50 x 90: 47. Godspeed You Black Emperor! – Slow Riot For New Zero Kanada (1999)

Ah, de geneugten van internet in 1999. Met een 33k6 modem inbellen, minutenlang mail ophalen want je heb de mailinglijsten ontdekt. Natuurlijk nog niets downloaden, want één liedje duurt een uur als je geluk hebt. En na het mail binnenhalen snel de verbinding verbreken want tijd was geld.


Gybe Het was wel een echte openbaring, internet. Als een computerleek schoorvoetend in 1998 het modemkabeltje aangesloten, daarna mailinglijsten ontdekt: Motorpsycho, Tool, postrock, Godspeed You Black Emperor!. Allemaal gelijkgestemde mensen binnen handbereik, de tips werden vanuit alle hoeken naar je toe gegooid. Vooral de postrock lijst was van grote waarde, want ik kende nauwelijks bands in dat genre, en hier werden ze allemaal aangehaald en bediscussieerd. En Autechre heb ik ook leren kennen door die lijst, op aanraden van meerdere leden blind Chiastic Slide gekocht en werd omver geblazen; vele malen interessanter dan Luke Slater of Ed Rush & Optical. Ook wat krenten uit de wisselvallige Aphex Twin-pap gevist, wederom enorm onder de indruk. Kind in de snoepwinkel.

En ja, Godspeed. De buzz was voelbaar, een hype was aanstaande, de spanning fysiek waarneembaar. En dat allemaal zonder dat ik een noot had gehoord. Via de mailinglijst kwam de hele band en de muziek al tot leven, een reële entiteit in wording, wat niet mogelijk was geweest zonder het net. Ik las over lange composities, strijkers, postrock, Gorecki, crescendi, ingehouden spanning, eindeloze melancholie. Ik was kortom al fan voordat ik had geluisterd. Kon alleen maar tegenvallen eigenlijk, een echte beluistering. Slow Riot For New Zero Kanada stond op uitkomen. Kanada met een K, omdat Canadeze wetgeving verbiedt om Canada met een C in namen en titels te gebruiken (even een nutteloze terzijde, natuurlijk afkomstig van de mailinglijst). Een EP met twee nummers. Een van 10 minuten en een van 17 minuten. De spanning liep op, nauwelijks meer te harden. Bijna trillend in de cd-lade gelegd. Play.

En dan hoorde je in eerste instantie nauwelijks iets. Een cello-drone zwol langzaam aan. Violen vielen voorzichtig in, somber en desolaat. Ik wist direct genoeg. Dit was het. Hier moest ik zijn. Ik voel bijna een BlØf-tekst naar boven komen, maar ik zal me inhouden. Op de mailinglijst werd gesproken over een nummer 'Gorecki' – omdat de opbouw zo op de derde symfonie van Gorecki zou lijken. Natuurlijk heette die track niet 'Gorecki', het ging om opener 'Moya' (vernoemd naar Mike Moya, een oud-Godspeed lid, later in Molasses en Hrsta, alle feitjes natuurlijk courtesy of de mailinglijst). En die leek inderdaad erg op die niet te beschrijven schoonheid van die symfonie van Gorecki. Eufemistisch: het viel niet tegen. Bepaald niet. Torenhoge verwachtingen en die dan overtreffen: Godspeed etc. deed het. En ik was pas halverwege 'Moya'. Minutenlang werd opgebouwd en opgebouwd en opgebouwd, elke keer een laagje erbij, een tandje harder, en dan die definitieve uitbarsting op 8'27", een heftig draaiende wals waar de waanzin niet ver verstopt zat, en waar de melancholie ook wel een licht manisch optimisme tegen beter weten in liet doorschemeren. Alsof alle negen de muzikanten een "intens"-pedaaltje keihard hadden ingetrapt.

'Blaise Bailey Finnigan III', nummer twee. Zat naadloos vast aan 'Moya' – dat gaat natuurlijk lekker met drones in het algemeen, en het werkt altijd – en bouwde wederom die spanning op naar een ondraaglijke hoogte, maar de release bleef lang uit. Een opname van een gesprek met een man op de straat – Blaise Bailey Finnigan III? – waar de goede man fulmineert over 'het systeem' en de rechters, bestuurders en behoorlijk overtuigd is van zijn eigen gelijk. Hetgeen een bijna een surrealistische sfeer opriep in combinatie met die onheilszwangere drone, die dan na een bijna-uitbarsting terug mag zakken in een zachte, kleine gitaarriedel waarin het onheil is vervangen door alweer die bijna beeldende melancholie. De schoonheid van het geheel raakte me diep, op een niveau dat ik jarenlang niet had meegemaakt. Na een redelijk voorzichtig crescendo kwam de man op de straat weer terug, iets gekalmeerd, waarna hij een gedicht van eigen hand mocht voordragen ter afsluiting (later bleek het een tekst van Iron Maiden te zijn uit de periode dat ze zanger Blaise Bailey als vervanger van Bruce Dickinson hadden aangetrokken; Godspeedhumor, het bestaat!). En dan is het tijd. Tijd voor De Grote Finale. Groots, episch, alomvattend. De blauwdruk voor elke postrockclimax. Gitaren, strijkers, dubbele drumpartijen die ook plots versnellen. Intens in het kwadraat. De fabelachtige strijkers-coda erna sloot dusdanig droevig af dat de tranen, al die tijd ternauwernood tegengehouden, als zilte watervalletjes over de wangen liepen.

Devote aanbidding was het gevolg. Alles van het Canadese Constellation label – of ieder project ook maar enigszins zijdelings gelieerd aan Godspeed – was natuurlijk bijna net zo goed, hield ik mezelf voor. Do Make Say Think: superband. set fire to flames: zeker die eerste was prachtig. Maar uiteindelijk moest ik toegeven dat artiesten als Exhaust, Hangedup, Re: en 1-Speed Bike vooral bleven hangen in goede bedoelingen zonder ooit maar één noot te produceren die in buurt kwam van Godspeed. Het debuut van Godspeed had ik inmiddels natuurlijk ook, en was ook onnoemelijk mooi, wellicht zelfs wat desolater maar ook wat afstandelijker dan Slow Riot For New Zero Kanada. En dan rechtstreekse afstammeling A Silver Mt. Zion, waarin enkele Godspeed-leden onder leiding van aanspreekpunt Efrim Menuck de crescendi voor gezien hielden om alleen maar te focussen op de bittere schoonheid van droevenis. Grijs gedraaid, dat debuut. Overigens waren alle Constellation releases uitgevoerd in stinkend gerecycled karton, iets wat dan dan wel heel fijn idealistisch was maar die dingen stinken vandaag de dag nog steeds de cd-kast uit. Grootste ontdekking na Godspeed zelf was Sofa, de band van de twee mensen achter het label. De band heeft maar één full-length album gemaakt, Grey, en maken daarop een waanzinnig mooie mix van Slint, Shellac en Joy Division; afgemeten, droog, hard en somber. Uitgebracht in 1997 en nog steeds even mooi en urgent. Heel jammer dat die band nooit groot is geworden.

Ik heb Godspeed in die jaren meerdere keren live mogen zien en horen; geweldige ervaringen, heel intens, maar de band was wel altijd heel erg voor zichzelf aan het spelen. Contact met publiek was nihil. Dan ga ik altijd op twee gedachten hinkelen: enerzijds kan ik hier veel respect voor opbrengen ("goed dat ze hun eigen ding doen! Lekker eigenwijs!") maar anderzijds straalde band ook een soort verhevenheid uit, alsof ze niet wilden afdalen tot het niveau van de toeschouwers. Vond ik wel jammer.
Zo ergens 2002 kwam een beetje de klad in de relatie tussen mij en Godspeed+verwanten. Lift Your Skinny Fists Like Antennas To Heaven was geweldig (dubbelstinkend hier in de kast want zowel op cd als lp), maar opvolger Yanqui U.X.O. boeide me veel minder, want het trucje was inmiddels zo bekend dat de nummers wel heel erg veel op elkaar gingen lijken. Maar ook de andere dingen uit de Constellation stal deden me minder en minder; een futloosheid maakte zich meester van het geluid (behalve Do Make Say Think, die bleven heel erg goed), gezapigheid en gemakzucht lagen op de loer. Maar ik was de enige die dit hoorde want om me heen werd die hele scene juist steeds inniger omarmd. Godspeed stopte niet lang hierna, begrijpelijk. Constellation bleef platen uitbrengen die me niet meer konden boeien, en A Silver Mt. Zion veranderde de naam in Thee Silver Mt. zion Memorial Orchestra and Tralala Band (of iets in die richting) en werd hoe langer hoe meer zelfingenomen, kritiekloos bij vooral de zang van Efrim (zo vals, Neil Young is er nog heilig bij) en gingen een richting op die totaal de mijne niet meer was. Jammer.

En nu? Nu speelt Godspeed You! Black Emperor (met het uitroepteken dus twee woorden verschoven, iets wat ze plots deden tussen Lift en Yanqui; heb ik nooit begrepen) volgende week in Paradiso in Amsterdam. Is de radicaal linkse band gezwicht voor geldelijk gewin? Dat klinkt cynischer dan ik bedoel, want ik gun de band alle succes, maar ik kan me niet voorstellen dat ze een reünietour doen om oude fans te pleasen. Ik moet zeggen dat ik wel getwijfeld heb om ook een kaartje te kopen, maar tijdens die twijfel kwam het bericht al dat het was uitverkocht dus ik hoefde geen keuze meer te maken. Bij herbeluistering blijft Slow Riot nog steeds het allermooist van allemaal – ik krijg nu nog bijna hetzelfde gevoel als toen, zo goed is de plaat – maar meest opvallend is dat Yanqui U.X.O eigenlijk nauwelijks meer onderdoet voor F#A#(infinity) en Lift Your Skinny Fists Like Antennas To Heaven. Dat ik hem toen snel naast me neerlegde heeft dus meer gelegen aan een Godspeed-moeheid. Zo gaat dat soms.

(Bas Ickenroth)