Diggin’ Demos 1: Brezneff

“Op dat punt in je leven is de demo één van de belangrijkste dingen die je maakt! Het is een fotoalbum van een bepaalde periode, maar dan in audio! Je hoort en ziet de ruwe, kinderlijke krabbels, de inspiratie, de drive.”

Ben Kamphuis, zanger van Brezneff uit Hengelo, is de eerste artiest die ik voor Diggin’ Demos spreek. En zonder dat ik er naar vraag, verwoordt hij perfect mijn fascinatie voor demo’s.

Mijn eerste interview dus. En meteen trap ik in de valkuil, die de band vijfendertig jaar geleden graaft voor alle betweterige mensen. “Waarom de bandnaam niet overeenkomt met de naam van Leonid Brezjnev?”, leider van de communistische Sovjet-Unie met wie wij in koude oorlog leefden.

De valkuil en het serieus klinkende lulkoekverhaal is typerend voor de mentaliteit van Brezneff: “Brezneff is plat Servo-Kroatisch voor nieuwe lach. Brez is lach en Neff is nieuw. En wat wij proberen met onze muziek, is om op een simpele manier de lol in de muziek weer terug te brengen!”

Ben lacht om mijn verwarring. “Het moest mensen triggeren. De KGB figuren op de hoes van de demo? Nee joh: dat ben ik gewoon! Wat stel je je voor bij een KGB’er, dan? Heb je een probleem of zo? Zal ik wat leuke muziek opzetten, zodat je wat vrolijker wordt?”

Ik word wel blij van m’n eerste vraaggesprek. Ben komt uit een tijd, waar storytelling en marketing uit de artiesten zelf kwam en niet werd geleerd op de Rockacademie. De begin jaren ’80. De cassettecultuur. Ondernemende jongeren, die licht zochten na het No Future van de Sex Pistols. 

Luister naar de muziek en lees meer over Ben en Brezneff. Ik ben heel erg benieuwd naar jullie reacties. Kennen jullie de band? Wat vinden jullie van de muziek? Wat is hun plek in de Nederlandse muziekgeschiedenis? Laat het me weten!


“We kopen geen antwoordapparaat om te wachten tot ze ons bellen”

Twente had de Buffoons. Uit Enschede. En Hengelo? Dat had – met uitzondering van een flinke Indische scene – weinig om muzikaal trots op te zijn. Vereniging Popbelang Hengelo zou daar verandering in brengen. Vanaf 1980 helpt het aanjagend popkollektief bandjes met o.a. apparatuur, optredens en repetitieruimten.

De twee vrienden Ben Kamphuis en Tony Beerling zijn mede oprichters van dit oudste, nog bestaande popkollektief van Nederland. En naast een culturele drive, hebben ze een visie op muziek. Kamphuis: “De lol moest terug. Mensen moesten willen opkijken vanaf de bar.”

“In die tijd was fun trouwens behoorlijk fout. Muziek moest emotie oproepen, maar wel de emotie van het serieuze soort. Het moest laten walgen of resulteren in boos weglopen uit een concert. Dat was de mores aan de Enschedese kunstacademie AKI en graadmeter voor succes.”

De band

Van Tony en Ben mag het prikkelen dus wel wat vrolijker en positiever zijn. Ze vinden geestverwanten in de muzikanten van het uiteengevallen Heaven en richten Brezneff op. Dat vrolijk niet perse luchtig of vrijblijvend is, ondervinden de gitarist en bassist, die het al snel te serieus vinden worden binnen het Brezneff-concept en de jonge band verlaten.

Toen eind 1981 de eerste demo wordt opgenomen bestaat de band uit Jeroen Scholten (gitaar), Marcel Postma (bas), Gerrit Slagers (drums) en zangers Anya Smits en Ben Kamphuis. Tony was manager, maar wel degelijk betrokken bij het maken van het repertoire. De demo is opgenomen in het Ponygebouw aan de Petroleumhavenstraat waar Popbelang een oefenruimte heeft.

“Volgens de biografie van destijds was onze muziekstijl ‘new fun’, ofwel het logische vervolg op new wave en new beat. Geen gefreak op de muzikale millimeter.”

Brezneff is zich zeer goed bewust van de enorme concurrentie in de zich ontluikende popscene. “We waren niet naïef en dachten goed na bij alles wat we deden. We kochten geen antwoordapparaat en wachtten tot ze ons bellen. We zijn altijd zelf op pad gegaan. Een popkollektief? Dat richten we zelf op! Geen oefenruimte? Langs de wethouder of demonstreren! Geen plek voor live muziek? De kroegen langs!”

De droom

“Storm und drang! Een echte droom hadden we niet, maar wel de drive om aan de slag te gaan en iets op te pakken dat veel anderen lieten liggen. Voor ieder van ons betekende dat wat anders: op het podium willen staan, grotere zalen, een plaat, een hit, You name it.

De demo van Brezneff is onderdeel van de tactiek om zo veel mogelijk optredens te scoren. “Tony zat overal achteraan, maar iedereen zei altijd wel: Nou, laat maar eens horen! Totdat de demo niet meer nodig was en de optredens vanzelf kwamen. In ons korte bestaan hebben we toch zeker 70 keer opgetreden.”

Brezneff is goed georganiseerd en door haar actieve houding wordt ze vaak gevraagd ergens te komen spelen. Dat levert binnen het Popbelang ook wel eens kinnesinne op. Zoals toen Brezneff geselecteerd werd om Popbelang Hengelo te vertegenwoordigen tijdens het Lente-offensief op 21 maart 1981: een actiedag voor meer voorzieningen voor popmuziek, maar tevens een groots muziekfestijn in Paradiso met maar liefst achttien Nederlands groepen. Jullie pushen jullie eigen bandje!, kregen we dan te horen.”

“Of toen we op het allerlaatste moment de Hengelose kunstenaar Ricardo Fuglistahler met zijn muziekproject Mambo Jambo mochten vervangen tijdens een concours in Duitsland. Dan belde het Duitse impresario Tony. Morgenavond? Dan kan ik alleen mijn eigen band sturen! Tja: wat moet je dan doen?”

Het optreden wordt deels uitgezonden op Duitse televisie en ook bij de grens zijn ze onder de indruk van de band en haar gevaarlijk uitziende punky fans, die waren meegereisd. De hele bus wordt ter controle leeggehaald door de douane.

Het hoogtepunt

Niet Duitsland, maar de Vrolijke Krisis is het hoogtepunt van het vrolijke Brezneff. “Dat was een programma van de VARA. Een hele dag TV. Over jongerencultuur. Over jongeren, die in een wereld van werkloosheid, uitzichtloosheid en doemdenken, wèl iets actiefs ondernemen. Rode draad waren de popkollektieven, die hun eigen non-profit business aan het opzetten waren. Ze hadden er twee uitgepikt, die van Tiel en Hengelo.”

Op YouTube zijn de nummers Radio en No Nukes te zien en beluisteren, die op 30 oktober 1982 zijn uitgezonden op de Nederlandse TV. Deze zijn ook terecht gekomen op de VARAgram verzamel elpee, die naar aanleiding van de dag geperst is.

En nu ik dit zo schrijf besef ik mij dat de VARA geen betere act als Brezneff had kunnen kiezen. Een vrolijke verschijning in een duistere wereld. Tony en Ben hadden zelf het script van die dag geschreven kunnen hebben. “De Nice Age brak aan.”  

Voor mij persoonlijk staat de band symbool voor een golf van Nederlandse muziek, nieuwe poppodia en oefenruimtes en faciliteiten om demo’s op te nemen. Mijn demoverzameling? Die heb ik aan mannen als Ben, de popkollektieven en het Lente-offensief te danken!

En toen?

In het voorjaar van 1983 is het over met Brezneff. “Ik hoorde op een gegeven moment niet meer de spanning van het muziek maken terug. Dan zit je de hele avond in een oefenruimte om iets te maken wat niet meer dan leuk is.”

“De ervaring met Brezneff heeft mij echt ergens gebracht waar ik anders niet zou zijn. En dat geldt ook voor manager Tony. Hij werd zakelijk leider bij het Metropool, LVC Leiden en later van het Patronaat in Haarlem”. Het organiseren binnen Brezneff heeft ook Anya gevormd. Zij werd beroepskracht van Popbelang Hengelo, wat een opstap werd naar diverse (culturele) beleidsfuncties, maar stopte wel met zingen. Jeroen, Marcel en Gerrit bleven in amateurbands spelen. “En ik ben na Brezneff een aantal jaar beroepsmuzikant geweest. Want ik wilde serieus met muziek bezig zijn!”

Ben Kamphuis ging dus door. In 1985 maakt hij – onder de naam Out Of Data – een single en de eerste Twentse videoclip bij het nummer 1985. “Op dat nummer speelt Ton van der Meer van The Mo nog mee.”

Met de muzikanten op de B-kant vormt hij tot 1988 de synthipop band Nozmas. Ook werkt hij samen met muziektheatergroep Enzo en treedt hij op als popdichter Ben Brandt (met dt). Maar Ben’s closest claim to fame  is de band Mambo Jambo, waarin hij samenspeelt met Phil Mills en Tom Holkenborg (Junkie XL), die later het bekende industrial duo Nerve vormen.

“Ik maakte nummers met Tom Holkenborg en eentje daarvan heette Mambo Jambo. Naar ons Duitse avontuur. Dat vond Tom lekker klinken, en toen ons tweemanschap uitgroeide tot een echte band, kwam niet alleen dat nummer op ons repertoire, maar werd Mambo Jambo onze bandnaam.”

De demo’s van Nozmas en Mambo Jambo zijn dankzij Ben ook op Diggin’ Demos te beluisteren.

Zie je de toenmalige bandleden nog?

“Manager Tony zie ik nog regelmatig en drummer Gerrit kom ik wel eens in de stad tegen. Gitarist Jeroen kwam ik dit jaar weer voor het eerst tegen. Hij bleek – net als ik – te werken op het grensvlak van onderwijs, consultancy en nieuwe media. Alleen bassist Marcel zie ik nooit meer.”

“Zangeres Anya? Die zie ik ook nog wel eens. Dat is m’n echtgenote!”


De verzamelde feiten en foto’s? Die zijn te vinden op Discogs.

Marco van Dalfsen wou archeoloog worden, maar dat liep allemaal wat anders. Lees hier meer over de drijfveren van de schrijver van het verhaal over Brezneff of volg Diggin’ Demos op Facebook.