Het schaduwkabinet: week 15 – 2017

Deze week kunnen we niet om Donald Trump, aldus de NOS. Welnu, let dan maar eens op onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Bathsheba, Joep Beving, Clan Of Xymox, Karen Elson, Tom Hickox, Mount Eerie, Fionn Regan, Hermínia Silva, Lee Southall, Tape Loop Orchestra, Raoul Vignal, WOLVON, Various Artists: Amazonie / Laos – Musique Des Khmou, Yasmine Hamdan en Кайно Йесно Слонце. En gingen naar: Conny Janssen Danst.

 


 

Jan Willem

Bathsheba – Servus (cd, Svart Records)
Bathsheba is een Belgische sludge/doom metalband, die sinds 2014 van zich laat horen en voortkomt uit diverse andere bands. Toch verschijnt, na een demo en een 10”, nu pas hun volwaardige debuut Servus. De groep bestaat hier uit zangeres Michelle Nocon (Death Penalty, Levathian Speaks, Serpentcult), gitarist Dwight Goossens (Fruitcake Freddy, Disinterred), bassist Raf Meukens (Death Penalty, Torturerama) en drummer Jelle Stevens (SardoniS). In zes tracks van bij elkaar drie kwartier lang brengen ze hun zeer overtuigende sound ten gehore. Aan de ene kant heel hard en vol met de betere doom, maar ze laten ook ruimte aan de meer verstilde muziek, zoals bijvoorbeeld in het fraaie “Manifest”. Ze vormen in feite een fijne optelsom tussen Made Out Of Babies, 40 Watt Sun, Pallbearer, My Dying Bride, Siouxsie & The Banshees, Oathbreaker en The Gathering. Adrenaline en kippenvel vechten daarbij om de hoofdprijs. Kracht en pracht gaan hier hand in hand. Dit is wat je -in positieve zin- een echt nachtmerriedebuut noemt.

 

Joep Beving – Prehension (cd, Deutsche Grammofon)
De Nederlandse pianist en componist Joep Beving maakt vorig jaar diepe indruk met zijn bezinnende, diepgravende debuut Solipsism. In één klap is hij iemand die je mag meten met artiesten als Erik Satie, Frédéric Chopin, Bruno Sanfilippo, Ludivico Einaudi, Dustin O’Halloran, Nils Frahm, Lubomyr Melnik en Simeon ten Holt. Het wordt zelfs zo goed ontvangen dat hij zijn tweede werk Prehension mag uitbrengen op Deutsche Grammofon. Dit van origine klassieke label omarmt de laatste paar jaar steeds vaker hedendaagse artiesten. En terecht, zeker in dit geval, want ook al is het pianolandschap aardig platgetreden, Joep Beving weet als geen ander diepe emoties fraai te schilderen met zijn pianostukken. Ook op deze cd laat hij je wegdromen, leidt de muziek tot bezinning en nieuwe inzichten en weet dit alles je bij de strot te grijpen. Het neemt je even weg uit de realiteit en plaatst je in een teder droomlandschap vol intieme en mooie zaken waar de tijd geen grip op lijkt te hebben. Het is de soundtrack van de ontluikende lente of de herfst in wording, waarbij het leven en de dood een evenwichtige dans maken. De eerder genoemde referenties blijven ook hier intact. Beving levert een imposant meesterwerk af.

 

Clan Of Xymox – Days Of Black (cd, Trisol)
In 1981 start in Nederland de groep Xymox met Ronny Moorings, Pieter Nooten en Anke Wolbert, die toen waarschijnlijk nog geen idee heeft dat ze geschiedenis gaan schrijven. Na hun demo Subsequent Pleasures (1983), vol met de betere synthpop en darkwave, mogen ze tekenen bij 4AD en veranderen ze de naam in Clan Of Xymox. Het levert de twee indrukwekkende albums Clan Of Xymox (1985) en Medusa (1986) op, waarbij ze belangrijke ambassadeurs van de darkwave worden. Daarna stappen ze over naar een major label en verandert de naam weer in Xymox. Het is vooral het soloproject van Ronny Moorings geworden, die hiermee meer de synthpop kant opkoerst met knipogen naar de techno. Er volgen vier prima albums, maar het Nederlandse publiek haakt af. In het buitenland blijft de groep ongekend groot en populair. Moorings keert daarna terug naar zijn oude liefde Clan Of Xymox en stapt op Hidden Faces (1997) over naar de mix van darkwave, synthpop en gothrock, hetgeen ook meer aansluit op de 4AD periode en groepen als The Cure, Sisters Of Mercy en Fields Of The Nephilim. En hoe! Het ene na het andere ijzersterke album verschijnt, waarbij de band zich duidelijkheid onderscheid van andere door onder meer de zang en de typische mix van elektronica en rock. Daarbij blijft het een band in beweging en brengen ze bepaald geen herhalingsoefeningen. De elektronica nemen wel wat toe, maar ze zijn aardig stijlvast. En dat is een groot goed voor een groep die er al zo lang is. Daarmee kom ik 36 jaar na de oprichting met -als ik goed tel- het twaalfde album Days Of Black aanzetten, die drie jaar na de vorige verschijnt. Deze opent meteen op uiterst droefgeestige wijze en laat tevens een meer elektronisch. In de geweldige track erna, “Loneliness”, grijpt hij op hedendaagse wijze terug naar die bewuste 4AD periode. Kippenvel! Ook erna gaat Moorings hier op ijzersterke wijze mee verder. Het is de darkwave, postpunk, synthpop en in iets mindere mate gothrock, die altijd al uit zijn poriën stroomt maar dan op nog overtuigender wijze en met urgentie en veel emoties gebracht. Neem bijvoorbeeld het prachtige “I Couldn’t Save You”, dat een hartverscheurend eerbetoon aan zijn overleden vader is. Het is een album geworden dat van hoogtepunt naar hoogtepunt gaat. Clan Of Xymox maakt, net als bijvoorbeeld The Cure, nog altijd muziek die een voorbeeld voor anderen is. Veel belangrijker is dat deze nieuwe cd gewoon steengoed is. Een schitterende, ongepolijste duistere diamant. Held(en)!

 

Karen Elson – Double Roses (cd, 1965 records / PIAS)
De Britse zangeres en ex-topmodel Karen Elson is van 2005 tot 2013 getrouwd met Jack White. Tot zover de zaken die er niet toe doen. In 2010 begeeft ze zich op het muzikale pad en levert dan nog met Jack White op drums haar voortreffelijke debuut The Ghost Who Walks af. Hierop laat ze een prachtige, mysterieuze mix horen van mix van singer-songwriter, gothic Americana, rock, altcountry en Brit-folk. Even begin je te vermoeden dat dit een eendagsvlieg is, maar nu is na 7 jaar toch eindelijk haar tweede album Double Roses een feit. Ze brengt 10 nieuwe songs die zich ergens nestelen tussen Britse folk, indierock en altcountry. Daarbij mag ze rekenen op maar liefst 18 gastmuzikanten, waaronder Laura Marling, die onder meer zorgen voor fraaie strijkpartijen naast de meer gangbare instrumentaties. Elson beschikt over een tijdloos stemgeluid met een fijne vibrato en geeft met haar muziek iets raadselachtigs met een vintage gloed mee. Ze gaat nu wat meer de diepte in en heeft bepaald niet voor een meer commerciële aanpak gekozen, hetgeen haar siert. Denk daarbij aan een melancholische mengelmoes van Anna Calvi, Lou Rhodes, Laura Marling, Sandy Denny, Suzanne Vega, Mazzy Star en Marissa Nadler. Dat alles maakt het wachten op deze tweede worp meer dan waard.

 

Tom Hickox – Monsters In The Deep (cd, Family Tree Records / Bertus)
Tom Hickox is een Britse singer-songwriter met een uitgesproken zangstem waarvan je moet houden, los van de muziek. Hij heeft namelijk een bijzondere croonerstem die ergens tussen Patrick Wolf, John Grant, Johnny Cash en Morrissey in zit. Ik vind het prachtig, maar zeg het maar even ter waarschuwing vooraf. Op zijn officiële debuut War, Peace And Diplomacy (2014), want er zit nog een in eigen beheer uitgegeven album voor, is dat één van de sterke troeven. De melancholische muziek die tussen stemmige rock, folk en jazzy pop zit, mag er echter ook meer dan wezen. Hickox (zang, piano, harmonium, Hammond orgel, Rhodes, synthesizers) laat op zijn nieuwe album Monsters In The Deep een meer extrovert en breder geluid horen. De cd is gearrangeerd en geproduceerd door Hickox en de bevriende producer Chris Hill die tevens gitaren, contrabas, percussie, klokkenspel, piano en synthesizers voor zijn rekening neemt. Daarnaast is er nog een handvol muzikanten op gitaren, ukelele, drums, percussie, piano, trompet, vleugelhoorn, trombone, violen en altviool die de muziek fraai inkleuren. Het levert 10 ijzersterke, tijdloze tracks op, die zowel instant klassiekers bevat als gewoonweg emotioneel geladen prachtsongs. Soms lijkt het wel of Ludovico Einaudi, Last Harbour en de eerder genoemde artiesten een joint venture zijn aangegaan. Niet voor niets verhuist hij van het leuke Fierce Panda naar Family Tree Records, dat ergens onder de vlag van Warner Chappell vaart. Nu zal je mij nooit horen beweren dat een overstap naar een major iets zegt over de (kwaliteit van de) muziek, maar in het geval van Hickox snap je wel dat is gebeurd. Het is muziek dat een breed melancholisch publiek zal aanspreken en verdient. Muziek die gehoord mag en moet worden.

 

Mount Eerie – A Crow Looked At Me (cd, 7 e.p.)
Ik heb al eerder eens geschreven dat ik Phil Elverum misschien wel één van de minst voorspelbare artiesten vind die er vandaag de dag rondloopt. Dat in de positieve zin. Dat is al het geval met zijn experimentele lo-fi project The Microphones, maar dat geldt zeker voor zijn Mount Eerie. Niet alleen muzikaal weet hij je telkens te verrassen, het gaat van lo-fi en indie naar experimentele muziek en metal, maar ook überhaupt wanneer er iets uitkomt; meestal is het er plots zonder vooraankondiging. Maar ik denk dat niemand een werk als A Crow Looked At Me aan heeft zien komen. Phil vertelt namelijk over zijn vrouw Geneviève Castrée (Woelv, Ô Paon), die op 9 juli 2016 thuis is overleden aan een agressieve vorm van alvleesklierkanker. Hij zingt over haar achteruitgang, haar laatste adem die ze uitblaast en de leegte die ze achterlaat voor hem en hun dochter, hetgeen hij allemaal geschreven heeft in de kamer waar ze overleden is en gespeeld heeft met haar instrumenten. Weinig metaforen, gewoon onomwonden en pijnlijk direct met meestal een kale maar doeltreffende omlijsting. Het is haast niet te doen dit aan te horen, al brengt hij het mooi en vol liefde. Maar droog houd ik het niet. Het voelt alsof je getuige bent van iets waar je helemaal niet bij hoort te zijn. Nee niet bij wilt zijn en toch is het ook van een ontroerende schoonheid. In het prachtige boekwerk legt Phil uit dat hij zijn gezin altijd heeft afgeschermd van de buitenwereld, maar dat er nu fundamenteel iets is veranderd. De naam van zijn dochter zal hij nog altijd niet delen, maar hij wil dat iedereen weet dat hij van Geneviève houdt. Met sombere precisie laat hij weten dat de realiteit neerkomt op het feit dat de dood echt is en het hiernamaals geen leven na de dood maar een leven nadat iemands leven is afgelopen. Toch is het misschien wel meer een verhaal over de liefde dan de dood. Een intiem, liefdevol en wonderschoon eerbetoon. Dit is zo aangrijpend, zo emotioneel en waar woorden eigenlijk tekort schieten. Het is een ontzaglijk meesterwerk, waarvan je eigenlijk hoopte dat het nooit gemaakt had hoeven worden.

https://open.spotify.com/embed/album/5p64XgvFREt1P6mC7Xl6XN

 

Fionn Regan – The Meetings Of The Waters (cd, Abbey Records / Bertus)
De Ierse folkmuzikant Fionn Regan is al sinds 2000 actief in de muziek, maar toch duurt het tot 2006 eer zijn debuut The End Of History het licht ziet. Daarna volgen nog 3 albums, waarop duidelijk wordt dat we met een eigenzinnige singer-songwriter te maken hebben. Hij zegt te zijn geïnspireerd door Bob Dylan en Neil Young, maar als ik heel eerlijk ben filter ik dat er niet uit in zijn muziek, waarbij ik wil aantekenen niets tegen die artiesten te hebben. Wellicht komt het omdat hij gewoonweg een eigengereide aanpak heeft, maar ook qua sound mag je die invloeden wat mij betreft eigenlijk wissen. Na bijna 5 komt hij met zijn vijfde album The Meetings Of The Waters aanzetten. Over het feit dat hij na zo’n lange tijd maar met 11 songs van bij elkaar 41 minuten komt zegt hij zelf: “People are going to ask, “Why did you spend so long making such a short record?”….”But it feels like the idea for this record was in my head for a long, long, long, long time. Through all the records, something that I’ve been evolving underneath.” Enfin, die vraag zou ik nooit gesteld hebben, want de kwaliteitsdichtheid van dit album is overduidelijk bijzonder hoog. Alles klopt, is prettig gevarieerd en weet je al snel te grijpen. Daarbij levert hij een aantal tijdloze songs die z’n weerga niet kennen, met als hoogtepunt “Wall Of Silver”. Groots wanneer hij het klein houdt en bescheiden wanneer hij groots uitpakt. En dan gewoon je album eindigen met een 12 minuten durend nummer vol stemmige ambient. Regan is een volslagen unicum.

 

Hermínia Silva – Memórias Do Fado (cd, Tradisom / Xango Music Distribution)
Op het Tradisom label is een zesdelige serie onder de noemer “arquivos do fado”, ofwel “de archieven van de fado”, waarop labeleigenaar José Moças letterlijk de archieven in is gedoken om oud materiaal van diverse fado grootheden op te duiken en te bundelen op 6 cd’s. Los daarvan brengen ze er wel vaker verzamelalbums van fadista’s van weleer. Dat is op de cd Memórias Do Fado met werk van Hermínia Silva (1907-1993), dat weer gestoken is in een fraai boekwerk. Silva is de eerste fado zangeres die de muziek ook over de grens bekend te maken, met name in Spanje en Brazilië. Ze brengt treurige liederen over de zee, verlangen naar verre kusten, liefde en uiteraard Lissabon. Hier zijn 20 songs verzameld die ze tussen 1936 en 1946 heeft gemaakt. De kwaliteit van de opnames is weliswaar verouderd, maar de tijdloze emotievolle muziek niet. Wederom een prachtig geschiedkundig document.

 

Lee Southall Iron In The Fire (cd, Wonderfulsound / Konkurrent)
De voormalig gitarist van The Coral Lee Southall besluit na 2012 zijn eigen koers te volgen, hetgeen diverse andere bandleden ook doen zonder de groep te verlaten. Nadat zijn dochtertje is geboren wil hij niet stil blijven zitten maar ook gewoon weer muziek maken. Anders dan de psychedelische sound van The Coral zoekt deze Brit op zijn debuut Iron In The Fire juist meer de traditionele folk en jaren 70 Amerikaanse muziek op. Hoofdzakelijk gewapend met zijn innemende stem en gitaar brengt hij songs die zo uit vervlogen tijden kunnen komen, zij het met een zekere hedendaagse sound. Maar kijk niet raar op als je eveneens The Byrds, Bert Jansch, John Martyn, Jackson C. Frank en dergelijk denkt terug te horen. Dat alles wordt af en toe gelardeerd met pedal steel en cello. Het zijn stuk voor stuk goudeerlijk liedjes, die weliswaar eenvoudig gebracht worden maar mede door de teksten een behoorlijke lading meekrijgen. Een tijdloze songs als “Above The Storm” is wat mij de winnaar, maar veel is van hoog niveau. Geweldig debuut.

 

Tape Loop Orchestra – Held Against The Light (cd, Tape Loop Orchestra)
Geen website en boekjes met nauwelijks informatie, het werpt wel een mysterieuze sluier om Tape Loop Orchestra. Het is een soloproject van Andrew Hargreaves, ook wel eens Beppu of Kibbee Theodore geheten, die je verder aantreft bij The Boats, The Sea, The Mistys en Theodore And Hamblin. Met Tape Loop Orchestra brengt hij doorgaans een schemerige mix van neoklassiek, ambient en drones. Hij is nu op zijn eigen label met een serie gelimiteerde releases bezig (oplage van 200 stuks), waarin eerder dit jaar al de cd Instrumental Transcommunications is verschenen. Nu is er alweer de nieuwe schijf Held Against The Light, waarvan ik dacht door de luisterfragmenten (zie onder) dat er 4 tracks op zouden staan, maar helaas is het er maar één van bijna 40. Helaas omdat ik meer van kortere stukken houd. Maar het is bepaald geen straf hoor, begrijp me niet verkeerd. Wat hij hier laat horen is een dwingende soundscape, die wederom bestaat uit een mix van die genoemde genres, waarmee hij je weet te grijpen om niet meer los te laten. Op geleidelijke wijze verandert de muziek van karakter, maar is overal van een heerlijke droefgeestigheid. Denk daarbij aan een mix van William Basinski, Stars Of The Lid en Lawrence English. Adembenemende pracht!

Luister Online:
Held Against The Light (albumsnippers)

 

Raoul Vignal – The Silver Veil (cd, Talitres)
Dat het Franse label Talitres er één is om in de smiezen te houden blijkt maar eens te meer met de nieuwe artiest Raoul Vignal, die er zijn debuut The Silver Veil heeft uitgebracht. Deze Franse zanger/gitarist maakt overigens al zo’n zes jaar muziek, die in de hoek van de moderne folk en singer-songwritermuziek zit. Die voorziet hij van zijn zachte zang. Het heeft tot nu toe enkel een digitale epee opgeleverd. Nu presenteert hij 10 van die songs, waarbij je meteen gegrepen wordt door het prachtig breekbare gitaargetokkel, zijn werkelijk betoverende (Engelstalige) zang en de heerlijk melancholische sfeer. Hij wordt her en der bijgestaan door Bernard Vignal (dwarsfluit) en Pierre-Hugues Hadacek (drums, percussie, piano). De allereerste associaties die bij mij opkomen zijn Nick Drake en Gareth Dickson, maar zijn virtuoze gitaarspel doet ook wel eens aan Jack Rose en Stranded Horse denken, terwijl hij qua atmosfeer en soms qua sound ook in de buurt van Red House Painters, Boduf Songs en Gravenhurst komt. Alles is van zo’n oprecht intieme, diepgravende schoonheid dat het heel diepe snaren weet te raken. Het is allemaal teruggebracht tot de essentie van de song. Dat is wat je nou een droomdebuut noemt!

 

WOLVON – ease. (cd, Subroutine)
Schandalig goed! Met niet minder dan dat heb ik mijn recensie van folds. (ja met punt) van WOLVON (ja grote letters) in 2013 afgesloten. En daar sta ik nog altijd voor de volle 100% achter. Dit drietal uit Groningen maakt namelijk een verleidelijke mix van vuige noise, postrock, droompop, wave en emocore. En dat wordt met zoveel overgave gebracht, dat ze je vanaf de allereerste seconde in de houdgreep weten te nemen waaruit je niet kunt en wilt ontsnappen. Daarna volgen veel optredens en nog wat mini’s. Het duurt echter 4 jaar eer hun tweede worp ease. (jahaa met punt)het licht ziet. Het trio bestaat hier uit Ike de Zeeuw (zang, gitaar), Ruben van Walraven (bas) en de nieuwe drummer Henk Wobbes uit de groep Grinding Halt. Overigens is dit album ook op lp en cassette te krijgen in samenwerking met respectievelijk de Groningse labels De Graanrepubliek Records en Tartarus Records. De verwachtingen zijn na het debuut hooggespannen, maar direct van de start wordt duidelijk dat ze gewoon doorgaan met wat ze eerder ook al zo goed deden. Het is wellicht iets strakker en nog wat beter opgebouwd, waarbij de energie er weer vanaf spat. Dan draait de overheid de gaswinning terug, geeft WOLVON vervolgens flink gas. Al levert dat hoogstens gehoorschade op, want deze muziek mag uit je luidsprekers knallen. Het is meeslepend, venijnig en ondanks het gordijn van noise dat bijna overal voorhangt ook behoorlijk afwisselend. Ik denk dat liefhebbers van Unwound, Sonic Youth, Trumans Water, The Sweet Release Of Death en A Place To Bury Strangers wel aan hun trekken komen. Muziek als deze wordt veel te weinig gemaakt. Niks moeilijk tweede album, gewoon een steengoed vervolg.

 

Various Artists: Amazonie (cd, VDE-Gallo/ MEG-AIMP / Xango Music)
Various Artists: Laos – Musique Des Khmou (cd, VDE-Gallo/ MEG-AIMP / Xango Music)
Als je de verzamel cd Amazonie, met ondertitel “Contes Sonores”, bekijkt lijkt het bijna of je een editie van National Geographic in handen hebt. Prachtig boekwerk met fraaie foto’s en tekst en uitleg. Ook staan de teksten en titels er in het Engels (Amazonia, Sound Stories) en Duits (Amazonien, Klanggeschichten) in. “Amazonie” kan verwijzen naar de langste of in elk geval één na langste (die strijd met de Nijl is nog gaande) rivier van de wereld of het Amazonebekken ook wel het Amazonegebied. Gezien de deelnemers vermoed ik dat laatste. Het gebied omvat nog vele traditionele stammen, die we voor het gemak indianen hebben genoemd, waar bepaalde rituelen en gebruiken nog volslagen authentiek zijn. Hiervan is nu deze muzikale reis door het gebied gemaakt. Je hoort dus niet zozeer gecomponeerde stukken, maar scènes uit het dagelijks leven met alle natuurgeluiden erbij. Dertien scènes die gaan over of behoren bij liefde, vissen, naamgevingrituelen, inwijdingsprocessen, drinkfeesten, rouwrituelen, jaag- en oorlogsrituelen, het leren van dierentaal en daardoor een echt mensen worden, ontbossing en meer. De muzikale reis voert langs gebieden en mensen uit Ecuador, Peru, Brazilië, Guyana en Venezuela. Hoewel dit bepaald geen regulier muziekalbum is, weet het je wel te grijpen. Het doet wat dat betreft nog het meest denken aan de regenwoudsounscapes van Francisco López. Met je ogen dicht heb je soms echt het idee dicht op de betreffende situatie te zitten. Het luistert weg als een prachtige natuurdocumentaire, die een bijzonder leefgebied belicht.
Op hetzelfde label VDE-Gallo, wederom in samenwerking met Musée d’ethnographie de Genève (MEG) en hun afdeling Archives Internationales De Musique Populaire (AIMP), verschijnt ook de compilatie Laos – Musique Des Khmou of Music Of The Khmu zoals eronder vermeld staat. De Khmu is een etnische groep in Zuidoost Azië, waarvan bijna 90% in de Democratische Volksrepubliek Laos woont. De cultuur wordt traditioneel doorgegeven middels verhalen rond kampvuren in de avond. Ze staan er ook om bekend magie uit te oefenen en zich heel gemakkelijk aan hun natuurlijke en sociale omgeving aan te passen. Dat is één van de redenen waardoor sommige ook de band met hun cultuur en muziek kwijtraken. Op deze cd, ook gestoken in een fraaie digipack met uitgebreid boekwerk, staan 27 stukken van hun muziek die tussen 1998 en 2015 zijn opgenomen. De cd is in 3 stukken opgedeeld. Het eerste deel heet “Teum: Chant Et Orgue A Bouche” en herbergt 16 songs. Teum verwijst naar de polifonische muziek die draait om zang en mondorgel (de khene khmu). Het tweede deel “Musique Intime Pour Flûtes Et Clarinettes” bevat 7 instrumentale stukken. Tot slot krijg je nog “Ensembles Instrumentaux Pour Musiques Rituelles”, dat 4 stukken rijk is vol rituele muziek. Qua zang doet het me dikwijls sterk denken aan de muziek uit Mongolië en Tuva. Wat de instrumentaties betreft valt het op dat het bijna allemaal traditionele blaasinstrumenten zijn, dikwijls van bamboe gemaakt, waardoor de muziek al dan niet met zang een heel andere sound heeft dan wat ik doorgaan ken van Aziatische muziek. En het feit dat je af en toe wat dierengeluiden hoort, is ook dit album deels op locatie opgenomen. Het levert in elk geval een volslagen uniek en uiterst genietbaar geheel op.

 

Conny Janssen Danst: “Home”, 06-04-2017, Deventer Schouwburg
Ik moet eerlijk bekennen dat mijn vrouw en ik met enige scepsis naar de voorstelling Home gaan van de moderne, internationale dansgroep Conny Janssen Danst. De trigger is in eerste instantie dat er livemuziek van Maarten Vos en Michel Banabila bij zit. Hun prachtige cd met dezelfde titel heb ik in week 4 al besproken. Dikwijls als we op televisie moderne dans zien, krijgen we de neiging om op z’n Jiskefets een luidkeels “rrrrrrrrrrrrrraaaarrrrrrrrrrrrrr” eruit te gooien; ach vroeger hield ik ook niet van rode wijn. Maar de Rotterdamse, avontuurlijke dansgroep weet vanaf de eerste tot de allerlaatste seconde ons in een fijne houdgreep te nemen. De groep bestaat inmiddels 25 jaar en dat zegt eigenlijk al genoeg. En ze maken het dan ook helemaal waar. Choreografe Conny Janssen heeft een stuk voor 13 dansers geschreven dat gaat over mensen die een plek zoeken in de wereld en bij elkaar, waarbij “thuis” op vele manieren belicht wordt. Of juist verduisterd, want ze maken ook fraai gebruik van korte donkere momenten en sowieso verschillende lichtsterktes en schaduwen. Ook als je niet van tevoren weet waar het stuk over gaat, wordt dat helemaal duidelijk middels de dansers. En dat is niet alleen knap, maar ook heel mooi en indrukwekkend om te zien. Banabila en Vos zitten in een hoge nis en voorzien het stuk van hun intrigerende muziek, die bestaat uit wonderlijke, ruimtelijke elektronische geluiden, rudimentaire beats, prachtige strijkpartijen en orkestraties. De muziek ondersteunt hetgeen er zich voor je ogen afspeelt op sterke wijze, maar -en dat had ik ervoor niet verwacht- de dans ook heel erg de muziek. Het is een schitterende symbiose van beweging, geluid, ruimte en emoties. Ademloos hebben we zitten kijken naar de snel wisselende scènes, de ludieke bewegingen, de prachtige synchroon en asynchroon gedanste stukken, het simpele maar originele doeltreffende decor (houten wanden met een kraan en een bed met een boom erin), de duidingkracht, de originele aanpak en ook de vele humor die de revue passeert. Home is in vele opzichten een schitterende en diepgravende eyeopener!

 


 

Martijn

Yasmine Hamdan Al Jamilat
De Libanese Yasmine Hamdan is na Soap Kills en Y.A.S. inmiddels solo-artiest en op haar komt de elektronica die de boventoon voerde in die eerdere projecten weer wat meer naar de voorgrond. Dat vind ik prettig, dus Al Jamilat is weer erg mooi.

Кайно Йесно Слонце Mare Verborum
Иван Шопов и Авигея Канатица
Kaino Yesno Slonce brengt een ode aan de zee (de titels betekenen allemaal „zee” in verschillende talen), dat doen ze op inmiddels vertrouwde wijze. Lange lijnen, golvend, sfeervol … grotendeels akoestisch maar wel met de nodige elektronica. Dubstep- en drum ’n’ bassproducer Ivan Shopov werkte recentelijk op subtiele wijze samen met de post-rockers smallman, op dit project met het vocale kwartet Avigeya heeft hij een meer leidende rol. Zijn zware beats en filmische elektronica trekken de folklore van de dames naar het heden.