Het schaduwkabinet: week 12 – 2017

Inmiddels zijn ook alle zwevende kiezers weer geland. Gaan jullie nu met z’n allen maar lekker lezen in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Arbouretum, Bardo Pond, Mario Batkovic, Daniel Brandt, Ani Cordero, Sarah Davachi, Depeche Mode, High Plains, The Homesick, Maria Alice/ Ercília Costa/ Various Artists: Lisboa E As Fadista & Vozes E Sons De Coimbra, Monolyth & Cobalt, 9T Antiope, Pinback, Pontiak, Max Richter, Sleaford Mods, Boef, Drake, Secret Chiefs 3 en Six Organs Of Admittance.

 

Jan Willem

Arbouretum – Song Of The Rose (cd, Thrill Jockey / Konkurrent)
Eind 2002 wordt de nieuwe rockgroep Arbouretum rond zanger/gitarist Dave Heumann opgericht. In de beginjaren maken ze veel klassieke rock aangedikt met blues en folk, waarbij de stem van Heumann een sterke troef is. Hij klinkt namelijk als een droefgeestige mix van Robert Plant, Neil Young en Richard Thompson. Vanaf hun vierde album laten ze ook stonerrock en meer psychedelica toe in de muziek. Hun vierde officiële album moet ik zeggen, want ze brengen tussendoor in eigen beheer ook nog menig cd-r uit. Song Of The Rose is hun vijfde, waarop Dave vergezeld wordt door Crey Allender (bas), Brian Carey (drums, percussie) en Matthew Pierce (keyboards, synthesizer). Ze gaan hier verder met hun psychedelische rocksound, maar gooien het over een meer persoonlijke boeg waarbij verlies/verlaten het centrale thema vormt. De prachtig indringende zang vertelt de dwingende verhalen terwijl de muziek het schitterende decors er omheen vlecht. Soms is dat ook weer meer folk getinte muziek, maar veelal is het op klassieke rock geënte muziek. Muziek die meteen als tijdloos en vertrouwd aanvoelt en daarbij gewoonweg wonderschoon is. Daarbij vormen “Call Upon The Fire”, “Commanche Moon”, “Dirt Trails” en “Woke Up On The Move” de absolute hoogtepunten op een toch al sterk album. Naast de genoemde artiesten moet je verder denken aan Pontiak, Timesbold, Led Zeppelin en Spokane. Ja leuker kan ik het ook niet maken!

 

Bardo Pond – Under The Pines (cd, Fire / Konkurrent)
Als je gewoon al sinds 1991 een eigenzinnig, tegendraads geluid weet te produceren dat wars van elke hype of geijkte rockband is, dan verdient dat niet alleen lof maar wordt je vanzelf een voorbeeld voor andere bands. Dat is zeker van toepassing op Bardo Pond. Ze maken psychedelische rock met experimentele elementen, de ene keer met kop en staart maar dikwijls gewoon ook vrij bewegend. Door de jaren heen laten ze ook shoegaze, spacerock, avant-garde, post-rock, acid rock en noise de revue passeren. Ze bepalen zelf steeds wel wat past en wat niet, of zien gewoon wel. De huidige line-up bestaat uit zangeres/fluitiste Isobell Sollenberg, gitarist Michael Gibbons, gitarist John Gibbons, bassist Clint Takeda en drummer Jason Kourkounis. Deze delen ook nog wel eens bands als Hash Jar Tempo, Moon Phantoms, Third Troll, LSD Pond en Dechemia. Nu komen ze met hun volgende wapenfeit Under The Pines. Hierop laten ze weer een heerlijk psychedelische mix horen van shoegaze, rock, droompop, noise, space- en post-rock. Met name die laatste twee voeren de boventoon, al kan je Bardo Pond nooit echt in een categorie onderbrengen. De zang van Sollenberg zweeft als een etherische mist door dit prikkelende en diepgravende geheel heen. Haar fluitspel is ook altijd een bijzondere factor en ze komen er als één van de weinig bands mee weg. Op hypnotiserende wijze nemen ze je ruim 40 minuten lang in de houdgreep. Ter referentie moet je denken aan een gruizige kruisbestuiving van Thalia Zedek Band, Sonic Youth, Mogwai, Natural Snow Buildings, Hail, The Jesus And Mary Chain en Jessamine. Unieke, biologerende pracht.

 

Mario Batkovic – Mario Batkovic (cd, Invada)
Voordat de Zwitserse accordeonist Mario Batkovic solo aan de slag maakt, is jarenlang onderdeel van The BeBa Orchestra (afkorting voor Bern-Balkan). In 2015 komt de geboren Bosniër met het album Batković Solo, waarop hij zeven stukken presenteert die ergens tussen modern klassiek, drones en folk eindigen. Nu zou ik een leugenaar zijn als ik de accordeon tot mijn favoriete instrumenten reken, maar er zijn artiesten als Pauline Oliveros en Kimmo Pohjonen die er wel sublieme muziek op maken. Batkovic past daar ook bij en doet qua aanpak denken aan Tony Conrad, Kimmo Pohjonen, Philip Glass en Colin Stetson. Ondertussen maakt hij nog een paar soundtracks en toert met Beak>, de band van Geoff Barrow (Portishead, Quakers, Invada label). En van het één komt het ander. Het debuut dat de landsgrenzen nauwelijks over is geweest wordt opnieuw uitgebracht als Mario Batkovic aangevuld met 2 nieuwe nummers. Het is echt van buitengewone klasse wat hij hier laat horen.

 

Daniel Brandt – Eternal Something (cd, Erased Tapes / Konkurrent)
De Duitse muzikant Daniel Brandt is vermoedelijk het meest bekend van het geweldige minimal elektro-akoestische trio Brandt Brauer Frick. Daarnaast heeft hij ook al van zich laten horen in Die Spielwiese, Scott en The Free Electric Band. Met Eternal Something brengt hij nu zijn solodebuut. Oorspronkelijk wil hij een album maken met enkel cimbalen, maar eenmaal bezig en reizend naar en gebruikmakend van Duitse en Amerikaanse studio’s komt er steeds meer bij. Naast cimbalen krijg je onder heel veel meer ook duimpiano, bas, gitaar, piano, handgeklap, elektronica plus nog wat gasten op trombone, Hang, cello en bas. Een heel breed project uiteindelijk, waar de titel deels wel naar zal verwijzen en de hoes dit fraai uitbeeld. Het andere oneindige aspect zit hem ook in de uiterst ritmische muziek, die ook nog eens laag over laag gaat. Een oerwoud aan geluiden die je eigenlijk met niets kunt vergelijken. Het is mechanisch, het is organisch en boven alles gewoonweg van een adembenemende en hypnotiserende schoonheid.

 

Ani Cordero – Querido Mundo (cd, Ani Cordero)
In 2000 hoor ik voor het eerst van de groep Cordero onder leiding van Ani Cordero (ex-Bee And Flower). Ik ben zelf in het gelukkige bezit van hun cdr Deserter (2000) waaraan ook leden van Calexico en Amor Belhom Duo meewerken. Daarna verschijnen er van de groep nog 4 albums, die wel passen bij de texmex muziek van Calexico, maar er nog een extra Zuid-Amerikaans sausje overheen gieten. Dan is het na 2008 lange tijd stil rondom deze formatie. Maar in 2014 komt Ani Cordero, nu als soloartieste, terug met haar album Recordar. Wel doen er maar liefst 11 muzikanten aan mee. Meer dan ooit laat ze hier haar Zuid-Amerikaanse roots horen. Hiermee gaat ze op het in eigen beheer uitgegeven Querido Mundo gewoon mee verder. Ani (zang, gitaar, keyboard, percussie) krijgt hierop steun van Erich Hubner (gitaar, bas), Eileen Willis (accordeon, achtergrondzang), Lisette Santiago (conga’s, bongo’s, surdo, caixa), Omar Akil Little (trompet), Troy Simms (saxofoon) en Ethan Donaldson (kalebas). Samen presenteren ze een alt-Latinsound, die melancholisch, pakkend en gewoonweg niet te versmaden is. Liefhebbers van Lhasa Da Sela, Lila Downs, Calexico, Manu Chao en Bomba Estereo komen hier helemaal aan hun trekken. En dan is wederom een geweldige wereldplaat uit haar handen geworden.

 

Sarah Davachi – All My Circles Run (cd, Students Of Decay / Konkurrent)
Na 3 cassettes en 3 lp’s komt de Canadese componiste Sarah Davachi eindelijk eens met een cd op de proppen, te weten All My Circles Run. Ze werkt voorheen vooral met modulaire synthesizers om daarmee haar intrigerende mix van drones, minimal music en experimentele muziek te fabriceren. Ze pleegt op haar nieuwe werk ook een kleine stijlbreuk, want de synthesizers blijven vrijwel achterwege. Davachi (orgel, piano) krijgt hier gezelschap van de sopraan Camille Hesketh, violiste Jessica Moss (A Silver Mt. Zion, Black Ox Orkestar, Sackville, Frankie Sparo, Arcade Fire) en celliste Jessica Holmes. Het geheel is opgenomen door klasbak Radwan Ghazi Moumneh (Jerusalem In My Heart, Land Of Kush, Pas Chic Chic). Ze heeft 5 stukken geschreven waarin steeds een ander instrument centraal staat. Dat zijn achtereenvolgens “For Strings” met viool en cello, “For Voice” met zang, “Chanter” met prefab keyboard, “For Organ” met orgel en “For Piano” met piano. Dit verwerkt ze tot minimale stukken vol drones en neoklassiek, die van ruim 5 tot wel krap 11 minuten kunnen duren. Alle instrumenten en zang worden in feite ingezet als nieuwe instrumenten om haar muziek mee te maken. Daarmee bedoel ik dat je niet simpelweg een viool-, cello-, zang- of pianostuk moet verwachten maar dat deze ingrediënten tot skeletachtige proporties worden teruggebracht, waarmee ze haar subtiele en uiterst gedetailleerde creaties maakt. Dat levert fragiele, repeterende en bovenal wonderschone muziek op. Bezinnende, biologerende pracht die de bijzondere klasse van deze dame eens te meer onderstreept.

 

Depeche Mode – Spirit (2cd, Venusnote/ Columbia)
Om de vier jaar een album uitbrengen is natuurlijk ook regelmatig. Dat is al viermaal het geval bij Depeche Mode en nu wederom bij hun veertiende cd Spirit sinds 1981. Deze band rond zanger Dave Gahan heeft voor mij de heldenstatus. Ik vind ze van het begin tot nu toe erg goed, al hebben er nogal wat aarverschuivingen plaats gevonden in het geluid. De synthpop loopt als een rode draad door hun muziek, maar wordt steeds anders omlijst. In de beginperiode meer met disco, tijdens de zware verslaving van Dave Gahan met meer bezinnende muziek en erna met (nog) meer melancholie, met menig klassieker als resultaat. Op hun vorige album laten ze een meer onderkoeld, donker en elektronisch geluid horen. Het is een prachtige soundtrack voor de crisis en het verval van de maatschappij. Dave Gahan, Martin L. Gore en Andrew Fletcher presenteren nu 12 nieuwe songs, die wederom leunen op de elektronica maar een warmer, soulvoller maar nog altijd melancholisch geluid laten horen. Het heeft allemaal een wat tijdlozer karakter gekregen en onder de songs zitten ook weer wat meer hoogtepunten, al is geen album van hen ooit onder de middelmaat. Nee ook na 36 jaar laat de groep horen nog essentiële muziek te kunnen maken die het verschil maakt. De deluxe edition bevat een extra schijf met 5 fraaie remixen, die nog eens voor 27 minuten aan muziek zorgen.

 

 

 

 

High Plains – Cinderland (cd, Kranky / Konkurrent)
High Plains is een nieuw Canadees project van de klassiek geschoolde cellist Mark Bridges en de muzikant Scott Morgan. Die laatste is beter bekend van zijn project loscil die veelal elektronisch dan wel klassiek getinte soundscapes maakt. Hij speelt eveneens drums en saxofoon bij de groep Destroyer, heeft hij ooit acte de présence gegeven bij Thee Crusaders samen met A.C. Newman en daarnaast is hij werkzaam als sound director in de videogame-industrie. Mark Bridges is in 2015 al te horen op de epee Adrift van loscil. En in deze hoedanigheid treden ze nu officieel samen naar buiten in dit nieuwe project. Het is overigens niet simpelweg een optelsom van loscil plus cello, maar een gezamenlijke trip waarbij ze zich hebben laten inspireren door Die Winterreise van Schubert (een aanrader met Thomas Quasthoff als bas-bariton, maar dit terzijde) en het glooiende landschap van Wyoming. De hooggelegen stad, alwaar ze in een tot studio ongebouwde school opnemen, zal met de zuurstofarme ijle lucht ook wel een rol hebben gespeeld. Dat zie je bijvoorbeeld terug in titels als “Blood That Ran The Rapids” en “Hypoxia”. Ze brengen 9 stukken die net als de omgeven golvende bewegingen maakt, zowel in volume als in het accent dat de muziek meekrijgt. Dat kan de ene keer dus meer elektronisch gericht zijn en op andere momenten juist meer klassiek, al deinen ze veelal ook samen. Het is allemaal van een schitterende desolaatheid en melancholie, waar je lekker bij weg kunt dromen. Een aanrader voor liefhebbers van Hildur Guðnadóttir, Sylvain Chauveau, David Darling, Ryan Teague en Stars Of The Lid. Het zijn magnifieke filmische klanklandschappen geworden.

 

The Homesick – Youth Hunt (lp, Subroutine / Sonic Rendezvous / State51)
Wat ik weet van Dokkum? Uhm, nu ja het is één van de Friese elf steden, ik weet waar het ligt, ze hebben er heul heul lang geleden de heilige Bonifatius omgelegd en het is de pioniersplek als het gaat om kabelinternet (eerste stad waar indertijd zowel UPC als Ziggo en KabelNoord te krijgen was). O ja en sinds een paar jaar is het ook de plek waar dat zeer veel belovende jonge trio The Homesick vandaan komt. De groep bestaat uit Elias Elgersma (zang, gitaar), Jaap van der Velde (bas, zang) en Erik Woudwijk (drums) en ze presenteren na een cassette en een 7” nu hun volwaardige debuut Youth Hunt, uitgebracht op het immer avontuurlijke label Subroutine. Het is gezien de leeftijd van de heren best opmerkelijk te noemen dat ze hun inspiratie lijken te halen uit de tijd dat ze nog niet eens in de maak zijn. Op zoek naar de jeugd van hun ouders wellicht? Overigens laat Elgersma dat eerder ook al horen met zijn geweldige postpunk-achtige synthpop project Yuko Yuko. Het leuke hier is dat The Homesick zich niet op één genre vastpint maar wel een consistent geluid weet te produceren. Een eigen smoel heet zoiets! Dus hoewel de wave-achtige indierock de rode draad vormt wijken ze nogal eens uit. Zo opent het album geweldig met “Half Aryan”, waar ze aardig de krautrock kant opkoersen met een uiterst aanstekelijke motorik. Dat komt daarna ook nog wel terug, maar ze laten tevens shoegaze, postpunk, droompop, lo-fi, indie, psychedelische rock en onversneden noise de revue passeren. En dat allemaal met een ongekende frisheid en energie. Het voelt als een paringsdans tussen Xiu Xiu, Preoccupations, Joy Division, DIIV, Jacco Gardner, Can en Pinback, hoewel je er zo nog tig namen aan toe kunt voegen. Daar kunnen nog mooie kindjes uit volgen. The Homesick is echter te eigenzinnig om ze eenvoudig te labelen. Ze laten grenzen vervagen, verruimen de geest en maken gewoonweg geweldige muziek. Topdebuut! (kuch cd waardig kuch)

 

Maria Alice – A Voz Do Provo (cd, Tradisom / Xango Music Distribution)
Ercília Costa – A “Santa Do Fado” (cd, Tradisom / Xango Music Distribution)
Various Artists: Lisboa E As Fadistas (cd, Tradisom / Xango Music Distribution)
Various Artists: Vozes E Sons De Coimbra (cd, Tradisom / Xango Music Distribution)
José Moças van het Tradisom label bezig om 6 cd’s uit te brengen onder de noemer “arquivos do fado”, ofwel “de archieven van de fado”, waarvan A Diva Do Fado van Amália Rodrigues de eerste en O Génio da Guitarra Portuguesa van Armandinho. Het leuke is dat de titels verwijzen naar hun bijnamen. Zo is Rodrigues de diva (ook wel koningin) van de fado en Armandinho het genie op (de koning van) de Portugese gitaar. Nummer 3 in de serie komt van de vrouw met “de stem van het volk”, te weten Maria Alice (1904-1997). Het is het pseudoniem van Glória Mendes Leal De Carvalho, later is ze met de befaamde zanger Valentim De Carvalho. De twintig opnames van deze cd stammen uit de jaren 1929 en 1930 van de vorige eeuw, de tijd dat Portugal een dictatuur is geworden. Maria Alice zingt over de onfortuinlijke rol van de vrouwen in die tijd en dat geeft de vrouwen een stem. Ze heeft een beetje een scherpe stem, al kan dat aan de opnames liggen, met een mooi vibrato. En getuige het kippenvel op mijn armen kan ze de weemoed op wonderschone wijze overbrengen. En natuurlijk hoor je dat het oude opnames zijn, al is de kwaliteit wel erg goed. Niet alleen bijzonder mooi, maar ook speciaal om zulke oude muziek te horen.
Sla ik even een deel over en kom ik uit bij Ercília Costa (1902-1984), die de “heilige van de fado” is en haar cd derhalve de titel A “Santa Do Fado” krijgt. Zij heeft een grote rol gespeeld in het uitkristalliseren van de fado en brengt het meer naar de voorgrond. Ook heeft ze veel met de eerder genoemde Armandinho samengewerkt. Bijzonder is dat zij zichzelf op een gegeven moment op gitaar is gaan begeleiden en ze zorgt voor de introductie van de viola de fado in de muziek. Ze heeft de fado uit Lissabon kortom verfijnd en groot gemaakt. Ook hier vind je twintig historische opnames, uit de jaren 1929 – 1931die lastig te vinden waren. De kwaliteit is her en der wat minder, maar de muziek niet minder mooi. Costa heeft een warme stem, vol “saudade” uiteraard. Een stem zoals de fadozangeressen dikwijls hebben, al blijven er altijd wel subtiele verschillen. Maar ook dit deel is gewoonweg prachtig geworden.
Deel 4 is de compilatie Lisboa E As Fadistas, ofwel “Lissabon en fado zangeressen”. De traditionele vorm van fado is die uit Lissabon, waarbij het kenmerkend is dat er altijd een vrouwelijke of eventueel mannelijke solist zingt. De onderwerpen gaan veelal over verlies, verdriet en weemoedige verlangens. Een man die moet janken past daar niet echt bij, al is de scheidingslijn niet van cement. Ook het prachtige Lissabon is dikwijls het onderwerp, hetgeen als je er geweest bent ook helemaal begrijpt. De stad met de 7 heuvels, de rivier de Taag die er stroomt en al die pittoreske oude wijken, het is echt adembenemend. Mijmer mijmer…Broek! Sorry, de muziek. De fado is vermoedelijk door de haast mythische zangeres Maria Severa (1820-1846), al is het de eeuw erna pas echt doorgebroken, hetgeen ook alles te maken heeft met de komst van de apparatuur waardoor muziekreleases op grotere schaal gemaakt kunnen worden. Voor de serie hebben ze releases gebruikt van 1928-1936, waarbij de zangeressen één tot vier nummers bijdragen. De 9 gegadigden zijn Dina Tereza, Celestina Luísa, Maria Emília Ferreira, Madalena De Melo, Ermelinda Vitória, Maria Do Carmo Torres, Maria Silva, Adelina Fernandes en Maria Do Carmo. Geen van hen ken ik, maar dat drukt de pret bepaald niet. In 24 prachtige songs krijg je weer een fraaie kijk in de historische keuken van de fado.
En dan is er natuurlijk nog de fado uit Coimbra. Een fittie levert dat niet op hoor, maar gevoelig ligt het wel. Van de fado uit Coimbra wordt wel gezegd dat het leuker is als het tijd is om afscheid te nemen. De grootste verschillen zijn toch wel dat het één of meerdere mannelijke zangers betreft die zingen en dat de begeleiding bestaat uit een 12-snarige Coimbra gitaar (een variant op de traditionele Portugese) en een 6-snarige viola de fado. In feite is de fado vorm nog een stuk verfijnder dan die uit Lissabon. Deze vorm is in academische kringen zeer populair, wat weer alles te maken heeft met het feit dat het ontstaan is in de stad met de oudste universiteit van Europa, prachtig gelegen op een heuvel. Ook Coimbra is prachtig, maar ik zal me inhouden. Op het laatste deel uit de serie Vozes E Sons De Coimbra, ofwel “zang en geluiden uit Coimbra”, krijg je 21 songs uit de periode 1926-1930. De 6 participanten bestaan hier uit António Menano, José Paradela d’Oliveira, Artur Paredes, Dr. Edmundo Bettencourt, Lucas Rodrigues Junot en António Batoque. De mannen dragen 1 tot maar liefst 9 tracks bij, waarbij Dr. Edmundo Bettencourt deze ranglijst aanvoert. Ook dit is een lijst vol onbekende namen voor mij, maar wederom een feest. Een prima afsluiter van deze indrukwekkende serie.

Luister Online:

Maria Alice – A Voz Do Provo (albumsamples)

Ercília Costa – A “Santa Do Fado” (albumsamples)

Lisboa E As Fadistas (albumsamples)

Vozes E Sons De Coimbra (albumsamples)

 

Monolyth & Cobalt – The Dunen Diaries (2xcdr, Eilean)
Monolyth & Cobalt is sinds 2008 het soloproject van de Franse multi-instrumentalist Mathias Van Eecloo. Hij laat ook van zich horen als D-Rhöne, Ottö Solänge en The Three Oldmen’s Birds. Tevens is hij te gast bij Birds Of Passage en werkt hij door de jaren heen ook samen met artiesten als Aaron Martin, Danny Norbury, Christopher Hipgrave, Hannu, Helena Espvall, Isnaj Dui, Mark Ostermeier, Madeleine Cocolas, Offthesky en Orla Wren. Hij laat doorgaans van zich horen middels drones, neoklassiek, ambient, abstracte en experimentele muziek. Nu is zijn twaalfde album The Dunen Diaries een feit, de 50ste op het innovatieve Eilean records, die gelimiteerd als dubbel cdr met de looks & feels van een cd verkrijgbaar is. Het is tevens zijn allerlaatste die hij met dit project uit zal brengen. De eerste schijf bevat 9 tracks waarop hij zich van zijn meest subtiele en breekbare kant toont met muziek die het midden houdt tussen neoklassiek, ambient, elektro-akoestische muziek, drones, lo-fi en fraaie experimenten. Op minimale wijze ontvouwen zijn creaties zich tot subtiele maar rijk gedetailleerde klanklandschappen, waar fans van Tapes, The Boats, Leonardo Rosado, Ryoji Ikeda, Dean Roberts en Orla Wren zich aan kunnen laven.
Op de tweede schijf krijg je een deel van zijn collaboraties te horen, die hij tussen 2013 en 2017 heeft opgenomen. In 8 tracks is hij achtereenvolgens te vinden naast celliste Helena Espvall (Espers, Anahita, Puffin, Trollslända), muzikante Olga Wojciechowska, componiste Katharina Lundbøl, cellist Aaron Martin (The Cloisters, From The Mouth Of The Sun, Black Vines, Winter’s Day), zangeres Madeleine Cocolas, de experimentele artiest Fletcher McDermott aka Twincities, free jazz saxofoniste Biggie Vinkeloe en nog een keer Helena Espvall. Ze voegen allen hun eigen instrumentaties dan wel stemmen toe aan de kale elektronische composities van Eecloo en die vormen zo steeds andere, maar fraai bij elkaar passende hybriden die steeds ergens tussen neoklassiek en experimentele muziek uitkomen. Het vormt een schitterend addendum op de toch al prachtige eerste schijf.

 

9T Antiope – Isthmus (cdr, Eilean)
Sinds 2014 vormen de Iraanse artiesten Nima Aghiani (composities) en Sara Bigdeli Shamloo (zang, teksten) de groep 9T Antiope. Samen delen ze ook de alternatieve rockgroep Migrain Sq. met Pouya Pour-Amin. Ze komen uit Teheran maar verblijven inmiddels in Parijs om daar hun muziek te maken. Met 9T Antiope hebben ze al de cd Syzygys (2015) uitgebracht. Dat is een experimenteel, abstract en neoklassiek getint album waar ze lagen akoestische instrumenten, elektronica en vocalen over elkaar heen leggen. Dat levert behoorlijk dwingende, diepgravende en mysterieuze muziek op. Daar gaan ze nu op Isthmus, een cdr die zoals het Eilean betaamt niet onder doet voor een reguliere cd, gewoon op nog betere wijze mee verder. Ze presenteren 4 langgerekte stukken die bij elkaar 35 minuten duren. Ze plaatsen lagen van strijkgeluiden op lagen abstracte elektronica, drones en Engelstalige, bitterzoete fluisterzang, dikwijls gelardeerd met veldopnames. Hiermee brengen ze op gruizige en wederom intrigerende wijze een mysterieus geheel, dat tot het einde toe spannend blijft. Denk daarbij aan het midden tussen Birds Of Passage, Richard Skelton en Sussan Deyhim. Het is allemaal van een melancholische en biologerende pracht wat ze hier laten horen, die diepe snaren weet te raken.

 

Pinback – Some Offcell Voices (cd, Temporary Residence / Konkurrent)
In de jaren 90 ben ik zowel grote fan van Three Mile Pilot als de groep Heavy Vegetable, die toch wel in een andere hoek opereren. Toen kon ik nog vermoeden dat die eind jaren 90 als deelcombinatie als Pinback bij elkaar zouden komen, maar zo geschiede. Armistead Burwell Smith IV ofwel Zach Smith (Three Mile Pilot, Systems Officer) en Rob Crow (Alpha Males, The Ladies, Holy Smokes, Optiganally Yours, Physics en Goblin Cock) vormen dit fijne koppel. Er volgen 5 prima albums waarvan de laatste alweer in 2012. Tussendoor maken ze ook redelijk wat mini’s. Hiervan zijn Some Voices (2000) en Offcell (2003) samengevoegd tot Some Offcell Voices. Geen nieuw werk dus helaas, maar wel een bundeling van twee uitstekende mini’s die nu tot een 45 minuten durend album zijn gepromoveerd.

 

Pontiak – Dialectic Of Ignorance (cd, Thrill Jockey / Konkurrent)
In 2005 verruilen de gebroeders Carney de rieken voor muziekinstrumenten en wordt de koeienboerderij van hun ouders omgebouwd tot een muziekstudio. Van (gitaar, zang), Jennings (bas, keyboards, zang) en Lain Carney (drums, zang) gaan met Pontiak steengoed uit de startblokken. Letterlijk bijna want ze maken als hoofdmoot stonerrock. Dat omlijsten ze dikwijls met psychedelische muziek en bluesrock. Inmiddels zijn ze beland bij alweer hun achtste album Dialectic Of Ignorance. Ook hier zal je een flinke dosis stoner aantreffen, al lijkt het dikwijls of ze dit ergens elders in het heelal hebben gemaakt. Ze hebben de rauwe kracht van weleer meer ingezet om weliswaar stevige maar meer bezinnende pracht te fabriceren waarin ook folkrock en psychedelische rock een plaats krijgen. Als je eenmaal in de flow van hun muziek zit is er geen ontsnappen meer aan. Meer sterke melodie- en zang lijnen, maar nog altijd met die ongepolijste oprechtheid. Ook alle clichés denkbaar in het genre gaan ze volledig uit de weg. Denk aan een heerlijke mix van Masters Of reality, Pink Floyd, The Desert Sessions, Arbouretum en White Hills. Wat een compleet en geweldig album!

Luister Online:
Tomorrow Is Forgetting (track)

 

Max Richter – The Leftovers, Season 2 (cd, WaterTower Music)
Voordat de in Duitsland geboren componist Max Richter solo doorbreekt, is hij al actief in het gezelschap Piano Circus. Inmiddels een grootheid binnen de neoklassiek, zowel met zijn reguliere werken als zijn soundtracks. Van die laatste categorie heeft hij er inmiddels ook aardig wat geproduceerd. Soms gaat dat dan ook aan me voorbij, zoals de vorig jaar verschenen The Leftovers, Season 2, hetgeen de soundtrack is voor het tweede seizoen van de gelijknamige HBO serie. Voor het eerste deel heeft hij korte verstilde piano- en orkeststukken geschreven, die ergens tussen zijn reguliere werk en zijn andere filmmuziek uitkomen. Het vervolg is iets grilliger. Richter experimenteert hier naast bovenstaand ook met gitaarthema’s, ambient en elektronische stukken. Hierdoor koerst hij ook wel eens richting Craig Armstrong, Trent Reznor & Atticus Ross en Clint Mansell. In de meerderheid van de stukken herken je echter slechts de hand van één meester. Wederom een subliem album.

 

Sleaford Mods – English Tapas (cd, Rough Trade / Konkurrent)
“He likes the Pistols, he likes the Ramones, he speaks of the Beatles and The Rolling Stones” (…) “I’m a pussycat, he’s a punkrocker”, het zijn zinsneden van de songs “Mew Wave” uit 1977 van de Britse komiek en muzikant Mr. John Dowie (uitkomend op het Factory van Joy Division). Met diezelfde dwarse attitude begint het Britse duo Sleaford Mods ruimt 10 jaar geleden hun muzikale missie in Nottingham. Voorheen is Nottingham wellicht vooral bekend van Robin Hood, maar het is sinds ruim 10 jaar ook de thuisbasis van het duo Sleaford Mods. Jason Williamson is er vanaf het prille begin bij en sinds 2012 is Andrew Fearn de tweede man. Ze hebben lak aan conventies, lak aan hypes en dat is ook precies wat hen zo rete interessant maakt. Hun pijlen richten ze vooral op hetgeen hunzelf interesseert en verrijkt. Nu presenteren ze English Tapas, hetgeen in culinaire kringen sowieso de wenkbrauwen wel zal doen fronsen. Maar zoals gezegd, ze hebben lak aan alles. De bijtende en tevens zeer pakkende zang houdt het midden tussen G.W. Sok en Jello Biafra. De muziek is hoekig, kaal en urgent en komt ergens tussen post-punk en spoken word uit. Er is niets charmants aan, maar het is een oprecht en ijzersterk betoog over hetgeen hen dwars zit. Punk in optima forma. En dan is toch genieten van veelzijdig maal.

 

Martijn

Boef Slaaptekort
Drake More Life: A Playlist By October Firm
Twee enorme hip hophypes kort op elkaar. Ondanks Drake’s hete adem twee dagen later breekt Boef alle records op Spotify. Kwam ooit slecht in de publiciteir als „treitervlogger” (maar daar ben ik te oud voor, god wat zijn die vlogs waar de kids zo hard op gaan traaaaaag), maar wie schrikt daar nou van? Rappers zijn wel vaker geen modelburgers, bovendien heeft hij z’n leven gebeterd. Gelukkig levert dat laatste geen al te softe plaat op, al heeft ie ondanks alle straattaal zeker poppy kanten. Zo ook Drake, die Ik eigenlijk vooral van diverse memes kende. Die is op die toegankelijkere momenten wat meer ingetogen. Maar ook hier harde tracks gelukkig. Zijn album heeft wel iets van een verzamelalbum door de vele featurings, maar dat stoort me niet. Beide albums zijn in ieder geval afwisselend inclusief de nodige uitschieters: Aslan van Boef (met Güler Işıksample) en bij Drake No Long Talk. Echte snoozers heb ik ook niet gehoord.

Secret Chiefs 3 (Traditionalists/Ishraqiyun) the SYSTEM of ANTICHRIST b/w Bereshith
Kakelverse digitale 7” uit Californië. the SYSTEM of ANTICHRIST (naar Charles Uptons boek over New Age, neem ik aan) is bombastisch, met veel blazers, met het karakter van een klassieke soundtrack. Groots, net als het nieuwe arrangement van Bereshith. Big bandpraktijken, ballin’ on a budget, maar daar is Trey altijd goed in geweest.

 


 

Sietse

Six Organs Of Admittance – Burning The Threshold (Drag City)
Na wat exploraties met zijn eigen Hexadic compositie stijl is Ben Chasny terug als Six Organs of Admittance met een plaat waar het weer duidelijk om de liedjes draait en niet om de (compositie)techniek. En dat is, ondanks dat de 2 Hexadic platen best tof waren, toch ook wel een verademing.
Hier keer hij terug naar een ouder geluid wat we van hem kennen van oa. For Octavio Paz waar hij akoestische gitaar speelt en zingt, nu aangevuld met drums, bass en keyboard (wisselend per nummer). Het resultaat is een warme, haast zomerse, folk rock plaat waar het experiment echt ondergeschikt is aan de rest. Soms doet het denken aan Vetiver, maar dan wel tof.
Niet Six Organs of Admittance zijn beste werk, maar wel fijn om nieuw werk van hem te horen.

Hoor hier “Taken by Ascend”, een van de mindere nummers van de plaat.