderdaad flink teruggrijpen. Maar dat doen ze wel op voortreffelijke wijze. Denk daarbij aan een sterk uitgevoerde dwarsdoorsnede van Sisters Of Mercy, The Cure, New Order, Clan Of Xymox, Psychedelic Furs en The Sound (luister maar eens naar “Seen Missing”). Daarmee krijgt een aantal hedendaagse bands in dit genre er een ijzersterke concurrent bij. Een enorme belofte voor de toekomst (ja dat wel).

 

Amanda Palmer & Edward Ka-Spel – I Can Spin A Rainbow (cd, Eight Foot)
De samenwerking tussen Amanda Palmer en Edward Ka-Spel is best verrassend. Tot 2008 maakt Palmer deel uit van The Dresden Dolls om zich erna te storten op haar solocarrière. Hiermee roert ze op eigenzinnige wijze ergens in de alternatieve rockhoek. Ka-Spel is al sinds 1980 de geweldige kopman van The Legendary Pink Dots, maar laat zich al bijna net zo lang ook niet onbetuigd als soloartiest. En je kunt hem terugvinden in legio projecten als The Tear Garden, Mimir, A Star Too Far en veel meer. Hij opereert meer in de avant-garde en experimentele hoek en heeft een discografie die vanaf de maan zichtbaar moet zijn. Toch treffen deze twee elkaar al op Ka-Spel’s solowerk High On Station Yellow Moon, die eerder dit jaar verschijn en ik ook spoedig hier zal bespreken, wat ook goed uitpakt. En van het één komt het ander, met I Can Spin A Rainbow als resultaat. Ze brengen 9 tracks die finishen na bijna 51 minuten. De muziek brengt hen beide op nieuw terrein, want ze komen ergens tussen Barokke kamermuziek, avant-pop, avant-garde, elektronische muziek en lichte experimenten uit. Daarbij wisselen ze elkaars zang op fraaie wijze af of vullen elkaar mooi aan en brengen zelf ook de instrumenten en elektronica. Ze krijgen nog prachtige ondersteuning van violist Patrick Q. Wright en Alexis Michallek op zingende zaag. Het levert werkelijk bij de strot grijpende muziek op, die niet alleen wonderschoon is maar ook biologerend, spannend, poëtisch en van een nachtelijke majestueusheid. Dat mogen ze gerust nog eens doen!

 

Fabrizio Paterlini – Secret Book (cd, Memory Recordings/ Fabrizio Paterlini)
In het melancholische, neoklassieke pianogenre is het soms maar lastig om je te onderscheiden. De inmiddels 44 jarige pianist Fabrizio Paterlini lukt dat nu toch al zo’n 10 jaar. Hij start al op 6 jarige leeftijd met pianospelen en geniet uiteindelijk ook een klassieke opleiding. Daarna zijn het eerst nog allerlei pop, jazz, hard- en progrockbands die hij start alvorens in 2007 op indrukwekkende wijze te debuteren met Viaggi In Aeromobile. Dit een solo piano album, vol stemmige minimal music, dat wellicht nog niet heel onderscheidend is, al is Paterlini een meester in het overbrengen van emoties. Op albums erna werkt hij ook met een strijkensemble of gooit hij elektronica in de strijd, waarmee hij ook muzikaal meer zijn eigen stempel drukt. Drie jaar na zijn prachtige The Art Of The Piano, wat weer een compleet pianogeoriënteerde cd is, komt hij nu met Secret Book. Hierop staan 12 nieuwe stukken waarbij de piano wel de hoofdrol speelt, maar waar Paterlini ook dikwijls naar de elektronica grijpt. Soms slaat hij daarmee zelfs geheel de elektronische kant op. Daarbij krijgt hij op dit album ook nog eens steun van drie gasten op viool, altviool en cello. Dat levert zo’n rijkgeschakeerd en emotioneel geladen album op, dat ook veel aan de verbeelding overlaat. Het is voer voor de liefhebbers van Ludovico Einaudi, Bruno Bavota, Max Richter, Ólafur Arnalds, Dustin O’Halloran, Encre en Nils Frahm. Hoewel al zijn albums een ongekend hoog niveau kennen, is dit misschien wel zijn magnum opus. Wat een ongelooflijke beauty!


 

Martijn

James Plotkin Inevitable Archives: 1991-1998
James Plotkins carrière is van uitvoerend muzikant (Regurgitation, O.L.D., Khanate, etc.) verlegd naar mastering van diverse platen, van klassieke horrorsoundtracks tot extreme doom metal, met inmiddels een zekere reputatie in de scene. Z’n eigen output staat de laatste jaren op een laag pitje, maar op zijn bandcamp-account begint hij de resultaten van het uitspitten van zijn archieven te delen. De eerste batch is erg mooi, de mildere, dromerige klanken in de sfeer van persoonlijk favoriet The Joy Of Disease.

The Underachievers Renaissance
The Underachievers hebben twee gezichten, als duo natuurlijk, maar ook muzikaal. De kneiterharde bangers met vervormde trap bass zoals het vorig jaar verschenen It Happened In Flatbush maar ook een meer conscious kant met diepzinniger teksten en meer jazzy beats. Op Renaissance overheerst het laatste maar er klinken zeker ook flows en baslijnen uit dat hardere werk in door.

El Mahdy Jr Time To Sell The Golden Teeth
Dyane Donck Sounds That Surround Me
El Mahdy Jr is een Algerijn die vanuit İstanbul opereert (of opereerde, weet niet waar hij nu uithangt) en Dyane Donck komt uit Breda. Allebei maken ze collages van de geluiden die hen omringen, soms met beats en soms meer filmisch en abstract. En beiden met een stevige dosis oosterse muziek. Lekker multiculti dus. Lees ook Sietses stuk over Dyane nog even.