Het schaduwkabinet: week 14 – 2017

Wordt het “evet” of “hayır”? Ze maar gewoon “ja” tegen onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Allred & Broderick, A-Sun Amissa, Body Count, Drab Majesty, Ben Frost, Yasmine Hamdan, Hexenschuss, Julia Holter, Oiseaux-Tempête, Orghanon, The Residents, Saltland, Timber Timbre, Ulan Bator, Anadol, Joey Bada$$, Fresku & MocroManiac en Tei Shi.

 

 

Jan Willem

Allred & Broderick – Find The Ways (cd, Erased Tapes / Konkurrent)
Van de zeer getalenteerde, jonge componist en multi-instrumentalist Peter Broderick horen we vaak genoeg wat. Zowel solo als in formaties als Loch Lomond, Horse Feathers, Oliveray, Efterklang, Norfolk & Western, Flash Hawk Parlor Ensemble en The Beacon Sound Choir en joint ventures met Machinefabriek, Jonathan G Winther, Takumi Uesaka, zijn zus Heather Woods Broderick, The Album Leaf, Penelope Joy, Rauelsson, Laura Gibson, Chantal Acda en ga zo maar door. David Allred is nieuw voor mij, maar hij is eveneens een multi-instrumentalist en begenadigd singer-songwriter, die eerder al met zijn zus Heather Wood Broderick heeft gewerkt. Samen slaan ze als Allred & Broderick de handen ineen op hun album Find The Ways, waarbij beide zingen en Allred zijn contrabas en Broderick zijn viool in de strijd gooien. Maar meer ook niet; eenvoud staat hier voorop. Je krijgt een soort melancholische mix van Barokke en neoklassieke vorm van singer-songwritermuziek. Alles is teruggebracht naar de essentie van de sobere song. In 10 songs van bij elkaar bijna 35 minuten lang laten ze dat op wel heel overtuigende wijze horen. Beide beschikken over een heel prettige, harmonieuze zangstem en weten met hun strijkinstrumenten de juiste snaren te raken. Zo simpel kan prachtige muziek gewoon zijn.

 

A-Sun Amissa – You Stood Up For Victory, We Stood Up For Less (cd, Gizeh)
Het voortreffelijke Gizeh records is de zogeheten “Dark Peak”-serie gestart, waarop duistere releases in een beperkte oplage van 175 cd’s verschijnen. Nummer 5 in de serie is You Stood Up For Victory, We Stood Up For Less van A-Sun Amissa. Deze is in 2013 al eens op vinyl verschenen, maar nu dan ook op cd. Het is het project van Gizeh labeleigenaar Richard Know (Glissando, Shield Patterns, The Rustle Of The Stars), die hier gitaar en veldopnames brengt. Hij werkt steeds met anderen samen. Hier zijn dat altvioliste, pianiste en zangeres Angela Chan (The Rustle Of The Stars, Tomorrow We Sail, Lanterns On The Lake), basklarinettist Gareth Davis (Birdt, Mere, Oiseaux-Tempête, Shivers) en gitarist Owen Pegg (Æmaeth, Hundred Year Old Man). Ze brengen hier twee langgerekte stukken die hybriden van drones, dark ambient en neoklassiek vormen. Dat is niet alleen duister en spannend, maar het weet je ook flink bij de strot te grijpen. Heel fijn dat deze nu ook op dit format in deze fantastische serie is verschenen.

 

Body Count – Bloodlust (cd, Century Media)
In 1990 richten rapper Ice-T (Tracy Lauren Marrow) en gitarist Ernie C. de groep Body Count op, waarmee ze mix van hardcore en metal maken. Op de eerste 3 albums is dat vaak nog met een knipoog, maar altijd stellen ze de vooroordelen tegen de donkere Amerikanen en racisme aan de kaak. Na Body Count (1992), Born Dead (1994) en Violent Demise: The Last Days (1997) duurt het maar liefst 9 jaar voordat Murder 4 Hire (2006) het licht zit. Heeft ongetwijfeld ook te maken met de acteercarrière van Ice-T. Opvallend is dat het geluid strakker is geworden en ze serieuzer en bozer uit de hoek komen. Op Manslaughter (2014), weer acht jaar later, wordt het ook harder. Urgenter dan ooit. Het is minder lang wachten op het vervolg Bloodlust, wat alles te maken heeft met de huidige misstanden in de VS en de toename van geweld, zeker tegen de Afro-Amerikanen. Ernie C is er nog altijd bij. Ice-T legt uit dat hij Body Count is begonnen om deze vriend van hem gitaar te laten spelen, waarbij ze geïnspireerd zijn geraakt door Black Sabbath, Suicidal Tendencies en zijn favoriet Slayer. Tevens omdat ze in Europa met hip hop niet echt voeten aan de grond krijgen en hun boodschap niet over kunnen brengen. Dat hoor je in de track “Raining Blood – Postmortem” (wink wink). Daarnaast zijn het bassist Vincent Price, drummer III Will, gitarist Juan Of The Dead, Sean E. Sean (sampler, achtergrondzang) en zijn zoon Little Ice (achtergrondzang) die de line-up completeren. Te gast zijn hier metalgitarist Dave Mustaine (Megadeth), zanger/gitarist Max Cavalera (Sepultura, Nailbomb, Soulfly) en zanger David Randall Blythe (Lamb Of God). Het moge duidelijk zijn, met Body Count valt niet meer te spotten. Ze laten met een mix van hardcore, gangsta, nu metal en trash hun hardste en beste geluid tot nu toe horen. Daarbij is de boodschap ook duidelijk, hetgeen zeker in “No Lives Matter” goed naar voren komt. De noodzaak dit album te maken is evident, maar de muziek is hier ook van een waanzinnig hoog niveau.

 

Drab Majesty – The Demonstration (cd, Dais Records)
Zo nu en dan duiken er weer van die geweldige artiesten op die stevig het verleden omarmen maar wel vooruit blikken. Dat geldt zeker voor Drab Majesty, hetgeen het Amerikaanse project van ene Deb DeMure is. Deze artiest noemt zich ook wel eens Andrew Clinco en duikt dan op in Marriages of als gastdrummer bij Emma Ruth Rundle en Black Mare. In 2015 debuteert hij als Drab Majesty met Careless. Hierop vind je betere mix van synthpop, gothic, new wave, post-punk, droompop en shoegaze, waarbij de invloed van The Cure duidelijk boven komt drijven. Voor eenieder die dat interessant lijkt, vorig jaar is het album opnieuw uit gebracht met de titel Completely Careless 2012-2015, waarbij je 10 extra tracks krijgt. Nu is de tweede cd The Demonstration er. Elf nieuwe tracks geproduceerd door John Eustis (Telefon Tel Aviv), aangevuld met 4 remixen van Cold Cave, Drew McDowall (ex-Coil, Psychic TV), Martial Canterel en Silent Servant. Hij krijgt verder nog hulp van zangeressen Nicole Estill (True Widow) en Camille Lobo (Tropic Of Cancer). De muziek bestaat weer uit een frisse mix van de genoemde genres en wederom duikt The Cure op als grote invloed. Maar zoals gezegd grijpt dit project breder om zich heen en zo duiken ook associaties als Cold Cave, Vlimmer, Clan Of Xymox en Slowdive in zijn eigenzinnige cocktail. Een zeer duistere cocktail, dat wel, maar deze smaakt opperbest.

 

Ben Frost – Music From Fortitude (cd, SATV Publishing)
De Australische componist en producer Ben Frost, die al jaren in IJsland woont, zit bepaald niet stil. Hij heeft vele productionele taken, werkt aan een nieuw regulier album, brengt onlangs nog een heuse opera uit en heeft klaarblijkelijk ook de soundtrack Music From Fortitude voor de Bitse serie “Fortitude” geschreven. Zijn reguliere werk zit altijd op een spannende wijze ergens tussen drones, neoklassiek, rauwe elektronica en experimenten in. Daar zit hij met deze soundtrack ook niet ver vanaf, zij het dat de stukken hier dikwijls korter zijn en toegespitst op deze thrillerachtige serie. Daarbij krijg je tussendoor ook scènes uit de serie te horen, waardoor je niet ontkomt aan het feit dat dit een soundtrack betreft. Frost werkt hier wel samen met de Reykjavik Sinfonia, componist Paul Corley, altvioliste Nadia Sirota en componist/gitarist/accordeonist Shahzad Ismaily, waardoor het wel als een op zichzelf staand werk naar voren komt. In goed 70 minuten lang en 40 tracks breed laat hij horen dat zijn muziek past bij een spannende en meelslepende serie. Het is zonder de serie zelf een uiterst biologerend hoorspel geworden. Ben Frost is en blijft een onnavolgbare, ongepolijste en bovenal pure componist.

 

Yasmine Hamdan – Al Jamílat (cd, Crammed)
De Libanese zangeres Yasmine Hamdan maakt voor ze zich settelt in Parijs nog deel uit van de groep Soapkill. Na haar verhuizing halverwege het eerste decennium van deze eeuw stopt dat project. Ze werkt hier in eerste instantie met Mirwaïs (Ahmadzaï) in hun groep Y.A.S. alvorens ze in 2012 solo aan de slag gaat. Op haar debuut Ya Nass (2013) werkt ze samen Marc Colin, inderdaad die van Nouvelle Vague, die zijn electronica volledig ten dienste van Hamdan stelt. Haar Arabische roots worden hier fraai ingelijst, maar ze houdt er zoals altijd ook van om te experimenteren. Het levert een mix van Arabische muziek, verstilde folk, elektropop, droompop en trip hop op, waarbij verlangen, heimwee en droefgeestigheid door alle poriën naar buiten sijpelt. Op de achtergrond hoor je ook wel invloeden terug van Fairuz aan wie ze zeker schatplichtig is, zij het dat de muziek van Hamdan wel compleet anders is. Het heeft even geduurd, maar ze is terug met Al Jamílat, hetgeen “de mooie personen” betekent. Ze werkt er met een waar keurcorps. Ten eerste de multi-instrumentalisten en tevens producers Luke Smith (Depeche Mode, Foals, Lilly Allen, Clor) en Leo Abrahams (Brian Eno), maar ook drummer Steve Shelley (Sonic Youth, Two Dollar Guitar) en multi-instrumentalist Shahzad Ismaily (teveel om op te noemen) plus andere gasten op viool, gitaar, piano, synthesizer en bouzouki. Zelf brengt ze naast zang ook (oud) programmeringen. Hoewel haar muziek onlosmakelijk verbonden is met de Arabische, zij het met een eigengereide frisse aanpak, staat ze met haar bijzondere kruisbestuiving van die muziek met Westerse elektronica, experimentele pop en folk ook met één been helemaal in het Westen. Geen spagaat, maar een prachtige split. Datzelfde geldt voor haar keuze om zowel toegankelijk als meer experimenteel geluid ten gehore te brengen. Daarmee is dit album niet alleen wonderschoon maar ook diepgravend en biologerend geworden. Wat een volslagen unicum!

 

Hexenschuss – Gobbledegook (cd, Hexenschuss / Five Roses Press)
Hexenschuss is het duo Gil Luz (Malka Spigel) op keyboards en drummer Assi Weitz (Gone Bald, Sophya), die vanuit Tel Aviv en Amsterdam opereren. In 2014 leveren ze al een gelijknamig debuut af, waarop al goed de bijzondere aanpak van het tweetal is. Een soort postrock waar progressieve en innovatieve beats, elektronische noise en ijzersterke drumpartijen de dienst uit maken. Ook live wordt dat allemaal goed ontvangen. Op hun tweede worp Gobbledegook gaan ze verder met de eerder gebruikte formule. Groot verschil met het vorige album is dat de geluiden strakker en dikwijls harder zijn. Ze brengen veelal muziek op hoog tempo en met een prettige punkattitude. Daarbij voegen ze aan alles ook een unheimische sfeer toe, door net een tegendraads of ontstemd geluid er door te mengen of gewoon met de muziek van een gehele song zelf. Ze maken tussendoor ook regelmatig behoorlijke psychedelische uitstapjes. De muziek valt eigenlijk nauwelijks in te delen en is een soort potpourri van post-rock, electro, EBM, krautrock en noise. Dan kan ik wel zeggen dat je er Trans AM, add N to (X), Suicide, Cabaret Voltaire, 65daysofstatic, Throbbing Gristle en Wire in terug kunt horen, maar helemaal passen doet het nooit. Bovendien mis je de enerverende en energieke ervaring die dit ijzersterke album je meegeeft.

 

Julia Holter – In The Same Room (cd, Domino)
Het prestigieuze Domino label is de nieuwe serie Domino Documents gestart, die je gerust als een soort alternatief op de John Peel-sessies mag beschouwen. Ze brengen hier opnames van artiesten die ze live in de studio opnemen. Julia Holter (zang, keyboards) brengt er haar In The Same Room uit, hetgeen een titel is van één van songs van haar album Ekstasis (2012), al ontbreekt deze zelf wel. Ze laat hier nummers van weleer terugkomen in een live opgenomen setting. Dat doet ze samen met Corey Fogel (percussie, achtergrondzang) uit Gowns en The Curtains, Devin Hoff (contrabas) en Dina Maccabee (altviool, achtergrondzang) van Japonize Elephants. Doorgaans brengt Holter op haar album een ondoorgrondelijke mix van elektronica, ambient, experimenten, krautrock, neoklassiek, postrock, avant-garde en wave, gedompeld in 4ad-atmosferen. In deze setting brengt ze stemmige muziek die op nachtelijke wijze door jazz, indierock en neoklassiek wandelt. Het toont aan dat haar composities ook op deze wijze overeind blijven en zelfs voor nieuwe muziek zorgen, die wat dromeriger uit de verf komt dan normaal. Ook al heb je alles van haar, dan nog voegt dit album veel toe. Ter referentie moet je denken aan een eigengereide mix van Talk Talk, Jenny Hval, Julianna Barwick, Clogs, My Brightest Diamond, Holly Herndon en Lotte Kestner. Al met al geeft dit een geweldige, andere kijk op haar toch al prachtige muziek.

 

Oiseaux-Tempête – Al-‘An! (cd, Sub Rosa)
Oiseaux-Tempête mag je gerust een supergroep noemen. De harde kern bestaat uit gitarist Frédéric D. Oberland (Le Réveil Des Tropiques, Foudre!), bassist Stéphane Pigneul (Sealight, Heligoland, Norma Loy, Object), beide ook actief in FareWell Poetry en The Rustle Of The Stars. Op hun gelijknamige eersteling uit 2013 brengen ze een verstild en gitzwart statement tegen de zieke en disfunctionerende Westerse maatschappij. Een muzikale Odyssee, die op nachtelijke wijze aan je voltrekt, waarbij ze een soort gitaarambient brengen, gelardeerd met elementen uit de softnoise, postrock, doom, avant-garde, shoegaze, experimentele en improvisatorische muziek, aangevuld met stemsamples. Daarmee scheppen ze de perfecte soundtrack voor een apocalyptische film noir. In 2014 wordt het album herbewerkt wat Re-works oplevert. Met ÜTOPIYA? gaan ze verder waar hun debuut is geëindigd, zij het op wat rauwere en dynamischer wijze. Het levert weer een indrukwekkend en bloedstollend geheel op. Tussendoor volgt dan nog een heerlijk kliekjesalbum Unworks & Rarities 2012-2015 (2016), die niet onder doet voor de rest. Hun reguliere derde album Al-‘An, met de ondertitel الآن (And Your Night Is Your Shadow – A Fairy-tale Piece Of Land To Make Our Dreams), is nu een feit. Samen brengen ze hier ook nog draailier, veldopnames, mellotron, altsaxofoon, dukar, analoge synthesizers, percussie, fluit, moog, piano en drummachine. Een groot deel van de (veld)opnames hebben ze in Beirut gemaakt. Het duo krijgt hier hulp van maar liefst 14 muzikanten, waaronder Paul Régimbeau (Mondkopf) en G.W. Sok (ex-The Ex, King Champion Sounds), met analoge & modulaire synthesizers, percussie, drums, bandir, gitaar, spoken word, zang, buzuk, oud, sopraansaxofoon en additionele veldopnames. Het levert dan ook het rijkst gedetailleerde werk tot nu toe op, waarbij er behoorlijk wat Arabische accenten terug te vinden zijn. Verder is de aanpak nog altijd behoorlijk improvisatorisch. “Al-‘An” en “الآن” betekent “nu” en er zit ook een zekere urgentie van de Vanuit een zeker startpunt varen ze op psychedelische wijze een spannende maar onzekere koers die hen altijd weer op een onbekende bestemming brengt. Daarbij laveren ze als in een doolhof op onverwachte manier weer dwars door de eerder genoemde genres heen, al is hebben ze psychedelica en wereldmuziek nu ook in het vizier. Het is niet te categoriseren en van een nachtelijke pracht wat ze hier laten horen. Stop bands als Godspeed You! Black Emperor, Set Fire To Flames, Tuxedomoon, Dale Cooper Quartet & The Dictaphones, Crippled Black Phoenix, Piiptsjilling en The Shalabi Effect in de blender en er zal iets als dit uitrollen. Meeslepende, majestueuze en meesterlijke pracht.

 

Orghanon – Retrospectre (cd, Time Released Sound)
Orghanon is het nieuwste muzikale vehikel van producer/muzikant Sergio Calzoni (elektronica, gitaar, piano, veldopnames), waarvan in 2015 het debuut Figures In Slow Motion is verschenen. Eerder is Calzoni al actief in de projecten Alma Mater, Act Noir en Colloquio. Met Orghanon zit hij in de ambienthoek, al lardeert hij zijn composities wel met glitch, elektronische experimenten en pianomuziek. Zijn nieuwe album Retrospectre is een uiterst persoonlijke zoektocht door zijn jeugdherinneringen geworden, die herleeft in duistere, droefgeestige soundtrack. Hij wordt daarbij geholpen door vijf muzikanten op viool, altviool, cello, harp, klarinet en saxofoon. Hierdoor krijgt de muziek iets meer een neoklassiek tintje, al weet Calzoni de muziek van zijn gasten fraai in te bedden in zijn overheersende soundscapes vol drones, allerhande experimenten en glitches. Je moet daarbij denken aan een mix van Labradford, The Green Kingdom, Brian Eno, Harold Budd, Mogwai, Ensemble Economique en Ian William Craig. Daarmee levert Calzoni hier een mooi meeslepend werk af dat zo bij een film zou passen.

 

The Residents – The Ghost Of Hope (cd, MVD Audio/ Cherry Red)
De namen achter de oogbollen van The Residents zijn bekend, al ga ik ze echt niet noemen. Dat heb ik nog nooit gedaan. Het heeft gelukkig geen invloed gehad op hun mysterieuze, bevreemdende sound; muziek over muziek en dan dikwijls over één bepaald onderwerp. Een echt nieuw album van is overigens wel even geleden. De groep, die dit jaar 45 jaar (!) bestaat en waarvan ik dacht dat ze met pensioen waren gegaan, brengt daar met The Ghost Of Hope verandering in. Ze vinden het wel een goed plan om de vreselijke treinongelukken aan het einde van de 19de en begin 20ste eeuw in de VS als thema te gebruiken, hetgeen tevens een metafoor is voor het menselijk falen. Ze stellen namelijk de vraag of de mensheid van hun fouten heeft geleerd of dat we weer gaan ontsporen. Je krijgt hier 7 lange track, waar ze met treingeluiden, oude carrousels en andere samples een mysterieuze, sepiakleurige sfeer krijgt die je doet terugdenken aan vervlogen tijden. Dat larderen ze met hun typische zang, maar ook zangsamples en stemmen/zang van regelmatige gasten Carla Fabrizio en Isabelle Barbier plus Laurie Hall (Ovarian Trolley) en Peter Whitehead (Mobius Operandi). The Residents brengen hun synthesizers en elektronica gewoon weer in stelling en worden nog bijgestaan door gitarist Nolan Cook en Eric Drew Feldman (Pere Ubu, Snakefinger, The Magic Band (Captain Beefheart)), die naast diverse instrumenten en computer het geheel ook gemixt en geproduceerd heeft. Het levert een experimenteel en duister werk op, die echt weer wat anders brengt dan hun laatste reeks albums. Grimmige avant-garde, prog en no wave, waarbij je soms het idee krijgt dat het een apocalyptisch document is en een requiem voor de mensheid. Nu is het ook weer niet dat je van je stoel valt van verbazing, maar dit is echt wel weer een klassiek conceptueel en geweldig werk dat alleen maar van hun hand kan komen. Het zit ook nog gestoken in een heel fraai boekwerk. Een must voor de fans!

 

Saltland – A Common Truth (cd, Constellation / Konkurrent)
Set Fire To Flames, A Silver Mt. Zion, Esmerine, Fifths Of Seven, The Mile End String Ladies Auxiliary, Désormais, Land Of Kush, Hrsta, Goldfish en Quinimine hebben één gemende deler, namelijk de Canadese zangeres, celliste en componiste Rebecca “Beckie” Foon, die ook wel eens opereert onder de naam Carrie Haber. In 2013 verschijnt het debuut I Thought It Was Us But It Was van haar project Saltland, waarop ze met maar liefst 12 gastmuzikanten haar eigenzinnige mix van neoklassiek, folk, drones, kamermuziek, ambient, minimal music, improvisaties en droompop ten gehore brengt. Op het tweede wapenfeit A Common Truth pakt ze het kleinschaliger aan. Ze wordt hier bijgestaan door Dirty Three en Bad Seed lid Warren Ellis (viool, pomporgel, loops), Besnard Lakes en The Soft Province lid Jace Lasek (gitaar, analoge synthesizer) en eenmaal Ian Ilavsky (Diebolb, Re:, Sackville, Sofa, A Silver Mt. Zion, Constellation labeloprichter), hier als achtergrondzanger. De muziek concentreert zich rond hetgeen Foon bedenkt, wat nogal eens met het milieu te maken heeft. Ze is namelijk een fervent milieuactiviste en doet onder andere werk voor Sustainable Solution Group. Het levert hier in elk geval 9 uiterst melancholische, deels instrumentale tracks op, die belanden tussen neoklassiek, pop, folk, drones, postrock, ambient en experimentele muziek, al opent ze op haast Fever Ray-achtige wijze. Daarna blijft ze, zij het op consistente wijze, variëren met haar mix aan stijlen. Het zowel spannend als supermooi wat ze laat horen. Muziek voor liefhebbers van haar eerdere groepen plus Half Asleep, David Darling, Julia Kent, Hildur Guðnadóttir. Nils Økland en Stars Of The Lid. Een beauty die haar weerga niet kent!

 

Timber Timbre – Sincerely, Future Pollution (cd, City Slang / Konkurrent)
Timber Timbre wordt in 2005 opgericht door de Canadese multi-instrumentalist Taylor Kirk. Hij werkt altijd met gasten, maar op hun onvolprezen album Creep On Creepin’On (2011) is het definitief uitgegroeid tot een trio dat naast Captain Kirk (zang, gitaren, bas, keyboards, drums, loops) bestaat uit Simon Trottier (autoharp, lapsteel, gitaren, percussion, loops, sampler ) en Mika Posen (viool, altviool, zang). Hoewel ze hun sound telkens bijschaven brengen doorgaan een mix van blues, folk, indierock, experimenten en pop. Het is meestal heel erg duister en toch weet het je met gemak mee te sleuren, mede door de lekkere croonstem van Taylor Kirk. Inmiddels hebben ook Mathieu Charbonneau (keyboards) en Olivier Fairfield (drum, keyboards) zich definitief bij hen gevoegd en is Mika Posen er niet meer bij. Nu is hun zesde album Sincerely, Future Pollution een feit. Ze blijven dichtbij hun vorige album Hot Dreams (2014), maar slaan heel vaak zijpaden in. Zo brengen ze de liedjespracht van David Bowie, John Grant en op de meer glam/artrock momenten ook Roxy Music, het unheimische van Suicide, de folkrock van The Triffids maar ook de funky sound van Daft Punk en de ambientpop van Air. Toch mag ja die referenties ook gerust laten varen, want over alles gieten ze weer hun typerende duistere jus. Ze laten ondanks die duistere sfeer desalniettemin een goed doorwaadbaar geluid horen, waarbij de innemende zang van Kirk de rode draad vormt. Het blijft echt een heel bijzondere en geweldige groep, waar dit nieuwe album weer het overtuigende bewijs van is geworden.

 

Ulan Bator – Stereolith (cd, Bureau B)
Het blijft mooi om met één van je favoriete bands mee te groeien. Sinds 1993 doe ik dat al met het Franse project Ulan Bator, opgericht door Amaury Cambuzat (99mg, Chaos Physique, Doubleganger, Miss Marvel, Faust en labeleigenaar van Acid Cobra) en Olivier Manchion (Permanent Fatal Error). Die laatst genoemde is er al jaren niet meer bij. Ze hebben zich ontwikkeld van een intrigerende postrock groep, via avant-rock uiteindelijk tot een bijzondere op krautrock geënte postrock groep. Hierbij is Cambuzat de constante factor. Op hun, als ik goed tel, elfde album Stereolith bestaat dit combo naast Cambuzat (zang, keyboards, synthesizers, gitaar, percussie) uit bassist Mario Di Battista en drummer/saxofonist Sergio Pomante. Het is hun meest rustieke en psychedelische cd tot nu toe geworden. Op spannende, schemerige wijze brengen ze hun eigenzinnige mengsel van krautrock, postrock, noise en lichte experimenten. Een lichte motorik kabbelt in de mist door allemaal psychedelische en soms noisy klanklandschappen. Cambuzat zingt er ook op veelal zachte, mysterieuze wijze bij in het Engels en Frans. Vanaf de allereerste seconde tot de allerlaatste weten ze je daarmee stevig in de houdgreep te nemen. Een broeierige mix van Larsen, Sonic Youth, Neu, Can, Legendary Pink Dots, Encre en Faust. Ulan Bator bewijst andermaal dat ze uiterst eigengereide en steengoede band zijn.

 


 

Martijn

Anadol Hatıralar
Anadol is een dame uit Turkije die leuke elektronische muziek maakt. Beetje Kraftwerk, beetje library, van die misschien soms wat lullig aandoende maar toch erg prettig wegluisterende en warme synthesizermuziek.

Joey Bada$$ All-AmeriKKKan Bada$$
Joey laat zich niet vastpinnen in die old school boom bap shit op zijn tweede album. Ondanks de aanwezigheid van klassieke, jazzy elementen doet All-AmeriKKKan Bada$$ wat moderner aan. Iets wat natuurlijk de haters alweer mobiliseerde, maar geef het een kans zou ik zeggen, want de tweede keer hoor je al dat die golden age vibe er meer is dan je eerst dacht. Ook is Joey nog wat politieker (conscious) geworden en toch ook meer mellow, met wat voorzichtige zang hier en daar.

Fresku & MocroManiac Juice
Toon een beetje love, het kost niets bijt Woenzelaar ons toe in een van de hardste nummers van de plaat (Sorry) die Mani van de straat houdt en Fresku uit het theater trok. Matties voor het leven en het plezier spat eraf: van trap naar old school gangsta shit tot zelfs disco/funk en bijna pop. Soms strati dingen, dan een boodschap of gewoon meligheid. Ze zijn ook elkaars favoriete rappers en waarom wordt wel duidelijk op Juice.

Tei Shi Crawl Space
Tei Shi is een Argentijnse singer-songwriter die nu, na veel omzwervingen, in Brooklyn woont. Haar muziek pakt op haar debuut wat minder elektronisch uit dan ik had verwacht op basis van de debuut-ep, maar niet minder dromerig. De lome funky gitaarklanken vormen een solide basis voor haar omfloerste, veelal gestapelde stem en de toch ook nog vettige synths.